TaTanukiKi 2017-2018--4-k
Media
Part of 2017-2018 | 4 - Kampjournal
- Titel
- TaTanukiKi 2017-2018--4-k
- extracted text
-
太
狸
記
LVSJK Tanuki
Kampjournal
36 주년 8월
三十六周年 / 八月
August 2018
EDITORIAL
HOOFDREDACTEUR
Je hebt zojuist je allereerste TaTanukiKi opengeslagen! Welkom! Deze speciale
kamp-editie van de TaTanukiKi is gevuld met de allerleukste artikelen en weetjes,
Tanuki evenementen, interessante columns en nog veel meer! Zo kun jij alvast
te weten komen wat Tanuki allemaal samen beleeft en hoe de opvolgende TaTanukiKi journals eruit zullen komen te zien. Je eerste jaar zal vol verrassingen
komen te staan, maar wees niet bang! TaTanuKiki zal je op de hoogte houden
met de meest actuele informatie en gekste weetjes...
Mijn naam is Moon, derde jaars studente Korea Studies, en ik ben de voorzitster
van de journalcommissie 2018/2019. Samen met mijn lieve commissieleden
zullen wij TaTanukiKi journals uitbrengen met artikelen over van alles dat
gerelateerd is aan Japan, Korea en onze studievereniging. Dus houd de nieuwe
journals zeker in de gaten!
Veel leesplezier!
- Moon, Manon Koster
Nam e ns het b e s t u u r e n a l l e s e n p a i e n seo n b a e’s,
we l k om bi j T a n u k i . We z i e n j e g r a a g w e er b ij d e v o lgende Tanuki activiteit!
OP DE
VOORKANT
De groepsfoto van het eerstejaarskamp 2018/2019
.
Heb je zelf nog ideeën voor artikelen?
Heb jij fotografisch werk dat je wilt delen met iedereen?
Stuur je ideeën naar journaltanuki@gmail.com en wellicht siert jouw
werk de volgende TaTanukiKi!
COLOFON
Journalcommissie
Voorzitter &
Hoofdredactie:
Vormgeving:
f.t Manon (Moon) Koster
Manon (Moon) Koster
Yume Productions & Manon Koster
Bestuur van Tanuki
Praeses:
Ab-actis:
Quaestor:
Assessor Intern:
Assessor
Eerstejaars:
Britt Blom
Amber Trijssenaar
Hannelieke Soppe
Joosje Smit
Iris Taal
F.t. Bestuur van Tanuki
Praeses:
Ab-actis:
Assessor Intern:
Quaestor
Meike v/d Goorbergh
Laure Yelkenci
Marieke Haak
Iris Taal
Commissievoorzitters
Acquisitie:
Eerstejaars:
Feest:
Journal:
Kamp:
Kunst- en Cultuur:
Reis:
f.t. Assessor
Iris Taal
Lynn Koolen
Manon (Moon) Koster
TBA
Eva Verouden
Iris Dijkstra
Raad van Toezicht
Leden:
Gise van den Wildenberg
Kascommissie
Leden:
Hannelieke Soppe
Contact
E-mail:
bestuurtanuki@gmail.com
IBAN:
t.n.v. LVSJK Tanuki te Leiden
NL19 RABO 0132 7222 91
Bestuurshok:
Postadres:
Lipsius 2.43-2.42a
Matthias de Vrieshof 4
2311 BZ Leiden
INHOUDSOPGAVE
“Ik wilde vandaag aan mijn scriptie
gaan werken maar ik ging toch liever
naaien.”
-Steffen de Jong
“Weet je wie ook last had van
vliegangst? Dennis Bergkamp.”
- Zeno Zonneveldt die mensen met
vliegangst gerust probeert te stellen.
“Nieuwe generatie, nieuwe kansen.”
-Joosje Smit over de volgende lichting
eerstejaars
“Alle goeie shit ligt onder mn bed.”
-Kevin Siregar
“Ik ben een nudist in vermomming.”
– Annemiek Sluijs
“Ik verzamel kinderbijslag.”
-Matej Simic
太狸記 ・八 月 2018
Tanuki Shinbun
Potluck Party
Tanuki presenteert: Takeda Hideo
Meet and Greet: Sakura High School
Beroepenavond
Rubrieken
08
09
10
11
Japan & Korea
Noord-Koreaanse Slavenarbeid
Japanse en Koreaanse Linguistiek
De Vrouwlijke Strijders van Japan
Japanse Makaken
Death Note 2017
06 / 07
Van ‘t Pad Af: Tanuki in Sanuki
Tanukitchen: Soondubu Jjigae
Katern Japan: Shoutengai
WTF Japan & OMG Korea
28
30
32
36
Extra
12
15
18
22
24
Ledenkorting Sushi Bento
Cartoon
38
39
POTLUCK PARTY
12 Oktober was de tijd aangebroken; het
eerste evenement van de Sjaarsco! De
Potluck Party! Veel eten, veel vriendjes en
veel gezelligheid dus. In totaal zijn zo’n
17 mensen (de heuse elite) ons komen
vergezellen om samen te smikkelen van
zelfgemaakte (of bestelde) gerechten.
Koreaanse salade (die echt heel lekker
was. Recept graag!), pizza, pannenkoeken,
versgebakken scones en taart. Zoals je
al kunt lezen was het een heus feestje.
Japanologen, Koreanisten… ondanks dat
we elkaar niet zo vaak zien heeft het samen
eten ons toch dichter bij elkaar gebracht,
zoals alleen eten dat kan doen <3 Nadat de
meeste mensen hun laatste college hadden
overleefd (wat altijd maar net de vraag
lijkt tijdens die laatste twintig minuten)
kropen ze moe en uitgehongerd richting
het bestuurshok, waar de eerstejaarsco
ze vrolijk ontving. Om de arme zielen
toch nog te sparen gaven we ze eten. En
meer eten. En nog meer eten. Net zo lang
tot de broeksknoopjes losgingen en we
allemaal in een voedselcoma terecht waren
gekomen (no tanukiaantjes were harmed in
the making of our foodbabies). Veel liefde
naar iedereen die is gekomen!
- Lynn Koolen en Kevin Siregar
太狸記 ・ 八 月 2018
08 / 09
TANUKI PRESENTEERT: TAKEDA HIDEO
Een paar dagen na de Tanuki activiteit kondigde het Sieboldhuis een evenement aan
waarin men kennis mochten maken met de
bekende Japanse kunstenaar: Takeda Hideo.
Op de website stond vermeld dat de kunstenaar ‘wellicht’ zijn sneltekenen zou demonstreren. Wellicht. Wij hebben het geluk gehad
om de getalenteerde man een anderhalf uur
lang in levende lijve te mogen aanschouwen.
Ondanks dat Takeda Hideo niet vloeiendis in
het Engels, en wij niet allemaal vloeiend zijn in
het Japans, hadden de tekeningen van de cartoonist onze taalbarrière weten te overbruggen. ‘De diepste passies van een student’ en
het ‘Huwelijksaanzoek’ –dit zijn zelfverzonnen
titels, zie Facebook voor de foto’s– zorgden
voor goede ijsbrekers en de luchtige sfeer in
de groep. En mevrouw Kuniko Forrer van het
Sieboldhuis was ook aanwezig om voor ons
ter plekke te tolken, zo vertelde ze dat voor de
heer Takeda maar één onveranderlijk thema
bestaat in het leven en dat is: seks. Dit verklaart ook waarom dit thema de boventoon voert in het overgrote deel van zijn werk. Terwijl
de cartoonist bezig was met sneltekenen was
er hier en daar een lach te bekennen of een
“Ohh ik snap hem!” te horen. Takeda’s vrouw
stond aan zijn zijde en assisteerde hem met
het omslaan van de grote pagina’ s van het
bord en het aangeven van de juiste pennen.
Ondertussen verschafte Kuniko ons meer
achtergrondinformatie van zijn tekenstijl en
legde daarnaast ook uit wat voor een betekenis te vinden was in het eindproduct. Het was
bijzonder om te zien hoe de kunstenaar zijn
kijk op de wereld in zijn tekeningen verwerkte
en hoe zijn werken ook vrij ter interpretatie
was voor het publiek. Takeda’ s tekenstijl is
vooral onvoorspelbaar en dit maakte het interessant voor de studenten om verzoeken in
te dienen. Vuur? Dat wordt een zwaar getatoeëerde sumoworstelaar. Vis? Een been uit
een vissenkom. Konijn? Lola Bunny. Zijn eigen
quote over zijn tekenstijl leeft hij dus helemaal na: “It is my belief that having no specific
style is my own style.” Meneer Takeda Hideo,
het was een eer om u te hebben ontmoet.
- Lisa Le
MEET AND GREET: SAKURA HIGH SCHOOL
Op vrijdag 10 november was het weer zover:
de beste leerlingen van de Sakura High School
kwamen bij ons in Leiden langs! Aangezien de
studenten graag hun engels wilden oefenen,
werd er niet heel veel japans gepraat. Sommigen bleken zelfs geïnteresseerd te zijn in
het leren van de Nederlandse taal! Na even
bijgekletst te hebben in het Arsenaal, stond
er een kleine rondleiding op de planning. We
hebben de studenten onder andere de vernieuwe Asian Library, de Hortus Botanicus (van
buitenaf, want voor toegang was geen tijd) en
het plaatje bij Rapenburg 51, waar de Japanse
keizer Akihito tijdens een rondleiding in 2000
even gestopt is om een praatje te maken met
wat studenten die uit het raam hingen. De leerlingen keken hun ogen uit en stelden veel vragen over dingen zoals de Nederlandse cultuur
en hoe ons schoolsysteem in elkaar steekt. Ook
waren ze geïnteresseerd in onze persoonlijke
interesses en waarom we Japans studeerden.
We hadden ze nog graag veel meer van de stad
laten zien, maar helaas hadden we niet veel tijd
aangezien ze om 2 uur alweer bij het museum
van Volkenkunde moesten zijn. Ook het weer
zat niet erg mee, veel regen en koude, harde
windvlagen. We waren dus allemaal blij toen we
rond een uur of 1 lekker warm bij Oudt Leyden
zaten voor de lunch. De grootte van de bestelde pannenkoeken wekte veel verbazing op en
nadat de ronde deeglappen uitgebreid op de
foto waren gezet, was de eerste vraag “hoe kan
ik dit het beste eten?”. Uiteindelijk heeft iedereen met smaak de pannenkoeken tot de laatste kruimel op te eten. De combinatie spek en
stroop bleek verbazend lekker, terwijl we kaas
en champignons en stroop maar niet meer
gaan doen.
Uiteindelijk was het tijd om de Japanners af
te zetten bij het museum van Volkenkunde en
om zelf afscheid te nemen. De laatste foto’s
werden genomen en telefoonnummers en
facebook gegevens werden uitgewisseld. Van
de docenten kregen we nog een paar kleine
cadeautjes en van de leerlingen kregen we
heerlijke snoepjes. Zelf hebben wij Tanuki pins
uitgedeeld. Het was een geweldige dag, ondanks de kou en de regen. Mijn dank aan de
mensen van Sakura High School dat ze langs
kwamen en aan de vrijwilligers die ons hebben
geholpen bij het rondleiden. Ik hoop dat iedereen ervan genoten heeft!
- Hannelieke Soppe
太狸記 ・ 八 月 2018
10 / 11
BEROEPENAVOND
Vooral veel eerstejaarsstudenten waren nieuwsgierig naar hun toekomstperspectief, maar
ook de ouderejaars Japanologen, die alweer
bijna afstuderen, wilden een concreet beeld
hebben van wat hun Bachelor waard is. Gelukkig kregen we drie alumni van de Alumni
Kai (www.alumnikai.nl) op bezoek die alle
brandende vragen graag wilden beantwoorden! De afgestudeerde Japanologen die ieder
een presentatie zouden geven waren Jeroen
Strijbosch, Sebastian de Goeij en Diana Kuijpers. We weten van Jeroen dat hij praeses
was van het vorig lustrumbestuur en Diana
leverde ook haar bijdrage aan Tanuki via de
Journalcommissie – beste commissie! Het
bleek ook dat de drie sprekers elkaar al kenden: Sebastian en Diana studeerden in hetzelfde jaar en Jeroen studeerde een jaar onder
hen. De jongst afgestudeerde gaf als eerst
zijn presentatie. Jeroen heeft ervaring met
recruitment en deelde handige tips & tricks
over het opstellen van een CV en het solliciteren. “Je moet er niet uitzien als iemand die
op zoek is naar werk,” en “een foto toevoegen
aan je CV is niet nodig,” tenzij het natuurlijk in
je voordeel werkt. Vervolgens ging het woord
naar Sebastian die werkzaam is bij MUFG Bank
Europe en ons enthousiast vertelde over zijn
sollicitatie-ervaringen in Japan. Een keer ging
hij netjes strak in pak, net als op het moment
van spreken, langs op kantoor bij een jong Japans bedrijf om te solliciteren, maar “verrassend genoeg was iedereen gekleed zoals hij”
zegt Sebastian al wijzend naar Jeroen die casual gekleed is. Alle aanwezigen en Jeroen zelf
moesten even lachen. Diana was als laatst
aan de beurt en had een PowerPoint-presentatie voorbereid over haar werkzaamheden
en ervaringen op de Japanse ambassade. Ze
vormt de brug tussen Japan en Nederland en
dit betekent bijvoorbeeld culturele activiteiten
organiseren en, zoals op de beroepenavond,
presentaties geven. En een brug vormen zit
hem al in de kleine dingen (denk aan het
verschil tussen de Japanse en Nederlandse
mentaliteit van initiatief nemen), wat Diana
nog verduidelijkte met een verhaal over haar
eerste weken bij de Japanse ambassade. Zo
leren we dat softskills een zeer gewaardeerde
vaardigheid is. Na de presentaties ging iedereen, afgestudeerd of niet, met z’n allen nog
heerlijk naborrelen in La Barrera. En nu kunnen we met een gerust hart, na afronding van
de studie, het volwassen leven in dankzij de
handige tips die we meekregen van de alumni. Nogmaals veel dank aan de sprekers!
- Lisa Le
NOORD-KOREAANSE SLAVENARBEID IN
HET BUITENLAND
Onlangs vond de première van de
documentaire ‘Dollar Heroes - Valuta voor
de dictator’ plaats op de Universiteit Leiden.
Het onderwerp van deze documentaire is
de Noord-Koreaanse ‘slavenarbeid’ in het
buitenland. Als Koreanist en persoon met
een hart, trok dit onderwerp mijn aandacht.
Het eerste deel van de première kon ik
wegens een college niet bijwonen, maar ik
was wel aanwezig voor de vertoning van de
documentaire en de daaropvolgende Q&A. Er
bestaat zoiets als ‘food for thought’ en wat ik
deze middag leerde, was dat zeker voor mij. In
2016 werd het rapport ‘North Korean Forced
Labour in the EU, the Polish Case: How the
Supply for a Captive DPRK Workforce Meets
Our Demand for Cheap Labour’ gepubliceerd,
waarin de resultaten van een onderzoek naar
het overtreden van de mensenrechten van
Noord-Koreaanse arbeiders in het buitenland
worden gegeven. Bij de première van Dollar
Heroes werd een nieuw rapport, ‘People for
Profit: North Korean Forced Labour on a Global
Scale’ gepresenteerd. De rapporten schetsen
samen met de documentaire een schokkend
beeld van de waarheid achter de arbeid van
de Noord-Koreanen in het buitenland. In
deze bronnen zocht ik de antwoorden op
vier vragen die in mij op waren gekomen. Wat
maakt deze arbeid tot slavenarbeid? Wat drijft
de Noord-Koreanen aan hierin te participeren?
Wie houdt dit allemaal verborgen en waarom?
En hoe kan dit nog plaatsvinden in 2018?
Bij slavenarbeid is er sprake van arbeiders
die niet weg kunnen bij hun werkplaats, niets
kunnen weigeren en die niet betaald krijgen.
Van alle drie deze elementen is er sprake bij
de Noord-Koreaanse arbeiders. Hiernaast
worden er ook nog verscheidene andere
mensenrechten geschonden, zoals het recht
op vrijheid van meningsuiting.
Bij een onderzoek in onder andere Polen
en Rusland bleek dat de Noord-Koreaanse
arbeiders constant in de gaten worden
gehouden door, onder andere, camera’s en
toezichthouders. Ook mogen de arbeiders
het terrein waarop zij werken niet verlaten.
Hierom zijn zij gehuisvest in een gebouw op
het terrein. Deze gebouwen zijn in slechte
staat; ze zijn onhygiënisch, veel te klein voor
het aantal mensen dat er woont en gevuld
太狸記 ・ 八 月 2018
met Noord-Koreaanse propaganda. Het
is de arbeiders niet toegestaan telefoons,
computers of tv’s te hebben. In het rapport
wordt gesproken van een ‘mini-DPRK’ en
dit is een zeer passende term. Net als in
hun thuisland zijn ook in het buitenland de
Noord-Koreanen volledig geïsoleerd van de
buitenwereld.
De arbeiders werken vaak tot diep in de
nacht, omdat dit voor hen de enige manier
is om geld te verdienen. Ze zijn namelijk
verplicht een bepaald bedrag te verdienen
voor de staat en dit bedrag, dat steeds hoger
is geworden door de jaren heen, is wat de
arbeiders overdag verdienen. Om nog wat
over te houden voor hun families, moeten
zij ’s nachts doorwerken. In Dollar Heroes
weten twee mensen die undercover gaan
een man te ondervragen over de NoordKoreaanse arbeiders die op om, zodat ze een
positief resultaat krijgen. Het is immers zeker
niet vanzelfsprekend dat de gemiddelde
Noord-Koreaanse inwoner voldoet aan
de gezondheidseisen. Ook is er ook vaak
sprake van omkoping om sneller te worden
uitgezonden naar het buitenland. Deze
wens om naar plekken met zulke slechte
werkomstandigheden gezonden te worden
lijkt vreemd, maar de verklaring ligt vrij voor
de hand: de arbeiders worden onder valse
voorwendselen naar het buitenland gestuurd.
Arbeiders wordt verteld dat in het buitenland
meer verdiend kan worden en ze zijn onder
de veronderstelling dat in het buitenland de
werkomstandigheden niet zo slecht zullen
zijn. Ironisch genoeg is het een soort ‘the
American Dream’ situatie. De arbeiders gaan
naar het buitenland met de verwachting een
12 / 13
beter leven voor zichzelf en hun familie te
kunnen creëren, maar hebben geen idee wat
ze daadwerkelijk te wachten staat.
De aantrekkelijkste kandidaten voor het
werken in het buitenland zijn arbeiders die
getrouwd zijn en kinderen hebben. Het is
immers een stuk minder waarschijnlijk dat
deze arbeiders zullen proberen te vluchten.
Als zij dit wel doen, wordt hun familie hiervoor
gestraft. Wanneer de Noord-Koreaanse
arbeiders dus eenmaal in het buitenland
zijn, hebben ze eigenlijk niet meer de optie
om te ontsnappen. In Dollar Heroes wordt
een Noord-Koreaanse arbeider in Rusland
geïnterviewd. “Als ik geen gezin had, ging ik niet
terug,” geeft hij aan.Tot niemands verbazing
probeert Noord-Korea, het land dat toch al
niet zo graag informatie over zichzelf vrijgeeft,
deze waarheid te verbergen. Het is een riskante
onderneming, maar Noord-Korea heeft het geld
nodig. De economische situatie in Noord-Korea
en het aantal arbeiders in het buitenland staan
volgens het rapport in verband met elkaar.
Volgens een geïnterviewde in het rapport is
recent de vraag naar arbeiders hoger dan het
aantal aanmeldingen. Buitenlandse arbeid is
tweerichtingsverkeer: Noord-Korea stuurt de
arbeiders, maar een ander land ontvangt ze.
In Dollar Heroes wordt een interview getoond
met de gevluchte Noord-Koreaanse diplomaat
Thae Yong-ho. “Als een aantal arbeiders in het
buitenland werkt, in dit geval in Polen, dan zijn er
zeker ook mensen die die mensen controleren
en begeleiden,” zegt Thae, “Dat zijn zowel
beveiligers als administratieve medewerkers.
Om ze in Polen onder de dekmantel van een
bedrijf te laten werken, is de medewerking
nodig van de ambassades van Polen en NoordKorea.”
Het is nu 2018 en nog steeds is er sprake van
slavenarbeid. Noord-Korea heeft op creatieve
wijze een systeem weten op te zetten waarin
zij arbeiders naar het buitenland kan sturen
en daar onder barre omstandigheden kan
laten werken, zonder dat hier direct streng
op wordt gereageerd door de EU en de UN.
Een ander groot probleem dat speelt is de
onwetendheid waarin de Noord-Koreaanse
arbeiders leven. Zelfs in het buitenland
leven zij in een soort mini Noord-Korea
en ook hier gaat de indoctrinatie dus
door. De arbeiders zijn zich er simpelweg
niet van bewust dat ze recht hebben op
méér, dat de manier waarop zij worden
behandeld wordt afgekeurd door de
rest van de wereld. Het rapport uit 2016
roept EU staten op Noord-Koreaanse
arbeiders bewust te maken van de
rechten die zij hebben buiten NoordKorea. Dit bewustzijn is belangrijk vanuit
het perspectief van het arbeidsrecht,
maar misschien nog wel meer vanuit het
perspectief van mensenrechten.
De première van ‘Dollar Heroes’ werd
afgesloten met een korte Q&A met één
van de makers van de documentaire,
Sebastian Weis. De laatste vraag, of
eigenlijk opmerking, kwam van een Poolse
diplomaat. De man kreeg de microfoon
aangereikt, stond op en begon een lijstje
op te lezen van een verfrommeld A4-tje.
Dit lijstje bevatte een stuk of 15 punten uit
de documentaire die volgens de diplomaat
niet klopten. De diplomaat benadrukte dat
er jaarlijks veel inspecties werden gedaan
om te zorgen dat alle arbeidskrachten en
-omstandigheden legaal waren. Eén van
zijn belangrijkste punten betrof het aantal
Noord-Koreaanse arbeiders in Polen. In
tegenstelling tot wat er in de documentaire
werd gezegd, een paar duizend, waren er
volgens de diplomaat in werkelijkheid maar
een paar honderd van dit soort arbeiders.
Maar zoals Weis zelf opmerkte: zelfs een
paar honderd arbeiders werkend onder dit
soort omstandigheden zou al te veel zijn.
En dat is het ook.
-Florentine Schoemaker
太狸記 ・ 八 月 2018
14 / 15
JAPANSE EN KOREAANSE LINGUISTIEK
Koreaans hanja (한자: hanja), en Chinese
leenwoorden. Aangezien beide talen
nog geen geschreven taal hadden toen
ze met Chinese karakters in aanraking
kwamen, werden de tekens overgenomen
om zo ook Japans en Koreaans te kunnen
schrijven. Tussen 108 v. Chr. – 313 n. Chr.
kwam Korea in aanraking met het Chinese
schrift, terwijl dat in Japan, via Korea, in de
5e eeuw gebeurde.
SCHRIFTELIJKE EVOLUTIE
Japans (日本語:nihongo) en Koreaans (한국어:
hanguk-eo), twee talen die op het eerste gezicht
minder dan niets met elkaar te maken hebben,
maar die, als we verder kijken, toch veel overeenkomsten hebben. Heel gek is het misschien
niet, de twee landen hebben lange tijd contact
met elkaar gehad, al was dit niet altijd als goede
vrienden. Integendeel, tegenwoordig is er nog
steeds een hoop spanning, zij het allemaal met
wat minder (of eigenlijk helemaal geen) oorlogstrekjes en kolonisatie. Ondanks de spanningen
die tegenwoordig nog steeds spelen, hebben Japan en Korea elkaar veel beïnvloed. Het Japans
en Koreaans delen veel gelijkenissen, niet alleen
qua grammatica en vocabulaire, maar vooral
ook qua geschiedenis van de geschreven taal.
漢字
We kunnen het natuurlijk niet over Japans
en Koreaans hebben als we het niet over
het Chinees hebben gehad. Chinees speelde
immers voor beide talen een onmisbare
rol, en dan voornamelijk het Chinese schrift,
in het Japans kanji (漢字: kanji), en in het
COMPATIBILITEIT MET GRAMMATICA
Helaas waren zowel Japans als Koreaans te
verschillend om echt te kunnen profiteren
van hun nieuwe aanwinsten, waardoor de
schrijftaal eigenlijk alleen voor, en door, de
elite werd gebruikt. Het was gewoon bijzonder moeilijk, en vergde veel tijd om te
leren, iets wat alleen de elite zich konden
veroorloven. De reden dat Chinese karakters zo moeilijk waren lag niet alleen aan
de hoeveelheid, in Japan, en natuurlijk in
China, worden ze immers nog steeds in
grote getalen gebruikt.
Waar het wel aan lag was dat de grammatica van Japans en Koreaans enorm verschilt
van dat van het Chinees. Een voorbeeld
hiervan zijn de partikels, die in het Japans
en Koreaans voorkomen, maar niet in het
Chinees. Dit leverde een probleem op,
want er waren geen karakters om die partikels mee op te schrijven. De oplossing:
een karakter vinden met een soortgelijke
uitspraak en die als ‘partikel’ gebruiken.
Het probleem is dan weer dat je karakters
soms gebruikt vanwege de uitspraak, en
soms vanwege de betekenis. Daar komt ook
nog bij dat sommige karakters voor zowel de
uitspraak als de betekenis gebruikt werden
(de ene keer het een, de andere keer het
ander), waardoor schrijven en lezen er niet
bepaald makkelijker op werden. Ook is het
zo dat Japans en Koreaans allebei werkwoordvervoegingen kennen; iets wat het Chinees
niet kent. Daar moesten dus ook karakters
gebruikt worden voor de uitspraak in plaats
van de betekenis. Dat leidde, zoals wellicht
te verwachten is, tot een ‘ietwat’ dubbelzinnig systeem. Door de tijd heen zijn er wel
verschillende systemen ontwikkeld die werkte met andere karakters (zoals versimpelde
Chinese karakters), om zo vervoegingen en
dergelijken te kunnen schrijven. Dit waren de
vroege beginselen van het huidige, (in Japan)
gemixte, schrijfsysteem.
FONETISCH SCHRIFT
Toch zou het lang duren voordat de schrijftaal,
zoals die nu bestaat, zich ontwikkelde. In
plaats daarvan werd alles, koste wat het kost,
geschreven met Chinese karakters. Dat had
niet alleen met gewoonte, maar ook met de
prestige van Chinese karakters te maken.
De invoer van het hangul schrift in Korea,
en het gebruik van hiragana en katakana
(kana), naast kanji, in Japan, hebben dan
ook zeker niet van de een op de andere dag
plaatsgevonden.
De ontwikkeling van hangul vond plaats
gedurende de Joseon dynastie in de
15eeeuw. Koning Sejong wilde een schrift wat
meer toegankelijk zou zijn voor het gewone
volk. Het gevolg was hangul, een fonetisch
schrift bestaande uit 24 karakters; 14 me-
deklinkers, en 10 klinkers. Deze worden in
blokken van 2, 3, of 4 karakters geschreven,
hierdoor zijn er zo’n 11,000 verschillende
combinaties te maken. Eerst werd hangul
gebruikt op een soortgelijke manier als de
Japanse kanaschriften nu; in combinatie
met hanja (Chinesekarakters). Tegenwoordig
wordt Koreaans bijna alleen nog met hangul
geschreven. Dit is overigens een vrij recente
ontwikkeling, en de toekomst van hanja is
onzeker.
Hangul wordt gezien als één van de
makkelijkste alfabetten om te leren, en tot
op een zekere hoogte is dit niet onwaar.
Hetgeen wat hangul een complex systeem
maakt is niet zozeer het (leren) lezen, maar
het feit dat veel klanken op verschillende
manieren geschreven kunnen worden. Dit
maakt het schrijven soms erg ingewikkeld.
De Japanse kana schriften werden in
de Heian periode ontwikkeld door de
Boeddhistische priester Kúkai (空海: kuukai).
In eerste instantie werd kana voornamelijk
door vrouwen gebruikt, het werd dan ook wel,
‘vrouwenschrift’ (女手: onnade), genoemd.
Mannen gebruikten liever kanji, dat werd
dus ook wel, zoals je misschien al kan raden,
‘mannenschrift’ (男手: otokode), genoemd. Er
waren eerst 96 kana, maar tegenwoordig zijn
het er 92. Kana is op te delen in hiragana (46
karakters), wat is ontwikkeld vanuit het cursief
schrijven van kanji, en katakana (46 karakters),
wat is ontwikkeld vanuit onderdelen van kanji.
Hiragana wordt tegenwoordig gebruikt voor
partikels, vervoegingen, en soms ook voor
Japanse woorden (sommige woorden die
kanji hebben, worden vaker in hiragana
geschreven). Ook wordt het gebruikt om
de leeswijze van kanji mee aan te tonen
太狸記 ・ 八 月 2018
(furigana), voornamelijk van de moeilijkere
kanji, of in boeken, kranten, en andere
literatuur die voor kinderen bedoeld zijn.
Katakana wordt gebruikt om (nietChinese)
leenwoorden of buitenlandse namen op te
schrijven. Soms wordt het ook gebruikt
om nadruk te leggen op een bepaald woord.
DE GELIJKENISSEN
Qua geschiedenis hebben het Japanse en Koreaanse schrift een soortgelijke evolutie meegemaakt. Beide kampte met problemen om
hun talen met Chinese karakters op te schrijven, vanwege grammatica die enorm van het
Chinees verschilde. De oplossing hiervoor
was vergelijkbaar; een tweede, fonetische,
schrift maken.
Wat interessant is, is dat ook al werden Chinese karakters later in Japan geïntroduceerd,
Japan de eerste was die een apart fonetisch
schrift ontwikkelde (ook al werd Japans
toen nog niet gelijk gemixt geschreven). En
waar het voor Korea langer duurde om een
fonetisch schrift te ontwikkelen, hebben zij
inmiddels het gebruik van hanja zo erg verminderd, dat je ze in hedendaagse literatuur
zelden zal tegenkomen. Beide talen hebben
ook veel leenwoorden uit het Chinees; zo’n
50% van alle woorden in beide talen. Die
komen voort uit de (interpretatie van) de Chinese uitspraak van kanji/hanja. Hierdoor zie
je vergelijkbare vocabulaire in beide talen. Bijvoorbeeld sajin en shashin (foto), of sinmun
en shinbun (krant).
Naast een soortgelijke ontwikkeling van
het schrift hebben het Japans en Koreaans
ook vergelijkbare grammaticale elementen.
Vooral het gebruik van partikels, en de zinsvolgorde (SOV, subject-object-verb) zijn belan-
16 / 17
grijke overeenkomsten.
Toch is de oorsprong van zowel het Japans
als Koreaans niet geheel duidelijk, en ook de
vraag of de talen op een of andere manier
gerelateerd zijn, is nog niet definitief beantwoord. Dat de talen veel overeenkomsten
hebben komt mede door het Chinees, en
de hoeveelheid Chinese leenwoorden. De
overeenkomsten die er qua grammatica zijn
hebben ervoor gezorgd dat beide schrijftalen
een soortgelijke manier vonden om Chinese
karakters effectief te kunnen gebruiken.
Het grote verschil is tegenwoordig dat het
gebruik van hanja dramatisch is afgenomen
in Korea, terwijl kanji in Japan onverminderd
gebruikt wordt.
– Joachim van der Pol
DE VROUWELIJKE STRIJDERS VAN JAPAN
Volgens een legende in de Nihon Shoki, een
van de oudste boeken van Japan, leefde er
enkele honderden jaren geleden een vrouw
genaamd Jingū in Japan. Deze Jingū was een
keizerin daar zij getrouwd was met de 14e
keizer van Japan, Chūai, die vanaf 192 tot
200 regeerde. Jingū zou een set van heilige
juwelen in haar bezit hebben gehad die haar
in staat stelden de getijden te beheersen.
Toen haar man stierf in 200 gebruikte Jingū
deze juwelen om Korea binnen te vallen.
Haar aanval had succes en ze zou zelfs
zonder geweld te hebben gebruikt Korea
hebben overwonnen. Keizerin Jingū keerde
toen, na drie jaar in Korea, terug naar Japan.
Daar baarde ze eindelijk haar zoon Ōjin, die
al die tijd in haar buik had gewacht tot ze
klaar was met haar invasie. Ōjin zou na zijn
dood in de legendarische kami Hachiman,
de oorlogskami, zijn veranderd. Zo luidt
het verhaal van keizerin Jingū, de vrouw die
alom wordt beschouwd als de eerste onna
bugeisha, een vrouwelijke krijger.
Hoewel onze eerste krijgsdame inmiddels
als mythologisch figuur is bestempeld,
zijn er in de Japanse geschiedenis toch
een hoop onna bugeisha die wél in een
historisch verantwoord kader vallen. De
onna bugeisha waren vrouwen die onder
andere getraind waren in het gebruik
van de naginata, een soort speer, en in
tantōjutsu, een vechtstijl die gebruik
maakt van messen. Zij waren in staat
hun families te beschermen en vochten
soms zelfs zij aan zij met de mannelijke
samurai. Deze dames doen ten tijde
van de Genpei oorlog hun intrede in de
geschiedenisboekjes.
De Genpei oorlog startte in 1180 als
resultaat van de conflicterende interesses
van twee samurai clans, de Minamoto en
de Taira. Beide clans meenden over het
recht om Japan te regeren te beschikken.
In 1185 werd het conflict beslecht met de
val van de Taira clan en de oprichting van
de Kamakura bakufu.
太狸記 ・ 八 月 2018
In de Genpei oorlog, uiteindelijk gewonnen
door de Minamoto clan, vocht ook een zekere Tomoe Gozen mee. Tomoe was een
buitengewoon bekwame onna bugeisha en
kon vooral zeer goed met pijl en boog overweg. Door haar uitzonderlijke vaardigheden
op het strijdveld onderscheidde zij zich van
de reguliereonna bugeisha. Deze laatsten
vochten namelijk voornamelijk defensief en
maakten gebruik van de naginata, terwijl
Tomoe offensief en met het wapen van een
man, een katana, vocht. Dankzij haar talent
als strijder werd Tomoe tot generaal benoemd in de Minamoto clan. Zij zou samen
met haar meester Minamoto Yoshinaka,
met wie ze een verhouding zou hebben gehad, tegen de Taira clan ten strijde trekken.
Toen Tomoe in 1184 aan de slag van Awazu
deelnam, zou ze het volgens sommige verhalen met slechts 300 man tegen de Taira krijgsmacht van wel 6000 man hebben
opgenomen. Slechts zij en vier anderen
wisten dit gevecht levend uit te komen.
Voor haar geliefde, Minamoto, verliep dit
conflict minder goed, hij zou op dit strijdveld zijn laatste adem uitblazen.
Hoe Tomoe aan haar eind is gekomen,
blijft tot op heden giswerk. Sommigen
bronnen menen dat ze na afloop van de
slag van Awazu haar eigen leven heeft
genomen door middel van seppuku, een
rituele Japanse manier om zelfmoord te
plegen. Anderen zeggen dat ze na de strijd
haar wapens voorgoed naast zich heeft
neergelegden zichzelf als non aan het
boeddhisme heeft gewijd. Weer anderen
beweren dat ze bij het ontvluchten van
het slagveld werd aangevallen door
Wada Yoshimori. Deze zou haar hebben
overmeesterd en haar hebben gedwongen
18 / 19
zijn concubine te worden. Ook in deze
versie van het verhaal zou ze uiteindelijk
na de dood van Wada, non zijn geworden.
Tomoe Gozen ter paard
keizerlijke clan. Het duurde niet lang
of de Joshitai trokken, gewapend met
naginata, samen met de mannelijke
samoerai ten strijde in de slag van
Aizu. Deze slag zou meteen het eindpunt voor onze heldin betekenen,
aangezien zij tijdens deze strijd in het
hart werd geraakt door een vijandige
pijl.
Nadat de pijl zijn doelwit had getroffen en Nakano dodelijk gewond ter
aarde was gestort, riep de stervende
onna bugeisha haar zuster bij zich. Haar
laatste verzoek zou uiteindelijk een belangrijk lichaamsdeel betreffen. Opdat
Nakano’s hoofd namelijk niet bij wijze
van trofee door de vijand in beslag kon
worden genomen, vroeg Nakano aan
haar zus of zij haar hoofd af zou willen
snijden. De zus van Nakano willigde dit
verzoek in en heeft haar zusters hoofd
uiteindelijk onder een naaldboom bij
de Hōkaiji tempel begraven.
Een recreatie portretfoto van Nakano
Laat 18e eeuw vinden de verhalen over de
onna bugeisha een waardig einde bij een
vrouw genaamd Nakano Takeko. Zij was
een getalenteerd krijgsvrouw en dochter
van een ambtenaar van het Aizu domein.
Door haar vechtkunsten viel ze op en
Akaoka Dainosuke, martial arts meester
van Aizu domein, was zelfs zo van haar
onder de indruk dat hij haar in zijn familie
liet adopteren. Toen Nakano slechts 21
was, werd ze aangesteld als leider over de
Joshitai. Een speciale groep vrouwelijke
krijgers die waren benoemd vanwege de
langdurende broeierige relatie tussen de
Met de dood van Nakano zijn ook de andere onna bugeisha uitgestreden. Zo nemen we op een hoogtepunt afscheid van
deze dappere vrouwen, die de legende
van keizerin Jingū vele jaren eer hebben
aangedaan.
- Charlotte de Haan
太狸記 ・ 八 月 2018
20 / 21
JAPANSE MAKAKEN
Je hebt er misschien wel eens over gehoord:
de Japanse makaak (ニホンザル). Met zijn
dikke bruin grijze vacht en zijn rode gezicht
is hij een bekend aapsoort in Japan. Hij komt
vrijwel overal voor in Japan en hij staat bekend om zijn sociaal gedrag en om zijn rol in
de Japanse cultuur.
Sociaal gedrag
De Japanse makaak leeft in groepen die
bestaan uit enkele dominante mannen,
meerdere vrouwen en hun jongen. De vrouwtjes blijven voor altijd in dezelfde groep
en heerst er een duidelijk hiërarchie in de
groep. Zo wordt de rang van de aap bepaalt
door de rang van zijn of haar moeder en
niet door agressie en kracht. De nakomelingen nemen automatisch de positie van hun
moeder over. Alleen de mannelijke makaken verlaten de groep als ze een 4-jarige
leeftijd hebben bereikt. Echter als de groep
te groot wordt, splitst de groep zich en komt
er een nieuw groep bij.
De makaken communiceren met elkaar
door middel van kreten en lichaamstaal. Zo
gebruiken ze bijvoorbeeld het optrekken
van hun wenkbrauwen, het openen van hun
mond en het toekeren van de rug om te
dreigen, hun rang aan te duiden in de groep
of om angst en affectie te tonen. Daarnaast
vlooien de dieren elkaar om te ontspannen.
Dat doen ze door stoffen, dode huidcellen
en parasieten uit de vacht te halen.
Eigen cultuur
Er wordt van de Japanse makaken gezegd
dat ze een eigen cultuur hebben die ze
doorgeven aan de volgende generaties. In
1952 hebben onderzoekers op het eiland
Koshima een onderzoek gedaan naar het
ontstaan van nieuwe gedragspatronen.
Zo hebben ze op het eiland een zoete
aardappel neergelegd op zand en lokten
ze daarmee een vrouwtjes makaak die de
zoete aardappel omspoelde met water om
het zand dat erop zat te verwijderen. Al snel
deden de andere Japanse makaken haar
na en werd het uiteindelijk een gewoonte
en daarmee een nieuwe traditie. Een ander
opmerkelijk gewoonte is het maken van
sneeuwballen in de winter als een sociaal
spel.
太狸記 ・ 八 月 2018
De Japanse makaken in de Japanse cultuur
De Japanse makaken komen in Japan ook
voor in onder andere Japanse kunst, religie,
gezegdes en idiomen in de Japanse taal en ook
in Japanse volksverhalen. In het Shinto geloof
bijvoorbeeld verschijnt een mythisch figuur
genaamd Raijū (雷獣; donderbeest) soms
als aap om Raijin, (雷神; god van de donder)
gezelschap te houden. Daarnaast komt de
Japanse makaak ook voor in Japanse sprookjes
zoals Momotaro en in de fabel ‘de krab en
de aap’ dat ook bekend staat als ‘het gevecht
tussen de aap en de krab’.
De Japanse makaken bezoeken
Er zijn in Japan een aantal mogelijkheden om
de Japanse makaken van dichtbij te kunnen
zien. In onder andere Arashiyama in Kyoto is
er een park genaamd, Monkey park Iwatayama. Daar kan je de apen bezoeken en foto’s
van ze maken als je de top van de berg hebt
bereikt. Omdat de berg ongeveer 109 meter
is, wordt het aangeraden om wandelschoenen
te dragen. Naast de Japanse makaken kan je
ook herten en vogels zien en ook natuurlijk
genieten van de natuur en het uitzicht van de
stad Kyoto vanaf de top van de berg.
22 / 23
Er is ook de gelegenheid om voer voor de
apen te kopen voor weinig geld. Ze mogen
echter alleen gevoerd worden als ze
achter de kooi zijn. Ze eten onder andere
bladeren, vruchten en insecten.
Een andere plek waar je de apen kan
bezoeken is in het Monkey park, Jigokudani Yaenkoen in Yamanouchi in Nagano.
Je had waarschijnlijk nog nooit van de
naam gehoord, maar wel dat erin Nagano een plek is waar de Japanse makaken
kan zien baden in de warmwaterbonnen.
Sinds dat het park in 1964 geopend is,
komen er elk jaar duizenden bezoekers
vanuit de hele wereld langs om de apen te
komen bezoeken. Deze Japanse makaken
kunnen wintertemperaturen van -15 graden Celsius overleven door in de Onsen te
zitten. Om het park te bezichtigen betaal
je 800 yen, maar als je er niet heen kunt,
kan je ook via hun eigen website een live
streaming volgen om de apen in de Onsen
te zien.
- Ko Nakamori
DEATH NOTE
2017: WAS
HIJ ECHT ZÓ
SLECHT?
Death Note is één van de meest alom geprezen
animeseries. Ook bij de algemene massa redelijk
dan wel niet vagelijk bekend, Death Note is een
tijdloze klassieker, onmisbaar in het oeuvre van
al die zich een animefan durven te noemen. Tien
minuten durende monologen zijn nog nooit zo
bloedstollend geweest als in Death Note, tot
leven gebracht door dynamische stemacteurs en
begeleid door een soundtrack van gregoriaans
gezang. Een unieke, genreoverstijgende serie, en
tegelijkertijd een typische klassieke anime.
De lat lag dus hoog voor de 2017 Netflix motion
picture adaptatie. Want ja, in dit tijdperk van
reboots en online streaming services, ontkomt ook
dit enigszins obscure bronmateriaal niet aan de
Moderne Behandeling.
Boven: De officële poster van de Netflix film
Death Note 2017
Voor degenen onder ons die het verhaal niet
kennen: Een geniale tiener komt in het bezit van
een Death Note, en kan hiermee mensen laten
sterven door simpelweg hun naam in het boek
te schrijven. Deze kracht wil hij gebruiken om de
wereld te zuiveren van criminaliteit, maar uit de
handen van de autoriteiten blijven wordt al snel
ingewikkeld.
Baby Death Note (2017) werd eind augustus ter
wereld gebracht. De dokters bekeken hem met
enige interesse, waarna men collectief besloot
hem voor de deur van het weeshuis te leggen.
‘’An insult.’’ ‘’A disservice to the original.’’ ‘Nothing
like the real Death Note.’’ Deze klaagzang steeg
massaal op de kelen van verontwaardigde fans.
Niet te geloven dat men hen zo’n troep durfde voor
te schotelen! Ik moet zeggen dat deze reactie me
verbaasde. Laat me daarbij wel meteen zeggen dat
de film beslist niet góéd was. Maar een brandende
mislukking was het ook niet. Het gaat me hier over
het verschil tussen een zes en een één.
太狸記 ・ 八 月 2018
24 / 25
de film vindt plaats op prom night, en ook de
hedendaagse setting is terug te vinden, in
een overdaad aan neon. Toegegeven, neon is
retro, maar het heeft de afgelopen jaren zeker weten een comeback gemaakt in cinema.
Death Note anime, zoals we hem kennen
Wat is Death Note (2017)? Is hij zo slecht als
men beweert? Heeft hij zichzelf deze minachting en spot op de hals gehaald, of is dit
het gekrenkte ego van fans dat spreekt? Laten we het projectiel Death Note 2017 eens
bekijken voor wat het is en wat het doet,
zonder vooringenomen mening.
Death Note (2017) is een adaptatie. Een adaptatie brengt altijd verandering aan in het
origineel. Soms zijn dit kleine tweaks om de
overgang van de ene format naar de andere
te versimpelen. Soms betekent het zeer los
inspiratie uit het origineel halen en dit gebruiken voor een compleet nieuw eigen werk.
In het geval van Death Note (2017) is de
meest in het oog springende verandering de setting van een Japanse setting naar
hedendaags Amerika. Dit is vrij opzichtig
gedaan: Het vriendinnetje van hoofdpersoon Light is een cheerleader, zijn vader is de
all-american politiechef, en Light zelf is een
ongemakkelijke emo. Light’s eerste slachtoffer is een stereotype jock bully, de climax van
Het omzetten van aziatisch naar westers is
het uitgangspunt van de film, en wat hem in
beginsel onderscheid van het origineel. De
hoofdpersoon van dit verhaal is dan ook een
hedendaagse Amerikaanse knul geworden:
Light Yagami heet nu Light Turner. Turner is
een niet bijzonder slimme jongen met een
puberale blik op het leven. Hij koestert een
millennial-achtig wantrouwen tegenover de
politiek, samenleving en politie. Hij draagt
ook een persoonlijk trauma met zich mee:
zijn moeder is vermoord, en de dader is er
door een gehaaide advocaat mee weggekomen. Deze twee dingen drijven hem ertoe
te Death Note te gebruiken. Vervolgens zijn
de Death God Ryuk en het psychopatische
vriendinnetje Mia degene die hem haast tegen zijn wil door het moorden slepen. Hij is
een naïeveling, die de Death Note gebruikt
met een versimpeld idee van goed en kwaad,
en de ware implicaties van zijn handelingen
niet snapt.
Light Yagami uit het origineel daarentegen
was een verveeld meesterbrein, wachtend
op uitdaging. De Death Note gaf hem de kans
zijn brein aan het werk te zetten. Hij had een
zwaar superioriteitscomplex en een honger
naar macht en erkenning. Light Yagami heeft
ook een versimpeld idee van goed en kwaad,
maar zijn noties van goed en kwaad zijn niet
meer dan een schijnvertoning. Hij greep het aan als moreel excuus
om mensen aan zich te onderwerpen, om
met levens te spelen. Hij schreef zichzelf
goddelijke eigenschappen toe: het moest wel
voorbestemd zijn dat Hij de Death Note in
handen zou krijgen, wie anders zou de kracht
hebben hem op de juiste manier te gebruiken? Hij ontpopt zich bij de eerste de beste
kans tot kwade genius.
show. Het intellect, de mind games. Alles past
precies in elkaar, en het kleinste foutje kan
je fataal worden. In de film zie je hier niets
van terug. Light blundert wat af, en detective
L zo mogelijk nog meer. De slip-ups komen
als notitieboekjes uit de lucht vallen. Hun kat
en muisspel is een zooitje.
Yagami denkt altijd twee stappen vooruit,
Turner is impulsief. Yagami is berekend, Turner is driftig. Yagami weet precies waar hij mee
bezig is, Turner heeft geen idee waar hij aan
begint.
De film gaat meer voor een coming-of-age
story, een verhaal over goede intenties en
menselijke fouten. In de context van honderden moorden slaat dit echter als een
tang op een varken. Het resultaat is een onsamenhangend geheel, een moordmysterie
dat een high school flick wilt zijn. Er is geen
balans, geen voortstuwende kracht. En heel
diep neemt deze film ons ook niet mee in
zijn nieuwe wending. Het verhaal is warrig, de
personages worden niet goed neergezet, er
worden steeds nieuwe factoren geïntroduceerd. De anime is messcherp. De film is als
brood snijden met een lepel.
Het karakter van Light is fundamenteel aan
de anime. Een even geniale detective komt
Light op de hielen, en het kat en muisspel
tussen de twee is de grote charme van de
Toch waardeer ik de film voor wat hij
probeerde te doen. Er zaten zeker een aantal
interessante elementen in, een paar goede
‘‘De film gaat meer over een comingof-age story, een verhaal over goede
intenties en menselijke fouten.”
太狸記 ・ 八 月 2018
scènes, een stel grappige details. Het personage van Light’s vader werkte goed in deze
Amerikaanse setting, en Ryuk was geweldig
neergezet door Willem Dafoe. Het camerawerk was mooi om naar te kijken en de sterfgevallen waren interessant in beeld gebracht.
Soms werkt iets wel en soms werkt het niet.
Er zijn een aantal geweldige projecten voortgekomen uit adaptaties. The Godfather, Hunger Games, Howl’s Moving Castle, om er een
paar te noemen. Deze keer was het resultaat een tegenvaller, maar het hart zat op de
juiste plaats bij de makers. Ik vind het onzin
dat we dat soort films ontmoedigen en filmmakers van alles verwijten. Ze wilden iets vernieuwends maken dat leuk was om naar te
kijken, is dat zo’n misdaad?
Dit alles gezegd hebbende hoef ik de film
nooit meer te zien, en heb ik steeds meer zin
om de anime nog eens te herkijken.
- Marie Groen
26 / 27
VAN HET PAD AF: TANUKI IN SANUKI
Japan en Korea zijn plekken van mysterie en avontuur, waar je ‘terug in de tijd’ kan gaan,
prachtige natuur kan bewonderen, de modernste technologie kan aanschouwen, en waar je
totaal andere cultuur kan ervaren. Toch blijven veel gebieden onverkend door toeristen, ondanks
het feit dat deze gebieden vaak een hoop te bieden hebben. In deze rubriek wijken wij van het
gebruikelijke pad af en zetten wij deze onverkende plekken uit Japan en Korea in de schijnwerper.
讃岐国・讃州 (Sanuki-no-kuni・Sanshuu)
Het Kagawa prefectuur (香川県; kagawaken), vroeger de provincie Sanuki, staat in
eerste instantie bekend om haar udon. In de
Japanse volksmond is dit prefectuur dan ook
wel bekend onder de naam うどん県 (udonken); het udon prefectuur. Kagawa is tevens
ook het kleinste prefectuur in Japan, en heeft
als hoofdstad Takamatsu (高松). De zee
rondom het Kagawa-prefectuur bevat talloze
kleine eilandjes die vanuit de haven van
Takamatsu te bereiken zijn. Elke 3 jaar is er
een kunstfestival, de Setouchi Triennale, met
tentoonstelling verspreid over verschillende
eilandjes en steden in en rondom de Japanse
binnenzee (瀬戸内海; setouchikai). In 2019
vindt het festival voor de vierde keer plaats,
kunstwerken van de voorgaande jaren zijn
echter ook nu nog te bewonderen.
In de hoofdstad Takamatsu is de Ritsurin
tuin (栗林公園; riturin kouen) de grootste
toeristische trekpleister. De tuin is in de
Edo-periode door lokale daimyo aangelegd
en sindsdien meerdere malen uitgebreid.
Tegenwoordig staat het bekend als één
van de mooiste tuinen van Japan. Verder
kent Takamatsu verschillende musea, zoals
bijvoorbeeld het Kagawa museum (香川県
立ミュージアム; kagawa kenritsu myuujiamu),
het Takamatsu kunst museum (高松美術館;
takamatsu bijutsukan), en Shikoku mura (四国
村). Ook vind je vlakbij Takamatsu station het
Tamamo Park (玉藻公園; tamamo kouen),
太狸記 ・ 八 月 2018
waar de ruines van het oude Takamatsu
kasteel (高松城; takamatsujou) te vinden zijn.
Het is een van de weinige Japanse kastelen
die aan de waterkant is gebouwd, en de
slotgrachten bevatten water uit de Japanse
binnenzee.
Het Kagawa prefectuur huist 22 van de 88
tempels van de Shikoku pelgrimsroute.
Een van deze tempels, Yashima-ji (屋島寺),
is gelegen op de berg Yashima, welke een
mooi uitzicht over Takamatsu en de Japanse
binnenzee biedt. Een bezoek aan Yashima-ji
is goed te combineren met een bezoek aan
het bovengenoemde Shikoku mura, welke
aan de voet van de berg ligt. De top van
Yashima is te bereiken met bus of auto, maar
ook lopend is het goed te doen.
De Konpira schrijn (金刀比羅神社; kotohirajinja) ligt net als Yashima-ji op een berg,
en bied ook een mooi uitzicht over de
Japanse binnenzee en de brug die Kagawa
en Okayama prefectuur verbindt. Om bij
de hoofdschrijn te komen moet je 785
treden beklimmen. Op de weg naar boven
28 / 29
kom je verscheidene kleinere schrijnen en
gebouwen tegen. Voor wie nog energie over
heeft na de klim naar de hoofdschrijn is er
ook nog de okusha (奥社). Hiervoor moet je
vanaf de hoofdschrijn nog eens 583 treden
beklimmen. Op het moment van schrijven
is de weg naar de okusha door een tyfoon
tijdelijk onbegaanbaar.
Het is vanzelfsprekend dat een bezoek aan
Kagawa niet compleet is zonder een keertje
udon te hebben gegeten. In Takamatsu
zijn veel udon-restaurants te vinden, zowel
in de buurt van het station als in de vele
winkelstraatjes (商店街; shoutengai). Een
aanrader is niku-udon (肉うどん) bij Mendokoro
Wataya (麺処綿谷).
Het Kagawa prefectuur kent een rijke historie
waar je in de musea in Takamatsu bekend
mee kan raken. Ondanks dat het het kleinste
prefectuur van Japan is heeft het veel te
bieden, er is voor ieder wat wils.
– Joachim van der Pol
TANUKITCHEN: SOONDUBU JJIGAE
Als er één ding is waar Tanukianen van houden, naast anime en kpop, dan is het wel eten. En dan
vooral Koreaans en Japans eten natuurlijk! Laat de keukenprins of keukenprinses eens in je los en
probeer het volgende recept:
Ingrediënten voor 3-4 personen
- 400 gram champignons
- Een middelgroot stuk tofu, ongeveer
- 250 gram
+/- 10 gram Hodashi
- 1 á 2 eetlepels Sojasaus
- 1 á 2 eetlepels Gocharu of chilipoeder
- 1 á 2 eetlepels sesamolie
- extra sesamzaadjes indien gewenst
- 2 teentjes knoflook
- 1 ei
- 1 lente-ui voor garnering
- Rijst voor erbij
JJIGAE 잡채
Jjigae is één van de meest essentiële gerechten in je Koreaanse Cuisine-repertoir. Het
wordt vaak geassocieerd met koude dagen en
warme huizen, gezelligheid en vooral met EEN
GEWELDIGE SMAAK. Jjigae is stoofpot, en wat
eigenlijk het fijne is aan stoofpot is dat je er in
kan flikkeren wat je maar wilt. Populaire ingrediënten voor de Jjigae zijn kimchi, vlees en vis,
maar ook deze variant met zachte tofu komt
vaak voor. Het is een simpele maaltijd die je in
één pan maakt (of twee met rijst erbij), minder dan een halfuurtje kost en, dit moet even
benadrukt worden, HEEL ERG LEKKER IS.
Voor deze Soondubu Jjigae zijn de hoofdingrediënten Tofu, champignons en Hodashi. Ik heb
alle speciale ingrediënten bij de Nieuwe Wereld
toko in Leiden gehaald. De tofu is het beste vers
en extra zacht. Hodashi is de Japanse versie van
太狸記 ・ 八 月 2018
een maggiblokje, een soepbasis gemaakt met
vis. De geur is sterk maar het smaakt heerlijk.
Ook de Gocharu, red pepper flakes, heb ik bij
de toko gehaald. Wij vonden één eetlepel al
vrij pittig, maar dappere zielen kunnen volgens de asian way koken en er twee lepels
bijgooien (geheel op eigen risico.).
RECEPT
Begin met het voorbereiden van de tofu.
Deze moet je eerst laten uitlekken, dit doe
je door de tofu in een (schone) theedoek
te wikkelen en er iets zwaars zoals een
pan op te zetten (het werkt beter als je de
tofu eerst in plakken snijdt). Laat dit 10 minuten zo staan en snijdt hem vervolgens in
blokjes. Gooi de stukjes vervolgens in een
bakje met de sesamolie, Gocharu, gesneden teentjes knoflook, sojasaus en één zakje
(á 5 gram) Hodashi. Hussel het goed door
elkaar en laat dit 15 minuten marineren.
Ondertussen kun je de Jjigae gaan klaarmaken, breng hiervoor 700 mililiter water
aan de kook en voeg hieraan de gesneden
30 / 31
champignons en een zakje Hodashi toe.
Vergeet niet dat ergens tussendoor ook rijst gekookt moet worden.
Als alle kruiden goed in de tofu getrokken
zijn, kun je deze aan de stoofpot toevoegen. Vervolgens moet deze nog zo’n tien
minuten trekken, ondertussen kun je de
lente-ui snijden, de rijst afgieten en alvast
je zooi opruimen.
Als de tofu zacht is en de jjigae lekker doorpruttelt, kun je het ei toevoegen. Breek het
simpelweg boven de pan en laat het in de
jjigae vallen, het pocheert vanzelf. Dek de
tafel terwijl het ei kookt, en jaja, het is zover,
etenstijd. Je kunt de soondubu jjigae in een
kom eten en de rijst erbij gooien, of de rijst
op borden serveren en er telkens een beetje jjigae bijscheppen vanuit de grote pan.
Vergeet niet je gepocheerde ei op te diepen
en mooi bovenop te leggen, samen met wat
gehakte lente-ui. Jal Meokkeseumnida!
-Marie Groen
KATERN:JAPAN
SHOUTENGAI: KARAKTERISTIEKE WINKELSTRAATJES
De Journal wisselt artikelen uit met Katern: Japan! Een blog met de meest heldere informatieve
leeshapjes over Japan en dit keer brengen we je een artikel geschreven door Tom Omes
Het moment waarop je niet alleen fysiek, maar ook mentaal in Japan landt, is voor
iedereen verschillend. Denk bijvoorbeeld aan de eerste hap van een verse onigiri,
een rit met de Yamanote-trein, of de eerste kom miso-soep. Maar hoewel ook die
ervaringen mijn hart zeker sneller doen kloppen, is er één moment waarop voor mij alles
gevoelsmatig op zijn plek klikt: bij het betreden van een shoutengai.
太狸記 ・ 八 月 2018
De term shoutengai betekent letterlijk
‘winkelgebied’. Nu zijn die er in Japan in
veel soorten en maten: van de enorme
warenhuizen naast en onder de stations van
Tokyo en Osaka, tot de kleine winkelstraatjes
in slaapstadjes aan de randen van deze
wereldsteden: niet vinden wat je zoekt is
een ware uitdaging. Een shoutengai valt daar
precies tussen.
Wie wel eens in Japan is geweest, kent
het verschijnsel: een langgerekte en vaak
overdekte winkelstraat, die enkel toegankelijk
is voor voetgangers. Aan weerszijden
bevinden zich alle soorten winkels waar
lokale bewoners behoefte aan zouden
kunnen hebben. Want hoewel het zeker in
de grote stad makkelijk is om voor bepaalde
benodigdheden even de metro of trein naar
een ander stadsdeel te pakken,
32 / 33
doen de meeste Japanners dat in de praktijk
liever niet. En waarom zouden ze ook, als in
de lokale shoutengai alles te krijgen is wat ze
nodig hebben?
Wat maakt een shoutengai
ShoutengaiHoewel er geen vaste regels
zijn voor wat een winkelstraat tot shotengai
maakt, hanteert de Japanse MKB-vereniging
een minimum van 30 winkels en restaurants
die dicht bij elkaar gevestigd zijn. Wanneer je
van deze definitie uitgaat, zijn er door heel
Japan meer dan 12.000 shoutengai. Een
typisch exemplaar bevat een supermarkt,
kapper,
postkantoor,
boekenwinkel,
kledingboetiek, konbini, izakaya, restaurant
en vaak een koban (het kantoortje van de
wijkagent).
Daardoor vervult een shoutengai, zeker in
wat kleinere steden, een sociale functie.
Vergelijk het met de Nederlandse buurtsuper
of sigarenboer, waar de uitbater weet wiens
ouders ziek zijn, waar een baby was geboren
en welke scholieren onlangs hun diploma
hebben gehaald. Zo ging dat in shoutengai
ook: mensen kwamen elkaar daar tegen,
zeker in de jaren na de Tweede Wereldoorlog.
Want hoewel shoutengai al in de jaren ’20
en ’30 ontstonden, werden ze door de
economische welvaart pas echt populair: veel
Japanners, met name vrouwen, deden al hun
boodschappen decennialang in shoutengai.
Neergang
Veel van de bovengenoemde buurtsupers,
sigarenboeren en andere middenstanders
zijn de afgelopen jaren kopje onder gegaan
in Nederland, weggeconcurreerd door
ketens die vergelijkbare waren goedkoper
kunnen aanbieden. Ook in Japan kost dat veel
onafhankelijke winkels de kop. De toename
van online aankopen draagt daar eveneens
aan bij. En dan is er nog het feit dat veel
winkeleigenaren niemand hebben om hun
winkel aan over te dragen: jongere generaties
voelen totaal niet de behoefte om winkels
met zo weinig toekomstperspectief over te
nemen.
Dat kan niemand ze eigenlijk kwalijk nemen,
maar het leidt wel tot steeds meer gaten
in shoutengai, die in de volksmond steeds
vaker shatta dori worden genoemd: ‘gesloten
straten’. In een enquête die de Japanse MKBvereniging hield onder 1441 respondenten,
gaf bijna de helft aan dat in de shoutengai
bij hen in de buurt meer dan 10 procent
van de winkels leegstaat. 602 respondenten
stelden bovendien dat winkels de afgelopen
vijf jaarsneller sloten dan voorheen. Als dat
zo doorgaat, kan het met deze typische
winkelstraat snel gedaan zijn. En dat zou
zonde zijn, vindt ook de Japanse overheid,
die ook inziet dat de shoutengai niet alleen
de broodnodige producten aanbieden,
maar lokale gemeenschappen ook bij elkaar
houden.
太狸記 ・ 八 月 2018
Daarom is er subsidie beschikbaar gesteld,
enerzijds om te voorkomen dat in kleinere
winkelstraten teveel leegstand voorkomt,
anderzijds om ervoor te zorgen dat in de
grote, beroemde shotengai de kleine en
lokale winkels niet volledig door ketens
worden vervangen.
Beroemde voorbeelden
Eén van die beroemde winkelstraten is de
Shinsaibashi-suji in Osaka, die zich uitstrekt
van Ebisu-bashi, de beroemde brug over
het Dotonbori-kanaal, tot metrostation
Shinsaibashi. Dat is een afstand van 600
meter – ruwweg de lengte van de Kalverstraat,
maar dan overdekt. Zeker op drukke dagen,
wanneer je er voetje voor voetje doorheen
moet schuifelen, lijkt er geen eind aan te
komen. En dat is zeker geen straf: op die 600
meter vind je alles dat je nodig hebt. Vanwege
de gunstige ligging in Osaka zitten er in deze
shoutengai wel wat meer ketens, maar de
overkapping, over elkaar heen schreeuwende
verkopers en lokale – sorry voor het woord –
rommelwinkeltjes geven het geheel toch dat
onmiskenbare shoutengai-gevoel.
Een ander exemplaar dat je zeker niet
mag overslaan, bevindt zich in Asakusa,
in de buurt van de Senso-ji. Hoewel de
Asakusa Hisagodori geliefd is, vooral onder
binnenlandse toeristen en lokale bewoners, is
de Asakusa Chika-gai helemaal bijzonder: dit
ondergrondse winkelcentrum werd geopend
in 1955 en is daarmee het oudste van
Japan. De Chika-gai is makkelijk bereikbaar:
vanaf het metrostation van Asakusa, op
de Ginza-lijn, loop je er zo binnen. Deze
shoutengai toont zijn leeftijd: de plafonds
zijn bijna claustrofobisch laag, hier en daar
34 / 35
lekt regenwater door spleten naar binnen
en op de muren zijn de leidingen, draden en
reclameborden van decennia geleden nog
gewoon zichtbaar. Hoewel je er niks kunt
krijgen wat bovengronds (of elders onder de
grond) niet verkocht wordt, zijn de prijzen er
laag en waan je je zonder enige inspanning in
de jaren ’50.
Precies dat is de charme van shoutengai: ze
voelen als de setting van een Ghibli-film. Net als
die animatiefilms, doen ze je terugverlangen
naar een tijd die je niet noodzakelijkerwijs
meegemaakt hoeft te hebben om deze te
kunnen waarderen. Alleen daarom al is het
goed dat de Japanse overheid probeert te
voorkomen dat ze verdwijnen.
- Tom Omes
WTF JAPAN & OMG KOREA
Lopen je conversaties de laatste tijd niet zo lekker? Ben je op zoek naar nieuw gespreksvoer?
De Journalcommissie brengt je weer het leukste WTF Japan & OMG Korea nieuws!
WTF JAPAN: JAPAN VERKENNEN ALS VIERVOETER
Google is niet vies van af en toe van een
gare actie zo op z’n tijd. In 2014 liet het
bijvoorbeeld een rits aan Pokémon los in
Google Maps als een soort speurtocht om ze
allemaal te ontdekken. In Japan heeft Google
nu wederom een nuttige functie toegevoegd,
dit keer aan Google Street View. Akita, een
prefectuur dat grenst aan Aomori, is de
geboorteplaats van het Akita hondenras. De
beroemdste Akita hond is natuurlijk Hachikō,
die in Ōdate is geboren. Dat is reden genoeg
voor Google om dit plaatsje in het zonnetje
te zetten. Google heeft een aantal honden
met camera’s door het stadje laten lopen,
waardoor je nu via Google Street View zelf
Ōdate kan bekijken uit het oogpunt van deze
honden. Mocht je altijd al hebben willen
ervaren hoe het zou zijn om ter hoogte van
een mensenknie als een viervoeter door een
Japanse stad te slenteren, dan is nu je kans.
Het is goed om te horen dat een van de
grootste bedrijven van de wereld in dit soort
belangrijke zaken investeert.
- Zeno Zonneveldt
太狸記 ・ 八 月 2018
OMG KOREA: IDOLEN OP DE ATHLETIEKBAAN
Heb jij je ook wel eens afgevraagd hoe het zou
zijn als je favoriete K-Pop idolen meededen
aan de Olympische Spelen? Ik ook niet! Toch
is dit precies wat je kunt zien in het programma ‘Idol Star Athletics Championships’. Het
programma wordt al sinds 2010 twee keer
per jaar uitgezonden door MBC, met uitzondering van dit jaar, toen in oktober bekend
werd gemaakt dat de tweede aflevering van
2017 gecanceld was in verband met stakingen bij MBC. In het programma worden Koreaanse beroemdheden, voornamelijk popidolen, ingedeeld in teams die allerlei sporten
doen en proberen medailles te winnen. De
idolen beoefenen een grote hoeveelheid
sporten, waaronder basketbal, boogschieten,
hordelopen en hoogspringen.
Het programma is een zeer goede gelegenheid voor idolen om populairder te worden
De show heeft hoge kijkcijfers en dit maakt
het voor beroemdheden lastig om nee te
zeggen als ze gevraagd wordt mee te doen.
Het programma is erg populair, maar het is
ook controversieel. Veel fans klagen dat de
idolen makkelijk gewond kunnen raken bij de
sporten en dat dit invloed kan hebben op, bijvoorbeeld, een aankomende comeback. Dit
jaar hebben de programmamakers extra re-
36 / 37
kening proberen te houden met deze klacht,
door ‘close contact’ sporten zoals worstelen
uit het programma te halen.
De ‘Idol Star Athletics Championships’ bieden
fans de kans om onder andere hun favoriete
K-Pop groepen te zien samenwerken. Daarnaast illustreert het programma dat je favoriete idolen echt álles perfect kunnen.
- Florentine Schoemaker
PROMOTIE
CARTOON
Concept en tekeningen door Matej Simic
Ga naar www.instagram.com/egakuma/ voor meer tekeningen van Matej!
‘S AVONDS
EEN MAN,
‘S OCHTENDS
EEN MAN!
Een Tanuki activiteit is géén geldige
reden om te laat, of helemaal niet, te
komen bij college. Wees verstandig,
wees een man óf een vrouw!