TaTanukiKi 2015-2016--3
Media
Part of 2015-2016 | 3
- Titel
- TaTanukiKi 2015-2016--3
- extracted text
-
太狸記
LVSJK Tanuki / 三十四周年 / 四月
太狸記・ 四月号
1
社説
Colofon
JOURNALCOMMISSIE
Voorzitter:
Lauren Liebe
Secretaris:
Dorien Heerink
Eindredactie:
Vincent Meijer
Editorial van de hoofdredacteur
Beste leden,
Leden:
Sander Breeuwer
Jerry da Costa
Kris van der Klaauw
Caitlin Moor
Hannelieke Soppe
REDACTIELEDEN
Hoofdredacteur:
Lauren Liebe
Vormgeving:
Lauren Liebe
Eindredactie:
Vincent Meijer
BESTUUR VAN TANUKI
Praeses
Luc van der Beek
Ab-actis:
Hannah Jansen
Vice-Praeses &
Assessor Extern:
Steffen de Jong
Assessor
Intern:
Lauren Liebe
Assessor
Eerstejaars:
Inge van Son
COMMISSIES
Acquisitiecommissie:
Steffen de Jong
Eerstejaarscommissie:
Inge van Son
Feestcommissie:
Fred Dillmann
Jaarboekcommissie: Britt Blom
Kampcommissie:
Dinette van der Weit
Kunst- en
cultuurcommissie: Jacqueline Schaepman
Reiscommissie:
Soraya Schilte
RAAD VAN TOEZICHT
Voorzitter:
Albert Tiemersma
Leden:
Vincent Meijer
Gise van den Wildenberg
2
Inmiddels zijn onze lieftallige tweedejaars
Japanologen vertrokken naar het zonnige
Kyushu, waardoor het opeens wel erg rustig
lijkt in de wandelgangen en ik me tot mijn
schrik realiseer dat er alweer bijna een
collegejaar op zit. Waar gaat de tijd toch heen..
Terwijl de derdejaars zwoegen op hun pièce de
résistance, met uiteenlopende onderwerpen
zoals de doodstraf, Abenomics, de strijd
van de buitenlandse werknemers of Tweede
Wereldoorlog films, kan ik eigenlijk niet wachten
op de eindresultaten. Een scriptie schrijven is
meer dan alleen wanhopen, want ik weet zeker
dat het voor ieder tot iets moois zal leiden!
Vergeet dus niet een rustmomentje te pakken en
te genieten van deze journal. Groetjes!
Heb je zelf nog ideeën voor artikelen, mail dan naar
journal@tanuki.nl - Lauren Liebe
太狸記・ 四月号
Op de voorkant
目次
Dit jaar zal een Japans of Koreaans
instrument de voorkant sieren.
Inhoud
shamisen (三味線)
De shamisen is een Japans
snaaristrument met drie snaren.
Het instrument wordt niet alleen
als ondersteuning gebruikt tijdens
tradionele voorstellingen zoals bunraku
of kabuki, maar ook door hedendaagse
rock- of jazzmuzikanten.
Heb jij fotografisch werk dat je wilt delen
met iedereen? Stuur ideeën voor een cover
naar journal@tanuki.nl en wellicht siert
jouw werk de volgende TaTanukiKi!
“Als je hoofd er niet
meer in past, dan moet je
stoppen.”
- Kayleigh Herbrink
TANUKI SHINBUN
Tanuki Gala: Drooglegging
Japanweek
4
6
JAPAN & KOREA
Het einde van de Koreaanse samenwerking 8
Religie in Japan
10
Pokémon en de echte wereld
12
K-pop in de jaren 90
14
Idolen en controverse
16
Japan’s technologie
19
MEDIA
Retrospective Nihon Falcom
21
COLUMNS
De draad van de spin
Japanese Public Speaking Contest
Wat de boer niet kent...rupsen?!
Ask Anky
Art by Urla
23
24
25
26
27
“Dan heb je driekwart ass.”
- Jimmy van Duuren
“Nee, dan heb ik helemaal
ass.”
- Mehrdad Mehrafar
太狸記・ 四月号
3
Tanuki gala: Drooglegging
19 februari 2016, de drooglegging bereikt
een nieuw dieptepunt wanneer talloze
studenten te Leiden te diep in het glaasje
staren achter de gesloten deuren van het
beruchte etablissement de Four Reasons.
Het was een spektakel van jewelste. Nadat
studenten van de Leidse verenigingen voor
respectievelijk Japanologie, Sinologie en
Ruslandkunde zich verzamelden op de locatie
werden de spreekwoordelijke vaten aangeslagen
en vloeide de drank rijkelijk. De trommelvliezen
van de studenten bleven niet onaangeroerd
want de diskjockey Cheeky Nando liet
zijn zoete klanken uit de geluidsinstallatie
stromen en al snel zwierden studenten rond
als ijs in de bodem van een glas whiskey.
In het jaar 2016 dansen studenten niet
langer de Walts of Charleston, maar benen
en armen gaan alle kanten uit op de maat
van de muziek zodat het geheel aandoet als
4
een soort moderne symfonie van ledematen.
Dit is te meer het geval wanneer Sundaze
aantreedt en de diskjockey zijn podium verlaat.
Deze ‘rockband’, een meer recent fenomeen
overgewaaid uit de Amerikaanse blues-cultuur
en muziek, doet het publiek versteld staan
met muzikale kunsten en weet het gewoel
op de dansvloer goed in stand te houden.
Terwijl de nacht voortduurt en de fusten
geleegd worden neemt de laatste diskjockey
van de avond zijn plek op het podium al weer
in, Ray Joonatan Poohjanheimo speelt de
muziek die de rest van de nacht levendig houdt.
Dezelfde diskjockey luidt de vroege morgen
in en de trek huiswaarts van stamelende en
schommelende studenten die in de koude
nacht weer nuchter zullen raken, terwijl ze
door nachtelijke overlast de wereld opnieuw
de gevaren van alcohol voor onze ordelijke en
kuise samenleving laten zien. - Vincent Meijer
太狸記・ 四月号
太狸記・ 四月号
5
Japanweek
In de eerste week van maart was het elke
dag feest: het was Japanweek. De KCC van
Tanuki heeft een breed assortiment aan
evenementen georganiseerd dat uiteenliep
van Japanse verhalen tot een live concert en
van een potje mahjong tot een potje voetbal.
Er werd zelfs gedacht aan de hongerige
magen van de arme studenten: deze werden
tegen een bescheiden vergoeding gevuld
met
omuraisu
(オムライス:
gebakken
rijst met omelet en ketchup) en pudding.
Dag 1: Japanse Verhalenverteller
De Japanweek werd op maandag geopend
door de verhalenverteller Gerard Jellema
met een koffer vol Japanse volksverhalen,
oorsprongsverhalen
en
griezelverhalen.
Zo vertelde hij het verhaal van Susanoo,
de broer van de zonnegodin Amaterasu,
die een zevenkoppige draak moest verslaan
om vergiffenis van zijn zuster te krijgen.
Daarnaast bracht hij het verhaal van de
kraanvogel die haar gezondheid opgaf om de
man te bedanken die haar leven gered had,
waar overigens ook over is geschreven in de
TaTanukiKi van oktober 2014. Ook vertelde
de verhalenverteller over de bekende urban
legend kuchi-sake onna (口裂け女 : de vrouw
die monden opensnijdt) en de manier waarop je
haar moordlust kan omzeilen. Slechts degenen
die bij zijn uitleg aanwezig waren zullen
een aanvaring met haar kunnen overleven...
De verhalen waren erg boeiend en de manier
waarop ze werden gebracht waren dramatisch
en meeslepend. Jellema wist ook veel te vertellen
over de achtergrond waarin de verhalen waren
ontstaan en de boodschap die ze meebrachten.
Jammer genoeg waren er maar weinig
aanwezigen, maar degenen die er waren toonden
interesse en konden met hem meepraten over
de feiten op een manier die hij waarschijnlijk
niet gewend was van zijn publiek. Al met al
was dag 1 van de Japanweek zeker geslaagd!
Dag 2: Lezing Prof. Cwiertka en
Documentaire
Op de tweede dag van de Japanweek kwam
Professor Cwiertka een lezing geven over haar
onderzoeksonderwerp, namelijk de manier
waarop het fenomeen washoku (和食 : Japans
voedsel, gekenmerkt door witte rijst, misosoep
en verschillende bijgerechten) gebruikt wordt
door de overheid als promotie van de Japanse
nationale identiteit. Uit haar onderzoek bleek
dat de overheid de term washoku compleet
heeft omgegooid om het juiste beeld te creëren
voor hun doeleinden. De luisteraars volgden
aandachtig het verhaal van haar frustratie
over de onwaarheden en stelden aan het eind
enthousiast vragen over haar onderzoek.
Daarmee was de dag echter nog niet afgesloten.
Na de lezing werd namelijk ook nog de
documentaire ‘no sex please, we’re Japanese’
vertoond, waarin de problemen van vergrijzing
en ontgroening van Japan werden uitgelicht.
De documentaire gaf een goed beeld van de
problemen en ging in op een aantal belangrijke
oorzaken. Hij duurde alleen tot ongeveer
8 uur ‘s avonds, dus na afloop haastten de
aanwezigen naar huis om hun magen te vullen.
6
太狸記・ 四月号
Aan het andere uiteinde van het lokaal
merkte de sensei, die hier gekomen was van
de Nederlandse Mahjong Bond maar ook
bekend was met het japanse riichi (立直麻雀 :
riichimaajan), enkele meer ervaren spelers op.
En, hoewel de weg naar kennis van het mahjong
spel een lange weg moest zijn, zo wist de sensei,
werd hier de basis gelegd voor een legende.
Diezelfde dag duurde de strijd dus voort
tot in de avond, keerde de Oostenwind zich
meermalen tot een andere speler en zagen we
de inzet verhoogd worden. Tot uiteindelijk twee
tafels over waren, en zelfs één tafel doorspeelde
tot in de late uurtjes. Ook nu nog gaan
geruchten rond dat er die avond iets unieks
gebeurd is, en dat de jarenlange overheersing
van de vier winden door SVS nu eindelijk
verbroken kan gaan worden. - Vincent Meijer
Dag 3: Mahjong
Op deze dag verzorgde de KCC een
heerlijke portie omuraisu en pudding
voor de hongerigen en de liefhebbers.
In de middag was er de mogelijkheid tot het leren
maken van amigurumi in het Arsenaal, schattig
gehaakte diertjes of poppetjes van garen.
Rond 5 uur werden de geïnteresseerden verhuisd
naar het lokaal waar de mahjongworkshop
gegeven werd. Naarmate de instructeur meer
en meer regels uitlegde begon de paniek in
de ogen van de aanwezigen te glimmen. Op
een gegeven moment herkende de instructeur
de blik in hun ogen en spoorde hen aan om
gewoon te beginnen en kijken hoe het ging.
Degenen die nog nooit mahjong hadden
gespeeld, oftewel de grote meerderheid, zaten
het eerste half uur hopeloos stenen heen en
weer te schuiven en om hulp te vragen, en zelfs
degenen die het spel kenden moesten zich twee
keer bedenken hoe alles ook alweer werkte. Na
een poosje spelen en een paar extra hints begon
de vlam er echter in te komen. Iedereen speelde
met passie en het tempo steeg. Toen de mensen
na afloop naar huis gingen konden ze zich
vertellen dat ze weer een (halve) vaardigheid
erbij hadden opgedaan. - Dorien Heerink
De week werd vervolgens afgesloten met
op donderdagavond een ‘KCC in Concert’.
Hierbij hadden leden de mogelijkheid om
gezamenlijk het concert van
Crossfaith
in Utrecht bij te wonen. De Japanse
electronicacore band, afkomstig uit Osaka,
zorgde gegarandeerd voor een avondje losgaan.
De echte bikkels onder ons Tanukianen
konden zich ten slotte vrijdagmiddag aan
sluiten bij een open training van TFC Banzai.
Weliswaar moest het weer getrotseerd worden,
maar aan fanatieke voetballers geen gebrek.
We hopen volgend jaar op net zo’n mooie
Japanweek. Iedereen bedankt voor zijn inzet!
太狸記・ 四月号
7
Het einde van noord- en
zuid-koreaanse samenwerking
In januari lanceerde het Noord-Koreaanse
regime van de DPRK een waterstofbom en een
satelliet met oplopende spanningen tussen beide
Korea’s tot gevolg. Het antwoord vanuit ZuidKorea op de tests van de DPRK was het sluiten
van een industrieel complex in Noord-Korea
waar Zuid-Koreaanse bedrijven samenwerkten
met Noord-Koreaanse arbeiders, het Kaesong
Industrieel Complex (KIC). Het sluiten
hiervan betekent de verdwijning van het laatste
voorbeeld van een Noord-Zuid Koreaans
samenwerkingsverband. Een samenwerking
die sinds het beeindigen van de ZuidKoreaanse zogeheten zonneschijnpolitiek (
햇볃정책, hetbyeodjeongchek) in 2007 – een
beleid gericht op verbeteren van relaties met
Noord-Korea met als ultieme doel hereniging
– steeds meer onder druk kwam te staan.
In 2000 werd het idee geopperd om ZuidKoreaanse middelgrote bedrijven gebruik te
laten maken van goedkope Noord-Koreaanse
arbeid. Noord-Korea kon dan weer gebruik
maken van broodnodige extra inkomsten in
buitenlandse munteenheid. Zuid-Korea zou
het complex bouwen en voorzien van water en
elektriciteit. In 2002 werd de bouw gestart en
werd twee jaar afgerond. Het KIC, slechts 10
km verwijderd van de grens met Zuid-Korea,
staat per weg en spoor in directe verbinding met
Zuid-Korea en voornamelijk textiel fabrikanten.
De faciliteit was onafgebroken in gebruik tot
in 2013, toen Noord-Korea een nucleaire test
uitvoerde in februari waarna Zuid-Korea van
de VN sancties eiste en tijdelijk de coöperatie
in Kaesong stil legde. Na vijf maanden van
oponthoud werd het complex heropend en
ging de productie verder. Tot 10 februari
2016, toen de Zuid-Koreaanse regering
met onmiddelijke ingang stillegging van het
KIC aankondigde, binnen 12 uur alle ZuidKoreaanse medwerkers had terug gehaald
en de water en elektriciteitstoevoer stillegde.
De sluiting heeft nadelige economische
gevolgen voor zowel Noord- als Zuid-Korea, al
wordt Noord-Korea veruit het hardst getroffen.
Naast het KIC ligt de stad Kaesong zelf met
200.000 inwoners. Niet alle werknemers in
het industrieel complex woonden in Kaesong,
maar het neemt niet weg dat de regio in
één klap 54.000 banen kwijt is. Alhoewel
Noord-Korea de medewerkers probeert te
mobiliseren op ginseng plantages en in voedsel
verwerkingsfabrieken kunnen lang niet alle
medewerkers daar terecht. Daarnaast leidt
Kaesong nu aan een acuut watertekort nadat
ze geen water meer van Zuid-Korea binnen
krijgen. Berichtgeving uit de regio spreekt
van lege straten en grote onvrede onder de
bevolking, iets wat de DPRK probeert te
sussen met een actief beleid van met een
beschuldigende vinger wijzen naar Zuid-Korea.
De voormalige werknemers van het Kaesong
complex hebben echter een onvergetelijke
ervaring opgedaan door hun contact met
Zuid-Koreaanse bedrijven en de daarbij
horende werkomgeving. De Daily NK meldt
dat onder Noord-Koreanen in de regio het
complex werd gezien als een zeer fijne plek
om te werken met elektriciteit, warm water 24
uur per dag, altijd voorradige medicijnen en
medische hulp indien nodig tijdens werktijden.
De Zuid-Koreaanse kant kent in aantallen
8
太狸記・ 四月号
veel minder economische slachtoffers van de
sluiting, zo’n 5.000 werknemers zitten zonder
werk door de sluiting van het complex en 124
bedrijven zijn niet zeker van hun bestaan. De
Zuid-Koreaanse regering heeft aangekondigd
informatie aan het verzamelen te zijn om
de financiële schade die deze bedrijven en
individuen hebben geleden in kaart te brengen.
In de tussentijd krijgen de voormalige
werknemers de standaard uitkering van 1,2
miljoen won (920 euro) per maand. Niet veel
voor de werknemers die enige broodwinner
in hun families zijn. De bedrijven claimen
zelf een verlies van 815 miljard won (627
miljoen euro), maar stelden daarbij ook dat
verliezen een stuk hoger konden oplopen.
De overheid verwerpt deze claim omdat die
niet gebaseerd zou zijn op objectieve data.
De experts op het gebied van inter-Koreaanse
relaties van over heel de wereld plaatsten
vraagtekens achter de keuze van Zuid-Korea
om het complex te sluiten. Het hard handelen
vanuit de overheid heeft er effectief voor gezorgd
dat ze hun laatste kaart uit handen hebben
gegeven in hun poging om Noord-Korea te
overtuigen aan de vergadertafel te gaan zitten.
Nu dit niet meer kan, is het nog
onwaarschijnlijker geworden dat in de nabije
toekomst verdere onderhandelingen zullen
plaatsvinden bij het Zeslandenoverleg, een
vergaderplatform tussen China, Japan,
Noord-Korea, Rusland, Verenigde Staten
en Zuid-Korea. De laatste vergadering vond
plaats in 2009, maar door herhaaldelijke
kernproeven en de daaropvolgende sancties
van de Verenigde Naties vertikt NoordKorea het om terug te keren naar het overleg.
De gevolgen van Kaesong zullen nog goed
merkbaar worden in Noord-Korea door nog
sterker dalende economische opbrengst en
een groeiend verlies van vertrouwen in de
Noord-Koreaanse valuta. Deze economische
problemen zullen waarschijnlijk veel langer
spelen voordat ze merkbaar worden op gebied
van internationale diplomatie, maar er is
een kleine kans dat deze problemen NoordKorea er toe dwingen om concessies te doen
in ruil voor heropening van het complex en
soepelere sancties van de VN. In de tussentijd
zullen de slachtoffers aan Zuid-Koreaanse
kant, de bedrijven en werknemers, moeten
wachten op het onderzoek van de overheid
en hopen op een heerlijke compensatie.
- Sander Breeuwer
太狸記・ 四月号
9
Het probleem van “religie” in Japan:
“stigmatisatie” van
religieuze groeperingen
Een van de redenen waarom ik Japans ben
gaan studeren, is mijn fascinatie voor de
Japanse cultuur en dan met name voor religie.
Als kleine koter keek ik al vaak naar series als
Shaman King waarin een grote nadruk wordt
gelegd op het mystieke en het occulte. Als je in
een gewone atlas naar een kaart kijkt waarop
de religieuze situatie van Azië staat afgebeeld,
zal je waarschijnlijk zien dat het merendeel van
de Japanse populatie boeddhist of shintoïst is.
Maar een enquête door de website Japan Guide
in 2000, gehouden onder 241 Japanners in de
leeftijdscategorie van 10 tot 30 jaar, laat zien dat
52,4% van de ondervraagden zichzelf niet als
aanhanger ziet van een godsdienst en dat 50%
van de ondervraagden religie in hun dagelijks
leven niet belangrijk vindt. Waarom bestaat dit
grote verschil tussen de westerse en de Japanse
afbeelding van de religieuze situatie in Japan? Is
er misschien een reden waarom mensen zichzelf
niet willen verbinden met het begrip “religie”?
Definitie van religie
Laten we eerst kijken naar hoe “religie”
gedefinieerd wordt. Zo wordt in bijvoorbeeld
Nederland met religie een bepaalde
geloofsleer bedoeld en mensen die religieus
zijn, zijn aanhangers van een bepaalde
godsdienst. Bijvoorbeeld: een aanhanger
van het christendom gelooft dat Jezus van
Nazareth gestorven is voor zijn zonden en een
aanhanger van de islam gelooft in Mohammed
als zijn profeet. Dit hoeft nog niet meteen te
betekenen dat je lid bent van een bepaalde
kerk of een andere religieuze organisatie,
alleen het geloven zelf wordt al beschouwd
als “religieus”. In Japan is dit anders.
Hoewel het waar is dat de gemiddelde Japanner
aan voorouderverering doet of naar tempels
gaat om te bidden voor geluk, beschouwt hij
zichzelf niet als religieus, ook al komen veel van
dit soort handelingen voort uit godsdienstige
tradities. Het Japanse woord wat hier
10
in het westen vertaald wordt met “religie” (
宗教: shuukyou) heeft meer de betekenis
van deelname aan georganiseerde religie.
Hiermee worden religieuze groeperingen
bedoeld die elk hun eigen, specifieke doctrine
hebben. Mensen die “niet-religieus” (無宗
教: mushuukyou) aankruisen bij een enquête,
bedoelen hiermee dat ze geen lid zijn van
een dergelijke organisatie en dus niet dat ze
geen “religieuze” activiteiten ondernemen
zoals naar een tempel of schrijn gaan.
Aum en de saringas-aanval
Het is echter niet alleen de associatie met
persoonlijke crisis waarom mensen ver
weg blijven bij religieuze organisaties.
De belangrijkste reden voor deze “angst”
is het negatieve imago van religieuze
groeperingen dat mede wordt veroorzaakt
door de eerdere daden van Aum Shinrikyo.
Aum Shinrikyo (オウム真理教: oumu
shinrikyou) was de naam van een religieuze
groepering die werd opgericht in 1989 door
Shoko Asahara, een pseudoniem van Chizuo
Matsumoto. Hun leer bevatte elementen van
zowel het boeddhisme als het christendom,
太狸記・ 四月号
waarbij leden door middel van yoga en meditatie
een status van verlichting konden bereiken. Wat
het grote verschil was tussen de leer van Aum
en die van andere groeperingen was de grote
focus die werd gelegd op wat werd gezien als
een Armageddon of een totale vernietiging
van de wereld die alleen degenen die zich bij
Aum hadden aangesloten zouden overleven.
Op 20 maart 1995 pleegde Aum Shinrikyo een
aanslag op de metro van Tokyo door middel
van sarin, een kleurloos, reukloos gas wat
het zenuwstelsel aan kan tasten. Duizenden
mensen raakten gewond, enkelen overleefden
de aanval niet. Meerdere Aumleden ,waaronder
degenen die direct bij de aanval betrokken
waren en Asahara zelf, werden opgepakt en
veroordeeld tot zware gevangenisstraffen.
In 2000 kreeg de groep een nieuwe leider en
werd de naam veranderd naar Aleph (アレ
フ). De controversiële leer werd aangepast
en zorgvuldig gescreend op dingen die het
grote publiek zou kunnen herkennen als
“Aum-achtig” zoals een groot aantal stukken
over onder andere de verering van Asahara,
hoewel de focus van de groep nog steeds lag op
verlichting door middel van yoga en meditatie.
In 2007 ontstond er een subgroepering: Hikari
no Wa (ひかりの輪: Cirkel van Licht). Deze
groep distantieerde zich nog verder van Aum en
had ook een hele andere doctrine. In tegenstelling
tot Aleph is Hikari no Wa meer gefocust op
wetenschap en hun uiteindelijke doel is om
wetenschap en religie met elkaar te verenigen.
Bekritisering en discriminatie van nieuwe
religieuze groeperingen
Voor de saringas-aanval van Aum hadden
groepen met de status van een religieuze
groepering zekere privileges. Zo kregen ze
financiële steun van de overheid en waren
ze volledig vrijgesteld van enig onderzoek
naar hun activiteiten of doctrine met dank
aan een wet die dergelijke groeperingen
beschermd tegen teveel overheidsbemoeienis.
Na de aanval in 1995 werd de Religious
Corporation Law ingevoerd. Door deze wet
kreeg de overheid meer inzicht in het doen en
laten van religieuze groeperingen. Zo mag
er kritiek geleverd worden op activiteiten
van een groepering. Voorheen mochten
overheidsinstanties zich hier niet mee
bemoeien onder het mom van vrijheid van
godsdienst en kreeg de overheid inzage in de
in- en uitgaven. Daarnaast staan vooral Aleph
en Hikari no Wa onder streng toezicht van de
politie en worden er regelmatig invallen gedaan
waarbij “potentieel gevaarlijke” voorwerpen
worden geconfisqueerd. Deze invallen worden
vaak gefilmd en door de media uitgezonden.
Andere, meer positieve berichtgevingen over
religieuze groeperingen zie je vrijwel nooit
op tv of in kranten. Dit beïnvloedt ook de
houding van het Japanse volk tegenover deze
organisaties. Zo komen er regelmatig rechtse
groeperingen in geluidswagens langs die
keihard leuzen verkondigen voor de huizen
van Aleph-leden en zijn er gevallen bekend van
leden van groeperingen die zich niet mochten
registeren in het bevolkingsregister van hun
gemeente omdat ze “een potentieel gevaar
zouden kunnen vormen voor de gemeenschap.”
Desondanks genieten sommige organisaties
een relatieve populariteit, mede dankzij een
actieve internetgemeenschap, vooral bij Hikari
no Wa en Aleph. Dit is vooral toe te schrijven
aan het zekere gevoel van anonimiteit dat
mensen op het internet hebben, waardoor
ze ongestoord over de organisaties en hun
leer kunnen lezen. Hierdoor hebben deze
organisaties ook veel leden in het buitenland.
Als je “religie” bestudeert binnen Japan stuit
je dus op een probleem: er bestaat een vrij
groot verschil tussen wat de westerse en wat de
Japanse definitie van deze term is. Daarnaast
binden Japanners zichzelf niet zo snel aan
een religieuze groepering, mede omdat er een
bepaald “stigma” op dergelijke organisaties
rust sinds de saringas-aanval in 1995. Hierdoor
zou je kunnen denken dat het niet handig is om
de term “religie” binnen de Japanse context te
gebruiken. Aan de andere kant is het wel een
handige term om te gebruiken tegenover iemand
die weinig af weet van dit specifieke onderwerp
en die meer wil weten over de godsdienstige
situatie in Japan. Het is aan de ene kant gek,
maar aan de andere kant ook wel interessant
hoe een woord als “religie” zulke verschillende
gevoelens op kan wekken. – Hannelieke Soppe
太狸記・ 四月号
11
Pokemon en de echte wereld
Dat Pokémon gebaseerd is op de echte wereld,
dat is de onze, toch? Dat weet iedereen
inmiddels wel. YouTube is inmiddels een paar
honderd video’s rijker die, negen van de tien
keer, precies dezelfde diverse links tussen
en referenties aan de echte wereld en de
Pokémonwereld uit de doeken doen. Mijn doel is
echter om jullie over een aantal links te vertellen
dat jullie echt, maar dan ook echt, niet kenden.
1. De legende van de drakenpoort
De echte wereld
Volgens een oude Chinese legende zou een
karper, als hij een waterval opklom en door
de drakenpoort aan de top van de waterval
zou springen, in een draak veranderen. Omdat
de waterval natuurlijk erg hoog is, het water
met flinke kracht naar beneden komt storten
en een karper niet veel anders kan doen dan
springen, duurt dit natuurlijk erg lang: volgens
sommige verhalen zelfs 100 jaar. Daarom
staat de karper in China en Japan onder
andere symbool voor doorzettingsvermogen.
De Pokémonwereld
Dit is misschien een bekendere, maar wel een
van mijn favorieten. In de Pokémonwereld
wordt deze mythe uitgebeeld door Magikarp
en Gyarados. Magikarp is wellicht een van
de meest waardeloze Pokémon die je ooit
bent tegengekomen. Geboren met enkel de
beruchte aanval Splash (die niks uithaalt) heeft
hij samen met Feebas de laagste Base Stats
van alle waterpokémon. Pas bij level 15 leert
hij Tackle en dan nog haalt dat niet veel uit
door zijn waardeloze Attack stat. Bovendien
heeft hij een belachelijke hoeveelheid Exp.
Punten nodig om een level omhoog te gaan.
Heb je ooit wel eens geprobeerd om een
Magikarp naar level 20 te krijgen in een van
de eerdere Pokémonspellen zoals Pokémon
Red, terwijl je eigen Pokémon nog maar
level 20 zijn? Geloof me, met een gebrek
aan wilde Pokémon die kunnen fungeren
als ‘Exp-bommen’ en zelfs met een Exp
Share, kan dat makkelijk een paar uur duren.
Maar dan, als je Magikarp eindelijk level 20 is,
evolueert hij van waterwatje naar gevaarlijke
Gyarados. Zijn stats schieten omhoog, zijn base
stats zijn nu de hoogste van alle waterpokémon.
En als je Pokémon evolueert van een oversized
goudvis naar een waar powerhouse, dan voel je je
trots. Magikarps handelsmerk Splash, zijn stats,
zijn belachelijk lage level-up tempo: alles lijkt te
staan voor die lange, moeizame reis de waterval
op, waarbij doorzettingsvermogen cruciaal is,
met level 20 als symbool voor de drakenpoort.
Niet alleen Magikarps doorzettingsvermogen,
maar ook dat van jezelf is op dat punt
getest en al dat trainen heeft nu eindelijk
zijn vruchten afgeworpen met een monster
dat alles en iedereen op zijn pad verwoest.
2. De grot van Amaterasu
De echte wereld
Wie mijn vorige artikel over de drie heilige
regalia heeft gelezen, herinnert zich misschien
nog dat de zonnegodin Amaterasu zich, na
ruzie te hebben gehad met haar broer Susanoo,
terugtrok in een grot in Kyushu, ook wel bekend
als Ama-no-Iwato, de grot van de zonnegodin.
De Pokémonwereld
De regio Hoenn is gebaseerd op het eiland
Kyushu zelf. In Pokémon Ruby, Sapphire
en Emerald kun je op Route 120 een meer
vinden, met een kleine grot in het midden.
Binnen in deze grot vind je de Technical
12
太狸記・ 四月号
Machine (TM) Sunny Day, een verwijzing
naar de aanwezigheid van de zonnegodin.
3. Ginkakuji en Kinkakuji
De echte wereld
Ginkakuji en Kinkakuji, ook wel bekend
als het Zilveren Paviljoen en het Gouden
Paviljoen, zijn twee tempels gebouwd in Kioto
in de Muromachi-periode (1392-1573). De
Kinkakuji heeft drie verdiepingen en is vanaf
de eerste verdieping vanbuiten helemaal bedekt
met goud. Op de top van het dak staat een
goudkleurig bronzen beeld van een feniks. De
Ginkakuji is later gebouwd en heeft maar twee
verdiepingen en alleen binnenin de tempel, op de
eerste verdieping, die ook fungeert als tempel,
is zilver te vinden. Ook de Ginkakuji heeft een
bronzen beeld van een feniks op het dak, deze
keer zilverkleurig. De Kinkakuji is in 1950
in brand gestoken door een Boeddhistische
monnik
en in 1955 weer herbouwd.
De Pokémonwereld
In de Pokémonversie van Kansai, Johto dus,
staan in Kioto, nu Ecrutreak City de Burned
Tower en de Bell Tower. De Burned Tower
is de Pokémonversie van de Kinkakuji en
de Bell Tower van de Ginkakuji. De Burned
Tower is hier een duidelijke verwijzing naar
de brandstichting van de Kinkakuji in 1950,
alleen is hij hier nooit herbouwd. Bovendien
vertelt het spel een wat kindvriendelijkere
versie van het verhaal: volgens het spel zou de
toren 150 jaar geleden mysterieus in brand zijn
gevlogen, veroorzaakt door een bliksemschicht
en gedoofd door een plotselinge stortbui. Ook
de bronzen feniksbeeldjes op de daken zijn in
het verhaal verwerkt in de vorm van Ho-Oh
en Lugia: nog voor de brand zou Lugia vaak
op de Burned Tower neerstrijken en zou HoOh op de top van de Bell Tower neerstrijken,
wat opvallend is omdat je andersom zou
verwachten gebaseerd op hun kleurenschema.
De moraal van het verhaal? Videogames zijn
hartstikke educatief. Bij elk spel merk je dat
Nintendo en Game Freak hun best doen om
cultuur uit de echte wereld te verwerken in
de Pokémonwereld, in de hoop dat kinderen
hierdoor ook thuis kunnen leren over plekken
en verhalen die ze anders nooit gezien of
waar ze anders nooit over gehoord zouden
hebben. Kijk, dat noem ik nou helden.
- Caitlin Moor
太狸記・ 四月号
13
K-pop in de jaren 90
Koreaanse popmuziek, of kortweg K-pop,
heeft over de laatste jaren een steeds grotere
wereldwijde bekendheid gekregen. De catchy
deuntjes, de indrukwekkende choreografie en
de spectaculaire videoclips die we in westerse
pop nauwelijks meer tegenkomen weten de
interesse van steeds meer mensen te wekken.
Veel van onze studenten Korea studies zijn
direct of indirect dankzij K-pop op het idee
gekomen om hier in Leiden te studeren en
ook veel Japanologen zijn wel bekend met
K-pop groepen als Girls’ Generation en
EXO. In dit artikel kijk ik naar het begin van
K-pop, dat al vanaf de jaren 80 kan worden
gevonden en echt populair werd in de jaren 90.
Voor het begin van K-pop zoals we dat
nu kennen waren de populaire artiesten
vooral solozangers. Tot en met de jaren 80
domineerden vooral ballads de Koreaanse
hitlijsten. Een van de eerste groepen die
echt door wist te breken was de Boyband
So Bang Cha in 1987. Kenmerkend waren
de
haast
acrobatische
choreografieën.
Vanaf het begin van de jaren 90 kreeg K-pop
te maken met westerse invloeden. Het enorme
succes van Seo Taiji & the Boys, een hiphop/
rockgroep, zorgde ervoor dat meerdere
hiphopartiesten en rappers de weg naar de top
van de Koreaanse muziekindustrie vonden.
Deze verschuiving in de muziekindustrie
had tot gevolg dat steeds meer muziekgenres
topposities wisten te behalen, zoals
techno, R&B en Koreaanse Eurodance.
Met het toenemende aantal populaire
artiesten en genres groeide ook het aantal
platenmaatschappijen.
Midden
in
de
jaren negentig werden onder andere S.M.
Entertainment, YG Entertainment en JYP
Entertainment opgericht. Tegenwoordig zijn
ze nog steeds grootmachten in de Koreaanse
K-pop industrie. De platenmaatschappijen
raakten
verwikkeld
in
een
enorme
concurrentiestrijd. Dit had tot gevolg dat er
aan de lopende band popartiesten en bands
14
op de markt werden gebracht. De populaire
groepen als H.O.T, Fink.L, S.E.S en G.O.D. doen
bij de meeste hedendaagse K-popliefhebbers
ook nog wel een belletje rinkelen.
De
concurrentiestrijd
tussen
de
platenmaatschappijen in de jaren 90
betekende ook dat veel K-pop groeperingen
geen lange periode mee konden. Artiesten
die aan populariteit verloren konden
gemakkelijk worden vervangen. Vandaar
dat zelfs de populairste bands, bijvoorbeeld
de eerder genoemde, vaak niet langer dan
drie jaar bestonden. Tegenwoordig is de
situatie minder extreem. Er zijn genoeg
acts die al vijf tot tien jaar meedraaien.
K-pop vond in de jaren 90 ook zijn weg naar
andere Aziatische landen. Veel artiesten
brachten hun singles in andere talen uit om
zo succesvol te kunnen worden in die regio’s.
Dit kan gezien worden als het begin van de
zogenaamde “Hallyu Wave”, oftewel het
populair worden van de Koreaanse cultuur
in andere landen. Veel artiesten van toen
zijn nog steeds beroemdheden. Vaak hebben
ze een carrièreswitch gemaakt naar acteur
of tv-persoonlijkheid. Van veel jaren 90
K-popidolen zoals Yoon Eun-Hye en Lee
Hyo-Ri wordt tegenwoordig soms vergeten
dat ze oorspronkelijk K-popartiesten waren,
gezien hun successen in andere vakgebieden.
太狸記・ 四月号
Dat jaren 90 K-pop nog steeds populair is in
Zuid-Korea ervaar ik ook zelf. Ik ben voor
mijn studie in Zuid-Korea en dagelijks hoor ik
meerdere 90’s K-pop nummers in de winkels.
Ook in de Karaokebar staan er nummers in de
wekelijkse top 10 “meest gezongen nummers”.
Het beste bewijs voor de hedendaagse
populariteit van Koreaanse jaren 90 muziek
werd eind 2014 gegeven. Toen bedacht
de enorm populaire Koreaanse tv-show
“Infinite Challenge” om een reünieconcert
te organiseren waarin artiesten die in de
periode 1990-1999 actief waren op zouden
treden. Hoewel sommige van de grootste acts
ontbraken werd de uitzending een ongekende
hit,
waarbij
meerdere
meetinstituten
meldden dat meer dan 80% van de mensen
die de TV aan had staan naar die uitzending
keek. Nummers uit de jaren 90 stonden
na meer dan tien jaar weer in de hitlijsten.
zorgde ervoor dat vergeten artiesten opeens
weer beroemdheden werden en de maanden
die er op volgden weer dagelijks te zien waren
in nieuwe tv-programma’s en commercials.
Ikzelf ben een grotere liefhebber van Koreaanse
jaren 90 muziek dan van hedendaagse K-pop,
dus het is natuurlijk makkelijk voor mij om te
zeggen dat mensen die naar K-pop luisteren ook
eens terug in de tijd moeten gaan. Toch raad ik
het de mensen die dat nog niet hebben gedaan
wel aan. Al is het alleen al om zo een beter
beeld te krijgen van de populaire cultuur, of de
kans om acts en nummers te ontdekken waar
je anders geen weet van had. - Jerry da Costa
Het fenomeen is te vergelijken met wat er
gebeurde na de dood van Michael Jackson.
De uitzending had grote gevolgen voor
sommige artiesten die deelnamen. Het hiphopduo Jinusean en de techno/balladgroep
Turbo maakten in 2015 hun comeback na
respectievelijk 11 en 15 jaar. Beide acts zagen
hun nieuwe single naar de 1e plek stijgen in
alle grote Koreaanse hitlijsten. Het menselijke
aspect van de tv-show, dat de 90’s special
veel meer liet worden dan alleen een concert,
太狸記・ 四月号
15
De SMAP- en Tzuyu-schandalen van
2016: idolen en controverse
Het begin van 2016 leek in het teken te staan
van de popidolen van Oost-Azië nadat in
korte tijd zowel de Japanse groep SMAP als de
Taiwanese Chou Tzuyu (周子瑜 : Zhou Ziyú)
van de K-Pop groep TWICE het wereldnieuws
haalden. Tzuyu en SMAP kwamen beiden ter
sprake in Westerse artikelen die de duistere
kanten van het popsterbestaan in Oost-Azië
benadrukten, terwijl in de landen van herkomst
vooral sensatie en ‘openbare terechtstelling’
centraal stonden. Toen zelfs de president
van Japan een uitspraak deed over de SMAPcontroverse werd echter duidelijk hoezeer deze
idolen in zowel cultuur als economie een enorm
belangrijke rol vervullen die leidt tot vragen over
moraal en de invulling van het idolenbestaan.
Over idol (アイドル: aidoru) en de duistere
praktijken van de showbiz in zowel Japan
als Korea is in de laatste decennia veel
geschreven, dat is niet vreemd want de idolindustrie is al minstens zo oud als het bedrijf
achter SMAP, Johnny & Associates (J&A), dat
elk jaar miljarden in winst opstrijkt. Al in de jaren
’60 stelde Johnny Kitagawa, een Amerikaanse
Japanner, zijn eerste succesvolle boyband samen:
Four Leaves (フォーリーブス: foo riibusu).
Ook de wetenschap is zich recent meer bezig
gaan houden met idol-cultuur hoewel er
in het onderzoeksgebied nog veel te halen
valt, aldus Ph.D. in Communication Arts
Yu-Fen Ko in zijn review voor The Journal
of Asian Studies van Hiroshi Aoyagi’s (青
柳 寛 : aoyagi hiroshi) boek uit 2005: Island
of Eight Million Smiles: Idol Performance and
Symbolic Production in Contemporary Japan.
Het is in dat boek, dat Hiroshi Aoyagi, een
insider in de Japanse entertainmentindustrie,
benadrukt hoe idolen een product zijn. Idol
worden volgens Aoyagi geproduceerd en
geconsumeerd in een idol-cultuur die tot alle
uitersten van de Japanse samenleving reikt. De
SMAP, ofwel Sports Music Assemble People,
is Japans succesvolste boyband. De groep,
opgericht in 1988, werd pas succesvol na
hun TV debut met de variétéshow 愛ラブ
SMAP (Ai rabu SMAP) in de jaren ’90 en steeg
daarna gestaag in aanzien en populariteit.
Tot op de dag van vandaag zijn de vijf
leden van SMAP niet weg te denken uit het
Japanse tv-landschap en de reclamewereld.
Chou Tzuyu is lid van de in 2015 debuterende
K-Popsensatie TWICE. De groep is het resultaat
van de realityshow Sixteen (식스틴 : sigseutin),
een show die elementen van een standaard
talentenjacht met drama combineert in een
strijd om lidmaatschap van een meidengroep.
De show begon met negen ‘majors’ die door
producer en platenmaatschappij JYP werden
aangewezen als toekomstige TWICE leden
en 7 ‘minors’ (waaronder Tzuyu) die de kans
kregen een major van hun plek te verstoten
en deel te worden van de uiteindelijke line-up.
16
太狸記・ 四月号
performance van idol en het aanbidden
van deze popsterren is volgens Aoyagi een
nadrukkelijk kapitalistische onderneming
waarin een imago en rite de passage
worden verkocht aan de consument.
Aoyagi is overigens niet de enige met deze
opvatting, het is iets waar ook Gabriella
Lukacs, een in Japanse hedendaagse cultuur
gespecialiseerde Antropologe, en haar collega
Csaba Toth van Carlow University het over eens
lijken: idol vervullen een essentiële rol als icoon
in Japanse cultuur door het performen van een
identiteit. Volgens Aoyagi is die identiteit voor
de doelgroep wenselijk, maar onbereikbaar;
volgens Lukacs vervaagt de idol de grens tussen
productie (geld) en ontwikkeling (persoonlijke
groei) “kawaii is hard werk, geen pretje”, stelt zij.
Het is deze rol van de ster die door BBC
correspondent Mariko Oi kritisch onder de
loep werd genomen in haar artikel van 26
januari 2016: The Dark Side of Asia’s Pop
Industry. Idol verkopen dromen en zijn wat
elke tiener zou willen zijn, jong en succesvol
zonder de gebruikelijke inspanning en zonder
druk opgelegd door de samenleving. Dat wil
zeggen, idol verkopen letterlijk dit imago,
hoewel een dergelijke situatie onhaalbaar is
voor hun fans en achter de schermen ook voor
henzelf worden de idol en alles waar ze mee
te maken hebben door hun performance een
soort fetisj die het imago uitstraalt, en zo wordt
volgens Aoyagi een levensovertuiging verkocht.
Daar blijft het echter niet bij, Mariko Oi en
vele journalisten voor haar, hebben opgemerkt
hoe de entertainmentindustrie van Japan sinds
haar ontstaan diep verstrengeld is geweest met
Yakuza en criminele praktijken. Daarnaast
wordt in de wereld van idol achter de schermen
door managers de dienst uitgemaakt, zo ook
door de 84-jarige manager Johnny Kitagami
(ジャニー喜多川: janii kitagawa). Dat de
managementwereld en criminaliteit met elkaar
verbonden zijn is in het verleden gebleken
door managers die opstapten na vermeende
contacten met Yakuza of door vermeende
verbanden
tussen
de
entertainmenten
reclame-industrie
en
prostitutie.
Voor Mariko Oi zijn de recente controverse
rond SMAP in Japan en rond Tzuyu van TWICE
in Korea een bewijs dat de levens van idol op
een indringende wijze worden beheerst door
contracten en management. In het geval van
SMAP gaat het om de vernederende publieke
verontschuldiging voor ‘geruchten’, nadat vier
van de vijf leden en hun manager, die met Johnny
Kitagawa’s nichtje concurreerde voor de positie
van vicedirecteur, op wilden stappen bij J&A
om voor zichzelf te beginnen. Tzuyu handelde
op vergelijkbare wijze in strijd met belangen van
haar management toen haar Chinese fanbase
zich tegen haar dreigde te keren nadat geruchten
rondgingen dat ze voor de onafhankelijkheid
van Taiwan was, ze verontschuldigde zich in
een video die door JYP werd gepubliceerd.
Aoyagi merkt ook op dat idol ondergeschikt
zijn aan de onderneming van de
entertainmentindustrie, ze zouden zelfs enkel
dienen om de ideologie van corporaties te
verspreiden. Dit wordt duidelijk wanneer ze
genadeloos neer worden gehamerd wanneer
zij zich tegen de gevestigde orde keren. Dat
dit het geval is wordt niet alleen duidelijk door
de verontschuldigingen die het management
afdwingt, denk aan AKB48’s Minami Minegishi
in 2013, maar ook wanneer het management der
managements zich erin moeit. Jawel, premier
Shinzo Abe werd gevraagd een uitspraak te
doen over het vermeende opsplitsen van SMAP
太狸記・ 四月号
17
en
hun
verontschuldiging
voor
de
geruchten.
Een
uitspraak
volgde:
“…net zoals de politiek, zal een groep die zo
lang bij elkaar is voor veel uitdagingen komen
te staan. Het is goed dat ze bij elkaar blijven
omdat dat is wat hun fans van hen verwachten.”
Het is duidelijk dat idol overgeleverd zijn
aan de wensen van hun fans, door wie zij
uitverkoren zijn volgens Abe’s vergelijking,
en de eisen van hun management bij wie zij
in tegenstelling tot veel Westerse artiesten
in loondienst zijn zodat contractbreuk
het einde van hun rijkdom betekent.
Een anonieme reactie op een artikel over Tzuyu’s
verontschuldiging op de website allkpop.com
biedt echter een andere kijk op de situatie:
“[…] Tzuya [sic] is niet een steen. Ze is
geen passieve deelnemer. […] Wanneer
je mensen als 100% passieve deelnemers
neerzet beroof je ze niet alleen van de lof
voor hun zelfopoffering, je vervormt ook
je waarneming van de werkelijkheid.”
In het geval van Tzuyu, die voor de ogen
van miljoenen heeft gestreden om haar plek
in TWICE te bemachtigen is dit een zeer
terechte observatie, maar dit gaat ook op
voor andere idol, die zich op hoop van zegen
binden aan een bedrijf en daarbij kans op
een normale carrière opgeven. Het is een
kritiek op de eenzijdige belichting van de
‘dark side’ waarover de BBC schrijft die ook
navolging vindt in wetenschappelijke literatuur.
18
Michael K. Bourdaghs van the University of
Chicago vraagt zich in zijn review van Aoyagi’s
Island of Eight Million Smiles af waarom Aoyagi
niet meer ingaat op de betrokkenheid van idol
in genderpolitiek en de vraag wat een idol het
aanbidden waard maakt. Zijn idol misschien
meer? Csaba Toth is van mening dat Japanse
popcultuur jonge vrouwen bewegingsvrijheid
biedt en normen vervaagt, verschuift of
verwart. Als voorbeeld noemt hij in zijn J-Pop
and Performances of Young Female Identity:
Music, Gender, and Urban Space in Tokyo
verschillende populaire vrouwelijke idol die
de grenzen van gebruikelijke definities van
gender en ras opzoeken om een bredere oproep
tot normverbrekend gedrag uit te dragen.
Ondanks de positieve inspanningen van
artiesten lijkt in de praktijk nog steeds het
tegendeel waar. SMAP kan niet opstappen
en blijft werken voor een baas die hen
dwingt ongetrouwd te blijven, die bovendien
publiekelijk beschuldigd is van seksueel
misbruik van zijn jongere talenten – een feit
dat het hoge gerechtshof in Tokio enkele
jaren terug niet onwaar achtte. Tzuyu kan
niet uitkomen voor haar sympathieën voor
een Taiwan dat onafhankelijk is van China.
Minami ‘Miichan’ Minegishi heeft weer een
volle bos haar maar is na haar schandaal in
2013 gedegradeerd tot een trainee-groep
binnen de AKB48 franchise. En de status
quo van de gevestigde orde blijft onaangetast.
- Vincent Meijer
太狸記・ 四月号
Japan’s technologie:
futuristisch of oudbollig?
de vernieuwde technologie wel beschikbaar
is, zo is bijvoorbeeld de internetverbinding in
Japan een van de beste van de wereld en zijn
toepassingen als Dropbox gewoon beschikbaar.
Dus hoe komt het dat de technologie in Japan
zo achterstallig is terwijl het land bekend
staat als voorloper op dit vlak? Verschillende
kranten, waaronder zowel Japanse als
westerse, geven vaak dezelfde set redenen wat
betreft de populariteit van de fax, namelijk
de voorkeur die Japanners hebben voor
handgeschreven berichten en de verouderende
maatschappij waarin veel senioren de
veranderingen
niet
kunnen
bijbenen.
Als je je beeld van Japan zou baseren op westerse
media zou je geloven dat Japan een land van
de toekomst is waar iedereen een hoverboard
naar zijn of haar werk neemt en koffie
geserveerd krijgt door een robot terwijl ze een
holografische krant lezen. Helaas is dit beeld
verre van waar. Sterker nog, in veel opzichten
blijkt de technologie in Japan in de praktijk zelfs
ouderwetser te zijn dan hier. Net nadat ik over
de shock heen was dat faxen nog steeds een ding
was in Japan, liep ik de computerruimte van de
Universiteit van Nagasaki in en zag dat deze
volstond met de dikke grijze koelkastcomputers
die ik al niet meer had gezien sinds het jaar
2000. Op een andere dag zag ik op straat
een man met een fluorescerend geel hesje
aan die met een lichtstok het verkeer om een
afgezet deel van de weg leidde. Dat terwijl hij
naast een bord stond waarop duidelijk stond
aangegeven welke kant het verkeer op moest.
Deze redenen roepen echter enkele vragen
op. Ten eerste, is het tegenwoordig wel
nog steeds zo dat handgeschreven teksten
meer voorkeur hebben dan uitgetypte
teksten? Ten tweede, tijdens de enorme
technologische ontwikkelingen van de
jaren 80, waarbij onder meer de fax en de
cassetterecorder
geïntroduceerd
werden,
leek Japan weinig problemen te hebben deze
veranderingen door te voeren. Waarom
zou het nu dan wel een probleem vormen?
Het feit dat computers in sommige kantoren nog
op Windows 98 lopen brengt problemen met
zich mee. Het gebrek aan capaciteit en snelheid
die de verouderde techniek kenmerkt leiden tot
een verlaagde efficiency op de werkvloer, wat
het moeilijker maakt voor Japanse bedrijven
om te concurreren. Het vreemde hieraan is dat
太狸記・ 四月号
19
In de meeste krantenartikelen wordt ook
geschreven dat er een kloof is ontstaan
tussen de jongere generatie en de oudere
generatie, waarbij de jongere generatie met
haar iPhones en laptops rondloopt terwijl
de oudere generatie zich nog volhardend
aan haar faxapparaten en cassetterecorders
vastklampt. Deze aanname dat er een kloof
bestaat, suggereert dat er een brug ontbreekt.
Zijn er dan geen pogingen gedaan om een brug
te leggen tussen deze twee generaties? Zo is
er in Nederland gepoogd het elektronische
whiteboard in te voeren, zodat docenten mee
zouden kunnen komen met de technologie
waar de leerlingen geen probleem mee hadden.
Dat het een grote mislukking was, neemt
niet weg dat het een bewuste poging was
om een brug te leggen tussen de generaties.
Wellicht zijn al deze vragen te beantwoorden
met één breed antwoord: conservatisme.
De generatie die de ontwikkeling van de fax
en de cassettebandjes heeft meegemaakt en
ondersteund heeft namelijk nog steeds een
nadrukkelijke invloed. Ze zitten bijvoorbeeld
nog als senioren in bedrijven de toon aan te
geven en regels te bepalen. Als een groot deel
20
van deze senioren geen grote veranderingen
willen doorvoeren op de werkvloer, zullen deze
veranderingen er waarschijnlijk ook niet komen.
Hetzelfde geldt voor de regering, die overigens
ook voornamelijk wordt geleid door de LDP,
een partij die als vrij conservatief wordt gezien.
Als er op deze manier geen veranderingen
worden doorgevoerd, of gepoogd wordt
bruggen te leggen tussen de generaties, zal de
diepe kloof tussen jong en oud blijven bestaan.
Inmiddels is de jongere generatie echter met
hun iPhones en laptops in opmars. Binnen de
komende jaren stoten zij de vorige generatie
van haar troon en moet er nog blijken welke
veranderingen te weeg worden gebracht.
Wie weet is het futuristische Japan met
hoverboards nog niet eens zo ver weg, maar
daarvoor zouden eerst de faxmachines en
de koelkastcomputers aan de kant moeten
worden geveegd. Of dit überhaupt gaat
gebeuren is echter nog maar de vraag.
- Dorien Heerink
太狸記・ 四月号
Retrospective nihon falcom
Afgelopen maand vierde de Japanse
ontwikkelaar Nihon Falcom, gevestigd in
Tachikawa, Tokio, zijn 35-jarige bestaan.
Falcom speelde een cruciale rol in de
geschiedenis van Japanse role-playing games
en is een van de weinige Japanse ontwikkelaars
die nog zo trouw vasthoudt aan hun roots.
Falcom was ooit een eenmanszaak. Masayuki
Kato, raakte eind jaren ‘70 in de ban van
computers. Met name de Apple II wist zijn
hart te veroveren, waarvan hij al snel de
meerwaarde inzag als entertainmentsysteem.
In die tijd verschenen simpele games in Japanse
pc-tijdschriften, zoals ASCII, welke Kato
overschreef (inderdaad, programmeertaal
overschrijven uit een tijdschrift) en die games
speelde met zijn zoon. Het besef dat hij meer
wilde dan de games spelen, volgde toen zijn
zoontje aan hem vroeg of hij ervoor kon zorgen
dat de slechteriken niet meer verschenen in de
game. Kato ontpopte twee jaar later als heuse
ontwikkelaar en maakt een afspraak dat zij
zijn games zouden publiceren. Nihon Falcom
was geboren en, inderdaad, die naam was
afgeleid van Star Wars’ Millennium Falcon.
Kato startte in 1981 de eerste Falcom-winkel en
richtte het in als woonkamer met gratis koffie; in
die tijd hadden mensen immers weinig ervaring
met microcomputers en probeerde hij de
mensen zoveel mogelijk op hun gemak te laten
voelen. Een aantal computertechneuten werden
in eerste instantie vaste klanten en vervolgens
Falcom’s eerste medewerkers. Ze modderden
wat aan en probeerde nieuwe ideeën, totdat
zij met Dragon Slayer in 1983 het licht zagen.
Dragon Slayer was een action role-playing game
die vandaag de dag zo hopeloos verouderd is
dat niemand er nog plezier aan zal beleven,
maar het was een belangrijke game om twee
redenen: het was een directe inspiratiebron
voor The Legend of Zelda, een van Nintendo’s
belangrijkste series, en het zorgde voor Xanadu.
Zelfs in 2016 staat Xanadu nog te boek als de
bestverkopende pc-titel in Japan. Met ruim
400.000 verkochte exemplaren overtrof het
elke verwachting van Kato. Het zorgde voor
een boost in zowel het geldlaatje van Falcom,
aangezien al die exemplaren waren verkocht
voor de volle mep, als in het vertrouwen in
hetgeen ze maakten. Ook Squaresoft en
Enix, inmiddels gefuseerd en bekend om
respectievelijk Final Fantasy en Dragon
Quest, werden geinspireerd door het werk van
Falcom en gingen zelf aan de slag met RPGs
voor Nintendo’s eerste console: de Famicom.
Ondertussen experimenteerde Falcom rustig
verder met allerlei genres afgeleid van Xanadu.
太狸記・ 四月号
21
voor PSP (met een enkele, slechtverkopende pcport). Pc-gaming stierf een stille dood in Japan,
maar Falcom had net op tijd de overstap gemaakt.
Parallel daaraan begon Falcom met de
ontwikkeling van Ys, een van de weinige
Falcom-titels die is overgewaaid naar
het Westen en waar je wellicht wel eens
van gehoord hebt. Ys was bedoeld als een
makkelijker alternatief op Xanadu, maar dat
maakt het zeker niet makkelijk; Kato geeft toe
dat hij tegenwoordig zelf de game niet meer
uitgespeeld krijgt. Ook was Ys zo ambitieus
dat ze niet de hele game op een floppy konden
proppen en daardoor de game maar opsplitsten
in Ys I en Ys II. Dit zou zeker niet de eerste keer
zijn dat Falcom een game in tweeën moest
knippen vanwege het hoge ambitieniveau, maar
de kwaliteit van de individuele games heeft hier
in 35 jaar Falcom nog nooit onder geleden.
Ruim 25 jaar ontwikkelde Nihon Falcom
games voor de pc. Aanvankelijk was dat voor de
Japanse microcomputers PC-88 en PC-98 van
fabrikant NEC, rond de eeuwwisseling werd
de Japanse standaard Windows, net zoals in de
rest van de wereld. Echter, het games-spelende
publiek had inmiddels de pc in de steek gelaten
en zich vol gestort op consoles en handheld,
zoals Sony’s PlayStation 2 en Nintendo’s Game
Boy Advance. Noodgedwongen stapte Falcom
halverwege jaren ‘00 over naar de PlayStation
Portable. Falcom’s populaire The Legend of
Heroes-serie (een verre nakomeling van Xanadu)
werd in eerste instantie geport van pc naar PSP,
waarna de nieuwe delen ontwikkeld werden
22
De mate waarin wij tegenwoordig van Falcomgames kunnen genieten hebben we grotendeels
te danken aan de inspanningen van uitgever
XSEED, gevestigd in California. Zij werken
met hart en ziel aan de lokalisatie van Falcomgames; aanvankelijk alleen de PSP-ports van
Ys-games, inmiddels ook meerdere versies
van de gevreesde The Legend of Heroes-serie.
De reden dat deze serie zo gevreesd is, komt
door de immense omvang van de scripts van
deze games. Waar een Final Fantasy-titel, in
het geval van XII, ongeveer 600.000 Japanse
karakters bevat, schommelt de gemiddelde
The Legend of Heroes-game tussen één en
anderhalf miljoen. Een immense onderneming,
en enorm financieel risico, voor een uitgever
met niet meer dan tien werknemers. Wat
XSEED mist aan mankracht compenseert het
met passie: meerdere XSEED-medewerkers
zijn gepassioneerd Falcom-fan en maken dan
ook ongezonde werkweken (zeven dagen per
week, minstens twaalf uur) om de Falcomervaring zo goed mogelijk te lokaliseren.
Mocht je ook een Falcom-titel willen proberen,
begin dan op Steam. Als je toe bent aan
pijlsnelle actie om jouw reactievermogen te
testen tegenover moordlustige bazen, begin
dan bij Ys I & II Chronicles. Houd je van epische
verhalen zoals RPG’s uit de jaren ‘90, dan doe je
er goed aan te beginnen bij Trails in the Sky FC.
Wil je hetzelfde epos liever op je PlayStation
3 of Vita, begin dan met Trails of Cold Steel.
De Trails-games spelen zich af in nabijgelegen
landen, slechts een jaar van elkaar verwijderd.
Hoewel Trails in the Sky chronologisch de eerste
game is, beide games zijn perfecte instappers.
Doe er je voordeel mee! - Guan van Zoggel
太狸記・ 四月号
De draad van de spin
met het weven van zijn zilverkleurige draad en
met de meeste zorg pakte hij dit wezen op en liet
hij zijn draad langzaam vallen naar beneden.
De draad van de spin (蜘蛛の糸 : Kumo no Ito),
ook wel bekend als “The Spider’s Thread” is
een kort verhaal geschreven door Akutagawa
Ryunosuke (芥川 龍之介) in 1918. Van dit
verhaal is er een door Edwin McClellan in het
Engels vertaalde versie op het internet te vinden.
Laatst werd dit verhaal verteld in aflevering 11
van de anime Boku Dake Ga Inai Machi (僕だ
けがいない街: De stad waar alleen ik mis)
ook wel bekend onder de naam Erased en heeft
mij aangespoord om ditmaal een iets meer
modern verhaal in deze rubriek te schrijven.
Op een dag in het paradijs liep Boeddha rustig
rond. Het was ochtend en de geur van witte
lotusbloemen, die zich bevonden in een vijvertje
waar Boeddha naast liep, vulden de lucht met
een zoete breekbare geur die je wel koesteren
moest. De bron van deze geur was onuitputbaar
en het water van dit vijvertje was kraakhelder,
zo helder dat Boeddha even halt hield en in de
vijver keek. Aan de bodem van de vijver zag hij
duidelijk de bloedrivier van de onderwereld.
Hij keek door het kristalheldere water naar
het scenario beneden en wel meteen merkte
hij, tussen alle zondaars, een man op genaamd
Kandata. Deze man was een beruchte dief
geweest en daarvoor moest hij de rest van
zijn bestaan uitzitten in deze onderwereld.
Boeddha wist echter dat deze man naast al zijn
slechte daden één goede daad had verricht. Hij
had zich namelijk bedacht bij het vermorzelen
van een spin onder zijn sandaal en liet deze
toch leven. Boeddha wilde voor deze ene daad
wel doen wat hij kon om Kandata uit deze hel
te helpen. Hij zag dichtbij zich een spin bezig
Ondertussen in deze rivier van bloed, die
zich bevind op het diepste niveau van de
onderwereld, drijft daar Kandata, stikkend in
het bloed van deze rivier. Op het hoogtepunt
van zijn lijden was het net toevallig dat
hij zijn hand naar de hemel hief en daar
de zilverkleurige draad naar beneden zag
komen. Het leek erop dat deze draad van ver
ver boven kwam en Kandata hoopte dat deze
draad hem net zo ver ver weg zou brengen
van zijn lijden. De kans was dan uiteindelijk
daar en hij greep die met twee handen vast.
Vastberaden en behendig als dief begon hij de
draad te beklimmen. Maar de afstand tussen
hel en paradijs is duizenden aan duizenden
kilometers en halverwege had Kandata niet
meer de energie om door te klimmen en
besloot, met tegenzin, even rust te houden en
naar beneden te kijken. Hij dacht bij zich zelf
dat uit hel komen op deze snelheid niet moeilijk
is en begon triomfantelijk te grinniken. Maar
tot zijn schrik zag hij van onderaf dat andere
zondaars dit draad ook begonnen te beklimmen
en duizenden begonnen zich een weg naar het
begin van het draad te banen door het bloed in
de rivier. Kandata was bang dat de dunne draad
zou knappen met al het gewicht van de nieuwe
klimmers en schreeuwde naar beneden dat
deze draad van hem was, van Kandata alleen.
Op het moment dat hij die woorden sprak, brak
de draad en viel hij met de rest weer terug in de
met bloed gevulde rivier van de onderwereld.
De draad nog zichtbaar, licht schijnend.
Boeddha zag al dat was gebeurd, stond op
en liep enigszins bedroefd weg. Hij had
veel medelijden met Kandata, die door zijn
harteloosheid weer terug was gevallen naar
deze hel. Maar weer dezelfde breekbare geur
vulde de lucht, zoals altijd, terwijl Boeddha
verder dwaalde door het paradijs, waar het
nu namiddag was. - Kris van der Klaauw
太狸記・ 四月号
23
Japanese Public Speaking Contest
Afgelopen maart heeft Caitlin Moor, ons
redactielid en eerstejaarsstudent, meegedaan
met de Japanese Public Speaking Contest.
Waarom besloot je jezelf op te geven?
“Via Yamamoto-sensei kregen we te
horen dat het een goede kans was om je
Japans te verbeteren. Dat wilde ik wel!”
Hoe heb je jouw speech voorbereid?
“Samen met Yamamoto-sensei heb ik een
aantal mogelijk onderwerpen doorgenomen.
Vervolgens ben ik eerst mijn speech in het
Engels gaan schrijven, zodat ik wist wat ik
wilde gaan vertellen. Dit heb ik daarna vertaald
naar het Japans. Yamamoto-sensei heeft later
alles nagekeken en de speech voorgelezen,
zodat ik deze kon opnemen via mijn mp3speler en terugluisteren wanneer ik maar
wilde. Daarnaast oefenden we wekelijks met
alle deelnemers om niet alleen van elkaar te
leren, maar ook om de ander tips te geven.
Voor de generale repetitie zijn we tenslotte met
Yamamoto-sensei, Yoshioka-sensei en Sekisensei, plus een aantal leden van de Kaiwa Club,
bij elkaar gekomen om onze speeches voor de
gehele groep te oefenen. Het was best spannend,
vooral omdat er opeens zoveel mensen stonden.”
Waar
ging
jouw
speech
over?
“Omdat het thema luidde “Wat ik geleerd heb van
mijn Japanse taalstudie”, wilde ik mijn speech
eerst misschien houden over relaties, vanwege
de vele nuances in het Japanse taalgebruik die
de relaties tussen gesprekpartners weergeven,
maar uiteindelijk koos ik voor het vinden van
nieuwe leermethoden. Toen ik met deze studie
24
begon, moest ik namelijk op een andere
manier studeren dan op de middelbare
school. Hierbij heb ik als voorbeeld
kanji genomen. Ik maak namelijk vaak
tekeningen van de kanji om ze te kunnen
onthouden, of ik bedenk er een zinnetje bij.”
Hoe heb je de contest ervaren ?
“De speech geven was best spannend, je staat
er toch voor een grote groep toeschouwers en
jury deels afkomstig van bedrijven zoals Canon,
Yakult en Japan Airlines. Hoewel ik niet bij de
beste zes deelnemers hoorde, was het alsnog erg
leuk en hing er een goede sfeer. Eigenlijk ging
niemand als verliezer naar huis, omdat je toch
even een speech in het Japans hebt staan geven.
En als je op tijd begint dan is het niet zoveel werk.
Je oefent slechts één uurtje per week met de
groep en verder moet je het zelf voorbereiden. Ik
heb vooral veel nieuwe woorden en grammatica
geleerd dat van pas kwam tijdens latere lessen.”
Heb je nog tips voor studenten
die volgend jaar willen meedoen?
“Wees vooral niet bang om mee te doen, want
geloof me, je wordt rijkelijk beloond! Na de
generale repetitie hebben we bijvoorbeeld bij
Yamamoto-sensei thuis gegeten. Dat was zo
lief van haar. Alleen dat is al genoeg reden
voor mij om volgend jaar weer mee te doen.
We hebben samen veel gelachen en ik vond het
vooral leuk dat mensen van de Kaiwa Club ook
kwamen kijken: ik wilde toch wat meer mijn
best doen voor hen. Ten slotte, begin op tijd.
Als je dan eindelijk voor de jury staat, haal even
rustig adem voor je begint, kalmeer jezelf en ga
ervoor!” - Lauren Liebe
太狸記・ 四月号
Wat de boer niet kent... rupsen?!
De Koreaanse keuken staat vooral bekend
om haar pittige gerechten. De meeste
buitenlanders weten wel kimchi te noemen,
en met een beetje geluk ook bibimbap. Maar
sommige culinaire hoogstandjes uit Korea zijn
zelfs voor de kenners niet vanzelfsprekend.
Eén van deze onvanzelfsprekende gerechtjes
is beondegi (번데기), oftewel zijderupspoppen.
Deze zijderupspoppen worden voornamelijk
op de straten van Zuid-Korea verkocht bij
voedselkraampjes, waar ze worden gekookt
of gestoomd voordat ze geserveerd worden.
Het schijnt dat beondegi lichtelijk knapperig
zijn, maar tegelijkertijd zacht en sappig
vanbinnen, de smaak zou bitter zijn en iets
weg hebben van boomschors. Vaak wordt er
wel suiker en sojasaus aan toegevoegd aan
om ze gedeeltelijk op smaak te brengen, aldus
Jonathan Deutsch in zijn boek They eat that?:
A cultural encyclopedia of weird and exotic
food from all over the world. Over de smaak van
de beondegi wordt veel getwist. Aangezien zowel
de smaak als de geur vrij sterk zouden zijn, zijn
er veel mensen die erdoor afgeschrikt worden.
Beondegi zijn erg rijk aan eiwit, en werden veel
gegeten rond de Tweede Wereldoorlog, toen
bronnen van eiwit schaars waren. Daarom
zijn het tegenwoordig met name ouderen
die zich tegoed doen aan de zijderupsen, een
groot deel van hen is namelijk van jongs af aan
gewend om ze te eten. Tegenwoordig vormen
de beondegi slechts een lekker tussendoortje.
Voor degene die af en toe iets nieuws wil
proberen zoals gefrituurde sprinkhaan of rauwe
kip is het wellicht interessant om een bezoekje
aan Korea te brengen, of natuurlijk gewoon een
Aziatische supermarkt, en een hap te wagen!
- Dorien Heerink
太狸記・ 四月号
25
Ask Anky
Ask Anky is een adviescolumn speciaal voor de problemen van Japanologen
en Koreanisten. Heb je een probleem waarover je niet kunt of durft te schrijven naar
een algemeen adviescolumn, schrijf dan naar journal@tanuki.nl met als onderwerp
“Ask Anky”, of leg je brief in het postvakje van Tanuki. Hier zal door een deskundige
antwoord worden gegeven op al je vragen. Schaam je niet en mail vandaag nog.
Geachte Anky,
Beste Anky,
Momenteel zit ik al een tijdje in Japan voor
de studie. Ik ben 21 jaar, blond, lang, knap,
welbespraakt, kan koken, schoonmaken,
goed zingen en hou van interpretatieve
dans. Mijn ideale date zal ik alle hoeken
van de arcade hall hier om de hoek wel even
laten zien. Kortom, ik heb alles te bieden.
Ik zit met een best wel groot probleem,
dus ik hoop dat jij me uit de brand
kan helpen. Daar komt ‘ie dan hoor.
Ik heb laatst een Pokemonbal gekocht. Omdat
ik niet wist wat ik ermee aan moest (kun je je
überhaupt voorstellen dat die dingen bestaan?),
heb ik hem maar tegen mijn hond gegooid.
Blijkbaar is hij defect of er klopt in ieder geval
iets niet, want nu beweegt mijn hond niet meer.
Dus
dat
waar
is
dat
iedereen
mij
Japanse
harem
heeft
beloofd?
Sayonara,
Dus Anky, hoe krijg ik mijn hond weer goed?
Lieve groetjes,
BlondeGod21
WannabePokemonMaster
Beste BlondeGod21,
Beste WannabePokemonMaster,fffffffffffffffffffffff
Zoals je in de kleine letters op je reispakket naar
Japan kan lezen, kan je je harem ophalen door te
gaan naar club Green Land in Roppongi, Tokyo,
een ware gaijin hunterclub. Je hoeft slechts 1000
yen entree te betalen en je belandt in een tropisch
uitziende bar waar de secretaresses over je heen
vallen.
Ik zou als ik jou was meteen je ambitie om
Pokémon Master te worden te laten varen: zelfs de
groenste rookie trainer weet dat het een Pokéball
heet, niet een Pokemonbal. Ook heet het dus
geen“ik-gooi-maar-een-bal-tegen-mijn-hondaan-omdat-mijn-ballen-voor-de-rest-nergenskomen-bal”. Het verbaast me dan ook dat je deze
brief hebt kunnen schrijven, want lezen kan je
niet! Er staat duidelijk op de beschrijving van de
Pokéballs dat het gebruikt wordt om Pokémon
te vangen, niet om “maar tegen mijn hond aan
te gooien.” Om Professor Oak citeren “There is
a time and place for everything. But not now.”
Natuurlijk moet je zelf ook nog wat
achteroverslaan. Het beloofde (Green)land is dus
in Roppongi, maar als je dat uiteindelijk te ver
gaat, dan kan je altijd nog naar de lokale shop
gaan en een aantal body pillows meenemen.
Zelfs zij zullen je interpretatieve dans waarderen!
Allerliefste groetjes en geen bedanky,fffffffffffffffff
Lieve groetjes en geen bedanky,
Anky.
Anky.
P.S. Je hond is dood.
26
太狸記・ 四月号
Door: Urla Burgzorg
太狸記・ 四月号
27
‘s avonds een man...
...‘s ochtends een man
Een Tanuki Activiteit is geen geldige reden om een college te
skippen of te laat te komen.
Wees verstandig! Wees een man!
Of een vrouw...
28
太狸記・ 四月号