TaTanukiKi 2013-2014--5
Media
Part of 2013-2014 | 5
- Titel
- TaTanukiKi 2013-2014--5
- extracted text
-
太狸記
LVSJK Tanuki / 三十二周年 / 五月
太狸記・五月号
1
社説
Colofon
Journalcommissie
Voorzitter:
Arthur Hinsch
wnd.:
Anoma van der Veere
Secretaris:
Carmen Loh
Eindredactie:
Wester Wagenaar
Leden:
Myrthe Prins
Simone Felix
Vincent Meijer
REDACTIELEDEN
Hoofdredacteur:
Arthur Hinsch
Vormgeving:
Anoma van der Veere
Eindredactie:
Wester Wagenaar
Bestuur van Tanuki
Praeses:
Albert Tiemersma
Quaestor &
Vice-Praeses:
Arco Oliemans
Assessor
Communicatie:
Anoma van der Veere
Assessor
Eerstejaars:
Fred Dillmann
Assessor
Koreanistiek:
Flora de Greef
Commissievoorzitters
Eerstejaarscommissie:
Fred Dillmann
Feestcommissie:
Gise van den Wildenberg
Jaarboekcommissie: Marente de Vries
Journalcommissie: Arthur Hinsch
Kampcommissie:
Tina Dermois
Koreacommissie:
Flora de Greef
Kunst- en
cultuurcommissie: Jessy Willemsen
Reiscommissie:
Colin Casey
Raad van Toezicht
Robert Beers
Martijn Heule
Guan van Zoggel
2
Editorial van de hoofdredacteur
Met oog op de toekomst zijn veel studenten
druk bezig met hun scripties en ook andere
studenten zien de volgende tentamens en
papers alweer gevaarlijk dichtbij komen.
Wat zal de toekomst brengen? In ieder
geval een grote hoeveelheid uitdagingen
en keuzes. Keuzes die je toekomst zullen
bepalen en je leven veranderen.
Met volle overtuiging hebben de leden van
de journalcommissie hun tijd geïnvesteerd
en de juiste keuze gemaakt om, ook deze
keer, een prachtige journal uit te brengen.
De ervaring en vaardigheden die zij hier
hebben opgedaan en toegepast zouden
dan ook wel sterke implicaties voor hun
toekomst kunnen hebben. Dit wetende
hebben zij artikelen tot stand gebracht
die de wereld zullen verrijken met kennis.
Opdat de nieuwsgierigheid en motivatie van
haar leden nog lang zal blijven bestaan!
In je handen heb je het resultaat van ons
streven naar perfectie. Ik wens je er veel
plezier mee!
Heb je zelf nog ideeën voor artikelen of wil je
volgend jaar deel uitmaken van dit effectieve
team, mail dan naar journal@tanuki.nl Arthur Hinsch
太狸記・五月号
目次
Op de voorkant
Inhoud
Op de voorpagina staan traditioneel geklede
19e eeuwse Japanse boeren afgebeeld. De
man draagt een traditionele rieten mino (
蓑: regenjas) en een kasa (笠: hoed), een
hoed gemaakt van bamboe of riet. Niet
aleen de verschijning van hedendaagse
boeren is sterk veranderd, maar ook de
Japanse landbouwsector ondergaat heftige
omvorming. Neem een kijkje in de journal
voor een interessant perspectief op deze
verandering.
Tanuki Shinbun
Wil je jouw fotografisch talent ook delen
met iedereen? Stuur ideeën voor een cover
naar journal@tanuki.nl en wellicht siert
jouw werk de volgende TaTanukiKi!
Tanuki Feest: Animal Farm
4
Banzai vs. SVS
6
Japan & Korea
Urban Farming in Japan
7
Erotiek in Japanse kunst
10
Het gevecht omtrent Futenma
13
Interview: Ambassadeur van Japan
16
Vijand in eigen land: Japannerkampen
19
Ouder worden in Zuid-Korea
21
Media
CinemAsia
23
Final Fantasy X & X-2
26
International Film Festival 2014
27
Columns
De Nederlandse helling
29
Ask Anky
30
Groetjes uit Fukuoka!
31
“Toen heb ik met
Tjerk en Roel het
zwarte gat zitten
opvullen.”
- Albert Tiemersma
太狸記・五月号
3
Tanuki Feest: Animal Farm
“Ein Gespenst geht um in Tanuki”, maar of
het ging om een waanbeeld ingegeven door
de wodka van de indrinkers is nooit duidelijk
geworden. Het was op de vooravond van 27
maart 2014 dat OGP (Onze Grote Praeses) en
de zeven leden van het comité ter bevordering
van feestgedruis, de handen ineen sloegen
om de revolutie te leiden. “Alle mensen zijn
vijanden en alle dieren kameraden!” Dat was
onze leus op die memorabele avond in maart.
Hoewel er die avond minder mensen van
de Partij waren dan gebruikelijk, liet het
feestgedruis niet lang op zich wachten.
Balalaika’s zetten in en om me heen zie ik
trojka’s hier en trojka’s daar. Wie had gedacht
dat Marx los zou gaan op DJ Paul Elstak?
Power to the people, terwijl George Orwell
en zijn beestachtige entourage over de vloer
stuiterden. De opzet bleek geslaagd en de
feestbeesten waren niet meer te houden.
Stamboekvee naast wild, varken naast pauw,
allen werden broeders – en zusters – onder de
felgekleurde lampen van C.O.C. De Kroon.
Al snel bleek dat alle dieren dezelfde belangen
deelden. Zo is Pedobear gesignaleerd, evenals
Rudolf (het rendier). Poezen paraderen die
avond rond naast beren en een paar inheemse
4
soorten zijn zelfs met een exoot gespot,
verwikkeld in wat het beste te omschrijven was
als een extravagante paringsdans.
Een paar uur na middernacht gebeurde iets
eigenaardigs, de wildste feestbeesten lijken
verdwenen en op de dansvloer bevinden
zich nog slechts enkele sociale vlinders en
muurbloempjes. Ik denk bij mezelf: “’t wordt
de hoogste tijd voor de rookruimte”. Wat ik
daar aantref is echter een groter feest dan
beneden. Als ik de deur open trek, komt me
een walm tegemoet van heb je me daar en ik
geloof dat er zelfs een groene draak rondhing.
Maar wat had ik dan verwacht op een feestje
georganiseerd door de linkse hippie-elite van
het Nederlandse dierenrijk.
Als een garnaal loop ik weer naar beneden,
wanneer het feest zich terug naar de danszaal
verplaatst. Ik weet dat mijn avond in ieder geval
geslaagd is en ik durf haast met zekerheid te
zeggen dat alle diertjes die nacht weer veilig
naar hun stal gegaan zijn aan het eind van
deze lange mars van een feest. Hulde aan de
feestcommissie, hulde aan Onze Grote P en
hulde aan iedereen die is komen opdagen. Tot
op het volgende feest! – Vincent Meijer
太狸記・五月号
太狸記・五月号
5
Banzai vs SVS: één doelpunt
In de eerste helft van de wedstrijd gebeurt
weinig dat het vermelden waard is voor
Banzai. Albert Tiemersma heeft die middag
drie gluten gegeten en is daardoor zwaar
geblesseerd. Toch speelt hij nog mee en rent in
slow motion over het veld. Het team van SVS
– dat overigens voornamelijk uit niet-SVS’ers
bestaat – weet zonder al te veel moeite de bal in
het net te tikken. Met twee punten tegen zich,
maken de lichtelijk gebroken Tanukianen zich
op voor de tweede helft.
mislukte kansen, schiet spits Renzo naar
voren en weet hij de verdedigers te omzeilen.
Hij sprint richting het doel en met een schot
als een kanonskogel boort de bal zich over de
keeper, via de binnenkant van de paal, het goal
in. Dit is uiteindelijk het laatste doelpunt van
de wedstrijd, maar het is genoeg. De eerste
helft bestaat niet meer. – Myrthe Prins
Vanaf dan hebben we de wedstrijd weer
enigszins in onze handen. Het publiek juicht
luidkeels voor David ‘De Muur’ Perry, die
weliswaar twee simpele ballen doorliet, maar
verder alle lastige schoten weet te stoppen.
Niets of niemand maakt nog een kans om te
scoren, zelfs niet de profvoetballers die SVS
heeft ingehuurd. Geteisterd door heftige
regenbuien blijft het team strijden om zijn eer
in stand te houden.
Terwijl er een regenboog aan de hemel staat,
komt het euforische moment. Na een aantal
6
太狸記・五月号
Urban Farming in Japan
In de laatste editie van de TaTanukiKi van
vorig jaar had ik een artikel geschreven over de
veranderingen in de Japanse landbouwsector.
Toen merkte ik op dat Japan sterk te maken
heeft met grootschalige vergrijzing in de
landbouwsector. Als gevolg van spoedige
economische groei in de afgelopen decennia
zijn steeds meer mensen verhuisd van het
platteland naar sterk expanderende gebieden
zoals Tokio. Steeds meer jonge mensen
voelen zich aangetrokken tot de economische
mogelijkheden van een grote stad, maar dit
heeft tot gevolg dat veel landelijke gebieden
steeds leger raken. Aangezien het Japanse
platteland sterk gedomineerd wordt door
landbouw, heeft dit proces aanzienlijke
gevolgen voor deze sector.
De gemiddelde leeftijd van boeren op het
Japanse platteland ligt namelijk boven de
65 en opvolgers zijn schaars. Onder andere
leidt dit tot een verwaarlozing van een grote
hoeveelheid landbouwgrond. En inderdaad
bedroeg in 2010 de totale hoeveelheid
aan verwaarloost landbouwgebied 396,00
hectaren, qua oppervlakte even groot alsdie
van de gehele Saitama-prefectuur (17,5
miljoen inwoners). De Japanse regering,
onder invloed van het Japan Agriculture-
netwerk, vindt het belangrijk dat de Japanse
landbouwsector beschermt wordt voor
overmatige competitie vanuit het buitenland.
Dit gebeurt onder andere door een extreem
hoge importbelasting op buitenlandse rijst.
Desniettemin zou een mogelijke liberalisering
door de Trans-Pacific Partnership en het EUJapan vrijhandelsakkoord ernstige gevolgen
voor het toekomstige beeld van de Japanse
landbouwsector kunnen hebben. Hier word
dan ook sterk tegen gelobbyd vanuit het
Japan Agriculture-netwerk. Mede door het
vergrijzende karakter van dit netwerk, schijnt
landbouw in Japan steeds meer een sector
zonder toekomstperspectief te zijn.
Ten
gevolge
van
een
versnellende
verstedelijking, bevindt een toenemende
hoeveelheid landbouwgrond zich binnen deze
stedelijke omgevingen. Wie al een keer de tijd
genomen heeft om een normale buitenwijk
te verkennen in een grote Japanse stad zal
waarschijnlijk enkele kleinschalige, tussen
allerlei huizen verstopte, rijstvelden tegen zijn
gekomen. Er blijkt op deze plekken echter niet
alleen rijst te worden verbouwd, maar ook
andere soorten gewassen. Dit soort stedelijke
landbouwprojecten, ook wel urban farming
genoemd, tellen tegenwoordig tot een derde
太狸記・五月号
7
van de gehele Japanse landbouwsector. De
totale opbrengst uit deze projecten is genoeg
om 700.000 mensen te verzorgen.
Echter, het produceren van groente en fruit
voor de nationale voedselmarkt is niet het
primaire doel van urban farming in Japan.
Het kent namelijk veel voordelen tegenover
conventionele landbouw. Een belangrijke
factor is dat mensen uit de omliggende
huizen vaak samenkomen om groente op
een van de velden te verbouwen. Dit is een
systeem dat ook vanuit de overheid veel steun
geniet en op twee manieren werkt. Via het
‘体験農園: taikennouen’ (landbouw met
ervaring)-systeem
krijgen
burgers
de
mogelijkheid om, samen met een ervaren
persoon, groente te verbouwen en om
hierdoor zelf de nodige kennis te verkrijgen.
Dit betekent echter niet dat men zich op
een dagelijkse basis moet toewijden aan het
project, maar krijgt men de kans om op een
niet-dwingende manier de omgang met het
verbouwen van planten te leren.
steeds meer geïnteresseerd raken in voedsel
dat zonder chemische middelen is gekweekt,
waar het volkslandbouwsysteem dan ook zijn
bestaansrecht aan ontleent. Daarnaast heeft
de ramp van Fukushima ervoor gezorgd dat
mensen kritischer zijn gaan kijken naar de
oorsprong van hun voedsel. Inderdaad is
alle landbouw binnen de twaalf kilometer
evacuatiezone rondom de kernreactor door
de overheid verboden, maar aangezien er
ook in eetwaren tweehonderd kilometer van
het incident vandaan onveilige sporen van
radioactiviteit zijn aangetroffen, vertrouwen
mensen steeds minder op de kwaliteit van
voedsel van de nationale markt. Mede vanwege
deze redenen beschouwt een toenemend
aantal Japanners stedelijke oplossingen als
een ideale manier om hun eetwaren op een
lokale, verantwoorde en veilige manier te
verkrijgen. Daarnaast ligt een belangrijk
aspect van een lokale voedselverzorging ook
in het verminderen van voedselkilometers.
Omdat voedsel niet meer vanuit financiële
overwegingen over lange afstanden wordt
getransporteerd en in plaats daarvan door de
consument zelf wordt geproduceerd, daalt
de ecologische impact aanzienlijk. Door het
creëren van lokale netwerken en de verkoop van
de opbrengst op lokaal niveau wordt bovendien
ook de lokale economie gestimuleerd.
Samen met een toenemend verlangen vanuit
de bevolking voor verantwoord voedsel,
heeft Japan ook op technologisch gebied
Aan de andere kant is er het
‘市民農園: shiminnouen’ (volkslandbouw)systeem dat mensen een kleinschalig veld
in een stedelijke omgeving biedt, waarover
men zelf beschikt. Veel van dit soort velden
worden door mensen gebruikt die veel waarde
aan de oorsprong van hun voedsel hechten.
Recentelijk blijkt dat stadsbewoners in Japan
8
太狸記・五月号
veel vooruitgang geboekt. Zo is Japan
internationaal bekend om zijn onconventionele
en nieuwe manieren van landbouw. Een goed
voorbeeld hiervoor zijn de Granpa Domes
die zijn bedacht door Taakaki Abe. Deze
Domes zijn overal inzetbaar, ook in een
stedelijke omgeving, doordat groente in een
met hernieuwbare energiebronnen verzorgde,
afgesloten kas worden gekweekt en er met
voedingsstoffen verrijkt water wordt gebruik
in plaats van conventionele aarde. Zo zijn er
bijvoorbeeld twee van deze kassen geplaatst
in het gebied dat door de tsunami van maart
2011 werd geraakt. Vanwege een overmatige
hoeveelheid zout water op landbouwvelden,
werd het voor veel boeren moeilijk om een
effectieve oogst tot stand te brengen. De
Granpa Dome wordt hier in het algemeen
als één van de beste oplossingen beschouwd.
Hij biedt namelijk de mogelijkheid om op een
technisch moderne en efficiënte manier veel
groenten te kweken op kleine schaal. Maar
het zijn niet alleen moderne kassen die een
idee geven hoe landbouw in de toekomst zou
kunnen worden bedreven. Het bedrijf Pasona
O2, gevestigd in Tokio, heeft een uitzonderlijke
werkomgeving voor zijn werknemers
gecreëerd. In de verschillende ruimtes van het
gebouw zijn er tot 200 verschillende soorten
planten te vinden die door een vast team
van werknemers alle aandacht krijgen. Ook
de buitenkant van Pasona is bijna compleet
bedekt door planten. De groene duim van het
bedrijf heeft een aantal zekere voordelen. De
groene façade straalt niet alleen een rustige
sfeer uit, maar draagt ook bij aan de efficiënte
isolatie van het gebouw. Dit heeft als gevolg
dat de benodigde energie en kosten voor het
controleren van de temperatuur in het gebouw
aanzienlijk dalen. Daarnaast wordt bijna al het
eten dat in de kantine van het bedrijf wordt
geserveerd, gemaakt van groenten die door
de werknemers van Pasona werd gekweekt.
Tot slot leidt dit ook tot een goede werksfeer
binnen het bedrijf.
Vanwege een dalende landbouwbevolking en
een toenemend bewustzijn voor de kwaliteit een
oorsprong van eetwaren, is het te verwachten
dat technisch geavanceerde en kleinschalige
projecten in stedelijke omgevingen, sterk
in aantal zullen toenemen. Het traditionele
beeld van de Japanse landbouwsector zou
hierdoor steeds sneller kunnen veranderen
naar een landbouwsector die in harmonie zou
moeten komen te staan met een uitbreidende
urbane omgeving. Het blijft hierbij nog maar
de vraag in hoeverre traditionele landbouw in
de toekomst als cultureel erfgoed zal kunnen
worden beschermt. - Arthur Hinsch
太狸記・五月号
9
Erotiek in Japanse kunst
en de Japanse porno-industrie
Je wist misschien al dat Japan in de top vijf
staat van landen die de meeste speelfilms
produceren, maar wist je ook dat volgens een
onderzoek uit 2009 alleen China en ZuidKorea meer opbrengsten uit de porno-industrie
wisten te halen? De Japanse porno-industrie
wordt zelfs aangehaald als de grootste of een
van de grootste ter wereld. Voor de oorsprong
van deze ogenschijnlijke obsessie met erotiek
– maar misschien vooral voor de populariteit
ervan in het Westen – is door wetenschappers
vaak een verklaring gezocht.
Volgens sommige onderzoekers is de
oorsprong van Japanse erotische kunst terug
te traceren naar de traditie van shunga (春
画). Shunga betekent letterlijk ‘lentebeelden’,
maar in de praktijk blijkt lente al snel een
eufemisme voor bepaalde handelingen die
ook wij associëren met de bloemetjes en de
bijtjes. Shunga is vooral bekend geworden bij
historici door overgeleverde afdrukken van
houtblokprenten of ukiyo-e (浮世絵), maar
er zijn aanwijzingen dat shunga al voor de
zeventiende eeuw bestond.
Hoewel dit natuurlijk lijkt op een vroege vorm
van pornografie, is het misschien te makkelijk
om de afbeeldingen die in dit geval allerlei
seksuele handelingen uitbeelden, te vergelijken
10
met wat bij de hedendaagse consument voor
porno door gaat. Vooral over het precieze
doel van de shunga is nog onduidelijkheid bij
onderzoekers. Het is om ambivalenties als
deze dat andere onderzoekers de oorsprong
van moderne Japanse pornografie juist elders
zoeken.
Een van de plekken waar wordt gezocht is
in de Japanse kunst uit de jaren twintig van
de vorige eeuw. In deze roerige tijden qua
politiek, was een nieuwe groep kunstenaars
opgestaan: hun stroming zou de geschiedenis
in gaan als de ero-guro-nansensu (エログロ
ナンセンス), een afkorting voor erotisch,
grotesk en nonsensicaal. De stroming, vaak
vergeleken met het Decadentisme van Europa,
greep bijvoorbeeld terug op het medium van
de shunga, maar focuste zich meer op geweld
en onderdrukking in de gruwelijke onderbuik
van de samenleving in Japan ten tijde van de
Taishoperiode.
Ero-guro-nansensu zou een inspiratiebron
zijn voor toekomstige horror en erotische
film uit Japan, zo ook voor de Japanse film L’
Empire des Sens (1976) – ja een Japanse film
met een Franse titel. Deze film illustreert een
belangrijk gegeven uit de geschiedenis van
Japanse erotische kunst. Expliciete beelden
太狸記・五月号
waren niet vanzelfsprekend. Sterker nog, na
de tweede wereldoorlog werd met de invoering
van artikel 175 in het Japans strafrecht
het bezitten en verspreiden van ‘obsceen
materiaal’ verboden.
als controversieel gezien, zo is het in Japan
niet bij wet verboden om over kinderporno
te beschikken (al is de productie ervan
wel illegaal) en is er een ruim aanbod aan
bijvoorbeeld geënsceneerde verkrachting.
De wet die nog steeds van kracht is, houdt
in de praktijk in dat op erotische beelden in
Japan nog steeds censuur wordt uitgeoefend,
vaak in de vorm van vervaagde genitaliën of de
beroemde zwarte balkjes. Tegelijkertijd biedt
de wet een gegronde reden voor de vervolging
van criminele vervaardigers van pornografisch
materiaal. De makers van L’ Empire des Sens
kozen er om deze reden voor hun film in het
buitenland te maken nadat ze het materiaal in
Japan geschoten hadden, een wetsomzeiling
waar ook vandaag de dag nog veel gebruik van
wordt gemaakt.
Hoewel voorstanders van de レイプ en ロリ/
ショタ genres (respectievelijk verkrachting en
minderjarige meisjes/jongens) beweren dat
de groeiende porno-industrie gepaard ging
met een verminderend aantal verkrachtingen
en gevallen van kindermisbruik, beweren de
critici dat het door tekortkomingen in Japanse
wetgeving moeilijk is voor slachtoffers om
hun gelijk te halen bij de rechter. Zo kan er
sprake zijn van gedwongen prostitutie, of zelfs
slavernij, er is immers geen officieel keurmerk
dat controleert of alle acteurs vrijwillig en
veilig deelnemen.
Globalisering, de uitvinding van VHS-tape,
DVD en internet hebben allen bijgedragen aan
het krimpen van het aantal zogenaamde pinku
movies en aan het verdwijnen van de Japanse
18+-bioscopen. Deze nieuwe massamedia
hebben vervolgens van erotische kunst de
porno gemaakt die wij nu kennen, in zijn
makkelijk verkrijgbare – consumeerbare –
vorm.
Naast de gebruikelijke controverse die
porno met zich mee brengt, of het nu gaat
om vreemde fetisjen of om discriminatie en
misbruik, heeft porno ook zijn nuttige kanten.
Taboe wordt aangekaart en dat seks, al dan niet
in pornovorm, als uitlaatklep werkt, is veelal
bewezen.
De focus van de porno-industrie lag eerst op
de nationale markt, in zulke sterke mate dat de
redactie van de Japanse Playboy uit wanhoop
het grootste deel van de oorspronkelijke
Amerikaanse inhoud schrapte om plaats te
maken voor Japanse schrijvers in zijn Japanse
editie. Ook hier kromp de industrie en al
snel werd duidelijk dat op een groter publiek
ingespeeld moest worden. Dankzij de AV
(adult video)-cultuur en later het internet zijn
zo verschillende tropen uit de Japanse erotiek
in het Westen beland en andersom. Simpele
voorbeelden hiervan zijn het beruchte bukkake
maar bijvoorbeeld ook interraciale seks.
Al met al is porno een onmisbaar deel van de
consumentenmaatschappij, een deel dat men
makkelijk – of door taboe maar al te graag –
over het hoofd ziet. Dit maakt het van wezenlijk
belang dat ook erotisch getinte media aandacht
krijgen, want net zoals ontwikkelingen in film
en literatuur gezien kunnen worden als een
spiegel van maatschappelijke ontwikkelingen,
verschaft onderzoek naar de porno-industrie
belangrijke inzichten in de goede kanten
en tekortkomingen van onze samenleving.
- Vincent Meijer
Al deze uitwisseling tussen culturen heeft tot
de nodige cultuurshock geleid. Vandaag wordt
bijvoorbeeld raar gevonden dat, ondanks
de censuur, erotica overal voorhanden lijkt
in Japan. Het aanbod zelf wordt ook vaak
太狸記・五月号
11
Het gevecht omtrent Futenma
Gedurende de Koude Oorlog heeft de
Verenigde Staten legerbases verspreid over
de wereld in geallieerde landen. Ze werden
geplaatst om de regionale vrede te kunnen
bewaren en de defensie van de VS te kunnen
ondersteunen, maar bleken ook bij te dragen
aan de verdere ontwikkeling van economieën.
Dankzij verminderde risico’s in het gastland
waren bedrijven namelijk eerder bereid om
te investeren in desbetreffende landen. De
plaatsing van bases gaat echter gepaard met
zo nu en dan gecompliceerde internationale
relaties tussen de Verenigde Staten en de
gastlanden en bovenal is de lokale bevolking
vaak niet echt blij met een legerbasis. Bases
in Zuid-Vietnam, Iran en de Filippijnen
hebben om die redenen dan ook de deuren
moeten sluiten. Japan huist nog altijd 84
legerfaciliteiten van de VS, waaronder de
controversiële Futenma-basis op Okinawa.
kans op neerstortende vliegtuigen of andere
incidenten, milieuvervuiling, geluidsoverlast,
misdaad geassocieerd met Amerikanen en
een gevoel van militaire bezetting. De angst
wordt geregeld tastbaarder gemaakt als er dan
inderdaad een incident plaatsvindt. Zo zou de
grond meerdere malen vergiftigd zijn geraakt
door chemische wapens, waaronder gelekte
tonnen met Agent Orange op de Futenmabasis in 1981, werd 2004 getekend door een
helikopter die in een universiteit crashte en
Meer dan zestig procent van de
legerfaciliteiten van de Verenigde Staten
in Japan bevindt zich in Okinawa en het is
daarom niet vreemd dat er binnen de lokale
politiek van het eiland veel ruimte is voor
het bespreken van de aanwezigheid van de
Amerikanen. Er zijn genoeg redenen tegen
de bases en activiteiten op het eiland, zoals de
12
太狸記・五月号
waren er in de Koude Oorlog meer mensen
gunstig gezind ten aanzien van de Amerikaanse
bases, terwijl er hierna juist vooral gouverneurs
werden verkozen die zich negatief uitlieten
over de aanwezigheid van de VS op het eiland.
Ook lijken de resultaten van opiniepeilingen
met betrekking tot veiligheidsrisico’s van
Japan een correlatie aan te tonen tussen de
uitkomst van de gouverneursverkiezingen en
de angst voor externe bedreigingen.
Met name in recente jaren is het vermeende
risico voor buitenlandse dreigingen hoog,
maar dit uitte zich in 2013 niet voor een
verwachte uitkomst als enkel rekening wordt
gehouden met de nationale risico’s. Minstens
zo belangrijk zijn namelijk de ontwikkelingen
omtrent de controversiële Futenma-basis. In
1996 besloten de Verenigde Staten en Japan
dat deze militaire faciliteit, gelegen in het
dichtbevolkte Ginowan (zie kaart), verplaatst
zou moeten worden naar Henoko in Nago,
maar een officiële bevestiging kon nog niet
worden gegeven.
was er grote ophef vanwege de verkrachting
van een twaalfjarig Okinawaans meisje door
Amerikaans legerpersoneel in 1995.
Ondanks de grote aversie die overheerst bij
de bevolking van Okinawa, blijken er echter
toch positieve geluiden in de lokale politiek
aanwezig te zijn met betrekking tot de
aanwezigheid van Amerikanen. Sterker nog,
van 1972 (een jaar nadat Okinawa aan Japan
werd teruggegeven) tot 2006 waren zes op
de tien van de verkozen gouverneurs ‘probasis’. Een opmerkelijk gegeven dat veelal
toegewezen lijkt te kunnen worden aan de
externe dreigingen van Japan.
De regel lijkt te zijn: des te meer externe
bedreigingen Japan teisteren, des te meer
mensen in Okinawa stemmen voor een
gouverneur die zich pro-basis opstelt. Zo
De locatie waar de Henoko-basis zou komen
te staan is echter één waar niet alleen de
bevolking van Okinawa, maar ook veel
milieuorganisaties, zich zorgen over baren,
waardoor het rondkrijgen van de beslissing
nog eens moeilijker werd gemaakt. Juist dat de
drukke stad wordt ingeruild voor een wat meer
rurale locatie, vormt hierbij het probleem. Om
de geplande baai in te ruimen voor de militaire
faciliteit, moet flink wat water worden gevuld
met land, water dat koraalriffen en een
rijk ecosysteem huist. Het thuis van negen
bedreigde diersoorten, waaronder de Dugong,
zou door het bouwen van de basis worden
vernietigd.
De huidige regering van de Liberal Democratic
Party (LDP), onder leiding van Abe Shinzou,
stopt veel energie in het verbeteren van de
relaties met bondgenoot de Verenigde Staten.
Hier zou ook de verplaatsing van de Futenmabasis bij horen. Alvorens deze grootschalige
operatie van start kon gaan, is het ja-woord van
de gouverneur van Okinawa een vereiste, maar
met de verkiezingsoverwinning van Nakaima
太狸記・五月号
13
Hirokazu, die Okinawa beloofde niet met de
LDP in zee te gaan, leek hier een stokje voor
gestoken te worden. Eind 2013 is hij echter
toch akkoord gegaan met de verplaatsing van
de militaire basis, onder voorwaarde dat zijn
relatief arme prefectuur financiële steun van
de Japanse overheid zou ontvangen.
Gaat de nieuwe basis in Henoko er dan echt
komen? Waarschijnlijk wel, alhoewel er
voorlopig nog een opvallend obstakel in de weg
staat. De LDP probeerde ook de verkiezingen
van Nago City, waar Henoko zich in bevindt,
te beïnvloeden met een bedrag van 50 miljard
yen speciaal voor de stad, op voorwaarde
dat de locatie gebruikt kan worden voor de
geplande militaire faciliteit. Nago is verre van
14
rijk, waarbij de plek ook nog eens een hoge
mate van werkloosheid kent. Desalniettemin
is Imamine Susumu verkozen met een aardige
marge, een man die koste wat het kost de bouw
van de basis wil voorkomen.
Tegen de wil van de Japanse overheid, zou
Imamine volgens eigen zeggen, middels de
reguleringen van de stad, de constructie van de
nieuwe militaire faciliteit kunnen blokkeren.
Hiermee zou hij een hechtere band tussen de
Verenigde Staten en Japan in de weg zitten,
maar het blijft de vraag in hoeverre een lokale
politicus het succesvol op kan nemen tegen
de wensen van de Amerikaanse en Japanse
overheid. - Wester Wagenaar
太狸記・五月号
Interview with His Excellency
Mr. Masaru Tsuji,
Ambassador of Japan to the Netherlands
His Excellency Mr. Masaru Tsuji, Ambassador
of Japan to the Netherlands, has served in the
Japanese government, both in Japan and abroad
for many years. Due to his long professional career
he has developed a distinct view on international
relations and world affairs. In November last year
he was appointed as the Ambassador of Japan to
the Netherlands. He has agreed to be interviewed
for this month’s edition of the “TaTanukiKi”
Journal. The interview was held at the Japanese
Embassy in The Hague.
Q: You studied Law at Tokyo University
and entered the Japanese Ministry of
Foreign Affairs in 1978. How did your
interest for international relations come
about?
A: When I was a child, people did not so often
have opportunities to travel abroad and there
were not many Japanese people who went
abroad. My father worked in the government
and sometimes he had the chance to attend
an international conference, for example in
Geneva. He brought back a lot of pictures
of European countries such as Germany,
Switzerland, the UK and France. This was my
first exposure to foreign countries and it made
a very strong impression on me. During junior
high school, I had hopes that maybe one day
I could become a diplomat or do work in the
international arena. This was at a time when
Narita Airport was not yet constructed and I
went to Haneda Airport to see my father off
or to welcome him back home. Watching the
airplanes taking off and landing brought up
a feeling of aspiration. At that time I was still
not very serious about becoming a diplomat,
but during university I started reading
about history and foreign affairs. I also read
biographies of pre-World War II diplomats,
“During junior high school
I had hopes that maybe,
one day,
I could become a diplomat or
do work in the international
arena.”
太狸記・五月号
15
and when I was close to graduation, I aspired
for an international career. I wanted to do
something different and foreign affairs looked
very appealing to me. Japan in the late 70’s
had a very good economy and I had numerous
invitations to company interviews after I
graduated from university. However, because
of a kind of tradition in my family to work for
the public sector, I thought I should do the
same rather than working in the private sector.
Q: Due to your outstanding professional
career, you have resided and worked in
several countries. How has this influenced
your view on world politics?
A: I have been to many countries, from the
United States to Saudi Arabia, Malaysia,
Switzerland, Singapore, Russia, Croatia and
now the Netherlands. Naturally each country
has a different culture and history. In my
opinion, one should always look at the history
of each country. International affairs is not
a field where simple answers can be applied.
Arguably, it is easy to give simple answers
to some problems, but looking behind the
screens at a country’s historical circumstances
is nevertheless essential. Over the course of my
career, I could develop a way of seeing things
from different perspectives. Since I have not
only been working abroad, but also in Japan,
I try to be as open as possible to different
settings.
Q: Prior to being appointed as the
Japanese Ambassador to the Netherlands,
you served one and a half year as the
Japanese Ambassador to Croatia. To
what extent do your present duties differ
from your previous post?
A: The bilateral relationship between Japan
and the Netherlands and Japan and Croatia is
different. Croatia is a relatively new country
and gained its independence from Yugoslavia
only in 1991. The bilateral relationship with
Japan is yet to be fully developed and there is,
for example, no direct Japanese investment
in Croatia. Still, the Croatian people do have
some kind of understanding of Japanese
16
culture, so there are some exchanges in
the cultural realm. The Netherlands-Japan
relationship, on the other hand, is a very solid
one and another example is that the royal
families of both countries have developed
a very cordial relationship. Since the
Netherlands is a core member of the European
Union, we share many common values such as
democracy, human rights and the rule of law.
Croatia also shares these values with Japan,
but it is still a very young member state of the
European Union. Therefore, there is still room
for further interaction in political, economy
and security areas. In my opinion, Croatia is
“Since the relationship
between the Netherlands is
very mature, Japan is eager to
learn from Dutch skills,
for example those
in the agricultural sector
and the high-tech
horticulture”
very keen to deepen its relations with Japan.
During my time as the Japanese Ambassador
to Croatia, I focused on starting substantive
business relations between both countries.
Also, I tried to inform the people of Croatia
about Japanese culture and traditions in order
to strengthen their understanding of Japan. The
people of the Netherlands, on the other hand,
already have a deep understanding of Japanese
culture. Since the relationship between the
Netherlands and Japan is very mature, we can
work together to further develop the futureoriented endeavours. For example, Japan is
eager to learn from Dutch innovative skills in
areas such as the agricultural sector and hightech horticulture.
Furthermore, security cooperation between
Japan and the Netherlands is very profound.
For example, we have participated in
太狸記・五月号
peacekeeping operations in Iraq and have
been working together in anti-piracy missions
off the coast of Somalia. Japan and Croatia
do not have this kind of in-debt cooperation
since their relationship is, as previously stated,
relatively new.
“Japan’s Prime Minister Abe
considers bringing back the
Japanese economy his first
priority. At the same time, he
has been contemplating on
how to contribute to peace
and stability [...]”
Q: What would you say is the main
priority of the Japan-Netherlands
relationship? What steps will you take to
deepen the friendly ties between Japan
and the Netherlands?
A: Economically speaking, the Netherlands
is a key player in the currently on-going
negotiations for an EU-Japan Free Trade
Area and has been very supportive in order to
conclude the agreement as soon as possible.
On the political side, there are numerous
issues that the Netherlands and Japan can
work on together. Japan’s Prime Minister Abe
considers bringing back the Japanese economy
his first priority. At the same time, he has been
contemplating on how to contribute to peace
and stability, especially in Asia. He brought
about a new notion of “pro-active contribution
to peace” by encouraging Japan’s contribution
to peacekeeping operations or by supporting
the development of Asian countries. However,
the Japanese government understands
that some neighbouring countries have
concerns about the Japanese position. It is
very important that the government and the
people of countries concerned, including the
Netherlands, understand the true meaning
of “pro-active contribution to peace” and
our actions. This is essential in order to be
able to further develop relationships with
other countries without being diverted by
unfounded allegations.
Q: You arrived in the Netherlands in
November last year. What do you consider
the country’s greatest quality?
A: I have been in the Netherlands for only four
months which is not nearly enough to have any
judgment on this matter. Also, I am to a certain
extent influenced by the many books I read
on the Netherlands. Dutch people, especially
in the government, are very focused on doing
things effectively. I have especially noticed this
with its policy of inviting foreign inhabitants,
and with the way in which the Dutch invite
foreign businesses to the Netherlands. Dutch
people are very liberal and very open-minded.
In addition, although the Netherlands has
a higher GDP per capita than Japan, I find
that Dutch people are not overly drawn to
unnecessary luxury and have a simple, good
lifestyle in general.
“Dutch people are very liberal
and very open-minded. [..]
Dutch people are not overly
drawn to unnecessary luxury
and have a simple,
good lifestyle in general.”
Q: You have been Consul General for
Japan in Boston, USA for one and a half
year and held posts at Japanese embassies
in Singapore, Russia and Malaysia. To
what extent are people in those countries
motivated to study Japan?
A: Of course there are some differences from
country to country. There are also differences
depending on the time I served in those
countries. I started working in Malaysia in
the late 1980’s and at that time the Japanese
太狸記・五月号
17
economy was very good. This was the time
when former Malaysian Prime Minister Dr.
Mahathir started his “Look East Policy”,
which aimed to learn something from Japan.
At that time, many Japanese companies started
investing in Malaysia. This, together with an
increased interest in Japanese society and
culture, lead to an increased motivation to
study Japan. This also applies to Singapore.
During my time in Russia there was not a lot
of Japanese investment in the country. Still,
Russian people appeared to have a favourable
opinion of Japan. Generally speaking, Russian
people are culturally very sophisticated and
Haruki Murakami is very popular in Russia.
Meanwhile, the United States has a very long
and deep relationship with Japan in political,
economic and cultural areas. Be this as it may,
“[...] due to Japan’s
economic deflation since the
1990’s, most people are more
attracted by the cultural
aspects Japan has to offer,
rather than the
economic dimension.”
“However, knowing
Japanese gives access
to understanding
Japanese people-to-people
relations,
either at work or outside.”
ways of thinking and perspectives of the world.
Of course, learning Japanese for business
purposes is very helpful, but in order to acquire
in-debt understanding of special Japanese
social characteristics, such as discipline,
respect for one’s seniors, thoughtfulness and
modesty, learning the Japanese language is
very useful. While speaking Japanese can
be very practical for working with Japanese
people, it appears that recently an increasing
number of Japanese can speak English as
well. However, knowing Japanese gives
access to understanding Japanese people-topeople relations, either at work or outside.
At the Japanese Embassy we experience that
people who studied Japanese have a very good
understanding of our mind-set. This makes
them a very essential part of the Embassy.
Interview door Arthur Hinsch
due to Japan’s economic deflation since the
1990’s, most people are more attracted by the
cultural aspects Japan has to offer, rather than
the economic dimension. Also, a relatively new
and fast growing interest for Japanese pop
culture, rather than its traditional culture, is
impressive.
Q: Over the course of the last years the
Japanese Studies department at Leiden
University has experienced a tremendous
increase in popularity. Why would you
recommend studying Japanese Studies to
prospective students?
A: Acquiring a new language provides students
with the possibility to expose oneself to
foreign cultures and opens one up to different
18
太狸記・五月号
Vijand van je eigen land: JapansAmerikaanse kampen tijdens WO2
Norman Yoshio Mineta was de eerste
Aziatisch-Amerikaanse man in het kabinet van
Amerika. Hij was minister van handel onder
Bill Clinton en hij diende George W. Bush
met een record van langst dienende minister
van transport. Vanaf 1967 tot 2006 werkte
hij trouw voor de Amerikaanse staat, zelfs
nadat hij een aantal jaar door diezelfde staat
opgesloten was in een kamp tijdens de Tweede
Wereldoorlog samen met duizenden andere
Japans-Amerikaanse burgers uit het gebied
van de westkust van Amerika.
Franklin Delano Roosevelt was een van de
machtigste presidenten, zeker toen hij op 19
februari 1942 ‘Executive order 9066’ tekende.
De minister van oorlog en zijn commandanten
mochten hiermee de militaire zones aanwijzen
en beslissen wie zich er wel of niet binnen
mocht bevinden. Het Congres volgde met
‘Public law 503’. Deze wet bevoegde het leger
om beperkingen op te leggen aan iedereen die
zij een bedreiging vond. Er werden militaire
zones aangelegd en aan iedereen van Japanse
afkomst werden avondklokken en andere
beperkingen opgelegd.
Op 22 maart 1942 begon het transport van
Japanners, waarvan twee derde Amerikaans
burger was. Maximaal binnen twee weken
moesten Japanners in de militaire zones de
spullen die ze niet konden dragen verkopen
of ergens opslaan. Vaak werden ze door de
omstandigheden gedwongen hun spullen en
huizen te verkopen voor een fractie van hun
marktwaarde. Een hotel met zesentwintig
kamers werd zo bijvoorbeeld verkocht voor
500 dollar, wat ook in die tijd een veel te laag
bedrag was. In totaal werden 120.000 mensen
uit de militaire zones gehaald, na in sommige
gevallen zelfs gelabeld te zijn, en niemand van
hen wist waar ze heen gingen.
Eerst werden de Japanners naar verzamelcentra
gebracht, waar ze een paar weken verbleven
voordat ze naar de permanente kampen
verplaatst werden. De centra bevonden zich
vaak op (markt)pleinen of paardenracebanen,
waar de stallen haastig schoongemaakt waren
en mensen hun eigen bed moesten maken. De
permanente kampen waren niet luxe, maar
onderdak, werk en scholing werden verzorgd.
Voor veel Japans-Amerikanen, vooral de
volwassenen die de situatie volledig konden
bevatten, was dit een moeilijke tijd. Vooral
het idee dat hun regering en landgenoten ze
als vijand zagen, maar ook de onzekerheid
en het gebrek aan vrijheid, vielen zwaar.
太狸記・五月号
19
Ongeoorloofd buiten het kamp treden werd
afgestraft met schoten.
Achtduizend Japans-Amerikaanse burgers
waren voor de evacuatie naar het oosten
verhuisd op verzoek van de Amerikaanse
regering, zodat ze zich niet in de kwetsbare
militaire zones bevonden. Deze burgers
hoefden niet in de kampen. Degenen die wel
geïnterneerd waren kregen vaak te horen dat
dit voor hun eigen bescherming was. Het is
zeker waar dat mensen van Japanse afkomst
gediscrimineerd en bedreigd werden, maar het
interneren van Japans-Amerikanen op basis
van etniciteit valt ook onder discriminering
volgens de grondwet. De overheid praatte
het schenden van grondrechtelijke rechten
goed door nadruk te leggen op het feit dat het
een tijd van oorlog was en dat in zulke tijden
meer geoorloofd is. Dit brengt echter wel de
vraag naar voren of het niet genoeg was om
alle Japans-Amerikanen die in de militaire
zone woonden gewoonweg inlands te laten
verhuizen.
Aan het eind van de oorlog was een Japanse
invasie in ieder geval bijna ondenkbaar, omdat
de Amerikanen de Japanners al in de Grote
Oceaan hadden terug gedwongen.
Na de oorlog werden de kampen in Amerika
weer opgeheven en hun bewoners kregen
opnieuw de keuze om voor het Amerikaans
staatsburgerschap te gaan of terug te keren
naar Japan. Misschien door de slechte
vooruitzichten in Japan, koos een groot gedeelte
ervoor om in Amerika te blijven. Ook Norman
Yoshio Mineta, die als elf jarig jongetje in een
kamp zat en het doel van de kampen in twijfel
trok, bleef in Amerika. Hij was degene die in
1988 mede financiële verantwoordelijkheid
nam voor de ‘Civil Liberties Act’ waarin
zowel een verontschuldiging als een bedrag
van twintigduizend dollar aan elke overlevende
van de kampen werd gegeven. - Simone Felix
Degenen die geïnterneerd werden, werd
gevraagd of ze terug naar Japan wilden of
in Amerika wilden blijven. Dit had voor
een deel te maken met het testen van hun
trouw aan Amerika, maar ook deels met het
uitwisselingsprogramma tussen Japan en
Amerika. Het was de bedoeling dat degenen
die terug wilden naar Japan uitgewisseld
werden voor Amerikanen die tijdens de oorlog
in Japan zaten. Tijdens de oorlogsjaren zijn er
tussen Japan en Amerika twee uitwisselingen
geweest van drieduizend Japanners en
drieduizend Amerikanen, maar van de meer
dan twintigduizend uit de kampen die zeiden
terug naar Japan te willen, zijn er uiteindelijk
maar 318 uit de kampen gehaald.
Het zal voor een groot deel angst zijn
geweest wat de Amerikaanse overheid op
deze manier deed handelen. De angst van
de regering voor Japanners was echter ook
niet geheel ongegrond; er was immers niet te
voorspellen of er een nieuwe aanval kwam en
of de Japans-Amerikaanse burgers Amerika
zouden verkiezen boven Japan of andersom.
20
太狸記・五月号
Zuid-Koreaans ouder worden
In Zuid-Korea werken verjaardagen en ouder
worden anders dan ze in het merendeel
van de wereld doen. Wanneer je in ZuidKorea gevraagd wordt hoe oud je bent, kan
het namelijk zomaar zijn dat je leeftijd tot
twee jaar afwijkt. Om deze reden is het vaak
gemakkelijker om je geboortejaar te geven, of
het jaar waarin je aan de universiteit begon.
Om je leeftijd te bepalen moet je twee dingen
goed onthouden. Op het moment dat je
geboren wordt, ben je een jaar oud. Natuurlijk
zijn Koreanen zich ervan bewust dat de
draagtijd van een mens negen maanden is,
maar dit jaar staat symbool voor het respect
dat zij hebben voor het leven. Lange tijd
stierven baby’s vroeg, waarbij dit een soort
extra hoop kon geven.
plotseling een hoop mensen meerderjarig
zijn. Opmerkelijk is dat de leeftijd waarop
legaal alcohol geconsumeerd mag worden in
Zuid Korea twintig jaar is. De daadwerkelijke
leeftijd is echter negentien jaar, net als in de
meeste Oost Aziatische landen, maar voor je
geboorte wordt er een jaar bij opgeteld. Voor
de duidelijkheid: een baby geboren op 31
december 2013 was op 1 januari 2014 al twee
jaar oud.
Het tweede belangrijke verschil is dat alle
Zuid-Koreanen op nieuwjaarsdag allemaal
een jaar ouder worden. Dit is een gelegenheid
waar vaak veel soju bij komt kijken, omdat er
太狸記・五月号
21
Verjaardagen zijn in Zuid Korea niet zo
belangrijk als ze in Nederland zijn. Het
individu komt na de samenleving, net als in
vele andere Oost-Aziatische culturen. De
meeste verjaardagen werden niet gevierd,
maar de laatste decennia is Zuid-Korea
minder conservatief geworden en nu zijn ook
verjaardagen in Zuid-Korea een goed excuus
om met vrienden iets te gaan drinken.
Er zijn echter twee verjaardagen geweest
die in Zuid-Korea altijd gevierd worden. De
eerste is je eerste verjaardag, wat ook wel
dol wordt genoemd. Deze dag is belangrijk
omdat het kind niet gestorven was in zijn
eerste levensjaar. Om dit te vieren werd de hele
familie uitgenodigd. Op een lage tafel werd
een potlood, geld en een lange draad gelegd.
Het potlood symboliseert studie, het geld
symboliseert financiële voorspoed en de draad
symboliseert lang leven. Het kind grijpt als
het goed is een van de drie objecten, wat een
22
soort horoscoop vormt.. Tegenwoordig wordt
overigens ook vaak een microfoon op de tafel
gelegd; als het kind deze grijpt, heeft het kind
klaarblijkelijk een grotere kans om een goede
zanger of zangeres te worden.
De tweede belangrijke verjaardag is de zestigste
verjaardag, hwangap. Dit jaar is speciaal,
omdat vroeger niet veel mensen zo oud werden
in Korea. Deze leeftijd symboliseerdedat je
als mens een volledige cyclus had doorlopen.
Tegenwoordig leven mensen langer en heeft de
tachtigste verjaardag de status die de zestigste
ooit had, maar beide worden volop gevierd.
Wanneer je de kans krijgt om bij een
ceremoniële verjaardag te zijn, grijp die kans
dan met beide handen aan. Het is niet alleen
een gezellige bijeenkomst, maar het is een
goede kans om beter bevriend te worden met
een hele familie! - Winnifred Gelderman
太狸記・五月号
Cinemasia – 5 april 2014
Het Cinemasia Film Festival is een voor
Nederland uniek evenement; het richt zich
niet zoals Camera Japan op films uit één
land, maar kiest er voor films te draaien die
het ‘onafhankelijke Aziatische diaspora film’
noemt. Films dus, over Aziatische cultuur
en identiteit, die in of buiten Azië gemaakt
zijn door mensen die intensief in aanraking
zijn geweest met de betreffende cultuur. De
TaTanukiKi pikte er twee interessante films
tussenuit.
State of Play (2013):
Maatschappijkritiek via gaming
Natuurlijk is er de State of Play (2009) met
Russell Crowe en Ben Affleck, maar dat was
niet de film die ik zou gaan zien. Deze State of
Play (2013) was geregisseerd door het jongBelgisch talent Steven Dhoedt. Na zelf lange
tijd in Hong Kong geleefd te hebben en zijn
debuut Inside The Metaverse (een film over het
‘virtuele leven’ van verschillende personen)
uit te brengen, heeft hij vier jaar in ZuidKorea doorgebracht met verschillende gamers
om opnames te maken voor zijn nieuwste
documentaire.
Dhoedt’s
documentaires
pogen
de
werkelijkheid te vangen maar ook te
dramatiseren, dat wil zeggen dat zijn werken
niet uit drie uur droge opnames bestaan,
maar dat er onder andere in gesneden en
geplakt is om een verhaal te creëren dat
mensen aanspreekt. In het geval van State
of Play betreft dit het verhaal van drie jonge
Koreaanse gamers en hun game StarCraft.
Dhoedt’s cameraploeg volgt de drie ZuidKoreanen, waarbij gekozen is voor zeer
uiteenlopende figuren, om een zo volledig
mogelijk beeld te geven van het pad dat
bewandeld moet worden om de top van het in
Zuid-Korea extreem populaire pro-gamen te
bereiken.
Allereerst is er de superster en idool van velen,
Lee The Tyrant Jae-Dong, op dit moment 24
jaar oud. Als de film begint zien we hem op
enorme schermen in opperste concentratie,
terwijl een horde van misschien wel honderden
fan girls het uitkrijsen op de tribunes, wanneer
hij aan de winnende hand is. Gedurende de
太狸記・五月号
23
film, waarvan de opnames van 2009 tot in
2013 plaatsvonden, zien we hoe hij te maken
krijgt met zware training (tot wel twaalf uur
per dag non-stop!), leven in het team-huis, fan
girls, zijn ouders en de overgang van StarCraft:
Brood War naar StarCraft II in 2012.
Als tweede ontmoeten we Kim Yoon Hyuk,
die zich beklaagt over zijn trage handen: “Op
dit moment haal ik maar 260-270 acties per
minuut, dat is voor een pro slechts matig.”
Kim Yoon Hyuk, geïnspireerd door Jae-Dong
en andere succesvolle spelers, blijft echter
trainen en hoopt zich via semi-pro toernooien
te plaatsen voor hogere klassementen en
misschien zelfs in een team terecht te komen.
De offers die door een semi-pro gemaakt
moeten worden op het gebied van sociaal
leven, studie, en werk, worden echter pijnlijk
duidelijk gemaakt.
Kim Yoon Hyuk traint zo’n tien uur per
dag en heeft geen tijd voor vriendinnetjes,
hangen met vrienden houdt in: samen naar
een internetcafé gaan om StarCraft te spelen.
Wanneer hij wordt toegelaten tot een team
zal de training van acht tot twaalf uur per dag
verplicht zijn en moet hij in een ‘teamhuis’
gaan wonen, een appartement met slaapzaal,
eetruimte, computerzaal, en gedeelde keuken
en wasruimte. Zijn vriendenkring is hierdoor
beperkt tot de StarCraft scene, en als hij
eenmaal toegelaten wordt tot een gesponsord
team tot dat team zelf.
Ook de derde en laatste hoofdpersoon hoopt
geplaatst te worden voor een professioneel
team met sponsors. De zestienjarige Park Yo
Han doet het echter niet in de eerste plaats
om zijn idool te volgen, maar om te ontkomen
aan de moordende competitie voor het hoger
onderwijs in Zuid-Korea. Natuurlijk werpt
de camera ook een blik op zijn leven thuis en
op natuurlijke wijze – de film verkiest goede
timing boven interviews – wordt zijn klim naar
de top in beeld gebracht.
Dhoedt is er in deze film uitstekend in geslaagd
het publiek te boeien; dit is allesbehalve een
slaapverwekkende wild life documentaire. De
24
afwisseling tussen drie hoofdpersonen en de
geweldige blikken die de camera biedt in hun
dagelijks leven, zorgen dat je geen seconde weg
kan kijken. De vier jaar aan opnames zijn niet
voor niets geweest en het lijkt alsof Dhoedt de
meest cruciale levensgebeurtenissen van de
drie hoofdpersonen heeft weten vast te leggen.
De vaak intieme momenten in State of Play
bieden niet alleen een blik in de wereld van progaming maar misschien nog wel belangrijker,
een spiegel van de Koreaanse maatschappij
waarin pro-gamers de ‘sleur’ verkiezen boven
bijvoorbeeld het hoger onderwijs om aan de
verwachtingen van hun ouders te voldoen.
Zoals Jae-Dong opmerkt: “We don’t really
play for fun. Mostly, we play for work. It’s the
same for other jobs where you have to survive
in competition. This work just happens to be a
game.”
De Q&A met Steven Dhoedt volgde direct na
de film, met als host Samuel Hubner Casado
(bekend van Power Unlimited). Sam merkte
nog op hoe hij de documentaire opvallend
vond omdat het idee van professionele gamers
niet op deprimerende of lacherige wijze
gebracht wordt. Ook vestigde hij de aandacht
op de sociale plichten die in de film naar
voren komen, zo is te zien hoe van Jae-Dong
verwacht wordt dat hij zijn loon aan zijn vader
– de heer des huizes – overhandigt. Steven
Dhoedt liet in zijn Q&A tenslotte weten dat
hij in zijn volgende film verder in zou gaan
op competitie in bijvoorbeeld het onderwijs.
Check voor de trailer van de film, met daarin
beeldmateriaal dat overigens niet in de film zelf
zit, watch.stateofplaydoc.com.
Very Ordinary Couple (2013):
Een vrouwelijk geluid in de Koreaanse
filmindustrie.
De tweede film van de avond was Very
Ordinary Couple (연애의 온도: Yon-ae-ui
Ondo), een Koreaanse film van regisseuse Roh
Deok. Een romantische komedie, maar dan
met een twist.
In de hoofdrollen een koppel van Koreaanse
filmsterren: Lee Min-ki (Haeundae, Quick
太狸記・五月号
vertelde dat de inspiratie voornamelijk was
ontspoten uit eigen ervaring, maar ook kwam
uit ervaringen van vrienden. Het ging om een
van oorsprong realistisch en typisch Koreaans
scenario, aldus Roh Deok.
De film zelf ontstond bovendien door puur
toeval; jaren geleden was ze begonnen ideeën
op te schrijven voor een toekomstige film, maar
deze ideeën liet ze nooit met rust en ontvingen
uiteindelijk zeer positieve feedback. Dat was
genoeg reden om er mee naar een producer te
stappen. Toch wel spannend, want dit zou haar
eerste full feature film worden.
en Spellbound) als de klerk Lee Donghee, en Kim Min-hee (Some Like it Hot,
Actresses en Helpless) als Jang Young, Donghee’s ex die in hetzelfde kantoor werkt. De
spanningen tussen het koppel dat er een soort
knipperlichtrelatie op na houdt, lopen hoog op
en zorgen voor hilarische taferelen op kantoor,
tijdens bedrijfsuitjes en in hun dagelijks leven.
Behalve dat de film echt geweldig was en een
aanrader is voor iedereen die van romantische
komedies houdt, of een goed gevoel voor
melodrama en humor heeft, kan ik verder niet
teveel op de inhoud ingaan zonder teveel weg
te geven. Dit is echter ook niet nodig, want na
de film werd ik aangenaam verrast. Roh Deok
was namelijk speciaal ingevlogen uit Seoul
voor een Q&A over haar werk.
Met behulp van een tolk, een zeer enthousiaste
interviewer, de zaal en uiteraard haar eigen
aanwezigheid, werd duidelijk hoe bijzonder
deze film eigenlijk was.
De eerste en meest voor de hand liggende
vraag na het zien van ruzies, liefde, plezier,
verdriet en pijn was natuurlijk: waar kwam
je inspiratie voor deze film vandaan? Roh
Deok bleek meteen open kaart te spelen en
Ook naar haar ervaringen als regisseuse –
als vrouw in het vak – was bij het publiek
veel interesse. Net als in Hollywood is werk
in de Koreaanse filmindustrie volgens Roh
Deok niet altijd even vrouwvriendelijk. Met
een glimlach merkt ze echter ook op dat de
situatie verbetert en dat dit belangrijk is,
want een vrouwelijke blik ontbreekt vaak in
door mannen geregisseerde film voor of over
vrouwen.
Het is dan ook niet raar dat de regisseur zich
– twijfelachtig – aansluit bij het idee van de
interviewer dat een feministische uitleg van
haar kaskraker mogelijk is. “Hoewel de opzet
niet was een feministische film te maken, heb
ik tijdens de productie en inleving in mijn
hoofdpersonage Jang Young, haar personage
nog verder ontwikkeld dan oorspronkelijk het
geval was. In zekere zin kun je dit dus als een
film met een feministische blik interpreteren.”
De belangrijkste motieven die zij haar film wel
wilde meegeven waren een gevoel van realisme
naast de melodrama en komedie die bij het
romcom-genre horen. Een van de manieren
waarop ze realisme een rol wilde laten spelen,
was via het uitdiepen van personages, maar
ook interviews in de verder erg professionele
– doch – geacteerde film, dragen hieraan bij.
De timing van komedie en drama tussen de
twee hoofdpersonen die zichzelf en elkaar
kwijt zijn, zorgen tenslotte voor anderhalf uur
filmplezier. - Vincent Meijer
太狸記・五月号
25
Final Fantasy X | X-2 HD Remaster
De grote angst bij heruitgaven van oudere
games is dat deze achteraf wellicht toch niet
meer blijken te zijn dan opgehoopte stukken
nostalgie. Square Enix heeft recentelijk Final
Fantasy X en diens directe vervolg een nieuwe
kans gegeven op de PlayStation 3 en PlayStation
Vita door deze van een heuse remaster te
voorzien. Is het een terechte keuze geweest?
Als iemand die het tiende genummerde deel
in de Final Fantasy-reeks destijds helaas nooit
heeft aangeraakt, kan ik gelukkig zeggen dat
de game twaalf jaar na diens oorspronkelijke
release weinig aan kracht heeft ingeboet.
Het verhaal omtrent Tidus, Yuna en kompanen
en hun strijd tegen een mysterieuze,
wereldbedreigende vijand, is een tijdloze.
Doordat de mensheid teveel vertrouwde
op machines en technologie zou de Sin zijn
gekomen om een les te leren. Niet alleen is de
game boeiend omdat het plot gepaard gaat
met de nodige verrassende plotwendingen,
ook is het interessant hoe de mensheid omgaat
met de stevige onderdrukking in de vorm van
de antagonistische entiteit. Hoe kun je het
opnemen tegen een kwaad dat je zelf hebt
geschapen?
De meeste aandacht van Square Enix is
uitgegaan aan het eerste deel van het tweeluik;
het is vooral Final Fantasy X die de meeste
aanpassingen bevat. De karaktermodellen
van de hoofdpersonen zijn verbeterd, de
omgeving kent meer details, de muziek heeft
een oppoetsbeurt gekregen en er zijn wat
26
nieuwigheden toegevoegd aan het geheel.
Jammer is wel dat veel van de bijpersonages
er nogal blokkerig bijlopen en dat iedereen
vrij zielloos overkomt dankzij gebrekkige
gezichtsanimaties.
Dat Square Enix niet echt de handen vuil heeft
gemaakt aan X-2 is terecht, want de game is
zonder meer de mindere van het tweeluik. Dat
de lineariteit van Final Fantasy X is ingewisseld
voor een open wereld en het vervolg een
indrukwekkend, dynamisch vechtsysteem bezit
is goed, maar de personages en gebeurtenissen
zijn in het spel allerminst serieus te nemen.
Eenvoudig gezegd: X-2 kan een van de eerste
rollenspellen genoemd worden die volledig
is gestoeld op fanservice. Aan de ene kant
vooruitstrevend, maar het popthema van de
game heeft in feite slechts bijzonder weinig om
het lijf.
Square Enix heeft er goed aan gedaan om
Final Fantasy X aan te bieden aan een nieuwe
generatie, want de game verdient het beslist.
Het plot spreekt nog steeds aan, de wat
neerslachtige sfeer komt goed over en het spel
is ook qua gameplay niet verouderd. En ach,
bij een aanschaf van de remaster vormt Final
Fantasy X-2 dan gewoon een aardig extraatje.
- Wester Wagenaar
Final Fantasy X | X-2 HD Remaster is op 21
maart 2014 verschenen op de PlayStation 3 en
PlayStation Vita.
太狸記・五月号
International Film Festival
Rotterdam 2014
Afgelopen januari vond het jaarlijkse
hoogtepunt
voor
elke
filmliefhebber
in Nederland en omstreken plaats: het
International Film Festival Rotterdam. Het
evenement had zoals altijd een erg uitgebreide
selectie films afkomstig van alle hoeken van de
wereld, waaronder natuurlijk Japan en Korea.
Hier een paar van de hoogtepunten:
Seventh Code
(セブンス コード, Sebunsu koodo)
Kurosawa Kiyoshi, 2014, 60min
Seventh Code is een korte film over een
Japanse jongedame, gespeeld door ex-AKB48
lid Maeda Atsuko, die in Rusland aankomt.
Ze is niet zomaar op vakantie; ze is een
knappe vent achteraan gegaan die ze in Tokyo
ontmoette. Hij is erg verrast om haar te zien,
maar wil eigenlijk meteen dat ze terugkeert. Al
snel wordt namelijk duidelijk dat hij betrokken
is bij verdachte praktijken. Hij schudt haar
af, maar ze blijft vastberaden in Vladivostok
hangen in de hoop hem tegen te komen. Wat
volgt is een erg komische film met een aantal
grote verrassingen hier en daar. Al met al een
leuk tussendoortje.
Tamako in Moratorium
(もらとりあむ たまこ,
Moratoriamu
Tamako)
Yamashita Nobuhiro, 2013, 76min
Tamako (wederom gespeeld door Maeda
Atsuko!) is net afgestudeerd en keert terug
naar haar ouderlijk huis in een klein dorpje.
Haar moeder is lang geleden overleden en haar
vader runt een sportwinkel. Ze heeft na het
afstuderen geen werk gevonden en weet niet
hoe ze verder moet met haar leven. Ze weet
dat ze op zoek naar werk zou moeten, maar
heeft daar niet de motivatie voor. Dit is dan
ook waar de film eigenlijk om draait en waar
het woord ‘moratorium’ op slaat: ze verveelt
zich en doet in feite niets.. Het is een typische
slacker-comedy met leuke personages en veel
太狸記・五月号
27
herkenbare momenten voor de luilakken onder
ons. Van de regisseur van Linda, Linda, Linda.
The Mole Song: Undercover Agent Reiji
(土竜の唄 潜入捜査官REIJI, Mogura
no uta – sennyu sousakan: Reiji)
Miike Takashi, 2013, 130min
Zoals eigenlijk elk jaar was er weer een nieuwe
film van Miike Takashi aanwezig op het
evenement en het was zoals altijd weer genieten
geblazen. De film draait om een excentrieke
politie agent die undercover gaat bij de yakuza.
Nu heeft Miike in het verleden veel yakuzafilms gemaakt, maar die waren vaak serieus
en grauw. In Mole Song combineert hij het
yakuza-thema met een over-the-top mangaachtige, komische uitwerking die we de laatste
jaren vaker bij hem zien. Erg kleurrijk, erg
spectaculair, maar bovenal super grappig. Voor
mij persoonlijk was het dan ook de leukste film
op het festival.
Anatomy of a Paper Clip
(山守クリップ工場の辺り,
Yamamori
kurippu koujou no atari)
Ikeda Akira, 2013, 99min
Anatomy of a Paper Clip is het debuut van
regisseur Ikeda Akira. Ook al scoorde hij in de
publiekspeilingen niet zo heel hoog, deze film
won wel de felbegeerde Tiger Award. Het is
een erg droge comedy waarin we het dagelijks
leven van een vreemd en introvert mannetje
volgen. Zijn werk bestaat uit het buigen van
paperclips, zijn baas is niet de vriendelijkste
en hij wordt omringd door een hoop vreemde
figuren paperclips buigen, De film laat zich het
best omschrijven als ingetogen en kurkdroog.
Naar mijn mening is de film desondanks
vreemd genoeg toch de minste film uit dit
lijstje, maar alsnog is hij zeker de moeite waard.
Intruders
(조난자들, Jonajadeul)
Noh Young-Seok, 2013, 99min
Hier hoef ik niet veel over te zeggen. Het
is een Zuid-Koreaanse thriller en dan weet
je eigenlijk al dat je goed zit. Een schrijver
zoekt de rust op door zich een tijdje terug te
trekken in afgelegen hutje in het bos. Zijn rust
wordt af en toe verstoord door een net iets té
28
vriendelijke lokale bewoner en wat jeugd die
ook in de buurt rondhangt. Zonder meer te
verklappen: het wordt uiteindelijk bloederig,
maar wie is de moordenaar? Je raadt het nooit!
The Great Passage
(舟を編む, Fune wo amu)
Ishii Yuya, 2013, 134min
The Great Passage was de Japanse inzending
voor de Oscars, hoewel deze helaas niet werd
genomineerd. Met deze sterrencast bestaande
uit Odagiri Joe, Matsuda Ryuhei en Miyazaki
Aoi kon het niet fout gaan. The Great
Passage gaat over de samenstelling van een
woordenboek, wat misschien heel saai klinkt,
maar de basis vormt voor een erg sterke film.
In mijn ogen is het op zich een typische Oscarfilm en dat kan je opvatten hoe je wil. Er was
een ruim budget beschikbaar voor de film en
dat zie je gelukkig goed terug. Op sommige
momenten zakt het tempo helaas een beetje
in, maar The Great Passage was wel degelijk
de meest verfijnde en kwalitatiefhoogstaande
film.
R100
Matsumoto Hitoshi, 2013, 100min
Dat regisseur Matsumoto Hitoshi iemand
was met gevoel voor humor zagen we al in zijn
eerdere films (Big Man Japan, Symbol, Sayazamurai) en uiteraard in zijn televisiewerk
(Gaki no Tsukai etc.). In R100 gooit hij echter
daadwerkelijk alle remmen los. De titel speelt
met de leeftijdsclassificatie R18, films die een
Rated 18-oordeel dragen. Wat dus inhoudt dat
je deze film eigenlijk alleen zou mogen kijken
als je 100 jaar of ouder bent. Het zal niemand
dan ook verbazen dat het een vrij perverse film
is. Het gaat over een masochistische man die
een contract sluit om een jaar lang overal en
altijd door dominatrices mishandelt te kunnen
worden. De hele film door wordt hij zo in
elkaar geslagen op straat, in restaurants enop
zijn werk.Hij geniet er met volle teugen van,
maar na een tijdje wordt het toch wel lastig
om het dagelijks leven vol te houden op deze
manier. Compleet, doch prettig, gestoord.
- Nick Sint Nicolaas
太狸記・五月号
De misvatting van de
Nederlandse helling
Voor
toeristen
vormt
de
vroegere
aanwezigheid van Nederlanders in Nagasaki
een van de aantrekkingskrachten van de
stad. Het kunstmatige eiland Dejima, waar
Nederlanders voor zo’n twee honderd jaar de
enige Europeanen waren die handel mochten
drijven met Japan, is hierbij een van de voor
de meest voor de hand liggende toeristische
attracties. Van 1641 tot 1854 had de Verenigde
Oost-Indische Compagnie namelijk de
beschikking over deze handelspost aan de baai
van Nagasaki. De Nederlandse aanwezigheid
van die tijd -en later- heeft echter meer
sporen achtergelaten. Zo kan een wandeling
in Nagasaki bijvoorbeeld resulteren in een
kennismaking met de “Hollander Slope”.
Deze オランダ坂 (oranda-zaka) beslaat enkele
straten op de heuvels van Nagasaki en bevindt
zich relatief dicht bij de haven van de stad.
Westerse handelaren, overigens met name
Nederlanders, vestigden zich hier in de late 19e
eeuw, toen Japan de landsgrenzen opende voor
het buitenland. Vandaag de dag laat de locatie
zelf weinig zien van zijn verleden, maar de
naam van de plaats heeft meer te vertellen. Een
opmerkelijk gegeven is namelijk dat de deze
naam te danken is aan iets wat een misvatting
genoemd kan worden.
Indertijd was het gebruikelijk om naar alle nietAziaten te refereren als オランダさん
(orandasan), ofwel Nederlanders. Het is niet
geheel onwaarschijnlijk dat deze naam is
ontstaan door de grote impact die Nederland
voor lange tijd heeft gehad op Nagasaki en
Japan. Ondanks dat het niet zo was dat er enkel
Nederlanders op de plek woonden, heeft de
plaats hierdoor toch zijn naam gekregen. De
Hollander Slope vormt daarmee een van de
voorbeelden van de verregaande invloed die
Nederland heeft gehad op Nagasaki.
- Wester Wagenaar
太狸記・五月号
29
Ask Anky
Ask Anky is een adviescolumn speciaal voor de problemen van
Japanologen en Koreanisten. Heb je een probleem waarover je niet kunt
of durft te schrijven naar een algemeen adviescolumn, schrijf dan naar
journal@tanuki.nl met als onderwerp “Ask Anky”, of leg je brief in het
postvakje van Tanuki. Hier zal door een deskundige antwoord worden
gegeven op al je vragen. Schaam je niet en mail vandaag nog.
Lieve Anky,
Beste Anky,
Het is mijn droom om K-pop artiest
te worden, maar ik heb een klein
probleempje: ik kan geen Koreaans. Denk
je dat het me lukt om met de nodige yays,
okays, babys, booms en tonights toch een
succesvolle K-pop artiest te worden?
Afgelopen week is mijn lieve Pluisje de
pijp uitgegaan. Nou heb ik al een Revive
en een Phoenix Down geprobeerd, maar
hij geeft nog steeds geen kik. Weet jij
misschien wat ik moet doen om hem weer
tot leven te brengen?
Veel liefs,
Bigbangbabipangang
Met vriendelijke groet,
Anoniem
Beste bamibal,
Lief anoniempje,
Jouw passie is er een van velen in deze
hartverscheurende tijden van ‘boom booms,
baby baby’s’ en wat voor geluiden de
teletubbies van tegenwoordig allemaal nog
meer maken. Aangezien zowel jij en meer
dan 90% van de wereld geen Koreaans kan
zal ik je aanraden om gewoon te doen alsof
je Koreaans kan. Met genoeg zelfvertrouwen
zullen zelfs Koreanen denken dat je de taal
kan spreken.
112 bellen. Misschien dat de politie je kan helpen.
Een paar weken geleden liep ik samen met mijn
hamster SamSung over straat heen – je kent
het wel, gewoon je hamster even uitlaten. Plots
stonden ze daar, ‘K-pop fangirls’. Nou ja, ik
schrok me natuurlijk dood. Toen heb ik maar
de politie gebeld, want dat hoort toch gewoon
niet? Dat soort mensen horen in Amsterdam
en Den Haag thuis, niet in mijn mooie dorpje,
Stamperstechnogatje. Misschien is jouw lieve
Pluisje zich ook doodgeschrokken door deze
overrompelende, kleuronbewuste en auditief
gehandicapte ‘fangirls’.
Een andere optie is natuurlijk gewoon
Koreaans leren, maar wie heeft daar nou
weer tijd voor? Dus pak je zonnebril en je
strakke leren broek met te korte pijpen en
doe alsof je een paar uur paardgereden hebt
en niet meer naar je natuurlijke positie terug
kan. Dan moet het helemaal goedkomen.
Liefs, Anky.
30
Dus bel maar even 112 en laat jouw lokale
‘K-pop fangirls’ uit je buurt verwijderen.
Misschien komt Pluisje dan weer tot leven.
Heel veel bedanky,
Anky
太狸記・五月号
Groetjes uit Fukuoka!
In 太宰府 (dazaifu) kan men zijn of haar fortuin
(御神籤: omikuji) ontvangen. Inmiddels weet
bijna elke Leidse student in Fukuoka of hij/zij
liefde gaat vinden binnenkort.
Bij het grootste treinstation van Fukuoka
博多駅: hakata-eki kan men een uitgbreide
expositie vinden van een van de meest bekende
mangakarakters ooit, Doraemon.
Op 3 en 4 mei was het weer tijd voor een van
Fukuoka’s grootste festivals, de 博多どんたく:
hakata-dontaku. Logischerwijs liep er dit jaar
ook een groep Nederlanders mee in de parade.
Langs de smalle wegen van 中洲: nakasu en 天神:
tenjin kan men tot in de late uurtjes eten bij een
van de vele 屋台: yatai. ‘s Avonds is hier nog wel
eens een verdwaalde Japanoloog te vinden.
太狸記・五月号
31
‘s avonds een man...
...‘s ochtends een man
Een Tanuki-activiteit is géén geldige reden om een college
te skippen of te laat te komen!
Wees verstandig! Wees een man!
32
太狸記・五月号
...of een vrouw.