TaTanukiKi 2013-2014--4

Media

Part of 2013-2014 | 4

Titel
TaTanukiKi 2013-2014--4
extracted text
太狸記

LVSJK Tanuki / 三十二周年 / 三月

太狸記・三月号

1

社説

Colofon
JOURNALCOMMISSIE
Voorzitter:
Anoma van der Veere
Secretaris:
Arthur Hinsch
Eindredactie:
Wester Wagenaar
Leden:
Myrthe Prins
Simone Felix
Vincent Meijer
REDACTIELEDEN
Hoofdredacteur:
Anoma van der Veere
Vormgeving:
Anoma van der Veere
Eindredactie:
Wester Wagenaar
BESTUUR VAN TANUKI
Praeses:
Albert Tiemersma
Ab-actis:
Thomas Zijtveld
Quaestor &
Vice-Praeses:
Arco Oliemans
Assessor
Communicatie:
Anoma van der Veere
Assessor
Eerstejaars:
Fred Dillmann
Assessor
Koreanistiek:
Flora de Greef
COMMISSIEVOORZITTERS
Eerstejaarscommissie:
Fred Dillmann
Feestcommissie:
Gise van den Wildenberg
Jaarboekcommissie: Anoma van der Veere
Journalcommissie: Anoma van der Veere
Kampcommissie:
Tina Dermois
Koreacommissie:
Flora de Greef
Kunst- en
cultuurcommissie: Steffen de Jong
Reiscommissie:
Colin Casey
RAAD VAN TOEZICHT
Robert Beers
Martijn Heule
Guan van Zoggel

2

Editorial van de hoofdredacteur
Het zijn harde tijden, zware tijden, brute
tijden en oneindige tijden, die dagen op
de universiteit. FAT courses, deadlines,
essays, tentamens, midterms en onnodige
opsommingen. Het zijn allemaal elementen
van het stressvolle bestaan van een student.
En gelukkig hebben wij Japanologen en
Koreanisten ook nog het geluk dat we een
alfa studie volgen.
Dan zijn het maar de kleine dingen in het
leven waar je gelukkig mee moet zijn. “Ik
zag vandaag dat tagliatelle in de aanbieding
was, kan ik mijn pastadieet wat uitbreiden
deze maand” en “O kijk, heb ik toch een
zes voor mijn scriptie waar ik 400 uur in
heb gestoken”. Een nerveuze fluit en een
almaar kalende biljartbal voorspellen mijn
toekomst als verstrooide gaijin op Japanse
televisie.
Geniet van de nieuwe TaTanukiKi. Maar
niet teveel.
Heb je zelf nog ideeën voor artikelen, mail dan
naar journal@tanuki.nl. Heb je geen ideeën?
Dat kan, iedereen is op zijn of haar eigen
manier speciaal. - Anoma van der Veere

太狸記・三月号

目次

Op de voorkant

Inhoud

Een baby op zijn eerste verjaardag gekleed in
traditionele Koreaanse kledij. Toen Korea
nog niet beschikte over moderne medische
kennis was de kindersterfte zeer hoog.
Vanwege deze trend is het vieren van de
eerste verjaardag (cheot-dol) van Koreaanse
kinderen zeer belangrijk geworden.

Wil je jouw fotografisch talent ook delen
met iedereen? Stuur ideeën voor een cover
naar journal@tanuki.nl en wellicht siert
jouw werk de volgende TaTanukiKi!

TANUKI SHINBUN
Tanuki Feest: Save the Universe

4

Nieuwsjaarsduik

6

Bourgondisch Brussel

7

Tanuki Filmweek

9

JAPAN & KOREA
Het Murakami Festival

11

Luchtverdedigingszones

15

Tokyo Disneyland

18

Interview: Dr. Lindsay Black

21

GGZ in Japan

23

De dreiging van Noord-Korea

25

MEDIA
Phoenix Wright: Dual Destinies

29

47 Ronin

30

COLUMNS
De wereld van de Japanse ambassade

32

Ask Anky

34

Voor de glorie van Tanuki

35

“Kijk al dat vocht.”
- Colin Casey

“Laat maar gewoon over
je heen komen.”
- Christiaan Raaijmakers
太狸記・三月号

3

Tanuki Feest:
We Want YOU To Save The Universe

Voordat we na het eerste semester de
collegebanken inruilen voor kerstbomen,
vuurwerk en vakantiebestemmingen, moet
er natuurlijk nog een feestje gegeven worden.
Het is alweer een tijd geleden dat we een
feest wijdden aan de wereld van stripboeken,
nerds en ondergoed boven de kleding, dus
dit jaar kunnen we niet anders dan een
superheldenfeest organiseren.
‘We Want YOU To Save The Universe’ luidt
het thema en de opdracht is duidelijk: iedereen
trekt zijn mooiste heldenpak aan en oefent zijn
meest heroïsche danspassen om in de Kroon
voorgoed het kwaad uit te bannen. Iedereen
die zich een beetje onzeker voelt, hoeft niet
te vrezen. De feestcommissie heeft gezorgd
voor een stuk of tachtig welkomstshots die
de vroegst-aanwezigen helpt hun vliegkracht,
röntgenvisie en telepathische gaven te
versterken. Klein nadeel: het consumeren
van de jello shots vergt een flexibele en goed
getrainde tong, waar nog niet elke jonge held
over beschikt.
Het feest verloopt als de voorgaande twee
met een gezonde dosis drank, gedans en
sociale interactie. Na verzoek van velen heeft
de feestcommissie ervoor gekozen weer een
dance-off te organiseren. Op het podium staan
Powerpuff Girl Marije, Spiderman Kayleigh,
Super Mario Simone en Thomas als Mister

4

Money. Jammer genoeg is het podium te
klein om ook nog Dora en Boots, Superkoe,
The Joker of een van de vele Cat Womans
deel te laten nemen; iedereen heeft zich weer
uitgesloof om er zo indrukwekkend mogelijk
uit te zien.
De dance off is een spektakel. Er worden
bewegingen gemaakt die in sommige landen
verboden zouden zijn, attributen gebruikt en
uiteindelijk valt zelfs het podium uit elkaar.
Een ding is zeker: met die superkrachten zit
het wel goed. Hoewel de jury het zoals altijd
moeilijk heeft te beslissen, gaat de meter bier
uiteindelijk volledig terecht naar Kayleigh,
voor wie dit bovendien het laatste feest is
voordat ze naar Korea vertrekt.
De opkomst is misschien niet gigantisch,
maar de sfeer maakt alles goed. Kwaliteit gaat
immers boven kwantiteit in het boekje van
de feestcommissie. Er is in ieder geval geen
kwaad meer te bekennen als aan het eind
van de avond – of begin van de ochtend – de
helden op sokken, hakken en blote voeten weer
huiswaarts keren. Myrthe Prins.
P.S. Zorg dat je updates van de feestco in de
gaten houdt, want een nieuw semester betekent
een gala! Reken er maar alvast op dat dit hét
feest zal zijn dat je niet wilt missen. Schrijf
vrijdag 7 maart maar alvast in je agenda!

太狸記・三月号

太狸記・三月号

5

Nieuwsjaarsduik

Op 2 februari van het nieuwe jaar verzamelde
zich op station Leiden Centraal de dapperste
der Tanukianen. Zij zouden namelijk een van
de oudste Nederlandse rituelen ondergaan:
de Nieuwjaarsduik. Deze geharde krijgers
vreesden over het algemeen niets, maar
toch reageerden zij enigszins huiverig op
verhalen over de koude zee die zij zouden
gaan trotseren. Sommigen onder hen
hadden zelfs de dag daarvoor al strijd
geleverd met deze geduchte vijand en waren
nu teruggekomen voor een tweede ronde.

op om mijzelf in een handdoek te wikkelen.
Nadat ook de laatste Tanukiaan het water
uit was en zich had afgedroogd, reden wij
weer terug naar Leiden om aldaar te genieten
van een lekker bakje snert of een warme
pannenkoek. Al met al was het een succesvolle
strijd die de Tanukianen hadden geleverd en er
was niemand die hun dapperheid in twijfel kon
trekken. Fred Dillmann.

Gewapend met droge handdoeken en
thermosflessen gevuld met warme chocomel
en thee reisden we per bus af naar het
strand van Katwijk waar de zee zou worden
getrotseerd. Eenmaal aangekomen op het
strand bereidden de Tanukianen zich eerst
mentaal voor door de zee aan te staren en
daarna fysiek door middel van een kleine
warming-up. Na eventjes op en neer gerend
te hebben en enkele kleine rekoefeningen te
hebben gedaan, was het grote moment dan
eindelijk daar en stormden de Tanukianen
gezamenlijk de woeste zee in. Voor sommigen
duurde de strijd langer dan voor anderen,
persoonlijk had ik de zee al na twee seconden
bedwongen en rende ik snel weer het strand

6

太狸記・三月号

Bourgondisch Brussel
en genieten in Gent

De reiscommissie is dit jaar vol ambitie gestart.
Niet alleen wordt er hard gewerkt aan de
voorbereidingen voor de Japanreis komende
zomer, ook heeft er inmiddels een zeer
geslaagd weekend naar België plaatsgevonden.
Van vrijdag 24 januari tot en met zondag 26
januari zijn wij met twaalf man naar Brussel en
Gent gereisd.
Vrijdagmiddag vertrekken we met ons
bescheiden reisgenootschap naar de hoofdstad
van onze onderburen. De verwachtingen zijn
hoog, want ons is een flink scala aan culturele
bezienswaardigheden en vooral veel bier
beloofd. De reis van Leiden Centraal tot het
hostel in Brussel verloopt vlekkeloos en aldaar
kunnen we onze ogen niet geloven bij het zien
van de kamers: luxe alom. Een mooie start van
de reis dus. Na wat spullen gedumpt te hebben,
zijn we klaar om de stad in te gaan, want
iedereen heeft honger. Het zoeken naar een
restaurant in Brussel blijkt niet de simpelste
klus – zeker wanneer er glutenintoleranties
in het spel zijn – maar uiteindelijk komen we
terecht bij een Japans restaurant, waar we
uiteindelijk ieder met een tevreden, volle buik
weer vandaan wandelen. Dat was een stukje
cultuur, dus nu tijd voor het bier.

Biercafé Delerium doet zijn naam eer aan; de
gigantische ruimte biedt plaats voor honderden
studenten, toeristen en bierliefhebbers (en laat
ons dat nou allemaal tegelijk zijn). Er worden
duizenden bieren gekocht, van de bekendste
merken tot de meest obscure brouwerijtjes.
Het bier komt in alle mogelijke maten, kleuren
en geuren – een ongelukkige weet een bier
te bestellen dat naar oude sokken ruikt. Het
behoeft geen verdere uitleg dat dit tot een
gezellige avond heeft geleid.
Dag twee weet iedereen, tot mijn verbazing,
min of meer fris en fruitig bij het ontbijt
aanwezig te zijn. Volgende halte: het
chocolademuseum. Het museum is vrij klein,
maar tot de nok volgepropt met informatie
en attributen die te maken hebben met, of
gemaakt zijn van, chocola. De meeste mensen
lijken echter vooral geïnteresseerd te zijn in
de gratis samples die in het gebouw te vinden
zijn. En de demonstratie uiteraard, want laat
die nou net gehouden worden door de meest
vrolijke en aandoenlijke Belg die het land kent.
Hij laat zien hoe een gevulde bonbon wordt
gemaakt met een enthousiasme alsof hij de
bron van de eeuwige jeugd heeft ontdekt.
Na dit leerzame moment krijgt iedereen even

太狸記・三月号

7

tijd om op eigen houtje Brussel te verkennen.
Er worden wafels gegeten, gebouwen bekeken
en een bezoekje gebracht aan de Super Dragon
Toys, waar een groot scala aan merchandise
met betrekking tot manga/anime/K-pop te
vinden is. Dan is het wel weer genoeg cultuur
geweest en tijd voor bier (en voedsel). Hoewel
een enkele assessor helaas met een verlate
kater in bed ligt, is de rest van de partij. Om de
reis een nog internationaler karakter te geven,
kiezen we voor een Ierse pub. Wederom heeft
niemand wat te klagen over de burgers, fish and
chips en pints die voor ons op tafel verschijnen.
Ditmaal wordt echter besloten wat vroeger
naar het hostel terug te keren om daar de
gezelligheid voort te zetten.
Zondag is het alweer tijd om het hostel te
verlaten, maar dat betekent nog niet het einde
van de reis. Voordat de groep huiswaarts keert,
staat er een omweg naar Gent gepland om wat
leden van de studievereniging Tomo no Kai te
ontmoeten. De Gentse Japanologiestudenten
brengen ons direct langs de eerste
bezienswaardigheid: het verkrachtingspark.
In de vijver van een park daarachter is
namelijk een zeldzame sierlantaarn te zien uit
Kanazawa, de Japanse zusterstad van Gent.
Na een lunch in het communistische centrum
eindigden we – hoe kan het ook anders – bij
de alcohol. Dit keer niet alleen bier, maar
eerst nog een bezoekje aan de jeneverbar ’t
Dreupelkot waar jenever in smaken als mango,
ananas en Bounty te proeven is. Volledig
voldaan betreden we dan ook weer de trein die
ons terug naar Nederlandse bodem brengt.
Achteraf gezien is de reis niet anders dan een
succes te noemen. Ons was cultuur en bier
beloofd en dat kregen wij in grote getalen:
cultuur met name in de vorm van voedsel
en bier met name in de vorm van bier. De
groep was briljant en iedereen droeg bij aan
een continu bourgondische sfeer. Als dit
een voorproefje is van de Japanreis kan ik
iedereen enkel aanraden zich aan te melden en
zich mee te laten nemen door deze heerlijke
reiscommissie. Myrthe Prins.

8

太狸記・三月号

Tanuki Filmweek

Net zoals vorig jaar heeft de Kunst- en
Cultuurcommissie dit jaar wederom een
filmweek georganiseerd. Anders dan vorig
jaar was deze nu aan het begin van het tweede
semester in plaats van aan het einde van
het studiejaar. De reden hiervoor is dat veel
tweedejaars naar Japan gaan dit semester.
De film ‘告白: kokuhaku’ (Confessions) beet
het spits af, een psychologische thriller over
een moeder die wraak neemt op de dood van
haar dochter. Hoewel ik me als organisator
meestal voorneem om de film zelf te zien
alvorens we hem op een filmavond vertonen om een beetje te weten wat we jullie aan doen
en dergelijke - moet ik toegeven dat ik dat ook
wel eens niet doe. Dat was bij deze film het
geval. En dat was maar goed ook, want dit was
precies zo’n film die je wil zien zonder enige
voorkennis, zodat je later een beetje beduusd,

of met een grote glimlach op je gezicht, weer
de zaal uit loopt.
De daarop volgende dinsdag draaiden we
‘ワンダフルライフ: wandarafu raifu’ (After
Life). Dit is de tweede grote film van regisseur
Koreeda Hirokazu, na zijn debuutfilm
‘幻の光: maboroshi no hikari’ De film gaat
in op de vraag wat de dierbaarste herinnering
is van je leven die je voor eeuwig bij je wilt
houden. Die herinnering wordt vervolgens
voor je nagemaakt met alles erop en eraan,
acteurs/actrices, een filmset en decor. Kun je
niet kiezen? Dan kun je ook nog een film over
je hele leven kijken om wel tot een besluit te
komen.
Geen Tanuki filmweek is echter compleet
zonder een animatiefilm. Daarom draaiden
we woensdag een wat mindere bekende

太狸記・三月号

9

Ghibli-film genaamd ‘耳をすませば: mimi
wo sumaseba (Whisper of the Heart). De film
gaat over het ontplooien van je talenten en
over liefde tussen twee jonge mensen. Ben je
nieuwsgierig hoe het de Baron uit Whisper of
the Heart verder afgaat, bekijk dan ook zeker
‘猫の恩返し: neko no ongeashi’ (The Cat
Returns).
De topper van de week werd bewaard voor
de donderdag; toen werd de klassieker
‘올드보이: oldeuboi’ (Old Boy) vertoond! Bij
het draaien van een bekende film loop je de
kans dat niemand komt omdat iedereen hem al
gezien heeft, dit was zeker niet het geval voor
de viewing van Old Boy. Met tegen de 25 man
had deze film de hoogste opkomst van de week.
Of de film even goed werd ontvangen, durf ik
dan weer niet te zeggen aangezien meerdere
mensen met de handen voor de ogen zaten te
kijken. Dat zal wel komen door het felle licht
van het scherm, denk ik. Ik ging zelf in elk

10

geval licht-gechoqueerd doch tevreden naar
huis en zette een vinkje erbij op de top 250 van
IMDB voor ik het een dag noemde.
De reden dat ik zo positief ben wat betreft Old
Boy is stiekem om te verbergen dat er vrijdag
maar vier mensen waren. De film die gedraaid
werd was ‘時をかける少女: toki wo kakeru
shoujo’ (The Girl Who Leapt Through Time),
die velen van jullie waarschijnlijk wel kennen
als anime film. Dit was echter een live-action
vervolg op die anime waarin de dochter van het
hoofdpersonage van de anime terug gaat naar
de jaren ’70 om daar iets belangrijks recht te
zetten. Dat levert haar bijzondere ervaringen
op vol ontmoetingen, experimentele films,
sigaretten en docenten in hun hippiefase.
Dankzij jullie en mijn lieftallige commissie
was de filmweek al met al weer een
groot succes. Tot de volgende activiteit!
Steffen de Jong.

太狸記・三月号

Het Murakami Festival

Deel I “de man”
“Was dat Anna Drijver?” vraag ik aan mijn
medestudent Literatuurwetenschap, maar
de vrouw in kwestie is al doorgelopen en het
antwoord dat ik krijg is: “haha, volgens mij is
dat Willie Wartaal daar”.
Langzaam baan ik me met een groep
literatuurstudenten een weg naar het balkon
van het Comedy Theater in de Nes. Daar
neemt ons gezelschap van geeks, hipsters
en anderszins jeugdige kunstliefhebbers
plaats op een relaxte bank achter de DJ.
Laatstgenoemde lijkt niet geheel op zijn plek
binnen het totaalplaatje; geheel in het zwart,
met samengebonden dreads en een shirt van
Mötley Crüe is hij een perfecte weerspiegeling
van het enorm uiteenlopend volk dat op is
komen dagen.

versierd met Japanse waaier en een enorm
sakevat, neemt het panel plaats. De J-pop
die tot dan overstemd door de menigte had
geklonken, heeft plaats gemaakt voor een
gespannen stilte. Ons panel neemt plaats, de
drie heren van Literaturfest die ooit begonnen
met een podcast en tegenwoordig dankzij
Nederlands jongste literair tijdschrift Das
Magazin vijf keer per jaar aan de bak raken.
Al snel nadat de heren plaats nemen is de stilte
ver te zoeken. Geheel in de stijl van Literaturfest
wordt er met humor niet zuinig omgegaan
en wordt gevraagd wie Murakami’s nieuwste
roman in het Japans gelezen heeft. “Herman”
steekt zijn hand als enige op en iedereen die er
die avond bij was zal zich Herman herinneren
wanneer hem voor de twaalfde keer gevraagd
wordt wat de juiste uitspraak van een Japans
woord is – arme Herman.

Het feit dat al die mensen hier zijn, aanwezig in
het Comedy Theater om de verjaardag van één
Japanse schrijver te vieren: te vieren dat zijn
nieuwste roman dan eindelijk vertaald is. Dat
is voor mij een bewijs van de ontegenzeggelijke
impact die Murakami Haruki op talloze
mensen heeft achtergelaten. Stiekem, diep
van binnen, deed dat me toch wel iets – en
daar kon geen enkele bevestiging van Japanse
stereotypen wat aan veranderen.

Snel loodst het panel ons door wat trivia over
Murakami. Zijn eerste hit was Norwegian
Wood (niet het lied van The Beatles), hij had
een jazzclub, werd pas echt bekend door zijn
gebruik van magisch realisme met name in de
Opwindvogelkronieken en later Kafka op het
strand, hij is bovendien zeer gedisciplineerd
en schrijft zoals hij sport – volgens strakke
schema’s.

Het Murakami Festival begon. Op het podium,

Na deze korte inleiding worden we voorgesteld

太狸記・三月号

11

aan misschien wel de grootste Murakamikenner van Nederland: Auke Hulst. Auke Hulst,
zelf schrijver, muzikant en correspondent bij
het NRC, is er enkele dagen eerder in geslaagd
het derde Nederlandse interview ooit met
Murakami te regelen. Speciaal daarvoor was
hij afgevlogen naar Hawaii waar Murakami
– onder journalisten bekend als de Howard
Hughes van de Japanse schrijversscene –
gastschrijver is aan de universiteit.
Het interview met Murakami is zeker het
lezen waard, probeer dus vooral een oude
NRC te bemachtigen als je het nog niet
gezien hebt. Hulst bleef vooral benadrukken
hoe gewoon Murakami zichzelf vond en
merkte op dat het leek alsof Murakami last
had van een misplaatste schaamte voor al
die aandacht die hij krijgt. “Murakami vindt
zichzelf niet bijzonder en hij was echt niet naar
complimenten aan het vissen. Hij zei dat zijn
schrijftafel voor hem is wat de telefooncel voor
Clark Kent is, behalve dat Clark Kent altijd
superman is, maar hij de schrijftafel nodig
heeft.”
Met deze sterke indruk laat Auke ons achter
en wordt plaats gemaakt voor de volgende
gast, niemand minder dan Anna Drijver. Anna
Drijver, actrice en boekenliefhebster, vertelt
ons over haar eerste Murakami-ervaring.
“Vreselijk” vond ze het. Ze was begonnen
met de beruchte Opwindvogelkronieken, maar

miste richting en een doel in het plot. Ook werd
er volgens haar teveel gepraat over penissen.
De panelleden lijken zeer verdeeld over
haar oordeel, maar één van hen kan zich
er uitstekend in vinden; Murakami’s
surrealistische werk is niet goed voor een
eerste ervaring. Anna Drijver grijpt haar kans
om er op te wijzen dat ze daarna Murakami pas
echt is gaan ontdekken. Haar voorkeur ligt bij
de andere stijl die hij hanteert: realisme, maar
ook bij zijn oorspronkelijke debuut Norwegian
Wood. Norwegian Wood was het huzarenstukje
en moest beslist de eerste ervaring zijn van wie
aan Murakami begint.
Drijvers voornaamste kritiek op het
surrealisme van Murakami is de vraag: “als alles
mogelijk is, wat is het dan nog waard, waarom
zou ik dan nog aan het boek beginnen?”
Murakami’s sterkste punt vindt zij juist niet,
zoals Auke meent, de ongrijpbaarheid van zijn
zoekende schrijfstijl, maar het voelbaar maken
van een leegte. In Norwegian Wood, evenals in
zijn nieuwe roman, zou hij met zijn metaforen
een nieuwe logica creëren en stilte verbeelden.
Op dat moment slaat de klok tien uur en is
het tijd voor pauze. Met nog twee uur tot
Murakami’s verjaardag komt een bezorger met
helm en Japans eten het podium opgelopen om
het panel van snacks te voorzien. “Sake, hoort
dat koud te zijn?” vraagt mevrouw Drijver nog,
terwijl onder mij de tribunes leegstromen. Na

12

太狸記・三月号

Tsukuru wordt door het persbureau
omschreven als “een eenzame man van 36 die
een voorliefde voor treinstations heeft”. Het
verhaal focust zich als een soort coming of ageverhaal op het afsluiten van een jeugdtrauma.
Toen Tsukuru ging studeren in Tokyo, verloor
hij namelijk zijn vier enige vrienden. Opnieuw
komt de heldere indeling van het boek naar
voren in de manier waarop wij deze vrienden
leren kennen; zij hebben elk een kleur. Zij
zijn: Rode Den (赤松: akamatsu); Blauwe Zee
(青海: oumi); Witte Wortel (白根: shirane) en
tenslotte Zwarte Wilde, (黒埜: kurono).

een snelle ronde trivia over Murakami’s boeken
staat in de pauze een stuk of vijftien man op het
podium. Eén van hen weet het antwoord van
de laatste vraag – hoeveel pagina’s telde 1Q84
– het dichtst te benaderen en gaat naar huis
met alle naar het Nederlands vertaalde boeken
van Murakami. De dolblije dame kan haar
geluk waarschijnlijk niet op wanneer ze hoort
dat ze tot twaalf uur ‘s nachts met twintig kilo
rond mag zeulen omdat ze werkelijk alles over
Murakami’s boeken weet.
Deel 2 “het werk”
Na een opgewekt begin van de avond zijn we
bij de zware kost aanbeland, waarvoor we al die
tijd op het randje van de bank hebben gezeten.
De pauze is voorbij en we zijn aanbeland bij
de keiharde analyse van Murakami’s nieuwste
werk De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn
pelgrimsjaren. Iedereen in de zaal had dit boek,
net als ik, twee maanden voor het uitgebracht
werd, ontvangen van de drukker. De meesten
van ons hadden het boek al eens – dan niet
meerdere malen – gelezen.

Tsukuru, de kleurloze van de vijf, vertelt zijn
date Sara Kimoto hoe de vier op een dag
weigerden hem te woord te staan of zelfs maar
te zien. Geïntrigeerd door deze mysterieuze
gebeurtenis en door Tsukuru, begint zij hem
aan te sporen op onderzoek uit te gaan. Dankzij
haar baan bij de luchtvaartmaatschappij kan
zij wel tickets regelen en uitzoeken waar de vier
zich bevinden.
En zo ontvouwt zich de queeste vol mysterie
en avontuur waarin “eenzame man van 36 met
voorliefde voor treinstations” geconfronteerd
wordt met meer dan hij had durven hopen,
maar niet echt iets over-the-top eigenlijk.
Dus, hoe zit dat dan met het surrealisme
van Murakami; wat gebeurt er hier voor
bovennatuurlijks?

Wat mij, maar ook het panel, direct opviel, was
dat dit boek een heel strak boek is. Het is goed
georganiseerd, volgens een helder schema.
Er is één hoofdpersoon, Tsukuru Tazaki
(多崎つくる), en zijn naam weerspiegelt zijn
eigenschappen. ‘Veelpunt’ 多崎, Tazaki en つ
くる Tsukuru, een homofoon van 作る, ofwel
maken.

太狸記・三月号

13

Het panel bevestigt dat Murakami het er in
zijn laatste werk niet bepaald dik bovenop
legt. Misschien is deze roman meer iets voor
de Murakami-kenners? Ze vergelijken het
boek zelfs met een bijzondere wijn die alleen
de fijnproever herkent. Het onverklaarbare,
menen zij, speelt zich hier toch vooral af in het
gevoelsleven van Tsukuru, blijkens zijn bizarre
dromen bijvoorbeeld.
De volgende gast sluit zich hierbij aan. Het
lijkt erop dat Murakami geprobeerd heeft het
succes van vorige werken te reproduceren,
volgens Jeroen Vulling – bekend van de
Gouden Vulling – zonder succes. Het eerste
deel vond hij net als Drijver goed geschreven:
pakkend en intrigerend. Maar daarna ging het
voor hem bergafwaarts, bovendien had hij naar
eigen zeggen een hekel aan de ‘therapeutische
vriendin’, iets waar ik me overigens heel goed
in kan vinden na het lezen van de roman.
Volgens Vulling is Murakami op zijn best
wanneer hij de strakke schema’s achterwege
laat, zoals in De Opwindvogelkronieken. Daar
is Murakami het spoor bijster maar schittert
hij juist. De strakke schema’s van vraag,
onderzoek en antwoord dienen niet het
onoplosbare quasi-mysterie. Dat wil zeggen:
het bijna detectiveachtige plot gaat niet samen
met het feit dat zijn zoektocht naar zichzelf is.

14

“Nee”, meent Vulling, “over zijn stijl kun je niet
naar huis schrijven; dat moet hij maar overlaten
aan mensen als Nabokov en Thomese. Hij doet
echter wel iets anders. Zijn magisch realisme
laat de lezer achter met een soort irrationele
schoonheid en dat hoeft helemaal niet fijn te
zijn. Soms zoek je in een boek juist een gevoel
van onbehaaglijkheid.”
Terwijl het panel de show afsluit, blik ik terug
op mijn eigen leeservaring. Voor mij was De
kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren
een eerste ervaring. Het was de eerste keer dat
ik fictie las van Murakami, nadat ik eerder zijn
Underground: The Tokyo Gas Attack and the
Japanese Psyche had gelezen. Het boek was een
echte page-turner en continu had ik het gevoel
dat er een duistere geschiedenis schuilde achter
het opsplitsen van de vriendengroep.
Het plot voor lief nemend, was het een fijne
leeservaring en een goed boek. Ik zou het qua
kwaliteit willen vergelijken met Het Diner
van Herman Koch. Maar waar Herman Koch
zich beroept op de aloude metaforen, stijlen
en motieven, geeft Murakami zijn verhaal
een vreemde twist. Mij lijkt dit boek een
goede eerste ervaring met Murakami, maar
ik hoop dat ik duidelijk heb gemaakt dat de
meningen over dit boek sterk verdeeld zijn.
Vincent Meijer.

太狸記・三月号

Air Defence Identification Zones
Luchtverdedigingszones

Op 23 november 2013 kondigde het Chinese
Ministerie van Defensie aan dat het een
“Air Defence Identification Zone,” ofwel een
luchtverdedigingszone, had ingesteld in een
gebied boven de Oost-Chinese Zee. Zoals op
de bijgevoegde kaart te zien valt, bestrijkt deze
ADIZ onder andere de betwiste Diaoyu(tai)dan wel Senkaku-eilanden. Iets minder
duidelijk zichtbaar is het feit dat deze zone
ook een onder water liggende rots bestrijkt die
het middelpunt van een dispuut tussen China
en Zuid-Korea vormt. China stelt dat deze
rots, die daar bekend staat als Suyan, binnen
zijn Exclusieve Economische Zone ligt. ZuidKorea, waar de rots Leodo wordt genoemd,
stelt echter dat de rots binnen zijn jurisdictie
valt en heeft er zelfs een onderzoeksstation op
gebouwd.
Het was dan ook niet onverwacht dat deze
zone veel stof deed opwaaien. Verschillende
regeringen in Azië, maar ook Europa
en Amerika, stelden verklaringen op,
voornamelijk afwijzende verklaringen waarin
werd gesteld dat deze zone de reeds bestaande
spanningen in het gebied zou verhogen.
Daarnaast deden verschillende geruchten de
ronde in de kranten en op het internet. Zo
werd gesteld dat Zuid-Korea vooraf op de
hoogte zou zijn gesteld door China, maar niets
aan zijn bondgenoot de Verenigde Staten zou
hebben laten weten. Het waarheidsgehalte van
dit gerucht valt echter in twijfel te trekken,

aangezien de reactie van Zuid-Korea niet sterk
verschilde van die van Japan: beide landen
waren absoluut niet blij met deze nieuwe
zone. Ook de andere belangrijke speler in deze
regio, de Verenigde Staten, liet zijn afkeur op
verschillende manieren blijken. Maar alvorens
daar dieper op in te gaan, eerst een korte uitleg
over wat een ADIZ inhoudt.
De term ADIZ is geen nieuw begrip, al
zijn de regels omtrent deze zones nog in
ontwikkeling. Ze dienen een belangrijk
doel, zijnde de beveiliging van het nationale
luchtruim tegen ongewenste indringers. Om
het luchtruim effectief te kunnen beveiligen
is het niet voldoende om te weten wat er zich
afspeelt binnen dat luchtruim zelf, het is ook
belangrijk om op te hoogte te zijn van wat
er zich afspeelt langs de grenzen daarvan.
Om die reden hebben veel landen een ADIZ
ingesteld. Op het moment dat via de radar
(dan wel een andere methode) een vliegtuig
wordt gesignaleerd in deze zone dat het
nationale luchtruim nadert, dan wordt dit
vliegtuig gevraagd zich te identificeren. Indien
er geen antwoord volgt, of als er een andere
reden is om het vliegtuig als een mogelijk
gevaar aan te merken, dan zullen in principe
vliegtuigen van de luchtmacht opstijgen om
het onbekende vliegtuig te onderscheppen.
Nederlandse F-16’s onderscheppen zo
veelvuldig Russische bommenwerpers die het
Nederlandse luchtruim naderen, en in 2012

太狸記・三月号

15

redenen voor de controverse over deze ADIZ,
maar de kern van het probleem zit zich wat dat
punt betreft dus niet in de ADIZ als zodanig,
maar in het eilandprobleem.

werd bijvoorbeeld een passagiersvliegtuig
onderschept waarmee geen contact gelegd kon
worden.
Japan heeft eveneens een ADIZ. Deze zone
werd als eerst ingesteld door de Verenigde
Staten na de Tweede Wereldoorlog en de
controle hierover werd pas in 1969 aan Japan
overgedragen. Japan heeft deze zone sindsdien
in ieder geval tweemaal uitgebreid, eerst in
1972 en later in 2010. In de Oost-Chinese Zee
ligt het meest westelijke punt van deze zone
op 130 kilometer afstand van het Chinese
vasteland en de zone overlapte voor de
instelling van een ADIZ door China al ten dele
met die van Taiwan. Door de instelling van een
ADIZ in dit gebied door China overlappen
de zones van Japan en China elkaar nu voor
een groot deel in de Oost-Chinese Zee, onder
andere dus boven de betwiste eilanden. Zoals
reeds aangegeven is dit een van de belangrijkste

16

Toch is er nog een ander, in mijn ogen zelfs
interessanter, aspect van deze Chinese ADIZ
dat vragen oproept. Zoals gesteld zijn deze
zones niet iets nieuws en ze kunnen ook het
gebied van naburige landen bestrijken, al ligt
de situatie in dit geval natuurlijk erg gevoelig.
Een punt waar echter minder overeenkomst
over bestaat, betreft de vraag wat landen in
deze zones precies van vliegtuigen mogen
eisen. Hoewel de VS al een belangrijke rol
speelt in het dispuut over de eilanden, stelde
het land ook dat het zich zorgen maakt over
de eisen die China stelt in zijn nieuwe ADIZ.
China eist dat alle vliegtuigen die zich in
deze zone begeven hun vluchtroutes moeten
doorgeven. Daarnaast moeten de vliegtuigen
in deze zone altijd radiocontact houden met
de bevoegde Chinese autoriteiten, ze snel en
duidelijk reageren op eventuele vragen, ze
hun transponder altijd aan hebben staan, ze
duidelijk hun markeringen dragen en tot slot
moeten ze ten alle tijden de instructies van de
Chinese autoriteiten volgen. Indien vliegtuigen
zich niet aan de opgelegde instructies houden,
dan stelt China dat zijn strijdkrachten kunnen
ingrijpen.
Op zich is het niet opmerkelijk dat China
stelt zijn leger te kunnen inzetten. Zoals
aangegeven stuurt ook Nederland regelmatig
F-16’s de lucht in om met name Russische
bommenwerpers te onderscheppen als ze het
Nederlandse luchtruim naderen. Verschillende
landen hebben echter aangegeven een
probleem te hebben met de strikte eisen die
China stelt aan vliegtuigen in de gehele zone
die het heeft gemarkeerd en op basis waarvan
het land militair zou kunnen ingrijpen.
Vooral de VS, die met name ten opzichte van
China veelvuldig en luidkeels roept om het
beschermen van de vrijheid van navigatie
op zee, stelt dat dit indruist tegen de vrijheid
van het vliegverkeer in het internationale
luchtruim. Taylor Fravel (@Fravel) citeerde
al snel na de aankondiging door China het

太狸記・三月号

volgende uit de “Commander’s Handbook on
the Law of Naval Operations”:

te versterken door effectiever controle over het
luchtruim uit te oefenen.

“The legal basis for ADIZ regulations is the right
of a nation to establish reasonable conditions of
entry into its territory. Accordingly, an aircraft
approaching national airspace can be required
to identify itself while in international airspace
as a condition of entry approval. […] The United
States does not recognize the right of a coastal
nation to apply its ADIZ procedures to foreign
aircraft not intending to enter national airspace
nor does the United States apply its ADIZ
procedures to foreign aircraft not intending to
enter U.S. airspace.”

Desalniettemin lijkt China in zeker opzicht
een inschattingsfout te hebben gemaakt. De
zeer uitgebreide identificatieplicht die het
heeft ingesteld kon simpelweg niet door Japan
en de Verenigde Staten worden geaccepteerd.
Dit heeft geleid tot militaire vluchten van de
Verenigde Staten waarin dat land duidelijk
de regels van de Chinese ADIZ aan zijn laars
lapte, zonder dat China ingreep. Bovendien is
het onduidelijk waarom China deze zone ook
doortrok over het gebied waar het een conflict
heeft met Zuid-Korea, juist op een moment
waarin de twee landen sterk toenadering
zochten voor een gezamenlijke handelswijze
richting Japan. Het blijft daarom interessant
om deze situatie in de gaten te houden en ook
om verder onderzoek te doen naar de regels
omtrent de luchtverdedigingszones van andere
landen. Bob Rambonnet.

De VS erkent de identificatieplicht van China
dus niet zonder meer en heeft dit duidelijk
laten merken. Hoewel de Verenigde Staten,
in tegenstelling tot Japan, er geen moeite
mee heeft als zijn luchtvaartmaatschappijen
zich aan deze regels houden, heeft het land
middels verschillende verklaringen China’s
interpretatie van de internationale regels
verworpen. Bovendien vlogen Amerikaanse
B-52 bommenwerpens, die op Guam staan
gestationeerd, zonder zich te identificeren
over de betwiste eilanden en door de Chinese
ADIZ. Hoewel China in een latere verklaring
stelde dat het de vluchten had gemonitord
en dat China prima in staat was om het
vliegverkeer te controleren, is het duidelijk dat
deze vluchten niet plaatsvonden volgens de
regels die China had opgesteld.
Concluderend kan gesteld worden dat de
controverse rondom de Chinese ADIZ
zich voornamelijk afspeelt in het kader van
territoriale disputen, met name tussen China
en Japan. De luchtverdedigingszones zijn
op zichzelf geen nieuw fenomeen en voor
het instellen van deze ADIZ door China zijn
verschillende verklaringen te bedenken. Aan
de ene kant heeft China nu de beschikking
over de vluchtgegevens van veel internationaal
civiel luchtverkeer in deze regio, wat de taak
van haar luchtmacht kan vergemakkelijken.
Aan de andere kant hoopt China mogelijk
op deze manier zijn internationaalrechtelijke
positie ten aanzien van de betwiste eilanden

太狸記・三月号

17

Waar dromen uitkomen:
Tokyo Disneyland

Tokyo Disneyland mag zichzelf het eerste
Disneyland noemen dat buiten de Verenigde
Staten werd gebouwd; de deuren van het
pretpark openden op 15 april 1983. Het
vormde vrijwel een directe kopie van de eerste
twee parken in Amerika, en bleek een groots
succes. De Disneyland-parken leken een
universele succesformule te zijn die waar dan
ook bakken met geld in de lade van Disney
konden brengen. Na het aanvankelijke fiasco
van EuroDisney te Parijs bleek deze gedachte
echter niet langer op te gaan; culturele
voorkeuren zijn iets waar ook een bedrijf als
Disney rekening mee zou moeten houden.
Ondanks dat Japan een land is met een cultuur
die niet erg dicht bij de Amerikaanse staat, wist
Disney desalniettemin toch vaste voet aan de
grond te krijgen.

gezicht hetzelfde te zijn als bij de westerse
equivalenten.
Hierbij is het begrip merkwaarde, ofwel
brand equity, van essentieel belang. De
financiële waarde die toe te kennen valt
aan de sterkte van een merk, wordt veelal
bepaald door merkerkenning en -herkenning.
Op beide vlakken kan Disney ook in Japan
immens genoemd worden. Disney is in Japan
namelijk erg populair en dat in Disneyland
de merkassociatie enkel wordt versterkt door
de attracties en omgevingen toe te spitsen op
bekende films en verhalen, helpt zeker mee om
de merkwaarde te verhogen bij een bezoek aan
het park. Dat heel Disneyland uitzonderlijk
goed wordt onderhouden en dat alles, van
prullenbakken tot parkbankjes, deel uit lijken

Wanneer je door Tokyo Disneyland
heenloopt, krijg je niet de indruk dat het park
daadwerkelijk veel verschilt van zijn broers.
Zo is het uiterst Amerikaans aandoende Main
Street bijvoorbeeld gewoon in vol ornaat
aanwezig, evenals het overgrote merendeel van
de attracties zoals ze ook aan de andere kant
van de oceaan te bewonderen zijn. Een groot
deel van de aantrekkingskracht van het park
wordt gevormd door de slimme aanpak van de
kant van Disney en ook die lijkt op het eerste

18

太狸記・三月号

is voor veel inwoners van Japan namelijk niet
slechts een onderdeel van een reis, maar het
vormt veelal de reis op zich. Met weinig vrije
dagen is het bovendien niet ongewoon om in
een kleinere tijdsperiode meer geld uit te geven
voor een dag-, weekend- of weektrip.

te maken van het geheel, versterkt het gevoel
van kwaliteit nog eens te meer.
Dat Disneyland niet veel verschilt van zijn
broers wordt bovendien als een sterk punt
gezien van het park in Tokyo. Aanvankelijk
was het plan van Disneyland om enkele van
de attracties namelijk meer te plaatsen in
een Japanse context. Zo werd voorgesteld
om Frontierland in Japan bijvoorbeeld als
Samurai-land door het leven te laten gaan.
Echter, de Japanse partners van Disney, de
mensen die verantwoordelijk waren voor het
bouwen van het park in Tokyo, waren hierop
tegen: Japanners zouden minder op hebben
van een gelokaliseerd Disneyland. Japanners
zouden de ‘real deal’ willen, mede omdat de
Disney personages ook in Japan al bekend
genoeg werden geacht. Het zou niet nodig zijn
en enkel af kunnen doen aan de charme van het
park.

Bovendien is het zo dat waar het in Europa
gebruikelijk is om rond een vaste tijd de
maaltijden van de dag te verorberen, Japanners
er ook in Disneyland weinig moeite mee
bleken te hebben om rond te lopen en hier
en daar wat eetbaars mee te pikken. Het is
vergelijkbaar met wat je bij een festival in
Japan zal ervaren bijvoorbeeld. Ook de sterke
affiniteit van Japanners voor souvenirs is iets
waar Disney enkel op inspeelt. Het is haast de
verwachting dat als je als Japanner op reis gaat,
je ‘お土産: omiyage’ in de vorm van spullen als
koekjes meebrengt voor vrienden en familie.
Dit wordt ook bij een bezoek aan Disneyland
gedaan, maar iemand die recentelijk in het
park is geweest kan ook beamen dat souvenirs
voor eigen gebruik, zoals hoedjes, mutsen en
petjes gebaseerd op Disney-figuren, gretig

Een interessant gegeven is bovendien dat
de culturele verschillen tussen Japan en het
Westen over het algemeen bijzonder goed
uitpakken. Waar in Europa een bezoek aan
Disneyland veelal deel uitmaakt van een langer
durende reis, zijn veel gasten in Japan bereid
bijzonder ver te reizen enkel om naar het park
te kunnen gaan. Een bezoek aan Disneyland

太狸記・三月号

19

aftrek vinden, meer nog dan het geval is in de
westerse parken.
Ook de algemene perceptie van Japanners
met betrekking tot Disney en het park, en de
marketing van Disney die hierop inspeelt,
verschilt bovendien aanzienlijk. Veel meer dan
het geval is in het Westen, is Disney gedurende
de jaren steeds meer een soort modemerk
geworden in Japan, waardoor Disney-figuren
op veel tassen, sjaals, telefoonhoesjes en
kleding prijken, de naam lijkt ook gepaard
te gaan met een zekere vorm van romantiek.
Je date meenemen naar Disneyland is zeer
gewoon, maar ook huwelijksreizen naar deze
bestemming zijn geen zeldzaamheid, onder
andere geïllustreerd door de grote hoeveelheid
hyperluxe Disney-hotels in de omstreken van
Tokyo Disneyland.
Dat de manier waarop Disney in Japan wordt
gezien en geportretteerd dermate anders is,
wordt met name duidelijk als je kijkt naar
de reclames van de Disneyland-parken.
Waar in Nederland de tagline ‘where dreams
come true’ enkel lijkt te slaan op een meisje
dat de magie van het park ervaart en zelfs
Assepoester ontmoet, gaat de reclame die

20

sinds 2012 wordt gebruikt in Japan een heel
stuk verder. In de dertig in anime gegoten
seconden wordt de levensloop van een
klein meisje verteld: een leven dat volledig
gecentreerd is rond Disneyland. Als kind, als
meisje, als tiener, volwassenen en zelfs als
bejaarde is het Disney’s magische park dat het
levenspad vormt van de persoon. Romantisch?
Ongetwijfeld, maar zeker tekenend voor de
positie die Disney vertegenwoordigt -of wil
vertegenwoordigen- in Japan.
En die positie lijkt allesomvattend: het park is
immens succesvol en het lijkt er geenszins op
dat de geldstroom binnen afzienbare tijd zal
stoppen. Als uitzonderlijk populaire attractie,
volgens Lonely Planet zelfs de meest bezochte
van Japan, weet het park zelfs in de huidige
tijd, een tijd waarin de recreatiesector van het
land enkel slinkt, bovendien beter te presteren
dan ooit tevoren. E. Cardon Walker, tijdens de
oprichting van Tokyo Disneyland CEO van
Disney, hoopte destijds dat het park symbool
zou komen te staan voor een langlopende
samenwerking en vriendschap tussen Japan
en de Verenigde Staten. In ieder geval is
één droom door het pretpark uitgekomen.
Wester Wagenaar.

太狸記・三月号

Interview:
Dr. Lindsay Black
Q: You have combined Honours in
Japanese and History. How has your
interest for these studies come about?
A: I enjoyed studying history at high school,
but by the time I went to studying history at
university I also wanted to do a degree that
would enable me to acquire specific language
skills that would help me find a job and give me
an experience abroad at the same time. Because
of my long interest for Japanese history I chose
this particular combination. This was possible
since a lot of British universities offer a
combination of two studies. I therefore, chose
Durkham University. My primary focus was
Japanese while also following several courses
on history. In fact this was quite similar to the
major-minor system we have here at Leiden
University.
Q: How did your interest for international
relations/maritime security come about?
A: As a BA student I did not have any contact
with international relations whatsoever and
in fact my primary focus was on medieval
Japanese history. It was only after I graduated
that I began to think about what to do as a
future career. By that time I had no intention
to go back to university and I spent two years
in Nagasaki teaching English as part of the
JET Program. Back then I started to develop an
interest for working in the Diplomatic Service
and to work for the British Commonwealth
Office. In order to get there I thought it would
be beneficial to study one year at a British
university focusing on International Relations.
That is where my desire to do International
Relations came from. I then applied for the
Foreign Commonwealth Office and I did okay
but did not make the final round. However,
during the process of studying International
Relations I found that I liked it very much and
started to think about a PhD that I might do.
Encouraged by my professors I ended up doing

a PhD about Japan’s Maritime Security and
Outlaws which is also the theme of my book
that will be published this month.
Q: How did you experience doing your
PhD?
A: PhD research is quite tough and during
my first year I was mostly occupied with
establishing the topic I wanted to study, in
addition to finding the appropriate methods
to do so. In the second year I then dealt
with the core themes of my research. I also
studied in Japan and during that time I had
great support and supervision from Chuo
University. There I also had the opportunity
to meet a great number of people. I had a great
breakthrough at one conference where I met
high officials from a foundation who were
very useful in terms of interviews and getting
me access to key conferences. However, as
I did my PhD through Sheffield University I
frequently sent back completed chapters to
my supervisor Glen Hook for supervision.
Most of my students here will know him as a
co-author of the book: “Japan´s International
Relations”.

太狸記・三月号

21

have been to OSIP every year and I try to go to
Japan at least once a year.
Q: What do you consider Japan’s greatest
quality?

Q: For your own book, to what extent did
you draw inspiration from Glen Hook´s
work?
A: At Sheffield University the “Hook Book”
was the guide when it comes to looking at
Japanese International Relations in terms of
structure, agency and norms, in addition to the
mainstream theories of realism, liberalism and
constructivism. This very much influenced
my thinking during my PhD, but once I
started working in the Leiden Institute for
Area Studies (LIAS) it became clear to me
that belonging to an Area Studies department
was going to influence my thinking and
research. I therefore went from a mainstream
international relations perspective in my
PhD to a more critical theoretical perspective
drawing on post-modernism, post-colonialism
and other theories.

A: During the time that I was in Japan, I got
to feel very at home with Japanese culture and
life. In a way this was the reason I left Japan and
came back for my interview here in Leiden and
I thoroughly enjoyed it. When I came back to
Japan and walked home, this was in the great
Shimokitazawa district in Tokyo; it felt so
natural to come back to Japan. This was the
point at which I thought that I should move
on and find something new. Japan had become
so very much homely to me. The degree to
which the Japanese culture and life became
so familiar to me is something that I would
consider Japan’s greatest quality.
Q: Why would you recommend studying
Japanese to prospective students?
A: When I chose my BA I did so in order to learn
something completely different and to acquire
marketable language skills. Studying Japan has
really helped me grow and transformed my way
to think about the world. Also, Japan is a very
fascinating place to study because you question
all kinds of assumptions about yourself like
where you are from. Also, engaging with
Japanese life is a real privilege. With this sense
of adventure in mind you can explore yourself
by starting something very different and new.
Interview door Arthur Hinsch.

Q: You have recently attended a
conference about human security and
Japan´s human security policy.
A: We have been working with the Osaka
School of International Public Policy (OSIP)
for a number of years now and we held
events both here in Leiden and in Osaka. The
conference was part of that collaboration
which focuses on non-traditional human
security issues. For the last couple of years we

22

太狸記・三月号

Geestelijke gezondheidszorg
in Japan: de schande van ‘anders’

In 2002 heeft Japan besloten een nieuwe naam
aan schizofrenie te geven, mede om het beeld
dat de Japanse bevolking heeft van mensen met
een psychische aandoening te verbeteren. In
plaats van ‘精神分裂病: seishin bunretsu byou’
(let: gespleten geest stoornis) zou schizofrenie
vanaf toen ‘統合失調症: tougou shicchou shou’
(let: synthese malfunctiestoornis) moeten
worden genoemd. Het is echter nog maar de
vraag of de naamsverandering veel bijdraagt
aan het verminderen van de vooroordelen;
binnen de Japanse maatschappij is er veelal
sprake van schaamte voor een afwijkende
gezondheid. Hoewel Japan internationaal
wordt beschouwd als ontwikkeld land
met een hoog welzijnsniveau, blijkt dit
niet noodzakelijkerwijs uit de geestelijke
gezondheidszorg van het land. De ontwikkeling
die dit systeem heeft doorgemaakt valt dan ook
moeizaam te noemen.
In het jaar 701 werd voor het eerst in Japan
openlijk gerefereerd naar mensen met een
geestelijke aandoening in een wet die deel
was van de’大宝律令: taihou-ritsuryou’
(Taiho Code). De methoden om de patiënt
van zijn ziekte af te helpen, waren in die tijd
veelal gebaseerd op (bij)geloof en traditionele
Chinese medicijnen. Er waren bovendien
ook weinig plaatsen waar de patiënten
konden verblijven. Eeuwenlang, vanaf de
Japanse middeleeuwen tot net na de Tweede
Wereldoorlog, was het de taak van de familie

om degene met een psychische ziekte vaak
letterlijk te verbergen. Kamers in het huis
van de familie waarin het zieke familielid, na
enkele simpele procedures en een medisch
onderzoek, uit schaamte in isolatie werd gezet,
waren per wet toegestaan. Het was overigens
niet een aanpak die alleen in Japan voorkwam,
de Japanse overheid had het idee van isolatie
van andere landen, zoals landen in Europa,
overgenomen.
Na de Edo-periode vernieuwde de regering
haar aanpak zodat ze andere landen beter bij
kon benen. Er kwamen medische universiteiten
waar ook psychologie en psychiatrie konden
worden gestudeerd, maar Japan liep nog
steeds achter op de meest ontwikkelde landen
en de schaamte voor een psychische ziekte
was nog niet minder geworden. Net na 1900
werd de eerste moderne wet voor geestelijk
zieke patiënten ingevoerd in een poging de
geestelijke gezondheidszorg in Japan verder te
verbeteren. Helaas zorgde deze wet alleen maar
voor verwarring, omdat het geen artikelen
bevatte over behandeling en rehabilitatie.
De basis van de huidige Japanse behandeling
en welzijn in de geestelijke gezondheidszorg
werd pas gelegd na de Tweede Wereldoorlog.
Tijdens de Amerikaanse bezetting werd onder
begeleiding van de Amerikanen een nieuwe
wet gemaakt, die voor het eerst mensen met
een psychische aandoening bescherming en

太狸記・三月号

23

op
psychiatrische
ziekenhuizen
naar
gezondheidszorg en welzijn die vanuit
de gemeenschap zouden moeten worden
ondersteund. Vele aanpassingen van de
wet volgden in de jaren erna, maar om de
gemeenschap betrokken te krijgen bij geestelijk
zieken moest het beeld dat de gemeenschap
had van deze mensen eerst veranderen. De
mensen moesten beter ingelicht worden over
geestelijk zieken en hun behandeling. Deze
behandeling moest ook veranderen, zodat
patiënten eerder ontslagen konden worden, en
de omgeving binnen de gemeenschap moest
geschikt worden gemaakt voor de ontslagen
patiënt.
behandeling beloofde. De wet die opsluiting
van psychisch zieken in kamers op privégebied
toestond, werd opgeheven. Het was echter
niet zo dat er geen ruimte meer was voor
verbetering. De nieuwe wet zei niets over
ontslag uit het ziekenhuis en over de terugkeer
van de patiënt in de maatschappij. Dit zorgde
ervoor dat veel patiënten eenvoudigweg
werden opgesloten in ziekenhuizen.
Lange tijd werden psychiatrische patiënten
slecht behandeld en genoten ze weinig rechten.
Vooral in de jaren ’60 werd aan patiënten
ook vaak een hoge dosis aan verschillende
medicijnen gegeven. Winst en weinig personeel
waren twee van de redenen hiervoor. Meer
medicijnen toedienen bracht meer geld op en
de patiënten werden er rustig van, zodat de
zusters makkelijker hun werk konden doen.
In 1983 kwam een keerpunt na een incident
in het Utsunomiya-ziekenhuis: twee patiënten
waren mishandeld en stierven hierdoor. Een
nieuwe wet zorgde voor de bescherming van
mensenrechten van patiënten, regels voor
sociale rehabilitatie en bood het onderwijzen
van basisvaardigheden aan die nodig zijn
voor een psychiatrische patiënt om goed voor
zichzelf te zorgen.

Dit vormde in grote lijnen het plan en in
de jaren erna zijn de omstandigheden in de
psychiatrische zorg en de kwaliteit ervan dan
ook verbeterd. Het beeld dat de maatschappij
van psychisch zieken heeft is echter, ondanks
het programma van de regering en inzet
van individuen, nog niet compleet genoeg.
Japanners hebben over het algemeen weinig
kennis over psychisch zieken, hun ziekten en de
behandeling ervan. Ook houden ze nog steeds
veelal liever hun afstand tegenover mensen met
een psychische aandoening. Het zal nog een
lange tijd duren en veel inzet en begrip kosten,
voordat heel Japan op basis van een beter
beeld met psychisch zieken kan omgaan. Pas
dan kan Japan zichzelf ook op het gebied van
geestelijke gezondheidszorg een ontwikkeld
land noemen. Simone Felix.

In 2002 begon een grote hervorming in de
geestelijke gezondheidszorg. De regering
wilde het aantal bedden reduceren en
van een medische behandeling gebaseerd

24

太狸記・三月号

De realistische dreiging van
Noord-Korea (op Japan en de regio)

Het lukt Noord-Korea vaak om onder de
aandacht te komen van de internationale
media door het provoceren van omringende
landen en de ‘vijand’: de Verenigde Staten.
Dit doet het met de bekende rakettesten en
de ontwikkeling van nucleaire opties, het
land krijgt dan ook aandacht vanwege de
onvoorspelbaarheid als militaire speler in
de regio en de daaruit volgende ‘angst’ in de
rest van de wereld. Hoewel Noord-Korea
ooit een economisch stabiele staat was, is
dit in de laatste decennia sterk afgenomen
en inmiddels kan het geenszins vergeleken
worden met de economische grootmachten
die de regio telt. Noord-Korea streeft naar
modernisering van hun militaire macht
maar het is ook zijn staatsbeleid, welke
militarisatie als prioriteit heeft, dat averechts
een versterkte groei van armoede en een
toenemend tekort aan grondstoffen bezorgt.
Met weinig internationale, of zelfs regionale,
economische invloed, blijkt het huidige
regime en de werking van het land enkel een
verouderd en instabiel restant te zijn van een
communistische ideologie. Alhoewel NoordKorea beschikt over de mogelijkheid om een
van de buurlanden aan te vallen, maakt de
economische afhankelijkheid van China en
de intensieve Japans-Chinese economische
relatie een mogelijke aanval op grote schaal
onrealistisch.
Tijdens de jaren ’60 en ’70 was Noord-Korea

een sterkere economische staat dan ZuidKorea, maar dit is in de laatste decennia
drastisch veranderd. Terwijl Zuid-Korea
momenteel zijn economische macht op
internationaal niveau sterker ziet worden,
moet de economie van Noord-Korea
opboksen tegen economische sancties van de
internationale gemeenschap en een groeiend
tekort aan grondstoffen. Het land, voorheen
geclassificeerd als een ontwikkelingsland
waarvan het economisch klimaat de suggestie
gaf van economische groei door middel van
export, heeft sinds de val van de Soviet Unie
in 1991 een geschatte groei gezien van import.
Dit wijst op de mogelijkheid van economische
groei door middel van de ontwikkeling van
industriële infrastructuur in plaats van een
exportgeleide groei die typisch is voor een land
dat wordt geclassificeerd als ontwikkelingsland.
Deze trend staat bij voorbaat al in contrast
met het Noord-Koreaanse ideaal van juche,
een autonome staat onafhankelijk van de
internationale gemeenschap. Het land blijkt
nog steeds afhankelijk van steun, met name
van China. De Noord-Koreaanse economie
is hoogstwaarschijnlijk gestagneerd en de
militarisatie in het land maakt het enkel nog
moeilijker om economische groei te realiseren.
Het is nog steeds duidelijk dat militarisatie een
prioriteit vormt voor het Noord-Koreaanse
regime. Logischerwijs treft deze militarisatie
een verhoging in belastingen en een daling van
grondstoffen die gereserveerd worden voor

太狸記・三月号

25

de bevolking, wat zorgt voor weinig tot geen
verbetering van het economische klimaat en
welvaart van de bevolking. Het onderhoud
van de economie, en met name het leger, is
in het huidige economische klimaat moeilijk,
maar dit zal enkel meer gaan kosten zodra het
gigantische leger van een semi-passieve staat
in een actieve staat zal veranderen. Op lange
termijn een actief leger onderhouden is voor
Noord-Korea een onrealistische uitdaging.
Momenteel lijkt het voor Noord-Korea
onmogelijk om een zelfstandige juche te
creëren. Dit beeld wordt versterkt door de
economische en politieke afhankelijkheid
van China. Of dit een aanval op grote schaal
op een land in de regio verkleint blijkt uit de
uitdaging om op lange termijn een actief leger
te onderhouden. Neem op dezelfde schaal
de economische grootmacht Japan en hij zal
omvallen. Japan, officieel overigens niet in
staat om een leger te onderhouden, heeft wel
beschikking over een verdedigingsmacht, de
Self Defense Forces (JSDF), en deze is niet te
onderschatten. Het land heeft inmiddels een
verdedigingsmacht ter grootte van die van
Groot-Brittannië, en deze heeft enkel groei in
het vooruitzicht. Inmiddels heeft de Japanse
overheid beloofd om de JSDF financieel aan
te sterken in de nabije toekomst. Hoewel deze
macht qua mankracht niet te vergelijken is met
de ‘million man army’ die Noord-Korea graag
in parades aan de wereld laat zien, moet niet
vergeten worden dat de Verenigde Staten een

26

betrokken bondgenoot is die zich in de regio
sterk houdt. De onwaarschijnlijkheid van een
grote militaire operatie van Noord-Korea
jegens Japan wordt alleen maar versterkt als
men kijkt naar de economische verwikkeling
tussen Japan en China, Noord-Korea’s grootste
weldoener. Een grootschalige militaire actie
van Noord-Korea zal beslist druk uitoefenen
op de economische relaties tussen China,
Japan, Zuid-Korea en de Verenigde Staten.
Noord-Korea bevindt zich momenteel al onder
stevige economische sancties van de Verenigde
Naties en de afbraak van de economische
relatie met China zal betekenen dat het huidige
regime niet in staat zal zijn om lang stand
te houden. Dit kan tijdelijk zorgen voor een
verhoogde dreiging vanuit Noord-Korea,
maar deze dreiging zal waarschijnlijk slechts
offensief van aard zijn. En omdat het NoordKoreaanse leger moeilijk onderhouden kan
worden is deze dreiging bovendien van korte
termijn.
Het Noord-Koreaanse regime publiceert niet
vrijwillig zijn militaire macht en middelen, wat
het moeilijk maakt om een accurate schatting
te doen over de militaire capaciteiten van
het land. Dit neemt niet weg dat het NoordKoreaanse regime graag aan de wereld laat zien
hoe sterk het leger is door gigantische parades

太狸記・三月号

te organiseren. Wel is het duidelijk dat de focus
voor Noord-Korea, of in elk geval de focus
van moderne westerse media en onderzoek,
ligt bij de ontwikkeling van het nucleaire
programma en de voorraad van ballistische
raketten. Het is ook belangrijk om rekening
te houden met de extensieve ontwikkeling
van industriële infrastructuur zichtbaar in
het economische klimaat van het land. Deze
factoren hebben alleen weinig effect op het
meten van het realistische risico van NoordKorea betreffende een grootschalige militaire
operatie buiten de grenzen van het land; het is
belangrijker om een zo accuraat mogelijk beeld
te krijgen van de ontwikkeling van offensieve
militaire technologie. Noord-Korea beschikt
volgens zijn regering over een grote voorraad
ballistische raketten -het land rapporteert
openlijk tussen de 800-1000 operationele
raketten- waarvan de ontwikkeling en
het onderhoud wegens een achterstand in
technologie meer druk zetten op het NoordKoreaanse militaire budget. Een groot deel van
de voorraad aan ballistische raketten bestaat
uit korte afstandsraketten, denk hierbij aan
aftstanden tussen de 300 en 500 kilometer,
genoeg om doelwitten in Zuid-Korea, China
en Rusland te bereiken, maar dit is nog niet
genoeg om eventuele doelwitten als Tokyo diep
in het Japanse vasteland te kunnen raken. Om

deze voorraad raketten effectief tegen Japan
te gebruiken, zal Noord-Korea een maritieme
legermacht moeten bouwen in staat om
weerstand te bieden tegen de ver ontwikkelde
en constant aanwezige Amerikaanse en ZuidKoreaanse zeemacht. De meest waarschijnlijke
dreigingen voor Japan zijn de Hyunmu-3 en de
Taepodong raketten die een bereik hebben van
respectievelijk 1500 en 600 tot 700 kilometer.
Dit zijn ook voor zover bekend de enige raketten
die de mogelijkheid bieden om een nucleaire
lading te dragen, wat deze raketten de meest
realistische en directe dreiging maakt voor
Japan. Dit betekent niet meteen dat er sprake is
van volledige weerloosheid; de JSDF beschikt
over een luchtafweersysteem dat gebouwd is
in samenwerking met de Verenigde Staten.
Dit systeem is echter constant in ontwikkeling
en is dan ook verre van perfect. Zoals bleek
tijdens de Noord-Koreaanse rakettesten
tussen 2009 en 2012, was het niet mogelijk
voor het systeem om effectief de baan van de
raketten te bepalen. Dit zou betekenen dat
als het gaat om een directe militaire dreiging,
Noord-Korea waarschijnlijk wel beschikt over
de middelen om een grootschalige militaire
operatie van start te laten gaan en grootschalige
schade kan aanrichten in Japan. Dit is dan ook
het punt waar de moderne politiek graag op
inhaakt als men spreekt over Noord-Korea op
internationaal niveau.
Sinds de ontwikkeling van massamedia als een
van de meest invloedrijke informatiesystemen

太狸記・三月号

27

in landen als Japan, is het makkelijker geworden
om de bevolking in te lichten over de ‘dreiging’
van Noord-Korea en ‘bewustzijn’ te creëren.
Als voorbeeld is de hoeveelheid aandacht die
Noord-Korea krijgt en de positieve of negatieve
lading die meegegeven wordt met elk bericht,
een gewillig onderwerp voor populistische
politiek in de Japanse politieke arena. Door
middel van het vormen van een positieve of
negatieve lading bij elk nieuwsbericht is het
dankzij moderne technologie als de televisie,
smartphone, laptop en tablet mogelijk om
vaak binnen een dag al een nieuwsbericht
door een heel land te verspreiden. Dankzij
deze ontwikkeling kan het imago van een land
voor bijvoorbeeld het Japanse publiek vrij snel
gevormd worden en zo nodig geconditioneerd
worden. Dit imago, net als elke marketing
campagne zou doen, wordt dusdanig direct
beïnvloed door het doel van het bericht.
Dit doel kan zijn om te informeren, bang te
maken of om de ontvanger te verzekeren van
een veilig gevoel. Het imago en het effect van
deze ‘marketingcampagne’ kan direct gezien
worden onder het beeld en de emotionele
waarde die het ontvangende publiek vormt
als het gaat om onderwerpen die over NoordKorea gaan. Het beeld van Noord-Korea
als ‘vijand’ en ‘militaire dreiging’, is door de

28

ontwikkeling van massamedia in de laatste
jaren alleen nog maar versterkt door de snelheid
en repetitie van de negatieve berichtgeving
in nieuws- en mediakanalen. Een realistisch
beeld en geïnformeerde inschatting van de
werkelijke situatie is, net als het geval is bij veel
andere conflicten tussen ‘ons’ en de ‘vijand’ in
de wereld, gelimiteerd tot betrokken politici
en geleerden. Deze moderne constructie
van angst is essentieel in de ontwikkeling
van internationale en binnenlandse politiek;
in Japan kan de versterking van de JSDF in
reactie op een ‘toenemende dreiging’ uit China
en Noord-Korea dan ook genoemd worden.
Ontwikkelingen als deze kunnen echter alleen
ontstaan als er binnen de binnenlandse politiek
en de lokale bevolking een zekere mate van
steun bestaat. Als wordt vergeleken wat de
realistische dreiging is van Noord-Korea ten
opzichte van het bestaande imago van NoordKorea, dan bestaat de mogelijkheid dat hier
sterke verschillen in zitten.
Als men de vraagt stelt of Noord-Korea een
dreiging is voor Japan dan is deze vraag niet
te beantwoorden zonder factoren als de
militaire mogelijkheden, het economische
klimaat en de internationale relaties van het
land ook in de rekensom mee te nemen. Vanuit
een militair perspectief is Noord-Korea in
zekere mate een dreiging; het beschikt over
raketten die hoogstwaarschijnlijk niet alleen
een nucleaire lading kunnen dragen maar ook
doelwitten op lange afstand kunnen bereiken.
Het korte antwoord is dan ook zeker dat een
militaire dreiging bestaat, maar of deze ook
realistisch is, vormt een ander verhaal. Kan
Noord-Korea het zich veroorloven om niet
alleen zijn grootste bondgenoot te riskeren,
maar ook om op te boksen tegen een militair
superieure coalitie van Zuid-Korea, Verenigde
Staten en Japan? Nee. Het overheersende
imago in het Westen van Noord-Korea
als een op oorlog beluste staat, is dan ook
grotendeels gelimiteerd tot precies dat: een
imago. De huidige militaire en economische
redevoering van het Westen en geallieerden
die Noord-Korea als dreiging zien, overschat
dan ook de realistische dreiging van het land.
Anoma van der Veere.

太狸記・三月号

Phoenix Wright:
Ace Attorney - Dual Destinies

Hoe interessant is het om de advocatuur in
te duiken in een spel? Sinds 2001 bewijst
spelontwikkelaar en -uitgever Capcom dat
dit alleszins een geslaagd concept kan zijn.
Met een grote hoeveelheid onverwachte
plotwendingen, scherpe dialogen en een cast
aan bizarre personages, wist Phoenix Wright:
Ace Attorney een onvergetelijke indruk achter
te laten. Na een lange tijd van afwezigheid zijn
we inmiddels zijn toe aan het vijfde deel in de
reeks met Phoenix Wright: Ace Attorney Dual Destinies. Hoewel de game heel veel goed
doet is het niet alles goud wat er blinkt.
Na jaren van afwezigheid keert Phoenix
Wright terug naar de advocatuur, een wereld
dat sinds zijn vertrek enkel bergafwaarts is
gegaan. Gefabriceerde bewijsstukken en valse
aanklachten tekenen dit ‘donkere tijdperk van
de wet’, waarin het doel de middelen heiligt.
In deze setting is het aan Phoenix Wright,
oudgediende Apollo Justice en nieuwkomer
Athena Cykes om verdachten en getuigen te
verhoren om hieruit informatie los te peuteren
en inconsistenties uit te buiten om zo de
waarheid aan het licht te brengen. In de basis is
er dan ook weinig veranderd aan de gameplay
van deze Ace Attorney-titel.
Het zijn dan ook met name de verschillende
rechtszaken die de game maken of breken.
Met onder andere een bom in een rechtszaal,
intriges in een youkai-dorp en een moord in
een advocatenschool lijkt het wat dat betreft

wel snor te zitten, maar er blijft iets knagen. De
focus in Dual Destinies ligt namelijk wel heel
veel op de foute weg die het rechtssysteem in de
game is opgegaan, waardoor er minder ruimte
blijkt voor humor. De dialogen blijven scherp,
maar brengen helaas aanzienlijk minder vaak
een glimlach op je gezicht.
Verder is het zo dat je aan de slag gaat met drie
hoofdpersonages, waardoor je te weinig tijd
doorbrengt met de verschillende figuren. Met
name de jonge Athena lijdt hieronder, want
ruimte om haar karakter goed uit te diepen is
er weinig en ze overtuigt daardoor niet echt.
Wel moet hier gelijk bij worden aangegeven
dat Capcom de balans tussen personages van
eerdere spellen en nieuwkomers goed heeft
weten te bewaren. Ook voor nieuwkomers is
het spel daardoor goed op te pakken.
En dat is iets wat je eigenlijk absoluut zou
moeten doen. Dat de game minder goed is
dan diens voorgangers zegt namelijk meer
over de kwaliteit van de eerdere spellen
in de reeks dan over Phoenix Wright:
Ace Attorney - Dual Destinies. Qua plot
en het audiovisuele gedeelte vormt ook
het nieuwste deel van de advocatenserie
beslist
een
indrukwekkend
geheel.
Wester Wagenaar.
Phoenix Wright: Ace Attorney - Dual Destinies
is op 24 oktober 2013 verschenen in de eShop
van de Nintendo 3DS.

太狸記・三月号

29

47 Ronin
en 141 betere alternatieven

Afgelopen winter was het dan eindelijk zover:
47 Ronin, met in de hoofdrol Keanu Reeves,
kwam uit. De film bleek financieel een flinke
flop en zowel publiek als critici waren niet al te
lovend over de kwaliteit. Deze verfilming van
het oorspronkelijk achttiende-eeuwse verhaal
gaat op de loop met de traditionele vertelling
wat leidt tot een verzameling Hollywoodtropen en stereotypes van het Japan en het
Oosten in het algemeen. De film is dan ook
vooral interessant bij het kijken naar wat er
gebeurt wanneer een Japans verhaal door de
mangel van een Hollywood regisseur wordt
gehaald. Het originele verhaal uit de Edoperiode is er een over wraak, eer en conflict.
Een conflict tussen het volgen van bushido en
het volgen van de regels van het Shogunaat.
Zonder er verder al te diep op in te gaan hier
een korte introductie van drie 47 Roninverfilmingen die je wel moet kijken als je graag

30

het ‘echte’ verhaal wilt weten.
The 47 Ronin
(元禄 忠臣蔵 , Genroku Chuushingura)
Mizoguchi Kenji, 1941, 241min
De oudste verfilming van de drie is een
meesterwerk van de regisseur Mizoguchi
Kenji. Zoals gebruikelijk was in cinema
destijds ligt de focus niet zozeer op actie en
special effects maar op artistieke expressie
door middel van muziek, handeling en
camerabeweging. Mizoguchi staat bekend
als een van de beste regisseurs die Japan ooit
gekend heeft en dat maakt deze film meer
dan de moeite waard. De opdracht voor het
maken van deze film kreeg Mizoguchi van
het Japanse leger, hij heeft hen echter niet het
opzwepende stuk over loyaliteit en bushido
waarom zij vroegen gegeven. In plaats daarvan
legde hij focus op het verhaal achter het drama.

太狸記・三月号

Toshiro Mifune pontificaal op elke poster
staat maar helaas slechts vijftien minuten in
beeld is.

Verwacht dus geen Hollywood blockbuster
want dat is allesbehalve wat de film te bieden
heeft. Ben jij echter een film-connaisseur of
gewoon geïnteresseerd in film als kunst dan is
deze film een must-see!
47 Samurai
(忠臣蔵 花の巻 雪の巻, Chuushingura:
Hana no Maki, Yuki no Maki)
Inagaki Hiroshi, 1962, 207min
In kleur, met beter geluid, en met een ‘melkweg
aan sterren’ in de rollen, Inagaki Hiroshi’s
Chuushingura is voor een hedendaags publiek
makkelijker te kijken dan zijn voorgangers.
Vooral de eerste helft van de film is erg
interessant, waarna het afwisselen van scènes
met de focus op verschillende personages de
spanningsboog doet verslappen. De laatste
akte van het verhaal, de bestorming van het
huis van Kira maakt alles voor mij weer goed
en is een goede climax van het drama. Inagaki
is een van de grootmeesters van de samuraifilm
en dit bewijst hij vooral met de bestorming
van het huis in de sneeuw. Het blijft een
langzame opbouw naar dit punt, maar dat
hoort nu eenmaal bij een trouwe vertelling van
dit verhaal. Tegenvaller is wel dat steracteur

47 Ronin
(四十七人の刺客 , Shijuushichinin no
shikaku)
Ichikawa Kon, 1994, 132min
Persoonlijk ervaar ik de meest recente
van deze drie verfilmingen als de meest
toegankelijke versie. Opnieuw is ingekort op
alle drama die voorafgaat aan de bloederige
climax van het verhaal, dat gaat in deze versie
zelfs zo ver dat voornamelijk de voorbereiding
en uitvoering van de aanslag op antagonist
Kira in beeld komen, dit zijn in de originele
vertelling ongeveer twee van de elf aktes.
Hoewel de film dus geenszins te vergelijken
is met het klassieke stuk waarop zij gebaseerd
is, blijkt de film in andere opzichten wel een
succes. Moderne techniek, goed gebruik
van de camera, en wat sommige reviewers
‘visuele poëzie’ noemen maken de film toch
nog de moeite waard. De fijnere lijnen van
het plot gaan echter verloren in deze sterk
gecondenseerde versie. Allicht is dit een goede
verfilming om mee te beginnen als je nog
onervaren bent met klassieke film en toneel.
Nick Sint Nicolaas (ed. Vincent Meijer).

太狸記・三月号

31

De wereld van de Japanse ambassade

Mijn naam is Diana Kuijpers, vanaf augustus
2012 afgestudeerd Japanologe en sinds
april vorig jaar werkzaam bij de Ambassade
van Japan in Den Haag. Een heel nieuwe
wereld. Niet alleen de eerste echte stap op de
arbeidsmarkt, maar ook op het onbekende
terrein dat ‘de Japanse ambassade’ heet. Want
wat doet een ambassade eigenlijk?
Voor velen staat de Ambassade van Japan vooral
te boek als de plek waar visa vandaan komen.
Een enkeling weet af van de studiebeurzen
die de ambassade aanbiedt of is bekend met
de jaarlijkse Japanse speechwedstrijd. Maar
verder?
Eigenlijk belichaamt de Japanse ambassade
Japan in Nederland. Dit vertaalt zich in
een wapperende Japanse vlag buiten het
gebouw, maar vooral in het samenwerken met
Japanse diplomaten. De Japanse taal is geen
vereiste – ook Engels wordt op de werkvloer
gesproken – maar het Japans beheersen en
omgangservaring hebben met Japanners is in
mijn ogen zonder meer handig. Het helpt zeker
bij het ontwikkelen van inzicht in de Japanse
werkcultuur.
Aan het hoofd van de hiërarchie staat natuurlijk
de ambassadeur, sinds november 2013 Zijne

32

Excellentie Masaru Tsuji. Daaronder volgen
verschillende afdelingen, zoals die van politiek
en economie, met elk een eigen afdelingshoofd.
De juridische afdeling is van groot belang, zeker
met het oog op prominente internationale
organisaties die in Den Haag gevestigd zijn,
zoals het ICJ (International Court of Justice)
in het Vredespaleis en het ICC (International
Criminal Court). Ook hebben we het OPCW
(Organisation for the Prohibition of Chemical
Weapons), dat onlangs de Nobelprijs voor de
Vrede kreeg uitgereikt.
De Culturele Afdeling waar ik werk, heet voluit
‘Afdeling Culturele Zaken, Pers en Informatie’
en die naam omvat de drie belangrijkste pilaren
van ons takenpakket. Zo volgen we Nederlands
nieuws over Japan en bij een bezoek van Japanse
delegaties verzorgen wij de perscontacten
en culturele uitstapjes. Ook verstrekken wij
informatie over Japan aan mensen die van
plan zijn daarheen te reizen en beschikken we
over een bescheiden bibliotheek bestaande uit
een mooie collectie boeken. Ikzelf ben tevens
verantwoordelijk voor het verzorgen van
‘educatieve presentaties’ voor doelgroepen
variërend van basisschoolleerlingen tot
studenten en werknemers.
Een tweede pilaar vormen de studiebeurzen,

太狸記・三月号

waarschijnlijk wat bekender onder de
studenten Japanstudies. De MEXT-beurzen
(Ministry of Education, Culture, Sports,
Science and Technology) voor zowel Japanese
Studies Students als Research Students
worden uit naam van de Japanse regering
uitgereikt. Daarnaast is er het zogeheten JET
Programme (Japan Exchange and Teaching
Programme), waarmee je in Japan ofwel als
assistent-leraar Engels, dan wel als coördinator
van internationale betrekkingen, aan de slag
kunt. Communicatie met kandidaten valt
binnen mijn portefeuille.
Maar onze hoofdpilaar is toch wel de culturele
evenementen die de ambassade organiseert
of waaraan wij meedoen met het oog op de
eeuwenoude en belangrijke relatie tussen
Nederland en Japan. Misschien is het ‘Cherry
Blossom Festival’ te Amstelveen wel bekend
voor je of heb je van de Japanse Tuin in

Clingendael te Den Haag of de ‘Japanese Public
Speaking Contest’ gehoord. Laatstgenoemde
zal ook dit jaar weer in maart plaatsvinden.
Ook aan de ‘Japanmarkt’ in Leiden,
georganiseerd door het Sieboldhuis, doen wij
mee. Mijn taak is deels de organisatie van deze
evenementen, maar vooral het aanwezig zijn
namens de Culturele Afdeling en zodoende
sociale contacten te onderhouden.
Voor mij vormt de Japanse ambassade een
uitstekende plek om werkervaring op te doen,
maar vooral om continu met de Japanse taal
bezig te blijven. Ook biedt het een mooie inkijk
in de Japanse diplomatieke werkcultuur en het
Japan-gerelateerde wereldje hier in Nederland.
Daarbinnen doe ik dan ook vele, nieuwe
contacten op. Dus voor een afgestudeerde
Japanologe vormt het zonder meer een prima
uitgangspunt voor een actieve loopbaan!
Diana Kuijpers.

太狸記・三月号

33

Ask Anky

Ask Anky is een adviescolumn speciaal voor de problemen van
Japanologen en Koreanisten. Heb je een probleem waarover je niet kunt
of durft te schrijven naar een algemeen adviescolumn, schrijf dan naar
journal@tanuki.nl met als onderwerp “Ask Anky”, of leg je brief in het
postvakje van Tanuki. Hier zal door een deskundige antwoord worden
gegeven op al je vragen. Schaam je niet en mail vandaag nog.
Hey Anky!

Beste Anky Bedanky

Ik hoorde dat kimchi eigenlijk
gefermenteerde kool is. Is die
beschimmelde kool in mijn koelkast dus
toch eetbaar?

Dit is een haiku
Ik schreef hem speciaal voor jou
Je bent een schat,

Groetjes,
Die ene Leidse student

Haiku Henk
Lieve Haiku Henk,

Beste Leidse student,
Of je bovengenoemde kool nog eetbaar
is hangt af van de kleur van de kool.
Normaliter wordt een hele oude kool in
mijn koelkast alleen maar bruin in plaats
van schimmel, ik raad het je niet aan
om dat nog te eten. Indien de schimmel
daadwerkelijk een schimmel is en deze blauw
is, dan kan je de schimmel eraf schrapen
en in een zakje doen met een nieuwe kool.
Laat dit een paar nachtjes in een kuil in je
tuin doorfermenteren en je hebt binnen de
kortste keren je eigen kimchi!

Dit is het toppunt van kunst dat ik ooit
heb gezien. De rebelse strijd tegen de
conformerende 5-7-5 vorm is als een
metafoor voor de eeuwige strijd tegen de
commercialisatie van het post-modernisme
in Japan. Dat dit ook nog eens in het
Nederlands is geschreven laat blijken van
een bijna door bourgeoisie geïnspireerde
manier van denken. Ik voel me gevleid dat
deze haiku, een typologische hetze tegen het
orientalistische paradigma in de westerse
wereld, speciaal is geschreven voor mij.
Haiku Henk, jij bent de coryfee van onze
generatie.
Heel veel bedanky,

Als de schimmel een andere kleur heeft dan
blauw wordt dit met hetzelfde proces eerder
zuurkool dan kimchi.

Anky

Eet smakelijk!
Anky.
34

太狸記・三月号

太狸記・三月号

35

‘s avonds een man...

...‘s ochtends een man
Een Tanuki-activiteit is géén geldige reden om een college
te skippen of te laat te komen!
Wees verstandig! Wees een man!

36

太狸記・三月号

...of een vrouw.