TaTanukiKi 2013-2014--2
Media
Part of 2013-2014 | 2
- Titel
- TaTanukiKi 2013-2014--2
- extracted text
-
太狸記
LVSJK Tanuki / 三十一周年/ 十月
Interview met zijne excellentie de ambassadeur van Japan. Lees verder op pagina 20.
社説
Colofon
JOURNALCOMMISSIE
Voorzitter:
Anoma van der Veere
Secretaris:
Arthur Hinsch
Eindredactie:
Wester Wagenaar
Leden:
Myrthe Prins
Sabine Jacobs
Simone Felix
Stephan Jonkers
Vincent Meijer
REDACTIELEDEN
Hoofdredacteur:
Anoma van der Veere
Vormgeving:
Anoma van der Veere
Eindredactie:
Wester Wagenaar
BESTUUR VAN TANUKI
Praeses:
Albert Tiemersma
Ab-actis:
Thomas Zijtveld
Quaestor &
Vice-Praeses:
Arco Oliemans
Assessor
Communicatie:
Anoma van der Veere
Assessor
Eerstejaars:
Fred Dillmann
Assessor
Koreanistiek:
Flora de Greef
COMMISSIEVOORZITTERS
Eerstejaarscommissie:
Fred Dillmann
Feestcommissie:
Robert Beers
Jaarboekcommissie: Anoma van der Veere
Journalcommissie: Anoma van der Veere
Kampcommissie:
Thomas Zijtveld
Koreacommissie:
Flora de Greef
Kunst- en
cultuurcommissie: Steffen de Jong
Reiscommissie:
Colin Casey
RAAD VAN TOEZICHT
Robert Beers
Martijn Heule
Guan van Zoggel
2
Editorial van de hoofdredacteur
Het was een woensdag. Iedereen schrok op
van de doktors die voorbij kwamen hollen.
“Wat is er aan de hand?”, vragen mensen
zich af. Het valt stil. Een grote man gooit de
deur naar de kraamafdeling open en komt
naar binnen gelopen. In zijn armen ligt een
schattig en rustig, klein, halfbloed baby’tje
waarvan je niet kan geloven dat hij achter
de duinen is geboren. En net als bij Fabio,
kon niemand geloven dat het geen boter was.
24 jaar later is het dan zover: die schattige
kleine baby brengt jullie de eerste
TaTanuKiKi van het collegejaar 2013-2014.
Met veel werk en de juiste mensen is het de
journalcommissie wederom gelukt om iets
te maken om trots op te zijn. Ik hoop dat
jullie genieten van de eerste editie dit jaar.
Heb je zelf nog ideeën voor artikelen, mail dan
naar journal@tanuki.nl. Heb je geen ideeën?
Dat kan, iedereen is op zijn of haar eigen
manier speciaal. - Anoma van der Veere
太狸記・十月号
目次
Op de voorkant
Inhoud
Detail van de 平安神宮: heian-jinguu
een Shintoheiligdom in Kioto. Gelegen
nabij het wereldberoemde Gouden
Paviljoen. Het ‘kasteel’ op een hoek
van het complex wordt ook wel 蒼龍
楼: souryuurou (blauwe drakentoren)
genoemd.
Wil je jouw fotografisch talent ook delen
met iedereen? Stuur ideeën voor een cover
naar journal@tanuki.nl en wellicht siert
jouw werk de volgende TaTanukiKi!
TANUKI SHINBUN
De journalcommissie
4
Kansaireis
6
Eerstejaarskamp
9
Constitutieborrel
10
Filthy Riches & Poor Bitches
11
Outrage Beyond
13
JAPAN & KOREA
Yamauchi Hiroshi
15
Abe’s toespraak voor de VN
16
Olympische Spelen 2020
19
Interview: Ambassadeur van Japan
21
De val van de DPJ
25
Het gezicht van Korea
28
Bukatsu
30
Huizen van goden
32
MEDIA
Killer is Dead
34
Land of Hope
35
COLUMNS
Het rampgebied twee jaar later
36
Procedures van
een uitwisselingsstudent
37
Monbukagakushou beurs
38
Anky
39
“Niet moeilijk doen, zeg
gewoon ja.”
-Christiaan Raaijmakers
太狸記・十月号
3
De journalcommissie
Het is mij een genoegen jullie mijn introductie te laten lezen. Ik ben Anoma van der Veere,
ben inmiddels een tweedejaarsstudent Japanstudies en, niet te vergeten, de voorzitter
van de journalcommissie 2013-2014. Als incompetente voorzitter van een competente
commissie wil ik jullie allen dan ook voorstellen aan de commissieleden die dit jaar met
bloed, zweet en tranen aan de journal zullen werken terwijl ik lachend toekijk (en in
het geheim toch wel een beetje werk lever). Wij zullen samen ons uiterste best doen om
jullie ook dit jaar weer te voorzien van de wereldbekende, immer smeuïge TaTanukiKi.
Arthur Hinsch
Arthur Hinsch
Secretaris
Secretaris van deze commissie. Vorig jaar
heb ik al kunnen genieten van de goede
sfeer in de journalcommissie en ik heb
ook dit jaar weer hoge verwachtingen.
Tijdens mijn studie houd ik mij veel bezig
met de relatie tussen de Europese Unie en
Japan, evenals energietransitie. Ook dit
jaar zal ik een bijdrage leveren in de vorm
van interviews en artikelen gerelateerd
aan de hedendaagse Japanse politiek.
Wester Wagenaar
Wester Wagenaar
Eindredacteur
Afscheid nemen is moeilijk en daarom zal deze
immer vrolijke, bebaarde jongeman ook dit jaar
als eindredacteur optreden binnen deze kliek.
Vanuit Japan - Nagasaki welteverstaan - zal
hij deze taak zo goed mogelijk ten uitvoering
trachten te brengen. Jullie zullen daarom
allen voorzien worden van weldoordachte
artikelen die - als hij zijn werk goed doet
althans - gekenmerkt worden door het gebrek
aan grammaticale onjuistheden en spelfouten.
Myrthe Prins
Sommigen kennen me als de nerd die vrijwel
elke dag in de bieb te vinden is en bij anderen
sta ik bekend als de party animal die elk feest
van begin tot einde meemaakt. Sommigen
kennen me als masterstudent Journalistiek en
Nieuwe Media, anderen herinneren me nog
als sjaarsje Japanologie. Ik word regelmatig
– maar niet altijd terecht – geassocieerd met
twerkperikelen, Nagasaki, gebroken kaken,
sushi, controversiële jaarboekkaften, (ijs)
koffie, yakuza en muffins. Mijn doel dit
jaar is om jullie wat bij te brengen, maar
vooral ook te vermaken. Mocht ik daarin
slagen, of juist niet, kom gerust langs met
suggesties. Ik bijt wel, maar niet hard.
Myrthe Prins
4
太狸記・十月号
Simone Felix
Simone hier! Ik ben een eerstejaars studente
Japanstudies van 20 jaar en ik kom uit
Spijkenisse. Bijna alles aan mij is zoals je zou
verwachten van iemand die deze studie doet:
ik kijk anime en drama, lees manga, luister
Japanse muziek enzovoort. Hier is dat niet erg
bijzonder, maar ik vind het wel gezellig met al
die gelijkgestemde mensen. Ik heb een grote
liefde voor kanji en zal ook regelmatig op de
feesten en andere activiteiten te vinden zijn. Dit
is mijn eerste commissie en ik weet niet wat me
te wachten staat, maar ik zal mijn best doen!
Simone Felix
Stephan Jonkers
Haisai! Mijn naam is Stephan Jonkers, en
ik zit momenteel in mijn derde jaar. Ten
minste, dat was het geval totdat ik van de
ambassade te horen kreeg dat ik een jaar
mocht studeren in Kumamoto, Japan. Ik
ben een van de eerste Nederlanders die op
Kumamoto University terecht komt, dus ik
zal met genoegen gebruik maken van deze
gelegenheid om de TaTanukiKi te verrijken
met mijn exotische ervaringen dit jaar. Mijn
focus ligt vooral op Japanse linguïstiek
dan wel sociolinguïstiek, dus de komende
uitgaven zullen artikelen bevatten die te
maken hebben met o.a. aspecten van dialecten
(Kyushu, Okinawa, Kansai), taalgebruik,
aanspreekwoorden en dergelijke. Mensoore!
Stephan Jonkers
Sabine Jacobs
Sabine Jacobs
Hallo en leuk dat je mijn stukje leest! Ik ben niet
zo’n interessant persoon, maar ik zal m’n best
doen om je van het tegendeel te bewijzen! Op
het moment ben ik tweedejaars Japanstudies
en zodoende hopelijk een van de proefkonijnen
die drie maanden in Japan gaat studeren. Van
alles wat met Japan te maken heeft, heb ik het
meest interesse in Japanse religie en in anime
en manga. Ook ben ik een groot fan van de
seiyuu-industrie. Verder kun je me zo’n twee
keer per week bij de yosakoi-training van
Raiden vinden, waar ik derde generatie ben.
Kom gerust een keer langs, dan leer ik je met het
grootste plezier een Japanse festivaldans aan!
Vincent Meijer
Vincent Meijer
Beste, lieve, mooie, geweldig zoete lezer.
Ik, ik ben Vincent, maar soms ben ik Tim.
Ik ben heel normaal hoor, maar ik schrijf
graag excentriek. Ik denk om een beetje mijn
intertekstuele muscles te flexen ofzo. Oh ja
stoplappen, die gebruik ik wel eens. Niet in
mijn teksten gelukkig, want dat komt niet
langs onze hoofdredacteur. Mijn passies
zijn leren en nieuwe ervaringen opdoen;
als kind wilde ik later ALLES weten. Ik heb
mijn streven nu bijgesteld naar bijna alles
en ik zie wel hoe ver ik kom. Verder ben ik
er ook niet vies van een verhaal te vertellen.
Ik combineer de Leidse ‘R’ en de natte ‘T’.
太狸記・十月号
5
Kansaireis
Het einde van het jaar, het einde van colleges.
Met de hoop dat de herkansingen goed
zijn gegaan, trok de reiscommissie samen
met een groep Japanologen in spé richting
Japan. Het was weer tijd voor de grote
Tanukireis. Ditmaal bezochten we Kansai
en deden hierbij steden aan als Kioto ,
Osaka, Nara en Kobe. De reis duurde 20
dagen en ook dit jaar was het een succes.
Op 28 juni vertrok de groep richting
Istanbul om vanuit de Turkse hoofdstad
over te stappen op een vlucht naar Kansai
International, het grootste internationale
vliegveld in de prefectuur. Na een dertien
uur durende vlucht waren we uiteindelijk
dan toch in Japan aangekomen. De eerste
stop: Kioto. Na een twee uur durende treinrit
van Kansai International naar het centraal
station van Kioto en een kleine metrorit naar
Teramachi kwamen we aan in ons hostel .
Kioto wordt wel de culturele hoofdstad
van Japan genoemd en dat heeft een reden.
Overal in de stad kan men namelijk een grote
diversiteit aan tempels vinden en dat maakt het
voor de liefhebber van Japanse geschiedenis en
bouwkunst een geweldige stad om te bezoeken.
Zoals te verwachten tijdens een bezoek aan
Kioto waren de eerste paar dagenvolgepropt
6
met het zoveel mogelijk bezoeken van tempels
en musea. We hebben geweldig mooie
exemplaren mogen aanschouwen als de’清水
寺: kiyomizu-dera’ (de Helder Water Tempel),
‘平安神宮: heian jinguu’ en ‘金閣寺: kinkakuji’, ofwel het Gouden Paviljoen. Ook hebben
we een bezoek gebracht aan het ‘京都市美術
館: kyouto-shi bijutsukan’ (Kyoto Municipal
Museum of Art) waar een collectie moderne
Japanse kunst getoond werd waar elke Japanse
kunstfanaat jaloers op zou zijn geweest.
Tijdens ons verblijf in Kioto hebben we ook de
mogelijkheid gehad om rondgeleid te worden
door de Universiteit van Kioto. De rondleiding
werd geleid door een student die ook een jaar in
Leiden op uitwisseling is geweest. We mochten
de afdeling agricultuur bezoeken en hebben
lunch gehad in de kantine van de universiteit.
Dit was zeer bijzonder, want we kregen de
mogelijkheid om in een tatamikamer samen
met meerdere studenten van de universiteit te
eten. Een goed moment om Japans te oefenen!
We bezochten een studentenhuis dat in de
jaren ’70 fungeerde als een centrum van
studentenprotesten, waarna het tijd was voor
een drankje en uiteindelijk voor het diner. Na
een gezellige maaltijd bij een klein restaurantje
was het tijd voor de ‘飲み会: nomikai’, die
太狸記・十月号
originele complex. Onder andere het ‘上方浮世
絵館: kamigata ukiyo-e kan’ (Kamigata Ukiyoe
Museum) stond verder nog op het programma.
Hier hebben wij verschillende ukiyo-e mogen
bekijken om uiteindelijk in het Japans, inclusief
‘関西弁: kansai-ben’ (Kansaidialect), uitleg te
krijgen over de geschiedenis van de omringende
buurt en de ukiyo-e die hier gemaakt zijn.
werd gehouden in een lokale kroeg waar
men een eigen kamer kan reserveren. Voor
iedereen die in Japan is geweest brengt het
alomvattende woord ‘飲み放題: nomihoudai’
(all you can drink), hoogstwaarschijnlijk
herinneringen van voorspoed en weemoed
met
zich
mee.
Onbeperkt
drinken
voor een vast bedrag is dan ook geen
realistisch businessmodel in Nederland.
Kobe was de volgende stop op de reis. De stad
is rustig en lekker koel; doordat het is gevestigd
aan de baai van Osaka waait er constant een
verkoelende wind door de stad. Met de gehele
groep hebben wij het maritiem musem en
het daaraan vastgelegen Kawasaki-museum
bezocht. Na een ‘vriendelijk’ verzoek aan een
groep Japanse jongens om te stoppen met
foto’s van de meisjes te maken, begaven wij
ons richting de toren van Kobe. Het uitzicht
op de stad aan de ene zijde en een uitzicht
op de baai aan de andere zijde was zeer mooi
om te aanschouwen. Dan splitste de groep
op om op zoek te gaan naar ‘betaalbare’
Kobe beef, het vlees waar de stad bekend
om staat in Japan. Dit was helaas zonder
succes, dus dit avontuur heeft iedereen maar
bewaard voor een volgend bezoek aan de stad.
Natuurlijk is een reis naar Kansai niet
compleet als je Nara niet hebt bezocht. Het
De volgende dag bezochten wij het ‘東映太秦
映画村: touei uzumasa eigamura’ (Toei Kyoto
Studio Park), een absolute aanrader voor als
je mensen in samoerai- of ninjakostuums
wilt zien. Het park heeft verschillende
voorstellingen en nadat de groep in kleinere
groepjes was opgesplitst, was iedereen in
alle haast bezig om zoveel mogelijk te zien.
De Dragonball: Kami to Kami-fotoboxen, de
voorstelling van Jiraiya, de brave ninja, en de
geschiedenis van Japanse animatie kunnen
allemaal gevonden worden in dit park.
Na een vrij weekend zijn we vertrokken richting
Osaka, waarna we als snel doorgingen richting
het kasteel van de stad, een van de meest
bekende kastelen van Japan. Het is gemaakt
in opdracht van Toyotomi Hideyoshi en is
intussen helaas al meerdere keren herbouwd
wegens schade, of totale vernietiging, van het
太狸記・十月号
7
eerste wat je ziet als je Nara komt inlopen
nadat je de trein bent uitgestapt, is de mascotte
van de stad. De kale hert-monnik Sento-kun
moet de tempels en de rondlopende herten
representeren waar Nara bekend om staat.
Met grote verwachtingen liepen we met de
hele groep richting de eerste tempels en langs
de herten. De herten kwamen we al snel tegen
en de dieren leken in eerste instantie niet
bepaald geïnteresseerd. Hier kwam vrijwel
direct verandering in toen een paar van ons
koekjes kochten voor de herten: ‘鹿煎餅:
shika-senbei’. Vanaf het moment dat je een van
deze koekjes in je hand hebt, komen de herten
bijna rennend op je af, wat in eerste instantie
best angstaanjagend kan zijn. Nadat enkele
groepsleden bevrijd waren uit de grip van de
herten vertrokken we richting ‘東大寺: toudaiji’ (Oostelijke Grote Tempel). Deze tempel
staat bekend om de gigantische Boeddha die in
de grote hal staat. Dankzij de hoogte van bijna
vijftien meter vormt de middelste Boeddha een
van de grootste bronzen beelden ter wereld.
De Kansaireis werd afgesloten met een
gezamenlijke trip terug naar Kansai
International om de lange reis naar Nederland
af te leggen. Het was een gezellige, leerzame reis
dankzij de leuke groep en natuurlijk de inzet
van de reiscommissie. - Anoma van der Veere
8
太狸記・十月号
Eerstejaarskamp
Op een zonnige zaterdagmiddag verenigden
vele van de aankomende eerstejaars Tanukileden, die samen op kamp gingen, zich bij
de bus. Iedereen was enthousiast kennis
aan het maken met elkaar en hield daar
niet mee op tot de introductiespeech
van de kampcommissie en het bestuur.
Na de ouderejaars te hebben leren kennen,
werden de nieuwe leden in groepen
verdeeld. Samen met twee sempai vormden
de groepen een team, dat natuurlijk een
naam moest krijgen. In vrolijke kleuren
werden de teamnamen –en andere
voorstellingen– op de witte shirts getekend.
Na de barbecue werd getest hoe competitief
de teams waren met een vossenjacht.
De ene grappige opdracht wisselde de andere
merkwaardige opdracht af en voor iedereen
het wist was het al donker. Het werd tijd
voor een feestje. De drank werd uit de kast
gehaald en er werd in overvloed gekletst
en gegrapt. Het resultaat was een gezellige
avond, die tot in de nacht werd doorgetrokken.
De volgende morgen werden de eerstejaars
liefdevol wakker gemaakt door de senpai
en na het ontbijt kon iedereen zich opgeven
voor
twee
workshops.
Drankspellen,
Japans dansen en Koreaanse K-pop dans
behoorden allemaal tot de vele mogelijkheden.
Na de workshops was er een smokkelspel om
de strijdlust tussen de teams levend te houden
en vervolgens werden de bossen opgezocht
voor een laatste competitie: levend stratego.
Voor elk spel werden punten gegeven en
de uiteindelijke uitslag zou de volgende
morgen bekend worden gemaakt, maar
niet voordat er nogmaals een gezellige
avond had plaats gevonden –waarvoor er
diezelfde middag nog drank gehaald moest
worden wegens veelvuldige consumptie.
Uiteindelijk
was
het
moment
toch
aangebroken: het winnende team werd bekend
gemaakt. Onder toezicht van slaperige ogen
werd de uitslag opgelezen. Het verliezende
team moest schoonmaken, het winnende
team kreeg een handgemaakte Tanuki
sleutelhanger. Er werden nog foto’s gemaakt
en daarna ging iedereen de bus in op weg
naar huis. Vermoeid, doch zeer tevreden,
nam iedereen afscheid. - Simone Felix
太狸記・十月号
9
Constitutieborrel
Wat kijken we er elk jaar weer naar uit:
de eerste borrel van het jaar, waar zowel
alumni als eerstejaars zich vertonen, waar
bestuur door bestuur wordt opgevolgd en
waar –het allerbelangrijkste– het eerste
drankje gratis is. Ook dit jaar vindt de
constitutieborrel plaats in de Burcht.
Vanaf vijf uur stromen de leden binnen en
al gauw vloeit na de gratis drankjes ook de
betaalde drank rijkelijk. Een honderdtal leden
is bijeen gekomen. Iedereen is blij elkaar weer
te zien na maanden vakantie en heeft elkaar dan
ook veel te vertellen. Een gezellig gemurmel
vult de ruimte tot aan het hoge plafond.
Om kwart over zes vraagt voormalig voorzitter
Robert Beers de aandacht van de aanwezigen.
Hij bedankt alle leden en zijn bestuur voor
het organiseren van en deelnemen aan de
activiteiten van het afgelopen jaar. Een beetje
verdrietig en een beetje opgelucht kondigt
hij aan dat de Beerschappij ten einde is.
Maar niet getreurd, luidt de boodschap,
want een nieuw bestuur staat te
springen om aan de slag te gaan.
Dan beklimt kersverse praeses Albert
Tiemersma de troon (of in dit geval de
houten stoel) en spreekt zijn onderdanen
toe. Hij bedankt nogmaals het oude bestuur
en stelt vervolgens het nieuwe bestuur en
alle commissievoorzitters voor. De nieuwe
voorzitter pleit voor een verenigingsjaar
dat in het teken staat van het uitbreiden
van connecties en betere samenwerking
tussen Tanuki en andere verenigingen.
Terwijl het volk juicht en applaudisseert,
proosten het nieuwe en het oude bestuur
met elkaar. Traditiegetrouw gaat een groep
van vijfentwintig (die ineens uitgroeide
tot achtentwintig) man na afloop naar
de Shabu Shabu om zich onbeperkt en
ongegeneerd vol te proppen met sushi en
andere lekkernijen. De toon is gezet: laat het
nieuwe jaar maar komen. - Myrthe Prins
10
太狸記・十月号
Filthy Riches & Poor Bitches
Filthy Riches & Poor Bitches, zo luidde de titel
van het eerste feest van Tanuki dit jaar. Wie
vorig jaar het eerste feest heeft meegemaakt,
zal een déjà vu-momentje gehad hebben.
Het thema destijds, Trailer Trash & Tiara’s,
namelijk vergelijkbaar. Niet dat iemand het
erg vond, want dat was vorig jaar een geweldig
feest. Bovendien zorgt de feestcommissie
ervoor dat elk feest weer een unieke ervaring is.
Om tien uur worden de deuren geopend en dat
is maar goed ook, want de zaal van COC de
Kroon begint al vroeg vol te stromen. Wie het
feest betreedt, komt in een paradoxale wereld
van luxe en armoede terecht. De muren en het
plafond hangen vol met geldbiljetten en oude
kranten. Als welkomstdrankje mogen de eerste
vijftig gasten kiezen uit een glas prosecco of
een glas niet-te-zuipen rode ‘Macho’-drank.
Wie niet op tijd is voor een welkomstdrankje
hoeft echter niet te treuren: de prijzen in de
Kroon zijn erg schappelijk. En dat is weer terug
te zien aan het gehalte aangeschoten mensen.
太狸記・十月号
11
De sfeer is goed. Mensen praten, mensen
dansen, mensen zoenen. En niet alleen man
met vrouw. Sommige mensen spugen, dat is
helaas niet te voorkomen, maar al met al lijkt het
overgrote merendeel zich enorm te vermaken.
Iets na twaalven is het tijd voor de twerk
off. Feestco-voorzitter Robert kondigt
het gebeuren aan, maar is zonder
microfoon helaas nauwelijks verstaanbaar.
Ondergetekende betreedt het podium om
een korte demonstratie te geven, waarna
Fred en Kayleigh het tegen elkaar opnemen.
Het is een lust voor het oog hoe de twee hun
achterwerken laten oscilleren. Ze zetten
zo’n indrukwekkend optreden neer dat de
jury hen de prijs, een meter bier, laat delen.
Het feest gaat door tot in de vroege uurtjes
tot de laatste mensen rond vier uur tevreden
het pand verlaten. Wie het feest dit keer
gemist heeft, zorg dat je er de volgende
keer absoluut bij bent! Tip: houd vrijdag 1
november vrij in je agenda en denk alvast na
over een Halloween outfit. - Myrthe Prins
12
太狸記・十月号
Camera Japan: ‘Outrage Beyond’
Op een koude nacht in de Rotterdamse haven
haast ik mij naar het Lantaren-Venster. Met
één hand op het geld stap ik door de bleke
straatverlichting. Langs de kade zie ik het
gebouw. De warme kleuren door de ramen van
de foyer begroeten me zoals vanouds, evenals
de jazz. Verscheidene kooplui hebben hun
waren nog uitgestald staan in kleine stalletjes,
maar ik haast me naar ‘de Voorzitter’.
“Bedankt dat u me heeft uitgenodigd voor
uw dochters bruiloft –“ maar ik wordt
abrupt afgekapt. Ik wordt gemaand me te
haasten want Dr. Herber zou een woordje
doen voor aanvang van de film. Eenmaal
in de zaal voel ik me weer op mijn gemak,
omringd door mijn broeders en zusters van
Tanuki en zo nu en dan een willekeurige
vreemdeling begin ik te luisteren naar Dr.
Herbers lezing. “Yakuza, is een verbastering
van de waardeloze hand ya-ku-za (8-9-3)
in het kaartspel Oicho-Kabu”, legt hij uit.
nadat ik eerder zijn hit Sonatine zag en de
verwachtingen zijn hoog. In het openingsshot
zien we hoe een auto uit het water getakeld
wordt. Een van de lichamen in de auto blijkt
van een smeris: wie zit hierachter? Zou dit
het werk van de Yakuza kunnen zijn? En
inderdaad, na verraad en bedrog is er een
nieuwe peetvader in de Sonna-clan: voorzitter
Kato. Deze Kato tolereert geen losse eindjes
en is niet bang voor de politie. Detective
Na de inleiding begint de vertoning van de
film, Takeshi Kitano’s Outrage Beyond. Dit is
de tweede film die ik van Kitano te zien krijg
太狸記・十月号
13
Kataoka wordt op de zaak gezet na eerdere
successen in het onderdrukken van de Yakuza.
Hij kiest er voor zijn gespleten tong het werk te
laten doen en al snel lokt hij een bendeoorlog
uit tussen de verschillende Yakuza families.
De enigen die het er goed vanaf brengen
zijn de Hanabishi, een rivaliserende Yakuza
familie. Zij slagen erin de intrige en het bedrog
dat de andere clans teistert, te ontlopen.
Takeshi lijkt duidelijk te willen maken dat een
Yakuza familie steunt op de bovenste lagen van
de hiërarchie, namelijk de Oyabun (peetvader)
en de Aniki (oudere broers). Zodra in de top
van de hiërarchie geen stabiliteit is – zoals
bijvoorbeeld door het verraad van Kato
en zijn handlangers – dan zal een stabiele
familie zoals de Hanabishi deze wankeling
misbruiken en het machtsvacuüm opvullen.
In de film manifesteert dit verschijnsel zich in
de vorm van een all-out war tussen de clans.
14
Over de rol van de day-time police velt Takeshi
een zelfde oordeel, zoals blijkt uit de opening
van de film zal een agent niet gespaard
worden als hij een moment van zwakte toont.
Bovendien rekent Takeshi zelf vrij letterlijk
af met de politie in zijn rol als Otomo.
Takeshi’s uitstekende manipulatie van de
bestaande stereotypen rond de Yakuza leidde
ertoe dat ik me geen moment verveelde. De
film die begon met ‘onschuldige’ intriges
en veranderde in een golf van geweld was
doorspekt met humor. Bovendien paste de film
uitstekend in het genre van de gangsterfilm,
maar introduceerde ook nieuwe principes –
zoals de actief betrokken politie die dit keer
niet nadrukkelijk de rol van underdog speelde
– zodat het niet te clichématig werd. Kortom,
opnieuw een vermakelijke film van de man
die ons als acteur en regisseur respectievelijk
Takeshi’s Castle, Battle Royale, Sonatine,
en Zatoichi bracht. – Vincent Meijer
太狸記・十月号
Yamauchi Hiroshi
Yamauchi Hiroshi, de man die Nintendo omgetoverd heeft van een bedrijf die
kaart- en bordspellen maakte, naar een videospelgigant en een begrip in elk
huishouden. Tijdens de meer dan 50 jaar dat hij het bedrijf heeft geleid is
Nintendo uitgegroeid tot een van de marktleiders in de computerspelindustrie.
Met een visie op de toekomst en een harde werkethiek startte Yamauchi in 1947, enkele
jaren na de oorlog, zijn carrière bij Nintendo. Vrij jong en onervaren zag hij langzaam de
markt veranderen en de omzet verdwijnen. Vastberaden om het bedrijf dat al sinds 1889
bestaat in leven te houden experimenteerde hij met bordspellen, speelgoed en speelkaarten .
Het bedrijf was niet altijd even succesvol als nu. Na meerdere malen bijna failliet te zijn
gegaan, zag Yamauchi de toekomst in de elektronische spellen. Met een focus op de beste
gebruikerservaring probeerde Nintendo zijn spellen te lanceren in de Verenigde Staten
waar de game-industrie net een harde klap had gehad met het wegvallen van Atari. Na
enkele gefaalde pogingen kwam Nintendo met Donkey Kong, wat een groot succes bleek.
In de meer dan 50 jaar dat Yamauchi aan de top van Nintendo stond, is het bedrijf
van simpele kaartspelfabrikant uitgegroeid tot een bedrijf verantwoordelijk
voor
wereldbekende
spellen
als
Super
Mario,
Zelda
en
Donkey
Kong.
Op 19 september 2013 is Yamauchi Hiroshi overleden aan de gevolgen van een longontsteking.
– Anoma van der Veere
太狸記・十月号
15
Abe’s toespraak voor de Algemene
Vergadering van de Verenigde Naties
Een historisch telefoontje tussen twee
presidenten. Naast de humanitaire crisis
in Syrië waren het vooral de speeches van
president Obama en de Iraanse president
Rouhani die de gemoederen bezig hielden.
En dus dat telefoontje. Niet zonder reden,
want het was het eerste directe gesprek
tussen de presidenten van beide landen sinds
1979. Reden voor enige hoop, althans meer
hoop dan er bestond in de afgelopen jaren,
toen veel Westerse diplomaten steevast de
zaal verlieten tijdens de speeches van de
toenmalige Iraanse president Ahmadinejad.
Maar wat had de Japanse ministerpresident, Abe Shinzou, dit jaar te zeggen?
Er waren van te voren al een aantal punten
aan te stippen die waarschijnlijk in zijn
speech zouden voorkomen. Zolang Syrië
de internationale gemeenschap bezighoudt,
kan de ambitieuze Abe het niet maken om dit
punt te vermijden. Maar zou Abe dit podium
ook gebruiken om een van zijn stokpaardjes,
zijnde collectieve zelfverdediging en de
rol daarin voor de Japanse ‘自衛隊: jieitai’
(zelfverdedigingskrachten), aan te halen? Zou
hij het hebben over de zojuist binnengehaalde
Olympische Spelen van 2020? Was er
ruimte voor enig commentaar omtrent
Fukushima, of spreekt hij daar liever niet
over en focust hij op de Japanse economie?
Abe begon zijn speech zoals verwacht met het
adresseren van de situatie in Syrië, het land
waar overigens iets meer dan een jaar geleden
de Japanse journaliste Mika Yamamoto om
het leven kwam. Hij benadrukte met name
de hulp die Japan en Japanse organisatie
geven, en stelde nogmaals 60 miljoen
dollar aan humanitaire hulp beschikbaar.
Ook
de
rol
van
de
Japanse
Zelfverdedigingskrachten kwam aan bod.
Abe benadrukte het belang voor Japan
om te blijven werken aan het bouwen van
16
vertrouwen binnen de wereld, maar ook
de wil om proactief bij te dragen aan
het handhaven van vrede en veiligheid.
Om zijn woorden te citeren, “I will enable Japan,
as a Proactive Contributor to Peace, to be even
more actively engaged in UN collective security
measures, including peacekeeping operations.”
Het moet duidelijk gemaakt worden dat
Japan al meerdere malen heeft deelgenomen
aan internationale missies, onder andere
aan VN-vredesoperaties. Zo zijn er Japanse
militairen ingezet bij veiligheidsoperaties
in onder andere Nepal (UNMIN), op de
Golanhoogten en in Soedan (UNMIS).
Eveneens heef militair personeel geholpen
na natuurrampen, zoals in Indonesië na de
tsunami van 2004. Bovendien is de Japanse
marine actief in antipiraterij-operaties voor
de kust van Somalië, waarvoor zelfs een
permanente basis is opgezet in Djibouti en is
samengewerkt met Chinese marineschepen.
太狸記・十月号
Toch vormt de constitutie nog altijd een
barrière bij de inzet van militair personeel uit
Japan. De zwaar gelimiteerde mogelijkheid tot
het gebruik van geweld is problematisch voor
de veiligheid van het Japanse personeel zelf,
maar ook dat van bondgenoten. En met de
woorden ‘I will enable’ lijkt Abe hier toch op een
verandering te duiden. Was het misschien een
verwijzing naar constitutionele hervormingen
of in ieder geval het herinterpreteren ervan?
Ook wanneer hij het heeft over ‘collective
security’ bestaat er de mogelijkheid dat hij
doelt op het Veiligheidsverdrag tussen Japan
en de Verenigde Staten, en het voor Japan zo
heikele punt van collectieve zelfverdediging.
In een speech bij het Hudson Instituut ging
Abe verder in op dit punt, en hij leek inderdaad
nog steeds gericht op het op zijn minst
herinterpreteren van de Japanse grondwet.
Politieke commentatoren stellen dat hij bij de
Verenigde Naties vooral terughoudend met
zijn woorden moest zijn uit binnenlandse
politieke overwegingen. Gesteld wordt dat
hij niet te ver kon gaan om zo de politici
van Komeitou niet kwaad te maken, omdat
hij hun stemmen nodig zal hebben voor
het behalen van een meerderheid in de ‘参
議院: sangiin’ (Kamer van Raadslieden).
De aandacht van Abe ging vervolgens uit naar
een aantal korte punten. Na het aanhalen van
de Olympische Spelen richtte hij zich op het
onderwerp kernwapens. Niet kernenergie,
want Fukushima kwam niet in zijn speech
voor. Hij richtte zich in zekere mate tot Iran,
maar voornamelijk tot Noord-Korea, waarbij
hij zoals gebruikkelijk het probleem rond de
ontvoerde Japanse burgers aanstipte. Abe
zorgde er ook voor dat hij de relaties tussen
Japan en Afrikaanse staten benadrukte,
aangezien dat continent van steeds groter
belang aan het worden is voor Japanse
investeerders en de Japanse industrie. Ten slotte
herhaalde hij Japan’s aspiratie om permanent
lid te worden van de VN Veiligheidsraad.
Het laatste onderwerp dat Abe in zijn
speech besprak, betrof vrouwenrechten. Of,
om specifieker te zijn, vrouwenrechten en
‘Womenomics’ in Japan en de internationale
samenleving. Opvallend genoeg was dit ook het
onderwerp waar hij de meeste tijd aan besteedde,
al is dat overigens niet geheel onterecht.
‘Womenomics’ is een term die menigeen
meteen zal doen denken aan het nu welbekende
‘Abenomics’. Het betreft een term die zich richt
op het belang van vrouwen bij economische
groei, en vandaar dat het ook een term is
die Abe zal hebben aangesproken gezien
de huidige verwachtingen voor de Japanse
economie. Want als Abe ergens wil beginnen
met het bespreken van vrouwenrechten
en ‘Womenomics’, dan zal dit in Japan zelf
moeten zijn, waar vrouwen in de werksfeer
zeker niet aan mannen worden gelijkgesteld
en het gemiddelde salaris voor vrouwen nog
beduidend lager ligt. In Japan, dat volgens een
raport van Goldman Sachs uit 2010 zo’n 15
procent aan BBP-groei zou kunnen realiseren
als de arbeidsparticipatie van vrouwen, toen
60 procent, gelijk zou komen te liggen aan dat
van mannen, toen 80 procent. Een land dat in
de toekomst sowieso meer arbeidskrachten
nodig heeft, daar de arbeidsbevolking door
de vergrijzing sterk zal afnemen. Mogelijk
is het vandaar dat Abe zijn intentie uitte om
van Japan ‘een samenleving te maken waarin
vrouwen schitteren’. Het valt te hopen dat hij dit
meent, want dit betreft een van de diepgaande
太狸記・十月号
17
structurele hervormingen die niet alleen
om economische reden van groot belang is.
Abe legde daarnaast ook de nadruk op het
promoten van vrouwenrechten door Japan op
internationaal niveau. Japan wil een leidend
voorbeeld zijn, binnen de Verenigde Naties
en door samenwerking met andere relevante
internationale organisaties. Hij noemde enkele
voorbeelden, zoals het blijven samenwerken
met de afgezante van de Verenigde Naties bij
het Internationaal Strafhof met betrekking
tot het immense probleem van seksueel
geweld tijdens gewapende conflicten.
Om Japan’s ideeën hierbij te concretiseren,
noemde Abe vervolgens drie personen die
wat hem betreft symbool staan voor het
beleid van zijn regering. Ten eerste is er de
Japanse Tokiko Sato, die zich in Jordanië al
vijftien jaar bezighoudt met voornamelijk
de gezondheid van moeders en kinderen.
Daarnaast noemde hij Nilufa uit Bangladesh,
die is opgeleid als verkoopster en instructrice
voor een Japans waterzuiveringsmiddel. Zijn
derde voorbeeld was Islam Bibi, een moeder
van drie kinderen en een van de weinige
Afghaanse politieagentes. Zij werd afgelopen
jaar, na negen jaar in dienst te zijn geweest,
vermoord. Deze drie vrouwen symboliseren
de drie pilaren waarop Japan zich volgens Abe
18
gaat richten: de gezondheid van vrouwen, de
participatie en empowerment van vrouwen in
de samenleving en de veiligheid van vrouwen.
Drie pilaren waarvoor het land meer dan
drie miljard dollar aan ontwikkelingshulp
zal uittrekken in de komende drie jaar.
Hoewel dit het sterkste stuk uit zijn speech
was, is het misschien ook het stuk waar ik het
meest kritisch naar luisterde. Niet wat betreft
de inhoud, want daar kan ik het enkel met hem
eens zijn, maar wat betreft de realisatie ervan.
Een citaat uit het einde van zijn speech: ‘I wish
to bring about “a society where women shine,”
both within Japan and also in regions in conflict
and countries suffering from poverty. I do not
consider the outlook to be optimistic. However, I
know one thing: that in my country, Japan, there
are a considerable number of people who are
working unsparingly towards that end.’ Om een
vergelijking te trekken, er bestaat behoorlijk
veel optimisme met betrekking tot Abenomics,
maar kritiek met betrekking tot het gebrek
aan daadwerkelijke hervormingen. Eveneens
kan men met optimisme naar dit deel van
zijn speech luisteren, maar Abe zelf heeft
nog veel stappen te zetten. Want hij mag dan
wel zijn zorgen uiten over vrouwenrechten en
ontvoerde Japanners, tegenover de voormalige
‘troostmeisjes’ toont hij tot nog toe weinig
blijk van mededogen. - Bob Rambonnet
太狸記・十月号
Olympische Spelen 2020: een nieuwe Geesink?
Nog geen vijftig jaar nadat in Tokio het
Olympisch stadion prijkte, is besloten dat
de stad in 2020 wederom gastheer van de
Zomerspelen zal zijn. In de verkiezingen
behaalde Tokio – boven Madrid en Istanbul
– een duidelijke meerderheid. Hoewel Japan
nog regelmatig in het nieuws verschijnt in
verband met lekkend radioactief water van
de kerncentrale in Fukushima, verzekerde
premier Abe Shinzou het Internationaal
Olympisch Comité (IOC) dat de situatie
onder controle is. De Spelen in Tokio worden
dan ook verkondigd als een symbool van
het herstel van Japan sinds de aardbeving en
tsunami die het land troffen in maart 2011.
Tokio was in eerste instantie al aangewezen
om de Spelen van 1940 te organiseren,
maar vanwege de Tweede Wereldoorlog
kwam Japan uiteindelijk pas in 1964
voor het eerst als gastheer aan de beurt.
Met de Zomerspelen in Tokio werden de
Olympische Spelen tevens voor het eerst
in Azië gehouden. In die tijd bestonden
de Olympische Spelen nog uit beduidend
minder disciplines dan tegenwoordig;
we moesten het onder andere nog doen
zonder badminton, handbal en tafeltennis.
Wie als Nederlander in Japan is geweest of met
Japanners heeft gesproken, is waarschijnlijk wel
eens enthousiast door hen begroet met kreten
als: “Sneijder!”, “Van Persie!” of “Geesink!”.
Hoewel die laatste naam onder de jongere
generaties Nederlanders misschien niet altijd
meer een belletje doet rinkelen, behoort hij nog
zeker tot een van de bekendste Nederlandse
topsporters in Japan. Dit is het resultaat
van een onvergetelijke indruk die Anton
Geesink (1934-2010) heeft achtergelaten
tijdens de Zomerspelen van 1964 in Tokio.
Toen Geesink aan de Spelen in Tokio deelnam,
was de Nederlandse judoka dertig jaar oud.
太狸記・十月号
19
grond in een nationale sport door een
buitenlander verslagen te worden. Toch wordt
Geesink inmiddels in Japan – misschien
zelfs meer dan in Nederland – herdacht als
een held, die er mede voor heeft gezorgd
dat de van origine Japanse sport bekend
en populair werd in de westerse wereld.
De Spelen van 2020 zullen er ongetwijfeld
anders uitzien dan die van 1964. Het
Olympisch stadion daarentegen wordt op
exact dezelfde locatie gebouwd als het vorige
stadion, in de wijk Shinjuku. De Japanse
minister van Sport, Hakubun Shimomura, is
aangewezen als de hoofdverantwoordelijke
voor de organisatie van de Spelen in 2020. De
Japanse regering zal in februari een comité
samenstellen dat de taak krijgt de bouw van
een Olympisch dorp te overzien en te bepalen
welke van de algemene sportfaciliteiten
in Tokio aan verbetering toe zijn.
Hij was op dat moment veelvuldig nationaal
kampioen judo en had al sportgeschiedenis
geschreven door als eerste niet-Japanner de
wereldtitel te bemachtigen. Dit gebeurde
tijdens
de
wereldkampioenschappen
van 1961 in Parijs. Zodra Geesink in
de laatste ronde de Japanner Sode Kouji
versloeg, bestormden zijn dolenthousiaste
ploeggenoten de mat om hem te omhelsen.
Of er in 2020 een nieuwe Geesink op zal staan,
valt nog te bezien. Mocht het dit keer geen
Nederlandse judoka zijn die het goud weet te
grijpen, dan zijn er vast en zeker genoeg andere
disciplines waarin we de kans krijgen een
indruk achter te laten op het Japanse publiek.
Jammer dat we eerst nog zeven jaar moeten
wachten voordat het zover is. - Myrthe Prins
Judo stond in 1964 voor de eerste keer
op het programma van de Olympische
Spelen. Tot grote verwondering van het
publiek behaalde Geesink goud in de open
klasse door de Japanner Kaminaga Akio
te verslaan. Het televisiefragment van de
uitzending van deze wedstrijd spreekt
boekdelen: terwijl Geesink zijn tegenstander
in een houdgreep heeft, verschijnt af en toe
een gechoqueerd Japans gezicht in beeld.
Na dertig seconden luidt een gong die de
wedstrijd beeindigt met Geesink als winnaar.
Het zal op dat moment voor de Japanners
enigszins zuur zijn geweest om op eigen
20
太狸記・十月号
Interview with His Excellency the Ambassador of
Japan to the Netherlands: Yasumasa Nagamine
NOTE TO READER: Shortly after this
interview was given, Ambassador Nagamine
was recalled to Japan to take up a position
at the Ministry of Foreign Affairs.
A
successor has not yet been appointed .
Interview with His Excellency the Ambassador
of Japan to the Netherlands: Yasumasa Nagamine
Ambassador Yasumasa Nagamine has held
high positions in the Japanese diplomatic service
for many years and was appointed last year as
Ambassador of Japan to the Netherlands. His
experience in many different countries has given
him tremendous insight into contemporary
world politics. As part of his strong emphasis
on people-to-people contact, the ambassador
agreed to be interviewed for this year´s first
edition of the TaTanukiKi Journal. The interview
was held at the Japanese embassy in The Hague.
Q: You studied International Studies at
Tokyo University. How did your interest
for international politics come about?
A: When I was a high school student, I had to
think about my future and about the faculty
that I would like to study at in university. I
had the vague idea that I would like to work
somewhere in the international arena. At that
point I did not have a particular profession in
mind and I had never visited a foreign country,
but I had an interest in world history and it
became my quest to increase my knowledge
about international politics. At the beginning
of my university career, my interest for
international relations became increasingly
stronger and in my second or third year of
studying, I chose to head for a diplomatic career.
“When I was in the UK, my perception of Western democracies and
Europe, being the birthplace of democracy and fundamental values
of the contemporary world, grew.”
Q: Due to your outstanding professional
career, you have resided and worked in
several countries. How has this influenced
your perspective on world politics?
A: Anyone in the diplomatic service will
build his own idea of world politics. This
idea will always develop whether you are in
the Tokyo headquarters or posted abroad. I
have been very much influenced by my stay in
those countries and in that sense I have been
fortunate that I have stayed in the United
States, India and the United Kingdom. The
United States is the only country with which
太狸記・十月号
21
Japan has an alliance and currently, in the
post-war period, the relationship between
the two countries is very strong. While
I was in the United States, I increasingly
realized how important this relationship is.
When I was in the UK my perception of Western
democracies and Europe, being the birthplace
of democracy and fundamental values of the
contemporary world, grew. I came into close
contact with how diplomacy and international
affairs are conducted in this area and how
global issues are looked at from a European
point of view, although the position of the UK is
somewhat unique within Europe. I gained a lot
of knowledge on how to connect with Western
democratic views and international affairs.
“On top of that, the embassy has
a responsibilty to represent Japan
in international organizations in
the Netherlands, such as the Organization for the Prohibition of
Chemical Weapons, the tribunals
and the international courts.”
My stay in India taught me that India is a world
in itself and a cosmos on its own. If one is to
stay in India, it is easy to develop a strategic
thinking on how the future of international
affairs is going to develop. This is because
India is such a rapidly developing area.
In every country I was able to develop my own
thinking regarding politics in those areas.
Q: Could you give an overview
of your present duties as the
ambassador
to
the
Netherlands?
A: The embassy of Japan and the ambassador
are instrumental
for deepening the
bilateral relationship with the host country.
Therefore, the embassy’s prime objective
is the development of the already very good
relationship between the Netherlands and
Japan and this includes many areas. My
22
priority is to develop the Netherlands-Japan
dialogue in several areas. Furthermore,
we will strive to enhance the existing
economic relationship. Also, I would like to
encourage more people-to-people contact
including cultural exchange programs.
At the same time, the embassy is
responsible for taking care of Japanese
residents in this country and we maintain
contact with the Japanese community.
On top of that, the embassy has a
responsibility to represent Japan in
international organizations situated in the
Netherlands, such as the Organization for
the Prohibition of Chemical Weapons,
the tribunals and the international courts.
Q: What do you consider the main priority
of the Japan-Netherlands relationship?
A: As members of LSVJK Tanuki know quite
well, the Netherlands and Japan have a 400
year long historical relationship, but this fact is
not very well known among the general Dutch
public. In Japan the history of Dutch-Japanese
contact is taught at schools and therefore people
are very much aware of it. The main priority is
to keep our long-lasting and time-honoured
relationship and the friendship to grow. I am
putting an emphasis on further people-topeople contact and discussion on any issues
of mutual interest. Both the Netherlands and
Japan are facing contemporary issues in the
21st century, not only in regard to external
affairs, but also economic affairs and social
issues. As two mature democracies with
advanced technology, we share common
capabilities to tackle similar issues. Therefore,
I would like to promote contact and dialogue
between the two countries at government,
university and business level and all other levels.
“As two mature democracies with advanced technology, we share common
capabilities to tackle similar issues.”
太狸記・十月号
Q: In light of the ongoing Japan-EU
Economic
Partnership
Agreement
negotiations,
to
what
extent
is
the
Netherlands
important
in
enhancing the Japan-EU relationship?
A: I am always putting an emphasis on this
element and I try to view the NetherlandsJapan relationship in the context of the EUJapan relationship. We are very glad to note
that serious negotiations for an EU-Japan
EPA have started this year. This endeavor, to
pursue a high degree of free trade between
the EU and Japan, is very important to both
parties so that both economies can grow
substantially by way of commerce, investment
and other activities. We very much appreciate
the positive attitude by the Netherlands
towards free trade. The Netherlands is a
trade nation always supportive of free trade
and therefore we have worked closely with
our Dutch partners and look forward to
continuing doing so in order to arrive at a
very good EU-Japan Free Trade Agreement.
Q: You have lived in the Netherlands for
slightly less than a year. What do you
consider the country´s greatest quality?
A: Ever since I came to the Netherlands I have
been very much enjoying contact with Dutch
“Dutch people are generally
considered to be straight talkers. I consider that to be a good
quality because it eases communication and prevents ambiguity.”
people in political, economic, cultural fields,
as well as in other fields. This country has
many great aspects. I have already touched
upon our long historical relationship, but the
thing I enjoy most is meeting people. I always
have good conversations in the Netherlands,
perhaps because there are no communication
difficulties. It is easy to understand what
people want to say. Dutch people are generally
considered to be frank and straight talkers. I
consider that to be a good quality because it
eases communication and prevents ambiguity.
In a way, Dutch people are very pragmatic and
Japanese people do appreciate this. I enjoy
working with Dutch people and working
on projects based on good communication.
Another good quality of the Netherlands is
its technological world-class skill in water
management. Japan is always dealing with the
question of how to manage water and we have
learned a lot about how to deal with nature in
terms of water management and we will continue
to learn a lot from Dutch efforts in the future.
Q:
Drawing
on
your
previous
experience, to what extent is there a
difference in incentive to region-toregion cooperation between Japan
and the Netherlands or between
Japan and the United States or India?
A: Japan has been maintaining a very cordial
relationship with the countries in which I served
“With European countries we
have a long history of contacts and
we cherish these relationships.”
in the past, including the country in which I am
serving now. I do not want to put an emphasis
on the differences but, as I touched upon
before, the United States is the only nation
Japan is allied to. As such, security relations
are an integral part of the bilateral relationship
between Japan and the United States.
With European countries we have a long history
of contacts and we cherish these relationships.
Since Japan and the European countries in
which I have served are mature democracies
with very high-end scientific and technological
skills, we have common agendas and that
puts us in a good position to think ahead.
India is a fellow Asian country with which Japan
has been maintaining a very good relationship.
It is a vast country that is developing at a very
high pace. Therefore, Japan is always engaging
with all aspects of its bilateral relationship with
太狸記・十月号
23
India and it will continue to do so in the future.
Each country has its own unique dimensions
and I have been very fortunate that
Japan is always riding on the positive
side of these bilateral relationships.
Q: Over the course of the last years
the Japanese Studies department at
Leiden University has experienced a
tremendous increase in popularity.
Why would you recommend studying
Japanese Studies to prospective students?
“Language may be a challenge, but I
hope that students will overcome this
challenge so that they can discover
the very fascinating world of Japan.”
A: I am so glad to know that the popularity
of Japanese Studies at Leiden University has
increased. There are several ways to explain
why Japanese Studies is very popular. One
reason is the popularity of Japan´s culture,
including anime, manga and computer games,
among young people. It is good that more and
more young people show interest in Japan.
“The skills and insight that students gain through the study of Japanology will be useful even beyond the relationship with Japan.”
A: When the Japanese economy was still
flying high a generation ago, there was
strong demand for college graduates who
had knowledge of Japan and knew about
the business context. Now the situation has
changed after a long period of deflation and
a slump in the Japanese economy. However,
the Japanese government and the business
sector are however coming together and are
trying to revitalize the Japanese economy.
I am hopeful that the demand for talented
youth from all over the world and for people
who want to work with Japanese companies
and institutions, will develop. The skills and
insight that students gain through the study
of Japanology will be useful even beyond the
relationship with Japan. I am confident that
Leiden University is providing a facility in
which students can develop such competences.
Interviewed by Arthur Hinsch.
It is my wish for the Japanese Studies students
at Leiden University that they continue to
deepen their understanding of aspects of
Japan. Japanese popular culture is a wonderful
entry point to Japan, but I hope that students
will develop their interests and skills in
the culture of Japan or its political aspects,
as well as its economic and institutional
structure and its social issues. I would like
students to develop their knowledge as deep
and as wide as possible. Language may be
a challenge, but I hope that students will
overcome this challenge so that they can
discover the very fascinating world of Japan.
Q: To what extent is there a demand
from Japan for students who are
familiar with Japan in terms of
culture, society, politics and economy?
24
太狸記・十月号
De val van de Democratische Partij van Japan
In de Japanse verkiezingen van 2009 behaalde
de ‘民主党: Minshutou’ (Democratische Partij
van Japan), ofwel de DPJ, een historische
overwinning met 308 van de 480 zetels in
het lagerhuis van Japan. Sinds 1955 hield
de ‘自由民主: Jiyuu Minshutou’ (Liberale
Democratische Partij van Japan), ofwel de
LDP, met een kleine periode van 11 maanden
als uitzondering, een meerderheid van
het lagerhuis en heeft daarmee gedurende
een lange periode de macht behouden.
Maar na de verkiezingen in 2012 had de LDP
nog maar 119 zetels over en was in de ogen
van het publiek en veel leden van de partij zelf
ten schande gebracht. Deze ontwikkelingen
werden teweeggebracht door de enorme
verkiezingsbeloften van de DPJ die naderhand
niet realistisch bleken of praktisch onmogelijk
om te concretiseren, laat staan implementeren.
Dit leidde uiteindelijk naar de val van de DPJ
in de verkiezingen van 2012 waar de partij
slechts een fractie van de zetels die ze in 2009
hadden gewonnen overhield. Alhoewel de
DPJ met grandiose beloften van hervorming
in 2009 een meerderheid van de zetels had
gewonnen bleek al snel dat de partij niet
klaar was om het roer in handen te nemen.
het verhogen van uitkeringen en het verlagen
van onnodige overheidsuitgaven werden
beschreven in het manifesto van de partij en het
waren deze beloften die hoogstwaarschijnlijk
de partij aan een meerderheid in het lagerhuis
hadden geholpen. Op 16 september 2009
ging de regeerperiode van de DPJ van start,
de partij was inmiddels in coalitie getreden
met twee kleinere partijen: de ‘社会民主党:
Shakai Minshutou’ (Sociaal Democratische
Partij van Japan) en de ‘国民新党: Kokumin
Shintou’ (Nieuwe Partij voor het Volk).
Alhoewel de partij sterk van start ging met een
evaluatie van de publieke uitgaven kwam het
gebrek aan ervaring van de partij snel aan het
licht. De DPJ ondervond al vroeg de druk van de
Beloften als het temmen van de bureaucratie,
太狸記・十月号
25
media en het publiek toen in mei 2009 uitkwam
dat in tegenstelling tot de belofte van ‘clean
politics’, ofwel geen achterkamertjespolitiek,
Ozawa Ichiro, een kandidaat voor de
functie van minister-president, betrokken
was bij een fondsenwervingschandaal die
hem dwong af te treden. Dit schandaal had
invloed op het imago van de partij en gaf aan
dat
de
DPJ
kwetsbaar
was.
overheid op de drievoudige ramp die Japan
raakte in maart 2011. De Tohoku regio van
Japan ervaarde een ongekende aardbeving
gevolgd door een verwoestende tsunami die
een groot gedeelte van de noord-oostelijke
kust van het land decimeerde. Alleen deze
ramp was al verantwoordelijk voor 20 350
doden, 4 122 vermiste personen en 130 927
mensen die hun huis waren kwijtgeraakt.
Echter een poging om de bureacratie te temmen
door banden met machtige bureacraten die zich in voorgaande LDP gedomineerde
overheden stevig hebben vastgezet in hun
positie - door te snijden had de partij verzwakt.
Bovendien hadden grote beloften - zoals de
verplaatsing van de Amerikaanse basis in
Okinawa - het imago van partij geschaad
omdat zij niet nagekomen konden worden.
Helaas waren de aardbeving en de tsunami niet
het einde van de ramp, de Fukushima nucleaire
ramp, die tot op de dag van vandaag aan het
escaleren is, resulteerde in een evacuatie die
tekortkwam. Zo kwam er van de overheid
nauwelijks informatie over de ernst van de
situatie naar buiten en moest men in het publiek
elkaar informeren via mediakanalen als Twitter.
Dit alles wil niet zeggen dat de regeerperiode
van de DPJ zonder succes was, zo was de partij
erin geslaagd om publieke middelbare scholen
collegeld-vrij te maken en was het gelukt om een
inkomenscompensatiesysteem voor boeren
te introduceren. Maar dat het meerendeel
van de beloften uit 2009 onmogelijk te
implementeren bleken heeft grote invloed
gehad op zowel het imago van de partij als de val
van de partij tijdens de verkiezingen van 2012.
Een voorbeeld van het gebrek aan ervaring
van de DPJ bleek uit de reactie vanuit de
26
Ook de slechte samenwerking tussen de
overheid, Tokyo Electric Power Company
(TEPCO), het bedrijf verantwoordelijk
voor de plantage, en het publiek waren
toonaangevend voor de slechte voorbereiding
en reactie op de ramp die plaats had
gevonden. Maatregelen die getroffen werden
waren ontoereikend en vaak te langzaam.
Niet alleen in het getroffen gebied liet de partij
zich van haar zwakste kant zien, ook in Tokio
werden pogingen om geld aan het getroffen
gebied toe te wijzen succesvol tegengehouden
door de LDP die in het verleden nauwe relaties
太狸記・十月号
DPJ stemmers uit 2009 die tijdens de 2012
verkiezingen voor dezelfde partij hebben
gestemd. Sterke kritiek op het zwakke vertoon
als de meerderheidspartij zorgde voor een
geschaad imago en het verlies van vertrouwen
onder het volk. Dit kan duidelijk gezien worden
door de verschuiving van zwevende kiezers.
In 2009 stemde 30 procent van zwevende
kiezers nog voor de DPJ, dit was gezakt naar
10 procent tijdens de verkiezingen in 2012.
Echter, elk van deze redenen heeft als
oorsprong het gebrek van ervaring van de
DPJ als meerderheidspartij. Beloften uit
het manifesto van 2009 waren bijna niet
nagekomen en de partij begon in een vroeg
stadium van haar regeerperiode al met een
verzwakt imago. In de drie jaar dat de partij
een meerderheid hield in het lagerhuis van
Japan heeft zij weinig goede kanten laten
zien aan het publiek. Door de verschuiving
van stemmen binnen het eigen electoraat
en de verschuiving van zwevende kiezers
kon de partij haar meerderheidspositie niet
handhaven en heeft het in de verkiezingen van
2012 toch moeten afleggen tegen de wederom
sterke LDP. – Anoma van der Veere
heeft onderhouden met de nucleaire industrie.
Dit versterkte bij het publiek het imago van
een zwakke overheid. In de nasleep van de
ramp treedde Naoto Kan, de toenmalige
minister-president, af na felle kritiek van niet
alleen de LDP, maar ook vanuit de DPJ zelf.
Na het aftreden van Naoto Kan, de tweede
DPJ minister-president, werd Yoshihiko
Noda geïnstalleerd als derde ministerpresident van de partij sinds de verkiezingen
van 2009. De DPJ, van origine een
linksleunende partij, werd nu geleid door
een conservatief rechtse minister-president.
Het was gedurende deze periode dat de partij
vanuit haar eigen electoraat stemmen begon
kwijt te raken met maar 60 procent van
太狸記・十月号
27
Het gezicht van Korea?
PSY is in korte tijd voor velen het visitekaartje
van Zuid-Korea geworden. Maar hoe
representatief is deze in Amerika afgestudeerde,
ietwat stevige Koreaanse man? Met zijn
ronde gezicht, kleine oogjes, uitgestrekte
neus en trotse lippen lijkt hij namelijk in
niets op zijn mannelijke collega-popidolen.
Neem bijvoorbeeld de cast van TV-drama ‘
꽃보다 남자: kkochboda namja’ (Boys over
Flowers), waarin onder de acteurs geen rond
gezicht of brede neus te bekennen is. Dankzij
het succes van de serie in grote delen van Azië
zijn de leden van de cast uitgegroeid tot iconen
van het Zuid-Koreaanse schoonheidsideaal.
De term die dan ook sinds het vorig decennium
gebruikt wordt om deze jongemannen met een
goed gevoel voor stijl en mode aan te duiden is
‘꽃미남: kkonminam’ (mooie bloemenjongen).
Opmerkelijk is dat voor vrouwen een
vergelijkbaar
schoonheidsideaal
geldt,
waardoor het niet toevallig is dat de ‘mooie
bloemenjongens’ vaak bekritiseerd worden
om hun vrouwelijke kwaliteiten. De mooie
bloemenjongens worden vaak vergeleken met
het Japanse cultureel fenomeen van ‘美少年:
bishounen’ (mooie jongeman). Bij bishounen is
sprake van een schoonheid die gender overstijgt,
maar ook deze schoonheid wordt geregeld
met vrouwelijkheid in verband gebracht.
Worden alle Koreanen dan geboren met de
jukbeenderen, neuzen, en oogleden van hun
28
popidolen? Natuurlijk niet, maar daar laat
menig Koreaan zich niet door tegenhouden.
Hoewel bronnen uiteenlopende percentages
noemen – van 20 procent tot zo’n 50 procent –
staat vast dat in Zuid-Korea jaarlijks de meeste
cosmetische chirurgische ingrepen plaats
vinden. Hierbij wordt iets als het verhelpen
van uit de hand gelopen littekenweefsel niet
meegeteld. De controle op praktijken - die
uit de grond schieten als paddenstoelen - is
minimaal en daarom is het zeer aannemelijk
dat de cijfers in de praktijk nog hoger uitvallen.
Dat cosmetische chirurgie in Zuid-Korea
booming business is, blijkt niet alleen uit
het gemak waarmee je binnenloopt om
behandeld te worden. De regering heeft
tijdens de financiële crisis actief ingegrepen
om te voorkomen dat er al te zware klappen
zouden vallen in deze miljoenenindustrie.
Cosmetische chirurgie bleek zo lucratief
dat de regering recentelijk bekend heeft
gemaakt tien procent van de behandelkosten
als belasting te gaan heffen. Opmerkelijk
was de reactie van Che Jung – een directeur
van BK Plastic Surgery – op deze heffingen:
“Mensen die plastische chirurgie willen komen
het toch wel halen. Het is zoals roken, rokers
stoppen niet als de prijzen omhoog gaan.”
Een duistere kant van het streven naar
schoonheid komt hier bovendrijven. Hoe
ver is men bereid te gaan om dat ideaalbeeld
te bereiken. Ten koste van wat? Dat dit een
太狸記・十月号
probleem is, wordt ook in Korea erkend.
Het beschuldigende vingertje wijst al snel
naar
het
westerse
schoonheidsideaal.
Feministen zijn bovendien geneigd de schuld
te geven aan de misogyne genderrollen die
de Koreaanse vrouw worden opgelegd.
Dat deze visies sterk versimpelde weergaven
van de werkelijkheid zijn, is duidelijk.
Het idee van de vrouw die zich door de
chirurg in een passieve positie gedwongen
ziet, verklaart namelijk niet waarom
ook veel mannen de klinieken bezoeken.
Verder is het schoonheidsideaal van de
bloemenjongens alleen westers in de ogen
van het Oosten en wordt ze in het Westen
juist als exotische schoonheid gevierd.
Een interessant perspectief op de zaak wordt
gegeven door Ruth Holliday en Joanna
Elfving-Hwang. In hun artikel Gender,
Globalization, and Aesthetic Surgery in South
Korea overwegen zij, naast bovengenoemde
oorzaken, de rol van Japanse invloeden
en Koreaanse tradities van authenticiteit.
Het opmerkelijkst is de connectie die zij
leggen met ‘관상 gwansang’ (gezichtslezing).
In de zoektocht van Zuid-Korea naar de
‘authentieke’ en ‘eigen’ elementen van hun
cultuur na de bezetting door Japan, werden
verschillende vormen van waarzeggerij
herontdekt en populair gemaakt, gezichtslezing
of fysionomie is hier een voorbeeld van.
jongedame een bezoek aan de cosmetische
chirurg cadeau krijgt van haar naasten.
Volgens onderzoekers gaat dit verschijnsel
hand in hand met discriminatie bij bijvoorbeeld
sollicitaties. Een gezicht spreekt boekdelen
en in Koreaanse sollicitatiegesprekken kan
het gezicht dan ook doorslaggevend zijn.
Holliday en Elving-Hwang concluderen uit
het belang dat gehecht wordt aan traditie,
en uit de enorme toename in welvaart onder
Koreaanse burgers, dat het voor iemand
met dergelijke overtuigingen niet alleen
makkelijker maar vooral ook een geweldig
plan is om cosmetische chirurgie te laten
doen – het liefst nog voorafgegaan door een
consult van een professionele gezichtslezer.
Ben je nu nog steeds benieuwd waarom PSY
ondanks zijn imperfecte gelaat toch een
icoon kon worden? Werp dan eens een blik
op het YouTube-kanaal ystarnews van YTN,
waarop een professionele gezichtslezer een
gespannen PSY uitlegt wat zijn gelaat voor
hem betekend heeft. Dat PSY hieraan heeft
meegewerkt is opmerkelijk, nadat hij tegen
het advies van zijn record label in, ervoor
koos niet aan de plastische chirurgie te gaan.
Het interview is dan ook een uitstekend
voorbeeld van de ambivalentie waarmee
cosmetische chirurgie en schoonheidsideaal
in Korea aanwezig zijn. – Vincent Meijer
Dat
plaatselijke
religieuze
praktijken
hierdoor een belangrijke rol zijn gaan spelen
in hedendaagse Koreaanse cultuur blijkt
bijvoorbeeld uit het volgende geloof: 두환
(Doo Hwan), de moeder van President
전두환 (Chun Doo Hwan) zou een monnik
tegengekomen zijn. Die vertelde haar
dat ze, op haar tanden na, het perfecte
gezicht had om een zeer succesvolle zoon
te baren. Nadat ze haar tanden uit haar
eigen mond geslagen had, baarde ze Chun.
Het verhaal van Chun Doo Hwan’s moeder is
een voorbeeld van hoe cosmetische chirurgie
in de eerste plaats een middel is en niet
het doel. Het is niet ongebruikelijk dat een
太狸記・十月号
29
Bukatsu: niet zomaar
buitenschoolse activiteiten
Een belangrijke bouwsteen van het Japanse
onderwijssysteem is de obligatie om deel
uit te maken van zogeheten ‘部活:bukatsu’
(clubactiviteiten). Menigeen die een paar
Japanse animatieseries heeft gezien, is hier
ongetwijfeld een keer mee in aanraking
gekomen. Deze bukatsu worden over het
algemeen aangeduid als extra-curriculair,
wat zoveel betekent dat de activiteiten
buiten school om plaatsvinden, maar hier
komt meer bij kijken dan de gemiddelde
niet-Japanner in eerste instantie denkt.
Het is zo dat er niet aan bukatsu wordt gedaan
onder schooltijd, maar het begrip ‘buiten
school’ heeft voor de Japanse student een ietwat
andere betekenis dan voor de Nederlandse
student het geval is. Waar wij na de verplichte
lessen zelf mogen bepalen of we na school nog
aan sport of hobby willen doen, is dit voor de
Japanse scholier niet zo vanzelfsprekend. Zij
hebben feitelijk twee opties: de eerste is om
zich bij een activiteit aan te sluiten naar keuze,
de tweede om dit niet te doen en vervolgens
met scheve ogen bekeken te worden. Het
niet deelnemen aan bukatsu wordt namelijk
geassocieerd met lui zijn en antisociaal
gedrag. Meer dan 60% van de studenten kiest
er dan ook voor om lid te zijn van een club.
De sociale druk om lid te zijn van een bukatsu
kan verklaart worden door de, ten opzichte
van het Westen, meer collectivistische natuur
van de Japanse samenleving. Mensen behoren
eerder de gemeenschap boven zichzelf te
stellen en er niet bovenuit te steken. Zodra je
deze norm niet volgt, ben je in de ogen van
de meesten opstandig. Bukatsu stimuleren
het aanleggen van sociale verbanden en
geven de mogelijkheid om vaardigheid
in de gekozen activiteit te ontwikkelen.
Hierdoor zijn deze min of meer verplicht;
er ligt een grote druk op wel meedoen.
De overheersende mentaliteit in Japan is niet de
enige reden waarom studenten lid worden van
bukatsu. In welke mate men ook handelt in het
belang van de samenleving, blijven individuele
30
太狸記・十月号
interesses gewoon bestaan. Een student met
een grote belangstelling voor basketbal zal
dan ook snel zijn keuze hebben gemaakt, zeker
wanneer clubparticipatie wordt gestimuleerd.
Japanse scholieren worden dus aangemoedigd
om zowel deel te nemen aan de maatschappij
als om tijd te spenderen aan de eigen
interesses, mits dit gebeurt in groepsverband.
De gemiddelde Japanse school (bukatsu
bestaan in alle niveaus van educatie) heeft dan
ook een groot aanbod aan clubactiviteiten.
Ruwweg zijn deze onder te verdelen in
sportieve en culturele bezigheden. De
gebruikelijke clubs zoals voetbal, honkbal en
volleybal terzijde, kan men ook kiezen voor
een meer Japanse activiteit. Voorbeelden zijn
kalligrafie, ‘生花:ikebana’ (bloemschikken),
‘剣道:kendou’
(zwaardvechten),
‘弓
道:kyuudou’
(Japans
boogschieten),
theeceremonie, yosakoi (festivaldans) en
sumoworstelen. Studenten die besluiten
hieraan te doen, worden over het algemeen net
dat beetje meer bewonderd voor hun traditionele
keuze. Uiteraard zijn er ook nog clubs als
de fotografie-, boeken- of computerclub.
Eenmaal lid van een bukatsu zijn er nog grote
verschillen waar te nemen in hoe deze zich
uit. Ten eerste in hoe vaak per week men
samen komt. Terwijl de meeste (sport)clubs
iedere dag oefenen zowel voor als na school,
inclusief het weekend en vakanties, zijn er
ook clubs die enkel maandag tot en met
vrijdag hun ding doen. Een tweede verschil
zit hem in de aanwezigheidsplicht. Hoewel
het wordt aanvaard dat niemand onder ziekte
of familieomstandigheden uit komt, ligt er bij
het merendeel van de (sport)clubs een zware
sociale druk op het aantal keren dat je meedoet.
Niet komen opdagen staat gelijk aan spijbelen
en dit komt je - zeker naarmate dit vaker
gebeurt - duur te staan. Zo zul je bijvoorbeeld
niet meer volledig vertrouwd worden of
mag je niet aan wedstrijden mee doen.
Er zijn echter ook overeenkomsten die voor alle
clubs gelden, bijvoorbeeld het gebruik van het
senpai-kouhai-systeem, dat zo uitgebreid is dat
het eigenlijk een eigen artikel verdient, en dat
iedere club onder toezicht staat van een docent
die net zoals de leden ook zijn vrije tijd op
moet offeren om te allen tijde aanwezig te zijn.
Over het algemeen is deel uitmaken van het
bukatsu-leven dus niet zomaar iets, maar vergt
het toewijding. Hierdoor ontstaat de vraag
of de intensiteit van dit leven voor scholieren
wel zo gezond is, gezien het feit dat de Japanse
samenleving op zich al veeleisend is en
natuurlijk niet iedere student dol is op dergelijke
verplichte activiteiten. – Sabine Jacobs
太狸記・十月号
31
Huizen van goden
Duizenden rode poorten vormen een weg
door een bebost, bergachtig gebied in een
van de buitenwijken van Kyoto. Het pad leidt
naar het binnenste heiligdom van ‘伏見稲荷大
社:Fushimi Inari-taisha’ (hoofdheiligdom van
Inari). Het is één van de bekendste en meest
bezochte ‘神社: jinja’ (shinto heiligdom) in
Japan en tevens het hoofdheiligdom van de god
Inari. Inari is het bekendst als de god van rijst,
maar hij wordt ook geassocieerd met succes
in het bedrijfsleven. De rode constructies,
versierd met gouden ornamenten, komen
goed tot hun recht onder de licht gekrulde
daken: allemaal architectontische elementen
die onder invloed van het boeddhisme
in de shinto bouwwerken verwerkt zijn.
grote boeddhistische tempels bevatten vaak een
kleinere jinja. Het boeddhisme en shintoïsme in
Japan hebben elkaar dus wederzijds beïnvloed.
‘神: kami’ (shinto goden) zijn de inheemse
Japanse goden. Toen het boeddhisme naar
Japan kwam, werden de belangrijke oude goden
bestempeld als bodhisattva, verlichte schepsels,
in een Japanse gedaante. De kleinere goden
werden verdedigers van het nieuwe geloof.
Jinja kregen een vernieuwde architectuur en
verloren daarmee een stukje eigenheid. Er
was echter zeker geen sprake van eenzijdige
beïnvloeding. Boeddhistische goden werden
opgenomen in het scala aan shinto goden en
Elke jinja heeft als belangrijk kenmerk een ‘
鳥居: torii’ (shinto poort). Soms zijn dit
er meerdere of zelfs een hele reeks, zoals
bij Fushimi Inari-taisha het geval is. Deze
poort wordt beschouwd als een scheiding
tussen de wereld van het heilige en de wereld
waarin de mens leeft. Waar torii vandaan
komen is onduidelijk. Het is mogelijk
dat ze in Japan zijn ontstaan, maar ze
vertonen overeenkomsten met verschillende
vergelijkbare poorten in andere landen
32
Niet iedereen was echter blij met deze
veranderingen en sommigen verworpen
de invloeden van het boeddhisme en de
bijbehorende veranderingen in de architectuur.
Door dat verzet zijn er nog steeds jinja in
oude Japanse stijl gebouwd – zoals die in Ise.
Desalniettemin is een groot deel van de jinja
toch beïnvloed door de architectuur die het
boeddhisme met zich meebracht.Ondanks
deze invloeden en de onderlinge verschillen
tussen jinja, zijn bepaalde architectonische
elementen veelvuldig terug te zien.
太狸記・十月号
van Azië. Soms worden torii zoals die van
Fushimi Inari-taisha aan de tempel gedoneerd
door Japanse bedrijven en individuen.
In de traditionele shinto architectuur
zijn decoratieve ‘千木: chigi’ (gevorkte
dakdecoratie)
en
‘堅魚木:
kastuogi’
(cilindervormige dakdecoratie) op het dak
van de hoofdhal te vinden. Chigi worden
vaak aan het begin en eind op het dak
bevestigd. Katsuogi worden haaks op de nok
van het dak vastgemaakt; het kan zijn dat ze
vroeger werden gebruikt als gewicht om de
dakbedekking op zijn plaats te houden. Samen
met de chigi zijn de katsuogi waarschijnlijk
gebruikt op daken van huizen van machtige
families. Het dak is bijna altijd een zadeldak of
een variatie daarop, met of zonder naar boven
lopende uiteinden – al zijn de naar boven
lopende uiteinden niet traditioneel Japans.
Sommige jinja hebben een ‘本殿: honden’
(hoofdhal), waarin de ‘神体: shitai’ (lichaam van
god) zich bevindt: een voorwerp waarin de god
huist. Als de jinja op de plek staat waar de god
vandaan komt, is het niet nodig om een shitai
te gebruiken en wordt de honden weggelaten.
Wanneer er wel een honden aanwezig is,
wordt deze doorgaans afgesloten voor het
publiek, aangezien dit het meest heilige deel
is. De ‘拝殿: haiden’ (aanbiddingshal) is wel
toegankelijk is voor het normale publiek. Hier
worden rituelen gehouden en kan gebeden
worden. Offers worden gebracht in de ‘摂末
社: heiden’ (offerhal). ). Soms verbindt deze
hal de hoofdzaal en de haiden, maar deze
drie gebouwen kunnen ook los van elkaar
staan. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de ‘伊
勢神宮: Ise Jingu’ (de grote schrijn van Ise).
De Ise Jingu, zoals de keizerlijke jinja in Ise
genoemd worden, zijn gebouwd in een volledig
traditionele shintoïstische stijl genaamd ‘神明
造: shinmei zukuri’ (oude Japanse bouwstijl).
In Ise staan meer dan honderd jinja, waarvan
de meeste bouwwerken een connectie
hebben met de goden van de twee grootste
gebouwen. De belangrijkste is de ‘内宮: naiku’
(binnenste heiligdom), dat is opgedragen
aan de zonnegodin Amaterasu. Bij de ‘外宮:
geku’ (buitenste heiligdom), wordt de godin
van de oogst, Toyouke, aanbeden. Deze
bouwwerken worden als het hoogtepunt van
de traditionele Japanse architectuur gezien.
De gebouwen zijn 3x2 ‘間: ken’ (meeteenheid:
1 ken is de afstand tussen de palen en kan
variëren) of 1x1 ken en zijn van onbehandeld
hout gemaakt. Shinmei zukuri kenmerkt zich
als een eenvoudige stijl, maar heeft wel de
decoratieve chigi en katsuogi op het dak. De
vloer ligt van de grond af zoals kenmerkend
bij
traditionele
Japanse
bouwstijlen.
Hoewel Ise Jingu één van de oudste
heiligdommen van Japan is, zijn de gebouwen
in Ise nog in goede staat. Vanaf de 8e eeuw
worden eens in de 20 jaar tijdens de ‘式年遷
宮: shikinen sengu’ (herbouwing van de jingu)
de heiligdommen afgebroken en van de grond
herbouwd. De nieuwe gebouwen zijn exacte
replica’s van de oude. Deze onderneming
is een ritueel om de kracht van de goden te
vernieuwen. Dit jaar worden de goden voor
de 62e keer naar hun nieuwe huis verplaatst.
Deze ‘verhuizingsceremonie’ is een typisch
Japans fenomeen dat bij jinja terug te vinden is.
De invloed van het boeddhisme is aanzienlijk
merkbaar in de architectuur van Japanse
heiligdommen. Het is echter zeker niet
onmogelijk om tussen de rijk versierde
boeddhistische elementen van Fushimi
Inari-taisha, de eenvoudige structuren
van het oude Japan te herkennen. De
duizenden torii zijn in ieder geval niet
over het hoofd te zien.- Simone Felix
太狸記・十月号
33
Killer is Dead
Wanneer Suda51, een woordspeling op zijn
echte naam Suda Gouichi, een spel heeft
ontwikkeld, staat een ding zonder twijfel
vast: een bijzondere ervaring wordt het
zeker. Kwaliteit wordt hierbij bewust niet
genoemd. Desalniettemin hebben enkele
spellen binnen zijn repertoire, zoals Killer7
en No More Heroes toch hoge ogen weten te
gooien. En laat Killer is Dead, het nieuwste
schepsel uit Suda’s hersenpan, nou net een
spiritueel vervolg op deze games vormen.
Net als in de meeste games van de hand van
Suda51 draait Killer is Dead om excessief geweld
in een stijlvol jasje. De 35-jarige Mondo Zappa
is huurmoordenaar wier cliënten slachtoffers
betreft van gevaarlijke criminelen. Als een
echte heer zul je niet alleen de wereld moeten
doorkruisen om een reeks uiteenlopende
figuren aan je katana te rijgen, maar hierin
schuilt ook gelijk de valkuil van het spel.
De diverse hoofdstukken lijken niet allemaal
wat toe te voegen aan het overkoepelende
verhaal. Het interessante plot, dat onder
andere thema’s als een mysterieuze kracht
van de maan, de kracht van dromen en het
verleden van Zappa omvat, komt echter
sowieso niet bijzonder goed uit de verf door
een onduidelijke verhaalvertelling. Wanneer de
credits over je scherm rollen, kamp je hierdoor
nog steeds met een veelvoud aan vragen.
Dit betekent echter niet gelijk dat Killer is Dead
afgeschreven kan worden, want grafisch maakt
het spel enkel indruk. Dankzij de zogeheten
cell shading-stijl, het gebruikte kleurenpalet en
de vormgeving, oogt het spel buitengewoon
mooi. Het weet de vele gevechten bovendien
boeiend te houden doordat een gevoel van
snelheid wordt gecreëerd met visuele effecten.
Dit maakt heel wat goed, want de minpunten
van het spel zou je hierdoor haast vergeten.
Het zijn met name de mensen die eerdere
titels van Suda51 kunnen waarderen voor wie
Killer is Dead de moeite waard is. Onverwachte
gebeurtenissen, een diverse cast aan unieke
personages en een hoop creativiteit is eigen
aan het spel, maar de game kent wel een groot
aantal problemen die fans van het eerste
uur nog kunnen overzien. Killer is Dead is
namelijk ook een onlogische mengelmoes
van ideeën te noemen, waarbij het slechts
het visuele aspect is dat daadwerkelijk
de hoogte bereikt. - Wester Wagenaar
Killer is Dead is op 30 augustus verschenen
voor de PlayStation 3 en Xbox 360.
34
太狸記・十月号
Land of Hope
Als je de laatste jaren de Japanse filmwereld
een beetje in de gaten hebt gehouden, zul je
de naam Sion Sono vast wel eens gehoord
hebben. Hoewel hij in Japan zelf niet gigantisch
populair is, heeft hij sinds de in 2002
uitgegeven film ‘自殺サークル: jisatsu saakuru’
(Suicide Club) langzaam maar zeker overzees
een flinke hoeveelheid fans opgebouwd. Na
een paar kleine hits op filmfestivals kwam zijn
definitieve doorbraak met ‘愛のむきだし: ai
no mukidashi’ (Love Exposure), zijn vier uur
durende magnum opus en een van de beste
Japanse films ooit gemaakt (zie de TaTanukiKi
van oktober 2011 voor de recensie). Sindsdien
is zijn naam bekend bij elke moderne
filmliefhebber. Of in ieder geval voor hen die
open staan voor een beetje geweld en bloed.
‘希望の国: kibou no kuni’ (Land of Hope)
is alweer de tweede film over de 3/11ramp (Touhoku aardbeving, tsunami en de
nucleaire problematiek rondom Fukushima)
die regisseur Sion Sono in korte tijd heeft
gemaakt. Eerder maakte hijヒミズ (Himizu),
een film die ondanks het erg recente en
gevoelige onderwerp toch nog veel van zijn
speelse kenmerken als filmmaker vertoonde.
Himizu zat zoals de meeste Sono-films vol met
zeer duistere humor, gestoorde personages en
geweld. In Land of Hope heeft hij echter (helaas?
gelukkig?) iets nieuws geprobeerd. Iets nieuws
in de zin van wat conventioneler filmmakerij;
deze film is een serieus en oprecht drama.
een dag een enorme aardbeving toeslaat
waardoor de lokale kerncentrale schade
oploopt. Ze bevinden zich exact op het
randje van de evacuatiezone en komen dus
voor de lastige keuze te staan om al dan niet
te evacueren. Ze wonen samen met Yoichi’s
ouders die hun boerderij niet willen verlaten
en Yoichi wil eigenlijk ook niet . Wanneer
hij erachter komt dat zijn vrouw zwanger
is, begint hij de druk echter toch te voelen.
Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat dit geen
Sono-film voor de Sono-fans is, vanwege
het gebrek aan bloed, geweld en gekte. Zijn
kenmerkende visuele stijl is daarentegen
nog altijd duidelijk aanwezig (en misschien
zelfs geëvolueerd), evenals als herkenbare
muziek. Ook al neigt de film soms naar het
melodramatische, hoeft dit totaal niet storend
te zijn als je goed in de film zit en je betrokken
voelt bij de ramp. Het is niet Sono’s beste film,
maar wel een van zijn betere. Daarnaast zijn
er nog niet ontzettend veel films over de ramp
gemaakt, zeker niet zo eerlijk als deze, dus heeft
de film ook maatschappelijke significantie.
Uiteindelijk is het een erg realistisch en
daardoor sterk drama geworden dat ik
iedereen kan aanraden! – Nick Sint Nicolaas
De hoofdpersonages zijn Yoichi en Izumu
die in een fictieve regio wonen waar op
太狸記・十月号
35
Het rampgebied twee jaar later:
ervaringen van een
uitwisselingsstudent
Gedurende mijn verblijf in Yamagata, heb
ik meerdere malen een bezoek gebracht
aan verschillende omliggende steden in het
Tohoku-gebied. Toen ik door een Japanse
vriend was uitgenodigd om bij zijn ouderlijk
huis langs te komen in de stad Sendai, was ik
verrast door het feit dat er, op een aantal posters
en affiches na, weinig te merken viel van de
ramp die zich in maart 2011 heeft voltrokken.
Wat ik zag was wat op het eerste gezicht leek
op een bruisende stad, iets dat totaal niet
overeenkwam met het beeld dat meer dan twee
jaar geleden in de media geschetst werd. Echter,
de overblijfselen van de ramp werden al snel
zichtbaar naarmate ik me verwijderde van het
levendige centrum en het kustgebied naderde.
Alhoewel het spoor van vernieling die de
tsunami in 2011 achter heeft gelaten voor
het grootste deel is geborgen, bestaan veel
getroffen gebieden zowel in als rondom
Sendai nog steeds vrijwel uit niets anders
dan funderingen en skeletten van gebouwen.
Werkzaamheden met betrekking tot de
wederopbouw van het getroffen gebied zijn
in volle gang, maar op sommige plaatsen lijkt
er nog weinig van terecht te zijn gekomen.
Gezien de immense omvang van het getroffen
gebied, valt het ten eerste natuurlijk te
verwachten dat het tijd kost om concrete
reconstructieplannen door te voeren. Een
andere reden die genoemd kan worden, is het
feit dat veel grond onbruikbaar is geworden
voor zowel de reconstructie van permanente
woningen als voor de bebouwing van rijst.
De overstroming heeft er namelijk niet
alleen voor gezorgd dat rijstvelden in grote
getale zijn weggespoeld, maar als gevolg
van het zeewater is het zoutgehalte in de
bodem aanzienlijk gestegen, waardoor ook
het overspoelde land niet meer gebruikt kan
worden ten behoeve van de rijstproductie.
Om de landbouw in de getroffen gebieden te
herstellen en bovendien werkgelegenheid te
creëren, zijn er een aantal projecten opgezet.
Zo worden sommige gebieden nu onder
andere gebruikt ten behoeve van de productie
van andere landbouwgewassen, zoals katoen
en diverse soorten groente, aangezien
deze zonder problemen geteeld kunnen
worden op grond met een hoog zoutgehalte.
Hoewel de Japanse overheid miljarden
ter beschikking heeft gesteld voor de
wederopbouw van het rampgebied, heeft Japan
te kampen met de consequenties van de ramp
op lange termijn, waardoor de wederopbouw
van het gebied door verschillende factoren
gehinderd wordt. Het zal daarom ook nog
wel een lange tijd duren voordat het gebied
volledig hersteld is. - Dave Hooghiemstra
36
太狸記・十月号
Procedures
van een uitwisselingsstudent
Je zit weken - nee maanden - te wachten op
dat ene verlossende mailtje en daar is hij
dan... Wauw! Je mag inderdaad voor een jaar
studeren in Nagasaki, Japan! Na de gehele
selectieprocedure in Leiden, waarvoor
een mondeling met Kunimori-sensei en
het verzamelen van documenten zoals een
cijferlijst vereist was, zou de rest eigenlijk
een peulenschilletje zijn. Toch? De gedachte
dat het slechts een kwestie zou zijn van
enkele stukken informatie verschaffen aan
de internationale divisie van de universiteit
van Nagasaki, bleek echter bijzonder naïef.
Studeren in Japan is een buitengewone
kans, maar wel eentje waar blijkbaar
veel papier- en regelwerk bij komt kijken.
Een kopie van je paspoort, een document
om je visum aan te kunnen vragen, een
gezondheidsverklaring (bestaande uit een
urine- en bloedonderzoek, een gesprek met een
dokter en een thoraxfoto), een brief waarmee
je huisgenoot wordt bepaald, je reisgegevens,
en - geen grap - een brief waarmee je aangeeft
serieus te zullen studeren: het zijn slechts enkele
van de papieren die bij mij zijn langsgekomen.
Uiteraard dient alles nauwkeurig te worden
ingevuld; fouten worden bestraft met
het opnieuw moeten opsturen van de
desbetreffende informatie. Gelukkig hadden
we wel het geluk dat de beste Kunimori-sensei
al het contact met Nagasaki regelde en dat voor
ons de moeite werd beperkt tot het voldoen aan
de vereisten die werden gesteld vanuit Japan.
Je doet het echter wel ergens voor, want na
maanden aan voorbereidingen zit je dan
toch maar mooi in het land van de rijzende
zon. Er bleken aldaar echter nog voldoende
papieren voor ons klaar te liggen. Bij de
internationale divisie van de universiteit van
Nagasaki dienden bijvoorbeeld contracten
van de nodige informatie en een handtekening
te worden voorzien, maar ook zaken als een
uitzondering op de Japanse pensioenregeling
moest worden aangevraagd. Waar Kunimori
het meeste voor de uitwisselingsstudenten
wist te regelen in Leiden, had ik het geluk
dat de aan mijn toegewezen tutor zeer
toegewijd en geweldig bleek. Op het moment
van schrijven heb ik met zijn hulp dan ook
een Japanse bankrekening geopend, iets wat
gelukkig kan zonder de zogeheten ‘在留カ
ード: zairyuu kaado’ (verblijfsvergunning).
Laatstgenoemde blijk je voor bijna alles nodig
te hebben als uitwisselingsstudent in Japan.
Als je bij de kleinere vliegvelden het land
binnenkomt, dan krijg je deze echter niet gelijk
bij aankomst. Met een bezoekje aan de lokale
‘市役所: shiyakusho’ (gemeentehuis) is het
wel mogelijk deze aan te vragen, maar er gaat
een flinke tijd overheen voor het kaartje dan
ook daadwerkelijk in jouw handen te vinden
is. Zonder zairyuu card is het bijvoorbeeld
onmogelijk om een telefoonabonnement te
regelen of om internet aan te vragen. Om toch
nog enigszins verbonden te blijven met de
bewoonde wereld zitten we dan ook veelal als
junkies op de stoep van de Family Mart, om
aldaar te kunnen profiteren van hun Wi-Fi.
Maar ach, wat zeur ik eigenlijk. Hoe
vervelend al het geregel ook is, klagen
kun je niet echt; je verblijft immers voor
een jaar in Japan. En dat is beslist een
hoop werk waard. - Wester Wagenaar
太狸記・十月号
37
Zo krijg je een Monbukagakushou beurs
Universiteit van Kumamoto
Op de Universiteit Leiden zijn er
verschillende beurzen beschikbaar voor
tweedejaarsstudenten van Japanstudies. Zo is er
recentelijk plaats gemaakt voor een programma
van drie maanden waarbij studenten in het
tweede semester van hun tweede jaar naar
Nagasaki gaan. Ik raad natuurlijk iedere
tweedejaars aan om zich hiervoor in te
schrijven. Maar goed, stel dat je jezelf niet
voor deze studiereis zou kunnen aanmelden
of geen genoegen neemt met slechts drie
maanden. Of misschien wil je naar een andere
plek dan Nagasaki? Dan is strijden voor de
Monbukagakushou-beurs nog altijd een optie.
stellen. Er komt wel een hoop gedoe kijken
bij het aanmeldingsproces: van het aangeven
van je voorkeuren wat betreft een universiteit
in Japan tot het maken van een hart-long foto
in het ziekenhuis. Het vervelende is dat je
alleen na je tweede jaar via deze methode naar
Japan kan gaan. Bovendien eist de ambassade
dat je verder gaat met je studie nadat je
terug komt, alhoewel dat op de universiteit
ook het geval is. Zelfs na screening kan het
zijn dat je niet gekozen wordt, aangezien
er maar een gelimiteerd aantal personen
per jaar via de ambassade wordt gestuurd.
Normaal gesproken zijn dat er slechts twee.
‘文部科学省: monbukagakushou’ staat voor
het ministerie van educatie, cultuur, sport,
wetenschap en technologie in Japan en biedt
onder andere beurzen aan voor studenten
Japanstudies. Je kunt aanbevolen worden via
drie verschillende methodes, maar de twee
meest voorkomende zijn een aanbeveling vanuit
de universiteit of een vanuit de ambassade. Om
kans te maken voor de universitaire aanbeveling
heb je in het algemeen eenpropedeuse en goede
cijfers nodig. Na screening word je geplaatst bij
vaste universiteiten die vooraf besloten zijn.
Tijd om mijzelf als voorbeeld te nemen: omdat
ik na mijn eerste semester in het tweede jaar
nog niet mijn propedeuse had gehaald, mocht
ik mij niet inschrijven voor een universitaire
beurs. De door-iedereen-geliefde Kunimorisensei raadde mij daarom aan me in te schrijven
voor een aanbeveling vanuit de ambassade,
wetend dat ik een kans had om de taaltoets
te doorstaan. Uiteindelijk schreven zeven
mensen zich in waarvan er twee kort voor
de toets wegvielen. De toets leek niet echt op
een JLPT-toets en was gesplitst in drie delen:
beginner, intermediate en advanced. Niet twee,
maar drie mensen werden unaniem gekozen,
waaronder zelfs twee van de Universiteit
Leiden: Tadeus ging naar Nagasaki en ik naar
Kumamoto. Waarom Kumamoto? Dat krijg je
een andere keer te lezen. - Stephan Jonkers
De procedure bij een aanbeveling vanuit de
ambassade is net wat anders. Terwijl er bij
de aanbeveling van de universiteit gekeken
wordt naar je cijfers, heeft de ambassade een
taaltoets om je vaardigheden op de proef te
38
太狸記・十月号
Ask Anky
Ask Anky is een adviescolumn speciaal voor de problemen van
Japanologen en Koreanisten. Heb je een probleem waarover je niet kunt
of durft te schrijven naar een algemeen adviescolumn, schrijf dan naar
journal@tanuki.nl met als onderwerp “Ask Anky”, of leg je brief in het
postvakje van Tanuki. Hier zal door een deskundige antwoord worden
gegeven op al je vragen. Schaam je niet en mail vandaag nog.
Lieve Anky,
Beste Anky,
Mijn favoriete kleur is blauw, maar een
Japanse vriend van me zegt dat dat toch echt
groen is. Weet jij misschien wat mijn favoriete
kleur is?
Ik heb vandaag voor het eerst Asahi Super Dry
gedronken. Het was nat.
- Anoniempjeblauwblauw
- AlbertMagGeenBierMeerDrinken
Beste AlbertMagGeenBierMeerDrinken,
Beste Anoniempjeblauwblauw,
Dat klopt.
Helaas is het zo dat Japanners geen verschil
zien tussen blauw en groen. Maar goed dat
wij Nederlanders zijn en in het Nederlands
alle kleuren van de regenboog een eigen naam
hebben.
Veel liefs en geen danky,
Anky
Wat ik je aan kan raden is om jouw Japanse
vriend naar Nederland over te laten vliegen om
hem een integratiecursus te laten volgen. Voor je
het weet is hij bekend met Nederlandse termen
als halal, ‘waz met jou?’ en natuurlijk onze
geweldige collectie aan kleurnamen.
Wil jij dus duidelijkheid over wat jouw favoriete
kleur nou eigenlijk is? Maak van jouw Japanse
vriend dan een Nederlander en vraag het
nogmaals.
Ik wens je succes en geen danky,
Anky
太狸記・十月号
39
‘s avonds een man...
...‘s ochtends een man
Een Tanuki-activiteit is géén geldige reden om
een college te skippen of te laat te komen!
Wees verstandig! Wees een man!
...of een vrouw.