TaTanukiKi 2013-2014--1-k
Media
Part of 2013-2014 | 1 - Kampjournal
- Titel
- TaTanukiKi 2013-2014--1-k
- extracted text
-
太狸記
LVSJK Tanuki / KAMPJOURNAL
Colofon
社説
JOURNALCOMMISSIE
h.t. Carmen Loh
Editorial van de hoofdredacteur
f.t. Anoma v/d Veere
Wester Wagenaar
Het is met een positieve blik op de toekomst en
Arthur Hinsch
Asor Mustafa
een klein beetje angst voor het onbekende dat ik
Vincent Pols
als nieuwe hoofdredacteur de eerstejaars Japan- en
Bob Rambonnet
Koreastudies studenten mag verwelkomen op het
REDACTIELEDEN
eerstejaarskamp 2013. Namens de Journalcommissie,
Hoofdredactie:
het oude en het nieuwe bestuur heet ik jullie allen
f.t. Anoma v/d Veere
Vormgeving: h.t. Carmen Loh
welkom bij de geweldige Leidse studievereniging
Eindredactie:
voor
Japanstudies
en
Koreastudies,
Tanuki.
Bob Rambonnet
Wester Wagenaar
Een nieuw studiejaar is reeds aangebroken en over enkele
BESTUUR VAN TANUKI
weken moeten wij allen, met een uitzondering hier en
Praeses: f.t. Albert Tiemersma
h.t. Robert Beers
daar, nogmaals onze zitspieren oefenen op de harde
Ab-actis: f.t. Thomas Zijtveld
banken en stoelen van de Leidse Universiteit. Gelukkig
h.t. Annet Zwart
is dit slechts een kleine prijs voor de hoeveelheid kennis
Hoofdredactrice:
die wij opdoen in deze korte en afsluitende periode
f.t. Anoma v/d Veere
van ons leven. Maar om het allemaal toch wat leuker te
h.t. Carmen Loh
Webmaster:
maken zijn wij, Tanukianen, verbonden en gezamenlijk
f.t. Anoma v/d Veere
altijd op zoek naar de leukste mensen en activiteiten.
h.t. Nikki Doorn
Ben jij ook op zoek naar dat beetje extra? Dan heb je
Assessor: h.t. Jan-Willem Slingerland
COMMISSIEVOORZITTERS jezelf goed gedaan door je aan te melden voor Tanuki!
Eerstejaarscommissie:
e.t. Jan-Willem
Anoma van der Veere
Slingerland
Feestcommissie:
e.t. Thomas Zijtveld
Jaarboekcommissie:
e.t. Myrthe Prins
Journalcommissie:
h.t. Carmen Loh
Kampcommissie:
h.t. Annette van Wanroij
Koreacommissie:
h.t. Annet Zwart
Kunst- en cultuurcommissie:
e.t. Koen de Rooij
Reiscommissie:
h.t. Robert Beers
RAAD VAN TOEZICHT
h.t. Martijn Heule
h.t. Yori van Hout
h.t. Guan van Zoggel
2
太狸記・KAMPJOURNAL
目次
Op de voorkant
Inhoud
Een groepsfoto van het eerstejaarskamp
2012.
TANUKI SHINBUN
Het nieuwe bestuur
4
Interview met Seki-Sensei
7
Dave in Japan
9
Koreaweek
10
Interview met Dr. Herber
12
EAL: Manga voor het oprapen
20
Interview met Dr. Paramore
22
JAPAN & KOREA
De strijd om internationale sympathie
15
Fukushima: Twee jaar later
17
Koreastudies: Meer dan K-Pop
19
Hokusai Katashika
25
Moral Panics in Japan
27
COLUMNS
コトバによって現れた人
29
Masterstage in Nagasaki
32
Ask Anky
34
“Ik heb geen ruimte
op mijn telefoon voor
Whatsapp.”
-Lucas Verwegen
“Verwijder dan al die
Yaoi.”
- Robert Beerts
太狸記・KAMPJOURNAL
3
Het nieuwe bestuur
es
s
e
a
r
P
Hey mensen! Ik word komend jaar de praeses
van Tanuki, ofwel de voorzitter van de
vereniging, en daarom schrijf ik hier een stukje
over mezelf. Het is namelijk handig om een
beetje over de praeses te weten als je hem wilt
pleasen.
Voor de mensen die mij niet kennen: mijn
naam is Albert Tiemersma, maar jullie mogen
mij Praeses noemen. Ik kom van origine uit
Easterein (Oosterend), een gezellig dorpje in
Fryslân en ik werk in het dorpje daarnaast als
barman. Daardoor kan ik zeker genieten van
een goed getapt biertje (tip 1), bij voorkeur
geserveerd onder het genot van goede muziek
zoals The Doors of Gorillaz. Natuurlijk zijn er
genoeg andere goede bands, maar dit zijn toch
wel de twee toppers. Het gespreksonderwerp
dat ik het liefst bij de muziek en bier zou willen
hebben, zou toch wel iets met Japan, Korea of
“the ‘Nam” moeten zijn. Na een paar drankjes
maakt het me niet zoveel meer uit, dan kunnen
we het desnoods nog over spruitjes hebben.
Qua eten ben ik nooit zo moeilijk; ik lust alles
wel. Wel ben ik geen grote liefhebber van
4
scherp eten, hoewel wasabi de uitzondering
op de regel vormt. Er is niet echt een gerecht
waarvoor je me midden in de nacht wakker
hoeft te maken, want ik hou ook van slapen.
Voor een reep chocolade zou ik het overigens
niet heel erg vinden, waarbij alles goed is, maar
Chocoswing van Milka toch de meeste punten
weet te scoren. Een reep Rollo, daar krijg je
ook nog punten voor, maar toch wat minder.
Ik drink al een paar jaar geen koffie meer, maar
een paar liter thee gaat er nog altijd in. Vooral
de thee uit de automaten in het Arsenaal,
want de hele ambiance om die theetjes heen is
geweldig.
Mijn lievelingsfilm is zonder twijfel
Apocalypse Now!, niet alleen omdat die
gewoonweg briljant is, maar ook omdat die
erg “quotable” is. Natuurlijk ben ik ook wel fan
van de Japanse cinema, maar ik kan hierover
nog veel leren, zo merk ik na bijna een jaar
met Koen in de Kunst en Cultuurcommissie te
hebben gezeten. Natuurlijk kan je als praeses
van Tanuki niet ontkennen dat je anime kijkt.
Voor mij is One Piece een constante in mijn
leven. Toen ik deze serie begon te kijken waren
er nog maar 250 afleveringen; nu zijn het er
bijna 600. Ik kijk daarnaast ook nog wel andere
series, ook kortere, maar niks kan tippen
aan One Piece. Zelfs niet Death Note voor
aflevering 25, waarin iets gebeurt dat de serie
verneukt (spoiler alert: L dies).
Praeses zijn van Tanuki; ik heb er zin in! Het
wordt vast een mooi jaar voor Tanuki en ik zal
hiervoor mijn uiterste best doen. We zijn heel
wat van plan en hebben heel wat voor jullie in
petto.
Als je lid van Tanuki, dan kun je in het Arsenaal
altijd op me afstappen voor vragen of gewoon
om een praatje te maken. Een theetje op
volle sterkte en zonder suiker wordt dan wel
gewaardeerd, maar is niet noodzakelijk.
Mvg,
Albert “De Praeses” Tiemersma
太狸記・KAMPJOURNAL
melden voor een bestuursfunctie bij Tanuki.
Ik denk dat dit een geweldige ervaring zal zijn
voor mij als persoon waardoor ik me weer
verder kan ontwikkelen. Het komende jaar ben
ik van plan jullie mee te slepen naar allerlei hele
leuke dingen die wij gaan organiseren. Vooral
de feestjes natuurlijk... Nee hoor, ook buiten de
feestjes staan er uiteraard genoeg leuke dingen
te wachten!
r
o
st
Kortom: ik zal samen met mijn
medebestuursleden ervoor zorgen dat ook
jullie een geweldig jaar tegemoet gaan! よろ
しくおねがいします!- Arco “De Bank”
Oliemans
e
a
Qu
Dag mede-japanologen. Mijn naam is Arco
Oliemans en ik ben jullie nieuwe quaestor,
ofwel de penningmeester van Tanuki. Ik
zal even kort uitleggen wie ik ben. Het
belangrijkste dat je moet onthouden is dat
ik van eten houd. O ja, en ik slaap erg graag.
Daarnaast heb ik verschillende interesses,
zoals snowboarden, films en televisieseries
kijken, gamen en ook reizen. Als ik later groot
ben, dan wil ik een wereldreis maken!
Net als jullie ben ik overigens natuurlijk ook
erg geïnteresseerd in Japan. Voor mij is Japan
iets bijzonders, alles is zo anders dan hier. En
tja, ik hou van anders. Sinds ik met de cultuur
in aanraking ben gekomen is mijn interesse
steeds meer gegroeid en wilde ik steeds meer
weten over Japan en de Japanse taal. Daarom
ben ik in september 2010 begonnen met
Japanstudies en heb ik de eerste twee jaar met
een deel van jullie in Leiden gestudeerd.
Op dit moment studeer ik een jaar in Japan
aan de Waseda Universiteit in Tokyo. Het
afgelopen jaar heb ik hier heel veel mooie
ervaringen opgedaan en heb ik ook nog
geprobeerd wat wijsheid op te doen. Het
laatste jaar van mijn bachelor wil ik graag mooi
afsluiten, vandaar de beslissing om mij aan te
r ie
o
ss cat
e
s
i
As un
m
m
Co
Daar sta ik, bij de drukste uitgang van de tram.
Halte na halte: mensen in, mensen uit. Op een
gegeven moment zie ik in mijn ooghoek een
forse man waggelend opstaan en mijn richting
op lopen. “Die moet eruit” is dan ook wat ik
denk zodra hij zichzelf naast mij bij de uitgang
parkeert. Hij houdt zijn ov-chipkaart trillend
voor de lezer, maar het bekende piepje laat niet
van zich horen. Weet je wat, ik ga deze man
wat geld besparen; is wel zo aardig, aldus de
woorden die mij een gevoel van heldhaftigheid
geven terwijl ik richting de man stap en hem
een klopje op de schouder geef. Hij draait zich
om en fluistert verbaasd “Ja...?” Een walm van
‘s werelds goedkoopste whisky’s vult mijn neus
en plots wordt de reden van het waggelen en
太狸記・KAMPJOURNAL
5
trillen van deze meneer mij duidelijk. “Ach ja,
het is ook al 6 uur ’s avonds…” denk ik. Een
goed verhaal beschrijft het leven van Odysseus
en een goed verhaal kan vast ook verteld
worden over de reden van de verplaatsing
van een meneer van “op de kaart” naar “van
de kaart”. Terwijl ik de afwisseling van door
mijn neus naar door mijn mond ademen
maak, vertel ik de meneer vol overtuiging: “U
moet nogmaals even de kaart ervoor houden,
u bent niet uitgecheckt.” Hij kijkt me aan met
een duizend meter lange staar die je normaal
alleen bij Vietnamveteranen ziet, en zegt
“Ehhhhhhh….?”, met een sterke nadruk op
de h die mijn neushaartjes, ondanks het via de
mond ademen, laat opkrullen.
“U moet het kaartje nogmaals voor de lezer
houden meneer, u bent niet uitgecheckt”
herhaal ik. Hij kijkt naar zijn kaart, de lezer,
de kaart en weer terug naar mij. Verward
houdt hij de kaart nogmaals voor de lezer en
ditmaal hoor ik wel het bekende piepje. Ik kijk
naar de meneer en zie zijn ogen kristalliseren.
Hij grijpt trillend mijn arm en zegt net hard
genoeg voor de hele tram om het hoofd te
draaien: “Bedankt jongen! Je bent echt een
heel goede jongen! Je doet me denken aan mijn
zoon! Goeie jongen!”. Ik kijk de meneer aan
en zeg “Geen probleem meneer”, net voordat
hij uitstapt. Even later stap ik zelf ook uit
met een gevoel van heldhaftigheid en goede
karma; vandaag ben ik een goede jongen, ben
ik assessor communicatie geworden en heb ik
een dronken man geholpen met uitchecken.
“Vandaag ben ik een goede jongen” denk ik
nogmaals, terwijl ik met mijn hoofd geheven
en zonder paraplu door de stromende regen
richting huis marcheer.
Ik ben Anoma van der Veere, een jongen
uit Den Haag, die alles misschien net iets te
dramatisch opvat. En niet te vergeten: ik ben
de nieuwe assessor communicatie van Tanuki.
- Anoma “De Propagandamachine” van
der Veere
6
is
t
ac
b
A
Ik loop inmiddels al weer redelijk wat jaartjes
rond bij Tanuki. Het afgelopen jaar heb ik de
feestcommissie, ofwel de feestco, geleid. Mede
door mijn lieftallige team van feestco-leden is
dit erg leuk geweest. Om nu abactis te worden
is dan ook de spreekwoordelijke kers op mijn
taartje. Het komende jaar zal ik jullie zoveel
mogelijk op de hoogte gaan houden over alle
activiteiten die gaan plaatsvinden binnen
Tanuki in een wekelijkse mail. Hierin vinden
jullie de activiteiten van de aankomende week/
weken, plus een extra rubriekje met daarin
iedere week een willekeurig feitje. Deze
kunnen informatief zijn, zoals over een aparte
kanji of een bizar historisch weetje, maar vaker
zullen ze simpelweg leuk zijn om te weten.
Mocht je overigens zelf nog leuke feitjes weten:
schroom dan niet om die aan me door te geven.
Daarnaast zijn er natuurlijk nog de
aankondigingen van alle extra activiteiten,
zoals feesten, lezingen, uitjes, wedstrijden
en nog veel meer. En hoewel jullie natuurlijk
voornamelijk van me zullen horen via de
digitale media, sta ik altijd open voor een goed
gesprek of slap geouwehoer in het Arsenaal
dan wel tijdens de vele activiteiten die we dit
jaar voor jullie in petto hebben. - Thomas
“Tepel” Zijtveld
太狸記・KAMPJOURNAL
Interview met Seki-sensei
“I am confident that Japanese
studies students will be
able to play an active role
as a bridge between the
Netherlands and Japan.”
Q: Seki-sensei, you have studied Japanese
literature at Keio University in Tokyo.
How did your interest for literature come
about?
A: Yes, I studied modern Japanese literature
during my BA and I did this in the faculty
for Japanese national language. It is actually
very difficult to explain. At first I studied
modern Japanese literature and my focus was
on the works of Akutagawa Ryuunosuke.
He is famous for his work called ‘羅生門
Rashoumon’. At that time I was interested in
his children stories like ‘蜘蛛の糸: Kumo no
Ito’ (The Spider’s Threat). When I started my
MA, however, my major study focus shifted to
Japanese as a second language because of an
increased interest in the Japanese language.
Q: When you finished your MA, you went
on to teach Japanese to foreigners at the
Center for Japanese Studies at Keio. How
did you experience this? Was it the same
as at Leiden University?
A: It was totally different. The students were
from all around the world. They were, of
course, also from European countries, but also
from Asia and sometimes even from Africa
and the Middle East. The teaching method
was totally different from the one we have
here. We could not use any foreign language
to explain grammar, also in the entry level
Japanese courses. The method I used was
the ‘直接教授法: chokusetsukyoujuhou’ (the
Direct Method), which basically is a way of
teaching that refrains from using the student’s
native language. It was, in a way, very difficult
to teach without using any foreign language,
and it is easier to explain Japanese grammar
the way I do it here: by using English or Dutch.
Still, both methods are interesting and they are
both efficient.
Some people I taught in Japan were exchange
students enrolled in different universities and
other people were working in Japan either in
major companies or as ambassadors.
Q: Why and when did you first come to
the Netherlands?
A: I got a really good chance to come here
when I was introduced by my supervisor from
Keio University when I was still working there.
At that time, I heard that Leiden University
太狸記・KAMPJOURNAL
7
was looking for a young Japanese language
instructor who was either doing an MA or had
just graduated.
The Netherlands is great. It was very difficult
at first. Before I came to the Netherlands I had
never lived in a foreign country, not even as a
student. Everything was new for me. This was
a really big step I had taken.
When I was still living in Japan, I dreamt
of going to a foreign country and to teach
Japanese there, but I thought that would be
something for the distant future. So it was very
good that I was introduced by my supervisor. I
came to the Netherlands in 2007 and I cannot
believe that I already live here for six years. I
never expected that.
“At first I studied modern
Japanese literature and my
focus was on the works of
Akutagawa
Ryuunosuke.”
Q: Together with Yamamoto-sensei you
helped students prepare for this year’s
Japanese Public Speaking Contest. How
was that?
A: It was very good and some students from
this university even got a prize. I am confident
that Japanese studies students will be able
to play an active role as a bridge between the
Netherlands and Japan.
Q: Why would you recommend Japanese
studies to prospective students?
A: For Dutch people, learning the Japanese
language is not very easy, but if you try, you will
have a good chance to go to Japan for a job or to
study there. Because the Japanese culture is so
different, it is very beneficial for Dutch people
to know the Japanese culture and the language
by studying Japanese studies.
Seki-sensei, thank you for your time.
Interview gehouden door Arthur Hinsch
Q: How do you describe the Netherlands
to people in Japan?
A: I always tell people that it is very easy to live
in the Netherlands, especially for foreigners.
In general, Dutch people are very friendly and
people are very open towards foreigners, but
I do not like the weather. That is something I
always point out.
Q: Do you go to Japan often?
A: At least once and at most twice per year I
go back to Tokyo. Most of the time I go in the
summer or in the winter. However, I find July
and August to be too warm and humid. I like
summer in Europe. Then again, at times I miss
my family and friends, delicious Japanese food
and books. Of course, we have a lot of books
in the East Asian Library but I do miss some
novels and books for my study.
8
太狸記・KAMPJOURNAL
Dave in Japan
Tijdens mijn interview voor de JASSO-beurs
in februari 2012, werd me al verteld dat ik
gezien mijn lengte, postuur en haarkleur
hoogstwaarschijnlijk erg zou opvallen in het
bergachtige platteland van Japan… en niets bleek
minder waar.
Na twee weken in Tokio te hebben doorgebracht
om alvast een beetje gewend te raken aan de
taal en de gebruiken, zat ik dan eindelijk in
de Shinkansen richting Yamagata. Direct na
aankomst op het station van Yamagata, kon
ik al goed de verschillen merken tussen een
wereldstad als Tokio en het Japanse platteland,
aangezien ik vanuit verschillende hoeken door
verbaasde blikken werd aangekeken. Het heeft
even geduurd voordat ik hier volledig aan
gewend ben geraakt, maar uiteindelijk heeft
het slechts komische momenten opgeleverd.
Geen dag in Yamagata is hetzelfde. Een
simpele wandeling van vijftien minuten
naar de lokale supermarkt achter het
station, tijdens de lunchtijd voor middelbare
scholieren, kan bijvoorbeeld al uitmonden
in een heus avontuur, aangezien ik door een
hoop scholieren wordt aangesproken en/
of gevraagd wordt voor een foto. Ook het
supermarktpersoneel weerhoudt zich er niet
van zo nu en dan een praatje te maken en
zelfs een bezoek aan de Starbucks resulteert
vaak in onverwachte momenten. Uiteraard
geldt dit ook voor de universiteitscampus,
aangezien het aantal uitwisselingsstudenten
aan Yamagata Daigaku erg schaars is.
Een ander aspect, waar ik vooral in het begin
aan heb moeten wennen, is aardbevingen.
Aardbevingen komen regelmatig voor,
maar ik heb tijdens mijn verblijf tot nu toe
één krachtige aardbeving meegemaakt
waarbij er zelfs even sprake was van een
tsunamidreiging. Hoewel dit voor de meeste
Nederlanders slechts verhalen zijn die je op
het nieuws hoort of in kranten leest, komt de
realiteit op zo’n moment toch akelig dichtbij,
vooral aangezien de gebeurtenissen die zich
twee jaar geleden in hetzelfde gebied hebben
afgespeeld nog vers in het geheugen zitten.
Ik kan hoe dan ook zeggen dat ik gedurende
het eerste halfjaar van mijn verblijf een hoop
over de Japanse cultuur en het leven in Japan
heb geleerd, dingen die je niet zult leren door
enkel een boek te lezen of een documentaire
op TV te kijken, maar door het leven in Japan
zelf te ervaren. - Dave Hooghiemstra
太狸記・KAMPJOURNAL
9
Koreaweek: een grote dosis Korea
Van 8 tot 12 april stond Tanuki in het thema
van Korea. Als activiteit van het tweede
semester had de Koreacommissie besloten om
de handen uit de mouwen te steken en Tanuki
een grote dosis Korea toe te dienen: een week
lang, elke dag een andere activiteit.
gedanst op alles wat de popscene van het
land te bieden heeft. Een geslaagd afsluiten
van een verbazingwekkend geslaagde week. Kayleigh Herbrink
Deze week werd geopend op 8 april met een
beginnerscursus taekwondo in het USC.
Bezocht door een handjevol mensen, werd deze
klas gegeven door een voormalig taekwondobeoefenaar en een aankomend taekwondodocent. De les was intens en informatief, maar
vooral heel erg leuk. Het geeft toch wel een
kick als je een trap leert die je alleen in films of
bij de Olympische spelen ziet.
Op dinsdag werd de Koreaanse film Legend
of the 7 Cutter vertoond nadat de geplande
film Hurricane niet bleek te werken. Onder
het genot van versgemaakte kimbap, kimchi en
Koreaanse zoutjes, keek een man of twintig
gezellig mee.
De clinic van de gebruikelijke K-pop-dansgroep
werd eveneens goed bezocht. Zowel vrouw als
man waagde zich aan de verleidelijke pasjes
van SNSD en de girl power moves van 2NE1.
Intens, doch zeer vermakelijk.
Als laatste activiteit voor het grote feest werd
er die donderdag een lezing gegeven over de
Do’s en Don’ts in Korea door Geert Scholten.
Wat begon als een formele lezing ontpopte
zich al snel tot een verslag van de avonturen
van Geert in Seoul. Desalniettemin was de
activiteit zeer leerzaam voor hen die nog nooit
in Korea waren geweest en werd ons tot onze
verbazing bekend gemaakt dat de Koreaanse
ambassade ook was komen opdagen (samen
met een grote hoeveelheid Koreaanse drank.
Score!).
Tot slot was er op de vrijdagavond het grote
K-pop feest in Dok2. Dankzij de ambassade
kon iedereen proeven van de drankcultuur
van Zuid-Korea en er werd enthousiast
太狸記・KAMPJOURNAL
11
Interview met Dr. Herber
“Wanneer ik in Japan kom
ga ik meteen lekker eten,
lekker thee drinken en hou
ik van onsen en Japans bier. ”
Q: Wat was uw motivatie om Japans in
Leiden te gaan studeren?
A: Toen ik op de middelbare school zat heb ik
heel veel aan karate gedaan en ik ben daardoor
geïnteresseerd geraakt in de Japanse taal. Ook
was ik geïnteresseerd in de Japanse literatuur
en film, maar ik had toen nog niet echt voor
ogen wat ik er later nou mee zou kunnen doen.
Toen ik aan de studie begon waren we met
tachtig eerstejaars. Dat was in een tijd waarin
het economisch nog heel goed ging met Japan.
Veel mensen begonnen aan de studie omdat het
hen, vanwege de economische situatie, handig
leek. Heel wat mensen vielen af. Logisch, want
als je er geen persoonlijke interesse in hebt, kan
het nog echt moeilijk zijn.
In mijn tijd waren er ook meer docenten die
gericht waren op het klassieke Japan. Als je
onderzoek deed naar het moderne Japan,
kreeg je vaak te horen dat alles wat zich na de
Meiji-tijd afspeelde niet bepaald als interessant
wordt beschouwd. Maar natuurlijk werden er
ook politieke en economische vakken gegeven.
12
In mijn derde jaar heb ik een vak gevolgd met
de naam ‘Recht en Samenleving’. Ik geef nu
een vak met dezelfde naam; dit vak is dus niet
door mij bedacht. Ik heb die naam bewust
overgenomen om ervoor te zorgen dat er een
continuïteit is tussen de colleges van destijds
en nu. De docent die toen dat vak gaf had veel
contacten met Japanse ministers van justitie
en bij een van die ministers ben ik uiteindelijk
ook in Japan gaan studeren. Mijn scriptie ging
toen over schuldbekentenissen in Japan. Ik
ben tijdens mijn studie in Nederland naar een
lezing geweest van deze Japanse minister en zo
waren we aan de praat geraakt.
“Met deze studie krijg je
een andere kijk op Japan,
maar ook op Nederland.”
Q: En vervolgens naar Japan?
Toen ik klaar was met mijn Doctoraat
(gelijkwaardig aan de huidige MA) in
Nederland, wou ik aan de universiteit van
太狸記・KAMPJOURNAL
Tsukuba studeren, maar mijn diploma werd
alleen herkend als bachelor en dus moest ik
nog een master doen in Japan, waardoor ik
uiteindelijk zeven jaar in Japan bleef. Dankzij
mijn professor in Japan kreeg ik veel contacten
en heb zo interviews gehouden met politici,
ministers van justitie en rechters. Ook heb ik
de verhoorarchieven in kunnen kijken. Ik hield
me toen bezig met een beroemde moordzaak,
maar ik heb drie maanden moeten vechten met
de bureaucratie van het openbaar ministerie
om dit soort documenten te kunnen inzien.
De
film
‘それでも僕はやってない:
Soredomo Boku wa Yattenai’ (I Just Didn’t Do
It) geeft trouwens een goed beeld van Japanse
verhoorpraktijken. In de laatste tijd is er echter
een consensus aan het ontstaan dat er meer
openheid van zaken gegeven moet worden
en er wordt steeds meer van het verhoor
opgenomen. Vanuit Japan en Europa is veel
aandacht voor onderzoek naar hoe men meer
openheid kan bereiken.
“Dankzij mijn professor in
Japan kreeg ik veel contacten
en heb zo interviews gehouden
met
politici,
ministers
van justitie en rechters.”
Q: Na uw tijd in Japan bent u drie jaar als
freelance tolk en vertaler te werk gegaan.
A: Ja, dat was leuk werk, maar ook een beetje
om gek van te worden. Je wist nooit wat je te
wachten stond en het was ook nog eens zeer
onregelmatig werk. Op het ene moment sta je
bij Bosch in Tilburg in het Japans uit te leggen
dat er geen braampjes mogen komen op een
bepaald elementje en houdt je je bezig met
termen waarvan je in het Nederlands niet eens
weet waar ze voor staan. De volgende dag sta je
in de rechtszaal bij een echtscheidingszaak en
tolk je voor de rechter, terwijl hij het heeft over
de pensioenverevening. Met een beetje geluk
kan je de rechter vragen om het rustig aan te
doen. Vaak blijkt dat de Japanse kant wel denkt
aan de tolk, terwijl Nederlanders dat minder
doen. De dag daarna gaat het dan bijvoorbeeld
over mechanische scheikunde. Ik heb gemerkt
dat het in discussies tussen bedrijven vooral
gaat over het overbrengen van technische
informatie. Dan maakt het niet zo veel uit als
je zin nou eens een keertje krom is. Verder heb
ik ook vertalingen voor de NOS gedaan. Dit
soort werk is wel dynamisch, maar stressvol.
Wel heb ik ervaren dat je als tolk relatief
meer verdient dan als vertaler van schriftelijk
materiaal.
“Als je onderzoek deed naar
het moderne Japan, kreeg
je vaak te horen dat alles
wat zich na de Meiji-tijd
afspeelde niet bepaald als
interessant wordt beschouwd. ”
Je wist nooit hoeveel werk je in een maand
zou hebben. Vaak hadden sommige mensen
maar een keer per jaar je diensten nodig.
Tegen de tijd dat de economische bubbel
begon te barsten merkte ik ook dat mensen
het niet nodig vonden om een tolk te regelen.
Men dacht opeens er ook wel met Engels uit
te kunnen komen, maar na drie dagen word
je er dan toch bijgeroepen omdat men er niet
uitkomt. Als je constant je telefoon in de gaten
hield was er vaak nog wel werk te vinden, maar
het laat zien dat er snel op tolken bezuinigd
wordt als het economisch wat minder gaat.
Uiteindelijk wilde ik toch heel graag verder met
mijn onderzoek en via het Japan Prizewinners
Program (JPP) ben ik de Universiteit Leiden
binnen gekomen.
Ik geef op dit moment heel veel onderwijs,
太狸記・KAMPJOURNAL
13
maar als het even kan ga ik er in onderwijsvrije
periodes meteen tussenuit voor onderzoek en
ik hoop om dat van de zomer weer te doen.
Nu ben ik vooral bezig met schrijven en ik
streef ernaar om een boek uit te brengen over
criminaliteit in Japan.
Q: Wat vindt u het leukste aan Japan?
A: Ik heb natuurlijk zeven jaar in Japan gezeten
en veel van mijn beste vrienden zitten daar.
Die zoek ik dan natuurlijk op als ik daarheen
ga. In Japan heb ik ook ontdekt dat klimmen
een leuke sport is. Er zijn in Japan heel veel
plekken waar je goed kan klimmen en dat deed
ik dan ook veel met mijn vrienden. Wanneer ik
in Japan kom ga ik meteen lekker eten, lekker
thee drinken en hou ik van onsen en Japans
bier. Daarnaast ga ik ook best vaak naar de
boekwinkel.
dat goed Japans spreekt nog steeds heel
beperkt en daarnaast is Japan nog steeds een
economische grootmacht om rekening mee te
houden. Met deze studie krijg je een andere
kijk op Japan, maar ook op Nederland. In mijn
ervaring maakt ook het feit dat je een Europese
achtergrond hebt, je aantrekkelijk voor Japanse
bedrijven die relaties hebben met Europa.
Als je er interesse in hebt is de vraag eigenlijk
niet ‘waarom zou je het doen?’, maar ‘waarom
zou je het niet doen?’!
Dr. Herber, bedankt voor dit interview.
Interview gehouden door Arthur Hinsch
Q: Waarom zou u Japanstudies aanraden?
A: Ik kan het alleen maar aanraden als je het
ook echt leuk vindt. Met deze studie zijn er
heel veel mogelijkheden en je kunt alle kanten
op; vooral als je bereid bent om een tijd naar
Japan te gaan. Wereldwijd is het aantal mensen
14
太狸記・KAMPJOURNAL
De strijd om internationale sympathie
Ondanks dat de aandacht in Oost-Azië
momenteel veelal ligt bij de “Noord-Koreaanse
dreiging”, is het territoriale probleem in de
Oost-Chinese Zee nog steeds sterk aanwezig in
het politieke discours. De Senkaku-eilanden, in
China bekend als de Diaoyu, worden geclaimd
door Japan, China en Taiwan en een oplossing
is nog altijd ver weg. Recentelijk, op 23 april,
heeft China zelfs een recordaantal van acht
schepen van de China Marine Surveillance
in de territoriale wateren van de eilandgroep
gestuurd, wat de spanningen wederom deed
oplaaien. Zowel China als Japan passen een
zekere tactiek toe: via de diplomatieke weg
internationaal begrip verzamelen om hiermee
hun standpunt kracht bij te kunnen zetten.
China richt zijn pijlers met name op de
Japanse oorlogsmisdaden en agressie tijdens
de Tweede Wereldoorlog en het feit dat Japan
zich daar nog steeds niet voldoende voor heeft
verontschuldigd. Een land dat dergelijke zaken
niet onder ogen zou zien, zou onmogelijk
een leidende positie in de Aziatische
gemeenschap mogen genieten, aldus een deel
van de Chinese berichtgeving. Hiermee poogt
Beijing waarschijnlijk een deuk te slaan in de
belangrijke positie die Japan nog steeds bezit
in Azië, maar ziet deze ook de kans schoon om
de zogenaamde Japanse veiligheidsidentiteit,
die zou berusten op vrede, onderuit te kunnen
halen.
Dat is namelijk een van de dimensies waar de
Japanse overheid zich op richt. De Japanse
identiteit zou een van vrede en democratie zijn
en Japan is op zijn beurt een land dat zich goed
houdt aan de regels van het internationale spel.
Japan zou zich conformeren naar de normen
en waarden die in het internationale circuit
gelden, dit in tegenstelling tot China. Het
overzeese buurland zou namelijk een agressor
zijn die een dreiging vormt ten opzichte
van de vreedzame co-existentie tussen de
twee landen. China als bedreiging dus, een
gedachtegoed dat ook hier tot de verbeelding
lijkt te spreken.
Hoewel China en Japan modder naar elkaar
gooien, zijn de twee echter wederzijds
van elkaar afhankelijk op onder andere
economisch gebied. Nadat de Japanse overheid
had besloten om de Senkaku-eilanden van de
particuliere eigenaars te kopen in september
2012, zagen we in de berichtgeving van het
Japanse Ministerie van Buitenlandse Zaken
太狸記・KAMPJOURNAL
15
steeds een nadruk op het belang van de SinoJapanese relaties. Desalniettemin focust
Tokyo zich niet alleen op het belang van een
goede relatie tussen de twee landen, want
recentelijk heeft Abe Shinzou, de huidige
Japanse minister-president, kritiek geuit op
het Chinese onderwijs. Die zou namelijk
overwegend anti-Japans zijn. Een gegeven dat
China op zijn beurt weer van de hand doet als
propaganda ter bevordering van de theorie die
China als dreiging afschildert.
Het territoriale dispuut is dus allang niet
meer beperkt tot het willen bezitten van de
eilandgroep en de economische zone die
hiermee gepaard gaat, maar is het speelveld
geworden waarin China en Japan het tegen
elkaar kunnen opnemen. Dit gaat (nog?) niet
gepaard met een daadwerkelijk militair conflict,
maar weet toch een goede weerspiegeling te
geven van de situatie die zich op dit moment in
Azië ontvouwt. Veel wetenschappers plaatsen
de huidige ontwikkelingen omtrent het
territoriale conflict namelijk in de context van
machtswisseling: China wint internationaal
gezien aan belang, terwijl de macht van Japan
relatief gezien aan het afnemen is. Dit zou de
nodige fricties veroorzaken.
opkomst van China mogelijk heeft gemaakt
en ook nu nog zou dit een belangrijk deel
uitmaken van de manier waarop Japan
en China met elkaar omgaan. De recente
uitspraken jegens China zouden we dan vooral
kunnen verklaren doordat Japan intern tot
dergelijke zaken zou worden gedwongen.
Omdat de Japanse overheid in Japan namelijk
als ‘zwak’ wordt gezien en China de rol van de
‘agressieve tegenstander’ zou bezitten, voelen
Japanse politici zich gedwongen om sterkere
maatregelen te nemen.
Wat de oorzaken ook precies mogen zijn, het
is vrij duidelijk dat China en Japan erg hun
best doen om sympathie te verzamelen van
de internationale gemeenschap. Hoewel beide
landen wederzijds van elkaar afhankelijk zijn,
lijken de bilaterale relaties er helaas allerminst
beter op te worden. - Wester Wagenaar
Niet iedereen kan zich echter in deze gedachte
vinden. Wetenschappers zoals Linus Hagström
beweren juist dat Japan voor een groot deel de
16
太狸記・KAMPJOURNAL
Fukushima: twee jaar later
Je bent bezig met dagelijkse zaken. Misschien
ben je samen met je familie aan het koken of
zit je gezamenlijk TV te kijken, als je ineens
de oproep krijgt om onmiddellijk je huis te
verlaten en alleen het meest noodzakelijke mee
te nemen. Op dat moment weet je het nog niet,
maar snel zal blijken: je kunt nooit meer terug.
gedwongen om uren van zijn familie vandaan
te wonen en te werken. Bovendien heeft ook
deze familie geen uitzicht om naar hun huis
terug te keren. Het huis ligt in een gebied dat
dusdanig besmet is dat het nog niet eens in
aanmerking komt voor opruimacties door de
overheid.
Sachiko Inamura, een vrouw van begin
veertig, heeft met haar vijf jaar oude zoon en
haar elf jaar oude dochter tijdelijk onderdak
gevonden in een van de vele tijdelijke huizen
die snel zijn opgezet om de tienduizenden
evacués uit het gebied rondom de kerncentrale
‘Fukushima Dai-ichi’ onder te brengen.
Oorspronkelijk woonde zij met haar man en
haar familie minder dan twintig kilometer van
de kerncentrale vandaan en had een gewoon
leven. Toen werd verkondigd dat haar familie
zo snel mogelijk geëvacueerd moest worden
was zij gedwongen om haar oude leven, haar
huis en de meeste van haar eigendommen
achter te laten in een gebied dat nu niet meer
bewoonbaar is. Het zal nog decennia duren
voordat families zoals die van Inamura weer
terug kunnen keren naar hun voormalig thuis.
Wie al eerder in aanraking is gekomen
met verhalen van overlevenden van de
atoombommen van Hiroshima en Nagasaki
tijdens de tweede wereldoorlog, weet dat de
betrokken mensen vaak te maken hadden
met discriminatie. Dit uitte zich, onder
andere, in discriminatie van mannen op de
werkvloer. Voor vrouwen uit deze gebieden
werd het bovendien vrijwel onmogelijk om een
huwelijkspartner te vinden. Tegenwoordig, na
de ramp van Fukushima, komt dit probleem
opnieuw tevoorschijn. De fysiologische impact
voor de honderdduizenden evacués is enorm
en niet zelden komt het voor dat getrouwde
stellen gaan scheiden door de verhoogde
sociale stress. Dit heeft zelfs zulke grote maten
De familie Inamura is niet de enige die zich
in deze situatie bevindt. Onder de ongeveer
160.000 nucleaire evacués is ook de familie
van Matsumoto Chizu, die met haar twee
kinderen haar huis moest verlaten. Omdat het
voor de vader van het gezin niet mogelijk was
om in de directe omgeving van de tijdelijke
huisvestigingen een baan te vinden, is hij
太狸記・KAMPJOURNAL
17
aangenomen dat het fenomeen een eigen naam
heeft gekregen: ‘原発離婚: genpatsu rikon’
(nucleaire scheiding).
Dit treft echter niet alleen de daadwerkelijke
evacués. Een vrouw uit Tokio, die zich
op haar al geplande huwelijk verheugde,
zag geen andere mogelijkheid dan haar
huwelijksceremonie stop te zetten, nadat haar
toekomstige schoonmoeder haar zorg uitte
dat toekomstige kinderen ongezond zouden
kunnen zijn omdat de vrouw oorspronkelijk
uit de prefectuur Fukushima komt.
Ook zijn er veel verhalen van kinderen van
evacués die huilend van school naar huis
komen omdat zij door andere kinderen worden
beschouwd als besmet. In de meeste gevallen
zijn dat soort vooroordelen op geen enkel
wetenschappelijk feit gebaseerd. De term
Fukushima blijkt in de ogen van veel personen
automatisch gekoppeld aan radioactieve
besmetting en leed. Dat zeer ten spijt van
mensen die uit dat gebied moesten vluchten,
er ooit hebben gewoond of goederen uit dat
gebied verhandelen.
Daar komt nog eens bij dat de
hoofdverantwoordelijke van deze situatie,
TEPCO, zich nogal onbehulpzaam toont en
nauwelijks tegemoetkomt aan de wensen van
de evacués. Aanvankelijk had TEPCO aan
ieder evacué een vast bedrag overgemaakt,
maar daar werd een flink stuk weer van
afgetrokken met als reden dat het originele
bedrag een voorschot was. Het zou moeilijk
zijn om te bepalen hoeveel iedere evacué nodig
zou hebben. Als gevolg zijn veel evacués in
hoger beroep gegaan omdat de compensatie
die door TEPCO ter beschikking werd gesteld
gewoonweg niet genoeg is om fatsoenlijk rond
te komen. Overigens hoeven evacués geen
huur te betalen voor hun tijdelijk huis maar
zijn huiselijke voorzieningen wel erg prijzig.
Japanse belastingbetaler kwam te liggen.
Grote bedrijven zoals GE, Hitachi en Toshiba,
die betrokken waren bij de constructie van
de Fukushima Dai-ichi kerncentrale, zijn
onder de Japanse ‘Nuclear Damage Liability
Law’ beschermd tegen aansprakelijkheid
in het geval van een grote nucleaire ramp.
Bovendien verdient Hitachi zelfs aan
opruimwerkzaamheden.
De 160.000 evacués bevinden zich in een
sociale limbo. Omdat de meeste besmette
gebieden nog niet toegankelijk zijn, zitten
mensen nog steeds vast in de kleine
noodhuizen. Aanvankelijk werd ervan
uitgegaan dat de tijdelijke huisvestiging voor
een periode van twee jaar ter beschikking
zouden staan. Omdat het voor de meeste
evacués financieel niet mogelijk is om op een
andere plek iets nieuws te beginnen is deze
periode echter verlengd tot vier jaar. Mensen
zijn gedwongen om te vechten voor fatsoenlijke
compensatie. Is het niet erg genoeg dat zij zo
veel hebben verloren?
De verantwoordelijkheid ligt duidelijk bij de
Japanse nucleaire sector. Om de mensen van
het Fukushima gebied nieuwe hoop te geven
en om te voorkomen dat zoiets nog een keer
kan gebeuren, moet de nationale wet omtrent
nucleaire energie worden aangepast en moet
er veel meer rekening met de slachtoffers van
een kernramp worden gehouden. De Japanse
overheid zal dan ook een actievere rol moeten
spelen bij het steunen van evacués. - Arthur
Hinsch
Door opruimacties en compensatiebetalingen
kwam TEPCO financieel erg in de problemen
te zitten en in juni 2012 werd het bedrijf dan
ook genationaliseerd met als gevolg dat een
groot deel van de financiële last bij de
18
太狸記・KAMPJOURNAL
Koreastudies: meer dan K-pop
In het eerste semester leer je vooral veel over de
cultuur en geschiedenis van premodern Korea.
Dit is heel interessant omdat je merkt dat
Korea altijd heel erg beïnvloed is geweest door
de omringende landen, met name door China
en Japan, maar toch ook zijn eigen mannetje
stond. In het tweede semester krijgen we nu
een seminar over film en kunst in Korea van
professor Breuker en daar kijken we naar wat
nu precies de Koreaanse cultuur is. Wat is
typisch Koreaans? En waarom?
De taalvakken zijn erg intensief, maar ook
erg gezellig en persoonlijk vind ik dit de
leukste lessen. Het is nu heel leuk om te zien
dat iedereen zoveel vooruit is gegaan met de
taalvaardigheid, maar toch blijft het bijna
onmogelijk om niet zenuwachtig te zijn
wanneer mevrouw Chi je de beurt geeft.
Koreaanse dramaseries, sexy K-pop boy en
girl groups, Gangnam Style of een armoedig
land in oorlog. Dat zijn zo’n beetje de meest
voorkomende beelden die mensen hebben
als het om Korea gaat, maar in het eerste
jaar leer je al snel dat er een hoop meer bij
komt kijken. Korea wordt steeds populairder
en populairder. Elk jaar zie je de opleiding
Koreastudies groeien. Waren er een paar
jaar terug nog maar vijf eerstejaars bij
Koreastudies, nu zijn het er al 30.
Koreastudies is een erg leuke studie met veel
leuke mensen en een goede sfeer. Het enige wat
misschien ontbreekt is het mannelijke geslacht.
- Sara Klanker
Ik wist pas echt zeker dat ik Koreaans wilde
studeren nadat ik afgelopen zomer vijf weken
in Korea was. Ik hield van de gezellige muziek
op straat, de oneindige openingstijden van
winkels, goedkoop en megalekker eten, goede
en uitgebreide service en de willekeurige
paleizen naast de snelweg. Daarnaast waren
er uiteraard ook dingen die ik iets minder leuk
vond zoals de superhoge temperaturen in de
zomer en het gestoorde verkeer. Ik zat daar op
een universiteit in Seoul en volgde daar ook
een cultuurvak aan de universiteit. Dat vond
ik zo interessant dat ikgraag meer wilde leren
太狸記・KAMPJOURNAL
19
EAL: Manga voor het oprapen
Sommige studenten komen er pas na een jaar
achter dat er een bibliotheek in het Arsenaal
zit. Andere studenten zijn daarentegen bijna
iedere dag in de studiezaal of met hun neus
in de biebboeken te vinden. De East Asian
Library is zonder twijfel een van de meest
waardevolle faciliteiten die deze opleiding
te bieden heeft. Niet alleen voor studenten
Japans of Koreaans natuurlijk, want ook de
collecties die betrekking hebben op andere
Oost-Aziatische landen zijn enorm. Er is
echter een bepaalde collectie aanwezig in deze
bibliotheek waar slechts weinig studenten van
afweten. Dat is de manga-collectie, manga in
het Japans om specifiek te zijn.
Hoewel manga erg populair zijn onder de
studenten van Japanstudies, weten opvallend
weinig studenten deze collectie te vinden. Ze
zijn echter niet alleen erg leuk, de manga zijn
vooral erg handig! Zelfs studenten die zelden
of nooit een manga hebben aangeraakt zullen
20
nauwelijks verrast zijn als ik zeg dat het een
stuk leuker is om je Japanse leesvaardigheid
op deze manier te verbeteren dan via de ‘教科
書: kyoukasho’-teksten (schoolboekteksten)
waar je in het begin van de opleiding mee
werkt. Daarbij moet wel gezegd worden dat
die teksten natuurlijk noodzakelijk zijn om
degelijk Japans te kunnen leren en dat je moet
oppassen dat je niet direct het taalgebruik uit
manga overneemt. Tenzij je als een vijfjarig
meisje wil leren praten natuurlijk (straks zal je
snappen wat ik bedoel).
Maar nu ter zake: hoe vind je deze collectie?
Dat is opvallend simpel. Eerst ga je naar de
catalogus van de universiteitsbibliotheken
van de Universiteit Leiden (http://catalogue.
leidenuniv.nl). Hier druk je vervolgens op de
knop voor het uitgebreid zoeken (Advanced
Search). Via deze functie kun je zoeken naar de
onderwerpscode JAPAN. 5962, het nummer
waaronder alle manga (maar ook
太狸記・KAMPJOURNAL
wetenschappelijke boeken over manga en
de studie van het genre) in de bibliotheek
gecategoriseerd staan. Je kan ook in de
catalogus zoeken naar je favoriete titel en kijken
of deze aanwezig is. Niets staat je nu meer
in de weg om te studeren terwijl je ontspant!
Vergeet overigens niet dat je altijd online alvast
je manga (of boeken) kunt aanvragen.
Waarschijnlijk zijn er nu eerstejaars studenten
die dit lezen en denken dat dit artikel niet
aan hen gericht is. Immers, zo is de gedachte,
het lezen van manga in het Japans is toch
wel erg moeilijk. Begin dan met Yotsuba&!
en je zult versteld staan over hoeveel je al
wel kunt begrijpen. Vanzelfsprekend moet
je ook bij het lezen van deze manga nog veel
woorden opzoeken, dat geldt ook voor de
meeste ouderejaars, en zelfs dan begrijp je
waarschijnlijk nog niet alles. Het verhaal is
bovendien erg leuk en de manga bevat veel
humor. Het gaat over het allerdaagse leven van
een klein, vijfjarig (!) meisje. In het eerste deel
verhuist ze met haar vader naar een nieuwe
buurt, waar ze de omgeving ontdekt en nieuwe
vrienden maakt.
Een andere aanrader is de klassieker Akira.
Deze manga, die misschien nog bekender is
in de vorm van een op deze manga gebaseerde
geanimeerde film uit 1988, speelt zich af in een
post-apocalyptisch Tokio. In een episch verhaal
vol met bousouzoku, cyberpunk, psychische
krachten en geweld wordt je zo meegezogen
dat het aparte formaat van deze manga je al
snel niet meer opvalt. - Bob Rambonnet
Hou voor meer nieuws en informatie over de
East Asian Library de volgende webpagina’s in
de gaten:
Website: http://www.bibliotheek.leidenuniv.nl/
bibliotheeklocaties/east-asian-library/
Facebook: www.facebook.com/eastasianlibrary
Twitter: @easianlibrary (EAL) @nadiakreeft
(Japans & Koreaans) @kattebelletje (Chinees)
Blog: http://eastasianlibrary.wordpress.com/
太狸記・KAMPJOURNAL
21
Interview met Dr. Paramore
“Terug in Nederland ben ik
weer in mijn stabiele leven en
ik vind Leiden echt een geweldige plek om dingen schrijven.”
Q: Dr. Paramore, u bent het afgelopen jaar
in Taiwan geweest. Hoe heeft u dat beleefd?
A: Eén van de redenen waarom ik naar
Taiwan ben gegaan was omdat ik een
nieuwe taal wilde leren. Natuurlijk had ik me
al lang bezig gehouden met het Chinees, maar
ik had nog geen kans gehad om echt een jaar
lang naar een land te gaan waar Chinees wordt
gesproken. Dit was mijn kans.
Aan het begin van mijn tijd in Taiwan sprak
ik weinig Chinees, maar tegen het einde gaf ik
lezingen in het Chinees. Dat was een
geweldig gevoel. Omdat mijn vakgebied
de vroegmoderne periode van Japan is, las
ik veel bronnen in het klassiek Chinees. In
Taiwan had ik een privédocent met wie ik
veel heb gesproken. Ik heb ook veel met
mensen in de omgeving gesproken en op een
geven moment bleek dat mensen me gewoon
begrepen. Ik kon dus over mijn eigen
onderzoek in het Chinees praten. Toen dacht
ik dat ik met wat voorbereiding wel in staat zou
zijn om een lezing te geven in het Chinees.
Een belangrijke aanleiding voor mijn
verblijf in Taiwan was dat ik onderzoek
wilde gaan doen. Dat is tenslotte het idee
van onderwijs op de universiteit: jullie als
22
studenten krijgen les van onderzoekers.
Ik heb gemerkt dat mensen in Taiwan heel
anders denken over het onderzoek waarmee
ik mij bezighoud. Ik moest dus ineens heel
anders gaan denken over mijn eigen onderzoek.
“Ik heb altijd dat gedaan
wat ik interessant vond en
het is altijd goedgekomen.”
Het leren van de taal was ook bijzonder.
Toen ik tijdens mijn BA en later tijdens mijn
MA naar Japan ging, had ik ongelooflijk veel
energie om nieuwe dingen, en dus ook de taal,
te leren. Nu dat ik wat ouder ben is het toch wel
moeilijker. Als je boven de 35 bent, is het een heel
andere ervaring om een taal te leren. Bovendien
verwacht je als jonge student geen aandacht
van andere mensen. Je hebt uiteraard zelf
ook geen grote status, maar naarmate je
ouder wordt verlang je naar een bepaalde
maatschappelijke omgeving met mensen die
zo denken als jijzelf. Als jong persoon heb je
dat niet echt nodig. Het is belangrijk om als je
ouder wordt je los te maken van dat soort
verwachtingen en terug te gaan naar je pure
jonge zelf.
太狸記・KAMPJOURNAL
Tijdens mijn jaar in Taiwan ben ik
vaker op reis naar het buitenland geweest,
bijvoorbeeld naar Canada voor een
conferentie over Oost-Aziëstudies, naar
Erfurt in Duitsland en ook nog naar London.
Dit was mogelijk omdat ik dat jaar geen colleges
gaf. Het was een heel goede kans om me in veel
verschillende wetenschappelijke omgevingen
te bewegen. Ik was van plan om een boek te
schrijven, maar dat komt wel binnen een jaar
of twee.
Q: U heeft al een ander boek geschreven.
A: Ja, dat boek is verschenen in 2009.
Ik had vorig jaar veel gelegenheid voor
onderzoek, maar omdat ik afgelopen jaar zoveel
dingen te doen had komt het nieuwe boek
op een later tijdstip. Terug in Nederland
ben ik weer in mijn stabiele leven en ik vind
Leiden echt een geweldige plek om dingen
schrijven. Hier is het heel rustig, en veel mensen
klagen daarover, maar ik vind het zeer fijn.
Het is een mooie stad en het weer is goed voor
onderzoek. Dus ik ben optimistisch dat ik over
een jaar of twee een boek zal schrijven.
Het jaar in Taiwan was ook goed voor mijn
onderwijs. Ik heb nu een veel breder inzicht in
mijn eigen vakgebied. Maar het belangrijkste
is dat het afgelopen jaar heel goed is voor mijn
studenten, omdat jullie profiteren van mijn
verbrede kennis en inzicht.
“Bovendien, toen ik 12 jaar
oud was, was ik voor judotraining zes weken in Japan.”
Q: Wat was uw aanleiding om Japans en
Japanse geschiedenis te studeren?
A: Dat was allemaal toeval. In het Australië
van de jaren ‘80-‘90 bestond het idee dat “the
streets of Tokyo are paved with gold”. Dat hield
in dat men ervan overtuigd was dat als je
Japans zou kunnen spreken je alles zou kunnen
bereiken. Ik kom uit New South Wales en een
Japanse bedrijven. Het leek mij dus nuttig om
te doen. Bovendien, toen ik 12 jaar oud was,
was ik voor judotraining zes weken in Japan. Ik
was zes weken zonder mijn ouders in een plek
waar niemand Engels kon spreken midden op
het Japanse platteland. Dat gaf mij zeker een
andere indruk van Japan. Ik herinner me er
niet meer zo veel van, maar in mijn lichaam
zijn deze belevenissen vast blijven zitten.
Toen ik 21 was ben ik begonnen met
Japans aan de Australische Nationale
Universiteit en hield ik mij vooral bezig
met Japans en taalkunde, dus ook met de
grammatica van de talen die de
oorspronkelijke bewoners van Australië
spraken. Binnen mijn BA ben ik naar Japan
geweest en heb ik mij ook beziggehouden
met Japanse taalkunde. Daarna had ik de
kwalificatie om met een Phd in taalkunde te
beginnen. Maar precies toen begon ik mij een
beetje te vervelen. In mij ontstond de neiging
om iets anders te gaan doen.
“Toen ik klaar was met de
middelbare school heb ik een
aantal jaar als acteur gewerkt.”
Ik volgde toen een college dat de aanleiding
vormde voor dat waarin ik mij in de toekomst
zou gaan verdiepen. Ik weet de titel van het
college
nog
goed:
“Confucianism,
orthodoxy and enlightenment’’. Omdat ik
mijn bachelorscriptie over dat onderwerp
wilde schrijven moest ik in een jaar heel
intensief klassiek Chinees leren. Toen ik dat
achter de rug had, ben ik meteen begonnen
met werken bij het Australische Ministerie
van Buitenlandse Zaken. Maar ik merkte
snel dat het niets voor mij was, dus ik heb
de dag nadat ik daarmee was begonnen een
aanvraag ingediend voor de Monbusho-beurs.
En toen werd ik geconfronteerd met
het moeilijkste dat ik in mijn leven heb
meegemaakt… het toelatingsexamen voor
de Universiteit van Tokio. Ik moest essays
太狸記・KAMPJOURNAL
23
in het Japans schrijven in competitie met
Japanners. Dat was heel moeilijk en ook een
stuk moeilijker dan het schrijven van mijn
scriptie. Maar zeven jaar later promoveerde ik.
“Binnen mijn BA ben ik
naar Japan geweest en heb
ik mij ook beziggehouden
met
Japanse
taalkunde.”
Q: U was vroeger actief als acteur?
A: Ja, dat is zo. Toen ik klaar was met de
middelbare school heb ik een aantal jaar als
acteur gewerkt. Dat was een interessante
periode, maar er was niet genoeg
intellectuele stimulatie voor mij. Daarom ben
ik gaan studeren, al was ik ook nog een tijd
bezig met acteren in Sydney. Ook toen ik al op
Todai zat werd ik gebeld door een regisseur met
wie ik jaren geleden al had samengewerkt. Hij
liet mij terug naar Australië vliegen om te gaan
spelen in Ned Kelly. Voor een lange tijd wilde
ik alles tegelijk doen, maar ik kwam er snel
achter dat ik mijn studie niet kon combineren
met acteren. Wel heb ik af en toe gewerkt voor
Australisch-Japanse films bij de NHK, maar ik
wist dat mijn toekomst niet in dat gebied lag.
het over Toyotomi Hideyoshi. De meeste
scholieren vinden het helemaal geweldig.
Veel van de scholieren die luisteren naar dat
college
komen
terug
naar
Leiden
om Japanstudies te doen. Dat is dan
waarschijnlijk ook het antwoord op je
vraag. Japanstudies studeer je omdat het
interessant is. Veel mensen op de universiteit
vergeten dit: mensen moeten hetgeen
doen dat zij interessant vinden. Ik heb altijd dat
gedaan wat ik interessant vond en het is altijd
goedgekomen. Eén manier om dat te begrijpen
is door mijn college over Toyotomi Hideyoshi
te volgen.
Dr. Paramore, bedankt voor dit interview.
Interview gehouden door Arthur Hinsch op
6 december 2012
Q: Waarom zou u Japanstudies aanraden?
A: Dat is een moeilijke vraag om te
beantwoorden. Tijdens de open dag geef ik
meestal mijn eerstejaars college en heb ik
24
太狸記・KAMPJOURNAL
Hokusai Katsushika
Hokusai Katsushika is een van de beroemdste
schilders uit Japan. De man, geboren in het
jaar 1760 in het toenmalige Edo, kwam uit
een familie van handwerkslieden, maar het is
waarschijnlijk dat hij was geadopteerd in een
familie van spiegelmakers. Vanaf een jaar of zes
begon hij al met schilderen, waarschijnlijk als
gevolg van zijn vader die schilderingen maakte
om zijn spiegels te verfraaien.
Vanaf zijn twaalfde moest Hokusai van zijn
vader voor een boekwinkel en een bibliotheek
gaan werken. Hij leende boeken uit van deur
tot deur en verdiende zo de kost. Hierna werd
hij houtsnijder en bewerkte hij houtblokken
voor prenten. Na een poosje verveelde dit hem
en werd hij leerling van Shunshou Katsukawa,
hoofd van de Katsukawa-school. Shunshou
maakte vooral kabuki-e, ofwel prenten van
kabuki-acteurs. Onder de naam Shunro, die
hem door zijn leraar was meegegeven, maakte
Hokusai in deze periode zijn eerste werken en
ook hij waagde zich aan een reeks kabuki-e.
Toen Shunshou overleed, raakte Hokusai
geïnteresseerd in andere vormen van kunst
en kwam zo onder andere in aanraking
met Europese kopergravures. Ook deed hij
ideeën op bij de Kanou-school, die indertijd
concurreerde met de Katsukawa-school,
en Hokusai werd daarom verbannen. Deze
tegenslag weerhield hem er echter niet van om
verder te schilderen.
Hokusai waagde zich aan diverse onderwerpen
voor zijn prenten en maakte in die tijd veel
werken waarop het dagelijks leven van
mensen met verschillende achtergronden was
afgebeeld. Zijn oeuvre bestond zodanig uit
prenten van bloemen tot en met erotica. In veel
van zijn werk was de stijl net zo belangrijks als
de manier waarop het geheel werd uitgebeeld.
In de vijftig jaar nadat Hokusai was verbannen
van de Katsukawa-school, vond hij zichzelf
steeds opnieuw uit. De man was niet bang om
zijn stijl en kunst te veranderen en deed dit dan
ook geregeld. Hokusai heeft toen bijvoorbeeld
ook veel schetsboeken gemaakt die door vele
kunstenaars werden gebruikt als inspiratie en
studiemateriaal.
Op zijn zeventigste had Hokusai vele werken
gemaakt, van schilderijen tot prenten, maar
hij was tegelijkertijd ook levensmoe geraakt.
Hij wilde niet meer, voor hem was het slechts
太狸記・KAMPJOURNAL
25
wachten tot de dood hem kwam halen. Op
dit punt werd zijn leven echter nog op de kop
gezet door zijn kleinzoon die al zijn spaargeld
vergokte, waardoor hij met zijn dochter uit
huis moest en toevlucht zocht tot een tempel
waar hij kon wonen. Een poos lang heeft hij
toen in de put gezeten, maar toen hij er weer
uit kwam begon hij met doen wat hij het beste
kon: prenten maken. In deze periode maakte
hij zijn meest bekende serie van prenten ‘富嶽
三十六景: fugaku sanjuurokkei (Zesendertig
gezichten op de berg Fuji).
Het bekendste werk hieruit is ongetwijfeld ‘
神奈川沖浪裏: kanagawa oki nami ura’ (De
grote golf van Kanagawa). Dit prachtige werk
is voor de meeste mensen zelfs het bekendste
werk uit heel Japan en komt daarom ook in de
westerse populaire cultuur vaak terug. Grappig
is dat westerlingen de prent vaak zien als een
afbeelding van het eeuwig dreigende gevaar
dat uit de natuur komt, met de mannen in
de boten die in groot gevaar zijn, terwijl het
toentertijd moed en wilskracht uitstraalde. De
mannen hebben werk te doen: hard roeien om
te overleven!
26
Het mooiste is misschien nog wel het
perspectief van waaruit je kijkt. Het laat je
eventjes goddelijk zijn, je staat op een plek
waar je niet kunt staan zonder meegesleurd
te worden. We hebben de mogelijkheid om
overal in het schilderij te zijn, het te ervaren, en
toch naast de spanning die het werk uitstraalt
een bepaalde rust te ervaren. De prent is
eigenlijk net zo spannend als de climax in een
Hollywoodfilm, waar mensen op het punt staan
gegrepen te worden, door de klauwen van de
golf, om zo nooit meer het licht te kunnen zien.
Ook zou De grote golf van Kanagawa moed
en doorzettingsvermogen uit kunnen stralen.
Er zitten namelijk veel mannen in de boot die
zo hard mogelijk roeien om de golf te kunnen
overwinnen. Welke uitleg dan ook de ware
mag zijn, het blijft een prachtig en inspirerend
kunstwerk dat mensen wereldwijd inspireert.
Toen Hokusai dit werk maakte was hij al 74
jaar oud. Een aantal jaren later begon hij in
de schaduw te raken van jongere artiesten
zoals Hiroshige, maar hij stopte nooit met
zijn kunst. Sterker nog, hij maakte nog een
serie prenten af toen hij 87 jaar oud was. Hij
was altijd bezig met het verbeteren van zijn
kunst en zelfs op zijn sterfbed zei hij: “Niets
van wat ik voor mijn zeventigste maakte, is echt
de moeite waard. Op mijn 73e jaar vat ik eindelijk
iets van de ware aard van vogels, dieren, insecten,
vissen en van de natuur van planten en bomen.
Op mijn tachtigste zal ik vooruitgang geboekt
hebben; in mijn negentigste jaar zal ik zelfs dieper
doordringen in de zin van de dingen; in mijn
honderste levensjaar zal ik werkelijk schitterend
zijn en op mijn honderdtiende zal elk punt, elke
lijn, voorwaar tot leven komen.” Hij mocht 88
jaar oud worden.
太狸記・KAMPJOURNAL
Moral panics in Japan
Sommige zaken worden in onze samenleving
niet getolereerd en recentelijk kwam zo
bijvoorbeeld pesten, vanwege Tim Ribberink’s
zelfmoord, in het publieke vizier. Het is
alleen niet zo dat hier continu over wordt
geschreven. Bovendien zijn er ook sociale
onwenselijkheden die tijdens een bepaalde
periode als schadelijk worden gezien, maar
later niet meer met een zeker stigma kampen.
Hier komt de zogeheten moral panic om
de hoek kijken, een fenomeen dat in elke
samenleving een rol speelt. Zo ook in Japan.
De oorsprong van het begrip moral panic
wordt veelal toegewezen aan de Britse
socioloog Stanley Cohen. Zijn omschrijving
van het concept kwam in feite neer op het
gegeven dat moderne samenlevingen geregeld
te maken krijgen met een groep mensen of
een bepaalde conditie die gedurende een
bepaalde periode niet alleen wordt gezien als
bedreigend ten aanzien van de overheersende
waarden en normen, maar zelfs de sociale
orde. Aan een incident wordt vervolgens,
in ieder geval een gedeeltelijke, verklaring
toegeschreven. De dood van Ribberink
was bijvoorbeeld de schuld van pesten.
Pesten is onwenselijk en moet dus stoppen.
Een interessant gegeven is dat op het moment
ook een dergelijke ontwikkeling in Japan
waar te nemen valt. Ook daar heeft een
zelfmoordincident de aanleiding gevormd
voor vergaande media-aandacht, die zelfs als
mediapaniek aangeduid zou kunnen worden.
Vorig jaar heeft een dertienjarige jongen
in Otsu, in de prefectuur Shiga, zelfmoord
gepleegd en ook dit werd toegeschreven
aan pestacties van klasgenoten. Zij zouden
de jongen namelijk hebben aangemoedigd
om zijn eigen leven te ontnemen. De media
pikten het vervolgens op en een oproep aan
de overheid om in te grijpen was het gevolg.
Eigenlijk ondergaan de meeste sociale
problemen in Japan, en ook elders ter wereld,
een vaste, voorspelbare cyclus. Allereerst
wordt het probleem 'ontdekt' en wordt het
gedefinieerd. Vervolgens wordt er onderzoek
gedaan naar het fenomeen en lijken cijfers
een stijging aan te duiden, waarna politieke
maatregelen worden genomen. Wat volgt
is een geleidelijke verdwijning van het
probleem. De periode van ontdekking tot
oplossen duurt gemiddeld zo'n twee jaar,
een gegeven dat duidt op een moral panic die
opkomt en langzaamaan weer verdwijnt.
Dat de media een grote rol kan spelen bij het
verloop van sociale problemen, blijkt wel
als specifieke problemen worden bekeken.
In het verleden heeft Japan bijvoorbeeld
problemen gekend met internetzelfmoord,
'援助交際: enjo kousai' (‘compensated dating’)
of de zogeheten '引き篭り: hikikomori'
(sociale terugtrekking), waarbij publieke
aandacht veel invloed heeft uitgeoefend.
太狸記・KAMPJOURNAL
27
Vooral de laatste twee voorbeelden zijn
interessant, omdat ze worden gezien als uniek
Japanse fenomenen en zelfs een weg hebben
gevonden naar niet-Japanse woordenboeken.
In de jaren '90 kwam het fenomeen enjo kousai
op: hoofdzakelijk schoolmeisjes zouden in
ruil voor geld of spullen op een date gaan
met veelal oudere mannen. Dit ging volgens
de definitie niet gepaard met seks, maar
echt ongebruikelijk was het niet. Dat het
fenomeen een vorm van jeugdprostitutie
zou zijn, werd echter al snel verspreid door
de media. Een paniekuitbraak volgde, want
jeugdprostitutie, dat kan natuurlijk niet.
Echter, statistieken geven aan dat het duidelijk
ging om een moral panic. Er zijn veel enquêtes
gehouden omtrent het probleem, maar uit
iedere enquête kwamen zeer uiteenlopende
resultaten. Toen het fenomeen in het
toppunt van de belangstelling stond gaf een
zeker onderzoek aan dat 54 procent van de
meisjes aan enjo kousai zou doen. Juist door
er veel aandacht aan te schenken werd het
probleem voor een groot deel gevormd.
Ook de hikikomori genoot flinke mediaaandacht: ze zouden zichzelf alleen maar
opsluiten in hun kamer, van sociale activiteiten
niets willen weten en zelfs contact met hun
familie schuwen. Naar school of werk gaan
was er dan ook niet bij. Wat het hikikomorifenomeen zo interessant maakt, is dat de
visie van wetenschappers op het probleem
uiteenlopend is. Hikikomori zouden volgens
sommige
wetenschappers
niet
alleen
een bepaald gedrag vertonen, maar zelfs
psychische problemen hebben. Wellicht
waren ze gewoon geestelijk niet in orde?
28
problemen, zoals de plotselinge opkomst van
otaku, wier sociale onkunde overeenkomsten
zouden vertonen met hikikomori. Ook
bijzonder is dat de verdwijning van hikikomori
uit het publieke discours werd ingeluid met
een nieuwe sociaal probleem: de NEET (not
in education, employment or training). Het is
daarom niet geheel vreemd dat er veel wordt
beweerd dat in essentie hetzelfde sociale
probleem steeds in een iets ander jasje opduikt.
Hoewel moral panics dus verklaard kunnen
worden als een wijze om te kijken naar sociale
problemen in de samenleving, zijn er echter nog
voldoende mensen die het concept afschrijven
als ongezonde paranoia. Sommige moral panics
zouden veelal gestuurd worden door groepen
die hier baat bij hebben. Sociale problemen
simpelweg afdoen als moral panic suggereert
echter dat deze niet echt bestaan, maar
grotendeels zijn gecreëerd. Een gevaarlijke
bewering, omdat er wel degelijk mensen zijn
die worden misbruikt of leven in een sociaal
isolement. De daadwerkelijke grootte van
het probleem, daar valt wel over te twisten.
Hoe dan ook, voor sociologen en
geïnteresseerden in sociale problemen is het
erg interessant om het (Japanse) nieuws in de
gaten te houden en erachter te komen welk
fenomeen nu weer in de schijnwerpers staat.
Vandaag de dag is het pesten dat het moet
ontgelden, maar wellicht dat we binnenkort
weer te maken zullen krijgen met een variant
op het hikikomori-fenomeen. Wie weet? Het
loont in ieder geval zeker om moral panics te
herkennen en hier met een kritisch oog naar te
kijken. -Wester Wagenaar
太狸記・KAMPJOURNAL
コトバによって現れた人
praten lekker met een mooie ‘Amerikaanse r,’
terwijl anderen een stuk overtuigender Japans
afleveren, zoals de tolk van Fork (voor zover ik
dat zelf als nederige niet-moedertaalspreker
kan beoordelen natuurlijk). Ook de Japanse
acteurs doen hun best en spreken Engels
wanneer dat moet, uiteraard ook in dit geval
sommigen beter dan anderen.
Sinds kort kijk ik een Japanse televisieserie
met de naam’不毛地帯: fumou chitai' (let.
'onvruchtbaar gebied') uit 2009. . De serie volgt
Iki Tadashi, een ex-strateeg uit het Japanse
leger die na een langdurig verblijf in een van
de werkkampen in Siberië terugkeert naar
Japan. Iki zweert nooit meer iets met oorlog
van doen te zullen hebben – hij is namelijk een
good guy– en besluit bij de handelscoöperatie
Kinki Shouji te werken, waar hij zich door zijn
strategisch inzicht snel omhoog werkt. Hoewel
de eerste extra lange aflevering op enigszins
dubieuze wijze het onderwerp van Japan en
de tweede wereldoorlog aansnijdt, gaat de rest
van de serie gelukkig vrijwel uitsluitend over
het wel en wee van Iki en Kinki Shouji over een
uitgestrekte periode die begint in het eind van
de jaren vijftig.
Omdat Kinki Shouji een handelscoöperatie is,
doet het veel zaken met buitenlandse bedrijven
– Iki verblijft zelfs een paar afleveringen in New
York om zich te concentreren op een deal met
autobedrijf Fork (wat natuurlijk Ford moet
voorstellen) – hetgeen betekent dat er veel
buitenlandse acteurs worden ingezet. Veel van
hen spreken alleen Engels maar een niet gering
aantal spreekt een aardig woordje Japans. Hun
taalvaardigheid varieert enorm. Sommigen
Wat me opvalt bij zowel de buitenlandse
acteurs die Japans praten als de Japanners
die Engels spreken, is dat hoe goed hun
grammatica (maar het is natuurlijk een script)
of zelfs uitspraak ook is, de intonatie (イント
ネーション) en klemtoon (アクセント) laten
vrijwel altijd te wensen over. De tolk die in een
scène namens de woordvoerder van Luckheed
(Lockheed) de Japanse pers te woord stond,
praatte in perfect gaijin-Japans, met klemtonen
die niet alleen op de verkeerde plek staan maar
ook nog eens met net iets te veel nadruk
gerealiseerd werden: ‘JIko gen’in wa SOUjuu
misu deari, Luckheed F-104 no SEInou ni
MONdai ga atta wake de wa NAI to iu koto ga
KInou hanmei shimashita.’
Andersom is het probleem net zo aanwezig.
In het Engels dat de Japanners spreken komt
de nadruk in de zin vaak op erg vreemde
plekken. Blijkbaar vonden de mensen die de
serie van ondertiteling hebben voorzien dit
zo onoverkomelijk dat ze het Engels hebben
opgenomen in de tekst, en ik kan ze niet helemaal
ongelijk geven, hoewel de gaijin dan natuurlijk
ook best ondertiteld zouden mogen worden op
de Japanse televisie. Een medewerker van Iki
stelt zijn onderhandelingspartner bijvoorbeeld
deze vraag: ‘where MIGHT that be, mister
Nacili? ’ terwijl een nadruk niet op ‘might’
maar op bijvoorbeeld ‘that’ of ‘be’ een stuk
natuurlijker zou klinken. Ook zegt deze acteur,
wiens Engels voor de rest zeker niet slecht te
noemen is, ‘power COMpanies,’ terwijl de
nadruk hier normaal op ‘power’ zou komen te
liggen.1
Achter intonatie zit een zekere logica: sommige
太狸記・KAMPJOURNAL
29
woorden worden benadrukt en andere juist
weer niet. Wat de regels hiervan zijn weet ik niet
maar ik hoef het ook gelukkig niet te ‘weten’
om het toch te kunnen gebruiken en begrijpen.
Het is in ieder geval zo dat als een taal volgens
de normale intonatie wordt uitgesproken, deze
voor moedertaalsprekers een stuk makkelijker
te volgen is. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor
(zins)intonatie, maar ook voor de klemtonen
binnen ieder woord. In het Nederlands zeg je
geen ‘PRObleem’ maar ‘proBLEEM,’ net
zoals je in het Japans niet ‘MONdai’ zegt maar
‘moNDAI’ (min of meer...). Daar komt bij dat
het Japans een redelijk aantal woorden kent
die op het eerste gezicht homoniemen lijken
maar in werkelijkheid te onderscheiden zijn op
basis van hun klemtoon. Zo betekent HAshi
‘eetstokjes’ (箸) en haSHI ‘brug’ (橋).
Iets zoals intonatie of klemtonen, wat niet
alleen belangrijk is om natuurlijker te klinken,
maar ook om makkelijker en beter begrepen
te worden, wordt stelselmatig genegeerd in
veel lesboeken (zeker in Minna no Nihongo) en
zelfs als het aan bod komt, zoals in het boek
Japanese: the Spoken Language dat ik in mijn
eerste en tweede jaar heb mogen gebruiken,
wordt er in de lessen vrijwel geen aandacht aan
besteed. Wat de reden hiervan precies is, weet
ik niet. Ik vermoed dat men ergens de hoop
heeft dat het vanzelf wel goed komt, of dat het
niet belangrijk genoeg is (wellicht omdat het
niet uit te drukken is in geschreven taal).
Het komt niet vanzelf goed. Het Japanse
klemtoonsysteem is voornamelijk gebaseerd
op verschillen in hoge en lage tonen (‘高低
アクセント: koutei akusento'), terwijl in het
Nederlands en het Engels het volume van de
stem juist de belangrijke factor is (‘強弱アク
セント: kyoujaku akusento'). Dit betekent dat
in het Japans de toonhoogten per woord min
of meer vast staan, terwijl men redelijk vrij is
om te variëren in volume. In het Nederlands
is dat precies andersom. Dit maakt het erg
moeilijk om het natuurlijk op te pikken, omdat
moedertaalsprekers van talen met een ander
klemtoonsysteem uit zichzelf nauwelijks
klemtonen die gebaseerd zijn op toonhoogte,
zoals het Japans dus, zullen oppikken. Daarom
30
is een korte uitleg van klemtonen in het Japans
gerechtvaardigd.
Het woord ‘問題: mondai' (probleem) heeft
vier klankeenheden (mora’s): mo-n-da-i (de n
is een aparte mora!). In het standaarddialect
(officieel '共通語: kyoUTSUUgo’ maar
iedereen noemt het ‘標準語: hyoUJUNgo’2)
wordt de mo laag uitgesproken, terwijl de
daaropvolgende mora’s allemaal hoog zijn:
moNDAI dus. Twee vuistregels zijn: 1) de
eerste mora van een woord is altijd anders dan
de tweede mora en 2) eenmaal gedaald zal de
toon binnen een woord nooit weer stijgen.
Helaas houdt de regelmaat daarbij dan ook min
of meer op. De rest zul je simpelweg moeten
leren. Veel ‘kanjiwoorden’ (vooral die van vier
mora’s) zijn zogenaamde ‘vlakke’ woorden (‘
平板式: henban'). Voor deze woorden geldt dat
de eerste mora laag is, en de daaropvolgende
hoog, zoals 問題 dus. Het is lang niet altijd zo,
maar je bent een stuk sneller klaar als je alleen
de uitzonderingen onthoudt. Nog een paar
handige woorden om te onthouden: KAeru
(帰) vs kaERU (変/替/換/代), miZU (水),
haNA (花/鼻), heYA (部屋), SOto (外), NAka
(中), KOe (声).
Er zijn dus wel regels maar het is en blijft
iets waar je simpelweg extra energie in moet
steken. Uiteindelijk verschilt het Japans in
dat opzicht waarschijnlijk niet veel van de
gevreesde tonen in het Chinees. Er bestaan
zelfs enkele klemtoonwoordenboeken omdat
om de een of andere reden in de meeste
standaardwoordenboeken de klemtonen van
Japanse woorden niet staan aangegeven. Een
redelijk goede is ‘日本語発音アクセント辞
典-新版: nihongo hatsuon aksuento jiten –
shinban'(let. Japanse uitspraak en klemtonen
woordenboek - nieuwe editie) (1998) van
de NHK Broadcasting Culture Research
Institute. Vooral de appendix achterin is erg
boeiend en geeft een duidelijke uitleg van de
regelmatigheden in klemtoonstructuur van de
standaardtaal en in mindere mate van die van
dialecten.
Intonatie is een stuk moeilijker omdat het,
voor zover ik weet, minder regelmatig is en
太狸記・KAMPJOURNAL
De nadruk op de eerste lettergreep van het
tweede woord leggen komt overeen met de
klemtoonstructuur van modern Japans. In het
Japanse woord ‘電力会社: denryokugaisha’
(energiebedrijf) wordt de eerste eenheid
(de) laag uitgesproken, dan alles tot en
met ga hoger, en de laatste twee (isha) weer
laag:deNRYOKUGAisha.
Met
andere
woorden: de toon daalt op de eerste eenheid
van het tweede woord (kaisha). De meeste
samengestelde woorden werken op deze manier.
Het bovenstaande woord ‘事故原因: jiko gen’in’
(oorzaak van een ongeluk), dat uit de woorden
事故 (JIko) en 原因 (geN’IN) bestaat, wordt
in samenstelling beklemtoond als jiKOGEn’in,
precies het tegenovergestelde van de klemtonen
wanneer deze woorden los worden gebruikt.
1
Grappig, want in het Nederlands hebben we
hetzelfde verschijnsel: hier spreken veel mensen
ook van ABN, terwijl de officiële term ASN
(algemeen standaard Nederlands) is.
2
sterk varieert afhankelijk van de betekenis
van de zin. Dat is een moeilijk uit de weg te
ruimen obstakel aangezien het aantal zinnen,
en dus het aantal betekenissen dat de intonatie
kan beïnvloeden, in de praktijk onbeperkt
is. Lesboeken besteden dan ook nog minder
aandacht aan intonatie dan aan klemtoon. Wel
heb ik ooit gehoord van een methode waar je
jezelf opneemt terwijl je zinnen zo perfect
mogelijk nazegt. Dit helpt waarschijnlijk bij
het ontwikkelen van je oren om naar je eigen
Japans te luisteren maar een redelijk oor is
hierbij natuurlijk een vereiste, zoals dat ook
geldt bij het ontwikkelen van je uitspraak.
Verder kan ik zelf niet veel meer zeggen over
dit onderwerp omdat ik zelf ook nog moet
werken aan mijn intonatie, いつか、なん
とか. Afgaande op het feit dat de verkeerde
intonatie in het Engels van de hierboven
beschreven Japanners zoveel uitmaakte voor
de begrijpelijkheid ervan, denk ik wel dat het
de moeite waard is om er wat meer tijd in te
steken. Dit zul je waarschijnlijk echter wel zelf
moeten doen: zeker met de huidige stand van
zaken waarbij eerstejaars het met slechts een
uur conversatieles per week moeten doen, lijkt
het helaas moeilijk om ruimte te maken voor
intonatie of zelfs klemtoon. - Milan van Berlo
太狸記・KAMPJOURNAL
31
Masterstage in Nagasaki
Zoals jullie misschien weten is de
masteropleiding vanaf dit jaar anders
opgebouwd dan voorheen. Binnen de nieuwe
MA Asian Studies kunnen studenten kiezen
uit verschillende stromingen, gebaseerd op een
regio of een discipline. Ik studeer momenteel
binnen de MA East Asian Studies, een eenjarig
programma waarbij voor een aantal studenten
de mogelijkheid bestaat om voor studiepunten
een stage te lopen in Japan. Als deel van dit
programma loop ik op dit moment met mijn
medestudent Rens Jaspers stage bij de Dejima
Restoration Office in Nagasaki.
Dejima was een kunstmatig eiland aan de kust
van Nagasaki waar Nederlanders van 1641
tot 1859 handel dreven met Japan. Dit was
een erg bijzondere situatie, omdat Japan in
deze periode een beleid van nationale isolatie
voerde, wat betekende dat Japanners het land
niet mochten verlaten en buitenlanders het
land niet in mochten. Gedurende 218 jaar
was dit kleine eilandje het enige contactpunt
dat Japan met het Westen had en Nederland
heeft in deze periode veel bijgedragen aan de
Japanse handel en wetenschap. Daarom is
32
Dejima een symbool voor de lange relatie die
Japan met Nederland heeft. Om dit bijzondere
stukje geschiedenis te bewaren, voert de
Dejima Restoration Office werkzaamheden uit
zoals opgravingen en reconstructies van de
gebouwen op het eiland.
Tijdens mijn stage houd ik me bezig met
vertalen, tolken, rondleiden en administratief
werk. Het is erg leerzaam om op deze manier
werkervaring op te doen binnen een Japanse
organisatie. Als je gewend bent om je Japans
alleen te gebruiken tijdens colleges is het
even wennen om vertalingen te maken die
太狸記・KAMPJOURNAL
gebruikt worden voor publicatie of simultaan
te tolken voor klanten. Omdat mijn collega’s
beperkte kennis van het Engels hebben en me
niet kunnen corrigeren wanneer ik een fout
maak, heb ik meer verantwoordelijkheid dan
normaal. Dit is soms wel uitdagend, maar ik
vind het erg leuk om te doen.
Wat ik niet had verwacht was alle mediaaandacht waar ik mee te maken heb gekregen.
Ik ben hier pas een paar weken, maar ik heb
nu al meerdere malen interviews gegeven voor
de televisie, kranten en de radio. Bovendien is
de lokale media hier erg populair, waardoor ik
al vaak ben herkend in de stad en zelfs buiten
Nagasaki. Ik werd er in eerste instantie een
beetje nerveus van, maar het went snel en
inmiddels doe ik het met veel plezier.
Het is ook erg leuk om rondleidingen te geven
in het museum. Hoewel ik niet gespecialiseerd
ben in geschiedenis, heb ik dankzij mijn baas
en collega’s al veel geleerd over Dejima. We
hebben kort nadat we hier kwamen zelfs
meteen een groep VIPs mogen rondleiden, die
met de eerste directe vlucht tussen Amsterdam
en Fukuoka naar Japan waren gekomen. Het is
erg jammer dat veel bezoekers uit het Westen
geen idee hebben van de rol die Nederland
heeft gespeeld in Nagasaki, maar daarom is het
des te leuker om dit te kunnen laten zien.
ook dat het niet nog wat langer duurt, want ik
heb het zo naar mijn zin dat ik hier nog lang
niet weg wil. - Lieke van Vroonhoven
Voor ik afsluit nog een paar tips:
- Dejima heeft een Facebookpagina waar veel
leuke informatie op staat (ik schrijf er zelf ook
regelmatig stukjes voor). Als jullie ons nog niet
hebben gevonden, bezoek dan eens: facebook.
com/NagasakiDejima.
- Mensen die geïnteresseerd zijn in de geschiedenis
van de Nederlanders in Japan, kan ik aanbevelen
om in het Sieboldhuis de tentoonstelling
Hollanders te bezoeken (nog tot 2 juni te zien).
Nog een aanrader is ‘De niet verhoorde gebeden
van Jacob de Zoet’, een historische roman over
het leven op Dejima van David Mitchell.
- Voor wie op de hoogte wil blijven van mijn
activiteiten tijdens mijn stage: ik houd een weblog
bij op http://liekejapan.blogspot.jp/
Verder houd ik me bezig met alles wat er op
kantoor speelt en werk ik mee als deel van de
staf. Hoewel het nog even wennen is om 40 uur
per week te werken en op mezelf te wonen in
een ver land, bevalt het leven me hier erg goed.
Het grootste minpunt van de stage vind ik dan
太狸記・KAMPJOURNAL
33
Ask Anky
Ask Anky is een adviescolumn speciaal voor de problemen van
Japanologen en Koreanisten. Dit is de laatste editie voor Anky’s adviezen,
maar de liefhebber kan Anky voortaan ook direct mailen. Voor degenen
die nog niet weten wie Anky is, lees de editorial!
Beste Anky,
Ik ging vorige week naar een sushirestaurant en daar overkwam me iets verschrikkelijks. Ik
had sushi besteld, maar ze waren rauw en moesten dus nog gekookt worden. Hoe moet ik het
restaurant laten weten dat ze niet weten hoe ze fatsoenlijke sushi moeten maken?
-Sashimushi
Beste Sashimushi,
Ik snap niet waarom de vis rauw was of waarom je überhaupt vis kreeg. Laat me om te beginnen je
spelling corrigeren want je spelt het niet als “sushi”, maar als “soesje” en daar komt ook nog eens bij
dat het meestal in meervoud wordt gezegd, dus dan wordt het “soesjes”. Als ik soesjes bestel krijg ik
normaal gesproken deegballetjes met room erin, dus niet alleen
het restaurant heeft het bij het verkeerde eind, maar het lijkt
erop dat jij ook niet correct bent geïnformeerd over soesjes.
Mijn advies is om dit restaurant te mijden en op zoek te gaan
naar een tent die wel weet hoe je fatsoenlijke soesjes maakt.
Hopelijk kun je hier wat mee. Ik wens je in ieder geval veel
succes en geen danky,
Anky
34
太狸記・KAMPJOURNAL
Allerliefste Anky,
Ik heb sinds een paar maanden een tatoeage
van Hello Kitty die mijn gehele rug bedekt.
Ik ben helemaal gek van haar omdat ze zo
populair is in Japan. Nu las ik in de TaTanukiKi
van april dat je met een tatoeage helemaal niet
in openbare baden of onsen zou mogen! Ik ga
deze zomer naar Japan en ben hier dus toch wel
erg bezorgd over. Anky, wat moet ik doen?
-HelloDavid
Beste HelloDavid,
Ik zal je iets vertellen dat je waarschijnlijk gerust
zal stellen. Het klopt dat tatoeages in Japanse
onsen over het algemeen niet toegestaan zijn,
maar het artikel vertelde niet het hele verhaal.
Een belangrijk detail is namelijk dat voor
bepaalde tatoeages een wettelijke uitzondering
bestaat. Deze uitzondering stelt dat iedereen met
een tatoeage van Hello Kitty of de Samurai Pizza
Cats niet alleen toegelaten moet worden, maar
zelfs gratis toegang moet krijgen!
Oftewel, fijne vakantie! Heel veel plezier en geen
danky,
Anky
Lieve Anky,
Ik doe al bijna een jaar Japanstudies, maar ik
heb nog stééds geen samoerailessen gekregen.
Wanneer kan ik die nou verwachten?
Liefs,
-k4t4n4
Beste k4t4n4,
Eigenlijk mag ik dit niet doorvertellen, maar ik
vind dat we het wel verschuldigd zijn aan onze
waardevolle leden om de waarheid te vertellen.
Voordat je wordt toegelaten op de opleiding
wordt er een achtergrondonderzoek naar de
familiegeschiedenis van ieder lid uitgevoerd en ik
weet niet wat voor geruchten je hebt gehoord over
samoerailessen, maar iemand heeft duidelijk uit
de school geklapt.
De enigen die van samoerailessen te horen krijgen
zijn degenen met samoerai als voorouders. Als
je niet direct van de universiteit te horen hebt
gekregen dat je samoerailessen krijgt, wil dat
hoogstwaarschijnlijk zeggen dat je van een van
de andere drie lagen van de Japanse premoderne
maatschappij (de boeren, ambachtslui of
handelaren) afstamt. Als je nu nog steeds geen
bericht over samoerailessen hebt ontvangen,
en dat geldt trouwens voor alle leden, dan kun
je ervan uitgaan dat je die uitnodiging ook niet
meer zult krijgen, dus je zou je er maar bij moeten
neerleggen.
Ik hoop dat je wat hebt gehad aan mijn antwoord.
Veel succes en geen danky,
Anky
太狸記・KAMPJOURNAL
35
‘s avonds een man...
...‘s ochtends een koning
Een Tanuki-activiteit is géén geldige reden om
een college te skippen of te laat te komen!
Wees verstandig! Wees een koning!
...of een koningin.