TaTanukiKi 2012-2013--5
Media
Part of 2012-2013 | 5
- Titel
- TaTanukiKi 2012-2013--5
- extracted text
-
太狸記
LVSJK Tanuki / 三十一周年/ 五月
Colofon
JOURNALCOMMISSIE
Carmen Loh
Wester Wagenaar
Arthur Hinsch
Asor Mustafa
Vincent Pols
Bob Rambonnet
REDACTIELEDEN
Hoofdredactie:
Carmen Loh
Vormgeving:
Carmen Loh
Eindredactie:
Bob Rambonnet
Wester Wagenaar
BESTUUR VAN TANUKI
Praeses:
Robert Beers
Ab-actis:
Annet Zwart
Hoofdredactrice:
Carmen Loh
Webmaster:
Nikki Doorn
Assessor:
Jan-Willem Slingerland
COMMISSIEVOORZITTERS
Eerstejaarscommissie:
Jan-Willem Slingerland
Feestcommissie:
Thomas Zijtveld
Jaarboekcommissie:
Myrthe Prins
Journalcommissie:
Carmen Loh
Kampcommissie:
Annette van Wanroij
Koreacommissie:
Annet Zwart
Kunst- en cultuurcommissie:
Koen de Rooij
Reiscommissie:
Robert Beers
RAAD VAN TOEZICHT
Martijn Heule
Yori van Hout
Guan van Zoggel
2
社説
Editorial van de hoofdredactrice
Met pijn in mijn hart is het aan mij om iedereen te
moeten verwittigen dat dit de laatste journal is van dit
jaar. Tevens is dit dan ook de laatste editorial die ik schrijf
als hoofdredactrice van de journal. Ik hoop dat iedereen
van de TaTanukiKi heeft genoten; het was mij een groot
plezier om ze te maken. De propagandamachine van
Tanuki neemt voor nu een pauze, maar zal in het nieuwe
jaar weer op volle toeren draaien.
Voor deze laatste editie hebben we de introductie van het
bestuur van 2013-2014, een verslag van de afgelopen
Koreaweek en weer een speciale kortingsactie, deze keer
voor sushi! Ook te lezen zijn de allerlaatste adviezen van
Anky. Hebben jullie Anky op 18 april nog gezien? Zo niet,
niet gevreesd. Ik zal de langverwachte bekendmaking niet
langer uitstellen; gelijk een goede manier om meer lezers
te trekken voor de editorial. Anky, die ons van adviezen
heeft voorzien, is niemand minder dan Mario Keijlard.
Hierbij wil ik mijn journalcommissie bedanken voor al
hun inzet, zonder hen zou de journal minder succesvol
zijn geweest. En als antwoord op de vraag die jullie
allemaal op de lippen brandt: ja, er zal taart zijn.
太狸記・五月号
目次
Op de voorkant
Inhoud
Toriniku, momo, tsukune, torikawa,
tebasaki, bonjiri, shiro, nankotsu, kokoro,
reba, sunagimo, negima, shiitake, ikada,
gyuutan, atsuage toufu, enoki maki, piman,
asuparabekon, butabara, ninniku, shishito,
ginnan, chorizo, sake, hotategai... En het
gaat maar door! Er zijn zoveel soorten
yakitori, probeer daar maar je favoriet
uit te vinden!
Deze prachtige foto is wederom
gemaakt door Jurriaan van der Meer.
TANUKI SHINBUN
Journalcommissie
4
Het nieuwe bestuur
6
Sugar, Spice and Everything nice
9
Koreaweek
11
Kunst in de EAL
12
Mentoraat
13
Interview met dr. Herber
14
JAPAN & KOREA
De strijd om internationale sympathie
17
Walvisvaart
19
De Japanse landbouwsector
21
Abenomics - Deel II
23
Terug naar het ‘echte’ Japan
25
Hokusai Katsushika
27
MEDIA
Thermae Romae
29
Harmoknight & Code of Princess
30
COLUMNS
コトバによって現れた人
31
Masterstage in Nagasaki
34
Meet & Greet met Japanse bedrijven
36
Krant Met Karakter
37
Ask Anky
38
“Ze ziet er goed genoeg uit
om een persoonlijkheid te
hebben, maar die heeft ze
niet.”
-Colin Casey
太狸記・五月号
3
De journalcommissie
De journalcommissie beantwoordt de vragen des levens. De vraag van deze keer:
Als de lucht groen was in plaats van blauw, wat voor effect zou dat dan
hebben gehad op het bestaan van cavia’s?
Getekend door Milou van Montfort.
http://milouvanmontfort.com/
4
太狸記・五月号
Wester Wagenaar
Zoals bekend wordt geacht onder de
intellectuele kringen der cavialogen, zijn cavia’s
eenvoudige creaturen die complexe zaken
als de kleur van de lucht als zeer belangrijk
ervaren. Aangezien cavia’s logischerwijs groen
niet zo’n mooie kleur achten, lijkt het dan ook
onwaarschijnlijk dat de rol van de beestjes in
het universum in een dergelijke situatie groter
zou zijn dan nu al het geval is.
Bob Rambonnet
De vraag is natuurlijk of de lucht niet allang
groen is? Want wat is groen en wat is blauw?
Als je een Vietnamees vraagt welke kleur
de voor ons groene bladeren aan de boom
hebben, dan krijg je als antwoord ‘xanh’.
Vraag je dezelfde persoon welke kleur de
lucht heeft, dan blijft het antwoord ‘xanh’.
Ook in het Japans is het onderscheid tussen ‘
青: ao (‘blauw’)’ en ‘緑: midori (‘groen’)’ niet
altijd gelijk aan het Nederlands. Met andere
woorden: cavia’s bestaan niet.
Vincent Pols
Waarom heeft de regering mijn dinosaurus
in beslag genomen en doen zij experimenten
met hem? Waarom wordt de lucht tijdens een
onweersstorm zo typerend groen en wat zou
het effect hiervan zijn op cavia’s? Een groene
lucht betekent vaak onweer of een andere
samenstelling van gassen in de atmosfeer.
Cavia’s werden 7000 jaar geleden al gehouden
door volkeren in de Andes en zij zouden door
de constante dreiging van onweer en giftige
gassen waarschijnlijk geen tijd hebben gehad
om cavia’s tam te maken.
Arthur Hinsch
Cavia’s hebben een goed gevoel voor kleur.
Ze hebben dus geen moeite om groen van
blauw te onderscheiden. Op het moment dat
de hemel groen wordt krijgen ze moeite om
de hemel te onderscheiden van hun meest
favoriete voedsel: gras. Waarschijnlijk zouden
ze beginnen met happen naar de hemel. Eet
smakelijk!
Asor Mustafa
Als de lucht groen (lees appeltjesgroen) zou
zijn, dan zou dit rampzalige gevolgen hebben
voor de wereld zoals we die nu kennen. Het
probleem ligt bij de cavia, die zoals iedereen
weet een aardige groentolerantie hebben, maar
die reikt tot 65 procent. Als de lucht groen zou
zijn, zou het groenpercentage tussen de 80 en
95 procent komen te liggen. Dit zou leiden tot
excessieve caviamutatie, wat ze binnen tien
jaar boven de mens zal stellen qua intelligentie.
En aangezien iedereen weet natuurlijk hoe
imperialistisch cavia’s van aard zijn, moeten
we die lucht blauw houden! For the sake of
men!
太狸記・五月号
5
Het nieuwe bestuur
es
s
e
a
r
P
Hey mensen! Ik word komend jaar de praeses
van Tanuki, ofwel de voorzitter van de
vereniging, en daarom schrijf ik hier een stukje
over mezelf. Het is namelijk handig om een
beetje over de praeses te weten als je hem wilt
pleasen.
Voor de mensen die mij niet kennen: mijn
naam is Albert Tiemersma, maar jullie mogen
mij Praeses noemen. Ik kom van origine uit
Easterein (Oosterend), een gezellig dorpje in
Fryslân en ik werk in het dorpje daarnaast als
barman. Daardoor kan ik zeker genieten van
een goed getapt biertje (tip 1), bij voorkeur
geserveerd onder het genot van goede muziek
zoals The Doors of Gorillaz. Natuurlijk zijn er
genoeg andere goede bands, maar dit zijn toch
wel de twee toppers. Het gespreksonderwerp
dat ik het liefst bij de muziek en bier zou willen
hebben, zou toch wel iets met Japan, Korea of
“the ‘Nam” moeten zijn. Na een paar drankjes
maakt het me niet zoveel meer uit, dan kunnen
we het desnoods nog over spruitjes hebben.
Qua eten ben ik nooit zo moeilijk; ik lust alles
wel. Wel ben ik geen grote liefhebber van
6
scherp eten, hoewel wasabi de uitzondering
op de regel vormt. Er is niet echt een gerecht
waarvoor je me midden in de nacht wakker
hoeft te maken, want ik hou ook van slapen.
Voor een reep chocolade zou ik het overigens
niet heel erg vinden, waarbij alles goed is, maar
Chocoswing van Milka toch de meeste punten
weet te scoren. Een reep Rollo, daar krijg je
ook nog punten voor, maar toch wat minder.
Ik drink al een paar jaar geen koffie meer, maar
een paar liter thee gaat er nog altijd in. Vooral
de thee uit de automaten in het Arsenaal,
want de hele ambiance om die theetjes heen is
geweldig.
Mijn lievelingsfilm is zonder twijfel
Apocalypse Now!, niet alleen omdat die
gewoonweg briljant is, maar ook omdat die
erg “quotable” is. Natuurlijk ben ik ook wel fan
van de Japanse cinema, maar ik kan hierover
nog veel leren, zo merk ik na bijna een jaar
met Koen in de Kunst en Cultuurcommissie te
hebben gezeten. Natuurlijk kan je als praeses
van Tanuki niet ontkennen dat je anime kijkt.
Voor mij is One Piece een constante in mijn
leven. Toen ik deze serie begon te kijken waren
er nog maar 250 afleveringen; nu zijn het er
bijna 600. Ik kijk daarnaast ook nog wel andere
series, ook kortere, maar niks kan tippen
aan One Piece. Zelfs niet Death Note voor
aflevering 25, waarin iets gebeurt dat de serie
verneukt (spoiler alert: L dies).
Praeses zijn van Tanuki; ik heb er zin in! Het
wordt vast een mooi jaar voor Tanuki en ik zal
hiervoor mijn uiterste best doen. We zijn heel
wat van plan en hebben heel wat voor jullie in
petto.
Als je lid van Tanuki, dan kun je in het Arsenaal
altijd op me afstappen voor vragen of gewoon
om een praatje te maken. Een theetje op
volle sterkte en zonder suiker wordt dan wel
gewaardeerd, maar is niet noodzakelijk.
Mvg,
Albert “De Praeses” Tiemersma
太狸記・五月号
melden voor een bestuursfunctie bij Tanuki.
Ik denk dat dit een geweldige ervaring zal zijn
voor mij als persoon waardoor ik me weer
verder kan ontwikkelen. Het komende jaar ben
ik van plan jullie mee te slepen naar allerlei hele
leuke dingen die wij gaan organiseren. Vooral
de feestjes natuurlijk... Nee hoor, ook buiten de
feestjes staan er uiteraard genoeg leuke dingen
te wachten!
r
o
st
Kortom: ik zal samen met mijn
medebestuursleden ervoor zorgen dat ook
jullie een geweldig jaar tegemoet gaan! よろ
しくおねがいします!- Arco “De Bank”
Oliemans
e
a
Qu
Dag mede-japanologen. Mijn naam is Arco
Oliemans en ik ben jullie nieuwe quaestor,
ofwel de penningmeester van Tanuki. Ik
zal even kort uitleggen wie ik ben. Het
belangrijkste dat je moet onthouden is dat
ik van eten houd. O ja, en ik slaap erg graag.
Daarnaast heb ik verschillende interesses,
zoals snowboarden, films en televisieseries
kijken, gamen en ook reizen. Als ik later groot
ben, dan wil ik een wereldreis maken!
Net als jullie ben ik overigens natuurlijk ook
erg geïnteresseerd in Japan. Voor mij is Japan
iets bijzonders, alles is zo anders dan hier. En
tja, ik hou van anders. Sinds ik met de cultuur
in aanraking ben gekomen is mijn interesse
steeds meer gegroeid en wilde ik steeds meer
weten over Japan en de Japanse taal. Daarom
ben ik in september 2010 begonnen met
Japanstudies en heb ik de eerste twee jaar met
een deel van jullie in Leiden gestudeerd.
Op dit moment studeer ik een jaar in Japan
aan de Waseda Universiteit in Tokyo. Het
afgelopen jaar heb ik hier heel veel mooie
ervaringen opgedaan en heb ik ook nog
geprobeerd wat wijsheid op te doen. Het
laatste jaar van mijn bachelor wil ik graag mooi
afsluiten, vandaar de beslissing om mij aan te
r ie
o
ss cat
e
s
i
As un
m
m
Co
Daar sta ik, bij de drukste uitgang van de tram.
Halte na halte: mensen in, mensen uit. Op een
gegeven moment zie ik in mijn ooghoek een
forse man waggelend opstaan en mijn richting
op lopen. “Die moet eruit” is dan ook wat ik
denk zodra hij zichzelf naast mij bij de uitgang
parkeert. Hij houdt zijn ov-chipkaart trillend
voor de lezer, maar het bekende piepje laat niet
van zich horen. Weet je wat, ik ga deze man
wat geld besparen; is wel zo aardig, aldus de
woorden die mij een gevoel van heldhaftigheid
geven terwijl ik richting de man stap en hem
een klopje op de schouder geef. Hij draait zich
om en fluistert verbaasd “Ja...?” Een walm van
‘s werelds goedkoopste whisky’s vult mijn neus
en plots wordt de reden van het waggelen en
太狸記・五月号
7
trillen van deze meneer mij duidelijk. “Ach ja,
het is ook al 6 uur ’s avonds…” denk ik. Een
goed verhaal beschrijft het leven van Odysseus
en een goed verhaal kan vast ook verteld
worden over de reden van de verplaatsing
van een meneer van “op de kaart” naar “van
de kaart”. Terwijl ik de afwisseling van door
mijn neus naar door mijn mond ademen
maak, vertel ik de meneer vol overtuiging: “U
moet nogmaals even de kaart ervoor houden,
u bent niet uitgecheckt.” Hij kijkt me aan met
een duizend meter lange staar die je normaal
alleen bij Vietnamveteranen ziet, en zegt
“Ehhhhhhh….?”, met een sterke nadruk op
de h die mijn neushaartjes, ondanks het via de
mond ademen, laat opkrullen.
“U moet het kaartje nogmaals voor de lezer
houden meneer, u bent niet uitgecheckt”
herhaal ik. Hij kijkt naar zijn kaart, de lezer,
de kaart en weer terug naar mij. Verward
houdt hij de kaart nogmaals voor de lezer en
ditmaal hoor ik wel het bekende piepje. Ik kijk
naar de meneer en zie zijn ogen kristalliseren.
Hij grijpt trillend mijn arm en zegt net hard
genoeg voor de hele tram om het hoofd te
draaien: “Bedankt jongen! Je bent echt een
heel goede jongen! Je doet me denken aan mijn
zoon! Goeie jongen!”. Ik kijk de meneer aan
en zeg “Geen probleem meneer”, net voordat
hij uitstapt. Even later stap ik zelf ook uit
met een gevoel van heldhaftigheid en goede
karma; vandaag ben ik een goede jongen, ben
ik assessor communicatie geworden en heb ik
een dronken man geholpen met uitchecken.
“Vandaag ben ik een goede jongen” denk ik
nogmaals, terwijl ik met mijn hoofd geheven
en zonder paraplu door de stromende regen
richting huis marcheer.
Ik ben Anoma van der Veere, een jongen
uit Den Haag, die alles misschien net iets te
dramatisch opvat. En niet te vergeten: ik ben
de nieuwe assessor communicatie van Tanuki.
- Anoma “De Propagandamachine” van
der Veere
8
is
t
ac
b
A
Ik loop inmiddels al weer redelijk wat jaartjes
rond bij Tanuki. Het afgelopen jaar heb ik de
feestcommissie, ofwel de feestco, geleid. Mede
door mijn lieftallige team van feestco-leden is
dit erg leuk geweest. Om nu abactis te worden
is dan ook de spreekwoordelijke kers op mijn
taartje. Het komende jaar zal ik jullie zoveel
mogelijk op de hoogte gaan houden over alle
activiteiten die gaan plaatsvinden binnen
Tanuki in een wekelijkse mail. Hierin vinden
jullie de activiteiten van de aankomende week/
weken, plus een extra rubriekje met daarin
iedere week een willekeurig feitje. Deze
kunnen informatief zijn, zoals over een aparte
kanji of een bizar historisch weetje, maar vaker
zullen ze simpelweg leuk zijn om te weten.
Mocht je overigens zelf nog leuke feitjes weten:
schroom dan niet om die aan me door te geven.
Daarnaast zijn er natuurlijk nog de
aankondigingen van alle extra activiteiten,
zoals feesten, lezingen, uitjes, wedstrijden
en nog veel meer. En hoewel jullie natuurlijk
voornamelijk van me zullen horen via de
digitale media, sta ik altijd open voor een goed
gesprek of slap geouwehoer in het Arsenaal
dan wel tijdens de vele activiteiten die we dit
jaar voor jullie in petto hebben. - Thomas
“Tepel” Zijtveld
太狸記・五月号
Feest: Sugar, Spice & Everything nice
Een piñata is een figuur dat normaal gesproken
gemaakt is van papier-maché. De buitenkant
wordt versierd met crêpepapier in allerlei
kleuren en de binnenkant wordt gevuld
met snoepjes, confetti en allerlei andere
leukigheden. Vooral in Latijns-Amerika wordt
er met veel plezier een piñata opgehangen,
waarna geblinddoekte kinderen met een
stok mogen proberen hem kapot te slaan,
om vervolgens in een regen van snoepjes
terecht te komen. Nu vragen veel mensen zich
waarschijnlijk af waarom ik dit uitleg. Het is bij
het laatste feest gebleken dat het gemiddelde
Tanuki-lid geen enkel idee heeft wat een piñata
is. Dingen waar piñata’s mee verward worden
zijn onder andere regenbogen, papegaaien,
homopino’s en Sugar Lee Hooper. Dat mocht
de pret echter niet drukken: op 2 mei werd
COC de Kroon omgetoverd tot een heus
snoepland, met als thema ’Sugar, Spice and
Everything Nice‘.
uiteenlopend muzikaal palet van MC Klapwijk
waanden we ons zes uur lang in een land van
suiker, suiker en nog meer suiker. Bij aankomst
ontving iedereen bovendien een shotje van
gummibeertjes gedrenkt in wodka, wat een
goede partystarter bleek.
Het oorspronkelijke idee van de feestcommissie
was om een stand-off te houden tussen de
feestgangers, maar toen kwam opeens Gydo
Ulenreef binnen, verkleed als Mojo Jojo.
Aangezien toch niemand van Gydo’s geniale
outfit zou kunnen winnen, werd hij unaniem
verkozen tot winnaar van de… de off.
Rond een uurtje of vier drong het tot de
meeste feestgangers door dat de volgende dag
een gewone collegedag was. Alvorens men
huiswaarts keerde, werd er door veel van de
feestgangers het een en ander opgeruimd
(waar de feestcommissie jullie overigens erg
dankbaar voor is). Daarna trok iedereen
alsnog, moe en voldaan en misschien met
een lichte sugar rush, huiswaarts. In menige
buikjes zat ondertussen een hoeveelheid snoep
waar menig piñata jaloers op zou zijn geweest.
- Sander Toet
De muren waren bedekt met cupcakes,
Powerpuff Girls en pepertjes. Er hingen zelfs
suikerspinnen aan het plafond. De outfits
waren veelal in thema, met veel felle kleuren,
hier en daar een zure mat en natuurlijk
veel glitters. Onder begeleiding van een
太狸記・五月号
9
Koreaweek: een grote dosis Korea
Van 8 tot 12 april stond Tanuki in het thema
van Korea. Als activiteit van het tweede
semester had de Koreacommissie besloten om
de handen uit de mouwen te steken en Tanuki
een grote dosis Korea toe te dienen: een week
lang, elke dag een andere activiteit.
gedanst op alles wat de popscene van het
land te bieden heeft. Een geslaagd afsluiten
van een verbazingwekkend geslaagde week. Kayleigh Herbrink
Deze week werd geopend op 8 april met een
beginnerscursus taekwondo in het USC.
Bezocht door een handjevol mensen, werd deze
klas gegeven door een voormalig taekwondobeoefenaar en een aankomend taekwondodocent. De les was intens en informatief, maar
vooral heel erg leuk. Het geeft toch wel een
kick als je een trap leert die je alleen in films of
bij de Olympische spelen ziet.
Op dinsdag werd de Koreaanse film Legend
of the 7 Cutter vertoond nadat de geplande
film Hurricane niet bleek te werken. Onder
het genot van versgemaakte kimbap, kimchi en
Koreaanse zoutjes, keek een man of twintig
gezellig mee.
De clinic van de gebruikelijke K-pop-dansgroep
werd eveneens goed bezocht. Zowel vrouw als
man waagde zich aan de verleidelijke pasjes
van SNSD en de girl power moves van 2NE1.
Intens, doch zeer vermakelijk.
Als laatste activiteit voor het grote feest werd
er die donderdag een lezing gegeven over de
Do’s en Don’ts in Korea door Geert Scholten.
Wat begon als een formele lezing ontpopte
zich al snel tot een verslag van de avonturen
van Geert in Seoul. Desalniettemin was de
activiteit zeer leerzaam voor hen die nog nooit
in Korea waren geweest en werd ons tot onze
verbazing bekend gemaakt dat de Koreaanse
ambassade ook was komen opdagen (samen
met een grote hoeveelheid Koreaanse drank.
Score!).
Tot slot was er op de vrijdagavond het grote
K-pop feest in Dok2. Dankzij de ambassade
kon iedereen proeven van de drankcultuur
van Zuid-Korea en er werd enthousiast
太狸記・五月号
11
Kunst in de EAL
Kunst is een breed en interessant onderwerp
om te bestuderen, of je je nu richt op Hiroshige
of moderne kunst. De East Asian Library huist
juist daarom een grote hoeveelheid aan boeken
met en over kunst. Twee collecties die ik in het
bijzonder wil toelichten, zijn de JAC-collectie
en de kunstcollectie.
De kunstcollectie bestaat uit bijna 700
grote, in kleur geprinte, kunstboeken over
traditionele kunstvormen. Denk bijvoorbeeld
aan prentkunst, ‘根付: netsuke’ (met de
hand gesneden gordelknopen), kalligrafie
of keramiek. De boeken zijn een must voor
iedereen die onderzoek doet naar deze
kunstvormen.
Je kunt in de catalogus altijd simpel een
zoekterm invoeren (bij Leiden Collections)
zoals ‘calligraphy’, indien je bijvoorbeeld
boeken over kalligrafie zoekt. De meeste
boeken zijn zo te vinden, maar als je specifiek
wilt bladeren door deze collectie, zoek dan
bij Advanced Search op Shelfmark: ‘KUNST’.
Zo vind je alle boeken in de kunstcollectie.
Boeken uit deze collectie zijn overigens niet te
leen maar kunnen in de bibliotheek wel rustig
bekeken worden.
De andere noemenswaardige collectie is de
JAC-collectie. ‘JAC’ staat voor ‘Japan Art
Catalog’ en is een project van het National Art
12
Center in Tokio. Dit project levert catalogi
van Japanse kunsttentoonstellingen aan
vier instituten in het buitenland, waaronder
onze East Asian Library. De collectie omvat
catalogi van recente maar ook oudere
kunsttentoonstellingen, over zowel moderne
als traditionele kunst. Veel van de catalogi gaan
over het werk van één kunstenaar en de meeste
van deze kunstenaars zijn in het buitenland
vaak niet bekend. De catalogi in de collectie
zijn vaak alleen te krijgen via het museum waar
de tentoonstelling heeft plaatsgevonden en
daarom is deze collectie ook bijzonder uniek!
De East Asian Library heeft tot nu toe ruim
1500 boeken in deze collectie en de collectie
wordt steeds verder uitgebreid. Je kunt in
de catalogus (bij Leiden Collections) zoeken
naar de naam van een kunstenaar. Als je
een specifieke tentoonstelling zoekt, kun je
overigens ook zoeken op de naam van het
museum. Wil je een beetje bladeren door de
collectie, zoek dan bij Advanced Search op
Shelfmark: ‘JAC’ . Je krijgt dan alle boeken uit
de collectie te zien. De boeken uit deze collectie
zijn bovendien niet alleen aanvraagbaar via de
catalogus, ze zijn ook te leen!
Meer informatie over over het JAC project vind
je op http://www.nact.jp/english/art-library/
jacproject.html. - Carola van der Drift
太狸記・五月号
Mentoraat
Alle eerstejaars worden in het eerste semester
in groepjes begeleid door studentmentoren.
Een belangrijk doel hiervan is de nieuwe
student wegwijs te maken binnen de opleiding
en de universiteit, uitleg te geven over
allerlei aspecten van de studie, socializen en
vakinhoudelijke ondersteuning. Afhankelijk
van waar de studenten hulp mee nodig
hebben, proberen de studentmentoren onder
begeleiding van de docenten bij te springen.
Samen met de mentoren wordt bijvoorbeeld
collegestof besproken, maar ook wordt
geholpen met zaken als tentameninschrijvingen
waar nodig.
Studentmentoren hebben vanzelfsprekend
zelf ook uiteenlopende interesses, iets wat tot
uiting komt in de vele soorten focusvakken
en vanaf komend jaar ook binnen de nieuwe
opzet van het BA2- en BA3-programma
van Japanstudies. Het mentoraat biedt je
de mogelijkheid om aan je medestudenten
verschillende aspecten van het Japans en
Japan te introduceren, en ze zo reeds te
enthousiasmeren voor de keuzeseminars in
het tweede jaar (en om te laten zien waarom jij
de Japanse linguïstiek, geschiedenis, kunst of
politiek juist zo interessant vindt!). Dit is wat
twee van de mentoren van afgelopen jaar over
het mentoraat te zeggen had:
“Mentoraat geven is het op weg helpen van
de jongerejaars zoals je zelf ook op weg bent
geholpen door jouw mentoren. Struikelblokken
worden besproken en je kan ze in een casual
omgeving lekker laten oefenen. Het is een manier
om je kennis over de valkuilen van de studie
te delen zodat fouten niet herhaald hoeven te
worden. Maar meer dan al dat: het is leuk! Je leert
een hoop nieuwe mensen kennen en je leert ook
een hoop over jezelf!”
-Frank Floris
“Mentoraat is anders dan een ‘echte’ docent
zijn. Hier kwam ik al snel achter. De klas bestaat
voornamelijk uit leeftijdsgenoten en wellicht
enkelen die een goed aantal jaren boven jezelf
uitsteken. Het is erg interessant om beide groepen
te helpen en ik kwam er al snel achter dat er geen
wezenlijk verschil is tussen de twee aangezien ze
beide hunkeren naar meer inzicht in de Japanse
taal en cultuur. Dit gekoppeld aan het feit dat
Japan ons kan voorzien van talloze geweldige
manieren om de taal en cultuur te leren, heeft het
mij in ieder geval een interessante nieuwe ervaring
bijgebracht die me heeft geleerd creatieve dingen
voor te bereiden en dit over te brengen op een
groep mensen.”
- Jim Gubbels
Ook zelf zie ik het mentorschap als een hele
positieve (en leuke) ervaring. Je leert makkelijk
mensen uit een ander jaargang kennen, je
kunt mensen helpen met zaken waar je zelf
in het eerste jaar ook moeite mee had en je
werkt bovendien samen met andere mentoren
en docenten in het opzetten van een leuk en
handig programma voor de eerstejaars. Het
kan bovendien geen kwaad om zelf ook nog
eens alle woordjes en grammatica uit het
eerste jaar te herhalen! Omdat er altijd wat
te verbeteren valt, zijn suggesties voor het
mentoraat altijd welkom, maar meer nog dan
dat: je aanmelding.
Als studentmentor ben je voornamelijk actief
in het eerste semester, waarbij je wekelijks
een mentoraat verzorgt van (maximaal) twee
uur. Omdat deze mentorgroepjes door twee
personen verzorgd worden, zijn aanmeldingen
met twee personen ook mogelijk! Ben je
geïnteresseerd in het begeleiden van de
aankomende eerstejaars? Wil je een functie
vervullen die bovendien mooi op je CV staat?
Stuur dan een bericht naar mevrouw De Jong
via t.h.m.de.jong@hum.leidenuniv.nl.
Ook eerstejaars studenten die verwachten
de propedeuse te kunnen halen mogen alvast
reageren.
太狸記・五月号
13
Interview met Dr. Herber
“Wanneer ik in Japan kom
ga ik meteen lekker eten,
lekker thee drinken en hou
ik van onsen en Japans bier. ”
Q: Wat was uw motivatie om Japans in
Leiden te gaan studeren?
A: Toen ik op de middelbare school zat heb ik
heel veel aan karate gedaan en ik ben daardoor
geïnteresseerd geraakt in de Japanse taal. Ook
was ik geïnteresseerd in de Japanse literatuur
en film, maar ik had toen nog niet echt voor
ogen wat ik er later nou mee zou kunnen doen.
Toen ik aan de studie begon waren we met
tachtig eerstejaars. Dat was in een tijd waarin
het economisch nog heel goed ging met Japan.
Veel mensen begonnen aan de studie omdat het
hen, vanwege de economische situatie, handig
leek. Heel wat mensen vielen af. Logisch, want
als je er geen persoonlijke interesse in hebt, kan
het nog echt moeilijk zijn.
In mijn tijd waren er ook meer docenten die
gericht waren op het klassieke Japan. Als je
onderzoek deed naar het moderne Japan,
kreeg je vaak te horen dat alles wat zich na de
Meiji-tijd afspeelde niet bepaald als interessant
wordt beschouwd. Maar natuurlijk werden er
ook politieke en economische vakken gegeven.
14
In mijn derde jaar heb ik een vak gevolgd met
de naam ‘Recht en Samenleving’. Ik geef nu
een vak met dezelfde naam; dit vak is dus niet
door mij bedacht. Ik heb die naam bewust
overgenomen om ervoor te zorgen dat er een
continuïteit is tussen de colleges van destijds
en nu. De docent die toen dat vak gaf had veel
contacten met Japanse ministers van justitie
en bij een van die ministers ben ik uiteindelijk
ook in Japan gaan studeren. Mijn scriptie ging
toen over schuldbekentenissen in Japan. Ik
ben tijdens mijn studie in Nederland naar een
lezing geweest van deze Japanse minister en zo
waren we aan de praat geraakt.
“Met deze studie krijg je
een andere kijk op Japan,
maar ook op Nederland.”
Q: En vervolgens naar Japan?
Toen ik klaar was met mijn Doctoraat
(gelijkwaardig aan de huidige MA) in
Nederland, wou ik aan de universiteit van
太狸記・五月号
Tsukuba studeren, maar mijn diploma werd
alleen herkend als bachelor en dus moest ik
nog een master doen in Japan, waardoor ik
uiteindelijk zeven jaar in Japan bleef. Dankzij
mijn professor in Japan kreeg ik veel contacten
en heb zo interviews gehouden met politici,
ministers van justitie en rechters. Ook heb ik
de verhoorarchieven in kunnen kijken. Ik hield
me toen bezig met een beroemde moordzaak,
maar ik heb drie maanden moeten vechten met
de bureaucratie van het openbaar ministerie
om dit soort documenten te kunnen inzien.
De
film
‘それでも僕はやってない:
Soredomo Boku wa Yattenai’ (I Just Didn’t Do
It) geeft trouwens een goed beeld van Japanse
verhoorpraktijken. In de laatste tijd is er echter
een consensus aan het ontstaan dat er meer
openheid van zaken gegeven moet worden
en er wordt steeds meer van het verhoor
opgenomen. Vanuit Japan en Europa is veel
aandacht voor onderzoek naar hoe men meer
openheid kan bereiken.
“Dankzij mijn professor in
Japan kreeg ik veel contacten
en heb zo interviews gehouden
met
politici,
ministers
van justitie en rechters.”
Q: Na uw tijd in Japan bent u drie jaar als
freelance tolk en vertaler te werk gegaan.
A: Ja, dat was leuk werk, maar ook een beetje
om gek van te worden. Je wist nooit wat je te
wachten stond en het was ook nog eens zeer
onregelmatig werk. Op het ene moment sta je
bij Bosch in Tilburg in het Japans uit te leggen
dat er geen braampjes mogen komen op een
bepaald elementje en houdt je je bezig met
termen waarvan je in het Nederlands niet eens
weet waar ze voor staan. De volgende dag sta je
in de rechtszaal bij een echtscheidingszaak en
tolk je voor de rechter, terwijl hij het heeft over
de pensioenverevening. Met een beetje geluk
kan je de rechter vragen om het rustig aan te
doen. Vaak blijkt dat de Japanse kant wel denkt
aan de tolk, terwijl Nederlanders dat minder
doen. De dag daarna gaat het dan bijvoorbeeld
over mechanische scheikunde. Ik heb gemerkt
dat het in discussies tussen bedrijven vooral
gaat over het overbrengen van technische
informatie. Dan maakt het niet zo veel uit als
je zin nou eens een keertje krom is. Verder heb
ik ook vertalingen voor de NOS gedaan. Dit
soort werk is wel dynamisch, maar stressvol.
Wel heb ik ervaren dat je als tolk relatief
meer verdient dan als vertaler van schriftelijk
materiaal.
“Als je onderzoek deed naar
het moderne Japan, kreeg
je vaak te horen dat alles
wat zich na de Meiji-tijd
afspeelde niet bepaald als
interessant wordt beschouwd. ”
Je wist nooit hoeveel werk je in een maand
zou hebben. Vaak hadden sommige mensen
maar een keer per jaar je diensten nodig.
Tegen de tijd dat de economische bubbel
begon te barsten merkte ik ook dat mensen
het niet nodig vonden om een tolk te regelen.
Men dacht opeens er ook wel met Engels uit
te kunnen komen, maar na drie dagen word
je er dan toch bijgeroepen omdat men er niet
uitkomt. Als je constant je telefoon in de gaten
hield was er vaak nog wel werk te vinden, maar
het laat zien dat er snel op tolken bezuinigd
wordt als het economisch wat minder gaat.
Uiteindelijk wilde ik toch heel graag verder met
mijn onderzoek en via het Japan Prizewinners
Program (JPP) ben ik de Universiteit Leiden
binnen gekomen.
Ik geef op dit moment heel veel onderwijs,
太狸記・五月号
15
maar als het even kan ga ik er in onderwijsvrije
periodes meteen tussenuit voor onderzoek en
ik hoop om dat van de zomer weer te doen.
Nu ben ik vooral bezig met schrijven en ik
streef ernaar om een boek uit te brengen over
criminaliteit in Japan.
Q: Wat vindt u het leukste aan Japan?
A: Ik heb natuurlijk zeven jaar in Japan gezeten
en veel van mijn beste vrienden zitten daar.
Die zoek ik dan natuurlijk op als ik daarheen
ga. In Japan heb ik ook ontdekt dat klimmen
een leuke sport is. Er zijn in Japan heel veel
plekken waar je goed kan klimmen en dat deed
ik dan ook veel met mijn vrienden. Wanneer ik
in Japan kom ga ik meteen lekker eten, lekker
thee drinken en hou ik van onsen en Japans
bier. Daarnaast ga ik ook best vaak naar de
boekwinkel.
dat goed Japans spreekt nog steeds heel
beperkt en daarnaast is Japan nog steeds een
economische grootmacht om rekening mee te
houden. Met deze studie krijg je een andere
kijk op Japan, maar ook op Nederland. In mijn
ervaring maakt ook het feit dat je een Europese
achtergrond hebt, je aantrekkelijk voor Japanse
bedrijven die relaties hebben met Europa.
Als je er interesse in hebt is de vraag eigenlijk
niet ‘waarom zou je het doen?’, maar ‘waarom
zou je het niet doen?’!
Dr. Herber, bedankt voor dit interview.
Interview gehouden door Arthur Hinsch
Q: Waarom zou u Japanstudies aanraden?
A: Ik kan het alleen maar aanraden als je het
ook echt leuk vindt. Met deze studie zijn er
heel veel mogelijkheden en je kunt alle kanten
op; vooral als je bereid bent om een tijd naar
Japan te gaan. Wereldwijd is het aantal mensen
16
太狸記・五月号
De strijd om internationale sympathie
Ondanks dat de aandacht in Oost-Azië
momenteel veelal ligt bij de “Noord-Koreaanse
dreiging”, is het territoriale probleem in de
Oost-Chinese Zee nog steeds sterk aanwezig in
het politieke discours. De Senkaku-eilanden, in
China bekend als de Diaoyu, worden geclaimd
door Japan, China en Taiwan en een oplossing
is nog altijd ver weg. Recentelijk, op 23 april,
heeft China zelfs een recordaantal van acht
schepen van de China Marine Surveillance
in de territoriale wateren van de eilandgroep
gestuurd, wat de spanningen wederom deed
oplaaien. Zowel China als Japan passen een
zekere tactiek toe: via de diplomatieke weg
internationaal begrip verzamelen om hiermee
hun standpunt kracht bij te kunnen zetten.
China richt zijn pijlers met name op de
Japanse oorlogsmisdaden en agressie tijdens
de Tweede Wereldoorlog en het feit dat Japan
zich daar nog steeds niet voldoende voor heeft
verontschuldigd. Een land dat dergelijke zaken
niet onder ogen zou zien, zou onmogelijk
een leidende positie in de Aziatische
gemeenschap mogen genieten, aldus een deel
van de Chinese berichtgeving. Hiermee poogt
Beijing waarschijnlijk een deuk te slaan in de
belangrijke positie die Japan nog steeds bezit
in Azië, maar ziet deze ook de kans schoon om
de zogenaamde Japanse veiligheidsidentiteit,
die zou berusten op vrede, onderuit te kunnen
halen.
Dat is namelijk een van de dimensies waar de
Japanse overheid zich op richt. De Japanse
identiteit zou een van vrede en democratie zijn
en Japan is op zijn beurt een land dat zich goed
houdt aan de regels van het internationale spel.
Japan zou zich conformeren naar de normen
en waarden die in het internationale circuit
gelden, dit in tegenstelling tot China. Het
overzeese buurland zou namelijk een agressor
zijn die een dreiging vormt ten opzichte
van de vreedzame co-existentie tussen de
twee landen. China als bedreiging dus, een
gedachtegoed dat ook hier tot de verbeelding
lijkt te spreken.
Hoewel China en Japan modder naar elkaar
gooien, zijn de twee echter wederzijds
van elkaar afhankelijk op onder andere
economisch gebied. Nadat de Japanse overheid
had besloten om de Senkaku-eilanden van de
particuliere eigenaars te kopen in september
2012, zagen we in de berichtgeving van het
Japanse Ministerie van Buitenlandse Zaken
太狸記・五月号
17
steeds een nadruk op het belang van de SinoJapanese relaties. Desalniettemin focust
Tokyo zich niet alleen op het belang van een
goede relatie tussen de twee landen, want
recentelijk heeft Abe Shinzou, de huidige
Japanse minister-president, kritiek geuit op
het Chinese onderwijs. Die zou namelijk
overwegend anti-Japans zijn. Een gegeven dat
China op zijn beurt weer van de hand doet als
propaganda ter bevordering van de theorie die
China als dreiging afschildert.
Het territoriale dispuut is dus allang niet
meer beperkt tot het willen bezitten van de
eilandgroep en de economische zone die
hiermee gepaard gaat, maar is het speelveld
geworden waarin China en Japan het tegen
elkaar kunnen opnemen. Dit gaat (nog?) niet
gepaard met een daadwerkelijk militair conflict,
maar weet toch een goede weerspiegeling te
geven van de situatie die zich op dit moment in
Azië ontvouwt. Veel wetenschappers plaatsen
de huidige ontwikkelingen omtrent het
territoriale conflict namelijk in de context van
machtswisseling: China wint internationaal
gezien aan belang, terwijl de macht van Japan
relatief gezien aan het afnemen is. Dit zou de
nodige fricties veroorzaken.
opkomst van China mogelijk heeft gemaakt
en ook nu nog zou dit een belangrijk deel
uitmaken van de manier waarop Japan
en China met elkaar omgaan. De recente
uitspraken jegens China zouden we dan vooral
kunnen verklaren doordat Japan intern tot
dergelijke zaken zou worden gedwongen.
Omdat de Japanse overheid in Japan namelijk
als ‘zwak’ wordt gezien en China de rol van de
‘agressieve tegenstander’ zou bezitten, voelen
Japanse politici zich gedwongen om sterkere
maatregelen te nemen.
Wat de oorzaken ook precies mogen zijn, het
is vrij duidelijk dat China en Japan erg hun
best doen om sympathie te verzamelen van
de internationale gemeenschap. Hoewel beide
landen wederzijds van elkaar afhankelijk zijn,
lijken de bilaterale relaties er helaas allerminst
beter op te worden. - Wester Wagenaar
Niet iedereen kan zich echter in deze gedachte
vinden. Wetenschappers zoals Linus Hagström
beweren juist dat Japan voor een groot deel de
18
太狸記・五月号
Walvisvaart
De connectie tussen walvisvaart en Japan
is snel gemaakt; van alle landen waaruit de
walvisvaart nog steeds bedreven wordt, zoals
Noorwegen, Canada, Ijsland en Rusland, zijn
het de Japanse walvisvaarders die de meeste
media-aandacht krijgen. Lezen we niet over een
incident tussen activisten en walvisvaarders
in de krant, dan zien we wel een reclame voor
het tv-programma Whale Wars (dat overigens
niet wordt uitgezonden door SBS6, maar
door Discovery Channel). Zelfs South Park
wijdde er in een recent seizoen een aflevering
aan. Opvallend genoeg kondigde Zuid-Korea
afgelopen jaar aan eveneens te beginnen met
het jagen op walvissen, waarbij het zich net
als Japan beroept op de uitzondering voor
wetenschappelijke doeleinden.
De walvisvaart wordt sinds 1946 deels
gereguleerd
door
de
Internationale
Walvisvaartcommissie. Daar de commissie
voornamelijk bestond uit landen die zich
met walvisvaart bezighielden, waaronder
de Verenigde Staten en Japan, was het
oorspronkelijke doel van de commissie om de
industrie te beschermen door de walvisvaart
te reguleren. Met verloop van tijd lijken deze
doelen echter te zijn veranderd, onder andere
door de opkomst van een sterke lobby tegen de
walvisvaart. In 1986 werd er dientengevolge
een moratorium ingevoerd op commerciële
walvisvaart door lidstaten van de IWC, waarbij
een uitzondering voor wetenschappelijke
doeleinden werd opengelaten. Overigens moet
hierbij opgemerkt worden dat dit verbod nog
steeds op fel verzet stuit en bovendien tot stand
kwam onder interessante omstandigheden.
De connectie tussen walvisvaart en Nederland
ligt voor de meesten misschien minder
voor de hand. Toch kent ook Nederland
een lange geschiedenis van walvisvaart, die
al begon in de 17e eeuw. Al snel hadden
Nederlandse walvisvaarders de dichtsbijzijnde
walvispopulaties echter nagenoeg geheel
uitgeroeid. Omdat de Nederlandse walvisvaart
in verre gebieden toen nog niet commercieel
houdbaar bleek, stierf deze in de 19e eeuw
een stille dood. Na de Tweede Wereldoorlog
wilde de ‘Nederlandsche Maatschappij voor de
Walvischvaart’ weer een Nederlandse bijdrage
aan de walvisvaart leveren. Ondanks de vangst
van meer dan 27.000 walvissen bleek het
opnieuw geen commercieel succes en in 1964
werd het bedrijf in feite opgeheven.
太狸記・五月号
19
Inmiddels is de positie van Nederland sterk
veranderd. In een gezamelijke verklaring
afgelopen december verklaarden Australië,
Nieuw-Zeeland, de Verenigde Staten en
Nederland zich ‘scherp tegenstander van
de walvisvangst, ook onder het mom van
wetenschappelijk onderzoek’. Er is echter nog
een ander interessant aspect dat vermeld moet
worden: de juridische positie van Nederland.
De eerder genoemde beweging Sea Shepherd is
bijvoorbeeld gevestigd in Nederland en in ieder
geval twee van hun schepen varen onder de
Nederlandse vlag. Al meerdere malen heeft de
Japanse overheid zich bij Nederland beklaagd
over de methoden die Sea Shepherd gebruikt
om de Japanse walvisvaarders te hinderen
en al meerdere malen is de Nederlandse
ambassadeur door Tokio hiervoor op het matje
geroepen.
Een ander interessant juridisch aspect heeft
niet zozeer te maken met Nederland zelf,
maar met het Internationaal Gerechtshof
dat gevestigd is in Den Haag. Daar heeft
de Australische overheid een rechtszaak
aangespannen tegen de Japanse overheid,
omdat Australië meent dat Japan zich onder
andere niet houdt aan de uit de Internationale
20
Conventie voor de Regulatie van Walvisvaart
voortvloeiende verplichtingen. Zo stelt de
Australische overheid in deze zaak dat JARPA
II, officieel het Japanse walvisvaartprogramma
voor onderzoeksdoeleinden, in strijd is met de
verplichting om de commerciële walvisvaart te
beëindigen. Australië eist daarom dat Japan dit
programma en daarmee de walvisvaart, staakt.
Ook Nieuw-Zeeland heeft zich in de zaak
gemengd omdat het een eigen interpretatie
met betrekking tot de uitzondering voor
wetenschappelijke doeleinden aan het Hof wil
voorleggen. Aanvankelijk waren beide landen
van plan de klacht gezamelijk aan het Hof
voor te leggen, maar om tactische redenen is
uiteindelijk besloten dit anders te doen.
Vanaf woensdag 26 juni tot en met dinsdag
16 juli zullen openbare hoorzittingen
plaatsvinden in het Vredespaleis in Den
Haag. Deze zittingen zullen mogelijk via het
internet te volgen zijn, maar in ieder geval
zullen de opnames later op de website van
het Internationaal Gerechtshof geplaatst
worden. Indien je op de hoogte wilt blijven van
de laatste ontwikkelingen omtrent de zaak,
althans voor zover dat officiële documenten
en persberichten betreft, dan kun je die
hier vinden: http://www.icj-cij.org/docket/
index.php?p1=3&p2=1&case=148. - Bob
Rambonnet
太狸記・五月号
De Japanse landbouwsector
Vorige keer heeft Wester al een kritische kijk
genomen op de Trans-Pacific Partnership (TPP).
Hij merkte toen op dat de Japanse primaire
sector een groot obstakel is voor het sluiten
van een dergelijke handelsovereenkomst. Door
de massale import van landbouwproducten
vrezen Japanse boeren dat hun competiviteit
verminderd zal worden. Inderdaad, Japan
heft tegenwoordig op rijst bijvoorbeeld een
importbelasting van achthonderd procent
om de boeren te beschermen. Wat is er zo
speciaal aan de Japanse primaire sector dat een
dergelijke importbelasting als legitiem wordt
beschouwd?
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog
werd Japan geconfronteerd met een serieus
voedseltekort. Destijds hadden boeren
geen eigen land en waren zij verplicht om
land te pachtten van hun landheren. Na
de hervormingen van 1945-1948 waren
landheren verplicht om hun land af te staan
aan de boeren die, nu met eigen land, zo meer
gestimuleerd waren om meer te produceren.
Dit was een effectief middel dat een einde
maakte aan de naoorlogse hongersnood. Een
andere maatregel die geïntroduceerd werd,
was een verhoging van de prijs van rijst.
De bedoeling was dat zo het inkomen van
rijstboeren verhoogd zou kunnen worden. Dit
was tot op zekere hoogte succesvol, maar het
resulteerde er ook in dat veel boeren rijst gingen
verbouwen. Tegelijkertijd daalde de productie
van andere landbouwgoederen. Daardoor viel
het Japanse zelfvoorzieningspercentage terug
van 79 procent in 1960 tot 40 procent in 2005
en het percentage voor graan is zelfs maar 10
procent.
Matsuo Banba is een van de weinig
overgebleven voltijd rijstboeren in Japan. Hij
zet zich elke dag intensief in om zijn rijst te
verbouwen. In het huidige Japan is dit allang
niet meer vanzelfsprekend. De meeste mensen
die zich bezighouden met de landbouw zijn
tegenwoordig part-time boeren die tachtig
procent van hun salaris verdienen met een
andere baan. Dit is natuurlijk voordelig voor
het algemene landschapsbeeld, omdat op deze
manier landbouw meestal klein van schaal
is, maar aan de andere kant is van het totale
aantal boeren daardoor slechts twintig percent
als voltijd boer actief en wordt economische
competitie niet gestimuleerd. Part-time
boeren investeren meestal weinig en zijn niet
goed bekend met de echte kunst van landbouw.
Maar het enorme aantal van dat soort parttime boeren is goed vertegenwoordigd in een
netwerk voor de Japanse landbouw: Japan
Agriculture (JA). Mede door haar connecties
met de LDP is deze groep de meest invloedrijke
lobbyorganisatie in Japan.
Een mogelijk lidmaatschap in de TPP of
een vrijhandelsakkoord met de EU zal veel
negatieve invloed kunnen hebben op de
Japanse landbouw. Bovendien valt op dat Japan
meestal vrijhandelsakkoorden heeft gesloten
met landen die geen grote exporteurs zijn
van primaire producten. Omdat de Verenigde
太狸記・五月号
21
Staten en de Europese Unie dat juist wel zijn,
zijn die onderhandelingen een stuk moeilijker.
Daarnaast lopen buitenlandse regeringen
ook op tegen het feit dat Japan geen centrale
instantie heeft die besluit over het landelijke
handelsbeleid. Het grootste probleem is dat
de vier ministeries die hierbij betrokken zijn,
over de handelingen van de ander een veto
kunnen uitspreken. Dat betekent dus dat
onderhandelingen meteen stopgezet kunnen
worden wanneer slechts één ministerie het niet
meer ziet zitten.
Maar ook het probleem van de vergrijzing die
in Japan extreme vormen heeft aangenomen,
is terug te vinden in de landbouwsector. In
2011 was de gemiddelde leeftijd van een
Japanse boer 65,9 jaar. Ook in het netwerk van
Japan Agriculture is 42 procent van de leden
boven de zeventig. Jonge opvolgers zijn echter
schaars en als gevolg komt er steeds meer land
zonder eigenaar te liggen. Tegenwoordig is
dat al ongeveer tien percent van alle potentiële
landbouwgrond.
Het is interessant om te zien dat het ook
het imago van de landbouw in Japan aan
sterke verandering onderhevig is. Het wordt
bijvoorbeeld meer en meer beschouwd als
een mogelijkheid tot recreatie. Mensen die
met pensioen gaan huren vaak land om zelf
groenten te kweken. De stad Naruko in de
prefectuur Miyagi is daar een goed voorbeeld
van. Deze stad had ooit een sterke toeristische
sector, maar door de economische recessie
kwamen er steeds minder mensen naar
Naruko. Landbouw bleek een goed alternatief.
De stad heeft een programma opgezet
waardoor mensen vanuit de wijde omgeving
naar Naruko komen om over werk op het veld
te leren. Het feit dat iedereen harmonieus en
op voet van gelijkheid samenwerkt, is een van
de sterke punten van deze nieuwe vorm van
tijdverdrijf.
biologische boerderijen en eetgelegenheden
zoals het Pure Café in Omotesando. Deze
consensus omtrent biologische producten is
echter niet zomaar ontstaan. Omdat het door
de overheid aantrekkelijker werd gemaakt om
veel te produceren, werden er veel chemische
hulpmiddelen gebruikt om de productie
te bevorderen. Hiroshi Ohira besloot om
te beginnen met een organische boerderij
nadat zijn vader overleed aan een overmatige
inhalatie van pesticiden. Ohira’s boerderij
functioneert nu als ‘school’ voor andere
boeren in de omgeving. Natuurlijk is het ook
belangrijk dat consumenten bereid zijn om
de iets hogere prijzen te betalen. Biologische
restaurants en cafés zijn een goede manier om
een duurzaam bewustzijn bij de consument te
creëren.
De Japanse primaire sector ondergaat veel
veranderingen. Toetreding tot de TPP zal
onvermijdelijk een vloed van goedkope,
buitenlandse landbouwproducten tot gevolg
hebben, maar niet iedereen is daar negatief
over. Professionele boeren, zoals Masao
Banba, maken zich bijvoorbeeld geen zorgen.
Door lidmaatschap in de Trans-Pacific
Partnership zou er veel land vrijkomen dat zij
zouden kunnen gebruiken om hun productie
uit te breiden. Premier Abe heeft bovendien
verklaard dat hij de Japanse landbouwsector
zal beschermen; het is een belangrijk deel van
de Japanse identiteit en geschiedenis, maar het
is vooral een belangrijke groep kiezers voor
zijn LDP. Het blijft echter de vraag in hoeverre
identiteit en nostalgie zullen opwegen tegen
de voordelen van economische liberalisering. Arthur Hinsch
Ook is er recentelijk een consensus aan
het ontstaan dat men weg moet van de
gebruikelijke landbouwpraktijken en weer
terug moet naar de wortels van de landbouw.
Er is steeds meer samenwerking tussen
22
太狸記・五月号
Abenomics - deel II
In de derde uitgave van de TaTanukiKi stond
reeds een stukje over het begrip ‘Abenomics’.
Ik schreef toen dat de aanvankelijk sterke
devaluatie van de yen fijn is voor buitenlandse
toeristen, maar dat er nog wel wat haken en
ogen aan dit fenomeen zitten. Ook stelde ik
toen dat de rol van de Bank of Japan dit jaar
centraal staat. Op het moment van schrijven
was het immers nog maar de vraag wie de
nieuwe president van de centrale bank van
Japan zou worden en in hoeverre deze opvolger
van Shirakawa Masaaki zou luisteren naar de
wensen van minister-president Abe Shinzou.
Inmiddels heeft Kuroda Haruhiko de fiscaal
conservatieve Shirakawa opgevolgd als hoofd
van de centrale bank van Japan. In hoeverre
Kuroda aan alle wensen van Abe zal voldoen
is nog onduidelijk, maar in ieder geval heeft
Abe met hem een gelijkgezinde aan het roer
van de centrale bank gekregen wanneer het
aankomt op een aantal zaken. Kuroda heeft
aangegeven net als Abe een inflatiepercentage
van twee procent na te streven teneinde de
economische groei van Japan aan te wakkeren.
Hij was overigens voor zijn aanstelling al een
bekende criticus van het beleid dat door zijn
voorganger gevoerd werd. Zoals gesteld in het
vorige artikel is ‘quantitative easing’ inderdaad
een belangrijk middel voor Kuroda. Zo heeft
de centrale bank onder zijn leiding aangegeven
de hoeveelheid contant geld dat in omloop is
in Japan te gaan verdubbelen, maar ook zal
de bank veel meer geld investeren in de grote
overheidsschuld.
De eerste reacties op het nieuwe beleid zijn over
het algemeen gematigd positief. Vanuit veel
landen werd dan wel in eerste instantie naar het
beleid gerefereerd als valutamanipulatie, maar
omdat alle grote industrielanden in zekere
mate hun valuta beïnvloeden kreeg Japan
alsnog het spreekwoordelijke groene licht van
de G20. De yen blijft daardoor, hoewel het
met een langzamer tempo dan voorheen, in
waarde dalen en de Nikkei, de Japanse beurs,
blijft gestaag stijgen. In de maand april is de
Nikkei met 11,8 procent gestegen naar het
hoogste niveau in bijna vijf jaar. De Bank
van Japan verhoogde recent eveneens de
economische vooruitzichten van alle negen
economische regio’s van Japan, al betekende
dit in enkele regio’s niet meer dan dat de
economische situatie niet verder verslechtert
太狸記・五月号
23
(zie figuur). Een ander interessant fenomeen
is dat recentelijk veel meer gewone gezinnen,
een groep die de bijnaam ‘Mrs. Watanabe’
heeft gekregen (Watanabe is een van de
meest voorkomende achternamen in Japan),
(opnieuw) zijn begonnen met beleggen.
Onder economen en beleggers is er
altijd verdeeldheid. Paul Krugman, een
Amerikaanse econoom die in 2008 nog de
Nobelprijs voor economie won, is een groot
voorstander van Abenomics. Aan de andere
kant waarschuwt miljardair George Soros
ervoor dat een doorzettende daling van de
waarde van de yen kan veranderen in een
vrije val als spaartegoeden overgeplaatst
beginnen te worden naar het buitenland. Dat
de meningen uiteenlopen is begrijpelijk, zeker
als je kijkt naar beleggers als Soros die met
hun uitspraken misschien zelf de markt willen
beïnvloeden. Het is echter in ieder geval nog
te vroeg om een definitief oordeel te vellen
over Abenomics. De huidige prognose van de
centrale bank is dat de inflatie in Japan in 2015
1,9 procent bedraagt, net iets onder het gestelde
doel van twee procent. Daarnaast zijn er
enkele bedrijven die reeds salarisverhogingen
ingevoerd hebben voor hun werknemers,
iets wat in conformiteit is met de terugkeer
van ‘gezonde’ inflatie, al geldt dit vooralsnog
maar voor een klein aantal grote corporaties.
De groei van het consumentenvertrouwen is
vooralsnog misschien wel het belangrijkste
positieve teken, iets wat zich dus heeft geuit
met het ‘Mrs Watanabe’-effect, maar het is
voor de Japanse economie van belang dat
bedrijven ditzelfde vertrouwen overnemen.
Hoewel er dus een groot aantal problemen
te noemen vallen, van de perikelen rond
energievoorziening tot vergrijzing, is het echter
het ‘geschiedenisprobleem’ dat op dit moment
misschien wel het meest alarmerend is. Abe
Shinzou heeft zelf meerdere malen erkend
dat de relatie tussen Japan en China verbeterd
zou moeten worden, maar nationalistische
uitspraken in het recente verleden hebben hem
tot nog toe niet populair gemaakt in China
en Zuid-Korea. Met de verkiezingen voor
het Hogerhuis deze zomer om de hoek, is het
de vraag of Abe zich verder van deze twee
buurlanden zal vervreemden in een poging om
de conservatieve en nationalistische kiezers
van het land te paaien. - Bob Rambonnet
Zelf ga ik geen voorspellingen
doen over de vooruitzichten van
de Japanse economie. Hoewel
er veel positieve indicatoren
zijn, zijn er net zo goed zwakke
plekken. Al deze maatregelen
kosten veel geld, en de Japanse
overheidsschuld blijft oplopen.
Zoals ik in het vorige artikel al
aangaf, zijn er veel problemen op
de lange termijn die de Japanse
regering zal moeten aanpakken.
24
太狸記・五月号
Terug naar het ‘echte’ Japan
In het hectische en chaotische Japanse
stadsleven krijgen veel mensen af en toe zin
om even te ontstressen. Een ontspannende
vakantie lijkt dan een ideale oplossing en dat
is dan ook wat miljoenen Japanners per jaar
doen. Nu komt men overal ter wereld waar
iets interessants is te zien wel een of meerdere
Japanse toeristen tegen. Zo zag ik zowel in
Amsterdam als in Rome en Istanbul grote
groepen Japanners die beroemde gebouwen en
monumenten aan het bezichtigen waren.
Nu zijn er echter ook Japanners die voor een
vakantie in eigen land kiezen. Zij gaan vaak
naar plekken die ‘故郷: furusato’ worden
genoemd. Furusato betekent ‘thuisdorp’ of
‘geboortedorp’ en het doelt in die zin dus op
het dorp waar iemand als kind heeft geleefd.
Het is echter zo dat veel Japanners vandaag
de dag hun hele leven in de grote stad hebben
gewoond en ook zij hebben soms de behoefte
aan een ‘furusato’. Je kunt een furusato
namelijk opvatten in de letterlijke zin, namelijk
als het dorp waar je vandaan komt, maar je
zou het ook overdrachtelijk kunnen bekijken.
In die zin is het meer het gevoel waar men als
‘Japanner’ vandaan komt. Veel Japanners uit
de grote stad gaan op vakantie naar kleine
‘traditionele’ dorpen op het platteland om
zich daar te wanen in de wereld van het ‘echte’
Japan. Dit ‘echte’ Japan zou symbool staan voor
het oude, traditionele Japan van voor de Meijirevolutie van 1868 (of vlak daarna). Hierin zou
de ware ‘ziel’ van Japan liggen, toen het nog niet
was beïnvloed door het Westen, modernisering
en globalisering. Je zou het kunnen zien als een
verlangen terug te keren naar je wortels.
Tijdens een ‘furusato-vakantie’ kan men zich
wanen in de wereld van het oude Japanse
platteland. Er zijn verschillende locaties waar
dit kan. Zo is er in de stad Tono, in het noorden
van Honshu, een park gebouwd in oude Japanse
stijl en in het noorden van de prefectuur
Okayama bevindt zich het Fukiya furusatodorp. De bezoekers van zo’n dorp houden zich
bezig met traditionele werkzaamheden, zoals
het planten van rijst, het maken van voorwerpen
met stro en bamboe, weven en ga zo maar door.
De huizen waar men verblijft zijn in oude stijl
gebouwd. In sommige gevallen is het dorp
nagemaakt, zoals in Tono, maar ze kunnen ook
daadwerkelijk van vroeger zijn, zoals het geval
is bij Fukiya. Verder worden er traditionele
streekgerechten gerechten gegeten en kan men
naar’神楽: kagura’ (een bepaalde rituele dans
gekoppeld aan shinto, let: ‘godendans’) kijken.
Hoe ‘echt’ is de furusato? Het beeld van het
traditionele ‘echte’ Japan wordt door de ‘filter’
太狸記・五月号
25
van de furusato positief vervormd; het wordt
opgeleukt en aangekleed voor de toeristen.
Zo zijn er furusato waar men ‘海女: ama’
(parelduiksters) kan bekijken. Dat wordt in dit
geval gedaan door jonge vrouwen, terwijl het
juist meestal een activiteit is die wordt gedaan
door oudere vrouwen. Daarnaast worden er
voor toeristen vaak gefingeerde religieuze
tochten en activiteiten uitgevoerd, terwijl de
echte rituelen alleen voor de lokale bevolking
blijven. Mensen die daadwerkelijk in de
beroemde furusato wonen, zijn overigens vaak
net zo modern als de meeste Japanners.
Voor wie niet de behoefte of de middelen heeft
om een vakantie te boeken naar een furusatodorp zijn er ook mogelijkheden om binnen
de eigen stad kennis te maken met de cultuur
van het traditionele platteland. Zo worden er
in veel grote steden festivals en activiteiten
georganiseerd waarbij men kennis kan maken
met het platteland van Japan. In Tokio wordt
ieder jaar in de tweede week van januari
bijvoorbeeld Furusato Matsuri gehouden,
waarbij men kennis maakt met de gerechten en
cultuur van de verschillende prefecturen van
Japan. Dit festival is zeer populair en het trok
dit jaar maar liefst 370.000 bezoekers.
Ook op commercieel en politiek niveau speelt
de furusato een belangrijke rol. Een voorbeeld
hiervan is dat de Japanse overheid, en vooral
de conservatieve LDP, in de jaren tachtig heeft
geprobeerd om de teloorgang van het landschap
tegen te gaan en de historische gebouwen
te beschermen. Veel bedrijven gebruiken de
symboliek van het traditionele Japan bovendien
in hun advertenties. Zo verbindt het sakemerk Tamajiman de smaak van sake aan de
26
nostalgie van een furusato. Ook wordt het
toerisme naar furusato sterk gepromoot door
reisorganisaties.
Een furusato is dus niet altijd letterlijk een
traditioneel plattelandsdorp; het is een plek en
vooral een gevoel van veiligheid en herkenning.
Het gaat hierbij ook niet om het daadwerkelijk
terugkeren naar het oude Japan, maar in die
zin om de behoefte om een bepaald gevoel
op te wekken: het gevoel van ‘thuiskomen’ als
Japanner in de chaotische wereld van alledag;
het is een soort ‘invented tradition’. Sommige
onderzoekers zien furusato als een synoniem
voor ‘moeder’, vanwege het veilige, rustgevende
gevoel dat het zou creëren. Je zou het verlangen
naar een furusato dus kunnen zien als een vorm
van nationale heimwee. Het is zogezegd een
kopie van iets dat nooit werkelijk heeft bestaan,
maar waarvan men het gevoel heeft ervandaan
te komen, een simulacrum dus in feite...
Waarschijnlijk zijn er echter weinig Japanners
die er problemen mee hebben dat het idee van
de furusato wordt opgeleukt en aangepast naar
de moderne tijd; het gaat immers om een vorm
van zelfreflectie en herkenning, zelf als dat
gebaseerd is op een idee dat eigenlijk niet echt
is. - Vincent Pols
太狸記・五月号
Hokusai Katsushika
Hokusai Katsushika is een van de beroemdste
schilders uit Japan. De man, geboren in het
jaar 1760 in het toenmalige Edo, kwam uit
een familie van handwerkslieden, maar het is
waarschijnlijk dat hij was geadopteerd in een
familie van spiegelmakers. Vanaf een jaar of zes
begon hij al met schilderen, waarschijnlijk als
gevolg van zijn vader die schilderingen maakte
om zijn spiegels te verfraaien.
Vanaf zijn twaalfde moest Hokusai van zijn
vader voor een boekwinkel en een bibliotheek
gaan werken. Hij leende boeken uit van deur
tot deur en verdiende zo de kost. Hierna werd
hij houtsnijder en bewerkte hij houtblokken
voor prenten. Na een poosje verveelde dit hem
en werd hij leerling van Shunshou Katsukawa,
hoofd van de Katsukawa-school. Shunshou
maakte vooral kabuki-e, ofwel prenten van
kabuki-acteurs. Onder de naam Shunro, die
hem door zijn leraar was meegegeven, maakte
Hokusai in deze periode zijn eerste werken en
ook hij waagde zich aan een reeks kabuki-e.
Toen Shunshou overleed, raakte Hokusai
geïnteresseerd in andere vormen van kunst
en kwam zo onder andere in aanraking
met Europese kopergravures. Ook deed hij
ideeën op bij de Kanou-school, die indertijd
concurreerde met de Katsukawa-school,
en Hokusai werd daarom verbannen. Deze
tegenslag weerhield hem er echter niet van om
verder te schilderen.
Hokusai waagde zich aan diverse onderwerpen
voor zijn prenten en maakte in die tijd veel
werken waarop het dagelijks leven van
mensen met verschillende achtergronden was
afgebeeld. Zijn oeuvre bestond zodanig uit
prenten van bloemen tot en met erotica. In veel
van zijn werk was de stijl net zo belangrijks als
de manier waarop het geheel werd uitgebeeld.
In de vijftig jaar nadat Hokusai was verbannen
van de Katsukawa-school, vond hij zichzelf
steeds opnieuw uit. De man was niet bang om
zijn stijl en kunst te veranderen en deed dit dan
ook geregeld. Hokusai heeft toen bijvoorbeeld
ook veel schetsboeken gemaakt die door vele
kunstenaars werden gebruikt als inspiratie en
studiemateriaal.
Op zijn zeventigste had Hokusai vele werken
gemaakt, van schilderijen tot prenten, maar
hij was tegelijkertijd ook levensmoe geraakt.
Hij wilde niet meer, voor hem was het slechts
太狸記・五月号
27
wachten tot de dood hem kwam halen. Op
dit punt werd zijn leven echter nog op de kop
gezet door zijn kleinzoon die al zijn spaargeld
vergokte, waardoor hij met zijn dochter uit
huis moest en toevlucht zocht tot een tempel
waar hij kon wonen. Een poos lang heeft hij
toen in de put gezeten, maar toen hij er weer
uit kwam begon hij met doen wat hij het beste
kon: prenten maken. In deze periode maakte
hij zijn meest bekende serie van prenten ‘富嶽
三十六景: fugaku sanjuurokkei (Zesendertig
gezichten op de berg Fuji).
Het bekendste werk hieruit is ongetwijfeld ‘
神奈川沖浪裏: kanagawa oki nami ura’ (De
grote golf van Kanagawa). Dit prachtige werk
is voor de meeste mensen zelfs het bekendste
werk uit heel Japan en komt daarom ook in de
westerse populaire cultuur vaak terug. Grappig
is dat westerlingen de prent vaak zien als een
afbeelding van het eeuwig dreigende gevaar
dat uit de natuur komt, met de mannen in
de boten die in groot gevaar zijn, terwijl het
toentertijd moed en wilskracht uitstraalde. De
mannen hebben werk te doen: hard roeien om
te overleven!
28
Het mooiste is misschien nog wel het
perspectief van waaruit je kijkt. Het laat je
eventjes goddelijk zijn, je staat op een plek
waar je niet kunt staan zonder meegesleurd
te worden. We hebben de mogelijkheid om
overal in het schilderij te zijn, het te ervaren, en
toch naast de spanning die het werk uitstraalt
een bepaalde rust te ervaren. De prent is
eigenlijk net zo spannend als de climax in een
Hollywoodfilm, waar mensen op het punt staan
gegrepen te worden, door de klauwen van de
golf, om zo nooit meer het licht te kunnen zien.
Ook zou De grote golf van Kanagawa moed
en doorzettingsvermogen uit kunnen stralen.
Er zitten namelijk veel mannen in de boot die
zo hard mogelijk roeien om de golf te kunnen
overwinnen. Welke uitleg dan ook de ware
mag zijn, het blijft een prachtig en inspirerend
kunstwerk dat mensen wereldwijd inspireert.
Toen Hokusai dit werk maakte was hij al 74
jaar oud. Een aantal jaren later begon hij in de
schaduw te raken van jongere artiesten zoals
Hiroshige, maar hij stopte nooit met zijn kunst.
Sterker nog, hij maakte nog een serie prenten
af toen hij 87 jaar oud was. Hij was altijd bezig
met het verbeteren van zijn kunst en zelfs op
zijn sterfbed zei hij: “Niets van wat ik voor mijn
zeventigste maakte, is echt de moeite waard. Op
mijn 73e jaar vat ik eindelijk iets van de ware
aard van vogels, dieren, insecten, vissen en van de
natuur van planten en bomen. Op mijn tachtigste
zal ik vooruitgang geboekt hebben; in mijn
negentigste jaar zal ik zelfs dieper doordringen in
de zin van de dingen; in mijn honderste levensjaar
zal ik werkelijk schitterend zijn en op mijn
honderdtiende zal elk punt, elke lijn, voorwaar tot
leven komen.” Hij mocht 88 jaar oud worden.
-Asor Mustafa
太狸記・五月号
Thermae Romae
Thermae Romae, dat klinkt niet echt Japans,
maar Japan is dan ook niet waar het verhaal
zich aanvankelijk afspeelt. In het begin van
de film zitten we namelijk in het oude Rome
en ontmoeten we Lucius Modestus. Hij is een
architect en moet badhuizen bouwen, maar
wordt ontslagen omdat hij niet vernieuwend
genoeg zou zijn. Op een dag neemt een
vriend hem mee naar een badhuis om even
te ontspannen, maar hier krijgt het verhaal
een flinke draai. Lucius ontdekt onderwater
per ongeluk een tijdsportaal en, je raadt het
misschien al, hij wordt wakker in een onsen in
het hedendaagse Japan!
Dit is misschien niet de meest verbijsterend
originele opzet van een plot, maar originaliteit
is ook niet altijd essentieel. Als de uitwerking
maar goed is natuurlijk. De verwachting
zou zijn dat Lucius nu vastzit in de moderne
wereld en aan het eind van de film zijn weg
terug zal vinden. Wat deze film echter doet is
Lucius constant heen en terug laten reizen.
Wanneer hij voor het eerst wakker wordt in
Japan is hij natuurlijk verward door de mensen
die er allemaal raar uitzien, maar ook door
de compleet andere architectuur. Hij denkt
eerst dat hij via de waterafvoer naar een
gedeelte van Rome vol barbaren is gereisd,
maar is compleet onder de indruk van al hun
inventieve baddergewoonten. Hij observeert
alle moderne snufjes en techniekjes en wanneer
hij toch weer terug in Rome terecht komt, past
hij ze daar toe en wordt de man zo weer een
revolutionaire architect. Het verhaal heeft
echter nog een kant: bij zijn tweede reis komt
hij namelijk niet in een onsen terecht maar in
een bad bij iemand in huis! Soms schakelt de
focus van het verhaal over naar een meisje
genaamd Manami; het blijkt al gauw dat Lucius
steeds weer bij een bad in haar buurt opduikt.
Lucius spreekt echter natuurlijk geen Japans
en communiceren is lastig, maar Manami
raakt steeds geïnteresseerder in deze vreemde
snuiter en gaat op een gegeven moment Latijn
leren. Zal hier een relatie uit voort kunnen
komen die tegen de wetten van tijd en ruimte
ingaat?
Thermae Romae is een doelbewuste comedy,
die zichzelf halverwege stiekem toch ook
wel serieus lijkt te nemen. Het allersterkste
punt van de film is Abe Hiroshi, de acteur die
Lucius speelt. Hij is zonder twijfel een van
de allerleukste hedendaagse Japanse acteurs
en sommigen kennen hem misschien wel uit
de films van Koreeda Hirokazu, zoals ‘歩い
ても 歩いても: aruitemo aruitemo’ (Still
Walking)en ‘奇跡 : kiseki (I Wish, let: mirakel),
of anders van zijn rol in Survive Style 5+ of de
serie Trick. Hij ziet er niet uit als de doorsnee
Japanner en dat maakt hem eigenlijk best wel
geschikt als Romein. Zonder hem was deze
film waarschijnlijk een aanzienlijk stuk minder
leuk geweest, daar hij hier echt de perfecte,
grappige vis op het droge speelt. De film is
verder goed aangekleed qua beeld en geluid en
met de rest van de cast zit het ook prima. Al
met al is Thermae Romae dus onbeschaamd
een lekker luchtig en hip filmpje. - Nick Sint
Nicolaas
太狸記・五月号
29
Harmoknight & Code of Princess
HarmoKnight
Doet de naam Game Freak een belletje
rinkelen? Het is de ontwikkelaar van de
Pokémon-serie, een reeks die geen introductie
behoeft. Minder bekend is dat Game Freak
af en toe andere games ontwikkelt naast de
spellen omtrent de felgekleurde beestjes.
Deze games blijken voor flink wat vermaak
te kunnen zorgen. Zo ook HarmoKnight,
die een unieke draai geeft aan het genre der
ritmespellen.
In de 3DS-titel is het zaak om een figuurtje naar
het einde te helpen in zijwaarts bewegende
levels. Het is aan jou de taak om hem te laten
springen of hem met een staf te laten slaan. De
catch? Je zult dit allemaal moeten doen op de
maat. Met een zeker ritme zul je dus obstakels
moeten ontwijken en tegenstanders van de
nodige klappen voorzien.
Het bijzondere aan HarmoKnight is dat je
relatief vrij wordt gelaten om een level tot
een goed einde te brengen. Je kunt namelijk
meerdere paden kiezen door op het juiste
moment een sprong uit te voeren en zult dus
niet gebonden zijn aan een vast patroon per
level. En Pokémon dan? HarmoKnight bevat
zelfs nog enkele levels die je laten springen en
meppen op bekende deuntjes van die reeks.
Het blijft natuurlijk wel een product van Game
Freak.
30
Code of Princess
Voor mensen die geregeld in aanraking komen
met de Japanse popcultuur is het een bekend
gegeven: dames in weinig verhullende kledij
die de nodige tegenstanders van een pak slag
voorzien. De sterke focus op seksualiteit kan
hierbij een afleiding vormen voor de matige
kwaliteit van het desbetreffende product, een
gegeven dat in ieder geval opgaat voor Code of
Princess.
In het spel kruip je in de huid van de
schaarsgeklede prinses Solange Blanchefleur
de Lux, een meid die de wereld dient te redden.
Het plot heeft niet bijzonder veel diepgang,
maar dat sluit goed aan bij de rest van de game.
Het vechten heeft namelijk net zo weinig
om het lijf als de heldin, want met een beetje
rammen op knoppen kom je een behoorlijk
eind.
De presentatie van dit alles verdient wel enige
aandacht, want grafisch doet de game wel
het een en ander goed. Zo is er veel diepte in
de achtergrond aanwezig, waarmee Code of
Princess het 3D-effect van de Nintendo 3DS
goed weet te benutten. Helaas is het wel zo
dat het spel af en toe aan het haperen slaat
wanneer te veel tegenstanders je schermpje
binnenvallen. - Wester Wagenaar
HarmoKnight en Code of Princess zijn op 28
maart verschenen voor de eShop van de 3DS.
太狸記・五月号
コトバによって現れた人
praten lekker met een mooie ‘Amerikaanse r,’
terwijl anderen een stuk overtuigender Japans
afleveren, zoals de tolk van Fork (voor zover ik
dat zelf als nederige niet-moedertaalspreker
kan beoordelen natuurlijk). Ook de Japanse
acteurs doen hun best en spreken Engels
wanneer dat moet, uiteraard ook in dit geval
sommigen beter dan anderen.
Sinds kort kijk ik een Japanse televisieserie
met de naam’不毛地帯: fumou chitai' (let.
'onvruchtbaar gebied') uit 2009. . De serie volgt
Iki Tadashi, een ex-strateeg uit het Japanse
leger die na een langdurig verblijf in een van
de werkkampen in Siberië terugkeert naar
Japan. Iki zweert nooit meer iets met oorlog
van doen te zullen hebben – hij is namelijk een
good guy– en besluit bij de handelscoöperatie
Kinki Shouji te werken, waar hij zich door zijn
strategisch inzicht snel omhoog werkt. Hoewel
de eerste extra lange aflevering op enigszins
dubieuze wijze het onderwerp van Japan en
de tweede wereldoorlog aansnijdt, gaat de rest
van de serie gelukkig vrijwel uitsluitend over
het wel en wee van Iki en Kinki Shouji over een
uitgestrekte periode die begint in het eind van
de jaren vijftig.
Omdat Kinki Shouji een handelscoöperatie is,
doet het veel zaken met buitenlandse bedrijven
– Iki verblijft zelfs een paar afleveringen in New
York om zich te concentreren op een deal met
autobedrijf Fork (wat natuurlijk Ford moet
voorstellen) – hetgeen betekent dat er veel
buitenlandse acteurs worden ingezet. Veel van
hen spreken alleen Engels maar een niet gering
aantal spreekt een aardig woordje Japans. Hun
taalvaardigheid varieert enorm. Sommigen
Wat me opvalt bij zowel de buitenlandse
acteurs die Japans praten als de Japanners
die Engels spreken, is dat hoe goed hun
grammatica (maar het is natuurlijk een script)
of zelfs uitspraak ook is, de intonatie (イント
ネーション) en klemtoon (アクセント) laten
vrijwel altijd te wensen over. De tolk die in een
scène namens de woordvoerder van Luckheed
(Lockheed) de Japanse pers te woord stond,
praatte in perfect gaijin-Japans, met klemtonen
die niet alleen op de verkeerde plek staan maar
ook nog eens met net iets te veel nadruk
gerealiseerd werden: ‘JIko gen’in wa SOUjuu
misu deari, Luckheed F-104 no SEInou ni
MONdai ga atta wake de wa NAI to iu koto ga
KInou hanmei shimashita.’
Andersom is het probleem net zo aanwezig.
In het Engels dat de Japanners spreken komt
de nadruk in de zin vaak op erg vreemde
plekken. Blijkbaar vonden de mensen die de
serie van ondertiteling hebben voorzien dit
zo onoverkomelijk dat ze het Engels hebben
opgenomen in de tekst, en ik kan ze niet helemaal
ongelijk geven, hoewel de gaijin dan natuurlijk
ook best ondertiteld zouden mogen worden op
de Japanse televisie. Een medewerker van Iki
stelt zijn onderhandelingspartner bijvoorbeeld
deze vraag: ‘where MIGHT that be, mister
Nacili? ’ terwijl een nadruk niet op ‘might’
maar op bijvoorbeeld ‘that’ of ‘be’ een stuk
natuurlijker zou klinken. Ook zegt deze acteur,
wiens Engels voor de rest zeker niet slecht te
noemen is, ‘power COMpanies,’ terwijl de
nadruk hier normaal op ‘power’ zou komen te
liggen.1
Achter intonatie zit een zekere logica: sommige
太狸記・五月号
31
woorden worden benadrukt en andere juist
weer niet. Wat de regels hiervan zijn weet ik niet
maar ik hoef het ook gelukkig niet te ‘weten’
om het toch te kunnen gebruiken en begrijpen.
Het is in ieder geval zo dat als een taal volgens
de normale intonatie wordt uitgesproken, deze
voor moedertaalsprekers een stuk makkelijker
te volgen is. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor
(zins)intonatie, maar ook voor de klemtonen
binnen ieder woord. In het Nederlands zeg je
geen ‘PRObleem’ maar ‘proBLEEM,’ net
zoals je in het Japans niet ‘MONdai’ zegt maar
‘moNDAI’ (min of meer...). Daar komt bij dat
het Japans een redelijk aantal woorden kent
die op het eerste gezicht homoniemen lijken
maar in werkelijkheid te onderscheiden zijn op
basis van hun klemtoon. Zo betekent HAshi
‘eetstokjes’ (箸) en haSHI ‘brug’ (橋).
Iets zoals intonatie of klemtonen, wat niet
alleen belangrijk is om natuurlijker te klinken,
maar ook om makkelijker en beter begrepen
te worden, wordt stelselmatig genegeerd in
veel lesboeken (zeker in Minna no Nihongo) en
zelfs als het aan bod komt, zoals in het boek
Japanese: the Spoken Language dat ik in mijn
eerste en tweede jaar heb mogen gebruiken,
wordt er in de lessen vrijwel geen aandacht aan
besteed. Wat de reden hiervan precies is, weet
ik niet. Ik vermoed dat men ergens de hoop
heeft dat het vanzelf wel goed komt, of dat het
niet belangrijk genoeg is (wellicht omdat het
niet uit te drukken is in geschreven taal).
Het komt niet vanzelf goed. Het Japanse
klemtoonsysteem is voornamelijk gebaseerd
op verschillen in hoge en lage tonen (‘高低
アクセント: koutei akusento'), terwijl in het
Nederlands en het Engels het volume van de
stem juist de belangrijke factor is (‘強弱アク
セント: kyoujaku akusento'). Dit betekent dat
in het Japans de toonhoogten per woord min
of meer vast staan, terwijl men redelijk vrij is
om te variëren in volume. In het Nederlands
is dat precies andersom. Dit maakt het erg
moeilijk om het natuurlijk op te pikken, omdat
moedertaalsprekers van talen met een ander
klemtoonsysteem uit zichzelf nauwelijks
klemtonen die gebaseerd zijn op toonhoogte,
zoals het Japans dus, zullen oppikken. Daarom
32
is een korte uitleg van klemtonen in het Japans
gerechtvaardigd.
Het woord ‘問題: mondai' (probleem) heeft
vier klankeenheden (mora’s): mo-n-da-i (de n
is een aparte mora!). In het standaarddialect
(officieel '共通語: kyoUTSUUgo’ maar
iedereen noemt het ‘標準語: hyoUJUNgo’2)
wordt de mo laag uitgesproken, terwijl de
daaropvolgende mora’s allemaal hoog zijn:
moNDAI dus. Twee vuistregels zijn: 1) de
eerste mora van een woord is altijd anders dan
de tweede mora en 2) eenmaal gedaald zal de
toon binnen een woord nooit weer stijgen.
Helaas houdt de regelmaat daarbij dan ook min
of meer op. De rest zul je simpelweg moeten
leren. Veel ‘kanjiwoorden’ (vooral die van vier
mora’s) zijn zogenaamde ‘vlakke’ woorden (‘
平板式: henban'). Voor deze woorden geldt dat
de eerste mora laag is, en de daaropvolgende
hoog, zoals 問題 dus. Het is lang niet altijd zo,
maar je bent een stuk sneller klaar als je alleen
de uitzonderingen onthoudt. Nog een paar
handige woorden om te onthouden: KAeru
(帰) vs kaERU (変/替/換/代), miZU (水),
haNA (花/鼻), heYA (部屋), SOto (外), NAka
(中), KOe (声).
Er zijn dus wel regels maar het is en blijft
iets waar je simpelweg extra energie in moet
steken. Uiteindelijk verschilt het Japans in
dat opzicht waarschijnlijk niet veel van de
gevreesde tonen in het Chinees. Er bestaan
zelfs enkele klemtoonwoordenboeken omdat
om de een of andere reden in de meeste
standaardwoordenboeken de klemtonen van
Japanse woorden niet staan aangegeven. Een
redelijk goede is ‘日本語発音アクセント辞
典-新版: nihongo hatsuon aksuento jiten –
shinban'(let. Japanse uitspraak en klemtonen
woordenboek - nieuwe editie) (1998) van
de NHK Broadcasting Culture Research
Institute. Vooral de appendix achterin is erg
boeiend en geeft een duidelijke uitleg van de
regelmatigheden in klemtoonstructuur van de
standaardtaal en in mindere mate van die van
dialecten.
Intonatie is een stuk moeilijker omdat het,
voor zover ik weet, minder regelmatig is en
太狸記・五月号
De nadruk op de eerste lettergreep van het
tweede woord leggen komt overeen met de
klemtoonstructuur van modern Japans. In het
Japanse woord ‘電力会社: denryokugaisha’
(energiebedrijf) wordt de eerste eenheid
(de) laag uitgesproken, dan alles tot en
met ga hoger, en de laatste twee (isha) weer
laag:deNRYOKUGAisha.
Met
andere
woorden: de toon daalt op de eerste eenheid
van het tweede woord (kaisha). De meeste
samengestelde woorden werken op deze manier.
Het bovenstaande woord ‘事故原因: jiko gen’in’
(oorzaak van een ongeluk), dat uit de woorden
事故 (JIko) en 原因 (geN’IN) bestaat, wordt
in samenstelling beklemtoond als jiKOGEn’in,
precies het tegenovergestelde van de klemtonen
wanneer deze woorden los worden gebruikt.
1
Grappig, want in het Nederlands hebben we
hetzelfde verschijnsel: hier spreken veel mensen
ook van ABN, terwijl de officiële term ASN
(algemeen standaard Nederlands) is.
2
sterk varieert afhankelijk van de betekenis
van de zin. Dat is een moeilijk uit de weg te
ruimen obstakel aangezien het aantal zinnen,
en dus het aantal betekenissen dat de intonatie
kan beïnvloeden, in de praktijk onbeperkt
is. Lesboeken besteden dan ook nog minder
aandacht aan intonatie dan aan klemtoon. Wel
heb ik ooit gehoord van een methode waar je
jezelf opneemt terwijl je zinnen zo perfect
mogelijk nazegt. Dit helpt waarschijnlijk bij
het ontwikkelen van je oren om naar je eigen
Japans te luisteren maar een redelijk oor is
hierbij natuurlijk een vereiste, zoals dat ook
geldt bij het ontwikkelen van je uitspraak.
Verder kan ik zelf niet veel meer zeggen over
dit onderwerp omdat ik zelf ook nog moet
werken aan mijn intonatie, いつか、なん
とか. Afgaande op het feit dat de verkeerde
intonatie in het Engels van de hierboven
beschreven Japanners zoveel uitmaakte voor
de begrijpelijkheid ervan, denk ik wel dat het
de moeite waard is om er wat meer tijd in te
steken. Dit zul je waarschijnlijk echter wel zelf
moeten doen: zeker met de huidige stand van
zaken waarbij eerstejaars het met slechts een
uur conversatieles per week moeten doen, lijkt
het helaas moeilijk om ruimte te maken voor
intonatie of zelfs klemtoon. - Milan van Berlo
太狸記・五月号
33
Masterstage in Nagasaki
Zoals jullie misschien weten is de
masteropleiding vanaf dit jaar anders
opgebouwd dan voorheen. Binnen de nieuwe
MA Asian Studies kunnen studenten kiezen
uit verschillende stromingen, gebaseerd op een
regio of een discipline. Ik studeer momenteel
binnen de MA East Asian Studies, een eenjarig
programma waarbij voor een aantal studenten
de mogelijkheid bestaat om voor studiepunten
een stage te lopen in Japan. Als deel van dit
programma loop ik op dit moment met mijn
medestudent Rens Jaspers stage bij de Dejima
Restoration Office in Nagasaki.
Dejima was een kunstmatig eiland aan de kust
van Nagasaki waar Nederlanders van 1641
tot 1859 handel dreven met Japan. Dit was
een erg bijzondere situatie, omdat Japan in
deze periode een beleid van nationale isolatie
voerde, wat betekende dat Japanners het land
niet mochten verlaten en buitenlanders het
land niet in mochten. Gedurende 218 jaar
was dit kleine eilandje het enige contactpunt
dat Japan met het Westen had en Nederland
heeft in deze periode veel bijgedragen aan de
Japanse handel en wetenschap. Daarom is
34
Dejima een symbool voor de lange relatie die
Japan met Nederland heeft. Om dit bijzondere
stukje geschiedenis te bewaren, voert de
Dejima Restoration Office werkzaamheden uit
zoals opgravingen en reconstructies van de
gebouwen op het eiland.
Tijdens mijn stage houd ik me bezig met
vertalen, tolken, rondleiden en administratief
werk. Het is erg leerzaam om op deze manier
werkervaring op te doen binnen een Japanse
organisatie. Als je gewend bent om je Japans
alleen te gebruiken tijdens colleges is het
even wennen om vertalingen te maken die
太狸記・五月号
gebruikt worden voor publicatie of simultaan
te tolken voor klanten. Omdat mijn collega’s
beperkte kennis van het Engels hebben en me
niet kunnen corrigeren wanneer ik een fout
maak, heb ik meer verantwoordelijkheid dan
normaal. Dit is soms wel uitdagend, maar ik
vind het erg leuk om te doen.
Wat ik niet had verwacht was alle mediaaandacht waar ik mee te maken heb gekregen.
Ik ben hier pas een paar weken, maar ik heb
nu al meerdere malen interviews gegeven voor
de televisie, kranten en de radio. Bovendien is
de lokale media hier erg populair, waardoor ik
al vaak ben herkend in de stad en zelfs buiten
Nagasaki. Ik werd er in eerste instantie een
beetje nerveus van, maar het went snel en
inmiddels doe ik het met veel plezier.
Het is ook erg leuk om rondleidingen te geven
in het museum. Hoewel ik niet gespecialiseerd
ben in geschiedenis, heb ik dankzij mijn baas
en collega’s al veel geleerd over Dejima. We
hebben kort nadat we hier kwamen zelfs
meteen een groep VIPs mogen rondleiden, die
met de eerste directe vlucht tussen Amsterdam
en Fukuoka naar Japan waren gekomen. Het is
erg jammer dat veel bezoekers uit het Westen
geen idee hebben van de rol die Nederland
heeft gespeeld in Nagasaki, maar daarom is het
des te leuker om dit te kunnen laten zien.
ook dat het niet nog wat langer duurt, want ik
heb het zo naar mijn zin dat ik hier nog lang
niet weg wil. - Lieke van Vroonhoven
Voor ik afsluit nog een paar tips:
- Dejima heeft een Facebookpagina waar veel
leuke informatie op staat (ik schrijf er zelf ook
regelmatig stukjes voor). Als jullie ons nog niet
hebben gevonden, bezoek dan eens: facebook.
com/NagasakiDejima.
- Mensen die geïnteresseerd zijn in de geschiedenis
van de Nederlanders in Japan, kan ik aanbevelen
om in het Sieboldhuis de tentoonstelling
Hollanders te bezoeken (nog tot 2 juni te zien).
Nog een aanrader is ‘De niet verhoorde gebeden
van Jacob de Zoet’, een historische roman over
het leven op Dejima van David Mitchell.
- Voor wie op de hoogte wil blijven van mijn
activiteiten tijdens mijn stage: ik houd een weblog
bij op http://liekejapan.blogspot.jp/
Verder houd ik me bezig met alles wat er op
kantoor speelt en werk ik mee als deel van de
staf. Hoewel het nog even wennen is om 40 uur
per week te werken en op mezelf te wonen in
een ver land, bevalt het leven me hier erg goed.
Het grootste minpunt van de stage vind ik dan
太狸記・五月号
35
Meet & Greet met Japanse bedrijven
Tijdens mijn studie Japans viel mij op dat veel
studenten geen goed beeld hebben van de
Japanse bedrijven die in Nederland gevestigd
zijn. Wist je bijvoorbeeld dat er meer dan 400
Japanse bedrijven een vestiging in Nederland
hebben? En wist je dat Nederland voor veel van
deze bedrijven het hoofdkantoor is voor geheel
Europa?
Veel studenten wisten ook niet hoe de
bedrijfscultuur van deze bedrijven nu helemaal
in elkaar steekt. Dit verschilt natuurlijk ook
per bedrijf: bedrijven als Sony die al jaren in
Nederland zitten, hebben een bedrijfscultuur
die al helemaal vernederlandst is. Bedrijven
die echter net in Nederland aan zijn komen
waaien houden nog geheel vast aan de Japanse
bedrijfscultuur en vaak ook aan de Japanse
of Engelse taal. En dan zit driekwart van de
bedrijven daar nog tussenin. Hoe zij precies
omgaan met normen en waarden binnen
hun bedrijf en hoe jij als student Japans een
bijdrage kunt leveren aan het bedrijf, dat kom
je allemaal te weten op de Japan Career Day.
Wanneer:
04 juni 2013
Waar:
Arsenaal
Universiteit Leiden
Arsenaalstraat 1
Je kunt je opgeven voor de Japan Career Day
via het aanmeldingsformulier op onze website:
www.featuretalent.nl/japan-company-day!
Vergeet ook niet je CV in het Engels te uploaden.
Blijf op de hoogte van alle nieuwtjes over de
Japan Career Day en like onze Facebookpagina:
www.facebook.com/JapanCareerDay
Heb je nog vragen over de Japan Career Day?
Stuur dan een mailtje naar studentteam@
featuretalent.nl of bel me gerust op 0180
410043.
Zoals de naam al doet vermoeden staat deze
dag in het teken van carrière maken in het
Japanse bedrijfsleven. Dus ben jij op zoek naar
een stage of een startervacature, dan ben jij van
harte welkom op de Japan Career Day! Houd
er wel rekening mee dat je gaat voor een echte
carrière, dus kom representatief gekleed (denk
hierbij maar aan de Japanse salarymen) en
neem je beste humeur mee! - Manon Ladru,
organisator Japan Career Day
36
太狸記・五月号
Krant Met Karakter
Doraemon naar China!
Voor aankomend japanologen kan het een
reden zijn om misschien een keer naar China
te gaan, want op 28 april is, tegelijk met de
opening van het “Shanghai Xintiandi 2013
Kunst en Cultuur Festival”, de “100 Doraemon
Gadgets Exhibition” gestart in Shanghai. Met
een hoogte van 1,2 meter is deze geliefde
robotkat uit Japan niet te missen als je door de
winkelstraten loopt.
Alle honderd figuren houden een gadget vast
dat voorkomt in de serie. Voor elke pluche
Doraemon die verkocht wordt, gaat overigens
20 yuan naar de stad Ya’an in het zuidwesten
van de provincie Sichuan, waar onlangs
een aardbeving heeft plaatsgevonden. Deze
tentoonstelling is bovendien de grootste
Doraemon-tentoonstelling ooit gehouden op
het vasteland van China. Tot en met 16 juni
2013 kun je langs de straten van Xintiandi
genieten van dit schattige katje. - Sarah
Somayah Grasdijk
Alle Doraemon hebben een andere
gezichtsuitdrukking en houding
Ook kinderen zijn onder de indruk.
Speciale actie voor de 太狸記-lezers!
Tegen inlevering van deze kortingsbon
bij aankoop van 1 doos sushi (€3,50),
gratis edamame of zeewiersalade
bij Tokyo Kitchen (Vismarkt 4, Leiden)
www.tokyokitchen.nl
Deze actie is niet geldig in combinatie met andere kortingen.
Geldig tot 30 juni 2013.
太狸記・五月号
37
Ask Anky
Ask Anky is een adviescolumn speciaal voor de problemen van
Japanologen en Koreanisten. Dit is de laatste editie voor Anky’s adviezen,
maar de liefhebber kan Anky voortaan ook direct mailen. Voor degenen
die nog niet weten wie Anky is, lees de editorial!
Beste Anky,
Ik ging vorige week naar een sushirestaurant en daar overkwam me iets verschrikkelijks. Ik
had sushi besteld, maar ze waren rauw en moesten dus nog gekookt worden. Hoe moet ik het
restaurant laten weten dat ze niet weten hoe ze fatsoenlijke sushi moeten maken?
-Sashimushi
Beste Sashimushi,
Ik snap niet waarom de vis rauw was of waarom je überhaupt vis kreeg. Laat me om te beginnen je
spelling corrigeren want je spelt het niet als “sushi”, maar als “soesje” en daar komt ook nog eens bij
dat het meestal in meervoud wordt gezegd, dus dan wordt het “soesjes”. Als ik soesjes bestel krijg ik
normaal gesproken deegballetjes met room erin, dus niet alleen
het restaurant heeft het bij het verkeerde eind, maar het lijkt
erop dat jij ook niet correct bent geïnformeerd over soesjes.
Mijn advies is om dit restaurant te mijden en op zoek te gaan
naar een tent die wel weet hoe je fatsoenlijke soesjes maakt.
Hopelijk kun je hier wat mee. Ik wens je in ieder geval veel
succes en geen danky,
Anky
!srezel-記狸太 ed roov eitca elaicepS
nobsgnitrok ezed nav gnirevelni negeT
,)05,3€( ihsus sood 1 nav pooknaa jib
edalasreiweez fo emamade sitarg
)nedieL ,4 tkramsiV( nehcti K oykoT jib
ln.nehctikoykot.www
.negnitrok eredna tem eitanibmoc ni gidleg tein si eitca ezeD
.3102 inuj 03 tot gidleG
38
太狸記・五月号
Allerliefste Anky,
Ik heb sinds een paar maanden een tatoeage
van Hello Kitty die mijn gehele rug bedekt.
Ik ben helemaal gek van haar omdat ze zo
populair is in Japan. Nu las ik in de TaTanukiKi
van april dat je met een tatoeage helemaal niet
in openbare baden of onsen zou mogen! Ik ga
deze zomer naar Japan en ben hier dus toch wel
erg bezorgd over. Anky, wat moet ik doen?
-HelloDavid
Beste HelloDavid,
Ik zal je iets vertellen dat je waarschijnlijk gerust
zal stellen. Het klopt dat tatoeages in Japanse
onsen over het algemeen niet toegestaan zijn,
maar het artikel vertelde niet het hele verhaal.
Een belangrijk detail is namelijk dat voor
bepaalde tatoeages een wettelijke uitzondering
bestaat. Deze uitzondering stelt dat iedereen met
een tatoeage van Hello Kitty of de Samurai Pizza
Cats niet alleen toegelaten moet worden, maar
zelfs gratis toegang moet krijgen!
Oftewel, fijne vakantie! Heel veel plezier en geen
danky,
Anky
Lieve Anky,
Ik doe al bijna een jaar Japanstudies, maar ik
heb nog stééds geen samoerailessen gekregen.
Wanneer kan ik die nou verwachten?
Liefs,
-k4t4n4
Beste k4t4n4,
Eigenlijk mag ik dit niet doorvertellen, maar ik
vind dat we het wel verschuldigd zijn aan onze
waardevolle leden om de waarheid te vertellen.
Voordat je wordt toegelaten op de opleiding
wordt er een achtergrondonderzoek naar de
familiegeschiedenis van ieder lid uitgevoerd en ik
weet niet wat voor geruchten je hebt gehoord over
samoerailessen, maar iemand heeft duidelijk uit
de school geklapt.
De enigen die van samoerailessen te horen krijgen
zijn degenen met samoerai als voorouders. Als
je niet direct van de universiteit te horen hebt
gekregen dat je samoerailessen krijgt, wil dat
hoogstwaarschijnlijk zeggen dat je van een van
de andere drie lagen van de Japanse premoderne
maatschappij (de boeren, ambachtslui of
handelaren) afstamt. Als je nu nog steeds geen
bericht over samoerailessen hebt ontvangen,
en dat geldt trouwens voor alle leden, dan kun
je ervan uitgaan dat je die uitnodiging ook niet
meer zult krijgen, dus je zou je er maar bij moeten
neerleggen.
Ik hoop dat je wat hebt gehad aan mijn antwoord.
Veel succes en geen danky,
Anky
太狸記・五月号
39
‘s avonds een man...
...‘s ochtends een koning
Een Tanuki-activiteit is géén geldige reden om
een college te skippen of te laat te komen!
Wees verstandig! Wees een koning!
...of een koningin.