TaTanukiKi 2010-2011--2

Media

Part of 2010-2011 | 2

Titel
TaTanukiKi 2010-2011--2
extracted text
たたぬきき

LVSJK Tanuki

28年
十二月

Tatanukiki redactie
Hoofdredacteur & vormgever:

Guan van Zoggel
Redactieleden:

Robert Beers

Melissa Costa

Liselore Goossens

Emily Maas

Pim Omes

Tom Omes

Bestuur Tanuki
Praeses

Ab-Actis


Loraine Gilsing
Caspar Westelaken

Quaestor & vice-voorzitter

Bas Oostdijk
Hoofdredacteur

Guan van Zoggel
Webmaster

Tom Omes
Assessor

Joleen Blom

Commissies
Feestcommissie

Els van Wuijckhuise
Kampcommissie

Robert Beers
Cultuurcommissie

Pim Omes
Reiscommissie

Bas Oostdijk
TFC Banzai

Martijn Heule
Raad van Toezicht

Bob Nijkamp

Mattias van Ommen

Isaura van den Berg

2 • Editorial

しゃっせつ

社説
Toen ik deze zomer in Tokyo verbleef om deel te
nemen aan een taalschool, rinkelden elke ochtend mijn wekkers om half zeven. Elke ochtend
zette ik om half acht mijn voet buiten de deur
van de Weekly Mansion en elke ochtend werd ik
verrast door de uiterst onaangename hitte. Met
het station op vijf minuten loopafstand, stapte
ik elke ochtend bezweet in een metro overvol
met bezwete sarariiman. Eenmaal Hachiko en
bijbehorende oversteekplaats gepasseerd, beklom ik de helling die naar de taalschool leidde.
Halverwege de tocht dook ik één van de ruim
tien kombini binnen voor een nieuw flesje Pocari Sweat. Elke ochtend kwam ik om half negen uitgeput en doorweekt aan op de plaats van
bestemming, om even later de docenten zo fris
als een hoentje te zien passeren.

もくじ

目次
Tanuki Shimbun
Tanuki’s Pirates vs. Ninja’s
Bezoek van Ritsumeikan Keisho
Tanuki’s ‘80s Blacklight-Party

5
6
8

Japan
Japan’s Consumeren en Kopiëren
Er was eens: Momotaro
Yasunari Kawabata’s Sneeuwland

10
14
18

Columns
Dr. Beers weet het beter!
Tomes: Een slechte stem? Daijoubu!
Masterstudente Diana
Ryuugakusei: Arne & Aafke

20
26
30
32

Media
Muziek: ParaPara
Game: Kingdom Hearts: Birth by Sleep
Film: Mogari no Mori
Aan onbegonnen werk begonnen
Later heb ik mij doen laten vertellen dat de hittegolf die op dat moment heerste, de heetste in
meer dan honderd jaar was. Dat neemt niet weg
dat ik die zomer meer heb lopen op het weer
heb gevloekt dan alle zomers in Nederland bij
elkaar. Ik verlangde naar de zwoele(re) zomers
in Nederland, of beter: de winter.
Nu de sneeuwvlokjes tegen mijn raam
tikken en de ijzige wind dwars door de muren
van mijn nederige stulpje lijken te waaien, weet
je waarschijnlijk al wat ik wil gaan schrijven.
Dus dat doe ik niet. Dat is overigens ook typisch
Japans, dingen die toch al duidelijk zijn niet
meer vermelden. Tenminste, dat vinden zij zelf.
Alvast een fijne kerst en een voorspoedig
2011. Dat deze journal u warm moge houden.
~ Guan van Zoggel

9
24
25
28

Interview
22

Op de koffie bij: Daan Kok

Meer Azië
Ch’ingu: Examens op z’n Koreaans
SVS: Wha-Ho’s Wijze Woorden

34
36

Inhoudsopgave • 3

Als ik jullie vertel dat jullie vaker op www.tanuki.nl zouden moeten kijken, klink ik
als een webmaster van een slecht bezochte site. Maar niets is minder waar, want het
aantal bekeken pagina's neemt nog steeds iedere maand toe. Daarover heb ik niets
te klagen!
Waarom ik de ruimte die mij hier gegund werd met beide handen aanpakte is
juist om uit de doeken te doen waar de website goed voor is. In tegenstelling wat tot
vaak gedacht wordt, is de site meer dan Tanuki’s virtuele uithangbord. Uiteraard kondigen we er onze eigen activiteiten aan, maar er gebeurt zoveel meer! Kijkt u mee?
Voor de geïnteresseerden in Japanse kunst onder ons maken we melding van
elke nieuwe tentoonstelling in het SieboldHuis. De toegang is voor studenten Japanologie gratis; dus ga zeker kijken!
• Journal kwijtgeraakt? Geen punt; onder het tabblad ‘TaTanukiKi’ vind je alle nummers vanaf jaargang 2005-2006 tot nu. Altijd, overal en tot in de eeuwigheid
toegankelijk.
• Op papier doen er elke editie maar twee ryuugakusei verslag uit Japan, maar voor
familie, vrienden en andere geïnteresseerden zijn de weblogs van alle leden in het
buitenland onder het tabblad ‘links’ beschikbaar.
• Hier vind je eveneens een keur aan andere, kwalitatief hoogstaande websites over
Japan verzameld. Mis je daar je eigen handige site tussen? Laat het weten via webmaster@tanuki.nl.
• Onder ‘fotoboek’ staan beeldverslagen van nagenoeg alle Tanuki-activiteiten van
de afgelopen jaren. Weten hoe het er een paar jaar geleden aan toeging, of simpelweg in een nostalgische bui? Je weet nu waar je moet zijn.
• Feedback geven op ons beleid? Eens in de zoveel weken staat er een nieuwe poll
voor jullie klaar. Stem ook daadwerkelijk, want naar de uitslag wordt echt gekeken.
En dan is er nog Facebook. Nog geen lid? Geen probleem! We dragen er zorg voor
dat alle informatie die daar verschijnt ook op de homepage staat. Het wordt door veel
leden als handig ervaren om een account aan te maken, omdat je zo onder andere gemakkelijk kunt zien wie bij een event aanwezig zal zijn. Maar dat laat ik aan jullie over.
Kortom: op de hoogte blijven van onze activiteiten, maar vooral van alles met
relatie tot Japan zien, lezen en meemaken? Hou de site in de gaten!
~ Tom Omes
4 • Even jullie aandacht voor: Tanuki.nl

たぬきしんぶん

狸新聞
Tanuki’s Pirates vs. Ninja’s

Waar: Hut van Ome Henne, Leiden
Wanneer: 21 oktober 2010

Op donderdag 21 oktober 2010 vond in de Hut
van Ome Henne het tweede Tanukifeest van
het collegejaar plaats. Dit feest had het illustere
thema: Pirates versus Ninja’s. Dit thema is gebaseerd op een langslepende internetdiscussie
welke kant zou winnen in een gevecht: piraten
of ninja’s? Tanuki nam de proef op de som. Massaal verkleedde men zich als piraten, de ninja’s
waren ook aanwezig maar minder zichtbaar in
de menigte.
Toen het feestvolk was binnengestroomd
en de deuren op slot gingen, was het tijd voor de

strijd in de vorm van een dance-off. Wie kon zich
het heetste manifesteren aan de danspaal? Allereerst waren de piraten aan de beurt. Drie piraatafgevaardigden bewezen hun kunsten onder luid
gejoel van het publiek. Vervolgens waren de ninja’s aan de beurt om te laten zien uit wat voor hout
zij gesneden waren. De eerste ninja pakte trots de
paal ter hand en liet zien dat hij de ninjutsu tot
in de heupen beheerste. Al snel werd duidelijk
welke kant de strijd zou winnen. Er kon die avond
namelijk maar één de winnaar zijn en dat was de
ninja, hij was de winnaar van een meter bier.
Tanuki Shimbun: Tanuki’s Pirates versus Ninja’s • 5

たぬきしんぶん

狸新聞
Bezoek van Ritsumeikan Keisho

Waar: Arsenaal, Leiden

Wanneer: 1 november 2010

Het tempo waarmee Japanners door Europa
snellen blijft moeilijk te bevatten. Binnen het
tijdsbestek van één week werden Brussel, Brugge, Antwerpen, Karlsruhe, Heidelberg, Frankfurt, Oberhausen, Amsterdam, Leiden en Den
Haag door de studenten van de Ritsumeikan
Keisho High School bezocht. Een reisplan waar
de gemiddelde Nederlander een maand voor
uittrekt. Hoe kort hun bezoek aan het Arsenaal
ook was: het was geenszins vluchtig te noemen.
Al hadden de Japanners verder ook niet
heel veel verrassingen in petto. Wie vaker Japanners heeft ontvangen, wist precies hoe het
zou gaan. En zo ging het ook. Na een voordracht
van een verlegen studente en een komisch intermezzo verzorgd door twee allerminst verlegen dansende jongens, werden umeboshi tevoorschijn gehaald. Zoals wij er genoegen in
scheppen iedere Japanner te verwennen met
drop, vinden zij het op hun beurt uiterst aangenaam om de uitdrukking op onze gezichten te
zien wanneer we ons aan deze delicatesse wagen.
Tevreden, omdat ze de reactie kregen
die ze verwachtten, kondigden de Japanners
het volgende programmaonderdeel aan: het beschilderen van sensu. Groot was mijn geruststelling toen bleek dat de twee Japanners die mijn
waaier van inkt voorzagen ook niet zonder een
elektronisch woordenboek uit de voeten konden.
Na een korte introductie over de Nederlandse cultuur en de traditionele stroopwafel en
drop die daarmee gepaard gaan, was er nog tijd
6 • Tanuki Shimbun: Bezoek van Ritsumeikan Keisho

voor het gebruikelijke Japanse danklied. Uit
volle borst werd tsubasa wo kudasai gezongen;
de ramen van het Arsenaal trilden in hun kozijnen, de deuren in hun sponningen en de telefoonhoorn van de huismeester op diens haak.
Na een korte wandeling langs enkele
universiteitsgebouwen, waarbij meer aandacht
was voor onze kennis van het Nederlands voetbal, was het tijd om afscheid te nemen. Om
tien voor half vijf – ook weer zo’n sterk staaltje
Japanse planning – zou de bus klaar staan.
Na een korte uitwisseling van bedankjes, het
uitspreken van hun hoop om hier nog eens
terug te keren en onze wens om dat toch maar
vooral te doen, begaven de 39 studenten en hun
begeleiders zich naar de volgende bestemming.
~ Tom Omes

Op nog geen 5 minuten loopafstand ligt het enige Japanmuseum
van Nederland: het SieboldHuis.
Gelegen aan de mooiste gracht
van Leiden biedt het SieboldHuis
inzicht in de lange band die Leiden
met Japan heeft via de persoon Philipp Franz von Siebold. Daarnaast fungeert het SieboldHuis als
het Nederland-Japan kenniscentrum waar iedereen met al haar of zijn vragen over Japan terecht kan.
Het leukste aan het SieboldHuis zijn echter alle activiteiten die het voor al haar bezoekers
organiseert: van een sencha-theeceremonie, tot Japans filmfestival en lezingen over kunst, cultuur
en de unieke Siebold-collectie. En alle interessante tentoonstellingen waarin het oude Japan en het
nieuwe Japan beide ruim aan bod komen.
In deze en de komende Tatanukiki’s verschijnt elke keer een overzicht van de tentoonstellingen en activiteiten in het SieboldHuis. Meld je op tijd aan voor activiteiten, want het zit vaak snel
vol. Je kunt je ook aanmelden voor de nieuwsbrief van het SieboldHuis via onze website.

Tentoonstelling: Hokusai 250

Van 8 december t/m 27 februari. Katsushika Hokusai, ongetwijfeld de bekendste Japanse kunstenaar, werd 250 jaar geleden geboren in Edo (het
huidige Tokyo). Een goede gelegenheid om een
grote overzichtstentoonstelling aan de maker van
De grote golf te wijden. Deze houtsnede maakt
deel uit van de serie 36 Gezichten op de berg Fuji,
een serie prenten die vanaf 1830 uitkwam. Vooral
dankzij deze serie prenten kreeg Hokusai bekendheid
in het Westen. In de tentoonstelling Hokusai 250 zijn
niet alleen een groot aantal van zijn meeste beroemde
werken, maar ook zijn beschilderingen op Hollands papier
te zien. Deze laatste zijn nog nooit eerder tentoongesteld in
Nederland en vormen een uniek deel van de Leidse Japancollectie.
Gastconservator van deze tentoonstelling is Prof.dr Matthi
Forrer, die internationaal bekend staat als een zeer gerenommeerd Hokusai-expert. Op 23 januari
geeft hij een lezing over Hokusai en de Hollanders. Toegang is €5 voor Tanuki-leden, €7,50 voor
niet-leden. Graag aanmelden van tevoren via info@sieboldhuis.org

Japan achter de schermen

Van oktober tot en met mei organiseren het SieboldHuis en Japans cultureel centrum Shofukan
(Rotterdam) een lezingenreeks voor een blik achter de schermen van Japan. Acht zondagmiddagen
per jaar laten experts op het terrein van geschiedenis, kunst, religie en politiek van Japan hun licht
schijnen over onderwerpen, waarvan we doorgaans alleen oppervlakkig kennis kunnen nemen.
Op 19 december om 14.00 uur gaat bekend fotograaf Herman Kempers in op de Japanse fotografie
sinds 1945. Toegang is €5 voor Tanuki-leden, €7,50 voor niet-leden. Graag aanmelden van tevoren
via info@sieboldhuis.org. Hokusai en de Hollanders. Toegang is €5 voor Tanuki-leden, €7,50 voor
niet-leden. Graag aanmelden van tevoren via info@sieboldhuis.org

たぬきしんぶん

狸新聞
Tanuki’s ‘80s Blacklight Party

Waar: De Hut van Ome Henne
Wanneer: 2 december 2010

De temperatuur is flink aan het dalen en studenten beginnen spontaan uit te rekenen hoeveel colleges ze nog kunnen missen. Dat kan
maar één ding betekenen: het einde van het
eerste semester komt in zicht. Dat weerhoudt
de feestcommissie van Tanuki er echter niet
van om nog een flink feest te geven.
Het thema deze keer combineerde blacklight, dat afgelopen jaar een groot succes bleek
te zijn, met de jaren ‘80. Dus niet alleen mensen
in witte shirts en zichzelf beklad met fluoriserende stiften, maar ook hun idee van hoe zij er
een kwart eeuw geleden uit zouden zien. Deze
keer kwamen niet alleen de eerstejaars in grote
getale hun feestelijke gezicht laten zien, ook de
oudere garde - waarvan sommigen de ‘80s zelfs
bewust hebben gemaakt - was van de partij.
De traditionele dance-off voor de felbegeerde meter bier werd deze keer gewonnen
Yvonne Jansen en haar billenschuddende act.
~ Guan van Zoggel

8 • Tanuki Shimbun: Tanuki’s ‘80s Blacklight Party

しちょうかく

視聴覚
ParaPara: Doe mij maar na!

door: Melissa Costa

Hallo, en welkom bij weer een informatieve blik
in het muzikale erfgoed van Japan! Dit keer
gaat het echter minder om een muziekvorm,
maar om een dansvorm die nota bene bij Europese muziek is uitgevonden. En niet zomaar
een dans; mensen in het bezit van een enigzins
motorische stoornis of zonder gevoel voor ritme
kunnen zich hier beter niet aan wagen. Dans je
graag anders dan de rest? Dat is hier ook niet
aan te raden. Bovendien gaat het bij deze vorm
van dans, in plaats van het ‘voetenwerk’, meer
om het armenwerk! Nieuwschierig geworden?
Ik heb het namelijk over ParaPara.
ParaPara is sterk verwant aan de Eurobeat-muziek, snelle upbeat dance-tracks die
vanuit Europa (vooral Italië, daarom heet het
ook wel Italo Disco) ook Japan bereikten en erg
populair werden tijdens de vroege jaren ’80.
ParaPara schijnt dus ook al te bestaan vanaf
die tijd, maar pas aan het eind van de jaren
’90 was er een echte ParaPara-Boom in Japan.
Het ontwikkelde zich als een clubdance, terwijl
Japanse artiesten op de hype inspeelden door
routines voor hun nummers te maken, zoals
Hinoi Team (zie hieronder).

ParaPara wordt vooral gekenmerkt door de
dansroutines die per nummer vastliggen. Dansers volgen deze routine dus allemaal tegelijk,
vergelijkbaar met line dancing. De nadruk ligt
op armbewegingen, het onderlichaam wordt
niet veel gebruikt behalve eventuele rhythmische passen op de plaats of heupbewegingen.
De dansers bewegen niet veel rond waardoor het mogelijk is een nette formatie te behouden. Enkele bekende variaties op ParaPara
zijn TechPara, wat op Hyper Techno wordt gedanst, en TraPara of ToraPara voor Trance. Terwijl ParaPara vooral een schattig imago heeft
(het wordt meestal door meisjes gedanst en ook
in sommige animes gebruikt) is TechPara een
‘stoerdere’ variant, met aparte routines voor
mannen en vrouwen.
Momenteel zakt de trend in Japan
enigszins, maar in de rest van de wereld wint
ParaPara aan populariteit. Ook Nederland
heeft een jaarlijkse ParaPara- en TechParaclubparty, Deshima Sounds, wat laatst op 10
oktober plaats vond in Den Haag. Een zeer leuk
event, maar het vereist wel behoorlijke studie
en oefening als je besluit mee te gaan dansen!

ParaPara, doe mij maar na! • 9

げつとくしゅうきじ

月特集記事
Japan’s consumeren en kopiëren
door: Robert Beers en Melissa Costa

Als je de straten bewandelt in Japan, valt het je al heel snel op dat de gebouwen, straten en muren
behangen zijn met advertenties. Neon, flikkerende lichten, schrille stemmen van personeel dat hun
waren probeert aan te prijzen; al wandelend zou je bijna epileptisch worden van de geraffineerde
manieren waarop bedrijven hun naam en producten je de strot in proberen te duwen. In Japan is
de consumptiemaatschappij in het dagelijkse leven iets waar je bijna niet aan kan ontkomen, en als
Nederlandse buitenstaander is het niet eenvoudig te begrijpen, of dit nou wenselijk is of niet.
Maar wat is eigenlijk een consumptiemaatschappij? De consumptiemaatschappij houdt grofweg in
dat de mensen in een samenleving hun vrije tijd gebruiken om goederen te kopen, nadenken over
het kopen ervan, en om deze goederen te tonen aan de mensen ten bate van status. Het gaat hier dan
om goederen die geen primaire levensbehoefte bevredigen, maar hebben doorgaans de functie om
prestige te verschaffen aan zij die het product aangeschaft hebben. De term consumptiemaatschappij is gerelateerd aan de moderne Westerse wereld, maar is eigenlijk van alle streken en alle tijden.
Zo kenden de eerste beschavingen zoals de oude Egyptenaren en de Romeinen al een soortgelijke
structuur van het kopen van dingen in toevoeging op hun primaire behoeften.
In het geval van Japan uit de consumptiemaatschappij zich dus onder andere in agressieve
manieren om producten te adverteren, maar op een iets algemener niveau kan je stellen dat door
de zucht naar geld voor bedrijven er middels deze reclame er wordt voorgeschreven hoe iemand
een makkelijker of gelukkiger leven kan leiden door producten te kopen. Dit is echter niet alleen in
Japan het geval, ook hier in de Westerse wereld doet men mensen graag geloven dat hun product of
dienst vanzelfsprekend is in het leven. Toch kan je er niet echt aan ontkomen. Een korte wandeling
door een wijk als Akihabara leert bijvoorbeeld dat je thuiskomt met tien folders voor allerlei dingen.
Hieronder volgen gegevens van de uitgaven van een gemiddeld Japans huishouden van het
3e kwartaal in 2010, uitgaande van een gemiddeld inkomen van ongeveer ¥613.000. Deze gegevens
zijn afkomstig van het Bureau voor de Statistieken van het Japanse Ministerie van Binnenlandse
Zaken en Communicatie.

Waar gaan de yennen heen?
Voedsel
31,7%
Wonen
8,6%
Huishouden en Meubels
4,8%
Kleding
4,8 %
Gezondheidszorg
5,1%
Vervoer en Communicatie
17,4%
Onderwijs
3,3%
Cultuur en recreatie
14,1%
Overige
10,1%
10 • Maandelijkse feature: Japan’s consumeren & kopiëren

Voedsel en een dak boven het hoofd kunnen worden gezien als
eerste levensbehoeften. Kijken we echter verder naar zaken als
kleding, communicatie en recreatie, dan hebben we het over secundaire goederen. Om deze indeling te nuanceren, nemen we
als voorbeeld de uitgaven voor voedsel. Hier wordt een derde
van de uitgaven aan besteed, maar volgens de statistieken vindt
gemiddeld een van de vijf maaltijden buitenshuis plaats. Een ander voorbeeld is de kostenpost Vervoer en Communicatie. Een
kwart van de uitgaven bedraagt het gebruik van een mobiele telefoon en aanverwante kosten. Kosten per kwartaal hiervoor waren
tot wel ¥35.000 per huishouden. Dit is ongeveer evenveel waar
een gezin al de huur van een woning kan betalen om te wonen.
Het lijkt alsof levensbehoeften veranderen. Alsof het niet meer
zozeer belangrijk is om een goed huis te hebben, een goede opleiding en een gematigd leven, maar te dansen naar de pijpen van
de aanbieders van producten die vanuit de essentie helemaal niet
van vitaal belang zijn. Natuurlijk is het prettig om omgeven te
zijn door luxe en te laten zien dat je welvarend bent, maar – niet
alleen in Japan – zitten hier ook economische risico’s aan verbonden.
In de huidige economische omstandigheden waar een op
de zes Japanners onder de armoedegrens leeft kan je je afvragen hoe duurzaam een dergelijke samenleving is. Een voorbeeld
hiervan komt uit een artikel uit de New York Times waar een Japanse winkeleigenaar na zijn vergaarde rijkdom gedwongen was
te leven op een veel lagere standaard omdat hij zakelijk niet meer
kon participeren door de moordende concurrentie. Persoonlijk
ging hij onderuit omdat hij zijn luxe leven niet meer kon betalen
vanwege een lager inkomen.
Naast een economisch perspectief bestaat er ook een maatschappelijk perspectief. Waar tien
tot twintig jaar geleden de wereld jaloers was op Japan’s welvaart leven Japanners nu met veel
minder ambitie vanwege economische tegenslag, iets wat moeilijk strookt met de ‘schaamtecultuur’
van Japan.
Hoe essentieel is het dus om een luxe leven te leiden? Wij als Westerlingen kunnen een goede les
leren door niet alleen te kijken wat er om ons heen gebeurt, maar ook daarbuiten. Japan wordt alom
geprezen als economische grootmacht, maar op een minder groot niveau ook gewaardeerd om wat
welvaart heeft voorgebracht op het gebied van samenleving, cultuur en producten. Het lijkt echter
het geval te zijn dat de maatschappij toe is aan de andere kant van de munt der economische welvaart. Voor de Japanse maatschappij geldt dat evengoed voor de Westerse, en dat is om te leren wat
naast status, consumeren en geld nu echt belangrijk is in het leven.
Maandelijkse feature: Japan’s consumeren & kopiëren • 11

Wat moet het de nieuwsgierigheid geprikkeld hebben. Stel je voor: jouw land en volk, dat stevig
vasthoudt aan haar eeuwenoude gebruiken, krijgt beetje bij beetje inzicht in de wonderbaarlijke
voorwerpen die letterlijk uit een andere wereld lijken te komen. Tijdens de isolatie van Japan waren
het enkel de Nederlandse handelaren die met hun schepen goederen en kennis vanuit de rest van de
wereld Japan binnen kregen.
Naast specerijen en dierenhuiden waren vooral de wetenschappelijk instrumenten uit Europa erg interessant, net zoals sommige ‘simpele’ gebruiksvoorwerpen, naar Europese standaard
dan. De ene Japanner reageerde sceptisch, de ander ontpopte zich tot heuse verzamelaar van deze
wonderlijke spullen. Verwarrend moet het wel geweest zijn; waar gebruikten ze deze dingen voor?
Zo is er een geval bekend uit die tijd van een porseleinen urinoir dat, meegenomen door de Nederlanders, vervolgens in een voornaam Japans huis als waterkan bij de thee-ceremonie werd gebruikt.
Pijnlijk? De Japanse heer had hier geen last van, hij was juist apetrots op zijn exotische kan.
Klinkt dit herkenbaar? Onze voorouders zijn er immers op precies dezelfde manier vaak genoeg
ingetuind, en ook nu gebeurt het nog. Pronk je met die Nieuw-Guinese strijdhoorn aan de muur,
blijkt het om een doodgewone peniskoker te gaan - maar dat terzijde. Tegenwoordig lopen we niet
zo snel meer tegen die spreekwoordelijke lamp aan. Kennis van landen en culturen is immers wijdverspreid. Maar als het om vreemde voorwerpen, of moderner gezegd ‘gadgets’ gaat, weet Japan ons
nog steeds te verbazen. Een greep uit de categorie “Hoe Verzin je Het?”: stof-vasthoudende slippers
voor je kat, zodat het beest ook nog eens wat doet in het huishouden. Nuttig of enkel belachelijk? Jij
mag het zeggen.
Japan heeft echter nog een ander talent. Voor een volk dat bekend staat als zeer vasthoudend
aan tradities, zijn Japanners erg goed in het overnemen van cultuurverschijnselen uit andere landen.
Vooral de Verenigde Staten is voor Japanners het paradijs, want letterlijk alles is daar mogelijk, volgens hen. Cowboy-bars, Las Vegas-clubs en typisch Amerikaanse weddingchapels tref je nu zomaar
in Japanse steden aan. In de bars die nagebouwd zijn in de stijl van het Wilde Westen, vertoeven de
gasten compleet met cowboy-kostuum en hoed en noemen elkaar bij bijnamen (“Howdy John-san,
hoe gaat het nu?”). Een Japanse cowboy. Het moet niet veel gekker worden. Is hier nu geen sprake
van ernstige cultuur-verloedering?
“Welnee!” zal de gemiddelde Japanner die je hierop aanspreekt breed glimlachend antwoorden. “Wij veranderen onze cultuur niet, wij verrijken hem juist.” Precies. De Japanse cultuur is als
een enorme spons, die opneemt wat het interessant acht en het deel maakt van het grote geheel.
Zo zijn ze werkelijk meesters in het subtiel aanpassen van de context van een buitenlands verschijnsel, om het tot iets Japans te maken. Het voorbeeld van de cowboy-bars zou menig Amerikaan

nu over zijn hoofd doen krabben. Ook een lovehotelkamer zo volgestouwd met alles wat maar
Amerikaans is, van cheeseburgers tot de New
York Yankees, zou zelfs een trots Amerikaanse
staatsburger nogal vreemd aandoen. En zo is iets
‘typisch Amerikaans’ in Japanse ogen tot iets ‘
typisch Japans’ geworden in onze ogen. Transformatie compleet.
Het Japanse kopiegedrag blijft echter niet enkel
bij voorwerpen, maar spreidt zich ook uit naar
de Westerse levensstijl. Als je als Japanse echt
modern wil zijn, dan volg je een workshop ‘correct op een Westerse stoel zitten’. Ook het leren
eten met mes en vork, koken op Amerikaanse
wijze en het dragen van Westerse mode maakte
Japanse dames een aantal jaar geleden pas echt
chique en vooruitstrevend. Tegenwoordig zijn er
nog maar weinig Japanners, vooral in de steden,
die hun leven volledig volgens de algemene Japanse gebruiken leiden. Toch beweren maar weinigen dat de Japanse cultuur zo echt wordt beschadigd; Japanners blijven net zo trots op hun
eigen ‘kern’, wat ze maar al te goed laten zien bij
matsuri en officiële gelegenheden als bruiloften,
al worden deze tegenwoordig ook vaak in Westerse stijl of in een combinatie daarvan gevierd.
Maakt dit kopie-gedrag de Japanse cultuur nu
zo uniek? Niet helemaal. Cultuur is immers bij
definitie een dynamisch begrip en ‘cultuurvernietiging’ bestaat dus eigenlijk helemaal niet.
Bovendien hebben wij Nederlanders ook niet
genoeg Amerikaanse verschijnselen opgenomen
in onze samenleving, om nog maar te zwijgen
over de gewoonte om met stokjes te eten. Wereldwijd bestaan er obsessieve Japan-liefhebbers die
nog wel verder gaat in het kopiëren van Japanse
gebruiken. Maar is dat net zo vreemd is als een
Japanse cowboy? Wie zal het zeggen. Japanners
zullen altijd wel uniek blijven als een creatief, fanatiek en enigszins apart volk.
Maandelijkse feature: Japan’s consumeren & kopiëren • 13

みんわ

民話
Er was eens: Momotaro

aanbevolen door: dr. prof. Smits
door: Guan van Zoggel

Er was eens een oud getrouwd stel dat in Japan woonde. De oude man was een houtsnijder. Hij en
zijn vrouw waren heel verdrietig en eenzaam, want ze hadden geen kinderen. Op een dag ging de
oude man naar de bergen om hout voor de kachel te verzamelen. De oude vrouw ging naar de rivier
om kleren te wassen. Toen de oude vrouw begon met wassen, werd ze verrast door een grote perzik
die in het stromende water dobberde. Het was de grootste perzik die ze ooit gezien had. Ze trok de
perzik uit het water en besloot het mee naar huis te geven om het ‘s avonds als avondeten aan de
oude man te geven.

Aan het einde van de vanmiddag kwam de oude man thuis, en zijn vrouw zei: “Kijk wat ik heb gevonden, een prachtige perzik voor het avondeten.” De man zei dat het echt een mooie perzik was. Hij
was zo hongerig dat hij zei: “Laten we het in tweeën snijden en meteen opeten.” Dus de oude vrouw
bracht een mes uit de keuken en stond klaar om de perzik in tweeën te snijden. Maar op dat moment
hoorden ze een menselijke stem vanuit de perzik. “Wacht! Niet snijden!” zei de stem. Opeens splitte
de perzik open en sprong er een schattige jongetje uit. De oude man en vrouw waren verbijsterd.
Maar toe zei het jongetje: “Wees niet bang. God zag u eenzaam jullie waren zonder kinderen,
dus stuurde hij mij om jullie zoon te zijn.” Het oude stel was heel gelukkig en besloten hem te nemen als zoon. Omdat hij was geboren uit een perzik, noemde ze hem Momotaro. Ze hielden veel van
Momotaro en voedden hem met alle liefde van de wereld op.
Toen Momotaro ongeveer vijftien jaar oud was, ging hij naar zijn vader en zei: “Vader, u bent
altijd ontzettend aardig voor mij geweest. Nu ben ik groot en moet ik iets doen om mijn vaderland
te helpen. Een eiland ver weg heet het Reuzen Eiland. Daar wonen veel slechte reuzen, die vaak naar
ons land komen en stoute dingen doen, zoals mensen ontvoeren en hun spullen stelen. Dus ik ga
naar Reuzen Eiland en tegen ze vechten. Ik neem de schat die ze daar hebben met me mee terug.
Laat me alstublieft gaan.”
De oude man was verrast dit te horen, maar was ook trots op Momotaro dat hij andere mensen
wilde helpen. Dus hij en de oude vrouw hielpen om Momotaro voor te bereiden op zijn reis naar
Reuzen Eiland. De oude man gaf hem een zwaard en harnas, de oude vrouw een stevige maaltijd.
Daarna begon Momotaro aan zijn avontuur en beloofde zijn ouders snel terug te keren.
14 • Er was eens: Momotaro

Momotaro liep naar de zee. Het was een lange weg. Onderweg ontmoette hij een gevlekte hond. De
hond gromde naar Momotaro en wilde hem bijten, maar Momotaro gaf hem wat van zijn eten. Hij
vertelde de gevlekte hond dat hij reuzen ging vechten op Reuzen Eiland. De hond zei dat hij mee ging
om Momotaro te helpen. Later kwamen ze een aap en een fazant tegen. Eerst hadden de hond, aap
en fazant ruzie met elkaar, maar toen Momotaro gaf aan elk dier wat van zijn eten en vertelde hij dat
hij de reuzen ging verslaan. De aap en fazant besloten toen om Momotaro te helpen.
Ze volgden een lange,
lange weg en bereikten uiteindelijk de
zee. Daar bouwde Momotaro een boot. Ze
sprongen allemaal in
de boot en vaarden
naar Reuzen Eiland.
Toen het eiland in zicht kwam, zagen ze dat de reuzen daar een sterk fort hadden gemaakt. En er
waren veel, heel veel reuzen. Sommigen waren rood, anderen blauw of zwart. Eerst vloog de fazant
naar de muren van het fort en begon in het hoofd van de reuzen te pikken. De probeerden allemaal
de fazant met hun knuppel te slaan, maar hij was erg snel en kon alle knuppels ontwijken. Terwijl de
reuzen niet keken, glipten de aap binnen en opende de poort van het fort. Toen renden Momotaro
en de gevlekte hond naar binnen, en begonnen ook tegen de reuzen te vechten.
Het was een verschrikkelijk gevecht. De fazant pikte in de hoofden en ogen van de slechte reuzen. De aap krabde. De gevlekte hond beet. En Momotaro sloeg met zijn zwaard. Uiteindelijk waren
alle reuzen verslagen. Ze zaten geknield voor Momotaro en beloofden nooit meer slechte dingen te
doen. Toen brachten ze Momotaro de schat van hun fort.
Het was de meest
geweldige schat die
je je kunt voorstellen.
Er was veel goud en
zilver, en veel kostbare juwelen. Er was
een onzichtbare jas
en hoed, een hamer
die elke keer als je
op de grond slaat een
stuk goud maakt, en
veel andere mooie
dingen.
Momotaro en zijn drie hulpjes droegen alles naar hun boot en vaarden terug naar hun land.
Ze maakten een karretje, stopten de schat in het karretje en trokken het naar Momotaro’s huis.
Hoe gelukkig het oude stel was toen ze hun zoon veilig zagen terugkeren van Reuzen Eiland! Door
de fantastische schat waren ze nu erg rijk en leefden samen nog lang en gelukkig.
Er was eens: Momotaro • 15

ふっかんのう

かんじ

不可能な漢字
Japan
Wa

sbe

getipt door: drs. D.P. Kok

erh

© Johnson Banks Design Limited 2010

WA
G
was ENING
b
EN
kor eerhon
- I
tge
den
n F
l
e
klei
den
ries
g
e
v
np
esti
lan
is v
l
d h
gd.
oor
aat
thu
s
eeft
d
N
is, m
je t
e
a
der
tuu
uss
zich
aar
de m
rwa
in D en Jo
naa
a
a
r
n
al e
ure
uits
r a
e
Dat
m
e
lle
en
ers
nd
lan
me
H
waa
o
d
h
d
l
e
k
e
d
ew
ere
ver
bbe
om
t de
n
eni
a
t
n a rschijn
sbe
vee
h
Z
g
e
o
i
l 23
t
e
n
ng
li
ogd
het
rho
die
. De
is e
r
i
n
kee jkheid
feit
e
a
d
r
w
l
v
e
g
a
o
e
n
r
evo
dat
sbe
een
ren
p gr
ger
zo'n
and
nde
erh
igin
dit
oof
ote
kol
ere
d
o
n
d
i
g
j
o
sch
er g
nd
aar
. On
ster
i
z
n
hee
a
a
h
V
terd
ron
ezie nie
al v
ke a
der
o
e
l go
o
g
r
e
d
ag
oor
ne
zo
t ni
lins
ed b
anw
het
bor
.
n
et i
oor
ij ee ek hee
ijzin op de
dor
gen
n
d
,
f
o
p
n
,
g
t
w
een
nze
da
a
was
Veg
buu
e
v
stre
bee angeto
elin oor ee bsite
rt m t het
nat
vi
ken
rho
soo
ond
ng
oet
Wa
uur
nd
roe
rd v
en z nden
dat
sbe
b
k
p
v
er
unn
eel
i
erh
an
e
was
zijn
spo
nes
ond jn, ald
en h en vo
bee icht.nl
op
t
r
s
u
e
e
en e
rho
ore
. Vo
s de
nw
dit
vor
n. E niet de n met
nde
nd
ord
lgen
mo
ver
ige
o
n
e
k
e
sch
me
eni
de d
nw
ievi
n in
sd
eeu
i
n
ver
n
g
u
e
asb
Frie
tsei
ing
t he
ldig
iere
wz
O
me
o
.
e
e
ijn
el p
slan
st-E
ew
nb
erh
ren
nig
wer
i
e
a
o
o
d
uro
tek
s en
zijn
pu
nd
den vuldig n Rusl
ent
hou
d
l
e
and lair als pa geh
d, d
a
e
in 2
d
die
t
d
gat e
de s
at h
oud
die
vre
006
r ve t zich z
por
ren bontra
et d
e
est
n
a
die
el m
o go
e
l3
voo
ie
nd
da
uitg
rso
eer
ed v n
van
r de
eze
orte t het d 0.000 r over
d
er
t vo
win
iere
bon
tal
ier
n.
terj
or d
van
n in tind
zich wasbe
a
e pl
Eur
erh
de
ook
ond
ezie cks. In ustrie.
ope
in N
e
s
r
d
H
j
e la
n
ede
nde acht. D e jaren un va
rlan afgesc
cht
n
ie h
vijf
h
d za
i
en
tig
ebb
l ve oten v s uitge
van
en z
olge
rsp
zwo
d
ich
reid
ns d
rve
zo s e
en.
n
e
.
I
Zoo
nel
nD
Exo
gdi
uits
ten
e
lan
rve
ver
d
r
drij
ven enigin
g
inh
eem ,
se

ond

en i

nF

ries

lan

d

びじゅつ

ぶんか

美術と文化
Yasunari Kawabata’s Sneeuwland
door: Pim Omes

Waarde lezers,
De meesten van jullie zijn wellicht bekend met
de Japanse auteur Haruki Murakami. In zijn
thuisland vinden zijn boeken gretig aftrek, omdat zijn boeken treffend de tijdsgeest van het
hedendaagse Japan weergeven. Hij portretteert
een Japan dat zich in een spagaat bevind tussen
de oude traditioneel Japanse waarde en de nog
immer toenemende invloed van het Westen.
Dat deze wrijving tussen oud en nieuw Japan
al langer aan de gang is, behoeft voor Japanologen geen uitleg.
Al sinds de Meiji restauratie van 1868
trachten de Japanners de onvermijdelijke instroom van Westers cultuurgoed te kanaliseren.
Op literair gebied speelde de schrijver Yasunari
Kawabata (1899 – 1972) een rol van betekenis
in dit proces, en hiervoor ontving hij zelfs de
nobelprijs voor de literatuur van 1968. Omdat
één van Kawabata’s meest bekende romans,
Yukiguni (in het Nederlands vertaald als
‘Sneeuwland’) (1947), gelezen kan worden als
een werk dat met de toenmalige identiteitscrisis
van Japan probeert om te gaan, wil ik jullie een
beknopte samenvatting van de plot geven, alsmede een uitleg hoe Kawabata Japanse traditie
in moderne vorm wist voort te zetten.
Het plaatsje Yuzawa vormt het decor waartegen de plot van Yukiguni zich afspeelt. Centraal staat de liefdesaffaire tussen de uit Tokyo
afkomstige dilettant Shimamura en de in Yuzawa werkzame geisha Komako. Shimamura is
een welgestelde, zelfbenoemde balletexpert en
reist af naar het Sneeuwland om te ontsnappen
18 • Yasunari Kawabata’s Sneeuwland

aan het hectische Tokyo. Tijdens zijn verblijf
in Yuzawa houdt Komako hem gezelschap. De
relatie tussen Shimamura en Komako is vanaf
het begin af aan gedoemd om te mislukken.
Deze mislukte relatie vormt het centrale thema
van de roman.
Komako is geisha geworden zodat zij de
dokterskosten van de zieke jongeman Yukio kan
betalen. Het wordt niet duidelijk of hij haar verloofde is of niet. Shimamura is een flink aantal
jaren ouder dan Komako en bovendien getrouwd.
Nadat Shimamura acht dagen in de bergen
rond Yuzawa heeft doorgebracht gaat hij naar
de onsen (traditionele badgelegenheid waarvan
het water aan een geiser ontspringt) en vraagt
hij om het gezelschap van een geisha. Omdat
alle geisha het echter druk hebben met een festival in het dorp is Shimamura aangewezen op
leerling geisha Komako.
Shimamura is een dromerige estheet,
die het leven nooit met beide handen aangrijpt
maar het liever vanaf een veilige afstand gade
slaat. Komako is juist de tegenpool van Shimamura en leeft haar leven juist vol overgave.
Het onvermogen van Shimamura om werkelijk
lief te hebben staat telkens weer in sterk contrast met de allesverzengende liefde die Komako voor Shimamura koestert. Na een tijd echter
keert Shimamura terug naar Tokyo en bezoekt
het Sneeuwland meer dan een jaar later pas
voor de tweede maal.
Bij terugkeer is Komako een echte geisha geworden. Hun relatie blijft problematisch.
Komako ziet in dat haar gevoelens voor Shimamura zinloos zijn en probeert hem uit haar
wezen te bannen. Ze kan Shimamura echter

niet zo gemakkelijk opgeven en ze gaat tegen de
regels van de geisha-wereld in die stelt dat ze
geen liefdesrelatie met een klant mag beginnen.
De verhoudingen worden nog verder gecompliceerd door het meisje Yoko, dat Shimamura
aan het begin van het verhaal in de trein heeft
ontmoet. Hoewel hij maar enkele glimpen van
haar opvangt, voelt hij zich ook sterk tot haar
aangetrokken en komt hij in een driehoeksverhouding met Yoko en Komako terecht.
Aan het eind van de roman sommeert
Komako Shimamura om te vertrekken uit Yuzawa en nooit meer terug te keren. Op deze
wijze hoopt ze haar eer als geisha te herstellen
en een normaal leven te leiden. Shimamura
staat uiteindelijk, hoewel hij maar moeilijk van
Komako afscheid kan nemen, op het punt om
te vertrekken, maar dan vindt een vreselijke
tragedie plaats in het dorp…
Ten eerste kunnen de reizen die Shimamura vanuit Tokyo naar het plaatse Yuzawa maakt opgevat worden als een reis vanuit
de moderne, stadse chaos van Tokyo naar een
platteland waar de tijd heeft stilgestaan. Deze
reis naar het verleden wordt gelijk in de eerste
passage duidelijk gemaakt, als we kunnen lezen

teraire stijlfiguren als montage en de traditionele haiku dichtkunst samen te brengen in deze
roman. De montage komt treffend naar voren
als Shimamura in de treinruit kijkt, en daarin
het gezicht van Yoko ziet dat lijkt te drijven in
het achterliggende landschap. Yoko staat hier
symbool voor zuivere Japanse schoonheid, en
door haar te laten drijven in het landschap wil
Kawabata wellicht de suggestie wekken dat een
dergelijke zuiverheid gedoemd is te verdwijnen
in het moderne Japan. Tegenover deze individuele verzuchting van de protagonist staat een
universele vergelijking die hij doormiddel van
een Haiku maakt. Shimamura vergelijkt een
versleten vloer met een versleten koffer die op
die vloer staat, en trekt de conclusie dat dit een
herfstachtige sfeer oproept.

hoe de trein van Shimamura door een tunnel
het Sneeuwland in rijdt. Kawabata wijdt uit
met lyrische beschrijvingen van het landschap,
die doen denken aan klassieke Japanse natuurpoëzie. Ook zorgen de beschrijvingen van traditionele Japanse ambachten, als het bleken van
stof voor kimono ervoor dat de lezer zich in een
Japan waant waar de jachtigheid van het moderne bestaan nog niet is doorgedrongen.
Ten tweede weet Kawabata moderne li-

daardiseerde Japans dat na de Meiji restauratie
tot stand kwam te schrijven, slaagt Kawabata er
naar mijn mening goed in om de herinnering
aan een traditioneel Japan dat hem zeer na aan
het hart ligt levend te houden.

Tot slot kunnen we concluderen dat Kawabata
met zijn roman een poging doet om voor hem
onbegrijpelijke modernisering van Japan begrijpelijker te maken. Net als hoofdpersoon
Shimamura heeft hij geen echt contact met
het veranderende Japan, en grijpt terug op
tradities die langzaam maar zeker aan het verdwijnen zijn. Door zijn romans in het gestan-

Ik kan iedereen dan ook van harte aanbevelen
om Yukiguni ter hand te nemen en je mee te
laten slepen door deze fascinerende klaagzang
over het lot van traditioneel Japan.
Yasunari Kawabata’s Sneeuwland • 19

じんじらん

人事欄
Dr. Beers weet het beter!

door: Robert Beers

Dr. Beers is niet alleen gespecialiseerd in de Japanse taal en culturen, maar ook connaisseur op
het gebied van dramatiek van de moderne mens. Full-time roddelnicht en all-round homoseksueel.
Toen ik ergens deze week de televisie aan had gezet op Nederland 2,
was het programma Man Bijt Hond aan de gang. Vanwege de concerten
van Lady Gaga in Nederland, had het programma een rubriek gewijd
aan het volgen van enkele fans. Een van deze fans was een jongen die
zich ’s avonds graag verkleedde als de Lady. Hij sprak erover dat hij als
travestiet zich heel erg kon identificeren met het idee van Lady Gaga;
“zij komt niet zonder make-up naar buiten als zij in haar rol is, en als ik
in mijn rol ben kom ik ook niet naar buiten voordat ik klaar ben.”
Travestieten zijn van alle tijden. Zo staat er in het Oude Testament
een travestieverbod, en in de Koran voorschriften voor seksegebonden
kleding. Maar de travestiet zoals wij ze kennen, zijn mannen, ongeacht
seksuele voorkeur, die vrouwenkleding dragen en soms ook makeup.
De populairste vorm hiervan is ook de extreemste, het type die bekend
is uit het uitgaansleven: rondborstige, flamboyante diva’s met een hele
Kruidvat op hun gehydrateerde gezicht.
Maar om terug te komen op het rollenspel wil ik de cosplayer aanhalen.
Of beter gezegd: de crossplayer. Zoals algemeen bekend is kleedt een
cosplayer zich ten behoeve van vermaak als een historisch iemand, of
als zijn of haar favoriete anime-karakter bijvoorbeeld. Verwerpelijk of
niet, de ware kunst ligt in het overtuigen van iemands eigen schoonheid.
Een voorbeeld hiervan is Kayo Sato, een jongen, onder andere bekend van zijn Bayonetta-imitatie
en zijn carrière als model in vrouwenblaadjes.
Het jammere is travestie niet meer erkend wordt als een kunst. Ja, de tijd waarin dikke mannen die
roken naar mottenballen en opgedroogd sperma zich elk weekend opdoften om “I Will Survive” te
playbacken is achterhaald, maar toch is het goed dat deze vorm van genderdiversiteit wordt doorgezet. Wees niet bezwaard wanneer je aan de makeup van je moeder zit, of voor de spiegel de spijkerbroek van je vader aan probeert; schoonheid zit van buiten.
Reageren? Vragen? drbeersweethetbeter@gmail.com

20 • Column: Dr. Beers weet het beter!


Ik h
Wel
is naeb een
edel
priv melijk problee
zeer
é
m
gelee
l
man even. zo da waa
rde
t
d
r
H
Men mee et p er alt ik uw
Dr.
Beer
betr sen pr r kan v robleemijd een advie
s,
o
a
e
s
een kken ten sc rtrou van heleb bij no
om kern v bij ben hande wen. dit mo oel geb dig he
men eurt b. H
ik v over za an wa . Ding over o
e
t is
e
a
e
m
dat in mijnt
stab rtrouw ken di rheid n wor stan
ik n
.
d
bed
d
e
ieen a , aan mik toevZij heb en vergigheden
lleen ijn ertr ben
r
Xox
o
w
o
. Ho vrie ouwd het a t, en aarin
o
ve
e mo nden ha
ik
c
et ik dus d aanhter mi rliezen
nu v . Ik
m jn
erde voel ensen rug
r?
d
me
backie
-

Hallo Xoxo,
Het is waar dat een gore roddel veel kapot maakt. Maar
de dokter heeft opgemerkt dat deze mensen waar jij
mee omgaat jouw vrienden niet zijn. Mensen zijn op een
need-to-know-basis, maar sometimes they don’t need to
know. Bovendien kan ik diagnosticeren dat deze lieden
waar we over praten een ontzettend uitzichtloos leven
leiden, en/of zij enorme frustraties koesteren jegens
levensdoelen, en/of zij enorm jaloers zijn op jouw escapades. Mijn devies luidt daarom als volgt: lipjes getuit en
borstjes vooruit! Gooi die kin eens fier de lucht in, en laat
deze lowlifers eens merken wat voor boodschap je hebt
aan de weeïge, zure stroom aan schandalen waar zij zich
dagelijks mee besmeuren. Mensen verdienen maar één
inzicht in een verhaal, en dat is de palm van je hand omdat zij je hoofd niet waard zijn. En wat de rest betreft zegt
de dokter: there is no bad publicity, zolang er maar over
je gepraat wordt. Want blijkbaar speel je een belangrijke
rol in het leven van mensen…
Column: Dr. Beers weet het beter! • 21

どうそうかい

かいわ

同窓会と会話
Op de koffie bij: Daan Kok

door: Guan van Zoggel

Voor elke editie van de Tatanukiki gaan we op de koffie bij een alumnus die aangesloten is bij de
Alumnikai. De ene keer is het een onbekend gezicht, de andere keer is het misschien wel een docent.
Deze keer praten we met alumnus Daan Kok. Hij is PhD-kandidaat Asian Studies en het einde van
zijn promotieonderzoek begint in zicht te komen. Daarnaast doceert hij het derdejaars vak ‘Boeken
om te leren en om te lachen: De informatierevolutie van vroegmodern Japan’. Waar zijn onderzoek
over gaat, legt hij zelf uit.

De hamvraag. ‘Waarom Japans?’
Op de middelbare school wilde ik eigenlijk industriële vormgeving
gaan studeren, maar op de beste academie daarvoor in Eindhoven
werd ik niet toegelaten, dus ben ik wat anders gaan zoeken. Ik hoorde een interessant verhaal van een Nederlandse gitarist die Chinees
had gestudeerd, waarop ik naar een open dag gegaan ben van de tolktenopleiding in Maastricht, waar je Arabisch, Chinees en Japans kon
studeren. Ik wist al dat Chinees niet mijn eerste keuze zou zijn, maar
het leek me boeiend om een exotische taal te studeren en, net als die
gitarist, gitaar te blijven spelen, wat ik overigens nog steeds doe.
Zo ben ik begonnen met Japans in Maastricht in 1996. Ik was
nog nooit in Japan geweest en had geen speciale band met Japan. De
enige relatie was dan ook dat ik van Japans design hield. In het tweede jaar kreeg ik de kans om naar
Japan te gaan. Toen realiseerde ik me dat ik meer van de cultuur wilde weten dan het programma in
Maastricht aanbood en ben ik overgestapt naar Leiden. Ik mocht hier instromen in het tweede jaar,
maar ik ben gewoon helemaal opnieuw begonnen. Begonnen in 1998 en afgestudeerd in 2003.

Waar doet u als promovendus precies onderzoek naar?
Mijn onderzoek gaat over surimono. Wat het precies is, daar ben ik mijn proefschrift over aan het
schrijven. Maar wat minder precies: de surimono is een bepaald type Japanse prent, gedrukt van
houtsnedes, zo rond 1800. Het interessante aan deze Japanse prenten is dat er geen commercieel
aspect aan zit. Er worden gedichten op afgedrukt van een bepaald licht humoristisch type, die heten
kyôka, en de dichters schrijven hun gedichten in gezelschappen, echt een joint effort. Die laten de
beste van hun gedichten afdrukken in boeken en op prenten, die laatste worden daarom ook kyôkasurimono genoemd (er zijn ook varianten met haikai, een ander soort dichtvorm).
De surimono worden tussen relatief rijke stedelingen uitgewisseld bij nieuwjaarsbijeen-komsten. Los van het kenmerk dat ze non-commercieel geproduceerd worden, gedichten bevatten en de
voorstelling betrekking heeft op de inhoud van de gedichten, zijn ze dankzij ruimte investeringen
van bijzonder hoge kwaliteit: het mooiste papier, de mooiste pigmenten en een beperkte oplage.
22 • Op de koffie bij: Daan Kok

Kunt u uitleggen hoe een surimono gemaakt werd?
Een groep dichters geeft een opdracht aan een prentontwerper om rondom een bepaald thema een
prent of een serie van prenten te maken. De schetsen daarvoor worden omgezet in een soort van lijnkopie, die gebruikt wordt om over te zetten op een plankje van kersenhout. Een bloksnijder snijdt
dat uit en wat je dan krijgt is een lijnblok, dat in feite de buitenlijnen van het ontwerp zijn.
Als dat klaar is, schrijft de kalligraaf in de daarvoor open gelaten ruimte de gedichten. Deze
worden vervolgens in een ander blok gesneden, waarna de verschillende kleurenblokken stuk voor
stuk uitgesneden worden. Uiteindelijk wordt dat allemaal afgedrukt op mooi Japans papier. Dat is
in een notendop de volgende waarin de productie plaatsvindt.
De dichtersgenootschappen lieten de surimono slechts in beperkte oplage drukken, wat deze
prenten ook tegenwoordig nog extra exclusief maakt. Er zijn schattingen dat van populaire prenten, zoals De Grote Golf van Hokusai, misschien tien à twaalf duizend afdrukken gemaakt zijn met
dezelfde blokken. Persoonlijk vermoed ik dat de oplage van surimono zelden boven 500 stuks per
ontwerp uitkwam. Er zijn veel surimono bekend waarvan er maar één exemplaar in de wereld beschreven is. Van De Grote Golf van Hokusai zijn er geloof ik meer dan 250 exemplaren bekend.

Worden surimono vandaag de dag ook nog gemaakt?
Nee, het kende echt de hoogtijdagen qua productie rond 1820 ongeveer. Er wordt nog wel een enkele keer dit soort prenten gemaakt, maar dan worden ze afgedrukt door mensen die de traditie van
blokdrukkunst levend proberen te houden. Een paar jaar geleden is er in het Volkenkunde Museum
voor de Universiteit van Leiden een workshop gehouden met een moderne Japanse prentmaker,
waar studenten hun eigen ontwerpen konden uitsnijden en afdrukken. Tot mijn grote spijt heb ik
het zelf nooit geprobeerd, maar ik denk dat daardoor het alleen maar verder in mij zal doordringen
hoe ontzettend moeilijk het is om de verfijning van die surimono te bereiken

Kunt u alvast een tipje van uw onderzoekssluier oplichten?
De meest dichters op de surimono waren niet per se de meest bekwame dichters uit de wereld van
de kyôka, maar ze hebben grote culturele bagage, en veel kennis van de klassieke Japanse literatuur,
waar ze ook heel trots op zijn. Zowel de dichters als ontwerpers zijn goed ingevoerd in recente debatten rondom Japanse klassieke literatuur. Dat is nogal wat, als je je bedenkt dat surimono vaak
afgedaan worden als als vrolijke prentjes met lollige gedichtjes erop. Want in veel gevallen gaat het
dus wel degelijk een stuk dieper.
In de laatste jaren is er best het een en ander aan wetenschappelijk onderzoek gedaan naar
surimono en ik verwacht dat tegen de tijd dat mijn proefschrift uitkomt, het niet het vakgebied op
zijn kop zal zetten. Ik denk dat binnen het vakgebied van surimono, het een stevige bevestiging is
van verschillende geopperde ideeën en een - hopelijk welkome - uitbreiding is van het bestaande
onderzoek. Binnen het vakgebied van Japanse prenten wordt aangetoond hoeveel surimono verschillen van andere prenten, en voor het kader van vroegmoderne Japanse literatuur wordt hopelijk
duidelijk hoe verschillende mensen omgaan met hun klassieken. Het is een multidisciplinaire studie
en denk dat het in enkele disciplines wel een bepaalde ‘spark’ zou moeten kunnen afgeven.
Het streven is om mijn proefschrift in 2011 te verdedigen.
Op de koffie bij: Daan Kok • 23

しちょうかく

視聴覚
Kingdom Hearts: Birth by Sleep

door: Tom Omes

‘You have to be strong. Strength of heart will carry you through the hardest of trials.’
Zo’n zinsnede kan maar uit één spel afkomstig
zijn. In alle eerlijkheid: Kingdom Hearts is de
enige serie waarin ik zulk moralistisch geneuzel voor lief neem. De voordelen wegen immers
sinds het begin in 2002 ruim op tegen de nadelen.
Toch begint de formule wel een beetje te piepen
en te kraken: is met Birth By Sleep (PSP), de inmiddels vierde spin-off, de rek er een beetje uit?
Even kort: Kingdom Hearts is een actie-RPG-serie uit de koker van de Japanse ontwikkelaar Square
Enix. Final Fantasy-personages die Disney-werelden (on)veilig maken: het is zeker in Japan een
gouden greep gebleken. Immers, in een land waar driekwart van de bevolking games speelt en
Mickey Mouse’s mens beste vriend is, wil zo’n serie wel.
Ik ga me niet branden aan het nodeloos ingewikkelde verhaal: naast dat het zich in een hele
journal nog niet uiteen laat zetten, doet het er ook eigenlijk niet toe. Al acht jaar niet. Nee, laat ik
deze schaarse ruimte liever gebruiken om puntsgewijs de belangrijkste redenen uiteen te zetten
waarom ik met hernieuwd enthousiasme op ontdekkingsreis ben gegaan.





Het is mee te nemen: ik ben bang dat ik de enige Arsenaalbewoner ben die nooit een RPG uitspeelde. Tientallen uren pielen voor mijn televisie is niets voor mij, maar nu het Kingdom Heartsuniversum overal en altijd toegankelijk is, zijn mijn dode uurtjes gauw gevuld.
Het is visueel overdonderend: Square Enix bewijst keer op keer als geen ander te weten wat de
PSP in huis heeft. Met andere woorden: ruim 16 miljoen kleuren in je broekzak.
Het barst van de unlockables: in Japan is een game nooit uitgespeeld als het verhaal is afgelopen. Wat dat betekent? Meer dan vijftig uur aan gameplay.
Concluderend heb ik nog nooit zoveel waar voor
mijn geld gekregen. Maar toch. Wanneer je voor de
zesde keer nagenoeg dezelfde lineaire werelden afstruint, komt er onherroepelijk een gevoel van herhaling om de hoek kijken. Dan valt plotsklaps weer
op hoe eenzijdig al die Disney-films zijn. Gelukkig
is de oplossing niet zo heel ver weg. Ze zouden voor
het volgende deel de mensen van Pixar eens kunnen
bellen.

24 • Kingdom Hearts: Birth by Sleep

Film: Mogari no Mori
Al vanaf het eerste beeld, de kruinen van bomen,
is het de kleur groen die de boventoon voert.
Het beeld verschuift, we zien lichtgroene rijstvelden met een donkergroen bos op de achtergrond. Links verschijnen twee witte vaandels,
in de verte klinkt gezang en een klokje; de processie trekt langzaam van links naar rechts.
Het is al snel duidelijk dat over elk beeld
en elke zin in Mogari no Mori (‘The Mourning
Forest’, 2007) is nagedacht, en dat alles erin
betekenis, symboliek en diepere lagen heeft.
Het beetje tekst dat wordt gesproken is zelden
eenduidig en legt genoeg uit, zodat meer tekst
ook niet nodig is, maar de blikken en handelingen spreken vaak nog veel duidelijker.
De hoofdpersonen zijn Shigeki (door
Shigeki Uda), een oude man die in een afgelegen rusthuis midden in de natuur zijn laatste
jaren doorbrengt, en Machiko (Machiko Ono),
die net in het rusthuis is komen werken. Shigeki is 33 jaar geleden zijn vrouw Mako verloren;
Machiko is recentelijk haar zoontje verloren.
Beiden hebben hun verlies nog niet verwerkt.
Het thema van de film, zoals de titel al
aangeeft, is rouw, maar ook leven en overlev-

door: Liselore Goossens

Collega Wakako (Watanabe Makiko) drukt Machiko voor de zoveelste keer op het hart dat ze
zich niet druk moet maken, dat er geen vaste
regels zijn, maar wanneer Shigeki en Machiko
samen een uitstapje maken, raken ze verdwaald
in een bos. Shigeki zegt de weg te weten; Machiko volgt hem – samen zoeken ze het graf van
Mako op.
Twee dagen lopen ze, vermoeid, overvallen door regen, maar samen. Wanneer ze
het graf bereiken, graven ze een ondiep gat, en
Shigeki leegt de tas die hij al die tijd op zijn rug
heeft gedragen: een houten speeldoosje, en 33
jaar aan volgeschreven schriften, één voor elk
jaar sinds de dood van zijn vrouw. Hij legt zich
neer in het gat en zegt: ‘Ik ga slapen in de aarde’.
Machiko gaat naast hem liggen.
In de verte klinken motoren van een
vliegtuig of helikopter, maar wanneer de camera naar boven draait, zie je alleen de groene toppen van de bomen.

en. Wanneer een Boeddhistische priester het
rusthuis bezoekt, vraagt Shigeki hem, ‘Hoe
weet ik dat ik leef?’ De priester antwoordt
dat er twee manieren van leven zijn:
de ene is eten, het
voeden van de maag;
de ander is het gevoel hebben dat je
leeft, het voeden van
het hart.
Mogari no Mori • 25

じんじらん

人事欄
Column: Slechte stem? Daijoubu!

door: Tom Omes

Tom is derdejaars Japanoloog en kijkt met een kritische blik naar de werkelijkheid. In zijn column komen zijn leven en de harde realiteit bijeen, vaak in het kader van Japan en Nederland.
Het leuke – of nare, hoe je er tegenaan kijkt –
van onze studie is dat je nooit uitgeleerd bent.
Sterker nog: er zijn zelfs Japanse zaken die je
nooit zult kunnen begrijpen. Een voorbeeld? Ik
studeer hier nu al ruim drie jaar en snap nog altijd niets van het idee van Japanse popmuziek.
Laat ik, om misverstanden te voorkomen,
gelijk een scheiding aanbrengen. Net als in bijvoorbeeld de Amerikaanse industrie, zijn er
aan de ene kant singer-songwriters die een
muzikale opleiding genieten of zich een instrument meester maken alvorens ook maar iets op
tape te zetten. De andere kant van het muzikale spectrum wordt gevuld door bands, waarvan de bezetting bestaat uit jongens en meisjes
zonder noemenswaardig talent of muzikale
opleiding. En daar wil ik het over hebben.
Ik begin bij het begin: de totstandkoming van zo’n band. Je kunt een vuistdikke telefoongids vullen met telefoonnummers van
alle verschillende ‘talent agencies’. En dan
duidt talent niet verdienstelijk viool kunnen
spelen of een lekker eindje weg pingelen op
een piano aan, maar doelt het puur op uiterlijk. De buitenkant is het enige wat telt wanneer een producer deze agentschappen belt.
Bizar, maar waar: in die wereld is een goed
uiterlijk een talent. Elke moeder mag bellen
en wordt dan ook van harte uitgenodigd dit te
doen wanneer zij het gevoel heeft dat haar zoon
iets los zou kunnen maken bij tienermeisjes.
Goed, dan heb je vijf pubers bij elkaar.
Het repertoire is van ondergeschikt belang:
26 • Column: Slechte stem? Daijoubu!

een beetje producer heeft dat al maanden,
zo niet jaren klaarliggen. Zie het als een vijfjarenplan. De volgende stap: een zo groot
mogelijk publiek proberen aan te spreken.
Met andere woorden: blonderen, zoveel
mogelijk ringen door die oren en gáán!
Het is ook zaak zo jong mogelijk te beginnen, want kleine jongetjes worden groot (en
oud) en verkopen op een gegeven moment niet
meer. En je wil uiteraard voorkomen dat het
gênant wordt. Bepaalde groepen worden afgeserveerd omdat ze ofwel slechte muziek zouden
maken, ofwel niet zouden kunnen zingen. Uit-

gekotst omdat je iets niet kunt wat niemand in
die industrie kan. Het is een keihard bestaan.
Tot zover het ‘muzikale’ aspect. Minstens
zo belangrijk is de merchandising, en wat dat
betreft is Japan de natte droom van iedere band
van deze soort: als je aanslaat, sla je ook echt aan
en kun je je beeltenis op werkelijk ieder voorwerp kwijt. Dat houdt in dat je kleuters breed
toelacht vanaf broodtrommeltjes, scholieren
vanaf etuis en jonge volwassenen vanaf mobiele
telefoons. Er wordt grof geld verdiend met –
jawel – foto’s van jongens uit bands. Inderdaad,
er worden honderdduizenden yens uitgegeven
aan afbeeldingen die iedereen op het internet
kan opzoeken. Rijk worden in Japan? Koop een
printer, een pak papier en ga eens per week in
het park zitten met je handel. Tel uit je winst.
Een Japanner kan zijn televisie niet aanzetten of een van de vele aidoru ('idol') geeft
zijn of haar professionele mening in een of andere dubieuze spelshow. Dat is jammer als je
niet zoveel om dat soort figuren geeft, want
er is simpelweg geen ontkomen aan. Naast albums vol te blèren, schuiven ze maar al te graag
aan in nieuwsprogramma’s, acteren (lees: pratend door het beeld wandelen) in soaps en
verslaan ze evenementen vanuit het buitenland. Kwalitatief zeer hoogstaand allemaal.
Is het dan allemaal naar en slecht? Nee. Niet
helemaal, want de ongekende populariteit van

worden. Bovendien zijn sommige liedjes zeker
pakkend te noemen. Maar het overgrote merendeel wordt gevormd door een nauwelijks
aanhoorbare mix van R&B en slechte popmelodietjes. Daar wil je zelfs een buurman waar je
al jaren ruzie mee hebt niet mee lastig vallen.
Al het beschrevene kwam in de zomer
van 2009 samen toen ik in een groot winkelcentrum te Tokyo werd geconfronteerd met
een optreden van twee debuterende zangers.
Hun namen zijn mij helaas ontschoten, maar
veel ouder dan vijftien zullen ze niet zijn geweest. Naast het podium stond een enorme
merchandise-kraam. Hoe langer ik daar over
nadenk, hoe minder ik ervan begrijp. Stel je
voor, je bent een aankomend zanger. Nog nooit
heeft iemand gehoord van jou of je muziek –
althans, wat een producer voor jou heeft bedacht. En toch laat je allerlei prullaria met je
eigen naam en beeltenis erop fabriceren. Om
het vervolgens allemaal te verkopen. Bizar.
Hun gezang werd ruimschoots overstemd door een gillende horde vrouwelijke fans,
waarvan minstens de helft oud genoeg was om
hun moeder te zijn, wat mij het opvangen van
enig stemgeluid schier onmogelijk maakte.
Waarschijnlijk heb ik er niet veel aan gemist.

dit soort bands zorgt er wel voor Japan een
van de weinige landen ter wereld is waar niet
alleen cd’s, maar zelfs singles nog verkocht
Column: Slechte stem? Daijoubu! • 27

しちょうかく

視聴覚
Aan onbegonnen werk begonnen

door: Guan van Zoggel

Daar zit ik dan, met m’n grote bek. Geknield
op de ijskoude vloer, kokend van woede. Hoe
heeft het zover kunnen komen, vraag ik
mezelf af. Tot nu toe is alles vlekkeloos
verlopen. Het pad naar mijn droom kende
geen enkele drempel, en dan nu ineens
deze steile berg. Onbegonnen werk, maar
ik laat me niet uit het veld slaan. Niet nu,
niet hier. Niet nu ik twee badges van de
Johto League verwijderd ben. Maak je verrimpelde borst maar vast nat, ‘Leraar van de
Winterse Ontbering’.
Op hoop van zegen dan maar.
Zorgvuldig kies ik de juiste capsule om
mijn middel en gooi het op het strijdtoneel.
Ik roep het beestje bij zijn naam en drie seconden later verschijnt-ie. Hij is wat minutieus
van aard, maar hij stelt me zelden teleur. En
dat weet-ie. Bij het zien van de vijand draait hij
zich om en kijkt me bedenkelijk aan. Ja, ik weet
dat-ie ruim tien levels hoger is, zeg ik. Ik zeg
het niet echt. Ik denk het alleen, maar aan zijn
ogen zie ik dat-ie me begrijpt. Zo zijn we: een
echt team.
Een bom van modder werpt dit emotionele moment aan diggelen, maar godzijdank kan-ie de
prut net ontwijken. Woede maakt plaats voor
hoop. Ik geef hem het commando. ‘Curse-aanval, nu!’, schreeuw ik uit volle borst. Het doet
niet alleen hem pijn. Verzekerd hamert-ie op
spookachtige wijze de vloek in het hoofd van de
vijand. Meteen verzwakt de arrogante houding
van de tegenstander en vernauwt hij zijn ogen.
28 • Aan Onbegonnen Werk Begonnen

Dit had-ie niet verwacht. Kleine jongens worden groot.
Met het volgende schot modder stort-ie in één
klap in elkaar. Bedroefd kijkt hij me aan, maar
we weten beiden dat-ie gedaan heeft wat-ie
kon. Terwijl hij terugkeert naar zijn capsule,
denk ik na over mijn volgende stap. Aan mijn
riem hangt nog één actieve capsule, maar dat is
de zwakste van het sextet. Ik graai in het linkervak van mijn tas. Niets bruikbaars. Met klamme handen gooi ik de laatste capsule in de ring.
Mijn hart bonkt in m’n keel.
Denkbeeldige vraagtekens verschijnen boven
zijn hoofd als hij al koerend omkijkt. Ik haal
mijn schouders op en slaak een zucht. Je bent
m’n laatste hoop, zeg ik hem in gedachte. Hij
knikt en draait om. Zijn roze kuif wappert in de

ijzige wind. Hoewel we al lange tijd samen zijn, heb ik met hem niet zo’n sterke band als met de andere vijf. Misschien dat het aan zijn stille karakter ligt, ik weet het niet. Feit is dat nu mijn lot in zijn
handen ligt.
‘Gebruik je Fly-aanval’, commandeer ik. Hij maakt een sprong en slaat met een krachtige beweging
zijn vleugels naar de grond, waardoor hij zichzelf meters hoog in de lucht gooit. De modderbom
schiet onder hem langs, waarna-ie als een torpedo richting de vijand duikt. Een enorme stoot volgt.
Meteen stuurt dat vervloekte misbaksel een sneeuwstorm op mijn laatste beetje hoop af. Snelheid is
niet z’n sterkste punt. Ik durf niet te kijken.
Als de sneeuwstorm ook mij is gepasseerd, kijk ik op. Ja! Hij is er nog! Een golf van geluk maakt zich
meester over mij en tovert een overdreven glimlach tevoorschijn. Parmantig kijkt-ie om en ik geef
‘m een knipoog. Van de koele verschijning van de tegenstander is niets meer te merken; zijn ijselijke
houding is veranderd in koortsachtig ijsberen. Ik grinnik, maar ditmaal in mijn vuistje.
Op mijn commando stijgt mijn vliegende trots weer op, waardoor een tweede sneeuwstorm onder
hem doorstuift. Nog voordat-ie de kans krijgt om de vijand een tweede keer te torpederen, stort deze
in elkaar door de vloek. Juichend ren ik hem op het spiegelgladde strijdtoneel tegemoet. Blij koerend opent hij zijn vleugels, waarna ik hem een welverdiende knuffel geef. Ik beloof hem een extra
bak droog voer vanavond. Daar is-ie dol op.

Aan Onbegonnen Werk Begonnen • 29

じんじらん

人事欄
Column: Masterstudente Diana

door: Diana Kuijpers

Diana heeft afgelopen jaar haar bachelor-diploma in de wacht gesleept en is dit jaar begonnen aan
haar master. In haar column vertelt ze over de master en hoe het is opnieuw eerstejaars te zijn.
Op moment van schrijven is het koud in Nederland, is Sinterklaas in het land en gaan we
toch echt alweer naar december. De afgelopen
maanden zijn voorbijgevlogen; terugkijkend
weet ik niet waar de tijd gebleven is. We hebben
nog welgeteld twee weken college. Daarna is het
voor iedereen afronden van het eerste semester
met twee tentamens (Japans begrijpend lezen
en opstel schrijven) en paper deadlines. Dan is
het alweer Kerst en niet lang daarna 2011!
Ondanks dat we geen college hebben in
januari, zijn we niet vrij. Aangezien we eind
maart naar Japan vertrekken, moet er al het een
en ander voorbereid gaan worden. Maar nog
belangrijker, we moeten aan onze MA-scriptie
gaan werken. Net als de BA3-studenten hebben
we afgelopen 15 november ons scriptievoorstel
moeten inleveren aan de commissie die de scripties zal verdelen over de beschikbare docenten,
en dat was al even slikken voor sommigen; het
wordt dan namelijk al behoorlijk definitief wat
je gaat doen.
Voor onze presentatie Japans van twintig minuten werden we ook geacht om over onze
MA-scriptie te vertellen (sommigen kozen voor
hun BA-scriptie, maar alleen zij die vorig jaar
dat niet als onderwerp voor hun BA3-presentatie Japans hadden gedaan.) Veel MA-studenten
gebruiken ook hun onderzoekspapers als opstapje naar hun scriptie door bepaalde elementen van hun onderwerp alvast te onderzoeken.
Dus in die zin zijn we al genoeg bezig met onze
aankomende scriptie.
30 • Column: Masterstudente Diana

Wat van ons verwacht wordt in januari, echter,
is dat we veel concreter aan de slag gaan met
ons onderwerp en de nodige literatuur. Je wordt
namelijk geacht met je supervisor rond de tafel
te gaan zitten en een concreet plan op te stellen, zodat je vanaf 31 januari (begin tweede semester) volop aan de slag kunt. Natuurlijk gaan
we ons onderzoek pas in Japan doen, maar alles
wat hier al gedaan kan worden, zoals theorieën
lezen en gebruiken, doen we natuurlijk hier.
En zoals sommigen van jullie misschien
wel weten, presenteren we eind maart, vlak
voor wij vertrekken, onze scriptievoorstellen
die een stuk uitgebreider zijn dan we vanuit
de BA gewend zijn; ook docenten zullen hierbij aanwezig zijn om kritisch te kijken naar wat
we gaan doen in Japan en vragen te stellen: een
spannend moment!
Op dit moment zijn onze aanmeldingen
voor de verschillende Japanse universiteiten al
in Japan. Na vele formulieren ingevuld te hebben konden we eindelijk alles inleveren en werd
alles opgestuurd. Naar verwachting horen we
pas over een maand of twee of we zijn toegelaten, dus eigenlijk weten we nog niets op dit moment, maar waarschijnlijk zit dat allemaal wel
goed. Daarna kan de rest van het proces beginnen met de visa-aanvraag, vliegtickets boeken
en praktische zaken regelen… Ik heb er in elk
geval al zin in!
Wat betreft de horrorverhalen over het
eerste semester… Ik ben er nog steeds niet over
eens of het wel of niet waar is. Natuurlijk is het

Foto: André van der Linden

zwaar, zeker qua deadlines en verplichte onderdelen. Niet alleen voor Japans moet je een
presentatie doen, maar ook voor het Mastercollege en je ‘focus-vak’ (State of the Field). Daarnaast lever je voor je State of the Field zogeheten
position papers in—in mijn geval waren dat er
drie in één semester—en staan er uiteraard analytische en onderzoekspapers gepland. Daar bovenop komt nog het huiswerk voor Japans, met
elke week een kanji-quiz, een sakubun (opstel
in het Japans) en een Japans krantenartikel dat
je moet lezen en bediscussiëren met je medestudenten.
Het is dus wel veel werk, maar ik kan jullie mededelen dat ik ook naast mijn huiswerk
genoeg sociale dingen gedaan heb, dus wat betreft het ‘je hebt geen leven meer’-horrorverhaal
valt het genoeg mee. Ik denk dat elke Masteropleiding een behoorlijke stap is vergeleken met
de bachelor en dat het veel tijd en inzet vergt om
je punten te behalen en aan alle eisen te voldoen.
Maar voor studenten die verder willen met Japans is het een goede MA, vooral omdat je zowel
met Japans intensief aan de slag gaat, maar je je
ook academisch gezien verder ontwikkelt via je
Masterclass en content course.
Nu, ik ga weer verder, want de deadlines dringen. Daarna zijn we weer een stapje dichter bij
Japan!

Column: Masterstudente Diana • 31

りゅうがくせい

留学生
Leidse studenten vanuit Japan

door: Arne Driessen en Aafke van Ewijk

Voordat ik op het vliegtuig naar Kansai International Airport stapte om mijn studiejaar aan de universiteit van Kyoto te beginnen, vroeg ik mij sterk af wat ik daar
aantreffen zou. Hoe zouden Japanse studenten hun tijd besteden? Hoe brengen ze
hun studententijd door? Ik had er slechts een vage notie van. Nu, een luttele vijf
weken later heb ik een tipje van de sluier op kunnen lichten, en een paar van mijn
constateringen zou ik graag met jullie willen delen.
De universiteit waar ik nu een jaar zit, Kyoto Daigaku (ook wel Kyodai genoemd), staat bekend als een van meest prestigieuze universiteiten van Japan (na
Tokyo Daigaku, of Todai, natuurlijk), en het wordt als extreem lastig beschouwd om
de onmenselijke toelatingsexamens tot een goed einde te brengen. Met dit in mijn
achterhoofd verwachtte ik een door en door serieuze universiteit met dito studenten mee te gaan maken. Wat schetste echter mijn verbazing? Het tegenovergestelde
is waar! Wat ik van bijna alle kyoudaisei (‘Kyodai-studenten’) heb gehoord is dat
zij, na zo veel moeite in de toelatingsexamens te hebben gestoken, nu kunnen genieten van tenminste vijf jaar nauwelijks aanwezigheidsplicht, zeer weinig colleges,
en een vrijheid die ongekend is in de Japanse maatschappij.
Men besteed zijn tijd dus eerder aan leuke dingen en buitenschoolse activiteiten. Veel studenten zijn lid van een saakuru (‘circle’), een groep studenten
variërend van 15 tot 300 mensen die samen een sport of hobby beoefenen. Vaak is
deze zogenaamde activiteit echter een luttele façade voor waar het echt om draait:
nomikai (‘zuipfestijnen’), vrienden maken en natuurlijk ook dating. Als beruchtste
feestgangers worden vaak de tennis-circles genoemd, die epische kampen en
drinkgelagen organiseren.
De circles vullen het gebrek aan studie- of studentenverenigingen op, en helpen met het vinden van nieuwe vrienden in het studentenleven, aangezien ze hier
in hun eentje op kamers wonen, en er nauwelijks sprake is van een huizencultuur
zoals in Leiden. Het is soms lastig om als buitenlander je plekje hierin te veroveren,
maar de volhouder wint, en het is zeer de moeite waard om Japanse studenten te
leren kennen.
~ Arne Driessen

32 • Ryuugakusei: Arne Driessen

De eerste week in Osaka waren we druk bezig met papieren invullen, de placement
test en bezoekjes aan het gemeentehuis. Daarna mochten we twee weken lang alle
vakken uitproberen alvorens te beslissen. Alle lessen zijn op Minoh-campus, die
bovenop een berg ligt. Monosugoi inaka, zegt men dan.
Na het tweede semester van het derde jaar was ik taallessen bijna ontwend, maar
ik ben inmiddels weer begonnen aan luistervaardigheid, kanji, grammatica, spreekvaardigheid en schrijfvaardigheid. Daarnaast volg ik o.a. kalligrafie, klassiek Japans en twee vakken over de Edo-periode. Schrijfvaardigheid draait hier om het
schrijven van sakubun. Met de hand. Eerst mocht je nog over je favoriete film schrijven, maar vandaag heb ik een sakubun ingeleverd over muenshakai (‘alien social’).
Daarvoor hebben we eerste een documentaire gekeken waarin naar voren komt hoe
de Japanse maatschappij aan de rand van de afgrond staat door het toenemende
individualisme.
De meeste studenten doen ook zelf onderzoek. In de bibliotheek van Toyonaka campus is het zowaar mogelijk om alle zes verdiepingen, inclusief ‘closed
stacks’, in eigen persoon te bezoeken en op je gemak te raadplegen.
In het weekend gaan we meestal iets bezichtigen of shoppen in Osaka, Kyoto of
Nara. In Kyoto hebben we het Jidai Matsuri bezocht. Op uitnodiging van de gastvader van een vriendin, hebben we ‘deelgenomen’ aan een heel ander matsuri (wat
mij betreft veel leuker): Danjiri Matsuri. Iedere buurt trekt een soort van mikoshi
(‘draagbare schrijn’) op wielen (danjiri) door de straten. In ruil voor de beste plaats
hebben we samen met een groep studenten van een andere universiteit de enorme
berg serpentine opgeruimd.
We zijn twee dagen op studiereis geweest naar Fukui-ken. Doel van de reis
was o.a. Eiheiji (Zen tempel) en de Tojinbo kliffen (waar men vaak zelfmoord
pleegt). Maar het hilarische hoogtepunt was de Ryokan met onsen.
Ik ga elke week naar een ‘gewone’ karateclub (geen saakuru) van mijn eigen ryuuha
(‘school’) Kyokushinkai. Daar oefen ik niet alleen karate, maar ook het verstaan van
Kansai-ben en de dojo-kun: ‘wareware wa shinshin wo renmashi kakkofubatsu no
shingi wo kiwameru koto’ enz. in razende vaart. Na de tweede regel pik ik alleen
nog wareware wa op. Het betreft hier overigens geen bushido fanatici, mocht dat
beeld nu voor uw edele academische geestesoog opdoemen. Toen een uitleg over de
zoveelste verzekering een beetje vastliep zei de sensei: eigo wo shaberarehen kedo.
Dat is helemaal niet erg, maar... gewoon Japans?
Uitgebreidere verhalen vind je op mijn weblog www.naniwa-nikki.blogspot.com.
~Aafke van Ewijk
Ryuugakusei: Aafke van Ewijk • 33

かんこく

한국

door: Emily Maas

Ch’ingu: Examens op z’n Koreaans
Emily doet eerstejaars Koreanistiek en Engels. In elke editie van de Tatanukiki vertelt zij over een
interessant, merkwaardig of gewoon leuk aspect uit de Koreaanse cultuur.
Op 18 november werden in Zuid-Korea de alles
bepalende nationale toelatingsexamens voor
universiteiten afgenomen. De examens hadden
eigenlijk op 11 november moeten plaatsvinden,
maar werden een week opgeschort vanwege
de G20-summit die op dat moment in Seoul
plaatsvond.
Extra bussen en metro’s werden ingezet om de
studenten op tijd naar de scholen te krijgen. Er
werden maatregelen genomen om geluidsoverlast tot een minimum beperkt te houden. Tijdens een Engels luisterexamen mochten vliegtuigen niet landen en opstijgen. Verkeer mocht
niet binnen een straal van tweehonderd meter
komen van de scholen. Mensen gingen een uur
later naar hun werk om files te voorkomen zodat studenten op tijd zouden komen.
Studenten die alsnog te laat dreigden
te komen kregen hulp van vrijwilligers die ze
achterop hun motor bij scholen afzetten. Er
wordt van alles gedaan om de examens zo soepel te laten verlopen. Kranten stonden vol met
tips voor studenten en adviezen over wat te
eten tijdens examentijd. Warenhuizen speelden
hierop in door cadeaus te verkopen bestaande
uit onder andere sticky rice cakes. Het bijgeloof
luidt namelijk dat hierdoor zou kennis beter
beklijven in het geheugen.
De examens zijn levensbepalend voor
vele Koreanen. Het speelt niet alleen een rol op
de keuze van universiteit en hun verdere carrière, maar bepaalt ook bijvoorbeeld hun toekomstige partner. Het is duidelijk dat onderwijs een
34 • Ch’ingu: Examens op z’n Koreaans

hele grote rol speelt in Zuid-Korea.
Nu is het niet zo dat écht alles afhangt van
dit examen. De norm is dat 40% van het uiteindelijke cijfer bestaat uit de cijfers behaald op de
middelbare school en 60% van de toelatingsexamens. Maar universiteiten zijn in principe vrij om
te beslissen in hoeverre zij schoolresultaten laten
meetellen in hun oordeel. De meeste universiteiten hebben ook een speciale screening, maar
deze is voornamelijk bedoeld voor studenten uit
bijvoorbeeld boerendorpjes of gehandicapten.
Er waren meer dan 700,000 studenten die
examen deden dit jaar. Slechts de helft kan toegelaten worden op een van de topuniversiteiten. De
druk wordt nog hoger doordat er elk jaar studenten zich herinschrijven voor de topuniversiteiten
omdat ze in het voorgaande jaar zijn afgewezen.
De universiteiten nemen wel elk jaar meer mensen
aan, dus herinschrijvers krijgen net als studenten
die net hun examen hebben afgelegd een eerlijke
kans.

Niet alleen is de druk hoog voor de studenten,
ook voor de ouders voor de ouders is dit een zenuwslopende periode. Het bepaalt immers de
toekomst van hun kinderen.
Veel moeders baden voor hun kinderen in Jogyesa, de grootste boeddhistische tempel in Seoul.
Zij zongen en bogen naar de Boeddha.
Aan het plafond hangen allemaal lantaarns met
namen van studenten en goede wensen. Ook andere tempels en ook kerken door het hele land
werden druk bezocht.
Ook de bekende K-Pop-artiesten moeten aan de
examens geloven. De meest opvallende celeb dit
jaar was Kim Chang Ryeol (36) uit DJ DOC.
Hij had zijn middelbare school nooit afgemaakt
en heeft daardoor zijn examens nooit kunnen
maken. Dit jaar maakte hij zijn examens om een
goed voorbeeld aan zijn kind te geven.
Om het examen te halen, heeft hij wel de hulp
ingeschakeld van een universiteitsstudent. Deze
begeleidde hem door middel van verscheidene
schema’s.

Noord-Korea valt Zuid-Korea aan
Op 23 november vuurde het Noord-Koreaanse leger
ongeveer vijftig granaten af op Yeopyeong, een ZuidKoreaans eiland. Hierdoor vlogen meer dan zestig
woningen in brand en kwamen er twee militairen om
het leven. Daarnaast raakten zeventien militairen en
vier burgers gewond.
Naoto Kan, de Japanse premier, heeft zijn ministers de opdracht gegeven informatie te verzamelen
zodat ze, indien nodig, snel kunnen reageren. Het
Westen vreest dat Noord-Korea een atoombom aan
het ontwikkelen is. Houd vooral het journaal in de gaten voor updates! ~ Guan
Ch’ingu: Examens op z’n Koreaans • 35

ちゅうごく

中國
SVS: Wha-Ho’s Wijze Woorden
door: Wha-Ho Kruis

Wha-Ho is derdejaars Sinologe, maar bekend bij elke Japanoloog, Koreanist en overige Arsenaalbezoekers. Tevens het levende bewijs dat schoonheid en intelligentie niet als water en vuur zijn.
Beste Tatanukiki lezers en lezeressen,

3000 euro: lekker puh. Naarmate ik dit stuk
aan het schrijven ben krijg ik steeds meer allergische reacties voor Premier Hij-die-niet-genoemd-mag-worden en zijn louche achterban.
De gemiddelde student begint op zijn
achttiende met studeren. Dat is jong en het is
niet meer dan normaal dat je eerste studiekeuze
soms toch niet helemaal bij je past; het Arsenaal is het levende bewijs ervan, let maar op de
slinking van het aantal studenten na het eerste
semester. Het is in mijn ogen niet eerlijk om
jonge mensen voor zo’n zware keuze te zetten
met zulke (eventuele) dure gevolgen als ze de
verkeerde keuze maken. Maar ja, sinds wanneer is het leven eerlijk?
Helaas reikt mijn invloed op de politiek
niet verder dan de keuken,toch wil ik jullie nog
een opbeurend en hopelijk leerzaam gedicht
meedelen die zeker nu van toepassing is:

Vorig jaar is door het voormalige SVS- en Tanuki bestuur het startsein gegeven om de verstandhouding tussen henzelf en de leden te verbeteren. Dit jaar wordt daar vrolijk mee door
gegaan, maar hoe lang kun je vriendelijk blijven als er iedere dag luidruchtige Japanologen
onder de trap zitten of de SVS voetbal wint met
7-2? Dat is inderdaad een moeilijke kwestie.
Ikzelf blijf altijd maar vriendelijk lachen
omdat ik geloof dat een glimlach een mens mooier maakt en zeker mij. Echter, ik ben erachter
gekomen dat het niet uitmaakt hoe schattig ik
blijf lachen of subtiel mijn boezem wat naar voren duw; ik blijf het mikpunt van spot voor de
mannelijke Japanologen. Het is vast omdat ik
geel ben.
Goed, eigenlijk schrijf ik dit stuk om
jullie te waarschuwen. Te waarschuwen voor
de stukken ongeluk die momenteel ons land
moeten gaan regeren en met een aantal mooie Nimmer moet ik ledig wezen;
binnenkomers zijn begonnen. Natuurlijk inter-      Alles doen met lust en vlijt.
esseert politiek mij alleen als het mij zelf aan Bidden, leeren, schrijven, leezen,
gaat en met namelijk mijn portemonnaie. Een
     Spelen, werken heeft zijn tijd.
jaartje bestuur? Een stage in het buitenland?
Wat voor activiteit dan ook die jou zelf zou kun- Hiëronymus van Alphen Proeve van kleine gedichten, 1778, p. 18
nen verrijken, het is ons niet meer gegund.
De Nederlandse universiteiten kunnen
Blijf rustig, het zwaard van Damokles hangt
binnenkort als een slachthuis te werk gaan
boven ons hoofd.
en zorgen dat zij de maatschappij zogenaamd
kwaliteitsvlees aflevert. Anders krijgen zij en
~ Wha-Ho Kruis
de desbetreffende student ieder een boete van
Sinologie
36 • SVS: Wha-Ho’s Wijze Woorden

Venice in China
endless-ii.deviantart.com

SVS: Wha-Ho’s Wijze Woorden • 37



知っているか
Wist-je-datjes?
Wist je dat...
...de eerste professor Japans aan de Universiteit Leiden, Prof.dr J.J. Hoffmann, een
student was van Siebold?
...Siebold een eigen Japanmuseum had aan het Rapenburg 19?
...de Siebold-collectie de grootste verzameling van Japanse voorwerpen buiten Japan is?
...er daarom nog steeds onderzoek naar gedaan wordt?
...een aantal planten die Siebold mee heeft genomen naar Japan nog steeds in de Hortus
staan?
...alle studenten van de Universiteit Leiden daarom GRATIS toegang hebben tot het
SieboldHuis?
...Seki-sensei ook wel eens een potje Taiko no Tatsujin speelt?
...de gemiddelde Tanuki-vergadering slechts een uur duurt?
...je tijdens een Algemene Ledenvergadering de portemonnee van Tanuki te zien krijgt?
...het manuscript van dr. Mark’s nieuwe boek ruim 700 pagina’s telt?
...de beroepenavond van Japanologie een groot succes was?
...de volledige oplage van afgelopen Tatanukiki in handen van de leden is beland?
...er zelfs een tekort ontstond (en wij onze oprechte excuses hiervoor aanbieden)?
...per deze Tatanukiki de oplage verhoogd is?
...niemand een citaat of wist-je-datje gestuurd heeft?
...we je namens het bestuur en de redactie een fijne kerst en gelukkig 2011 willen wensen?
38 • Wist-je-dat?

よていひょう

おくづけ

予定表

奥付

December
金 10 - Algemene Ledenvergadering
月 13 - Collegevrije week
火 15 - Rondleiding prof. Forrer in het SieboldHuis
月 20 - Tentamenweek
土 25 - Kerstmis en vakantie

LVSJK Tanuki

Kijk voor de meest actuele agenda op: www.tanuki.nl





引っ越し?
Ben je verhuisd? Stuur dan even een mailtje naar abactis@tanuki.nl met je nieuwe adresgegevens zodat ons ledenbestand
altijd up-to-date kan blijven. Bedankt!
しゃしん

写真がある?
Heb je zelf nog leuke kiekjes gemaakt tijdens Tanuki-activiteiten en wil je deze delen met de andere leden? Ook deze zijn
welkom via het welbekende bestuur@tanuki.nl!


書きたいか?
Wil je ook wat schrijven voor de Tatanukiki maar ben je geen
redactielid? Stuur dan je suggestie naar journal@tanuki.nl en
misschien staat jouw stukje in de volgende editie!

Op de cover:
Niet alleen om in de aankomende tentoonstelling van Hokusai te komen, maar ook om winterlijke sferen te raken: deze
prent behoort tot de reeks van ‘Zesendertig gezichten op de
berg Fuji, waarvan dit nummer 24 titel. De prent heet ‘Het
Theehuis van Koishikawa. De ochtend na een sneeuwval.’

Arsenaalstraat 1
2311 CT Leiden

Bestuur
Praeses
Loraine Gilsing
praeses@tanuki.nl
Ab-Actis
Caspar Westelaken
abactis@tanuki.nl
Quaestor & vice-voorzitter
Bas Oostdijk
quaestor@tanuki.nl
Hoofdredacteur
Guan van Zoggel
journal@tanuki.nl
Webmaster
Tom Omes
webmaster@tanuki.nl
Assessor
Joleen Blom
assessor@tanuki.nl

Tatanukiki-redactie
Hoofdredacteur & vormgeving:
Guan van Zoggel
Redactieleden:
Robert Beers
Melissa Costa
Liselore Goossens
Emily Maas
Pim Omes
Tom Omes
SVS-correspondentie:
Daniëlle Drost
Drukkerij:
Labor Vincit
Colofon • 39

‘s avonds een man...

...‘s ochtends een man
Een Tanuki-activiteit is geen geldige reden om een
college te skippen of te laat te komen! Wees verstandig!
Wees een man!
... of een vrouw,
... of een kwee.