2008-2009 | 1

Object

Titel
2008-2009 | 1
Collegejaar uitgave
2008 – 2009
Nummer
1
extracted text
Colofon
Comissieleden
Vera van der Esch
Liselore Goossens
Marianne Klinkert
Nick Moree
Leana van Orsouw
Malu Pierik
Maaike Zoelman
Redactie
Diana Kuijpers
Pim Omes
Hoofdredacteur
Ashwin Ramjiawan

Redactioneel
De vakantie is allang voorbij en de collegezalen zijn
weer volop in gebruik. Het
nieuwe jaar is begonnen
en dat geldt ook natuurlijk
voor jouw favoriete studievereniging Tanuki!
Tanuki heeft ook dit jaar veel
te bieden: cursussen, feesten,
reizen, filmavonden en nog
veel meer. En voor verslagen
van bovengenoemde, strips,
interessante artikelen en dergelijke is er de TaTanukiKi!
Voor jouw neus ligt de eerste
editie van de TaTanukiKi (oftewel de Journal) van het jaar
2008 - 2009.
Veel leesplezier!
Ashwin Ramjiawan
Meer artikelen? Meer weten?
Bezoek dan de website:
www.tanuki.nl!

1

Inhoudsopgave
Het Nieuwe Bestuur

3-6

Gojira

7-8

Tanuki Kamp 2008

9 -10

Maneki neko

11 - 12

Azie Cup 2008

13 - 15

De Opleidingscommissie (OLC)

16 -17

De Gemaskerde Wreker Strip

17

Korea Seoul

18 - 19

Het Moment van de Schoen

20 - 21

Ganbare Goemon

22 - 23

Kinkaku-ji

24 - 25

Interview

26 - 27

Agenda

28

door Diana Kuijpers
door Nick Moree

door Liselore Goossens

door Leana van Orsouw
door Martijn Heule

door Tijmen Blankenvoort

door de Gemaskerde Wreker
door Geert

door Mattias van Ommen en Sander Schoen
door Vera van der Esch
door Diana Kuijpers

Met Kim van Rijssen, door Diana Kuijpers

2

Diana Kuijpers

Het Nieuwe Bestuur
始めまして!
Mijn naam is Mattias van Ommen, momenteel 3e jaars student TCJ,
en komend jaar praeses van de studievereniging voor TCJK: LVSJK
Tanuki. Mijn collega-bestuursleden worden op de volgende
bladzijden aan jullie voorgesteld. Tezamen gaan wij ons best doen
om jullie komend collegejaar een onvergetelijk jaar te bezorgen.
Ik kan wel een rijtje opnoemen van allerlei activiteiten die wij als
Tanuki zoal organiseren, maar ik denk dat jullie in de loop der weken al een aardig idee van onze bezigheden hebben verkregen. Ik
zeg het nog maar een keer: wij zijn er vooral voor jullie. Daarom
blijven wij te allen tijde nieuwsgierig naar jullie invulling van het
antwoord op de volgende vraag: “wat wil ik doen als student TCJ of
TCK naast het volgen en voorbereiden van colleges?” Hopelijk ben
je een beetje tevreden met de huidige verdeling, waarin wij een
gezonde balans proberen te creëren tussen onder andere sociale -,
studiegerelateerde - en sportactiviteiten.
Ook maken wij zeer graag gebruik van de vaardigheden van onze
eigen leden. Via een groot aantal commissies, variërend van een
jaarboekcommissie tot een voetbalcommissie, moedigen wij onze
leden aan hun talenten te ontplooien en te helpen in de organisatie
van de vereniging. Op het Tanuki-prikbord (vlakbij de bibliotheek)
hangen de inschrijflijsten hiervoor! Een andere mogelijkheid om
input te leveren is door je mening te geven op ons forum, en door
te stemmen via polls op de website, waar je bijvoorbeeld uit een
aantal films kunt kiezen voor filmavonden of uit een aantal thema’s voor een feest. Wij zullen hier vervolgens zeker rekening mee
houden.
Kom naar onze activiteiten, laat je horen,
en geniet van je tijd als student! Het is mij
een waar voorrecht dat ik als voorzitter een
bijdrage kan leveren aan de organisatie van
een gezamenlijke ontdekkingsreis naar de
bijzonderheden van de uiterst fascinerende
landen Korea en Japan. En dat we tevens
een gezellige tijd zullen hebben :)
宜しくお願いします。

3

Mattias van Ommen
Praeses LVSJK Tanuki

Yori van Hout, Abactis

Woonplaats
Leiden
Hoeveelste jaar Japans?
Derdejaars
Al in Japan geweest?
Neen
Favoriete aspect van Japan
Mag ik een hulplijn voor deze vraag gebruiken?
Favoriete kanji
道化, nee ik heb geen favoriete kanji. Kanji haat mij en
dat is soms wederzijds…:)
Favoriete quote
Don’t blame me, blame my gender
Favoriete Japanse artiest
Asian Kung-Fu Generation? (Ken niet zoveel Japanse
muziek)
Hope is for sissies


Ger-Bart Egberts, Quaestor

(Ook wel: Koos, Malloney, Malle of
gewoon Malle Koos)
Woonplaats
Ik woon uiteraard in Leiden
Hoeveelste jaar Japans?
Twee-en-halfste jaars
Al in Japan geweest?
Nog nooit, maar daar komt verandering in.
Favoriete aspect van Japan
De combinatie tussen een rijk cultuurhistorisch verleden
en een hyper-modern heden afgeschilderd tegen een
cyberpunkachtige toekomst.
Favoriete kanji
Ma (van jama; last)
Favoriete quote
“Das was mich nicht umbringt, mag mich stärker.”
(Nietzsche)
Favoriete Japanse artiest
Satoshi Kon is wel een favoriete animeregisseur
Beschouw Tanuki als dé manier om het studeren voor
Japans vol te kunnen houden

4

Ashwin Ramjiawan, Journal Editor

Woonplaats
Zoetermeer
Hoeveelste jaar Japans?
Tweedejaars
Al in Japan geweest?
Nope
Favoriete aspect van Japan
Het contrast; vooral van traditioneel
tot hypermodern en van nationalisme tot individualisme
Favoriete kanji

Favoriete quote
Say hello to my little friend!
Favoriete Japanse artiest (film, muziek e.d.)
Moeilijk, maar dan toch Nobuo Uematsu. Componist
van o.a. de Final Fantasy-reeks.
Be water my friend

Pim Omes, Webmaster

Woonplaats
Leiden
Hoeveelste jaar Japans?
Tweedejaars
Al in Japan geweest?
Ja, ik ben in 2006 twee weken naar
Japan geweest, en daar verliefd geworden op het land
Favoriete aspect van Japan
De aandacht voor het detail die Japanners hebben,
vind ik erg interessant
Favoriete kanji

Favoriete quote
Diep onder water
zacht zijn vinnen bewegend
een karper, die droomt
Favoriete Japanse artiest (film, muziek e.d.)
Mijn favoriete artiest is Kawase Hasui, een
beoefenaar van het shinhanga (new print)

5

Profiteer van de vele voordelen van Tanuki online, en
registreer je op het forum!



Aranka Leonard, Assessor

Woonplaats
Leiden/Apeldoorn
Hoeveelste jaar Japans?
Eerstejaars
Al in Japan geweest?
Nee, hopelijk komende zomer naar Tokyo
Favoriete aspect van Japan
Cultuur en geschiedenis, voor namelijk ook hoe die
elkaar en andere dingen beïnvloeden
Favoriete kanji
夢 (wat een rotvraag om als eerstejaars te moeten
beantwoorden xD)
Favoriete quote
Footsize is like the weight of one’s mind – 雅-miyavi
Favoriete Japanse artiest
Gackt/雅-miyavi/KAT-TUN 8D
Haal je hoofd uit die boeken en kom gezellig feesten!

Tanuki Bestuur 2008 - 2009
V.l.n.r.: Pim Omes, Ger-Bart Egberts, Mattias van Ommen,
Yori van Hout, Ashwin Ramjiawan, Aranka Leonard

6

Nick Moree

ゴジラ

Gojira

In 1954 gaat de nieuwste film van de Toho
Studio’s in première: Gojira. Hierin zien we hoe
het door radioactiviteit verwekte monster Gojira de Japanse eilanden aanvalt. Slagkruisers,
tankbataljons, artillerie, niets lijkt deze torenhoge radioactieve hagedis te kunnen stoppen.
De ontstaanswijze van Gojira is geïnspireerd
door de realiteit van die tijd. In de jaren na de
Tweede Wereldoorlog voert het Amerikaanse
leger een reeks kernproeven uit in de Japanse
zee. Wanneer een Japanse vissersboot per ongeluk door een testzone vaart, wordt de bemanning besmet met radioactieve straling.
Een hevige paranoia breekt uit in Japan, en de
angst voor radioactiviteit bereikt ongekende hoogtes. Vandaar dus dat de schrijvers
in de film het ontstaan van het wezen wijten
aan de bijwerkingen van een kernproef.
‘Gojira’ is een combinatie van Gorilla en Kujira, het Japanse woord voor walvis. ‘Godzilla’
is simpelweg de Amerikaanse benaming voor
het monster.
Omdat ‘Gojira’ een groot succes is besluit men
een vervolg te maken. En toen nog een. En
nog een. Uiteindelijk komen we bij ‘meesterwerken’ als Gojira tai Mecha-Gojira. De Tohostudios produceren aan de lopende band Gojira films.
De verhalen draaien er meestal om dat een
kwaadaardige mogendheid (een planeet in
een andere dimensie, Atlantis, etc.) de aarde
wil veroveren. Om hun doel te bereiken
sturen ze een groot monster om de enige natie
die een bedreiging voor hun onoverwinnelijke macht kan vormen, namelijk Japan, in
een puinhoop te veranderen. Op een bepaald
moment in de film duikt Gojira op, waarna een
titanenstrijd volgt. Er volgt gestomp, radioactieve adem en af en toe een judoworp, waarna
Gojira zijn tegenstander overwint en gaat uit-

7

rusten op de oceaanbodem. Terwijl Gojira in de eerste films zelf
het grote gevaar vormt, is hij in de latere films juist de held die de
aarde beschermt.
Even voor de duidelijkheid: Gojira wordt gespeeld door een man
in een pak. Dit omdat de veel modernere stop-motion techniek,
waarbij een modelletje beeldje voor beeldje gefilmd werden, simpelweg te duur was voor de Japanse filmstudio’s. Dit gaf het startsignaal voor een nieuw genre: kaiju (怪獣)films. In de praktijk zijn
dit films met een te laag budget over grote monsters die elkaar
een draai om de oren geven. En dan te bedenken dat een van de
reclamezinnen voor de film uit 1954 was: ‘special effects beter dan
in Amerikaanse films!’
In de jaren ’80 verschijnt een nieuwe ge-neratie regisseurs op het
toneel, die zijn opgegroeid met de oude Gojira-films als grote voorbeeld. Ze besluiten opnieuw te beginnen, en maken een remake
van de film uit 1954, wederom gevolgd door vele vervolgen.

Bij deze nieuwe films zijn de acteurs, scripts en special effects van
een aanzienlijk hoger niveau. Ook de rol van Gojira is veranderd.
Was hij eerst de ongekroonde beschermer van de mensheid, nu is
hij bijna nog gevaarlijker dan de monsters die hij bevecht. Hij is
een wandelend atoomwapen, dat genade noch opgeven kent. Om
de nucleaire vuren die in zijn lichaam branden te voeden vernietigt
hij kerncentrales, waarna hij de vrijgekomen energie absorbeert.
Met de film Gojira: Final Wars bracht Toho in 2004 na bijna 40 films
voorlopig een einde aan de Gojira reeks.
Net als in de rest van de wereld hebben de films in Japan een cultstatus gekregen die zijn weerga niet kent.

8

Liselore Goossens

Tanuki Kamp 2008
Samen met een grote groep medesjaarsen werd ik eind augustus geïntroduceerd in de wondere wereld die
‘Het Leven van Studenten Japanologie en Koreanistiek’ heet. We werden
bijeengebracht in de omgeving van
het Brabantse dorp Ommel, waar we
elkaars namen en kracht met behulp
van opgerolde kranten leerden kennen tijdens een introductiespel.
Na het avondeten en vele rondes
´weerwolven´ werden we, voor verdere bonding, in groepjes verdeeld
en ergens in de polder die zich rond
de kampeerboerderij uitstrekte gedropt met de mededeling dat we zelf
maar moesten zorgen dat we weer terug kwamen. Dankzij twee
ouderejaars die de weg wisten, kreeg het groepje waar ik bij zat het
voor elkaar als eerste weer bij de boerderij te arriveren. Hier werd
met allerlei soorten drank, allerlei soorten SingStar, twee stokken
kaarten en de rest van de mensen die groepje voor groepje ook
weer terugkwamen, de rest van de avond (en, in sommige gevallen,
deel van de ochtend) doorgebracht.
De volgende dag begon voor sommigen iets te vroeg, en te actief: pas na
de ochtendgymnastiek kregen we ontbijt, maar gelukkig konden we daar koffie bij drinken, wat veel goed maakte.
Ook werd er levend kwartet gespeeld;
iedereen moest iets opgeven om te ‘zijn’,
er werden vier groepen gemaakt en om
beurten mochten die een (of bij een goede gok, meerdere) dingen uit een andere groep vragen. Wanneer het ‘object’ zich inderdaad in die groep bevond,
moest het zich naar de groep die erom
had gevraagd gaan. De bedoeling was
uiteindelijk een groep over te houden.
Sommige mensen hadden voor vrij

9

alledaagse objecten gekozen, anderen waren op de creatieve tour
gegaan; vooral de Gemaskerde Wreker, de Suïcidale Tomaat en de
Stoeipoes (allen jongens!) oogsten veel succes met hun keuze.
Na het kwartetten was het plan dat we, tussen nog meer rondes
weerwolven door, ook nog met wat typisch Japanse dingen in aanraking zouden komen, dus waren er workshops georganiseerd. De
mogelijkheden waren kalligrafie, manga tekenen, Go spelen, aikido, Wado Ryu en voetballen met Tanuki’s voetbalvereniging Banzai,
waaruit iedereen er twee had gekozen.
Zelf had ik gekozen voor aikido en manga tekenen en ondanks mijn
gebrek aan talent voor beide dingen, heb ik me erg vermaakt. Het
feit dat alle workshops werden gegeven door medestudenten maakte dat het ineens allemaal veel dichterbij leek te staan. Want als nietJapanse (bijna)leeftijdsgenoten iets Japans goed kunnen, dan moet
het ook voor ons mogelijk zijn!
Voor de tweede en ook laatste avond was er geen programma, maar
wel een enorm kampvuur, meer SingStar en natuurlijk nog meer
drank. Door dit laatste werd dit voor sommigen een iets te gezellige avond, ondergetekende incluis, waardoor de details me helaas
grotendeels ontgaan zijn. Tegenstrijdig als het mag klinken, was het
toch een bijzonder verhelderende avond, evenals een echte introductie in het typische studentenfenomeen van zo zat worden dat
hele delen van de avond de volgende dag je geheugen blijken te zijn
ontglipt. Voor alles is ten slotte een eerste keer, niet waar?
Was de tweede dag voor sommigen iets te vroeg begonnen, de
derde begon voor de meesten veel te vroeg. Ook dit keer werd er
begonnen met ochtendgymnastiek, waar gezien de omstandigheden
nog relatief actief aan mee werd gedaan. (Want zelfs degenen die
niet of nauwelijks hadden gedronken, zullen niet bijster veel hebben
geslapen.) Na het ontbijt werden we geacht zo snel mogelijk te vertrekken, dus zaten we niet veel later met z’n allen in een grote bus
richting het station. Hier scheidden de wegen zich definitief – maar
niet voor lang! Want amper drie weken later begonnen we aan het
echte avontuur: ons eerste jaar Japans in Leiden.

10

Leana van Orsouw

招き猫 Maneki Neko
Wie wel eens langs een oosters restaurant of winkeltje loopt, heeft hem vast wel eens zien staan:
de maneki neko, het katje dat met zijn pootje
naar de argeloze voorbijganger zwaait. Ze zijn er
in allerlei soorten en maten, als spaarpot, sleutelhanger of gewoon voor de sier, en met of zonder
bewegende poot. Men zegt dat ze geluk brengen,
zoals zoveel oosterse voorwerpen. Maar waarom
juist een kat die zijn poot omhoog houdt?
Voor onze westerse ogen lijkt het alsof het beestje
naar ons zwaait, maar eigenlijk wenkt hij. Maneki
neko betekent dan ook zoveel als ‘wenkende kat’.
Grappig detail is misschien dat de maneki neko
die voor de westerse markt gemaakt zijn de poot
gedraaid hebben, zodat wij het ook herkennen
als wenken. De meningen verschillen over de
betekenis van de poten, maar over het algemeen
gelooft men dat de linkerpoot omhoog klanten
trekt en de rechterpoot geld en geluk.
De maneki neko komt voor in verschillende legendes, maar de legende die zijn wenken verklaart, is de legende van de Goutoku-ji uit de
zeventiende eeuw.
De tempel stelde in die tijd niet zo veel voor en
was ernstig verarmd geraakt in de loop der jaren. De priester leefde in armoede met zijn kat,
die hij desondanks zo goed mogelijk probeerde
te verzorgen. Op een dag passeerde een belangrijk en rijk man het gebied van de tempel, juist
toen het begon te regenen. De man school onder
het eerste beste afdak dat hij kon vinden, een
grote boom. Terwijl hij de regenbui af stond te
wachten, zag hij plotseling de tempelkat in de
verte zitten. Zijn verbazing was groot toen het
dier hem leek te wenken, maar hij deed dat af
als verbeelding. Waarschijnlijk zat de kat zich
gewoon te wassen. Maar de kat bleef met zijn
poot omhoog zitten, volhoudend dat de man zijn
kant op moest komen. Nieuwsgierig besloot hij
dat uiteindelijk maar te doen. Luttele seconden

11

later sloeg de bliksem in in de boom waaronder hij zojuist nog had
gescholen.
De man was de kat natuurlijk buitengewoon dankbaar voor het
redden van zijn leven, en hij zorgde ervoor dat hij en zijn baasje
niet meer op een houtje hoefden te bijten. Toen de kat uiteindelijk
overleed, werd de maneki neko gemaakt om hem te eren. De tempel staat ook nu nog vol met maneki neko.
Een veel nuchtere verklaring voor de populariteit van de katten in
winkels is het Japanse geloof dat als een kat zijn gezicht wast, dat
een teken is dat er bezoek komt. Maar dat klinkt natuurlijk allemaal
lang niet zo spectaculair als het hierboven beschreven verhaal.
De maneki neko wordt af en toe genoemd in documenten uit de
Edo-periode (1603-1867), maar kwam pas echt in opkomst in de
Meiji periode (1868-1912). Het wenkende gebaar werd toen iets
minder onschuldig gebruikt in bepaalde zones in de steden, waar
de vrouwen het gebaar imiteerden…
Later kwamen de katten terecht in restaurants, en sindsdien behoren de maneki neko tot de meest populaire geluksbrengers in Japan
en daarbuiten. Tja, want wie zegt nu ‘nee’ als zo’n schattig katje je
binnen probeert te wenken?

12

Martijn Heule

AZIË CUP 2008

“Fantastisch! Jammer dat ik er niet bij kon
zijn! Mega!”
Het enthousiasme dat uit de luidspreker van de telefoon gehoord werd, deed de uitgebluste spelers bijna geloven dat Ger-bart zelf in de kleedkamer aanwezig was.
Geteisterd door tegenslagen tijdens de Letterencup voelden
enkele spelers nog steeds naweeen in hun knikkende knietjes.
De Azie Cup was het laaste toernooi van dit collegejaar, met
als deelnemers het onbekende Archeologie, de veteranen van
Indonesie, maar gelukkig ook SVS. Het zou een avond van intiem contact worden, met aan beide zijdes zeven spelers in
het veld. Met Angel, Ashwin, Daan, Friso, Joeri, Mattias, Remy,
Sander, Tom en ondergetekende, was TFC Banzai met een team
jonge honden en een moegestreden Fries klaar voor de strijd.
Archeologie was het eerste team dat voor de leeuwen geworpen
werd. Met een stuk of twintig spelers aan de zijlijn had elk ander
team even moeten slikken, maar sinds de Koreaanse zuivering
van afgelopen december hanteerde men bij Banzai een beleid van
kwaliteit boven kwantiteit. Bovendien deden er bij de tegenstander
meisjes mee. Toch bleek Archeologie geslepen te zijn in het beroeren
van leer, waarop Banzai aanvankelijk licht gas terugnam. Het herstel volgde echter rap, en na een uitbraak wist Ashwin Banzai op
voorsprong te brengen. De rest van de wedstrijd werd voorzichtig
uitgespeeld, al was doelman Tom bijzonder daadkrachtig op de momenten dat de Archeologen toch wisten te verrassen. De wedstrijd
eindigde in een bevredigende 1-0. Tijdens de wedstrijd hadden de
wisselspelers zich vermaakt met het uiterst amusante schouwspel
dat SVS hen op het tegenoverliggende veld voorschotelde. Aandoenlijk wiebelden de sinologen gemoedelijk over het veld om
uiteindelijk zeven maal de bal uit het eigen doel te mogen vissen.
Met een lach en een traan betrad SVS het veld waarop zij zowel Mantsjoerije als de afgelopen 12-1 nederlaag van november

13

hoopten te wreken. Nu is het collectief Banzai de kwaadste niet,
maar verliezen doen we alleen als we slechter zijn (5%), niet kunnen scoren (wat niet hetzelfde is, 25%), pech hebben (60%), of
gewoon een beetje moe zijn (10%). En aan de bloedkop van De
Schoen alleen al was te zien dat geen van allen het geval was. Bij
de aftrap van SVS bleef de slappe lach gelukkig ook uit, dus er
was werkelijk niets dat een overwinning een halt toe kon roepen.
Rustig combinerend was de ploeg de vurige Chineze draak brandmeester, en Rodolpho kreeg een brok in de keel van de expositie die
Banzai’s Total Football was. De wedstrijd verliep zonder al te veel
gewaagd artistiek gefro”bel en vond haar eind in een bescheiden
2-0 overwinning. Op het andere veld wist Archeologie verrassend
een degen door de pels van Indonesie te duwen met een score van
3-2. Banzai had als enige team twee overwinningen, en had enkel een gelijkspel nodig om Indonesie na drie jaar te onttronen.

Met een brul van 20.000 decibel luidde Friso de laaste wedstrijd in.
In de directe omgeving werden de meeste vrouwen onvruchtbaar
verklaard, maar bij Banzai deelde elk in het sentiment van de Fransoos: die bokaal moest en zou gewonnen worden! De senioren van
Indonesie waren erop gebrand wellicht voor de laatste keer te laten
zien wat zij in hun mars hadden. De krakkemikkige, maar geslepen
vos kwam op gang, en evenals op voorgaande toernooien had Banzai
moeite met de lange, struise manschappen van haar rivaal. Na een
angstig begin leek Banzai de Indonesische tijger toch te kunnen temmen. Hoewel de balcontrole duidelijk bij Banzai lag, wist het jonge,
toch ietwat onervaren team zich zoals vaker te laten verrassen. De
score was 0-1 en het einde van de wedstrijd naderde. De vechtlust
groeide exponentieel. Met een haast aggressieve stemming beukte

14

Banzai op de Indonezen in. De tijd bleef voortschreiden, maar de
treffer bleef uit. Het team wist dat dit niet was waar waarvoor men
was komen opdagen. Op dat moment kreeg ondergetekende van
een onbekende afzender plots de bal voor de voeten. Enkele opponenten trachten een blok te vormen, een schijnbeweging volgde en
Ashwin stapte vlug opzij. De bal zeilde langs de keeper-aanvoerder
en TFC Banzai ontplofte in een orkaan van euforie. Nadat men elkaar
om de hals was gevlogen, regroupeerde het team zich. De wedstrijd werd niet meer uit handen gegeven. TFC Banzai was kampioen.
Onttroont na een terreurbewind van drie jaar dacht de manke, verslagen jakhals weg te sluipen. Nu zijn de meeste spelers van Banzai
niet van gisteren, dus werd de achtervolging ingezet. De gewonde
beer beet van zich af toen er werd gevraagd om de beker. De orca
had hem inmiddels drie maal gewonnen, en blijkbaar bestond er de
mondelinge regel dat de beker reeds permanent in haar bezit was.
Advies voor een nieuwe beker werden gegeven. Onderling besloot
TFC Banzai de hevigste bokaal ooit te zullen laten maken. Toen droop
de ooit machtige rover af. Daan componeerde een gedicht.

Ziet aldaar, kameraden,
niet langer duisternis.
In Appolo’s stralen gebraden,
geen gemis,
Het smeulende karkas van
onze tegenstander.
De koning oud,
dolend, zonder thuis.
De aanblik van versplinterd
hout,
en u zegt mij, de tempel
van Zeus?
Heen, gij duivels bedrog!
Een versleten paleis,
opnieuw gelakt,
de koning, als een varken
hangend in zijn trog.
Bal gehakt.

15

Tijmen Blankenvoort

De Opleidingscommissie (OLC)
De universiteit en haar opleidingen komen erg machtig over als je
begint met jouw opleiding. Er zijn veel mensen die meer weten dan
jij en die zullen dan ook wel weten waar ze mee bezig zijn. Daarnaast bestaan de opleiding en de universiteit natuurlijk al heel lang
en zit er veel ervaring achter de ideeën en beslissingen die gemaakt
worden. Hierdoor kan het lijken alsof de studenten weinig invloed
hebben in wat er op hoger niveau gebeurt en besloten wordt.
Niets is echter minder waar. De opleiding bestaat voor de studenten
zelf en alle besluiten worden gemaakt om de studenten volledig te
assisteren in hun ontwikkeling en met een groot kennispakket de
wijde wereld in te sturen.
Ook hogerop worden alle beslissingen genomen met oog op dit
doel. Hierin zijn de mening en de ervaring van de student uitermate
belangrijk. Het is echter lastig voor de drukke docenten om altijd
goed op de hoogte te zijn van alles wat er in onze grote opleiding
gebeurt. Om deze reden bestaat de OLC. Die bestaat uit vijf docenten en vijf studenten die er voor zorgen dat de communicatie
tussen studenten en docenten beter verloopt en dat het onderwijs
van hoge kwaliteit blijft.
Niet alleen is de OLC erg nuttig voor de docenten om hun eigen
onderwijs te verbeteren, maar ook als student is het zeker belangrijk op de hoogte te zijn van dit overlegorgaan. Als je bijvoorbeeld
de lesmethode niet al te geweldig vindt, een pro-bleem hebt met
een docent of je vindt dat je te veel werk moet doen voor je punten, staat de OLC voor je klaar. Bij ons kun je anoniem je klachten
melden en wordt er gezorgd dat er ook daadwerkelijk iets met die
klachten gedaan wordt. Als individuele student is het lastig om wat
gedaan te krijgen, maar de OLC bestaat juist om gehoor te geven
aan zulke geluiden.
Heb je dus klachten, opmerkingen, ideeën voor verbetering of iets
anders dergelijks dat nuttig zou kunnen zijn voor je mede-studenten of de opleiding, laat het ons dan vooral weten! Onze mail wordt
regelmatig gelezen en de leden van de OLC zijn ook altijd persoonlijk aanspreekbaar voor commentaar.

16

De OLC zoekt ook dit jaar weer een nieuw eerstejaarslid voor haar
werkzaamheden. Als het je leuk lijkt actief bij de opleiding betrokken
te zijn, te leren hoe grote instanties als de universiteit functioneren
en commissie-ervaring op te doen, stuur dan een mailtje naar het
onderstaande e-mailadres voor informatie. De OLC kost je amper
tijd, zal je helpen in je academische carrière en je krijgt er zelfs
voor betaald!
OLCJapans@gmail.com
Studentleden:
Benjamin van der Wagt
Sarah Gagestein
Dorette Bos
Jurre van der Meer
Docentleden:
Henny van der Veere

17

Geert

한국

Korea Seoul

Een stuk schrijven om een kleine twee maanden in Zuidoost Azië te
typeren is geen gemakkelijke taak. Eind juli reisden de eerstejaars
van Talen en Culturen van Korea af naar het idyllisch gelegen Seoul,
te Korea. De reden was dat we een klein beetje van de Koreaanse
cultuur wilden proeven, ook om onze studie meer vorm te geven.
Geen van ons was ooit in het land geweest en we wisten eigenlijk
niet goed wat ons te wachten stond.
De
eerste
dagen
stonden vooral in
het teken van het
verkennen van Seoul
en het bijkomen van
de jetlag die de lange
vlucht
veroorzaakt
had. Al gauw werd
het tijd om ons in de
rijke cultuur van Korea te storten, een
cultuur die voor menig Japanoloog onbekend is, maar zeker de moeite waard is om te
bekijken.
Seoul is niet alleen de hoofdstad met daarin alle moderne foefjes,
gebouwen en attracties; de stad kent ook een grote verzameling van
cultuurobjecten, die voor liefhebbers van de geschiedenis erg aan te
raden zijn. Al deze objecten, behandeld in de lessen tekst en cultuur,
konden we nu eindelijk eens met eigen ogen aanschouwen en in het
perspectief van de stedelijke achtergrond plaatsen. Het ene moment
liep je in het centrum van de hoofdstad, het andere moment liep je
een poort door en waande je jezelf in een oase van rust op de grond
van het koninklijke paleis.
Vanzelfsprekend was het doel van de reis niet enkel het opsnuiven
van de cultuur, maar ook het levend maken van onze studie, hetgeen
voor mij zeer geholpen heeft. Dat is ook iets wat iedereen van de
opleiding op het hart gedrukt moet krijgen: probeer zo snel mogelijk
een reis te maken naar het land van je studie. Het voegt een extra
dimensie toe aan de studie en vergroot in hoge mate de interesse;
als het land je bevalt tenminste. Wij hebben in de korte tijd dat
we er waren in ieder geval heel erg van alles genoten. De mensen
waren vriendelijk, zeker tegen westerse jonge snaken die een kleine
kennis van de Koreaanse taal hadden en het kwam veelvuldig voor
dat er gestaard werd door de lokale bevolking.

18

Het leven in Seoul is flitsend, snel en modern met een ietwat traditioneel tintje. Het scheen mij toe dat de stad nooit sliep en dat mensen
dag en nacht bezig waren. Voor mensen die in Tokyo geweest zijn, is
Seoul misschien wel een rustige stad, maar de hoeveelheid mensen
die er elke dag door de stad liepen, was in mijn ogen ongelooflijk. Op
elke hoek van de straat zat wel een restaurant met lokale lekkernijen
(비빔밥, 김밥, 삼겹살, 라면). Hoe deze kleine ondernemingen het op de
markt overleven, is me tot op de dag van vandaag een groot raadsel,
aangezien de prijzen laag waren, de concurrentie extreem hoog en
het aantal mensen in veel van de restaurants gering.
In den avonden was er natuurlijk ook veel te beleven in Seoul. De
favoriete bezigheid van veel tweedejaars studenten Koreaans is de
노래방, beter bekend als de karaokebar voor Japanologen. Tevens
zijn er DVD kamers, cafés, discotheken en een heleboel winkelcentra
waar men zich ’s avonds goed kan vermaken. Om het propagandaplaatje compleet te maken raad ik ook iedere Japanoloog aan zich
eens te verdiepen in Korea.
De cultuur, de geschiedenis,
het eten, de mensen, de atmosfeer en zelfs de taal zijn
interessant en zélfs voor Japanologen nog wel te leren.
Verder vermelden anonieme
bronnen ons dat er nog wel
ruimte is op de opleiding voor
bijvakkers, dus schroom niet
om een student Koreaans
aan te schieten en hem/haar
met vragen te bestoken. Het
enige probleem is ons zien te
vinden…

19

Mattias van Ommen en Sander Schoen

Het Moment van de Schoen
Beste leden,
Met zeer veel trots presenteer ik jullie hierbij het eerste “Moment
van de Schoen”, wat vanaf nu een vaste rubriek in de Tatanukiki zal
worden. Wij zijn ontzettend blij en vereerd dat de Schoen dit voor
ons wil doen. Sander “Allart” Schoen alias “de Schoen” is 3e jaars japanoloog en vanaf eind september in Nagasaki te bewonderen. Wat
sommigen misschien niet weten is dat hij al jaren een stille kracht
is geweest binnen Tanuki en hierdoor samen met ondergetekende
onder andere verantwoordelijk is geweest voor de oprichting van
TFC Banzai. Eens in de zoveel tijd zal hij zijn momentje pakken,
en dit via deze rubriek met jullie delen. Anders dan de “normale”
exchange student verslagen zal de Schoen de vrijheid krijgen om
bepaalde geselecteerde onderwerpen aan te snijden, in een geheel
door hem te kiezen stijl. Dit kunnen dus gedichten, columns, recensies, tekeningen of zelfs alleen maar een woord zijn.
Als inleidend Moment heeft de Schoen gekozen om een stukje te
selecteren uit één van zijn favoriete werken, “het Gouden Paviljoen” van Mishima Yukio, en hierbij een kort commentaar te geven.
Dit omdat hij op moment (zonder hoofdletter) van schrijven nog in
Nederland vertoeft. Vanaf volgende keer dus slechts de Schoen aan
het woord.
Tot de volgende Schoen!
Mattias

‘Je kent het probleem van Vader Nansen en het katje wel, hè? Direct na
afloop van de oorlog riep de Prior ons bij elkaar en hield er een preek over…’
‘Nansen doodt een katje?’ Kashiwagi bekeek de lengte van een
paardestaart, die hij keurend tegen de bloembak hield. ‘Dat probleem duikt ettelijke malen in je leven op en telkens in een andere
vorm. Het is een rotprobleem. Het is altijd hetzelfde probleem, maar
bij ieder keerpunt in je leven ziet het er anders uit en heeft het een
andere betekenis. Die door Nansen gedode kat was een echt krengetje! En mooi, weet je, onvergelijkelijk mooi! Gouden ogen en een
glanzende, zachte vacht; en alle plezier en schoonheid van de wereld
stonden in dat kleine, soepele lijf als een veer zo strak gespannen.
De meeste commentatoren vergeten erbij te zeggen dat dat beestje

20

één bundeltje schoonheid was. Behalve ik dan, hè? Enfin, dat katje
sprong plotseling uit een pol gras en werd alsof ze het opzettelijk
zo wilde – met haar lieve, sluw glinsterende oogjes gepakt. En dat
betekende het begin van de strijd tussen de twee groepen in de tempel. Waarom? Omdat schoonheid zich wel aan iedereen geeft, maar
daarom nog niet aan iedereen toebehoort. De schoonheid…tja, hoe
kan ik dat het beste zeggen… de schoonheid is als een rotte kies, die
tegen je tong schuurt, die zeurt en pijn doet en zichzelf voortdurend
voelen laat. Ten slotte kun je de pijn niet meer uithouden en laat je
hem er door een tandarts uittrekken. En als je die kleine, smerige,
bruine, bloederige kies in je hand houdt, dan zul je vermoedelijk zeggen: is dit het? Was dat nou alles? Het ding, dat me pijn deed, dat me
voortdurend aan zijn bestaan herinnerde en dat zich hardnekkig in
mij had vastgezet, is nu niets meer dan een dood voorwerp. Maar is
dit ding werkelijk wel hetzelfde als dat andere? Als het aanvankelijk
bij de stoffelijke buitenkant van mijn bestaan hoorde, hoe – en door
welke lotsbeschikking – werd het dan met mijn innerlijk verbonden
om daar de oorzaak van mijn pijn te worden? Wat was de oorsprong
van dit ding? Lag die in mijn innerlijk, vond het die in zichzelf? Hoe
dan ook, het ding dat uit mijn mond getrokken werd en nu in mijn
hand ligt, is iets heel anders. Het is beslist niet hetzelfde als dat!’
‘Snap je, zo is het ook met de schoonheid. Daarom is het
doden van de kat net als het uittrekken van een rotte kies,
het uitsnijden van de schoonheid. Maar het bleef onzeker of
de zaak daarmee werkelijk afgedaan was. De wortels van
de schoonheid waren niet mee uitgetrokken. Het katje was
wel dood, maar de schoonheid van het katje misschien niet.
Daarom dreef Jôshû de spot met deze al te eenvoudige
oplossing door de sandalen* op zijn hoofd te leggen […]’
* graag lees ik hier schoenen
De oplossing in alles ligt in “De Schoen,” kortom, het was me een
waar genoegen!
Sander “De Schoen”

NB: kijk terzijnertijd ook eens op

goudenpaviljoen.blogspot.com!

21

Vera van der Esch

Ganbare Goemon
Als ik de naam Ganbare Goemon laat vallen, is de eerste reactie van anderen vaak
een verwarde blik of een opgehaalde
schouder. Toch bestaat de spellenreeks al
22 jaar en is daarmee dus ongeveer net zo
oud als Super Mario.
Ganbare Goemon! (of Legend of the Mystical Ninja in Amerika en Europa) heeft al
bijna dertig spellen op zijn naam staan
(inclusief twee spin-off series). De hoofdrolspeler is Goemon, losjes gebaseerd op
Ishikawa Goemon en het equivalent van
Robin Hood uit Japanse folklore.
Het eerste spel (Mr. Goemon, 1986) was
een arcadespel waarin jij als het titelpersonage door feodaal Japan rent en slechteriken er flink van langs geeft. Om boeven
te verslaan sla je ze met een kiseru (een
soort pijp uit de Edo periode) of gooi je Ryou
munten. In de latere spellen krijgt Goemon
hulp van wat eigenaardige karakters, zoals
de dikke ninja Ebisumaru, de robot Sasuke en de geheim agente
Yae. Als laatste redmiddel hebben ze Goemon Impact, een enorme
robot gebouwd naar Goemons gelijkenis. Deze kan elk moment opgeroepen worden en in ‘Power Ranger stijl’
de strijd aangaan met reus-achtige robots,
monsters en ander gespuis.
De reden dat Ganbare Goemon niet zo
bekend is, komt omdat het gros van de
spellen niet verder is gekomen dan Japan. De enige spellen die hier wel zijn verschenen zijn Ganbare Goemon: Neo Momoyama Bakufu no Odori (“Mystical Ninja
Starring Goemon”) en Ganbare Goemon:
Derodero Douchu Obake Tenkomori (“Mystical Ninja Starring Goemon 2”) voor de
Nintendo64. Goemon en Ebisumaru zijn
ook bespeelbaar in Konami Krazy Racers
voor de Gameboy Advance.

22

Maar waarom zou iemand deze spellen willen spelen als ze nog nooit
van Goemon hebben gehoord? Ikzelf kwam zo’n zeven jaar geleden
bij toeval in contact met de reeks en was na het spelen ervan totaal
verkocht. Wat Ganbare Goemon zo apart maakt, is de zeer ongewone humor en vreemde personages. Geen enkel karakter is serieus
te nemen, en zeker niet de slechteriken. In welk ander spel willen
buitenaardse operazangers Japan veranderen in een podium voor
hun ernstig opgeblazen musical act?
Verder is de muziek uitermate aanstekelijk en over het algemeen
geeft deze serie je hetzelfde gevoel als de Samurai Pizza Cats.
Naast de spellen is er in de jaren ‘80 een anime-reeks van 23 episodes

verschenen, genaamd “Ganbare Goemon”. Het verhaal is helaas niet
zo heel bijzonder en is bovendien geijkt op een nogal uitgekauwde
gimmick. De slechteriken komen via een portaal de mensenwereld
binnen om chaos en vernietiging te brengen en het is aan Goemon
en zijn maatjes om dat te voorkomen.
Maar hoe afgezaagd de anime mag lijken, sommige scènes zijn erg
leuk. De humor is af en toe zelfs wat pervers. Daarnaast zijn de
boeven in de serie verrassend origineel, zoals Seppukumaru, een
enthousiaste liefhebber van rituele zelfmoord, die steeds wordt
tegengehouden door zijn handlangers (de Vier Tsujigiri, lijkend op
pratende eieren).
Erg diepzinnig is Ganbare Goemon niet, maar wel onderhoudend en
een feest van herkenning voor liefhebbers van de serie. De serie is
een kinderserie dus het Japans is voor de beginnende Japanoloog
goed te volgen. Alleen de accenten verschillende honorifics maken
het wat lastiger, maar dus ook voor de gevorderde Japanoloog interessant.
Dus bij deze wil ik Ganbare Goemon zeker aanraden! Bezoek YouTube voor meer beelden van de games of surf naar http://goemon.
freehostia.com voor andere Goemon Goodies.

23

Diana Kuijpers

Kinkaku-ji
Zoals iedereen weet, heeft Japan ontzettend veel tempels, variërend
van culturele erfstukken tot nieuwgebouwde of gerestaureerde exemplaren. Met name Kyoto heeft er veel, en ook erg bekende, die
het zeker waard zijn eens te bezoeken.
In dit artikel zal ik de Kinkaku-ji, bespreken, omdat ik deze zelf in
Kyoto heb mogen aanschouwen en ik er toch wel van onder de indruk was.
De Kinkaku-ji (金閣寺)
is een tempel gelegen
in het noordwesten van
Kyoto. Het is een grote
toeristische trekpleister
voor zowel buitenlandse
als binnenlandse toeristen. Kinkaku-ji betekent
letterlijk ‘het Gouden
Paviljoen’, maar dit is
slechts de bijnaam van
de tempel. De werkelijke
naam van de tempel is
Rokuon-ji (鹿苑寺), wat
is afgeleid van de eerste
twee karakters die de
postume naam van Yoshimitsu vormden.
De bouw van de tempel begon in 1397 en was bedoeld als nieuw
onderkomen voor de afgetreden shogun Ashikaga Yoshimitsu. Inmiddels staat het, sinds de dood van Yoshimitsu in 1408, bekend als
Zen-tempel van de Rinzai school.
Het paviljoen is zowel van binnen als buiten bedekt met zuiver bladgoud en dient
als opslagplaats van heilige relieken van de
Boeddha (shariden). Het paviljoen dat er nu
staat, is een reconstructie uit 1955 van het
origineel; in 1950 stak een monnik namelijk
het gebouw in brand. Het bekende boek van
Yukio Mishima, The Temple of the Golden Pavilion, is op deze gebeurtenis gebaseerd.
Het paviljoen heeft drie verdiepingen, die elk
volgens een andere stijl zijn ingericht. De begane grond is gebouwd in shinden-zukuri stijl,

24

een stijl uit de Heian periode voornamelijk gebruikt in paleizen en
andere aristocratische gebouwen. Een hierdoor beïnvloede stijl is de
buke-zukuri stijl uit de Kamakura periode, bedoeld voor militaristische families. Deze is toegepast op de eerste verdieping. De tweede
verdieping is ingericht volgens het boeddhistische karayō, vrij vertaald de ‘Zen-stijl’. Het dak, dat bovendien gesierd wordt door een
gouden vuurvogel, is in de hogyo-zukuri stijl gebouwd.
De vijver die bij de Kinkaku-ji ligt, heet Kyōko-chi, wat ‘spiegelvijver’
betekent en de omliggende tuin is prachtig in Japanse stijl ingericht.
Mensen verwarren de Kinkakuji vaak met zijn tegenpool, de
Ginkaku-ji (銀閣寺). Zoals Japanologen kunnen lezen, zit het
verschil in de ‘kleur’. De Ginkakuji is namelijk ‘het Zilveren Paviljoen’ en ook deze is gelegen in
Kyoto. De Ginkaku-ji werd later
gebouwd dan de Kinkaku-ji,
namelijk in 1474, en zijn oprichter was de shogun Ashikaga Yoshimasa, de kleinzoon van Yoshimitsu. Zijn doel van het bouwen van de Ginkaku-ji was voornamelijk
om de Kinkaku-ji van zijn grootvader na te bootsen. Ook deze tempel behoort tot de Rinzai school.
Oorspronkelijk was het idee om dit paviljoen te bedekken met puur
zilver, maar door het verergeren van de Ōnin War (uitgebroken in
1467), werd dat plan niet voltrokken.
Momenteel staat deze tempel trouwens in de steigers, wegens restauratie. De tuinen schijnen echter aantrekkelijk genoeg te zijn om
alsnog een bezoekje aan te wijden.

25

Diana Kuijpers

Interview

Kim van Rijssen,
studiecoördinator eerstejaars
Hoewel jullie haar allemaal al een aantal keren gezien hebben, hier toch nog even een kleine introductie van Kim van
Rijssen, onze nieuwe eerstejaars studiecoördinator!
Kun je jezelf nog even kort introduceren?
Ik ben Kim van Rijssen, en ik heb dit jaar de baan van
studiecoördinator voor de eerstejaars overgenomen van
Dorina Veldhuis. Naast deze parttimebaan ben ik bezig met
mijn eindscriptie voor Talen en Culturen van Japan, en ben
ik ook actief bij MEARC (Modern East Asia Research
Centre). Ook houd ik me bezig met allerlei vrijwilligers-
werk.
Waarom ben je studiecoördinator geworden en hoe ben je bij deze
functie terechtgekomen?
Voor de studie Japans studeerde ik Engels. Ik heb altijd
al een adviserende en dienstverlenende baan willen
hebben, het liefst gecombineerd met Japans. Eigen
lijk wilde ik na mijn studie Engels op wereldreis, maar uit
eindelijk besloot ik hier te blijven en werd mij de baan van
Dorina aangeboden. Voor mij was dat een eenmalige kans,
die ik graag wilde aangrijpen.
Waarom ben je Japans gaan studeren?
Op mijn vijftiende ben ik naar Japan op vakantie geweest,
op doorreis met mijn ouders. Die twee weken zijn me altijd
bijgebleven. Toch besloot ik eerst Engels te gaan studeren,
als basis, maar daarna vond ik mezelf nog te jong om te
gaan werken. Dus begon ik alsnog aan Japans.

26

Ben je al in Japan geweest?
Ja, de genoemde twee weken op mijn vijftiende en ook
later nog vier weken helemaal alleen. Uiteindelijk heb ik
ook nog drie maanden stage mogen lopen bij de ambas
sade in Tokyo, een ontzettend leuke ervaring!
Wat is je leukste herinnering aan je studententijd?
Zonder twijfel mijn stage bij de Japanse ambassade. Om
daar te mogen stagelopen, moest ik een paper inleveren
met een (goed) voorstel van wat ik wilde doen bij de ambas
sade. Ik kwam op de economische afdeling terecht, en van
daaruit focuste ik me op sociaaleconomisch gebied, met
name op de huidige arbeidsparticipatie van Japanse
vrouwen.
Ik heb in mijn periode bij de ambassade ontzettend veel gel
eerd, veel mensen ontmoet en heb allerlei dingen mogen
doen. Ook heeft het me veel kennis opgeleverd van hoe
de zaken er op zo’n ambassade aan toegaan, wat dat blijft
voor buitenstaanders toch altijd een beetje vaag. Daarnaast
sluit wat ik daar geleerd heb, goed aan op mijn eindscriptie.
Wat hoop je dit jaar te bereiken als studiecoördinator?
Ik hoop dat ik de studenten zich op hun gemak kan laten
voelen en dat ze ook werkelijk naar me toekomen als er
vragen of problemen zijn. Ook wil ik ze graag laten zien wat
het kader van mogelijkheden en onmogelijkheden binnen de
studie is, en ze begeleiden met het bewandelen van de ver
schillende paden binnen hun studietijd.
Kim, bedankt voor het interview, en veel succes dit jaar!
Contactgegevens
Kim van Rijssen
E-mail:
k.van.rijssen@hum.leidenuniv.nl
Kamer:
109
Contacturen: maandag- en woensdagochtend, 9-13u.

27

Agenda
Oktober
Woensdag 8 oktober
Filmavond 2

Donderdag 9 oktober
SVS feest

Vrijdag 17 oktober

Tanuki Izakaya

Vrijdag 24 oktober

2e feest (onder voorbehoud)

Woensdag 29 oktober
Borrel

November
Woensdag 5 november
Karaokeavond

Donderdag 13 november
Beroepenavond

28

Advertentie

‘S AVONDS EEN MAN

‘S OCHTENDS EEN MAN
Een Tanuki-activiteit is GEEN geldige reden om een
college te skippen of te laat te komen! Wees verstandig,
wees een man!
of een vrouw...

Collecties
TaTanukiKi