-
Titel
-
2002-2003 | 2
-
Nummer
-
2
-
extracted text
-
Tanuki Journal
Arsenaalstraat 1
2311 CT Leiden
E-mail:
journal@tanuki.nl
Bestuur
Voorzitter:
Wouter Luijendijk
Tel. 06-27378592
E-mail:
wouter@tanuki.nl
Secretaris:
Dorina Veldhuis
Tel. 06-52102226
E-mail:
dorina@tanuki.nl
Penningmeester:
Rachelle Eerhart
Tel. 06-24691565
E-mail:
rachelle@tanuki.nl
Assessor:
Karin de Bruin
E-mail:
karin@tanuki.nl
Tanuki Journal:
Rieks Warendorp
Torringa
E-mail:
riekswt@hotmail.com
Na dit nummer:
René Lourens
Rijn en Schiekade 108
2311 AR Leiden
Tel. 06-10831709
E-mail:
rene@tanuki.nl
E-mail:
bestuur@tanuki.nl
Website:
www.tanuki.nl
Tanuki Journal is een uitgave van Tanuki, studievereniging voor studenten in de
Japanologie en Koreanistiek aan de Universiteit Leiden
Watashi no saigo no Jānaru ni natchaimashita ga…
Het is zover! Ik stop ermee. Na negen reguliere Journals en één
introductiejournal is het tijd geworden voor mij om het redacteurschap
over te dragen aan de volgende generatie. Stiekem moet ik wel een klein
beetje huilen. Zowel het redacteurschap van de Journal als het
meebakkeleien over Tanuki-activiteiten tijdens vergaderingen zal ik wel
wat gaan missen. Gelukkig was het lot mij goedgezind, en dook er
ineens, op een moment dat ik het het allerminst nog verwachtte, iemand
op die deze taak van mij over wilde nemen. Zijn naam? René Lourens,
eerstejaars Japans. Hij zal zich op de volgende pagina voorstellen. Ikzelf
kan zeggen dat ik er het volste vertrouwen in heb dat hij de Journal bij
hem in goede handen is.
Ik hoop dat u, eerbiedwaardige lezer, het deze binnenkort uit de
geschiedenis stammende redacteur toestaat, in enig melancholisch
gezwijmel weg te zinken. Een hele korte terugkijk op negen Journals.
Negen keer zwaar tijdgebrek. Negen keer wikken en wegen. Negen
perioden bedelen om kopij. Negen keer mijn medebestuursleden zo
smekend mogelijk aan te kijken om niet al te rigoureus te hoeven
schrappen. Hoewel het in uw ogen in eerste instantie misschien niet zo
mag lijken, wil ik het kort samenvatten als: negen keer heel plezierig de
Journal samenstellen.
Ik grijp meteen de gelegenheid aan (oh, nu worden we zelfs nog een
beetje melodramatisch ook) om dan ook iedereen te bedanken voor alle
steun, bijdragen, noem maar op, welke ik tijdens mijn redacteurschap
heb mogen ontvangen. Helemaal van het toneel verdwijnen doe ik niet;
men heeft mij nog weten te strikken voor het voortzetten van het maken
van de Tanuki-aankondigingen in het Arsenaal en wellicht bezit ik ook dat
stukje bemoeizucht dat oud-bestuursleden van Tanuki tot op heden in
zekere mate bleken te hebben gehad.
Alle gekheid op een stokje, ik heb veel plezier gehad met het maken
van de Journal en ik hoop dat René minstens even zoveel plezier zal gaan
beleven. Eerlijk gezegd vermoed ik dat dat niet zo’n probleem zal gaan
worden.
Het nummer dat je nu voor je hebt is het produkt van René en mij
samen. Het was voor mij de eerste keer dat ik een Journal samen met
iemand anders heb samengesteld en ik moet eerlijk zeggen dat hiermee
voor mij wel een beetje een wereld openging. Twee gezellige nachten,
met genoeg bier in de koelkast en een vol pakje sigaretten hebben wij –
je raadt het al – zitten wikken en wegen, onder enige tijdsdruk, na een
periode wanhopig bedelen om kopij. En ik hoop dat het ook in andermans
ogen een beetje een waardig afsluiter is geworden.
De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat dit nummer wel uit redelijk
veel verslagen van activiteiten en misschien iets minder algemene
artikelen bestaat, maar desalniettemin hoop ik dat dit toch ook voor
voldoende leesvoer zorgt tijdens de lange, koude winteravonden. In ieder
geval kan ik met een gerust hart zeggen dat, als dit niet het geval is, de
kritiek – voor het eerst – niet meer rechtstreeks aan mij geadresseerd
hoeft te worden.
Veel plezier met deze Journal!
Rieks.
Jaargang 2002-2003 - Nummer 2 - November 2002
2
Veranderingen in
Het Tanuki-bestuur…
In de vorige Journal stelden vier bestuursleden
van Tanuki zich reeds voor. Op dat moment
zochten we echter nog versterking, welke
inmiddels is gevonden. Een nieuwe assessor,
en… jawel, een nieuwe Journalredacteur!
Redactie.
Karin de Bruin,
assessor.
Of ik even een stukje voor de
Journal wilde schrijven om op
die manier mezelf aan alle
Japanologen voor te stellen. Ik
ben niet echt een schrijver (ik
kletshier
liever),
hierEen
gaatklein
-ie
klets liever), maar
gaat maar
-ie dan.
dan.
kleinik stukje
stukje over wie ik
benEen
en wat
doe. over wie
ben endewat
ik doe.
Mijn naam isik Karin
Bruin
en ik ben 21
jaar. Ook ik studeer Japans en ben officieel
derdejaars, maar hang meer rond in het tweede
jaar. Het leven bestaat niet alleen maar uit
studeren zullen we maar zeggen, vandaar dat ik
wat vakken van het tweede jaar over moet
doen. Een leven zonder muziek kan ik mij niet
voorstellen en ik kan ook niet zonder goed
gezelschap, films en een lekker wijntje.
Maar hoe ben ik nou in het bestuur van
Tanuki gekomen? Het gesprek kan ik me nog
herinneren en ging ongeveer zo:
Bestuurslid: ‘Hé Kaar, hoe zou je het vinden om
bestuurslid van Tanuki te worden?’
Karin: ‘Ik? Bestuurslid? Hahaha, humor! Wat
moet ik doen dan?’
Bestuurslid: ‘Je wordt dan assessor.’
Karin: ‘En dat is…?’
Bestuurslid: ‘Ja, eh… Gewoon iemand die dingen
organiseert.’
Karin: ‘Ehm, nou, ehhhh, ik zal er even over
denken, goed?’
Tja, ik zei wel dat ik er even over moest
nadenken, maar dat kwam vooral omdat ik een
beetje overrompeld was door de vraag. Eigenlijk
wist ik het antwoord meteen al, maar ja, je
moet die bestuursleden ook een beetje in
spanning laten, nietwaar? Waarom ik ja gezegd
heb? Dat antwoord is heel simpel. Na een jaar
in Huis ten Bosch gezeten te hebben, was ik
eigenlijk wel weer aan een nieuwe uitdaging
toe. En omdat dit bestuur mij heel enthousiast
leek en zij vele leuke activiteiten in de planning
hadden staan, heb ik besloten de gok te wagen
om mij op het assessorschap te storten.
Omdat ik samen met Dorina in de
feestcommissie zit, heb ik gelijk een verzoek
aan jullie. Begin maart 2003 (het lijkt ver weg)
staat er een gezamenlijk Letterenfeest op de
agenda. Aangezien er veel mensen nodig zijn
om dit te realiseren, vroeg ik mij af of er
misschien mensen zijn die mee willen helpen
met
de
organisatie.
Dit
natuurlijk
in
samenwerking
met
andere
Letterenverenigingen.
In december moet al door worden gegeven
wie er beschikbaar zijn, dus laat het mij of één
van de andere bestuursleden z.s.m. weten. Ik
ben bijna elke dag wel ergens in het Arsenaal te
vinden.
Alvast bedankt. We gaan er een TOP Tanukijaar van maken!
René Lourens,
redacteur Tanuki Journal.
Voor
degenen
die
mijn
aanwezigheid in het Arsenaal
tot dusver hebben gemist, laat
ik mij even voorstellen. Mijn
naam is René Lourens, ik ben
twintig jaar oud20en jaar
eerstejaars
Ik
oud enJapanologie.
eerste jaars
kom uit een klein
dorpje in Friesland
hebeen
tot
Japanologie.
Ik komenuit
nu toe een vrij normale
schoolcarrière
achter
de
klein dorpje
in Friesland
en heb
rug. Ik heb eerst
daarna
tot slot
totHAVO,
nu toe
eenVWO
vrijennormale
een half jaartje
geschiedenisachter
hier de
in rug,
Leiden
schoolcarrière
ik
gedaan, waarnaheb
ik een
halfhavo,
jaartje
heb
eerst
vwo
engewerkt.
tot slot
Zodoende kwam
eenik
halfdoor mijn interesse in
Japanse cultuur en de informatiefolders van
Leiden bij Japans terecht.
Ik ben de nieuwe hoofdredacteur van het
(hoewel ik een kleine anderhalf jaar lang van DE
Journal heb gesproken, word ik hier subtiel
gewezen op de enige correcte zegswijze: HET
Journal, red.) Tanuki Journal. Hoewel dat nu nog
in samenwerking met Rieks gebeurt, zal ik
degene zijn die dit blad voortaan met jullie voor
jullie zal gaan maken. Dus mensen die altijd al
iets voor de Tanuki Journal hebben willen
schrijven, weten dus bij wie de kopij voortaan
moet worden ingeleverd. Natuurlijk voor
degenen die te verlegen zijn om op mij af te
stappen, geen nood! Ik zal zelf ook wel achter
jullie aanzitten om de fel begeerde kopij te
bemachtigen. Over de richting die ik met de
Journal op wil gaan, kan ik eigenlijk nog niet
veel nuttigs zeggen, tot wat ik er nu van heb
gelezen vind ik het niet verkeerd in elkaar
zitten, maar het kan zijn dat er hier en daar wat
veranderingen gaan komen (wij houden ons
hart vast, red.).
Aangekomen bij het eind van mijn inleiding
rest er mij nog maar één ding te zeggen:
yoroshiku onegai shimasu!
P.S. 能ある鷹は爪を隠す。Ik heb gesproken.
Jaargang 2002-2003 - Nummer 2 - November 2002
3
Nihongo wo
hanasemasu… en dan?
Daar sta je dan, met een papiertje op zak en
een extra drie letters voor je naam.
Doctorandus in de Japanse Taal en Cultuur,
Japanoloog. Jarenlang kanji gestampt en het
verschil tussen ga en wa geprobeerd te
doorgronden. En nu, nu wil je er ook wat mee!
Michel van Bommel.
Het is voor mij zeven jaar geleden, ik ben
begonnen in 1990, uit interesse en fascinatie
voor het land, de taal, de mensen en de cultuur.
De reden dat ik in ‘de pen gekropen ben’, is om
mijn ervaring als ‘afgestudeerd Japanoloog’ te
vertellen. Via de website kwam ik in contact
met het Tanuki-bestuur, vandaar. Waar komt
een afgestudeerd Japanoloog nou terecht? Eet
hij of zij alleen nog maar rijst, shabushabu en
sushi? Komt er geen schoen meer over de vloer
en alleen maar slippers? Enfin, dat soort
dingen…
Zoals ik al zei, ben ik in december 1995
afgestudeerd. Toen ik na mijn afstuderen een
tijd in Japan op vakantie was, hoorde ik via een
vriendin en oud-studiegenoot dat een Japans
bedrijf in Nederland op zoek was naar een
communicatiemanager.
Na
terugkomst
in
Nederland ben ik terecht gekomen bij Kirin
Agribio, een dochterbedrijf van Kirin Beer (de
twee-na-grootste Japanse bierbrouwer). Na mij
drie jaar met de in- en externe communicatie
beziggehouden
te
hebben
(vertalingen,
brochures, reclamefolders, begeleiden van
Japanse gasten, etc.) en een paar keer naar
Japan te zijn geweest, wilde ik wat anders en
heb ik een zijsprong gemaakt naar de
consultancywereld… Heel wat anders!
Interessant, veel geleerd, maar na twee jaar
toch weer die drang wat met mijn Japanse
kennis te doen (die overigens erg snel wegzakt
als je er niets meer mee doet). Net op dat
moment (1999/2000) hoorde ik van de
samenwerking tussen KPN Mobile en het
Japanse NTT DoCoMo. Ik heb niet lang
getwijfeld en heb meteen een brief geschreven.
Na een vrij lange procedure ben ik bij KPN
Mobile terecht gekomen als product innovator,
en al meteen vanaf het begin aan de slag
gegaan met de introductie van het Japanse imode op de Europese markt, toen nog allemaal
erg ‘geheim’. Hectische tijden, druk, maar heel
interessant, aangezien ik vrij veel contacten
onderhield met Japan. Na een jaar werd mij vrij
onverwacht (natuurlijk altijd wel gehoopt)
gevraagd of ik interesse had een tijd in Japan te
werken!
Nadenken,
wikken
en
wegen
(aangezien je in de loop der tijd ook een privéleven hebt opgebouwd). Uiteindelijk heb ik de
knoop doorgehakt en begin mei 2002 ben ik
naar Tokyo vertrokken waar ik nu dus iets meer
dan een half jaar zit. Ik werk bij KPN Mobile
Japan Office en breng drie dagen per week door
op het 44 verdiepingen tellende kantoor van
NTT DoCoMo - overigens de grootste telecom
operator van Japan. Twee dagen per week zit ik
op het KPN Mobile kantoor, niet ver van mijn
appartement in Tokyo. Ik ben marketing
research manager, wat inhoudt dat ik hier kijk
naar de ontwikkelingen op mobiel gebied. Ik
probeer daar de relevante dingen uit te halen
voor KPN. Vanuit KPN krijg ik vervolgens allerlei
vragen
die
ik
hier
weer
probeer
te
beantwoorden. Veel zoeken, vertalen, vragen en
praten met mensen. Leuk werk.
En hoe is dat nu, als Japanoloog in Japan te
werken? Ik spreek natuurlijk dagelijks Japans.
Ik moet voor mijn werk veel met collega’s
praten, dingen vragen en stukken vertalen. Dan
komt opeens alles bij elkaar. ‘Gebruik ik hier nu
ga of wa?’, ‘Wat was die kanji nou?’. Maar
vooral
het
‘ongesproken’
Japans,
de
‘werkcultuur’, de omgangsvormen, juist de
dingen die je in je studie niet direct hebt
geleerd worden ineens ook heel belangrijk. Een
beslissing gaat hier niet één, twee, drie. Maar je
leert snel. Mijn Japans is aanzienlijk vooruit
gegaan, vooral de ‘spreektaal’. –masu en desu
moest ik snel afleren, het praten met collega’s
gaat op een ander niveau. Kanji blijft nog een
zware opgave. Je herkent steeds meer, maar
schrijven blijft een beetje achter (maar daar
hebben we weer de wordtanks en zakcomputers
voor).
Het feit dat ik Japans heb gestudeerd blijft
hier nog een leuk gespreksonderwerp! Ongeloof
en verbazing is de standaardreactie (Aa sō desu
ka, hontō desu ka?!). Het leven is hier veel
drukker dan in Nederland, alles gaat langer
door, winkels zijn langer open. Ik maak
redelijke lange dagen, vooral ook vanwege het
tijdsverschil. Ook moet ik zo nu en dan wel eens
naar Nederland voor besprekingen. Maar ik
draai nog net geen Japanse dagen. Collega’s
zitten hier vaak tot een uur of negen en moeten
dan nog een uurtje naar huis reizen in de
overvolle metro. In mijn vrije tijd probeer ik uit
Tokyo weg te gaan en een beetje in de bossen
en bergen door te brengen en wat te sightseeen, af en toe bezoek ik vrienden (oudstudiegenoten); er zitten er hier nog een paar
die hier werken of studeren. Het is de bedoeling
dat ik hier nog even blijf, waarschijnlijk tot
augustus 2003. Daarna zal ik weer teruggaan
naar Nederland, wat er dan zal gebeuren of op
mijn weg komt weet ik niet. Ik weet wel dat dit
nu een unieke ervaring is die niet heel veel
mensen overkomt en ik probeer er dan ook alles
Jaargang 2002-2003 - Nummer 2 - November 2002
4
uit te halen en mijn Japans zo ver mogelijk te
ontwikkelen.
Oh ja, als laatste… Nee, ik eet niet elke dag
rijst (wel vaak), shabushabu of sushi en mijn
schoenen trek ik hier thuis ook uit.
Tokyo, Japan
MRvanBommel@hetnet.nl
Tanuki eindelijk
volwassen!
In den beginne was er Niks. Maar Niks
verandert, alleen het eeuwige en onveranderlijk
zijnde is. En dit is het één en het al. Het zijnde
is alles wat er is. Wat niet is, is niet, dus het
Niks bestaat niet, er is geen leegte. Wat is, is
eeuwig, want als dat niet het geval is, moet het
ergens begonnen zijn of eindigen in het Niks. En
het Niks bestaat niet.
Dorina.
En dus, 21 jaar na Niks, is er volop Tanuki.
Feest! (ook niet niks) op 13 februari 2003!
Met de welbekende Japanse stand-up-comedian
Zenjiro, die speciaal voor het volwassen worden
van Tanuki uit Japan zal overvliegen (zeker niet
niks). Locatie: nog wel een beetje niks, want die
is nog niet bekend, helaas, maar wat niet is,
kan nog komen.
Zenjiro is een professionele stand-upcomedian, die one-man shows geeft over de
hele wereld. De onderwerpen voor zijn shows
zijn altijd gebaseerd op de – in westerse ogen –
vreemde, en daardoor dikwijls grappige
aspecten van de Aziatische cultuur, waarbij het
bij hem met name om de Japanse cultuur gaat.
Zo houdt hij zich in zijn shows bijvoorbeeld
bezig met ‘de Japanse zakenman’, Kung Fu,
eten en pratende toiletten.
In februari zal deze in Japan beroemde
stand-up-comedian te zien zijn in de ‘Rayman is
Laat’-show. Deze voorstelling van Zenjiro zal op
16 januari worden uitgezonden, op Nederland 3.
In februari zal meer over deze Japanse komiek
in de Journal te lezen zijn.
Groene Smurrie, Rauwe
Tonijn en Zeewiersalade
Op donderdag 6 November was er een door
Tanuki georganiseerd etentje in het Japanse
restaurant Tanuki in Amstelveen. De avond
begon goed, maar na tien minuten, toen we
(verdorie) nog in de trein zaten, was het wel
duidelijk wat de ware redenen van dit etentje
waren.
Anneke Bruin.
De spiksplinternieuwe hoofdredacteur van het
Tanuki Journal was bezig mensen te ronselen
om stukjes te schrijven voor het Journal, waar
ik dan uiteindelijk na een lange avond van
ondragelijke druk voor gezwicht ben. Verder
was het eten best goed. Het restaurantje bleek
meer zoiets als een eetcafeetje, waarbij het de
bedoeling is dat je tijdens het drinken telkens
wat te eten bestelt. Het menu bestond daardoor
dan ook meer uit hapjes dan uit gerechten.
Maar Nederlands als wij zijn, bestelde toch
bijna iedereen een menu, omdat men niet alles
apart durfde te bestellen. Over de menukaart
heb ik mij nog erg verbaasd. Zoals de voorzitter
van Tanuki zo mooi kon verwoorden: ‘Het is
verbazend te zien wat de Japanners aan
onderdelen van een kip frituren, en dan
vervolgens nog durven te serveren’.
Het eten beviel dus goed, maar was soms
wel vreemd, met name omdat er veel dingen
waren die ik, en ook anderen, nog nooit
gegeten had. Zoals rauwe tonijn, een
zeewiersalade en sushi. Ook is er kennis
gemaakt met wasabi, dat is een soort groene
smurrie (gemaakt van mierikswortel) welke als
smaakmaker gebruikt wordt, bijvoorbeeld in de
sojasaus. Maar met kennismaken bedoel ik
eigenlijk kennismaken met de pure vorm, wat ik
niemand aanraad of toewens. Het smaakt dan
namelijk, eigenlijk, helemaal nergens meer
naar, omdat al je smaakpupillen op datzelfde
moment
nog
worden
weggebrand.
Met
uitzondering dan van de nieuwe hoofdredacteur,
bij wie je werkelijk de wasabi met bakken naar
binnen kon gooien. Respect, jongen!
Na dit eetspektakel zijn we toch nog even
een ijsje gaan eten bij een grote Amerikaanse
voedselketen, waarvan ik de naam niet zal
noemen, om vervolgens de trein te pakken en
thuis lekker neer te ploffen en er dan pas achter
te komen dat er nog een hoop gedaan moet
worden aan huiswerk, voor een vak dat ik niet
zal noemen. Verder kan ik een ieder aanraden
de volgende keer mee te gaan. Naar mijn
mening was het een geslaagde avond en zal ik
er de volgende keer ook bij zijn om wie weet er
nog een keer een stukje over schrijven.
Jaargang 2002-2003 - Nummer 2 - November 2002
5
Excursie naar
Leuven!
Hemels of… hels?
Vrijdag 20 december gaan we samen met leden
van het Nederlands Genootschap voor Japanse
Studiën met de bus naar Leuven om daar een
bezoek te brengen aan de afdeling Japanologie
van
de
universiteit,
tevens
de
oudste
universiteit der Nederlanden (1425).
Rachelle.
Het voorlopige programma is als volgt:
09:00 Vertrek uit Leiden
12:00 Ontvangst te Leuven gevolgd door
een lunch
13:00 Bezichtiging van de universiteit
14:00 Lezingen door o.a. Prof. Dr.W.Vande
Walle, hoogleraar Japanologie te
Leuven, over Japanologie in België
16:30 Borrel! En presentatie van twee
nieuwe delen in de serie ‘Licht op
Japan’
17:30 Tijd om Leuven te bekijken en
lekker te gaan eten in deze mooie
stad! Wellicht samen met Belgische
Japanologen.
20:00 Terug naar Leiden
De kosten voor deze dag zullen neerkomen op
ongeveer €12,-. Deze prijs zal echter wat
stijgen naarmate er minder inschrijvingen zijn,
dus overtuig vooral ook anderen ervan dat het
de moeite waard is met deze excursie mee te
gaan!
Heb je zin om mee te gaan? Schrijf je dan in,
de intekenlijst hangt op het bord beneden in het
Arsenaal. Je kunt ook een mailtje sturen naar
tanuki@tanuki.nl. Doe het echter wel snel,
zodat we voldoende tijd hebben om een bus te
bespreken!
Ben je een engel? Of vergelijk je jezelf
liever met een god? Speel je met de
duivel? Of is je leven een hel, met het
Arsenaal daarin wellicht het paradijs? Kom
dan in gepaste kleding (als engel, duivel, of
god) naar het Tanuki-feest met het thema:
Hemel en Hel.
Voor hen die echter zo down-to-earth zijn dat
ze liever als zichzelf komen, staat de poort naar
een hemelse, of helse, avond ook open.
Donderdag 12 december
Van 22:00 uur tot 02:00 uur
LVC (Breestraat)
Kaarten te allen
bestuursleden.
tijde
te
koop
bij
de
Konna jidai ni…
Een onthullende uitwisseling
Dinsdag 12 november, een dag waarop een
klein Japans meisje, twaalf of dertien jaar oud,
door medewerking van studenten Japans
erachter kwam dat de wereld nog niet zo
verloederd was als zij dacht. De dag, dat het
meisje tot de conclusie kwam, dat er heden ten
dage
nog
mensen
zijn
die
Japanse
spreekwoorden foutloos van kaartjes kunnen
voorlezen. De dag van… de onthulling. Haar
wijze woorden waren simpel, maar treffend:
”Konna jidai ni, kore wo yomeru hito ga iru
nante…”
René en Rieks.
Voor degenen die geen flauw idee hebben waar
dit op slaat, laat mij het dan maar even
duidelijk
maken.
De
dinsdag
waarover
Jaargang 2002-2003 - Nummer 2 - November 2002
6
gesproken wordt in de inleiding gaat over het
bezoek van zo’n 23 Japanse scholieren uit
Rotterdam aan het Arsenaal. Ondanks het
college ‘schrift’, dat tegelijkertijd plaatsvond,
leek het me interessant om in plaats daarvan
toch maar een bezoekje aan het Arsenaal te
brengen in de hoop om mijn Japans wat op te
vijzelen. En daar sta je dan, een eerstejaars
Japans die net een paar weken conversatie
achter de rug heeft en direct het diepe wordt
ingegooid.
Studenten Japans en Japanse scholieren gezellig aan het
Babbelen
In het Arsenaal aangekomen zag ik dat het al
vol zat met Japanse kinderen maar nog vrij
weinig studenten van onze kant. Gelukkig
veranderde dat al gauw toen er nog meer
eerstejaars verschenen. Toen er eindelijk
genoeg studenten waren, werd ons verteld
maar een tafel uit te zoeken en vervolgens
maar af te wachten wat er zou gaan gebeuren.
Zo gezegd zo gedaan, ik nam plaats aan een
tafel en stelde me voor in mijn meest
gebrekkige Japans (watashi wa René desu) en
liet het allemaal maar over me heen komen. Na
een introductie van de scholieren zelf werden
we nog vergezeld door mijn senpai Rieks, die in
tegenstelling tot mij het meeste wel verstond
van wat er werd gezegd.
Het spel iroha-karuta, klaar om gespeeld te worden
En wat werd er dan wel niet allemaal
gezegd? Nou, aanvankelijk niet zo veel. De
charmante
jongedames
en
de
elegante
jongeheer bij ons aan de tafel, waren gekomen
in de stellige overtuiging dat hun tafelgenoten
wellicht volledig onkundig waren in het verstaan
danwel interpreteren van de taal waarin zij met
elkaar spraken. Het ijs brak echter al snel toen
er wat over en weer gezegd werd in het Japans
en toen kon de pret pas echt beginnen.
De scholieren waren naar het Arsenaal
gekomen om een presentatie te geven van
iroha-karuta; kaartjes met afbeeldingen en een
hiragana-syllabe erop. Met ons werd vervolgens
een spelletje gespeeld. Eén van de kinderen las
een Japans kotowaza (spreekwoord) voor en het
was aan de andere tafelgenoten om zo snel
mogelijk het kaartje met de hiragana waar het
spreekwoord mee begon aan te raken. Was je
de eerste, dan mocht je het kaartje houden.
Wie aan het einde de meeste kaartjes had, was
winnaar.
Toen we het spelletje een aantal keer
gespeeld hadden, werd het tijd voor wat variatie
en was het de eer aan mij (Rieks) om de
kotowaza voor te lezen. Het was hier dat het
meisje erachter kwam dat het nog niet zo slecht
met de wereld gesteld was als zij dacht, dat er
écht
nog
mensen
zijn
die
Japanse
spreekwoorden van kaartjes kunnen lezen. En
eerlijk gezegd, als die er niet geweest waren,
had ik me ook afgevraagd waar het in
vredesnaam heen zou moeten met deze wereld.
De groepsfoto zoals die ieder jaar zo’nbeetje gemaakt wordt
Maar zoals men zegt: “aan alle goede dingen
komt een eind” en zo ook hier moesten de
scholieren weer terug naar Rotterdam en wij
eerstejaars naar Kunimori-sensei om ons dictee
af te leggen. We kregen van elk van de
scholieren nog een ansichtkaart met daarop een
mooi Japans landschap en een Japanse tekst
die de scholieren voor ons hadden geschreven.
Dat het meisje nog steeds onder de indruk was
van de voorleeskunsten van onze (binnenkort)
ex-redacteur was nog te merken vanwege het
feit dat hij het spel van haar kreeg om aan zijn
eigen collectie van kotowaza toe te voegen. Er
werd nog een groepsfoto gemaakt en toen
verdwenen de scholieren weer uit ons leven om
waarschijnlijk volgend jaar weer terug te
komen.
Jaargang 2002-2003 - Nummer 2 - November 2002
7
Japanse grafstenen
in Nederland
Wie een taal meent te kennen komt wel eens
bedrogen uit. Lezeressen en lezers van Tanuki
zullen geen moeite denken te hebben met het
woord 'Japanner’.
Maar kennen zij de
betekenissen
van
het
woord
en
zijn
schrijfwijzen?
Dr. Jan van Bremen
Wie ‘Japanner’ opslaat in Koenen’s Verklarend
handwoordenboek
der
Nederlandse
taal,
geafficheerd ‘vooral ten dienste van het
onderwijs’, vindt in de zevenentwintigste druk
uit 1974 de omschrijving: ‘burger van Japan’.
Wie de negenentwintigste druk van het
woordenboek uit 1992 raadpleegt, nu Wolters’
Handwoordenboek Nederlands geheten, ‘in de
nieuwe spelling’, maar niet langer uitdrukkelijk
ten dienste van het onderwijs, vindt het woord
‘japanner’, maar nu zonder hoofdletter en
omschreven als: ‘produkt uit Japan, bijv auto’s,
computers’. Met het invoeren van de nieuwe
spelling is kennelijk niet alleen de verwijzing
naar het onderwijs, maar ook naar de mens
verdwenen. Van Dale’s Groot Woordenboek der
Nederlandse Taal, in de tiende uitgave van
1976, Deel I, geeft als omschrijving van het
behandelde woord: ‘Japan’ner, m. (-s), 1. Man
uit Japan; - 2. Be. Van zeker konijneras; - 3.
(zonder hoofdl.) betonstortkar, stortbak op
wielen die onder een cementsilo gevuld wordt
en dan verreden naar de plaats waar het beton
gestort moet worden’.
Twee japanners naar de nieuwe spelling
sieren de Oosterbegraafplaats in Amsterdam.
Eén markeert het graf van ‘Ookawa Kitaroo
meester smid bij de Japanse Marine’. Naast het
graf is een bord geplaatst, met een foto van de
man en bijschriften in het Nederlands en het
Japans, als toelichting bij het monument
(afbeelding 1). Het Nederlandse bijschrift luidt:
‘Dit is de graftombe van OOKAWA, Kitaroo, een
van de 15 samurai die in 1862 door de nieuwe
Japanse regering naar ons land werden
gezonden om onder meer in Amsterdam de
scheepsbouw te bestuderen.’
Na enige
passages over de geschiedenis besluit het
opschrift: ‘OOKAWA, Kitaroo stierf op 21
September 1865 in zijn woning, Nieuwmarkt 38,
in de leeftijd van 33 jaar. Hij werd begraven op
de Westerbegraafplaats, die in 1956 werd
geruimd. De stoffelijke resten werden naar deze
begraafplaats gebracht, waar op 10 oktober
1983 deze replica van de graftombe werd
geplaatst.’ Boven het meer uitvoerige Japanse
bijschrift staat groot geschreven: 「オランダで亡
くなった最初の日本人」: ‘De eerste Japanner die
in Nederland overleed’.
Op de Oosterbegraafplaats staat nog een graf
van Japanse makelij (afbeelding 2). Het is het
grafmonument van Ir. Cornelis Johannes van
Doorn (1837, Hull ?, 1906 Amsterdam) van
1872 tot 1880 in Japan werkzaam als
waterbouwkundig ingenieur. Het is een siergraf
dat een oppervlak heeft van vier of vijf gewone
graven. Erbij staat een steen waarop in het
Nederlands te lezen is: ‘Ir. Cornelis Johannes
van Doorn begaf zich op verzoek van de
Japanse regering in 1872 naar Japan, waar hij
talrijke waterloopkundige bouwwerken ontwierp
en die onder zijn leiding tot stand kwamen. Bij
zijn terugkeer naar Nederland werd hij door de
Japanse regering begiftigd met een hoge
onderscheiding, als erkenning voor zijn vele
belangrijke diensten.
Zijn meest indrukwekkende werk was het construeren van een
waterweg van 42 kilometer lengte, waardoor
water van het Inawashiro-meer in de provincie
Fukushima kon worden geleid naar Asakaheya
en de stad Koriyama. Het monument op dit
graf is opgericht uit dankbaarheid van de gehele
bevolking
van
Koriyama
en
omgeving,
bestaande uit 360.000 personen, die nog altijd
van de waterwerken groot nut ondervinden. Het
comité te Koriyama voor de oprichting van een
monument op het graf van Ir. C.J. van Doorn.
27 juni 1979.’
Een mededeling van
Jaargang 2002-2003 - Nummer 2 - November 2002
8
overeenkomstige inhoud staat in het Japans op
de andere kant van de steen gebeiteld.
Een plaket geeft de uitleg van het
monument: ‘Het monument geeft symbolisch
weer
enkele
bijzonderheden
van
de
irrigatiewerken
in
de
Japanse
provincie
Fukushima. Het gras stelt het Inawashiro-meer
voor. Dat gelegen is aan de voet van de berg
Bandai. De grafzerk heeft de vorm van deze
berg. De omheining van ronde platen van
graniet beelden de door Ir. Van Doorn
ontworpen bruggen uit.’
Waar elders in Nederland, lezers en
lezeressen, zijn er nog van deze japanners te
vinden?
De oud-voorzitter zingt het volkslied uit volle borst…
Officiële bestuurswissel
een kleine fotoreportage
Een verslag is er niet echt te schrijven over een
borrel, zelfs niet als er een bestuurswissel heeft
plaatsgevonden. Tijdens de oktoberborrel zijn er
echter een hoop leuke foto’s geschoten, die we
niet voor onszelf wilden achterhouden. Bij dezen
een kleine selectie.
Redactie.
En de kersverse voorzitter houdt een interessant
praatje over de Journalredacteur, die binnenkort
ook – wat dat betreft – tot de verleden tijd behoort
Oud-voorzitters van Tanuki en de huidige voorzitter
genieten gezamenlijk van een biertje…
En zoals meestal na een borrel… Uit eten. Terwijl
Mickey laat zien dat je met pizza’s meer leuke dingen
kan doen dan eten alleen, glimlacht een dame
vriendelijk naar het vogeltje.
Het was een leuke borrel.
Kleurwedstrijd!
Zoals zoveel anderen dat ook deden op deze borrel.
Als alles goed gaat, tref je bij deze Journal een
heuse kleurplaat aan. Waarom een kleurplaat?
Welnu, vorig jaar organiseerden wij een
prijsvraag die zo lastig bleek dat er geen
inzendingen waren. Mede ter ere van mijn
(Rieks) afscheid als redacteur, organiseren we
daarom nu een kleurwedstrijd. Zie de kleurplaat
voor verdere informatie. Ganbatte ne!
Jaargang 2002-2003 - Nummer 2 - November 2002