-
Titel
-
2001-2002 | 6
-
Nummer
-
6
-
extracted text
-
Tanuki Journal
Arsenaalstraat 1
2311 CT Leiden
E-mail:
journal@tanuki.nl
Bestuur
Voorzitter:
John Benjamin
Stroobach
Tel. 071-5141767
GSM: 06-20565148
E-mail:
john@tanuki.nl
Secretaris:
Maaike Venstra
Tel. 06-25394974
E-mail:
maaike@tanuki.nl
Penningmeester:
Rachelle Eerhart
Tel. 06-24691565
E-mail:
rachelle@tanuki.nl
Public Relations:
Wouter Luijendijk
Tel. 06-27378592
E-mail:
wouter@tanuki.nl
Tanuki Journal:
Rieks Warendorp
Torringa
Oude Singel 66
2312 RC Leiden
Tel. 06-23720029
E-mail:
rieks@tanuki.nl
E-mail:
bestuur@tanuki.nl
Website:
www.tanuki.nl
Tanuki Journal is een uitgave van Tanuki, studievereniging voor studenten in de
Japanologie en Koreanistiek aan de Universiteit Leiden
Natsu to wa ie, ame no hi ga mada tsuzuite orimasu ga…
Het is inmiddels officieel hoogzomer, want we zijn al halverwege de
maand juli. Toch regent het nog steeds. Omdat het bestuur van Tanuki
weet dat de leden dan waarschijnlijk wanhopig iedere dag hun brievenbus
nazoeken of er niet misschien een Journal in ligt waarmee ze zich weer
een tijdlang kunnen vermaken, hebben we besloten toch nog maar een
zesde Journal te maken. Hebben wij ook weer wat te doen tijdens deze
regenachtige vakantie.
Dit
wordt
waarschijnlijk
een
voorwoord
met
voornamelijk
mededelingen, daar de Journal dit keer zo vol geworden is dat daarvoor
verder geen plaats meer was. In deze Journal vind je namelijk een
uitgebreid verslag van de Peace Boat. We hadden nog veel meer foto’s
dan degene die we uiteindelijk hebben geplaatst, maar we moesten wel
een selectie maken, omdat het anders helemaal niet zou passen. ’t Is
geloof ik de eerste keer dat ik materiaal moest kiezen om achterwege te
laten, haha.
De overgebleven foto’s, echter, kun je op onze website vinden.
Website? Jazeker. ’t Is misschien allemaal een beetje laat, maar de
website van Tanuki is dan eindelijk online! Het was al een hele lange tijd
tijd voor een nieuwe website, en dit is nu dan eindelijk gelukt. Het adres
is zoals je het links in het colofon kunt vinden; www.tanuki.nl. Op deze
website kun je voortaan al het nieuws omtrent Tanuki, verslagen, oude
Journals, foto’s enzovoorts vinden. Tevens willen wij een interactief tintje
aan de website geven middels een forum en wellicht in de nabije
toekomst nog meer van dergelijke dingetjes.
Dan wil ik nog een mededeling doen voor iedereen die het komende
collegejaar in het buitenland zal doorbrengen (bijvoorbeeld Huis ten
Bosch). Voorheen was het altijd maar een beetje de vraag of het
misschien wel zo zinvol was om lid te zijn van Tanuki terwijl je een jaar in
het buitenland zat; je kunt immers toch geen deel nemen aan de
activiteiten. ’t Enige dat je ermee zou opschieten, is dat je toch een
beetje de ontwikkelingen binnen Tanuki en zo ook de vakgroep kon
meekrijgen via de Journal, welke je dan uiteraard nog wel ontvangt.
Daarom hebben we besloten een ‘versimpeld lidmaatschap’ mogelijk te
maken voor mensen die naar het buitenland gaan (let wel: voor mensen
die gewoon in Nederland blijven is dit niet mogelijk!). Met dit
‘versimpelde lidmaatschap’ krijg je de Journals gewoon opgestuurd naar
je adres in het buitenland, maar nu niet voor de prijs van een volledig
lidmaatschap. Het komt eigenlijk dus neer op een abonnement van een
jaar op de Journal. Zo’n versimpeld lidmaatschap kost geen €17,50 maar
€7,50. Belangstellenden kunnen contact opnemen met het bestuur.
Verder is er geloof ik niet zoveel meer te vertellen. In het volgende
collegejaar zal de samenstelling van het bestuur van Tanuki enigszins
veranderen, maar daarover in het eerste nummer van het volgend jaar
wel meer. Ikzelf blijf ook in het bestuur, al zul je de eerste maand mij
waarschijnlijk niet tegenkomen; van 16 juli tot 30 september zit ik in
Japan (Ōsaka) vanwege een stage die vastzit aan het Japan Business
Programme. Ben per e-mail uiteraard nog wel te bereiken voor alles.
Tot oktober dan maar!
Rieks.
Jaargang 2001-2002 - Nummer 6 - Juli 2002
2
andere bestuursleden het zich gemakkelijk maakten in
de enige nog vrije stoelen, liep ik met de rest van de
groep maar door naar het balkon. Na hier even
provisorisch gezeten te hebben, raakte de trein echt
propvol en werden we zelfs gedwongen om te staan.
De Peace Boat:
een heel avontuur!
Woensdag 19 juni was het dan zover: de Peace Boat
meerde aan in de haven van Amsterdam. Voor ons,
als bestuur van Tanuki, waren er vele weken
voorbereiding aan vooraf gegaan. We hadden de
nodige tegenslagen gekend, over en weer waren er af
en toe wat misverstanden tussen het bestuur van
Tanuki en de organisatie van de Peace Boat, maar
uiteindelijk ging het Peace Boat-programma dan toch
van start.
Rieks.
Maaike en een Peace Boat-opvarende laten het menu zien:
pasta met een spinaziesaus
Met een grote groep Japanners wat eten bij Quintus
Het was nog een drukke dag, die bewuste woensdag.
Hoewel we pas rond een uur of zes hadden
afgesproken in de haven van Amsterdam, moest er
nog wel het één en ander gebeuren. Maaike en ik
waren om een uur of tien opgestaan om nog diverse
dingen die nog voor Tanuki geregeld moesten worden,
in orde te maken. De avond tevoren hadden we met
het gehele bestuur bij mij thuis een avondje zitten
brainstormen over Tanuki in het volgende collegejaar
en we konden het dan ook niet laten om meteen die
volgende ochtend dus met één van de geplande
dingen te beginnen; het maken van Tanuki T-shirts.
Dit soort dingen hebben echter nog iets meer
voeten in de aarde dan het lijkt, want veel meer dan
het inwinnen van de nodige informatie en het
aanschaffen van de T-shirts zelf konden we niet doen,
of het was alweer vier uur geweest. En om half vijf
hadden we met iedereen afgesproken…
’t Begint al lekker
Eenmaal aangekomen op het station troffen we het
grootste gedeelte van de delegatie die de opvarenden
van de Peace Boat in Amsterdam zou gaan ophalen al
aan. Rachelle voorzag ons van een schema waarop
het programma nog eens uitgewerkt stond en nog
andere nuttige informatie, zoals telefoonnummers van
deze en gene.
Toen bijna iedereen op wie we gerekend hadden er
was maar het zo zoetjesaan toch eens tijd begon te
worden om te vertrekken, zijn we maar eens op de
trein gestapt.
Deze trein was echter tjokvol en het was
allesbehalve een ontspannend reisje. ’t Deed zowaar
Japans aan, zo druk was het in de trein. Terwijl de
Afgezien van de drukte hebben we ons overigens
nog wel weten te vermaken. Er werd wat over het
aankomend jaar Huis ten Bosch gepraat en aan toen
we bijna op Amsterdam Centraal waren aangekomen,
werd Peter (Duivenvoorde) nog verzocht een deuntje
te spelen op zijn meegebrachte minigitaartje. Na op
het verzoek ingegaan te zijn, werd hij beloond met
een applaus van het hele balkon.
Toen we de trein en het station eenmaal verlaten
hadden, was het tijd om te kijken waar de Peace Boat
nu lag aangemeerd. Dat bleek nog best een eindje
weg te zijn. We waren al wat aan de late kant omdat
de trein niet zo snel gereden had als eigenlijk de
bedoeling was, dus besloten we iets sneller te lopen.
Enigszins tevergeefs, bleek tenminste toen we op een
gegeven moment in een doodlopende weg gelopen
waren en weer rechtsomkeert moesten maken. Achja,
iedereen maakt wel eens een vergissing.
Petra en Heleen vermaken een aantal witbier drinkende
Japanners in De Grote Beer
Megafoon
Onderweg langs het water kwamen we al een hoop
mensen tegen van wie we eigenlijk zeker waren, dat
het Japanners waren. Ze zijn toch niet onderweg naar
het station om ons te zoeken? Nee, het bleek mee te
vallen. Het is wel zeker dat het opvarenden van de
Peace Boat geweest zullen zijn, maar niet degenen die
’24 uur vermaak door een Nederlandse student
Japans’ als voorkeur voor het verblijf in Nederland
Jaargang 2001-2002 - Nummer 6 - Juli 2002
3
hadden opgegeven.
We herkenden ze aan het bordje met het
opschrift ‘homestay at students’ house’ (in
katakana geschreven dan) en een heuse
megafoon, de twee dames die op ons stonden
te wachten. Na ons kort voorgesteld te hebben
en de broodnodige informatie te hebben
uitgewisseld (bijvoorbeeld dat de Peace Boat
zo’n 600 opvarenden in alle leeftijden heeft, al
was onze groep gemiddeld rond de twintig
jaar), was het nog even wachten voor ‘onze’
Japanners zich aan ons lieten zien. Kennelijk
waren we toch niet te laat, dat scheelde weer.
Lucas heeft ’t Japans poseren al behoorlijk onder de knie
Japanse taferelen
Bedoeling was nu, dat we met een touringcar
terugreden naar Leiden. De Japanse kant van de
organisatie leek het een geweldig plan als wij, de
Nederlandse studenten, verspreid door de bus zouden
gaan zitten opdat de Japanners allemaal een
Nederlander in de buurt zouden hebben om mee te
praten
Leuke
Japanse
gedachte,
maar
wij
zijn
Nederlanders en in een groep waarbinnen de
Japanners de grote meerderheid vormen (er waren
zo’n 25 Japanners) zijn wij toch geneigd juist elkaar
ook een beetje op te zoeken. Bijna volautomatisch
kwam daardoor een compromis tot stand; we gingen
niet naast elkaar zitten, maar achter elkaar, zodat er
naast iedere Nederlander wel een Japanner kon
plaatsnemen, maar we elkaar toch ook niet uit het
oog verloren. Zo kwam het wel dat het achterste
alleen Japanners, maar volgens mij vonden ze dat
eigenlijk ook helemaal niet zo erg (de eerste plaatsen
die bezet werden waren niet die eersteklas-naast-eenstudent-zitten plaatsen, doch degene zover mogelijk
bij de studenten vandaan, achterin de bus). Zo zie je
maar weer: Japanners en Nederlanders verschillen
toch niet zoveel van elkaar.
Goede vrienden
De busreis duurde ongeveer drie kwartier, tijdens
welke wij allen Japans praatten met degene die naast
ons zat. De gesprekken gingen voornamelijk over
Nederland en Leiden enerzijds en over de Peace Boat
anderzijds. Toen ik aan het meisje dat naast mij zat
vroeg waarom ze de reis met de Peace Boat was gaan
maken en ik een zwaar ideologisch antwoord
verwachtte, bleek dat de reden was dat het één van
de goedkoopste manieren was om de wereld te zien
(de Peace Boat reist vrijwel de gehele wereld rond en
doet vele landen op diverse continenten aan). Dit
antwoord verbaasde mij wel enigszins.
Toen ik wat om mij heenkeek, viel mij op dat
iedereen inmiddels behoorlijk met de Japanners in
gesprek waren geraakt. Onder onze delegatie
bevonden zich ook een aantal eerstejaars, die,
behalve misschien met kleine kinderen (tijdens de
uitwisseling met de Japanse school in Rotterdam in
november vorig jaar), nog nooit eerder hun Japans
naar een Japanner toe in de strijd hadden geworpen.
En niet eens op een laag niveau; ik moest het
antwoord ook schuldig blijven toen Peter me vroeg
wat ‘bloembollenveld’ nu is in het Japans.
Eenmaal aangekomen in Leiden werd de bus achter
het station geparkeerd en konden we uitstappen. Ik
moest wel even grinniken, toen ik hoorde dat één van
de dames van de organisatie van de Peace Boat-kant
aan Maaike vroeg of ze al goede vrienden was
geworden met het meisje dat naast haar gezeten had
(en Japanners schijnen dit soort vragen serieus te
bedoelen).
De voorzitter en de redacteur voelen zich niet meer helemaal
goed na een lange, drukke dag Japans praten
Maaike in een Kroeg vol Japanners
gedeelte van de bus vrijwel geheel gevuld was met
Studentenhap
Nu we dan allemaal in Leiden waren, kon het
programma pas ‘echt’ van start gaan. Omdat het
inmiddels al even na zevenen was, was het eerste dat
op
het
programma
stond:
iets
eten.
Studentenvereniging Quintus was bereid geweest om
voor ons en onze Japanse gasten een studentenhap te
bereiden, welke in hun verenigingsgebouw aan de
Boommarkt genuttigd kon worden. Op naar de
Boommarkt dus.
Jaargang 2001-2002 - Nummer 6 - Juli 2002
4
De reis te voet van het station naar Quintus was
enigszins chaotisch (gids maar eens met een man of
zes meer dan 25 Japanners door een op zich al drukke
stad) maar verliep
gelukkig
zonder verdere
problemen.
Bij Quintus aangekomen, bleek het inderdaad om
een typische studentenhap te gaan: pasta met een
saus van onder meer spinazie. Ik geloof dat ik dit ook
zeker twee keer tijdens de El-Cid week gehad heb.
Tijdens het eten zaten de studenten zowaar nog
verspreider dan in de bus, dus werd er flink op los
gepraat in het Japans. De gesprekken waren dit keer
iets meer standaard van aard en gebaseerd op vragen
van de Japanse zijde als ‘wat is jouw favoriete
Japanse eten’, ‘waarom ben je Japans gaan studeren’
en ‘hoe werkt de waterhuishouding in Nederland’. Eh?
Ja, die laatste vraag was iets minder standaard en ik
moest het antwoord helaas schuldig blijven, al was
het alleen al omdat dat niet zo gemakkelijk en kort uit
te leggen is. Antwoorden op de vraag waar het geld
dat je bij de openbare toiletten moet betalen
heengaat, lukte gelukkig wel, en zo werd het toch
nog een beetje leerzaam. Kennelijk zat ik dit keer dus
te praten met iemand die wel iets meer wilde dan
alleen de wereld zien.
Enigszins verbaasd waren we wel; wij wisten van
dit plan niets af. Om de zaken echter niet nodeloos
ingewikkelder te maken, besloten we het spelletje in
eerste instantie maar braaf mee te spelen. We
spraken af dat we buiten Quintus wel weer bij elkaar
zouden komen. Niemand zag het eigenlijk zitten om
als enige Nederlander met een groep van vier, vijf
Japanners op kroegentocht te gaan.
Witbier
Dat stond namelijk als volgende onderdeel op het
programma: een kroegentocht. Buiten Quintus
splitsten we de groep wel gedeeltelijk omdat de groep
anders te groot zou zijn, maar dit keer deelden we
wel ook meerdere Nederlanders in een groepje in.
Een uitgebreide kroegentocht zou het niet gaan
worden; het was al half negen geweest en om
ongeveer twaalf uur hadden we weer afgesproken op
het station. Daarbij is het amper te doen om met een
grote hoeveelheid mensen in redelijk rap tempo
‘kroegje in-drankje-kroegje weer uit’ te doen. De
bestellingen opnemen op zich ging al redelijk wat tijd
vergen immers.
Uiteindelijk bleek het opsplitsen toch niet zoveel zin
gehad te hebben, want bijna alle groepjes (ik geloof
op Alwin (Arnold) en zijn groepje na) gingen als
eerste naar de Grote Beer (bij het Arsenaal). Hoewel
we wel hadden aangekondigd met een redelijk grote
groep langs te komen, was het toch nog even kijken
hoe we dit zouden aanpakken. Uiteindelijk wat
geschoven met tafels en toen kon iedereen zitten.
Na het eten bij Quintus had Ad (Timmering) nog
een korte toespraak gehouden, waarin hij als osusume (aanrader) witbier aanraadde. En zoals
daardoor wel enigszins verwacht, gingen de meeste
Japanners aan het witbier, wat overigens uitvoerig
bestudeerd werd alvorens ze het proefden. Over het
algemeen viel het wel in de smaak, geloof ik.
Peter brengt zijn Japanse buurvrouw een serenade
Maar mevrouw, wat doet u nu?
Na het eten werd ons van de Japanse kant van de
organisatie gevraagd of we (de Nederlanders dus) niet
allemaal even op een rijtje wilden staan. Dit soort
verzoeken is in Japan niet erg ongebruikelijk, dus
deden we braaf wat ons gevraagd werd, zonder dat de
reden ervoor geheel duidelijk was. Deze bleek even
later; ze hadden het plan opgevat om nu de groep
Japanners op te splitsen in allemaal kleine groepjes
met ieder één Nederlander erbij.
Met amper tot geen slaap en twee dagen organiseren en
Japans praten, ziet het Tanuki-bestuur er ongeveer zo uit
Lekker met z’n allen varen door de grachten van Leiden
Wouter en ik waren allebei een beetje moe van het
continue Japans praten en wij gingen dan ook, voor
de ontspanning, maar even wat Nederlands tegen
elkaar praten. We vroegen ons onder meer af hoe het
kon dat wij, die op zich waarschijnlijk wel een iets
diepgaander gesprek konden voeren dan de
eerstejaars, toch eerder moe leken te zijn van Japans
praten. Wouters theorie was, dat als je een jaar of
zelfs langer in Japan bent geweest, je zoveel
soortgelijke gesprekken hebt gevoerd (‘wat is je
favoriete eten?’) dat je daar sneller moe van wordt.
En om tot een dieper gesprek te komen moet eerst
Jaargang 2001-2002 - Nummer 6 - Juli 2002
5
het oppervlakkige niveau betreden worden. De pest is
alleen, dat als je een groep van 25 Japanners hebt die
allemaal wel met je willen praten, je 25 keer moet
gaan zeggen wat je favoriete Japanse eten is en 25
keer moet gaan uitleggen waarom je Japans bent
gaan studeren en zodoende niet meer aan het diepere
niveau toekomt.
Behalve Wouter en ik leek niemand daar overigens
verder last van te hebben; iedereen was druk in
gesprek met de Japanners om zich heen. Ad liet een
aantal kennismaken met de geneugten van het
typisch Nederlandse drankje jenever, wat de meesten
echter toch echt te sterk vonden.
Vergissinkje
Op een gegeven moment hadden de meesten het wel
weer gezien in de Grote Beer, dus besloten we naar
café De Kroeg te gaan, waar onze borrels ook altijd
georganiseerd worden. Het bleek nog best een karwei
te zijn om alle Japanners daadwerkelijk mee te
krijgen, want een aantal was nog steeds diep in
gesprek, in dit geval echter met de plaatselijke
bevolking.
Uiteindelijk lukte het toch om iedereen mee te
krijgen. Een aantal van de Tanuki-leden moest nog
even langs zijn of haar kamer om de benodigde
spullen voor de nacht bij elkaar te zoeken. Wij
begaven ons ondertussen alvast naar De Kroeg.
Ter plaatse bleek het echter redelijk druk te zijn.
Gelukkig was de barman ons uitermate behulpzaam
en bood hij aan om het zaaltje beneden open te doen,
zodat we daar met zijn allen konden zitten. Dat
scheelde weer.
Kort nadat iedereen echter zijn of haar bestelling
gedaan had (in dit geval ook een paar Smirnoff Ice’s
op aanraden van Maaike) en we even zaten, begon
een aantal echter te roepen dat we terug moesten
naar het station. Wij wisten niet beter dan dat we
daar om kwart over twaalf weer moesten verzamelen,
maar de organisatie van de Peace Boat-kant had daar
kennelijk kwart voor twaalf van gemaakt.
snel mogelijk nog op het station komen, maar
degenen die wij onder onze hoede hadden leken niet
in het minst te beseffen dat een beetje haast geboden
was. Dit zorgde dan ook voor enige hilariteit.
’t Dek van de Peace Boat met ’n bescheiden zwembadje
Moe…!
Op het station stond de bus alweer gereed die ons
allen naar de jeugdherberg in Noordwijk zou brengen,
alwaar we zouden overnachten. Ondertussen was ik
en een aantal met mij al behoorlijk moe geworden en
we stelden ons gerust in het vooruitzicht dat we in de
bus even onze ogen konden sluiten.
De organisatie van de Peace Boat-kant dacht daar
echter geheel anders over. Toen de bus eenmaal aan
het rijden was, begon één van de twee dames vrolijk
door de microfoon te praten op een toon alsof we
allemaal nog wel zouden bruisen van de energie en ze
stelde dan ook enthousiast voor dat we weer, net als
tijdens de rit van Amsterdam naar Leiden, gezellig
met onze Japanse buurman of –vrouw zouden gaan
praten. Hoe de anderen het er vanaf gebracht
hebben, weet ik niet, maar ik heb mij toch maar
geëxcuseerd naar mijn buurvrouw toe en geprobeerd
toch een beetje te rusten. Erg veel kwam hier niet van
terecht, want mijn buurvrouw wilde kennelijk erg
graag nog even van me weten wat mijn favoriete
Japanse eten was, maar desondanks was de busreis
niet meer zo vermoeiend als ik even gevreesd had.
Op het dek van de Peace Boat. Hoewel deze foto ’n erg
Japans sfeertje ademt, is hij echt genomen in de haven van
Amsterdam
Haastig werden de drankjes dus al dan niet
opgedronken en Maaike belde snel degenen die niet
met ons in De Kroeg waren om na te gaan of zij ook
al van die kwart voor twaalf op de hoogte waren. Toen
begaven we ons richting station. Een aantal bleef
onderweg echter in de etalage van de makelaar staan
kijken, kennelijk gefascineerd door het aanbod. Zo
bleek maar weer dat je alleen merkt dat je haast hebt
als je een groep leidt; wij waren bezig met toch zo
Eén van de goedkopere types hut op de Peace Boat. In dit
kleine kippenhokje sliepen ze dus met z’n vieren gedurende
een aantal maanden…En zoals je kunt zien is netjes houden
dan ook niet de allergemakkelijkste zaak van de wereld
Een kleine drie kwartier na ons vertrek uit Leiden
kwamen we aan bij de jeugdherberg, alwaar we de
nacht door zouden brengen. Het idee om niet alleen
de Japanners er te laten overnachten, maar allemaal
daar te slapen, kwam van de Japanse kant van de
Jaargang 2001-2002 - Nummer 6 - Juli 2002
6
organisatie en werd gelukkig ook door hen bekostigd.
Op zich erg leuk, want nu kon iedereen die nog een
beetje energie over had nog gezellig wat doorpraten.
Eerst was het echter zaak dat iedereen wist waar
hij of zij kon slapen. Het grootste gedeelte van de
groep Japanners besloot meteen maar onder zeil te
gaan, de rest besloot nog op te blijven om in de lobby
van de jeugdherberg nog wat met ons te praten.
Gek in de kop
De Japanners verdeelden zich over drie tafels; één
tafel met onder anderen Ad en Alwin, eentje met
voornamelijk eerstejaars (Lucas (Sikking), Heleen
(Palmen), Petra (Opbroek) en Peter) en nog eentje
met een aantal ook in de jeugdherberg overnachtende
Britten. John, Rachelle, Maaike en ik (Wouter was niet
meegekomen) besloten even met elkaar uit te blazen.
We hebben met zijn vieren een tijdje buiten gezeten
en bijzonder weinig zinnigs gedaan; als je de foto’s
bekijkt, begrijp je wellicht wat ik bedoel. Af en toe
gingen we even naar binnen en mengden wij ons nog
eens in een gesprek. Iedereen leek het echter wel
heel erg naar de zin te hebben. Ad had nog een fles
jenever meegenomen en die raakte met de loop der
tijd steeds leger. Toen hij op een gegeven moment
(het zal een uur of half drie geweest zijn denk ik) ging
slapen, gaf hij ook grif toe enigszins aangeschoten te
zijn. Omdat het de bedoeling was zo rond zeven uur
weer op te staan, was ik blij dat ik niet in Ads
schoenen stond.
Met z’n allen op de foto op Leiden CS. De camera waarmee
deze foto genomen is was er één van de ongeveer dertig…
Terwijl iedereen zo langzaamaan toch zijn of haar bed
maar eens opzocht, zaten John, Rachelle, Maaike en
ik nog steeds wat halflam te niksen. Waarom wisten
we zelf eigenlijk ook niet. Ergens redelijk aan het
begin van de avond was (om raadselachtige redenen)
het idee geopperd om de nacht maar door te trekken,
en dat terwijl we toch behoorlijk moe waren.
Misschien waren we zo moe dat we de energie niet
hadden om als alternatief voorstel toch nog voor te
stellen naar bed te gaan.
Met nog ongeveer twee uur slaap te gaan besloot
Rachelle ons, de echte diehards, alleen te laten. We
hebben nog even gepoogd zittend wat slaap te
pakken, maar erg geweldig ging dit niet. Omdat we
toch behoorlijk moe waren, sloeg de meligheid echter
behoorlijk toe en een groot gedeelte van de tijd dat
we wakker waren hebben we behoorlijk gelachen.
John die het syndroom van Gilles de la Tourette
levensecht imiteerde (d.w.z. plotseling onverwachts
allemaal lelijke woorden uitstoten), een zakje Skittles
waarom je een hoop lol bleek te kunnen hebben…
Leuk was het allemaal wel.
Nattigheid
De nacht werd stijlvol afgesloten toen onze waarde
voorzitter een paar basisschoolkinderen die net
wakker waren instrueerde bij de meester of juf op de
deur te bonzen ten einde die wakker te maken. De
koters konden Johns autoriteit niet weerstaan en ze
deden braaf wat hen gezegd werd.
Terwijl een basisschoolklasje van de juf een
uitbrander kreeg omdat de juf vroeger dan gepland
vanwege gebons op de deur wakker gemaakt was,
verzamelden zich weer een aantal mensen van onze
groep bij ons. We besloten de rest ook maar eens
wakker te maken en John schiep er behoorlijk
genoegen in dit voor degenen die nog steeds sliepen
zo onaangenaam mogelijk te laten geschieden. Ach ja,
we waren nog steeds erg melig.
Toen iedereen compleet was, kon er ontbeten
worden. Dit was allemaal keurig geregeld. Omdat er
voor de middag een stadswandeling gepland stond
met een picknick in de Hortus, konden er ook
lunchpakketten worden gemaakt.
We betwijfelden echter al of dit plan wel door kon
gaan. Hoe zonnig het weer gisteren was, hoe nat het
vandaag bleek. Iedereen was nog steeds erg zomers
gekleed, maar buiten was het nat en koud. Het ‘leuke’
was echter, dat we, om terug te komen naar Leiden,
de bus moesten pakken in Noordwijkerhout, wat toch
zeker een dik half uurtje lopen zou zijn.
Mede dankzij Peter werd hier echter een oplossing
voor gevonden. Peter kende in de buurt een aantal
mensen die een auto hadden en die bereid waren om,
net als hijzelf, te pendelen tussen de herberg en
Noordwijkerhout. Zo kwamen we toch nog allemaal
droog bij de bushalte aan, waar we de bus pakten
naar het station van Leiden.
Bootje varen
Eenmaal aangekomen in Leiden ben ik, net als
sommige anderen, even snel naar mijn kamer op en
neer gegaan om me wat warmer te kleden en een
paraplu te halen.
Het eerste wat er nu op het programma stond, was
een rondvaart door de grachten van Leiden. Dit kon
gewoon doorgaan, want er was gelukkig een boot met
een dak beschikbaar.
John, Maaike en ik waren inmiddels behoorlijk
moe; we waren nu al 24 uur op en continu in de weer
geweest. We zochten elkaar tijdens de rondvaart dan
ook maar een beetje op; nu helemaal was het
vermoeiend om Japans te praten.
Hoewel Ad redelijk gedronken had, was hij toch
alweer vrij helder en tijdens de rondvaart voorzag hij
de Japanners van nog wat extra uitleg, die niet op het
bandje stond dat voor ze werd afgedraaid.
Nu was er wel mooi de gelegenheid voor mij om
heel eventjes mijn oogjes te sluiten. Omdat een
rondvaartboot toch niet echt heel erg fijn slaapt (al
was het alleen maar vanwege die irritante pieptoon
die aangeeft dat er weer een boodschap van het
bandje door de boot gezonden gaat worden) werd het
ook niet veel meer dan dat. Vanuit mijn ooghoeken
zag ik wel dat degenen die vannacht wel geslapen
hadden (dus iedereen behalve John, Maaike en ik) er
toch alweer lustig op los aan het praten waren. Gelijk
hadden ze.
Jaargang 2001-2002 - Nummer 6 - Juli 2002
7
Aangepast programma
Aanvankelijk zouden we na de rondvaart een
stadswandeling houden, maar omdat het nog steeds
regende dat het goot, leek ons dat niet zo’n goed
idee. Een aantal van de Japanners had al te kennen
gegeven dat ze graag wat zouden winkelen, dus
besloten wij ze dat maar als aangepast programma
aan te bieden. Nu konden wij tenminste eventjes tot
rust komen; we hoefden hen alleen maar de
winkelstraat te wijzen en te vertellen dat we om twee
uur op het station weer zouden verzamelen.
Opa
Eerst kregen we echter nog een rondleiding door de
boot, wat erg interessant was. Er waren vele
faciliteiten aan boord, zoals een zwembad (wat maar
heel soms gebruikt kon worden, als de golfslag in het
bad zelf niet te sterk was), diverse bars en
restaurants, een winkeltje, een dokter, noem maar
op. Voorts waren er hutten in diverse klassen, van
goedkoop en heel klein naar duur en iets minder klein.
Een aantal van de hutten mochten we bezichtigen.
Peter met ’t opaatje van 92. Een erg leuk contrast
Eén van de duurdere hutten op het schip, die waar de oudste
opvarende van de Peace Boat met z’n dochter in huisde. Tijd
voor ’n klein groepsfotootje, natuurlijk
Iedereen ging vanaf nu dus een beetje zijn eigen
gang; sommigen gingen met de Japanners mee,
sommigen gingen even naar huis en de rest,
waaronder ik, ging naar het Arsenaal. De Japanners
die ons vergezelden kregen nog even een rondleiding
door de bibliotheek. Na afloop zakten we allemaal
lekker in een stoel om even rustig te kunnen zitten.
Love Boat
Om twee uur hadden we afgesproken op het station
en zouden we wederom met een touringcar met zijn
allen teruggaan naar Amsterdam, alwaar wij van hen
nog op de Peace Boat zelf zouden worden rondgeleid.
Na een busreis vergelijkbaar met de eerdere twee,
kwamen we aan in de haven van Amsterdam.
De Peace Boat bleek niets minder te zijn dan een
heus cruiseschip! Het was echt heel anders dan ik me
van tevoren had voorgesteld.
Het schip zelf was van Russische makelij, wat bleek
uit de vele Russische teksten her en der. De ingang
werd trouwens ook bewaakt door een stel nors
kijkende Russen. Het schip maakte een gigantische
indruk; ik waande me eerder in een gebouw dan in
een schip.
In eerste instantie werden we naar een grote zaal
geleid, waar we een tijdje moesten wachten, tot de
delegatie Japanners zich bij ons voegde. We waren
behoorlijk vermoeid en dus ook al behoorlijk aan het
inkakken. Het was voor ons dus helemaal geen
teleurstelling toen de staf ons schuldbewust
mededeelde dat de karaoke-installatie kapot was en
we dus niet, wat eigenlijk het plan geweest was,
konden karaoke-en. Ook zij hadden echter een
aangepast programma verzonnen: we konden kiezen
tussen spelletjes (wat voor spelletjes was me een
raadsel) of dansen in de lounge beneden. Hoe weet ik
niet meer precies, maar besloten werd in ieder geval
dat er werd gedanst.
Zo kwamen we op een gegeven moment terecht in
de hut waar de oudste opvarende van het schip
toefde, een klein, iel mannetje van 92 jaar. Hij vond ’t
prachtig, al die commotie in de hut en hij was zwaar
onder de indruk van Peter, waar hij drie keer in zou
passen maar die vier keer jonger was dan hij. Het was
erg leuk, dit bezoek.
Nog maar heel even…
Het laatste wat er op het programma stond, was dat
dansen. Ons groepje voegde zich als laatste in de zaal
waar het plaatsvond en wij vonden het er toch
enigszins bizar uitzien. Het was een hele grote zaal
met daarbinnen een relatief kleine dansvloer, waarop
iedereen, alle Japanners die met ons mee waren en de
Nederlanders, geconcentreerd stond te dansen. Ik
wist al heel wel dat ik mijn snor er maar voor zou
drukken. Ik kon bovendien al nauwelijks meer op mijn
benen staan van de moeheid.
De opvarenden van de Peace Boat zwaaien ons nog even uit
terwijl we de boot weer verlaten…
John en ik besloten maar te vragen waar we een
sigaretje konden roken, en zo belandden we op het
dek, gedelegeerd door twee Japanse dames. Hier nog
even rustig gezeten en weer iets opgefrist door de
wind keerden we terug. Toen was het punt daar dat
Jaargang 2001-2002 - Nummer 6 - Juli 2002
8
we de boot moesten verlaten, want hij zou bijna weer
vertrekken, dit keer op weg naar Oslo. In de haast
werd een aantal van ons nog snel wat o-miyage
(cadeautjes) in de handen gedrukt en toen werd er
afscheid genomen.
Een laatste blik op de nog in de haven van Amsterdam
aangemeerd liggende Peace Boat voordat we op het station
weer de trein richting Leiden zouden pakken
Vanaf dat moment ging ieder zijn eigen weg weer;
wij keerden terug naar Leiden met de trein en haalden
wat te eten bij de McDonald’s omdat we geen puf
meer hadden om zelf nog wat te maken. Tegen een
uur of half acht konden we dan eindelijk naar bed,
zeer moe, maar zeker voldaan. Al met al was het
zeker de moeite waard (volgens mij vond iedereen dat
wel), al weten we wel dat we een volgende keer
organisatorisch gezien misschien nog een aantal
puntjes zouden kunnen verbeteren, zoals bijvoorbeeld
de communicatie met de Japanse kant van de
organisatie, zodat zij ons niet wederom voor
verrassingen kunnen plaatsen.
Black & White party
Donderdag 13 juni organiseerde Tanuki samen met
SVS en Permai (de studievereniging van Indonesisch)
een feest. Voor mensen die het hele stuk niet willen
lezen: het was leuk.
Wouter.
Het idee was simpel: integreren! Dag in dag uit loop
je door het Arsenaal en zie je mensen die je kent en
mensen die je niet kent. Op zich niet zo'n schokkende
constatering zou je zeggen, maar hoe komt het toch
dat mensen die Sinologie studeren en mensen die
Japanologie
of
Koreanistiek
studeren
elkaar
nauwelijks kennen? Ik bedoel, er is geen verschil als
het gaat om de mate waarin er door mensen van de
beide studies kansloos urenlang op de binnenplaats
gehangen wordt en we zijn allebei in ieder geval in
dezelfde windrichting geïnteresseerd. Reden genoeg
voor een feestje dus. (Op de een of andere manier
lukt het elke weer om een nieuwe reden te
bedenken.)
Samen met SVS en Permai organiseerde Tanuki
dan ook een 'Black and White Party'. Met het zowel
briljante als originele thema 'zwart en wit'. Het idee
was dat iedereen zich zou kleden in zwarte en witte
kleding. Die kleding was een ding, maar hoe krijg je
mensen vervolgens zover dat ze daadwerkelijk ook
met iemand anders gaan praten? Ons idee schitterde
opnieuw in al z'n eenvoud; iedereen krijgt bij
binnenkomst een nummer op zijn of haar hand. In
eerste instantie ging het hierbij om de aanvankelijke
nieuwsgierigheid die dit zou kunnen losmaken (een
nieuwsgierigheid die in de meest ideale situatie zou
kunnen worden vertaald in de originele openingszin:
"hé, welk nummer heb jij?”). Niet dat dit al te
overweldigend gebeurde, maar een begin was
gemaakt.
Om een uurtje of half twaalf waren drie autonome
enclaves een feit. De wereldkaart leek hertekend en op
een incidenteel diplomatiek contact na ("hé, mag ik er
even langs?") werd er niet bijster veel geïntegreerd.
Geen nood. De muziek werd gedempt en de
spetterende ontknoping zou komen. Na een korte
uitleg ("Ik ben Wouter en driekwart van jullie kent mij
niet, omgekeerd geldt hetzelfde, en daar gaan we nu
wat aan veranderen") kon de danswedstrijd beginnen.
Listig was iedereen gekoppeld aan iemand van een
andere studievereniging (met hetzelfde nummer) en er
moest gedanst worden. Optimistisch geschat gaf een
kleine dertig procent van de aanwezigen gehoor aan
het verzoek en er werd zowaar gedanst. Na een eerste
ronde was het voor de volstrekt onafhankelijke en
onpartijdige jury nog te moeilijk een winnend paar te
kiezen en dus werden drie koppels gevraagd nog een
keer te dansen in de grote finale. Al snel werd
overduidelijk dat Ad (gekleed in een verassende
combinatie van zwart en wit) en Susan (of Suzanne,
van Sinologie) zouden gaan winnen (de enige twee
overigens die na anderhalve minuut nog meer dan drie
moves per minute noteerden). De meter bier werd
snel overhandigd en nog sneller door iedereen
opgedronken (het bleek maar weer dat integratie een
stuk makkelijker wordt als je er een paar liter alcohol
ingooit). Ook na de wedstrijd bleef de sfeer er prima
inzitten totdat we traditiegetrouw om twee uur d'U.B
werden uitgedonderd.
Tot slot nog een aantal wapenfeiten:
-Er waren meer mensen dan ooit (60+?), mede
natuurlijk dankzij het feit dat drie besturen alleen al
een halve zaal vullen.
-Bier was opnieuw maar één euro.
-Op één of twee uitzonderingen na had iedereen zich
aan het thema gehouden (een goede les voor een
volgend feest, de lat niet te hoog leggen. Mijn voorstel
voor een volgend thema is dan ook: kleding).
-Nog nooit was er een verslag van een feest met
zoveel tussenhaakjes (vast wel).
En als laatste: het was gewoon een leuk feest! En als
het aan ons ligt, gaat de integratie dan ook gewoon
verder. Wie weet kunnen we zelfs ergens nog wat
subsidie lospraten.
Jaargang 2001-2002 - Nummer 6 - Juli 2002