-
Titel
-
2001-2002 | 5
-
Nummer
-
5
-
extracted text
-
Tanuki Journal
Arsenaalstraat 1
2311 CT Leiden
E-mail:
journal@tanuki.nl
Bestuur
Voorzitter:
John Benjamin
Stroobach
Tel. 071-5141767
GSM: 06-20565148
E-mail:
john@tanuki.nl
Secretaris:
Maaike Venstra
Tel. 0345-530012
E-mail:
maaike@tanuki.nl
Penningmeester:
Rachelle Eerhart
Tel. 06-24691565
E-mail:
rachelle@tanuki.nl
Public Relations:
Wouter Luijendijk
Tel. 06-27378592
E-mail:
wouter@tanuki.nl
Tanuki Journal:
Rieks Warendorp
Torringa
Oude Singel 66
2312 RC Leiden
Tel. 06-23720029
E-mail:
rieks@tanuki.nl
E-mail:
bestuur@tanuki.nl
Website:
www.tanuki.nl
Tanuki Journal is een uitgave van Tanuki, studievereniging voor studenten in de
Japanologie en Koreanistiek aan de Universiteit Leiden
Shiken ga mō sugu owaru kyō kono goro…
Jaja, en dat wil zeggen dat we alweer aan het einde zijn van dit
collegejaar! Het is te hopen dat ’t voor iedereen een beetje gelukt is om
van het afgelopen jaar een leuk en/of succesvol jaar te maken.
Voor vele eerstejaars zal de periode waarin deze Journal verschijnt er
eentje zijn van enige onzekerheid: gaat het Huis ten Bosch-project nog
door dit jaar en zo ja, mag ik mee? De betrokkenen zullen daar wellicht
meer van weten dan ik, maar ik heb wel begrepen dat er iets meer
onzekerheid omtrent het jaar Huis ten Bosch is, dan in voorgaande jaren.
In deze Journal zul je echter in het geheel geen informatie met
betrekking tot Huis ten Bosch vinden. Het is niet dat wij het niet
interessant of nodig achten hier aandacht aan te schenken, doch meer
dat er nog niet genoeg concrete informatie voorhanden was wat betreft
de gang van zaken in het volgende Huis ten Bosch-jaar.
Hoogstwaarschijnlijk zal hierover in de volgende Journal meer informatie
te vinden zijn.
“Nóg een Journal?” zou je wellicht kunnen denken. De plannen zijn er
wel om nog een zesde nummer uit te geven, ondanks het feit dat het
collegejaar feitelijk ten einde is. Helemaal garanderen wil ik dit niet, want
het is hoofdzakelijk afhankelijk van het feit of er genoeg informatie
voorhanden is om een zesde Journal mee samen te stellen. Voor dit vijfde
nummer was mij een artikel beloofd, dat opgedeeld had moeten worden
in twee delen. Met het samenstellen heb ik daarom nog maar even
gewacht, omdat een tweedelig artikel in één Journal (die eventueel
nummer zes) misschien iets teveel van het goede zou kunnen zijn. Maar
eeuwig wachten kon ik ook weer niet, dus vandaar dat Journal 5 nu dan
toch, zij het iets later dan ik aanvankelijk had gewild (daar gaan we
weer…), is verschenen. Zonder het betreffende artikel.
Behalve dat artikel en informatie over Huis ten Bosch heb ik nog een
klein beetje materiaal liggen wat ik zou kunnen plaatsen en wie weet krijg
ik nog andere kopij in de tussentijd. Het is dus even afwachten of er een
nummer zes verschijnt, maar als hij verschijnt, dan zal dat ergens in de
zomervakantie zijn.
Mochten er trouwens Huis ten Bosch-gangers zijn die hierover vragen
hebben, dan zijn onze e-mail adressen (zie colofon) natuurlijk altijd
beschikbaar. Wij zullen dan ook onze best doen een zo goed mogelijk
antwoord te sturen.
Zoals iedereen inmiddels wel zal weten, is het WK voetbal in Korea en
Japan inmiddels van start gegaan. Zeker voor ons, als Japanologen en
Koreanisten in de dop, is het jammer dat Nederland hier niet aan
meedoet, maar de aandacht van de media voor beide landen is nu wel
groter dan normaal. In de Journal wilden wij ook niet helemaal aan dit
WK voorbijgaan, dus je zult ook het één en ander over voetbal kunnen
vinden in deze Journal.
Rest mij alleen dit voorwoord van (misschien) de laatste Journal van
dit jaar af te sluiten. Iedereen in ieder geval een hele fijne zomervakantie
toegewenst en tot de volgende Journal (als het niet nummer zes is, dan is
het wel nummer één van het volgende jaar)!
Rieks.
Jaargang 2001-2002 - Nummer 5 - Juni 2002
2
Europe-Japan Soccer
Tournament 2002
Mooier dan ooit waren de omstandigheden:
voldoende spelers (meer dan elf!), een ingelaste
training en zelfs supporters in de vorm van
Eelco, Wendalin en Sachiko. Op papier hadden
we de (wissel)beker dus al in handen. We
hadden immers deze beker, die in de loop van
het jaar spoorloos verdween, maar toch een dag
na het toernooi op miraculeuze wijze weer
boven water kwam, al in ons bezit. Met dit in
ons achterhoofd en met flink wat naweeën van
algehele lichamelijke spierpijn van de training
was het dan zover.
Jasper Bulk.
Zaterdag 27 april, de dag waar heel Europa en
Japan een jaar lang naar toe leefden: The
Europe-Japan Soccer Tournament 2002. Ook dit
jaar was Jacques Scholten de grote motor
achter het hele gebeuren. Alhoewel de
meningen over zijn organisatorisch vermogen
verdeeld waren, moet ik (en ik denk dat ik
namens de meesten spreek) toegeven dat dit
jaar alles goed was geregeld. Buiten het
sportcomplex waren er borden en mensen die
de weg wezen, er waren prima tijdschema’s
geprint en bovenal waren er nieuwe tenues voor
die teams die geen eigen tenue hadden
geregeld.
Helaas had Jacques geen vinger in de pap
wat betreft het weer. Hadden we een week
voordat het toernooi begon tijdens de training
nog stralend weer, bij aankomst op de velden in
Amstelveen begon het hard te regenen en te
waaien. Ook boven ons team leken zich donkere
wolken samen te pakken: slechts vier van de
veertien te verwachten spelers waren op de
afgesproken tijd aanwezig. Maar met de komst
van Bas, Erwin, Damon, de gebroeders Stockx
zaten we al op negen en toen Tommo en Willem
arriveerden en we met zijn elven waren, begon
zowaar de zon lichtjes door te breken.
De eerste wedstrijd moesten we spelen tegen
het Korean Guest Team. Dit team van
Koreaanse gasten afkomstig uit Duitsland zou
onze triomftocht op weg naar roem en glorie
toch niet kunnen beletten? Dit bleek echter een
foute gedachte. Met een dikke nederlaag van
5-0 verlieten wij moegestreden het veld.
Aangezien dit verlies meer als een soort
opwarmpartijtje werd beschouwd, maakten we
ons niet al te veel zorgen en richtten we ons op
de tweede wedstrijd.
Dit keer moesten we aantreden tegen de HES
uit Amsterdam. Met een ietwat gewijzigde
opstelling ging het ons deze tweede wedstrijd
een stuk beter af. Ondanks het feit dat ik als
onervaren keeper op doel stond, verlieten we
het veld met geen enkele tegentreffer. Omdat
we er zelf ook geen maakten, bleef de stand nul
tegen nul.
De derde wedstrijd in onze poule moesten we
spelen tegen Zurich Geneva. Op doel stond
inmiddels een tot de tanden gewapende Bas
waarbij je als tegenpartij maar niet al te dicht in
de buurt moest komen. Het team van de
tegenstanders, dat bestond uit een mengelmoes
van Japanners, Zwitsers en een aantal
verdwaalde Nederlanders, bleek redelijk aan ons
gewaagd te zijn. Alhoewel dit team beschikte
over een speler die ongeveer vijf jaar betaald
voetbal had gespeeld en er kennelijk erg veel
behagen uit schepte om alles en iedereen
voorbij te pingelen, bleef de schade beperkt.
Het werd uiteindelijk één tegen één. Dit bleek
echter niet voldoende om door te gaan naar de
volgende
ronde.
Althans
dat
was
de
veronderstelling, maar uiteindelijk schenen we
nog een wedstrijd in de verliezerronde te
moeten spelen maar omdat iedereen al
aangekleed was en vond dat er wel weer
genoeg gevoetbald was, zijn we hier nooit
helemaal achter gekomen.
Nu iedereen het erover eens was dat het
voetbalgedeelte beëindigd was, konden de
Kicking Tulips zich in de kantine waar gaan
maken. Onder leiding van de heer Boyd, die
netjes op de derde helft had gewacht, volgden
de meters bier elkaar in rap tempo op. Zo
konden we, genietend van een biertje,
terugkijken op een geslaagd toernooi waarin we
ondanks het behalen van slechts de veertiende
plaats (van de zestien deelnemende teams
waarvan er één niet kwam opdagen), toch
konden constateren dat we een behoorlijk team
op de been hadden gekregen en dat er voor
komende toernooien niets dan roem en glorie
op ons ligt te wachten.
Jaargang 2001-2002 - Nummer 5 - Juni 2002
3
Slecht-Japans-dag
Kwart over acht. Door middel van een reeks niet
zo heel discrete pieptonen laat mijn wekker mij
weten dat ik binnen korte tijd op andere oorden
dan mijn bed word verwacht. Met moeite
verzamel ik genoeg moed en energie om mijzelf
uit mijn bed en in de kleren te hijsen. Nog een
aantal maatregelen van verzorgende aard en
het is tijd om de deur uit te gaan.
Nog even snel dat sigaretje roken, dat iedere
ochtend opnieuw het moment van rust geeft,
dat tussen het verlaten van mijn bed en het
betreden van de collegezaal in zit.
Aangekomen in het Arsenaal groet ik wat
mensen, van wie ik met mijn nog sponzige
hoofd niet helemaal de naam bij het gezicht kan
plaatsen. Dezelfde mensen overigens, die mij
cynisch vertellen dat ik er zo lekker wakker uit
zie. Ze zien toch dat ik onderweg ben naar de
koffieautomaat?
Goed, ik bestel een 1-4 bij de koffieautomaat
(de routine van deze klus doet mij haast
vergeten dat dit voor een kop koffie met melk
en suiker staat), ik druk nogmaals op de 1 om
de koffie zo sterk mogelijk te maken.
Vervolgens bidden dat er nog genoeg centjes op
mijn chipknip staan… Gelukkig.
Langzaam slenter ik met mijn kopje koffie
naar een tafeltje waar ik meende de vriendjes
gesignaleerd te hebben die zodadelijk samen
met mij op college worden verwacht. Ik zet mijn
kopje koffie neer om erachter te komen dat er
eigenlijk weinig tijd meer over is om dat nog op
te drinken. Daar veel docenten nog steeds niet
erg gecharmeerd zijn van het meenemen van
het voor het volgen van het college toch o zo
primaire bekertje brandstof naar de betreffende
collegezaal, besluit ik dat ik maar een minuutje
te laat ga komen. Een kwestie van prioriteiten
stellen.
Als het college begonnen is (we hebben het
dan over een taalcollege Japans), kom ik eerst
nog redelijk goed weg. Door simpelweg mijn
mond te houden en voor te wenden dat ik
zojuist in mijn boek de meest geweldige
theorieën heb ontdekt ter verbetering van onze
huidige samenleving, wordt mij in eerste
instantie niet verzocht iets te zeggen in de taal,
die duidelijk anders klinkt dan de taal die ik
vandaag voor de rest om me heen meen te
hebben gehoord.
Het duurt echter niet zo lang, of er wordt van
mij toch wat actievere participatie aan dit
college verlangd. Enige rust puttend uit het feit
dat hetgeen ik moet zeggen niet zozeer hoeft
uit te blinken in intelligentie, doch dat er enige
taalvaardigheid uit moet blijken, trek ik
langzaam mijn mond open.
De vraag: “Wat heeft u van het weekend
allemaal gedaan?”.
Het dilemma: ga ik enige kostbare minuten
van het college gebruiken door in mijn
geheugen na te gaan wat ik van het weekend
allemaal gedaan heb of ga ik ter plekke een
activiteit verzinnen die mij wellicht interessanter
doet voorkomen dan ik eigenlijk ben?
De oplossing: het maakt niemand echt wat
uit wat ik in het weekend gedaan heb, dus beide
alternatieven zijn misschien te extensief.
Het antwoord op de vraag: is dus erg simpel;
ik heb niets bijzonders gedaan. Zonder me
verder af te vragen hoe dicht dit antwoord bij
de waarheid ligt.
Het Japans: ja hoor, ik kom erachter dat het
inderdaad weer zo’n dag is. In het Japans is het
formuleren van een zinnetje als “ik heb eigenlijk
niets bijzonders gedaan van het weekend” toch
een behoorlijk simpele zaak. Het is ook niet dat
ik echt geen flauw idee heb hoe je het zou
moeten zeggen. Mijn mond is mijn hersenen
echter voor en meer dan een aantal
loshangende onderdelen van de betreffende zin
komen er niet uit. “Sō desu nee.” (Voor het
formuleren van zo’n zinnetje hoef je gelukkig
niet na te denken). “Anō… Toku ni, ehhh, shita
koto ga nai”.
Hoe verzin ik het? In een compleet helder
moment zou ik nog moeite gehad hebben een
dergelijke zin als ‘vaag alternatief’ te geven van
hetgeen ik eigenlijk wilde zeggen. Toch wel gek,
dat dat er wel uitkomt, en een simpele “Betsu ni
nanimo shinakatta n desu” niet in me opkomt.
Nu weet ik het zeker. Het is weer zo’n dag.
Zo’n dag waarvoor ik nog geen mooie naamvan-één-woord gevonden heb, maar die ik tot
die tijd altijd een ‘slecht-Japans-dag’ noem.
Zo’n dag waarop alles wat je wil zeggen in het
Japans uitmondt in onnodig ingewikkelde
constructies waarmee je halverwege zodanig in
de war raakt dat je op een gegeven moment
niet eens meer zeker weet wat je ook weer had
willen zeggen. Zo’n dag waarop je voor een
heleboel spreektaalwoorden alleen de meest
zeldzame kanji-combinaties kan verzinnen. Zo’n
dag tijdens welke je je afvraagt waar die jaren
studie nu eigenlijk goed voor zijn geweest.
Gelukkig duurt zoiets doorgaans slechts één
dag en kan het de volgende dag weer helemaal
anders zijn. Maar ik heb het aan een boel
medestudenten nagevraagd, en het is mij
duidelijk geworden dat ik niet de enige ben die
van die ‘slecht-Japans-dagen’ heeft.
Een docent aan wie ik vroeg of hij dit ook wel
eens had, wist mij te troosten; hij had het ook.
Maar gaat die vlieger ook niet voor gewoon
Nederlands op? Hm. Tja, waar ook. Ben
benieuwd of dat voor Japanners dan ook geldt
en wat voor dingen zíj dan uitkramen.
Jaargang 2001-2002 - Nummer 5 - Juni 2002
Rieks.
4
Peaceboat
Het collegejaar zit er alweer bijna op, maar
gelukkig gaat Tanuki nog even door. Achter de
schermen is Tanuki al een tijdje bezig met het
organiseren van een evenement, genaamd De
Peaceboat. Misschien hebben jullie er al iets
over gelezen in een oude Tanuki Journal, of
hebben jullie al aankondigingen van dit
evenement op het Arsenaal zien hangen. Voor
diegenen die niet weten waar ik het over heb,
zal ik het nog even toelichten
John.
De Peaceboat is een boot vol met Japanse
studenten die drie maanden lang de wereld rond
gaat om in diverse steden aan te meren om
vervolgens in contact te komen met andere
jongeren om daar iets te leren over andere
(studenten)culturen. Woensdag 19 juni 2002
heeft Nederland de eer dat ze de Peaceboat
mag ontvangen, en wij hebben de eer om in
contact te komen met de opvarenden van dit
schip. De Peaceboat brengt maar liefs 40
studenten mee die graag met jullie in contact
willen komen om lekker te eten, te drinken en
te ouwehoeren over van alles en nog wat.
Tanuki is op zoek naar enthousiaste studenten
die zin hebben om met de “Peaceboatbewoners” een avond op te trekken. We hebben
een voorlopig programma:
Woensdag 19 juni komt in de namiddag in
Amsterdam de Peaceboat aan, waarna de
Japanners met een bus naar Leiden toekomen.
Daar worden ze natuurlijk door ons opgewacht
om vervolgens met z´n allen te gaan eten
(waarschijnlijk in het LAK). Na het eten maken
we een wandeltocht door het mooie historische
stadshart van Leiden, of gaan we met z´n allen
een rondvaart door de wateren van Leiden
maken. Als jullie dan niet moe genoeg zijn,
mogen jullie ook mee met de kroegentocht die
zal plaatsvinden tussen De Grote Beer, De
Kroeg en Cheers. Als we dan nog steeds in meer
of mindere mate rechtop kunnen lopen, gaan
we met de (nacht)trein naar Amsterdam om alle
Japanners weer af te leveren op de Peaceboat.
Waarschijnlijk hebben jullie dan ook de
mogelijkheid om een kijkje te nemen hoe de
ontdekkingsreizigers
vertoeven
op
hun
“Vredesbootje”.
Jullie hebben het misschien al geraden, maar
Tanuki is op zoek naar mensen die zin hebben
om woensdag 19 juni een avondje met Tanuki
plus een hoop Japanners op stap te gaan in
Leiden. Als je dit wat lijkt, geef je dan zo snel
mogelijk op bij een van de bestuursleden, of
stuur een e-mailtje met je naam en
telefoonnummer naar bestuur@tanuki.nl.
Ik hoop jullie allemaal te zien op de 19e!
Jaargang 2001-2002 - Nummer 5 – Juni 2002
5
WK voetbal 2002 in
Korea en Japan
overigens niet Shinji Ono (hoewel hij in de buurt
komt), maar Hidetoshi Nakata (24), die in de
Serie A voor Parma speelt. Een andere vedette
Tegen de tijd dat jullie dit lezen, is het WK in
Korea en Japan al begonnen, maar we wilden
graag ook de aandacht hierop vestigen via de
Journal voor alle Koreanisten en Japanologen.
Op 31 mei vindt de aftrap plaats voor de
openingswedstrijd
tussen
huidig
wereldkampioen Frankrijk en debutant Senegal
in Seoul.
Robin Stockx.
Voor ons zijn natuurlijk de wedstrijden van
Zuid-Korea en Japan (huidige kampioen van
Azië) het meest interessant, zeker nu Nederland
er niet bij is, maar daar is al genoeg over
geschreven, dus zal ik daar verder niet op
ingaan.
Zuid-Korea is ingedeeld met Polen, de VS en
Portugal. Geen al te moeilijke poule, dus moet
het mogelijk zijn voor Zuid-Korea, onder leiding
van de Nederlandse bondscoach Guus Hiddink,
om de volgende ronde te bereiken. Zuid-Korea
speelt de eerste groepswedstrijd op 4 juni tegen
Polen in Pusan, 10 juni tegen de VS (Daegu) en
14 juni tegen Portugal (Incheon).
Japan is ingedeeld met Rusland, België en
Tunesië. Het zal voor Japan ook niet
gemakkelijk worden om de volgende ronde te
bereiken, maar met, net als Zuid-Korea, het
thuisvoordeel moet het mogelijk zijn.
Ook Japan speelt haar eerste wedstrijd op 4
juni, in Saitama, tegen België (geëindigd met
2-2, red.). Op 9 juni volgt de confrontatie met
Rusland in Yokohama (waar ook de finale
gehouden zal worden) en op 14 juni de laatste
groepswedstrijd tegen Tunesië in Osaka.
Japan staat onder leiding van een Fransman,
Philippe Trousier, die Japan tot Aziatisch
kampioen leidde in 2000.
Ondanks dat Nederland er niet bij is (begin ik
er toch weer over), zal er veel Nederlandse
belangstelling zijn voor Zuid-Korea en Japan
vanwege hun Nederlandse connecties. ZuidKorea heeft, zoals al eerder aangehaald, een
Nederlandse technische staf en Japan heeft de
voor Feyenoord spelende UEFA-cup winnaar
Shinji Ono (22) in de gelederen.
De absolute vedette van het Japanse elftal is
is de onlangs (eind vorig jaar) tot Japanner
genaturaliseerde Braziliaan, Alessandro Santos
(kortweg Alex) die in de J-league voor Shimizu
S-Pulse speelt. Maar in tegenstelling tot Ono en
Nakata is Alex (nog) niet van een basisplaats
verzekerd. Alex (25) voetbalt al sinds de
middelbare school (senior high) in Japan en
spreekt inmiddels vloeiend Japans.
Over het Koreaanse elftal weet ik weinig,
behalve dat Ki-Hyeon Seol (23) bij Anderlecht
speelt en enkele andere spelers verspreid door
Europa. Tevens zijn er spelers die in de J-league
actief zijn of waren. De bekendste van hen is
Myung-Bo Hong (33), één van de beste spelers
die Korea ooit heeft voortgebracht.
De wedstrijden zullen voor
ons hier in Nederland vanwege
het tijdsverschil in de ochtend
en
vroeg
in
de
middag
plaatsvinden.
Ondanks
het
tijdstip en de drukte met de
tentamens hoop ik dat jullie
plezier aan het WK zullen
beleven.
Met Zuid-Korea en Japan
veelvuldig op tv is het ook een
mogelijkheid, voor vooral
diegenen die er nog nooit zijn
geweest, om beide landen beter te leren
kennen.
Tanuki agenda
23 mei: Laatste borrel van dit collegejaar
30 mei: Tanuki eindejaarsfeest
13 juni: Black & White-party i.s.m. SvS
(Sinologie) en Permai (Indonesisch). Let op:
slechts beperkt aantal kaarten verkrijgbaar. Het
feest wordt gehouden in café d’UB en begint om
21:00 uur.
19 juni: De Peaceboat meert aan in de haven
van Amsterdam.
Jaargang 2001-2002 - Nummer 5 - Juni 2002
6
Nederlands is een
eigenaardige taal
Reeds eerder publiceerden wij een column
geschreven door een in Nederland verblijvende
Japanner. Toen, echter, hebben wij de vertaalde
versie geplaatst. Bij dezen plaatsen we nog een
column van de hand van Tomo, maar dit keer
besloten we de originele, Japanse versie te
plaatsen. Een stukje over een eigenaardigheid
in de Nederlandse taal.
Tomohiro Matsui.
~ちゃん
オランダ語の特徴として、よく挙げられるのが「いびき
音」。口の奥のほうでいびきをかくように出す音だ。フ
ァン・ハールの「ハ」も、グーリットの「グ(フの方が近
いかな)」も、ユトレヒトの「ヒ」もいびきのように発音す
る。ベルカンプも「ベル」と「カンプ」の間に G があるの
で「ベルフカンプ」といびき音「フ」を入れる。
よく他のヨーロッパ人がオランダ語の真似をして、
いびきのように「へー」とか「ハー」とか言うのは、この
発音がよっぽど強烈な印象を与えているからだろう。
今回はもうひとつ「他の言語にはあるのかな?」と
考えさせられる特徴を。
それは「縮小形」。
初めて聞く方は「何のことだろう?」とお思いだろ
う。書いてる本人も「そう呼ぶのか」と今、知ったくらい
だ。
これは名詞の語尾に「je」を付けて「ィエ」などと発
音するもので、「小さい~」という意味になる。例えば
「ブロート」は普通のパンだが、「ブローチェ」は小さい
パン。「ボーム」は木だが、「ボームピェ」は小さい木。
「コーネイン」はうさぎだが、「コーネインチェ」は小さい
うさぎだ。
しかし、小さいものを意味するなら当然、大きいも
のがなければならない。パンや木やうさぎなら大きい
小さいがあるだろうが、この「縮小形」はそうじゃない
ものにも使う。
例えばデブール兄弟。
大きいデブール兄弟がいるだろうか(笑)? 彼ら
は複数形の「S」までつけて「デブールチェス」と呼ば
れる。
そして10ギルダー札。大きいも小さいも無いが
「ティーンチェ」と呼ばれる。
また、一人とか一つを意味する「エーンチェ」。これ
も大きさとは関係ない。
もっと視野を広くして、デブールよりファンデルサ
ールの方が大きいとか、10 ギルダー札より 25 ギル
ダー札の方が金額が大きいとか、一人より二人のほ
うが大きいとか考えることもできなくはない。
が、やはり変な気がする。
とにかくオランダ人はこの「縮小形」を盛んに用い
る。
この「-チェ(ピェやキェのときもある)」には、普通
よりも「小さいもの」「かわいらしいもの」しかも「親しみ
を込めているもの」という意味が含まれているように
感じる。
日本語に訳すなら、どう言えばニュアンスが伝わ
るだろうか?
「小ビール」「小さい犬」というのは直訳ではあるけ
れども、雰囲気が出ない。
「小デブール」「小10ギルダー札」じゃ、何のことだ
かわからない。
そこで蘇る遠い昔の記憶。
高校生の頃、ある飲み屋で働いていた。そこのマ
スターはおつまみを全て「ちゃん付け」で呼んでいた。
あたりめちゃん、はんぺんちゃん、枝豆ちゃん、や
っこちゃん、からあげちゃんなどなど。
. . . . . . .。
「ビールちゃん」「わんちゃん」「10ギルダーちゃ
ん」「デブールちゃんたち」
いける!(. . .かな?)
完璧ではないけれど、ニュアンスは伝わるはず。
オランダ語の、「いびき音」に匹敵する大きな特徴は
強引に言えば、やたらと「ちゃん付け」することだ。「縮
小形」という意味不明の言葉はやめて「ちゃん付け」
あるいは「チェ付け」と呼ぼう。
でも「木ちゃん」とか「パンちゃん」はいけない。や
はり「小さな木」のほうがいいし、「パン」は無理やり訳
さなくても「パン」で十分かな。
ということでオランダ語のお話でした。
De haas en de tanuki
Dat de tanuki een beestje is, dat afkomstig is
uit de Japanse folklore, zal voor de meesten
geen nieuws zijn. Dit korte sprookje, waarin de
tanuki de hoofdrol speelt, kwamen we tegen, en
het leek ons leuk het in de Tanuki Journal te
plaatsen. Het is echter misschien niet geschikt
voor de meest tere zieltjes onder ons; je bent
gewaarschuwd.
Bron: Japanse Sprookjes, L. Oosterhout
Een oude man en zijn vrouw hielden als huisdier
een witte haas. Op zekere dag kwam er een
tanuki die het voedsel dat voor het troeteldier
bestemd was, opat. Het boosaardige beest
Jaargang 2001-2002 - Nummer 5 - Juni 2002
7
stond op het punt om er vandoor te gaan, toen
de oude man hem zag. Meteen begreep die wat
er gebeurd was; hij werd zo kwaad dat hij de
tanuki aan een boom vastbond. Daarna ging hij
naar een bos vlak in de buurt om hout te
hakken, terwijl zijn vrouw thuisbleef om het
graan voor de avondpap te malen.
Toen de oude man vertrokken was, begon de
tanuki te huilen en de oude vrouw te smeken
hem los te maken: “Alstublieft mevrouw, maakt
u de touwen los.” De vrouw, die dacht dat het
wreed was om het arme dier zo te laten lijden,
maakte het touw los. Nauwelijks had ze dit
gedaan, of de tanuki zwoer wraak over de
behandeling die de oude man hem gegeven
had, en holde weg.
Toen de goede witte haas hoorde wat er
gebeurd was, ging hij op weg om zijn meester
te
waarschuwen;
maar
tijdens
zijn
aanwezigheid kwam de tanuki terug, doodde de
oude vrouw, en nam haar gedaante aan. Van
het dode lichaam kookte hij soep, en hij
wachtte tot de oude man terugkwam van de
berg. Toen die moe en hongerig thuiskwam zei
de tanuki in de gedaante van de oude vrouw:
“Ik heb een heerlijke soep gemaakt van de
tanuki die je hebt opgehangen. Ga maar zitten
en eet smakelijk.”
Met deze woorden zette ze hem de soep
voor, en de man liet het zich goed smaken;
terwijl hij zijn lippen aflikte, prees hij de
kruidige smaak. Maar zodra hij klaar was met
eten, nam de tanuki zijn oude vorm aan, en zei:
“Ellendige oude man! Je hebt je eigen vrouw
opgegeten. Kijk maar, haar botten liggen in de
keuken in de gootsteen!” Hij barstte daarna in
lachen uit, rende weg en verdween uit het
gezicht.
De oude man was buiten zichzelf over wat
hij gedaan had, en begon luid te wenen. En
terwijl hij zich zo over zijn lot beklaagde, keerde
de haas terug. Hij overzag de toestand en
begreep dat de tanuki zich gewroken had door
de oude vrouw te doden. Snel liep hij naar de
berg, vastbesloten haar te wreken.
Toen de haas de berg bereikte, zag hij de
tanuki, die een bundel stokken op zijn rug
droeg. Zachtjes kroop de haas nader en stak,
zonder dat de tanuki het merkte, de stokken in
brand, die onmiddellijk begonnen te knetteren.
“Wat een vreemd geluid is dit,” zei de tanuki,
“wat zou het kunnen zijn?”
“O,” antwoordde de haas, “dat is de
Knetterende Berg. Dat geluid hoor je hier wel
vaker.”
Het vuur werd groter en ging van ‘pop-poppop’.
“Wat kan dat toch voor geluid zijn?” vroeg de
tanuki.
“Dit wordt wel de pop-pop-pop berg
genoemd,” was het antwoord van de haas.
Opeens begon de rug van de tanuki te
verschroeien, en hij zette het op een lopen.
Huilend van pijn kwam hij bij de rivier en
sprong in het water, en daardoor doofde hij het
vuur. Maar toen hij weer uit het water kwam,
werd wel duidelijk dat zijn rug ernstig verbrand
was. De haas zag hierin zijn kans om de tanuki
naar hartelust te pijnigen; hij maakte een zalfje
van cayennepeper en bracht het naar het huis
van de tanuki. Daar deed hij alsof hij
verschrikkelijk medelijden met hem had, en
vertelde dat hij een uitstekend geneesmiddel
tegen brandwonden had, waarna hij de zalf op
de verbrande rug smeerde. O, wat deed dat
verschrikkelijk zeer – de tanuki schreeuwde het
uit.
Toen de tanuki na lange tijd genezen was,
ging hij naar het huis van de haas om wraak te
nemen voor al het leed dat die hem had
toegebracht. Toen hij aankwam, zag hij de haas
bij een boot staan die hij had gemaakt.
“Waar ga je met die boot naartoe, haas?”
vroeg de tanuki.
“Ik ga naar de hoofdstad van de maan,”
antwoordde de haas. “Heb je misschien zin om
mee te gaan?”
“Niet in jouw boot,” zei de tanuki. “Ik ken je
streken maar al te goed. Maar ik zal een boot
van klei voor mezelf bouwen, en dan zullen we
naar de maan reizen.” Onmiddellijk begon hij
voor zichzelf een boot van klei te maken. De
haas, die het zag, lachte in zijn vuistje. Toen de
tanuki klaar was, gingen ze samen de rivier af,
de golven sloegen tegen de wanden aan. Al snel
begon de boot van de tanuki op te lossen. De
haas lachte hem smakelijk uit, greep zijn
roeispaan en begon wild op de steeds zachter
en kleiner wordende boot in te hakken. Zo
doodde hij uiteindelijk zijn vijand.
Toen de oude man hoorde dat de dood van
zijn vrouw gewroken was, was hij blij met heel
zijn hart. Meer dan ooit hield hij van de haas,
door wiens toedoen hij weer uitkeek naar de
nieuwe lente.
Jaargang 2001-2002 - Nummer 5 - Juni 2002
8
Dat kan best…!
Donderdag 30 mei 2002 was het dan alweer tijd
voor de officiële Tanuki-afsluiting van het
collegejaar 2001/2002: het eindejaarsfeest.
Aangezien formeel de laatste borrel van dit
collegejaar op deze datum zou zijn gevallen,
waren wij genoodzaakt deze een weekje te
vervroegen, naar 23 mei. Zo kwam het, dat
café d’UB zich op de zachte, zomerse avond van
30
mei
vulde
met
een
bonte
groep
feestgangers.
Het grootste gedeelte van de bezoekers
kwam enige tijd na aanvang aan, zo tussen tien
en half elf. Aanvankelijk zag het er dan ook een
beetje triest uit. John en ik zaten op een
gegeven moment met zijn tweeën bij de ingang
en keken uit op een feestelijk versierde, doch
volledig lege zaal. Tijd om over diepere
levensfilosofie na te denken was er nog genoeg.
Rieks.
We hadden nog even getwijfeld of de dit feest
wel door moesten laten gaan of niet, omdat kort
erna er opnieuw een feest georganiseerd zou
worden
in
samenwerking
met
de
studieverenigingen
van
Sinologie
en
Indonesisch. We vonden echter toch dat we ook
een eigen eindejaarsfeest moesten organiseren,
dus zo kwamen de plannen alsnog van de
grond.
Het thema van het eindejaarsfeest was ‘dat
kan best’, en op het feest waren dan ook
diverse interpretaties van dit thema te zien. Het
meest opvallend was wellicht dhr. Oya, die
gekleed kwam in een yukata met daaronder een
traditioneel Nederlands stel klompen. Voorts
waren er mensen die zich onverzorgder
kleedden dan normaal, mensen die zich juist
verzorgder kleedden dan normaal en mensen
die zich niet anders kleedden dan normaal. Of
deze personen geen zin hadden om zich te
verkleden of dat ze zich er terdege van bewust
bleken dat een zin als “dat kan best” wel
enigszins van toepassing was op hun outfit, zal
ik maar in het midden laten.
Later kwam daar gelukkig verandering in.
Steeds meer bezoekers kwamen binnen en de
stemming kwam er al snel in. Dit keer hadden
we weer wel, in tegenstelling tot het
jubileumfeest, een eigen geluidsinstallatie
kunnen regelen en Wouter had voor een
muziekselectie gezorgd. Gedanst werd er dit
keer dan ook weer meer dan tijdens het
jubileumfeest.
Al met al denk ik dat iedereen het wel met
me eens zal zijn als we spreken van een
geslaagd feest. Goede opkomst, goede sfeer. Ik
kan iedereen dan ook zeker aanraden om, als
het nog niet te laat is (want het aantal is slechts
zeer beperkt) een kaartje te kopen voor het
feest dat écht het allerlaatste zal zijn van dit
collegejaar, namelijk het Black & White-feest,
dat plaatsvindt op 13 juni 2002. Tot dan!
Jaargang 2001-2002 - Nummer 5 - Juni 2002