-
Titel
-
2001-2002 | 2
-
Nummer
-
2
-
extracted text
-
Tanuki Journal
Arsenaalstraat 1
2311 CT Leiden
E-mail:
riekswt@hotmail.com
Tanuki Journal is een uitgave van Tanuki, studievereniging voor studenten in de
Japanologie en Koreanistiek aan de Universiteit Leiden
Cheulkeoun kyeoul ponaeja!
Bestuur
Voorzitter:
John Benjamin
Stroobach
Tel. 071-5141767
GSM: 06-20565148
E-mail:jstroobach@
hotmail.com
Secretaris:
Maaike Venstra
Tel. 0345-530012
E-mail:
maaike_venstra@
hotmail.com
Penningmeester:
Jerome de Wit
Tel. 06-24937534
E-mail:
jeromedewit@
hotmail.com
Public Relations:
Wouter Luijendijk
Tel. 06-27378592
E-mail: uoruta@
hotmail.com
Tanuki Journal:
Rieks Warendorp
Torringa
Oude Singel 66
2312 RC Leiden
Tel. 06-23720029
E-mail:
tanuki@hotmail.com
Website:
www.tanuki.nl
Oftewel: laten we een gezellige winter hebben. Om dit enigszins te
bevorderen, voorzien we je bij dezen van een nieuwe Tanuki Journal. Om
gezellig met het hele gezin bij een lekker warm kolenkacheltje te lezen.
Of zo.
Voor deze Journal geldt weer net als de vorige keer, dat hij iets later is
uitgekomen dan eigenlijk de bedoeling was. Dit keer waren het echter
geen opstartproblemen meer, doch was het gewoon gebrek aan geschikte
kopij. Er is mij behoorlijk wat beloofd, maar helaas is het in veel gevallen
bij die belofte gebleven. De lijst met geplande artikelen besloeg zeker
drie keer het aantal in deze Journal uiteindelijk geplaatste artikelen. Nou
maar hopen dat uitstel geen afstel betekent, want er zaten zeker een boel
interessante onderwerpen tussen.
Van de kant van de Koreanisten kreeg ik te horen, dat ze het jammer
vonden dat er in de vorige Journal weinig stond wat met hun vakgebied
te maken had. Dit heeft echter niet te maken met desinteresse
onzerzijds, maar meer met het feit dat we gewoon niks aangeleverd
krijgen. Jerome is, als student Koreanistiek, ons voornaamste steunpunt
op dat gebied en hij heeft zijn best gedaan kopij te verzamelen, maar dit
leverde helaas niet echt wat op. Daarom bij dezen een oproep aan de
Koreanisten die graag wat meer materiaal in de Journal zien dat met
Korea te maken heeft: lever het aan! Ik heb geprobeerd het dit keer nog
een heel klein beetje goed te maken door het voorwoord in het Koreaans
te beginnen, hopelijk kunnen we de volgende keer iets meer relevant
materiaal plaatsen.
Het is natuurlijk niet alleen maar kommer en kwel; voor deze Journal
zijn er toch een aantal personen geweest die een leuk stuk hebben
afgeleverd. Daarvoor natuurlijk dan ook hartelijk dank.
Tanuki heeft in de tussentijd niet stilgezeten. Er zijn twee borrels
geweest, beide gelukkig nog steeds erg goed bezocht. Voorts hebben we
een filmavond gehouden, welke eveneens een succes was. Van de
uitwisseling die we hadden met de Japanse school in Rotterdam, vind je
in deze Journal een verslag, compleet met foto’s.
Ik wil meteen even van de gelegenheid gebruik maken om de
aandacht te vestigen op het Tanuki-feest, dat kort nadat je deze Journal
waarschijnlijk in de bus hebt gevonden gehouden zal worden, namelijk 13
december. Ook hierover kun je verderop in deze Journal nog wat
informatie vinden.
Vreselijk veel meer is er niet echt meer te melden, vrees ik. Daarom
zal ik maar afsluiten door iedereen alvast heel veel succes te wensen met
de tentamens die weer komen gaan en iedereen alvast prettige
feestdagen en een goed uiteinde toe te wensen.
Hopelijk tot ziens op het Tanuki-feest en anders op de
nieuwjaarsborrel 31 december,
Rieks.
Jaargang 2001-2002 - Nummer 2 - December 2001
2
Voetbalreporter voor
Japanse krant
Zoals een aantal van jullie al weet, werk ik
(vijfdejaars Japans) sinds begin september als
correspondent voor een Japanse sportkrant.
Omdat mij werd gevraagd een artikel te
schrijven over deze bijbaan, heb ik dat gedaan.
Het resultaat is hieronder te lezen.
Robin Stockx.
Sankei Sports heet de krant waar ik bij in dienst
ben. Deze krant heeft een oplage van twee
miljoen, dagelijks (de Volkskrant heeft een
oplage van meer dan 300.000) en is daarmee
één van de vier grootste sportkranten van
Japan. Mijn werk bestaat uit het volgen van
trainingen, wedstrijden en persconferenties van
Feyenoord en na wedstrijden en trainingen het
interviewen van Shinji Ono en eventueel andere
spelers en coaches. Sinds juli is namelijk Shinji
Ono, één van Japans grootste voetbaltalenten,
speler van de Rotterdamse voetbalclub. Ik doe
het werk samen met Yulia Nishide, eerstejaars
Engels en Japans in Leiden, die alle belangrijke
Nederlandse
kranten,
internetsites
en
tijdschriften afspeurt op zoek naar nieuws over
Ono.
Shinji Ono is na Hidetoshi Nakata (AC Parma,
Italië) de populairste voetballer van Japan, wat
inhoudt dat hij een soort supersterstatus geniet,
net als bekende acteurs of muzikanten.
Gelukkig gedraagt hij zich niet zo en staat hij
bekend als een bescheiden en beleefde jongen
en zeer volwassen voor zijn leeftijd. Hij is 22
jaar oud (net zo oud als ik overigens, maar
daarmee houden de gelijkenissen op). Dat hij
hier normaal over straat kan lopen is één van
de dingen die hem hier het meest bevalt, naast
het voetbal hier.
Shinji Ono, middenvelder en tweebenig, is
erin geslaagd zich na enkele goede invalbeurten
in het begin van het seizoen in de basis te
spelen en erin te blijven, ondanks een kleine
tegenvaller enkele weken geleden door een
hamstringblessure. Onder de supporters is hij
ook al één van de populairste spelers inmiddels.
Op 14 oktober scoorde hij zijn eerste goal voor
Feyenoord, wat ook meteen het winnende
doelpunt was (1-0 tegen FC Groningen). Ook is
hij vaak betrokken bij doelpunten.
Nog even wat meer over mijn werk als
correspondent. De informatie die Yulia en ik
verzamelen, geven wij telefonisch door aan de
redactie in Tokyo en als daar onze informatie
verwerkt wordt in een artikel, komt dat op onze
namen daar in de krant.
Hoe ben ik eigenlijk aan dit baantje
gekomen, vraag je je misschien af. Yulia werkte
in het begin als tolk voor een Japanse
journaliste van Sankei Sports en die zocht een
correspondent om haar op te volgen nadat ze
naar Japan terugkeerde. Via een kennis van
haar
is
Yulia
bij
mij
terechtgekomen.
Uiteindelijk hebben ze besloten de taken onder
Yulia en mij te verdelen.
De meeste journalisten en fotografen die
vanuit Japan hierheen kwamen, hebben
inmiddels correspondenten en fotografen hier
gerekruteerd en zijn weer teruggekeerd naar
Japan. De 'massa' (20 tot 30 personen)
journalisten en fotografen uit Japan die in de
zomer Rotterdam onveilig maakte, is dus
vervangen door een handjevol plaatselijke
correspondenten. Bij wedstrijden loopt het
aantal vertegenwoordigers van de Japanse pers
wel op tot boven de tien, aangezien sommige
kranten/tijdschriften mensen in Londen of
ergens anders hebben zitten die dan voor
wedstrijden overkomen.
Het is overigens wel grappig hoe de
Nederlandse media het vaak meer over de
Japanse pers, waarover ook veel onzin wordt
geschreven, hebben dan over Ono zelf. Ze
begrijpen niet dat er zoveel mensen uit een ver
land voor één speler naar Nederland komen.
Maar als je de oplages van de Japanse kranten
en tijdschriften kent en bedenkt dat Ono één
van de weinige Japanse voetballers in Europa is
en dat het WK in Japan en Zuid-Korea voor de
deur staat, is het toch te begrijpen, denk ik.
Het is jammer dat de meeste journalisten die in
Rotterdam zaten teruggekeerd zijn naar Japan.
We gingen gezellig met elkaar om en gingen wel
eens samen uit of uit eten. Maar ook als
correspondenten onderling houden we het
gezellig.
Het internetadres van Sankei Sports is
www.sanspo.com. Hier kun je artikelen van
Yulia en mij terugvinden.
Tanuki agenda
13 november: uitwisseling met Japanse school
uit Rotterdam
22 november: Japanse filmavond (Mononoke
Hime)
29 november: derde Tanuki-borrel
4 december: discussie over de multiculturele
maatschappij met studenten van de Japanse
Hitotsubashi universiteit
13 december: Tanuki-eindfeest in d'UB
31 januari : nieuwjaarsborrel
Jaargang 2001-2002 - Nummer 2 - December 2001
3
Column: karaoke
Karaoke. Iedere gemiddelde Nederlander zal
ongetwijfeld wel van dit fenomeen gehoord
hebben en iedere gemiddelde Nederlander zal
hier vast ook een bepaald beeld van hebben. De
meeste Nederlanders die ik ken, in ieder geval
wel.
Voor degenen die dit van oorsprong uit Japan
afkomstige vermaak niet kennen: karaoke is
zingen voor mensen die dat eigenlijk niet
kunnen, waarbij de songtekst keurig, kant en
klaar
wordt
gepresenteerd
op
een
televisiescherm en waarbij de keelklanken van
de karaoke-zanger(es) worden begeleid door op
synthesizer gemaakte arrangementen van
bestaande nummers.
In Japan is karaoke één van de meest
voorkomende vormen van amusement. Onder
de schare liefhebbers bevinden zich mensen die
best aardig kunnen zingen en mensen die die
kunst absoluut niet beheersen. Om het voor
andere aanwezigen nog een beetje aangenaam
te houden, zijn de meeste karaoke-installaties
daarom uitgerust met een stevige galm,
waardoor zelfs de meest onzuivere zang nog
enigszins te verdragen is.
In Japan zijn gelegenheden waar men de
kunst van karaoke kan beoefenen, grofweg
verdeeld in twee soorten: de karaoke-bar en de
karaoke-box.
Zoals
de
naam
al
doet
vermoeden, gaat het bij de bar om een
openbare gelegenheid, een bar, waar men de
mogelijkheid heeft om tussen het drinken door
een liedje te zingen. Doorgaans zijn hierbij dus
ook mensen die je helemaal niet kent aanwezig.
Voor degenen bij wie bij die gedachte alleen
al het angstzweet uitbreekt, hebben de
Japanners de karaoke-box uitgevonden. Dit is
een klein hokje dat men met een groepje
mensen kan afhuren om 'privé' te proberen hun
favoriete zanger(es) te evenaren.
Als je enige tijd in Japan verblijft, blijkt al
snel dat Japanners heel anders tegen karaoke
aankijken dan Nederlanders. Nederlanders zien
karaoke vaak als volgt: je bevindt je in een
feesttent of bar, het liefst ergens op het
platteland, alwaar een podium is ingericht met
daarop een televisiescherm en een staande
microfoon. Bedoeling is dat de karaokezanger(es) dit podium betreedt om aldaar voor
een groot publiek zijn of haar kunsten te
etaleren en beloond te zien door een stevig
applaus.
In Japan gaat dit er heel anders aan toe. Men
betreedt de karaoke-bar en als men zin heeft,
kan men aan de mama-san (barvrouw)
doorgeven dat men graag een nummer wil
zingen. Het gekozen nummer wordt discreet
ingeprogrammeerd en tegen de tijd dat het
gekozen nummer aan de beurt is, vraagt of pakt
men even onopvallend de microfoon en begint,
gewoon vanaf je barkruk, te zingen.
De meesten die in de bar aanwezig zijn,
zullen helemaal geen acht op je slaan. Als het
nummer is afgelopen, is het niet echt de
gewoonte dat er een applaus volgt. Kortom: je
zingt eigenlijk voor jezelf. Schaamte is absoluut
onnodig.
Hoewel karaoke in Nederland slechts op
kleine schaal voorkomt, blijkt wel dat bij de
meesten de angst er diep in zit. Tijdens mijn
tweede verblijf in Japan is mij dit heel erg
opgevallen.
Kort nadat we in Japan waren aangekomen,
namen mijn twee jaargenoten en ik (wij waren
alle drie voor de tweede keer in Huis ten Bosch
en de anderen voor de eerste keer) de hele
groep mee naar een karaoke-bar. En je raadt
het al: niemand die wilde zingen, behalve wij
drieën dan. We kwamen er nog een aantal keer
terug en geleidelijk aan verdwenen angst en
schaamte en kwamen plezier en uitdaging
ervoor in de plaats. Op een gegeven moment
was zelfs bijna iedereen enthousiast als werd
voorgesteld naar een karaoke-bar of -box te
gaan.
Karaoke is namelijk, gek genoeg, erg leuk.
Doordat niemand in Japan echt acht slaat op je
zangtalenten, verdwijnt de gereserveerdheid
vanzelf. Omdat jouw zang toch in de hele bar te
horen is, is er wel een zekere spanning. Extra
leuk is het om Japanse nummers te zingen. Als
je dit namelijk als buitenlander zijnde doet,
zullen er zeker Japanners zijn die wel op gaan
letten, om je na afloop te overstelpen met
complimenten vanwege het feit dat je kennelijk
in staat bent Japans te lezen. Veelal leveren je
zangkunsten, hoe mager misschien ook, op die
manier een gratis drankje op.
En karaoke in Nederland? Daar zou feitelijk
een andere naam aan gegeven moeten worden,
omdat het compleet anders in zijn werk gaat.
Hoe leuk ik het ook vond om te karaoke-en in
Japan, in Nederland is er geen haar op mijn
hoofd die eraan denkt om zo'n podium te
betreden om de trommelvliezen van de
onschuldige
toehoorders
onherstelbaar
te
beschadigen.
Vraag me eigenlijk wel af hoeveel tijd er
nodig is voor een Japanner die in Nederland
verblijft om karaoke af te leren. Zou dat net zo
snel gaan als een Nederlander in Japan zich het
gebruik juist eigen maakt?
Rieks.
Jaargang 2001-2002 - Nummer 2 - December 2001
4
Uitwisseling met
Japanse school
Zoals ieder jaar waren ook dit jaar kinderen van
de Japanse school in Rotterdam te gast op Het
Arsenaal. Het bezoek vond plaats op dinsdag 13
november.
de
uitleg
van
een
aantal
Japanse
spreekwoorden. Wij proberen op onze beurt
weer de Nederlandse equivalenten van die
spreekwoorden uit te leggen in het Japans, af
en toe geholpen door het Engels. Eén van onze
Japanse tafelgenootjes spreekt behoorlijk goed
Engels, dus al met al verloopt de communicatie
niet al te moeizaam.
Maaike.
Een kwartier vroeger dan gepland, zijn ze er
dan, de 26 kinderen en zes leerkrachten van de
Japanse school uit Rotterdam. De komst van de
kinderen was een idee van hun docenten. Het
zou een goede gelegenheid zijn voor de
kinderen om er een woordje Engels bij te leren
en voor ons om weer eens wat Japans te
spreken.
De kleine chaos die ontstaat bij hun iets te
vroege komst is al snel opgelost door de
voorbereidingen dan maar in een hoger tempo
af te ronden. De Japanse kinderen worden in
dertien groepjes van twee verdeeld. Bij die
groepjes schuiven later de voornamelijk
eerstejaars studenten Japans aan. Genietend
van de koekjes en de thee kunnen de
gesprekken beginnen.
De kinderen hadden op school al een heel
programma samengesteld, dat van tafel tot
tafel iets lijkt te verschillen. De eenheid wordt
erin gehouden door het hoofdthema kotowaza,
oftewel spreekwoorden.
Ook aan mijn tafel begint het halfuurtje met
Leerzaam was het ook. Mijn kennis van
kotowaza is niet al te groot, dus van
spreekwoorden als 「虎穴に入らずんば虎子を
得 ず 」 (koketsu ni irazunba koshi wo ezu),
oftewel "wie het tijgershol niet binnen gaat, zal
het tijgerjong niet krijgen", had ik nog niet
eerder gehoord.
Daarop hebben wij de Japanners aan onze
tafel laten kennismaken met de Nederlandse
versie, "wie niet waagt, wie niet wint". Nadat we
het pasgeleerde spreekwoord in kalligrafie
hebben mogen omzetten, wordt het tijd dit
gedeelte van het bezoek af te sluiten.
Hoewel het weer niet bijzonder meezit, wordt
besloten toch een bezoek te brengen aan de
Hortus Botanicus.
De route loopt langs de binnentuin, alwaar
wat verwarring ontstaat over de te nemen route
richting de Japanse tuin. Aangezien het steeds
harder begint te regenen, wordt besloten het
bezoek aan de Hortus verder maar te laten voor
wat het is. Gelukkig was de Japanse docente
het daar ook roerend mee eens. Zo namen we
bij de ingang van de Hortus weer afscheid van
het Japanse bezoek, dat verder op weg ging
naar de Mc Donalds.
Jaargang 2001-2002 - Nummer 2 - December 2001
5
Fietsen
(NvdR: Bij dezen een column over Nederland,
gezien door de ogen van een Japanner. De tekst
zoals hier geplaatst, is door de redactie vanuit
het Japans naar het Nederlands vertaald, maar
eigenlijk is de oorspronkelijke tekst, in het
Japans, leuker. Ik heb in dubio gestaan de
Japanse versie te plaatsen, maar toch maar
voor de Nederlandse gekozen. De volgende keer
zou een dergelijke column wel in het Japans
geplaatst kunnen worden.. Als iemand daar toch
bezwaar tegen mocht hebben, laat het dan even
weten.)
Matsui Tomohiro.
Nederland is het land van de fiets. De reden is
simpel: er zijn geen bergen. Het is een perfecte
omgeving om in te fietsen. Om een voorbeeld te
noemen: zelfs in het centrum van Amsterdam
heb
je
onderscheid
tussen
autowegen,
voetpaden en wegen uitsluitend bedoeld om
over te fietsen. Omdat toeristen hier niet aan
gewend zijn, lopen ze nogal het risico van de
sokken te worden gereden. Dat risico loop je
trouwens ook als je geen toerist bent.
Nederlanders weten dat Nederland het grote
land van de fiets is, en daardoor gebeurt het
wel eens dat ze de fietskunsten van mensen uit
andere landen niet vertrouwen en aan je vragen
of je kunt fietsen. Als ik dan zeg dat ik denk dat
er meer fietsen in Japan dan in Nederland zijn,
trekken ze een gezicht alsof ik een waardevol
iets van ze heb gestolen.
Als het alleen om het aantal fietsen gaat,
denk ik dat er in landen als Japan en China
meer zijn. Maar ik denk dat wat betreft de band
met de fiets Nederland nummer één van de
wereld is.
Het Nederlandse woord voor ‘fiets’ is fiets,
maar op het moment dat je dit woord in de
mond neemt, trekken Nederlanders een gezicht
alsof je de naam van hun geheime liefde noemt.
Of zou ik misschien beter kunnen zeggen: het
gezicht van een grootvader die over zijn eerste
kleinkind vertelt (sorry dat ik geen betere
voorbeelden heb).
Waarschijnlijk zijn er veel mensen die denken
dat het gemakkelijk is om in Nederland te
fietsen omdat het land zo vlak is. Maar zo erg
simpel is het nu ook weer niet. Waarom niet?
1. Het waait in Nederland erg hard en erg vaak,
en ga er maar vanuit dat de keren dat het hard
waait niet slechts een klein aantal is! Behalve
tijdens tyfonen zul je zulke harde wind in Japan
niet kunnen ervaren. Daarom zijn er ook veel
molens gemaakt. Echt waar, de wind waait
soms zelfs zo hard dat je geen stap vooruit kunt
komen. Ondanks dat spreekt men niet van een
tyfoon, maar gewoon van wind.
2. Het regent veel en vaak in Nederland. Soms
heb je echt wolkbreuken die gepaard gaan met
stortvloeden. In het ergste geval (en dat komt
vaak voor) valt deze regen de fiets, gepaard
met wind, aan. Op zulke momenten heb je ook
helemaal niets meer aan een paraplu. De regen
komt namelijk zowel van boven als van beneden
vallen. Dingen als vouwparaplu’s zullen meteen
kapotgaan. Op dit soort momenten moet ik
altijd aan het beeld wat je wel op de tv ziet
denken, met de vissersboot en de uitroep ‘een
storm!’. De scène waarin het schip bovenop de
golven dreigt om te slaan. Het westen van
Nederland was vroeger zee.
3. Er zijn veel fietsers. Tijdens de spitsuren is
er een verkeersopstopping van fietsers.
4. In Nederland rijden ook brommers en
scooters op het fietspad. Niet dat er zoveel zijn,
maar als ze van achteren op me afkomen, heb
ik toch altijd een beetje de angst van: zouden
ze niet op me inrammen?
5. Als je in het oude gedeelte van steden komt,
zijn er geen fietspaden meer, maar moet je
hobbelend fietsen over kinderkopjes. Dat mag
misschien heel romantisch klinken, maar je
krijgt op die manier snel een lekke band en mijn
handremmen blijven dan ook nogal eens
steken. Ik zit dus op een fiets die bijna rijp is
voor de schroothoop en dat boezemt mij dan
wel eens de nodige angst in.
Dat soort problemen is er dus, maar op dagen
wanneer het niet zo waait en de lucht is
opgeklaard, is het puur genieten om te fietsen.
De wegen die parallel lopen aan de grachten
zijn mooi en de gedachte van ‘aah, ik ben in het
buitenland!’ dient zich dan opnieuw aan.
De voordelen van de fiets zijn de volgende:
hij is gemakkelijk te bedienen, er zijn geen
vervoerskosten, het is goed voor het milieu, je
benen worden sterker, je kunt praten terwijl je
rijdt, het is goedkoper om te kopen dan andere
vervoersmiddelen, lange afstanden zijn ook
geen probleem, je kunt bagage vervoeren en je
kunt ook met zijn tweeën op een fiets zitten.
Dat is het wel zo ongeveer.
Als ik echter alle gedachten op een rijtje zet,
denk ik dat het vervoersmiddel dat het beste is
in Nederland (en ik het liefst zou willen hebben)
toch een auto is.
Oproep
Ben je verhuisd, heb je een nieuw e-mail adres
of een nieuw telefoonnummer? Vergeet het dan
vooral niet door te geven aan het Tanukibestuur.
Jaargang 2001-2002 - Nummer 2 - December 2001
6
Tanuki eindfeest:
komt allen!
De donkere dagen voor kerst. De dagen worden
korter en de temperaturen blijven dalen. Het
eerste semester loopt op z'n einde en de
tentamens liggen op de loer. Kortom: reden
genoeg voor een stevige winterdepressie. Of
natuurlijk gewoon een FEEST.
Wouter.
Tanuki nodigt met trots een ieder uit voor een
spetterend eindesemesterfeest:
doorheen geprikt: we willen graag een leuk
feest. Aan ons zal het niet liggen; zo werd er
door een niet bij naam te noemen voorzitter
van een vereniging voor een talen- en
culturenstudie van een land in een deel van de
regio dicht bij Taiwan beloofd, dat hij in zijn
beach-outfit zal verschijnen. Voor een ieder die
dit motiveert niet te komen, is er ook genoeg
drank om alles te vergeten. Een kaartje kost
bijna niks. Het PR-praatje zal ik jullie besparen,
maar de kern is als volgt:
Leden: fl. 5,Niet-leden: fl. 10,Aan de deur: bovenstaande prijzen plus fl.
5,- (fl. 10,- resp. fl. 15,- dus, voor de rasechte
alfa's)
HET GROTE TANUKI 'BRING YOUR OWN
THEMA'-FEEST!
Datum: donderdag 13 december
Plaats: Café d'UB (we hebben een
zaaltje)
Tijd: vanaf 21:00 uur
Geheel in lijn met de eisen aan de moderne
academicus vraagt dit om eigen initiatief en
actieve participatie. Wat? Oké, in andere
termen: leef je uit en verkleed je als alles wat je
altijd al had willen zijn: holbewoner, Amish,
pooier,
Teletubbie
of
gewoon
Talibancommandant. Listig anticiperend op de
vraag: "ehh...waarom zou ik?" stelt het bestuur
een meter bier beschikbaar voor degene die het
meest origineel gekleed komt. Een ideale
manier om vrienden te maken. Alsof het
allemaal nog niet gek genoeg is, is er ook een
meter bier voor de hij of de zij die het
best/vreemdst/meest bizar danst.
De kritische lezer heeft er misschien al
Bij deze prijs zit één consumptie inbegrepen
(wel bier of fris, want zó gul zijn we nou ook
weer niet). Kaarten zijn verkrijgbaar op
woensdag 5, donderdag 6 en vrijdag 7
december in Het Arsenaal of op andere tijden
gewoon bij één van de bestuursleden (John,
Jerome, Maaike, Rieks of Wouter). Sleur
iedereen mee; vriend, vriendin, kat, oma en
huisgenoot, iedereen is van harte welkom. Nog
even dus de belangrijkste punten op een rijtje:
FFFFFFFEEEEEEEEEEEES
SSSSSSSSSSSTTTTTTTT
TTTTT!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
ドアが閉ります。
せ
ま
い
瀬間居でございます。
お忘れ物がないよう、
足元にご注意下さい。
すいません
おっ
部長、次の電車に
乗らせていただ
きます。
もう
満員
か・・
え・・!?首!?
そうですね。電車に乗る時、首にも気を付けます。
ありがと
ご
ざ
有難う御座います。=ピッ=
Jaargang 2001-2002 - Nummer 2 - December 2001
7
Alles voor het
eerst gezien
Drie jaar geleden dwaalde ik een paar dagen
rond op Shōdoshima, een eilandje in de Japanse
Binnenzee. Behalve een stel agressieve apen op
een berg kwam ik ook een hutje tegen, dat tot
museum was omgetoverd. Het bleek het huis te
zijn waar de dichter Ozaki Hōsai (1885-1926)
de laatste acht maanden van zijn leven had
doorgebracht.
Ivo Smits.
Ik had nog nooit van hem gehoord, maar kocht
ter plekke zijn verzameld werk, een kleine
duizend moderne haiku, en ontdekte dat hij aan
allerlei clichés van het dichterschap voldeed.
Student aan de Universiteit van Tokyo, een
baan
bij
een
verzekeringsmaatschappij,
weggelopen bij zijn vrouw om lekemonnik te
worden en ernstig aan de drank. Er werd maar
één bundel van hem uitgebracht, Taikū (“Grote
hemel”, 1926), en die verscheen pas een
maand na zijn dood.
In Tokyo leerde hij Hagiwara Seisensui
(1884-1976) kennen, die een nieuwe stroming
in de haikupoëzie voorstond. Hij wilde af van
het versteende 5-7-5-schema en de verplichte
seizoenswoorden en vond dat er in de poëzie
meer gebruik gemaakt moest worden van
spreektaal. Een andere leerling van Seisensui
was Takeda Santōka (1882-1940), wiens
levenswandel als dronken bedelmonnik nogal
aan die van Hōsai doet denken. De gedichten
die zij schreven raakten bekend als “nieuwe
tendenshaiku” (shinkeikō haiku), soms ook wel
“één-regel-poëzie” (ichigyō-shi) genoemd.
Het was dankzij Seisensui dat Hōsai op
Shōdoshima belandde. In die laatste maanden
op
Shōdoshima
was
Hōsai
ongelofelijk
productief; hij schreef er onder andere deze
acht gedichten. “Hōsais haiku ontdekken”,
schrijft een criticus over zijn werk. En
inderdaad, de grote kracht van zijn poëzie is om
met onbevangen ogen om zich heen te kijken.
Alle gewone dingen om ons heen worden plots
voor de eerste keer gezien.
tatami o aruku suzume no ashioto o shitte iru
ik ken de voetstappen van de mus die op de
matten loopt
mizu o nonde wa shōben shi ni deru zassō
elke keer dat ik water drink, ga ik naar buiten
om te pissen op het onkruid
kabe no shinbun no onna wa itsu mo naite iru
de vrouw in de krant aan de muur is altijd aan
het huilen
shikareba sugu naku ko da to itte nakasete iru
je bent zo’n kind dat meteen gaat huilen als ik
er wat van zeg, zei ik en dat maakte hem aan
het huilen
kami no utsukushisa moteamashite iru
haar haar zo mooi dat hij niet weet wat hij moet
doen
iremono ga nai ryōte de ukeru
niets om het in te doen, maar ik accepteer het
met beide handen
shouji no ana kara nozoite mite mo rusu de aru
ook als ze door de gaatjes in de schuifdeur
turen is er niemand thuis
okkakete oitsuita kaze no naka
achtervolgd en ingehaald door de wind
尾崎放哉
畳を歩く雀の足音を知って居る
水を呑んでは小便しに出る雑草
壁の新聞の女はいつも泣いてゐる
叱ればすぐ泣く児だと云って泣かせて居る
髪の美しさもてあまして居る
入れものが無い両手で受ける
障子の穴から覗いて見ても留守である
追っかけて追ひ付いた風の中
Japanse kotowaza
Wegens ruimtegebrek deze eerste keer slechts
één Japans spreekwoord (kotowaza, 諺 ).
Volgende keer hopen we een aantal meer te
kunnen plaatsen.
捕らぬ狸の皮算用
Rōmaji: Toranu tanuki no kawa zan'yō
Letterlijk: "De huiden van Tanuki's die je niet
gevangen hebt tellen"
Betekenis: "De huid verkopen voordat de beer
geschoten is"
Jaargang 2001-2002 - Nummer 2 - December 2001
8
Jaargang 2001-2002 - Nummer 2 - December 2001