2001-2002 | 1

Object

Titel
2001-2002 | 1
Collegejaar uitgave
2001 – 2002
Nummer
1
extracted text
Tanuki Journal
Arsenaalstraat 1
2311 CT Leiden
E-mail:
riekswt@hotmail.com

Bestuur
Voorzitter:
John Benjamin
Stroobach
Tel. 071-5141767
GSM: 06-20565148
E-mail:jstroobach@
hotmail.com

Secretaris:
Maaike Venstra
Tel. 0345-530012
E-mail:
maaike_venstra@
hotmail.com

Penningmeester:
Jerome de Wit
Tel. 06-24937534
E-mail:
jeromedewit@
hotmail.com

Public Relations:
Wouter Luijendijk
Tel. 06-27378592
E-mail: uoruta@
hotmail.com

Tanuki Journal:
Rieks Warendorp
Torringa
Pellerij 12
9951 KE Winsum
Tel. 0595-441369
GSM: 06-23720029

E-mail:
tanuki@letmail.let.
leidenuniv.nl

Website:

www.let.leidenuniv.nl/
tcjk/tanuki

Tanuki Journal is een uitgave van Tanuki, studievereniging voor studenten in de
Japanologie en Koreanistiek aan de Universiteit Leiden

Akemashite, omedetò!
Misschien een beetje ongepast, zo'n "gelukkig nieuwjaar" zo tegen het
einde van oktober, maar ook weer niet, omdat dit de eerste Journal is
van het nieuwe collegejaar.
Niet alleen het collegejaar is nieuw, maar ook het bestuur van Tanuki.
De vorige bestuursleden hadden allemaal geen tijd meer en daarom
moest het voltallige bestuur vervangen worden. Doordat er niemand van
het oude bestuur bleef, moesten we even op gang komen. Dat is de
reden dat deze eerste Journal relatief laat is verschenen. Maar goed,
beter laat dan nooit, zullen we maar zeggen.
Graag wil ik in het voorwoord van deze kersverse Journal het oude
bestuur bedanken voor al het werk dat het voor Tanuki heeft verricht. Het
nieuwe bestuur stelt zich op de volgende pagina's meteen voor.
Laten we dan nu overgaan naar belangrijker zaken (ahum), namelijk
deze Journal. Het zal iedereen die al wat langer lid is van Tanuki meteen
opvallen, dat deze er helemaal anders uitziet. Sommigen kunnen zich
misschien nog herinneren, dat ik ooit, aan het einde van het collegejaar
1999/2000, één nummer van de Journal in elkaar heb gedraaid. Op dat
moment wist ik nog niet dat het maar bij één nummer zou blijven, en ik
had dan ook allemaal wilde plannen verzonnen om de Journal te
veranderen. Uiteindelijk is daar, vanwege mijn toch ietwat plotselinge
vertrek naar Japan voor een jaar, niks van terechtgekomen. Maar ook
hier geldt: beter laat dan nooit. Nu ben ik weer opnieuw redacteur van de
Journal en waarschijnlijk van iets permanentere aard. Ik heb de
gelegenheid meteen maar even aangegrepen om een aantal van mijn
wilde plannen ten uitvoer te brengen.
Het meest in het oog springende is waarschijnlijk de nieuwe opmaak.
Samen met een vriend van mij, Robert Vroemisse, wiens naam ik hier
toch even wil noemen, heb ik deze ontworpen. Persoonlijk vind ik dat het
er een stuk beter op geworden is, en ik hoop dat dat voor iedereen die de
Journal onder ogen krijgt, ook geldt.
Verder is nu dan toch ook de strip gerealiseerd. Op pagina vijf kun je
deze vinden. Hiervoor wil ik Alwin graag bedanken, wie het nog gelukt is
voor de deadline deze strip te tekenen. Zoals je zult zien is de tekst in het
Japans. Ik hoop dat de Koreanisten ons dit willen vergeven, maar een
dergelijke strip haalt zijn kracht gewoon voor een deel uit deze taal.
Er zijn nog een aantal nieuwe, enthousiaste plannen bedacht, maar
daarover zal ik hier verder niet uitweiden. Het is in ieder geval de
bedoeling de Journal nog wat verder te ontwikkelen. In de komende
nummers zul je wel zien in hoeverre ons dit is gelukt.
Bij deze wil ik ook meteen een oproep doen aan iedereen die dit leest:
als je iets hebt wat je in de Journal zou willen plaatsen, of een idee of zo
hebt, aarzel niet en stuur op! Bijdragen van leden zijn meer dan welkom!
Tenslotte nog even een korte opmerking over de website: deze is op
het moment van dit schrijven nog hopeloos verouderd, maar we proberen
deze zo snel mogelijk weer up-to-date te maken.
Rest mij nu alleen nog je veel plezier te wensen met deze Journal,
Rieks.

Jaargang 2001-2002 - Nummer 1 - Oktober 2001

2
Het nieuwe bestuur

Maaike Venstra,
ab actis.

Zoals je inmiddels waarschijnlijk al wel duidelijk
geworden zal zijn, heeft Tanuki met de ingang
van het collegejaar 2001-2002 een volledig
nieuw bestuur gekregen. Graag stellen wij ons
in deze eerste Journal van het jaar even voor,
zodat iedereen weet bij wie hij met welke
vragen, ideeën, opmerkingen of wat dan ook
terechtkan .

Ook ik maak bij deze van de
gelegenheid gebruik mijzelf als
nieuw Tanuki-bestuurslid voor te
stellen.
Mijn naam is Maaike Venstra
en ik ben 20 jaar. Op mijn achttiende ben ik
meteen na de middelbare school Japans gaan
studeren. Op het moment ben ik dan ook
derdejaars. Het tweede jaar heb ik samen met
nog zeven medestudenten doorgebracht in Huis
ten Bosch. Tijdens mijn verblijf daar heb ik ook
de mogelijkheid gehad reisjes te maken. Zo heb
ik samen met mijn vriend vakantie kunnen
vieren op Okinawa en ben ik samen met mijn
broer Tokyo gaan verkennen. Het was dan ook
in Tokyo dat ik het mailtje opende waarin mij
werd gevraagd lid te worden van het Tanuki
bestuur.
Omdat ik in mijn eerste jaar nou niet
vreselijk actief heb deelgenomen aan de
activiteiten, besloot ik mijn verblijf in Japan als
termijn te stellen om er over na te denken.
Nadat ik ruimschoots de tijd had gehad na te
denken over mijn besluit, kwam ik tot de
conclusie dat het me eigenlijk gewoon heel erg
leuk leek om te doen. Vandaar dus dat ik mij nu
kan voorstellen als de nieuwe secretaris van
Tanuki.
Ik hoop dat het een leuk jaar gaat worden.
Aan het enthousiasme van het nieuwe bestuur
zal het in ieder geval niet liggen.

Het bestuur.

John Benjamin Stroobach,
praeses.
Inmiddels is de eerste Tanukiborrel van dit collegejaar een
feit. Ik denk dat velen van jullie,
en dan met name de eerstejaars
studenten,
hierbij
aanwezig
waren. Het is niet onopgemerkt voorbijgegaan
dat deze borrel niet de normale "laatstedonderdag- van- de- maand- borrel- in-caféCheers" was, maar een borrel waarbij het
inmiddels oude bestuur is vervangen door een
geheel nieuw bestuur. Voor diegenen die niet bij
de borrel aanwezig waren, of voor diegenen die
zich niets meer van de borrel kunnen
herinneren; mijn naam is John Benjamin
Stroobach, en dit jaar zal ik in de functie van
praeses het bestuur van Tanuki voorzitten. Dit
jaar ben ik vierdejaars Japans, en ook
vierdejaars Rechten. Vierdejaars, dat wel, maar
in de praktijk kan ik het ook nog steeds heel
goed vinden met derdejaars en ook nog wel een
beetje met tweedejaars studenten, als jullie
begrijpen wat ik bedoel.
Ook dit jaar zal Tanuki weer heel wat van
zich laten horen. Natuurlijk is er elke laatste
donderdag van de maand een borrel in café
Cheers, waar alle leden hun eerste gratis
drankje kunnen nuttigen. Er zal ook dit jaar om
de zoveel weken een Tanuki Journal uitkomen,
en er zullen op z’n minst twee feesten
georganiseerd worden. Daarnaast zijn we
natuurlijk ook bezig met het organiseren van
andere activiteiten voor jullie, waaronder het
Toyama Homestay project, dat waarschijnlijk in
maart volgend jaar zal plaatsvinden. Zodra we
meer weten, horen jullie dat zo spoedig
mogelijk!
Ik wens iedereen een zeer goed "Tanukijaar". Als jullie vragen hebben, kunnen jullie
altijd bellen of mailen met één van de
bestuursleden! Succes dit jaar,
John.

Maaike.

Jerome de Wit,
questor.
Mijn naam is Jerome de Wit en
ik ben de nieuwe penningmeester voor het aankomende
Tanuki-jaar. Ik ben 21 jaar en
ben derdejaars Koreaans. Na het
behalen van mijn middelbare schooldiploma ben
ik direct met de studie Koreaans begonnen.
Vorig jaar ben ik lid geworden van Tanuki en
vond het leuk om ook eens in contact te komen
met mensen die Japans doen. Want ook al is het
een andere cultuur, wat betreft het aanleren
van de taal en de vakken die gegeven worden,
zitten er toch veel overeenkomsten in beide
studies.
Ook al zijn er niet zoveel leden van Tanuki
die Koreaans studeren, ik wil mij dit jaar toch
inzetten om ook wat dingen voor Koreanisten te
organiseren. Dingen die natuurlijk ook voor
Japanologen interessant zullen zijn, zoals
bijvoorbeeld Koreaanse filmavondjes. Het kan

Jaargang 2001-2002 - Nummer 1 - Oktober 2001

3
natuurlijk nooit kwaad om ook eens bij de buren
te kijken. Volgend jaar (in maart) zal ik voor
een jaar naar Korea gaan en daar heb ik
ontzettend zin in. Ik hoop dat we een leuk
Tanuki-jaar zullen hebben en dat ook de leden
lekker actief mee zullen doen bij de activiteiten
die georganiseerd gaan worden.
Jerome.

Wouter Luijendijk,
public relations.
Onlangs werd mij gevraagd of ik
wellicht schizofreen ben. Dit
omdat ik op een of andere
manier lijk op te duiken in elk
college in verschillende jaren van
een niet nader te noemen docent. De uitleg is
misschien iets minder spectaculair. Ik ben sinds
september van dit jaar begonnen te studeren in
Leiden. Omdat ik hiervoor al afgestudeerd was
in Maastricht aan de opleiding Oriëntaalse Talen
en Communicatie, richting Japans, kreeg ik de
mogelijkheid in Leiden het taalprogramma van
het derde jaar te gaan volgen. Wel moet ik nog
de cultuurvakken uit het eerste jaar doen,
alsook het vak cyclus uit het tweede jaar (waar
ik me overigens wel in goed en divers
gezelschap lijk te bevinden).
Mijn functie binnen het Tanuki-bestuur is die
van PR-meneer. Een praktisch voorbeeld van
een glad PR-praatje is bijvoorbeeld het
volgende. Mensen vragen mij wel eens: waarom
zou ik eigenlijk lid worden van Tanuki? Mijn
geslepen antwoord luidt in zo'n geval:
"Lidmaatschapsgeld is fl. 35,- per jaar. Ga er
even voor het gemak van uit dat er negen
borrels en twee feesten per jaar zijn. Op de
borrel krijgt elk Tanuki-lid z'n eerste drankje
gratis en op de toegang tot de feesten is er een
ledenkorting van vijf gulden. Een snelle
rekensom (negen maal fl. 3,- en twee maal fl.
5,- = 37 gulden!) leert ons dus dat we dief van
eigen portemonnee zouden zijn door geen lid te
worden. Sterker nog, we kunnen ons afvragen
wat we allemaal met die winst zouden kunnen
gaan doen." Vrij overtuigend dus als je het mij
vraagt.
Naast het verzinnen van verkooppraatjes,
hoop ik me ook bezig te kunnen gaan houden
met het organiseren van de feesten en borrels
en het verzinnen van meer excuses om
collectief feest te vieren (mijn bescheiden doel
is Backstreet Boys-achtige taferelen met
slaapzakken aan de vooravond van de
kaartverkoop van het eerstkomende feest).
Voor de wat serieuzere kant van mijn
persoonlijkheid verwijs ik graag naar mijn
functie als aanspreekpunt. Als er iets is dat je
leuk lijkt, niet bevalt, roert, stoort of in

vervoering brengt: laat het me weten. Als je
denkt een goed idee te hebben voor feesten,
borrels of wat dan ook, zeg het maar. De kans
dat ik of aan een beker koffie plak in het
Arsenaal of ergens naast je zit bij college is
namelijk vrij groot.
Om mijn vermeende schizofreniteit nog wat
extra diepte te geven: ik ben sinds kort ook nog
eens lid van de opleidingscommissie. Kortom,
stalk me maar.
Ik ben er van overtuigd dat dit een goed jaar
gaat worden. Het zou trouwens wel helpen als
jullie dit ook zo zagen. Tot ziens hopelijk op de
komende borrel of waar dan ook in de
tussentijd.
Wouter.

Rieks Warendorp Torringa
Tanuki Journal.
Het is mij een eer mij opnieuw
voor te kunnen stellen als
redacteur van de Tanuki Journal.
Opnieuw? Jazeker. Ik ben al
eens
eerder
een
blauwe
maandag redacteur van de Journal geweest,
namelijk in het collegejaar 1999-2000. Ik werd
pas tegen het einde van dat collegejaar
redacteur omdat mijn toenmalige voorganger,
Erik, vanaf toen pas geen tijd meer had.
Zodoende heb ik alleen het laatste nummer van
dat jaar onder mijn redactie gehad. Op het
moment dat ik toen redacteur werd, echter, had
ik niet voorzien dat ik het collegejaar daarna
weer voor een jaar in Japan terecht zou komen.
Doordat
dat
wel
gebeurde,
was
mijn
redacteurschap dus maar van korte duur.
Omdat we inmiddels weer meer dan een jaar
verder zijn, is het denk ik toch even
noodzakelijk dat ik mij opnieuw voorstel. Ik ben
dus Rieks, ik ga nu mijn vijfde (en hopelijk
laatste) jaar in van de studie Japanologie en
heb inmiddels twee jaar in Japan verbleven. Het
eerste jaar, net als zovelen, in Huis ten Bosch,
dat was het jaar 1998/1999. En het tweede
jaar… ook in Huis ten Bosch! Dat dit een
zeldzaamheid, zo niet een onmogelijkheid is, zal
ik niemand hoeven vertellen en het voert te ver
om daar hier echt op in te gaan, maar het is
toch gebeurd. Dat was dus het collegejaar
2000/2001, het afgelopen jaar dus.
Tijdens mijn verblijven in Japan heb ik ook
heel wat afgereisd. Tijdens mijn eerste verblijf
heb ik grofweg alle 'beroemde' steden en
plaatsen wel bezocht (Tokyo, Osaka, Kyoto,
Nara, naja, de hele club). Gedurende mijn
tweede verblijf had ik dus de kans om de dingen
die ik nog niet gezien had, alsnog te zien. Als
één van de hoogtepunten hierbinnen, vallen de

Jaargang 2001-2002 - Nummer 1 - Oktober 2001

4
reis naar Sendai en vervolgens weer zuidwaarts
met mijn moeder en de reis die ik met mijn
vriendin naar Okinawa gemaakt heb, te
noemen.
Voorts ben ik als onschuldige eerstejaars ooit
nog
betrokken
geweest
bij
'geheime
bijeenkomsten' om het toen nog ter ziele
gegane Tanuki onder praeses Erwin van
Pruissen weer nieuw leven in te blazen (het
gaat hier om een eenmalig, in enigszins
beschonken
toestand
gehouden
gesprek
waarvan de essentie de volgende dag wel zo
ongeveer weer vergeten was), wat de club van
Ad, Dominique en Ronald later gelukkig met
meer succes nog eens hebben overgedaan.
Verder heb ik niet zoveel meer te vertellen,
geloof ik. In het voorwoord kun je lezen over de
Journal zelf en de veranderingen eraan die je
waarschijnlijk al zullen zijn opgevallen (degenen
die Tanuki al langer kennen, tenminste) en
verdere mededelingen zijn hier ook niet erg op
zijn plaats denk ik, dus ik maak er maar weer
eens een eind aan.
Ik hoop dat ik met deze verantwoordelijkheid
voor de Journal niet het lot van avondenlang
achter mijn computertje kopij tikken op mijn
hoofd gehaald heb, maar dat ik van een ieder
die wat leuks denkt te hebben, dat tegemoet
kan zien. Ik wens iedereen in ieder geval veel
plezier met het lidmaatschap van Tanuki en ik
hoop iedereen op de volgende borrel in levende
lijve te ontmoeten.
Sarabada,
Rieks.

Mailuitwisseling met
chūgakusei uit Fukuoka
Van Kamura-sensei, die werkzaam is als docent
op een chūgakkō (onderbouw middelbare
school) in Fukuoka, kregen wij de vraag, of er
nog studenten bereid zouden zijn om met de
leerlingen van die school, als onderdeel van de
Engelse les, e-mails uit te wisselen. De
scholieren zullen per mail een aantal vragen
stellen, waarop zij vervolgens natuurlijk graag
antwoord terug willen hebben. De bedoeling is,
dat dit alles in het Engels gebeurt.
Het zal ongetwijfeld ook mogelijk zijn, om via
deze weg ook e-mails in het Japans uit te
wisselen, maar in eerste instantie gaat het om
training in het Engels.
Voor meer informatie of opgave als
deelnemer, kun je mailen naar Ronald Hilhorst.
Zijn e-mail adres is ronald@hilhorstweb.com.
Kamura-sensei streeft ernaar ongeveer twaalf
deelnemers te vinden.

Column: Yakiba
Laat ik eens een stukje schrijven over het
restaurant dat bij het dormitory-complex van
Huis ten Bosch hoort. Om mensen die al een
jaar in Huis ten Bosch hebben gezeten te
vervullen van nostalgische gedachten en om
mensen die van plan zijn een jaartje Huis ten
Bosch te doen alvast voor te bereiden op dit
fenomeen, dat bekend staat als de shokudō.

De shokudō van Huis ten Bosch is namelijk,
zoals je
dat van
een gerenommeerd
themapark als
Huis ten
Bosch mag
verwachten, een waar paradijs
voor
gastronomen. Zelfs
de kakkerlakken zijn er
maar niet weg te slaan. Aan het begin van
mijn tweede verblijf in Huis ten Bosch, heb ik
de brave borsten van deze culinaire tempel een
dappere poging zien wagen om deze kleine
veelvoetertjes duidelijk te maken dat de
alhier bereide culinaire hoogstandjes
slechts
voor
de
zeer gewaardeerde medewerkers
van Huis ten Bosch bedoeld zijn en dat ze dus
maar ergens anders hun buikjes rond moeten
gaan eten.
Tenminste, ik neem aan dat dat het doel was
van de
actie tijdens
welke de shokudō
hermetisch werd afgesloten en wij binnenin
een man in een wit pak en een rare
luchtdichte helm op in de nachtelijke uurtjes in
de shokudō zagen ronddolen.
Nachtelijke uurtjes? Jawel hoor. Het zou me
niets verbazen dat de edelmoedigheid van Huis
ten Bosch, welke blijkt uit het handhaven van
dit
eetpaleis
om
zijn
werknemers
te
verwennen, is overgeslagen op die werknemers,
die het niet zouden kunnen verdragen om te
zien dat hun kleine medewezens ergens aan de
kost moeten proberen te komen.
Maar
genoeg hierover. Wat maakt de
shokudō nu dan zo bijzonder in vergelijking
met andere restaurants? Het zou kunnen dat
het de lieftallige dames zijn die het privéleven van de gast respecteren en daardoor niet
meer dan het hoogstnodige zeggen. Die bang

Jaargang 2001-2002 - Nummer 1 - Oktober 2001

5
zijn dat de gast, na te hebben besteld, iets te
lang op zijn overheerlijke traktatie moet
wachten en daarom met zoveel energie als
enigszins mogelijk is vanachter hun balie de
naam van het culinaire hoogstandje de zaal in
zwieren.
Het zou ook de gezellige inrichting kunnen
zijn. Gekozen is voor een ruime opzet met de
tafels volgens
de laatste
esthetiek in
gezellige, lange rijen. De essentie van de
tafels wordt naar voren gebracht door de
eenvoud van de bekleding; het mooie zwarte
tafelblad
wordt
gevuld
door
prachtige
Tupperware-drinkbekertjes
(in
twee
verschillende
kleuren, maar
liefst) met
daarin
de
op satijn
lijkende papieren
servetjes. De sfeervolle verlichting bestaat uit
modern ogende TL-buizen en wordt gezellig
gemaakt door kleine, vliegende vriendjes. Om
ervoor te zorgen dat zij het licht niet te erg
dempen,
wordt
een
eenvoudige
vliegenplakker achter de balie neergehangen
waaraan de vliegertjes vredig hun eeuwige
slaap slapen.
Uiteindelijk denk ik dat het toch de o zo
fantasievolle, zeer smakelijke gerechten zijn die
we dagelijks in de shokudō kunnen proeven.
Op het menu een keus van zeker twintig
verschillende gerechten, het ene nog origineler
dan het andere. Wat een luxe als je er maar
zo'n 350 keer per jaar eet! De smaak laat
geen twijfel meer bestaan over het feit dat men
minstens even bedreven in het kokkerellen is
als in het kleinschalig houden van de
verzameling vliegende diertjes bij de TL-buizen.
Ook die verzameling verschilt van dag tot dag.
Tijdens mijn eerste verblijf al verzon ik
samen met een medestudent de enige juiste
koosnaam voor dit op smullen gerichte Mekka:
de Yakiba. Klinkt erg Japans maar zegt voor
een Nederlander genoeg.
Wij dachten ook dat de door ons verzonnen
koosnaam nog dicht bij de waarheid lag ook,

dat het namelijk 'de plaats waar men bakt'
zou betekenen. Dat bleek in zekere zin ook
waar.
Yakiba is namelijk Japans voor
crematorium. En reken er maar op dat de twee
gelegenheden qua gezelligheid en originaliteit
wat betreft de consumpties niet eens zo gek
ver bij elkaar vandaan liggen.
Rieks.

Herinnering
Het nieuwe collegejaar is alweer enige tijd
begonnen tegen de tijd dat deze Journal
uitkomt. Toch hebben we van een aantal leden
de contributie voor Tanuki (fl 35,-) voor het jaar
2001/2002 nog niet ontvangen. Daarom zouden
we iedereen die zijn of haar contributie nog niet
voldaan heeft, willen verzoeken dit zo spoedig
mogelijk te doen. Dit kan zowel door het
contant
te
betalen
aan
één
van
de
bestuursleden, of door het over te maken op
bankrekeningnummer 43.48.85.614 (ABN/Amro
te Leiden) t.n.v. Tanuki, Arsenaalstraat 1, 2311
CT Leiden o.v.v. contributie 2001/2002. Alvast
bedankt,
Het bestuur.

Oproep
Ben je, nadat je je bij Tanuki hebt
ingeschreven, verhuisd, of heb je een ander email adres gekregen? Geef dit dan zo spoedig
mogelijk door aan het bestuur, door een briefje
in het postvakje van Tanuki op het Arsenaal
achter te laten of door naar Tanuki te mailen op
adres tanuki@letmail.let.leidenuniv.nl. Alvast
bedankt voor de medewerking,

Jaargang 2001-2002 - Nummer 1 - Oktober 2001

Het bestuur.

6
Luijendijk leeft in het
verleden
Het vorige jaar heb ik doorgebracht in Kyoto.
Tijdens dit jaar deed ik zo nu en dan verslag
aan het thuisfront over mijn belevenissen
13.000 kilometer oostwaarts. Het is nu precies
een jaar geleden dat ik op homestay ging naar
het plattelandsdorpje Yakuno.
Wouter.
"Ik ben dit weekend op homestay geweest. Van
vrijdagochtend (vroeg!) tot zondagmiddag.
Bestemming was het dorpje Yakuno (met
ongeveer vijfduizend inwoners), in de provincie
Kyoto, twee uur met de bus vanaf Kyoto-stad.
Samen met 31 andere buitenlandse studenten
(voornamelijk Aziaten) vertrokken we om negen
uur uit Kyoto. Eén van de eerste programmaonderdelen was een bezoek aan de plaatselijke
lagere school. We werden de gymzaal
binnengeleid alwaar alle kinderen keurig op een
rijtje zaten te klappen voor de hooggeëerde
gasten. Als heuse eregasten werden we op
stoelen vooraan in de zaal geplaatst. Elke klas
had een act(je) voorbereid en het was echt heel
leuk om ze zo bezig te zien. Eén van de liedjes
die ze hadden ingestudeerd, was in het Engels
en had de briljante tekst:
"Good afternoon, good afternoon and how do
you do? Good afternoon, good afternoon and hi,
how are you?"
Nadat het liedje een aantal keren was
gezongen, werd ons gevraagd te mengen onder
de kinderen en samen dit liedje te zingen. Als
voor Mozes spreidde een zee van zwartharige
hoofdjes zich voor mij. Licht aarzelend kwam uit
de massa een dapper kereltje naar voren, dat
mij vroeg: "zullen we samen zingen?". Hand in
hand begon ons hartverscheurende duet en
kennelijk was dit het groene licht voor alle
anderen. Na een kleine tweeduizend keer "good
afternoon" werden we opgedeeld in kleine
groepjes en meegevoerd naar een klaslokaal.
Aldaar was het de bedoeling dat we samen met
de kinderen een aantal Japanse spelletjes
gingen doen. Eerst was er ook hier aarzeling,
maar na een tijdje ging het heel goed. Ik dacht
bij één van de spelletjes de hele tijd te winnen,
maar het bleek dat ik het niet helemaal
doorhad, uiteraard tot groot plezier van mijn
tegenstandertjes.
Na het speelkwartier werden we voorgesteld
aan onze gastouders. Ik en een Maleisische
jongen waren ingedeeld bij een echtpaar van
achter in de zestig. Hun huis was erg groot voor

Japanse maatstaven, alles in Japanse stijl en
een deel van het huis was zelfs een oude
tempel.
Ik moet er misschien toch maar eens mee
ophouden. Doen alsof ik weet wat iemand zegt,
terwijl ik er eigenlijk de helft niet van versta. In
bovenstaande hoedanigheid antwoordde ik
kennelijk bevestigend op wat achteraf de vraag
"eet je normaal 's ochtends ook altijd rijst?"
bleek te zijn. Zaterdagmorgen traden ik en mijn
Maleisische vriend Hew Soon Hin ("call me
Hugh") de traditionele Japanse eetkamer
binnen. Met een vriendelijke glimlach schotelde
de vrouw des huizes ons achtereenvolgens rijst,
miso-soep, gebakken makreel (!), zeewier,
rauwe bonen en tōfu voor. Uit een ooghoek
keek ik toe hoe mijn vriend Hew een klein dood
visje uit zijn soep toverde. Licht paniekerig
roerde ik quasi-nonchalant met m'n eetstokjes

door de soep, om uiteindelijk met een opgelucht
gevoel te constateren dat er zich in mijn soep
geen van dit soort bevond. De volgende morgen
aan het ontbijt kreeg ik gelukkig alsnog mijn
welverdiende deel. In mijn poging een plakje
zeewier uit de soep te vissen, vond ik mezelf
plotseling oog in oog met een levenloos stukje
vis. Droge koude oogjes staarden me aan met
een blik van "kom lafaard, ik ben m'n staart al
kwijt, maak nu het karwei maar af". Ik bedacht
me dat het goed mogelijk zou zijn om mijn visje
onder een stukje zeewier te schuiven en een
klein bodempje soep te laten staan. Maar
opeens leek er geen houden meer aan. Uit alle
hoeken van mijn soepkom verschenen nieuwe
oogjes, allemaal met dezelfde, droge blik en
allemaal leken ze te fluisteren: "eet me. Eet me
dan". Zodoende. Met veel vertoon klemde ik het
slachtoffertje tussen m'n stokjes en vroeg in
een laatste wanhopige poging aan de heer des
huizes: "zeg, eten jullie die visjes, eh…
helemaal?". Ja dus. Alles voor het intercultureel
wederzijds begrip. Niet eens zo smerig
trouwens.
De rest van het eten was heerlijk. Eén van de
eerste vragen van mijn gastvader toen ik hem
ontmoette was: "drink je?". Ja. Die avond en
ook zaterdagavond vloeide het bier en de
Japanse sake rijkelijk en langzaam kwamen we

Jaargang 2001-2002 - Nummer 1 - Oktober 2001

7
tot de conclusie dat we allemaal broeders en
zusters zijn. Elk taal- of cultuurprobleem lijkt
simpel te overbruggen met een paar procentjes
alcohol. Erg leuk om te zien hoe sommige
Japanners dronken worden trouwens. Het
gezicht wordt alsmaar roder, de oogjes kleiner
en uiteindelijk worden de meest interessante
posities aangenomen om, al hangend over de
tafel, toch nog nuchter en geloofwaardig over te
komen. Dit tevergeefs echter.
Zaterdagmiddag naar de lokale onsen (een
soort van badhuis met een warme, vaak
vulkanische bron) gegaan. Zittend in een heet
bad had ik aan de ene kant een prachtig uitzicht
op de bergen in de verte. Een andere optie qua
uitzicht was een rij oude, naakte Japanners,
zich wassende alvorens het bad te betreden,
aan de andere kant. De keuze was vrij snel
gemaakt. Zittend in het hete water met de
bergen in de verte kan je je heerlijk laten
meeslepen in een rozig, dromerig gevoel.
Uiteraard verandert dit alles vrij drastisch als
één van de oude mannetjes het nodig blijkt te
vinden recht tegenover je te gaan zitten.
Gelukkig was er ook nog een sauna, een
buitenbad en een 'ijsberenbad'. Na dit alles is
de ultieme afsluiting het zitten in één van de
massagestoelen in de ontspankamer. In een
heerlijke luie ligstoel zijn een aantal bobbels
ingebouwd die op en neer bewegen en
masserende bewegingen maken voor rug,
schouders en nek. Op de één of andere manier
denk ik dat de standaardinstelling van de
stoelen niet gericht is op mensen van mijn
lengte. De reden dat ik dit denk, is dat ik meer
dan eens een aantal fikse boksbewegingen
voelde op plaatsen waarvan ik nu heb geleerd
dat daar dus mijn zenuwknopen zich bevinden.
Het was een erg leuk weekend. Met een
lichtelijk wreed gevoel van trots kan ik zeggen
dat mijn gastmoeder de enige was van alle
families die moest huilen toen we gisteren
afscheid namen. Wat een lieve mensen."

Richtlijnen stukjes Tanuki
Journal

de richtlijnen voldoet, is er kans dat het stukje
door de redactie zodanig bewerkt wordt, dat het
hieraan wel voldoet. Uiteraard gaat het hierbij
niet om inhoudelijke wijzigingen, doch slechts
stilistische. Bij verregaande (inhoudelijke)
wijzigingen, zullen we vooraf het stukje inclusief
de wijziging voorleggen aan degene die het
geschreven heeft, zodat die kan beoordelen of
hij of zij zich kan vinden in de wijzigingen. De
richtlijnen zijn eenvoudig:
-

-

Probeer een artikel te voorzien van een
kleine inleiding, zodat de lezer niet meteen
midden in een verhaal valt
Vermijd 'turbotaal' (dingen als "vet gaaf"
enzo) en schuttingtaal
Vermijd dingen die beledigend kunnen zijn
voor iemand

Het doel van deze richtlijnen is de Journal een
beetje een volwassener imago te geven.
Eventuele aanpassingen van de redactie aan
een ingeleverd stukje, zouden dus dingen
kunnen zijn als de toevoeging van een kort
inleidend stukje of het veranderen van een
woord in 'turbotaal' in een gangbaarder
synoniem.
Een stukje kan worden ingeleverd door het in
het postvakje van Tanuki op het Arsenaal te
leggen, het te mailen naar riekswt@hotmail.com
of door het aan één van de bestuursleden te
geven.
De redactie

LSR Onderwijsprijs
Ook dit jaar wordt er weer een prijs uitgekeerd
voor de beste docent, bestaande uit een bedrag
van fl. 10.000,-. Is er een docent van de
faculteit Japanologie en Koreanistiek die je wilt
nomineren voor deze prijs? Vraag dan,
persoonlijk
of
per
e-mail,
naar
het
deelnameformulier bij één van de bestuursleden
van Tanuki. Voor meer informatie kun je
uiteraard ook bij ons terecht.

Dat de Tanuki Journal veranderd is, zal je
waarschijnlijk wel zijn opgevallen. Niet alleen de
opmaak is echter veranderd, ook qua inhoud is
er het één en ander veranderd. Zoals ook in het
voorwoord gezegd, zijn bijdragen van de leden
voor de Tanuki Journal meer dan welkom.
Graag wil ik bij deze even een paar richtlijnen
geven, waarvan ik blij zou zijn als een stukje
daaraan zou voldoen. Richtlijnen zijn geen
regels, dus het stukje hoeft er niet per se aan te
voldoen, maar het zou wel fijn zijn als het dat
wel deed. Indien een ingeleverd stukje niet aan

Jaargang 2001-2002 - Nummer 1 - Oktober 2001

8

Advertentie Kooyker

Advertentie Tozai/Japans Winkeltje

Jaargang 2001-2002 - Nummer 1 - Oktober 2001

Collecties
TaTanukiKi