1999-2000 | 5

Object

Titel
1999-2000 | 5
Collegejaar uitgave
1999 – 2000
Nummer
5
extracted text
Tanuki Journal
Redactie adres:
Arsenaalstraat 1
2311 CT Leiden
tanuki@letmail.let.
leidenuniv.nl
Redactie:

Erik van der Molen
071-5128599
bikkuri2@hotmail.com

Tanuki bestuur
Voorzitter:

Dominique Milet de
St. Aubin
071-5226865
d_milet_de_aubin
@mailbox.leidenuniv.nl
Secretaris:

Ronald Hilhorst
06-50624250
r.hilhorst@zonnet.nl

Penningmeester:

Ingrid Oolman
071-5760286
i.oolman@stu.let.
LeidenUniv.nl

Tanuki Journal is een uitgave van Tanuki, studievereniging voor studenten in de
Japanologie en Koreanistiek aan de Universiteit Leiden. Jaargang 99-00. Nummer 5.
Oktober 1998.

Oproep ‘Tanuki’ bestuur!
Jullie zullen je er nog niet mee bezig houden, maar het duurt niet al te
lang meer en het collegejaar is weer voorbij! Dit betekent weer een
lekkere lange collegevrije periode!
Maar wat mij bezighoudt is de voortzetting van ‘Tanuki’; het is de
afgelopen 2 jaar gebleken dat met een beetje inzet er iets leuks van
‘Tanuki’ te maken is (alhoewel de participatie van de leden soms
tegenvalt).
MAAR, aangezien bijna het gehele bestuur (alleen ik,
,blijf over )
opstapt wegens afstuderen, zoek ik enthousiaste mensen, die samen met
mij de traditie van ‘Tanuki’ anno 1982, willen voortzetten. Per week ben
je er misschien een uurtje mee bezig, al naar gelang de activiteiten die er
zijn op dat moment.
Heb je interesse om actief te worden voor ‘Tanuki’: volg eens een
vergadering bij. Elke week op dinsdag om 10:00 uur in het Arsenaal.
Natuurlijk kan je ook altijd een van de bestuursleden aanschieten voor
informatie. Ik hoop jullie te zien op een van de vergaderingen……
Maar goed, in ieder geval hier alweer de vijfde Journal van dit jaar, en
tevens mijn laatste als redacteur (Erik). Wel behoorlijk vol met
informatie deze keer; onder andere een interessant stuk van Sebastiaan
uit Tokio (Lang leve de zelfverheerlijking!), verslagen van Tanukiactiviteiten en zoals inmiddels gewend een berichtje van Daan uit Japan.
Dus veel leesplezier maar weer, en tot ziens!
Erik en

.

Feestcommisie
“FC Guus & Chris”

Tamara van der
Hoek
071-5760762
tvdhoek@hotmail.com

Jessica Stoter
071-5760762
l.j.t.stoter@zonnet.nl

Maak je medestudenten lid van
Tanuki!
Vraag om een inschrijfformulier bij het
bestuur.

Tanuki Journal – Jaargang 99-00 – Nummer 5 – Maart 2000

zevental restaurants waar goed en goedkoop eten
werd geserveerd. Naast een enorme bibliotheek en
luxe studiezalen was er ook een world language
centre geopend in een pas gereed gekomen, 14
verdiepingen hoog universiteitsgebouw, waar de
buitenlandse studenten tegen vergoeding vrije
conversatieles (Engels, Duits, Frans, Italiaans,
Spaans, Portugees, Russisch Chinees, Koreaans,
Swahili etc.) verzorgden. Nederlands en Nepalees
zijn op initiatief van een medestudent en mijzelf
aan de lijst toegevoegd.

Bericht uit Tokio
Beste medestudenten Japanologie,
Sommige van jullie zullen zich mij misschien nog
herinneren. Ik ben verleden jaar halverwege het
derde jaar naar Japan vertrokken. Dat halverwege
het derde jaar had te maken met het feit dat het
schooljaar in Japan in april begon, ik had mij al
vroeg in mijn studie heilig voorgenomen op een
Japanse Universiteit te gaan studeren. Tijdens een
bezoek aan Japan in 1998, dat in het kader stond
van een Wereld Studenten Vredes Conferentie,
georganiseerd door de SGI (Soka Gakkai International, een organisatie ter bevordering van
vrede, cultuur en onderwijs op basis van het
boeddhisme van Nichiren Daishonin), bezocht ik
de Soka Universiteit in Hachiouji Tokyo.

Het was opmerkelijk dat er door de stichter van de
Universiteit zoveel aandacht werd geschonken aan
de buitenlandse studenten. Al snel na de
openingsceremonie ontvingen alle buitenlandse
studenten een stapel boekenbonnen ter waarde van
40.000 yen dat is zo'n fl.800,-. Daarnaast is het nog
zeker 5 maal in de loop van het jaar voorgekomen
dat we een financiële ondersteuning ontvingen van
10.000 yen (fl.200,-) per keer. Ook ontvingen we
regelmatig een tas gevuld met fruit, dozen met
koekjes, chocola en frisdranken.

Het is misschien interessant even te vermelden dat
ik tot de pioniers van de Soka Gakkai Nederland
behoor en daar nog steeds erg trots op ben. Dat dit
heeft meegespeeld in mijn beslissing om aan deze
Universiteit een intensive talencursus te volgen
spreekt voor zich. Het is een universiteit met
uitwisselingsverdragen met universiteiten uit alle
delen van de wereld. Het was hierdoor een goede
gelegenheid om met studenten uit andere landen en
met een andere cultuur contact te maken. De reden
waarom er zoveel uitwisselingscontacten tot stand
zijn gekomen, heeft te maken met de activiteiten
van de grondlegger van deze universiteit, Daisaku
lkeda. Een man die al zijn inspanningen richt op
het creëren van een humane 21ste eeuw.

Wat de intensieve talencursus betreft werd ik op
basis van mijn voorkennis van de Japanse taal
ingedeeld in Jl, van de drie klassen de klas op het
hoogste niveau. De meeste medestudenten waren
van Aziatische afkomst en hadden wat betreft het
lezen van de Chinese karakters een groot voordeel
(de reden waarom in mijn klas zoveel Aziaten
zaten was dat ik was ingedeeld bij die groep van
buitenlandse studenten die op eigen initiatief en
dus niet via een officieel uitwisselingsverdrag als
student stonden in geschreven. Onder de
werkelijke uitwisselingsstudenten bevonden zich
ook meer Europeanen).

Op basis van vredesvoorstellen en dialogen met
vooraanstaande wereldleiders, wetenschappers,
kunstenaars, jeugd etc. ontving hij meer dan 80
onderscheidingen
waaronder
eredoctoraten
ereburgerschappen en vredesprijzen. Ik ben
gedurende mijn verblijf drie maal uitgenodigd
(samen met zo'n 3000 andere genodigden) bij een
ceremonie aanwezig te zijn waarbij Daisaku lkeda
een onderscheiding werd uitgereikt. Het komt ook
regelmatig voor dat
de buitenlandse
wetenschappers lezingen verzorgen die
te
bezoeken zijn. Vooral een lezing van Johan
Galtung, 's werelds eerste vredes-onderzoeker, nu
inmiddels de 70 gepasseerd maar nog steeds zeer
actief, maakte zeer veel indruk op mij.

Het was voor mij vanaf het begin af aan een grote
uitdaging. De enorme hoeveelheid behandelde stof
met gedetailleerde grammaticale uitleg hebben
mijn Japans enorm verrijkt. Alle colleges werden
in het Japans gehouden en slechts bij wijze van
hoge uitzondering werd er Engels door de
docenten gesproken (De meeste docenten hadden
een redelijk niveau Engels) . De docenten zelf
onderscheidden zich voornamelijk door hun
enorme inzet en enthousiasme voor het
onderwijzen. Naast het reguliere taalprogramma
werden er ook algemene vakken onderwezen en
was het mogelijk op eigen initiatief lezingen en
colleges bij te wonen aan de verschillende
faculteiten van de universiteit, iets waar ik in het
laatste half jaar veel gebruik van heb gemaakt.

Nu even wat praktischer nieuws. Na aankomst
kreeg ik een goedkope kamer in een studentenflat
toegewezen (gesubsidieerd door Daisaku lkeda).
Op de campus van de Universiteit zelf waren een

Op basis van mijn muzikale vooropleiding die
lange tijd in het kader heeft gestaan van het
2

Tanuki Journal – Jaargang 99-00 – Nummer 5 – Maart 2000

componeren van muziek voor niet Westerse
instrumenten was ik geïnteresseerd in de
uitvoeringspraktijk
van
Gagaku
muziek
(traditionele Keizerlijke hofmuziek) . Omdat het
leerproces van origine onder grote geheimhouding
plaatsvindt en strikt van meester op leerling wordt
overgedragen~
hangt
rondom
deze
muziekuitvoeringspraktijk nog steeds een mysterie
dat ik graag wilde ophelderen. Via de heer Togi,
zelf oud-speler van het Keizerlijke Gagaku
ensemble, werd mij de mogelijkheid geboden een
bezoek te brengen aan de Muziek afdeling van het
Keizerlijk hof, Tot op de dag van vandaag worden
daar nog steeds spelers opgeleid. De l0-jarige
opleiding vindt geheel achter gesloten deuren
plaats. Het bleef dan ook bij een bezoek aan het
gebouw, dat zich in erbarmelijke staat bevond.

hebben er voor gezorgd dat deze muziek aan veel
veranderingen blootgesteld wordt. Zo bestaat er nu
aan de Geidai Universiteit een vier jarige Gagakuopleiding.

Van een mogelijkheid om daadwerkelijk
onderzoek te doen was helaas geen sprake. Als
alternatief werd mij aangeboden bij een ander oud
lid van het Keizerlijke Gagaku ensemble een
instrument te bestuderen in groepsverband. Ik heb
zelf een Ryuteki (dwarsfluit) aangeschaft en ben
wekelijks naar Shinanomachi afgereisd om een
twee uur durende les te ontvangen (Via deze groep
kon ik ook aan goedkopere kaartjes komen voor
uitvoeringen en lezingen, over Gagaku muziek
waar ik gretig gebruik van heb gemaakt). De groep
bestond uit een deel werkelijke muziekstudenten
en een deel amateurs met een interesse voor deze
muziekvorm. Tijdens de les werden er een aantal
stukken van het Gagaku repertoire allereerst
doorgezongen en vervolgens doorgespeeld. Ik heb
van deze lessen enkele interessante opnames
kunnen maken. Eenmaal per maand vond een grote
algehele repetitie plaats met een nagenoeg
complete Gagaku bezetting.

Ook is er een Gagaku-ensemble opgericht dat open
staat voor hedendaagse composities. Op zich geen
slechte ontwikkeling en wat betreft het
Componeren van hedendaagse muziek voor deze
instrumenten voor mij ook een interessante
ontwikkeling. Of men hiernaast ook genoeg bij
dragen levert aan het instandhouden van deze
eeuwen oude muziektraditie is de vraag. Het is
volgens mij van groot belang dat er een gedegen
wetenschappelijke documentatie plaatsvindt. Een
taak die allereerst is weggelegd voor de
muzikanten van het nu nog bestaande Keizerlijke
Gagaku-ensemble.
Ik doel dan met name op een documentatie van de
uitvoeringspraktijk en leermethodes. Hetgeen
betekent dat de eeuwen oude geheimhouding
rondom de overdracht van deze informatie nu
doorbroken moet worden. Gebeurt dit niet dan zal
de commerciële weg wel voor een tijdelijke
opleving en bekendheid kunnen zorgen, maar
tevens een vervlakking toestaan en afdwingen die
deze kunstvorm voorgoed in de vergetelheid doet
belanden. Ik ben van mening dat mijn rol als
onderzoeker pas echt waarde kan scheppen
wanneer deze deuren geopend worden. Tot die tijd
doet menig oppervlakkig onderzoek met te snelle
conclusies meer schaad dan baat. Deze algehele
ervaring, de hoge kosten die de lessen met zich
meebrachten (fl.400, - per mnd.) en het feit dat het
niet mogelijk was om aan de Geidai Universiteit
als daigakuin (postgraduaten) onderzoek te doen
leidde ertoe, onderzoek in de Gagaku muziek
binnen een veel breder kader te plaatsen en over
een grotere periode van tijd uit te spreiden.

Het was zeker van groot belang ook zelf enigszins
een instrument te leren bespelen maar toch bracht
het mij in de verste verte niet bij het wezen van de
muziek die mij intrigeerde. Ondanks het feit dat we
door een grootmeester onderwezen werden, werd
het mij langzamerhand duidelijk dat die verfijnde
interpretaties en nuances die door de muzikanten
van het Keizerlijke ensemble werden uitgevoerd
onmogelijk op deze manier doorgrond konden
worden. Erger nog, wanneer deze zeer subtiele
wijze van genuanceerd samenspelen verloren gaat,
dan blijft er van deze muziek, die op het eerste
gezicht melodisch en ritmisch niet erg
gecompliceerd in elkaar zit, maar weinig over. De
financiële problemen waarmee de Keizerlijke
hofkapel te kampen heeft, de enorme duur (10 jaar)
van een gedegen Gagaku muziekopleiding en de
vervaging in status als hofmuziek voor de Keizer,
3

Tanuki Journal – Jaargang 99-00 – Nummer 5 – Maart 2000

Ik begon op de Soka Universiteit naar aansluitende
alternatieven te zoeken. Zo wordt er Gagaku
muziek gebruikt bij Boeddhistische rituelen en
beschikt de Soka Universiteit over een
onderzoekscentrum in Oosterse filosofie. Omdat ik
op deze Universiteit geen specifiek onderzoek kon
doen naar de rol van Gagaku bij boeddhistische
rituelen heb ik mij in eerste instantie gericht op het
gebied van de Oosterse en Westerse
filosofievergelijking. Aan de hand van wekelijks
terugkerende gesprekken met een professor van
deze faculteit heb ik een voorstel ingediend en
vervolgens het toelatingsexamen voor Daigakuin
met goed gevolg afgelegd. Op deze manier heb ik
voor mijzelf de mogelijkheid geschapen nog twee
jaar in Japan onderzoek te verrichten. Ik ben zelf
bijzonder tevreden met deze ontwikkeling.

‘Tanuki’ AGENDA

Mocht er iemand contact met mij willen opnemen
in Japan dan kan je me altijd e-mailen. ( b99900
19@s.soka.ac.jp) Dan wens ik jullie tot slot het
allerbeste met je studie en hoop ik jullie zelf ook
gauw te ontmoeten in Japan.

30 maart

Borrel
vanaf 17:00; Café Cheers

27 april

Borrel
vanaf 17:00; Café Cheers

6 mei

Japans Cultureel Festival
10:30 – 16:00; Arsenaal,
Leiden.

11 mei

Tanuki’s spetterende eindfeest!
20:00 – 01:00; Oude Harmonie,
Leiden

Sebastiaan Jansen

VOETBALLERS GEZOCHT!
Zoals jullie misschien al vernomen
hebben, organiseert de Europe-Japan
Foundation (een initiatief gestart door
studenten Japanologie uit Leiden en
Leuven) van 28-30 april een Japans
festival in Amsterdam, met als
belangrijkste
evenement
een
voetbaltoernooi met studenten Japans
van diverse universiteiten in Europa.
Daar het natuurlijk belangrijk is dat ook
Tanuki namens Leiden met een
ijzersterke delegatie komt; zijn we nog op
zoek naar actief ingestelde voetballers om
ons team te versterken!
Heb je interesse om mee te doen, neem
contact met Erik (0624-122322) of kom
langs op de training, woensdagavond
vanaf 18:30; Universitair Sportcentrum.

4

Tanuki Journal – Jaargang 99-00 – Nummer 5 – Maart 2000

MOCHI-FESTIVAL

moment ook, toen ik bij een zeker meisje aan haar
been hing, waarbij ik dacht: ”Nu heeft ze wel
genoeg pijn.” Eerder genoemde leraar leek het daar
niet mee eens te zijn, en begon zodanig
hartstochtelijk aan het been te sjorren, dat ik vrees
dat haar dit festival nog lang zal heugen.
Hierna werd het tijd voor het eigenlijke mochislaan:

Nieuwjaarsdag wordt vaak als de belangrijkste
Japanse feestdag van het jaar genoemd. Het is een
dag van samenkomen, viering, eten en drinken en
cadeaus uitwisselen. Er wordt een groot feestmaal
gehouden: een ontbijt met allerlei verschillende
gerechten,
waaronder
een
groot
aantal
verschillende soorten ‘rijstkoekjes’, de mochi. Het
maken van deze mochi, het mochi-tsuki, wordt
gedaan door een grote deegbal van rijst te kneden
door erop te slaan.
Op de internationale school in Rotterdam, een
instelling die bestaat uit een Amerikaans en een
Japans deel, wordt deze traditie nog ieder jaar in
ere gehouden. Dit jaar, om redenen die mijn benul
te boven gaan, op de mysterieuze datum van 23
februari. Natuurlijk moet iedere goede Japanoloog
eenmaal zoiets meegemaakt hebben, dus trokken
wij er met het overweldigend aantal van 6,
waarvan 4 leiding, op uit. Voor de gelegenheid was
de Amerikaanse vleugel van deze school
uitgenodigd bij de Japanse en was het de taak van
een ietwat verbouwereerd uitziende Japanse
scheikundeleraar om de club van Amerikaanse en
Japanse kinderen, plus een groepje Leidse
studenten te vermaken.

De hele gymzaal van het gebouw was
omgebouwd, waarbij er meerdere potten gevuld
met iets, dat voor mij leek op de grootste klont
kauwgom op aarde, in het rond stonden, waarbij
iedereen die zich daartoe geroepen voelde enkele
malen met een gigantische houten hamer op de
massa mocht inslaan. Hierbij was het de bedoeling
dat je telkens eenmaal sloeg, waarna een klein
Japans vrouwtje met hoofddoekje het spul
omdraaide.

Gelukkig kennen de Japanners tal van spelletjes
om een grote groep koters niet rustig, maar in ieder
geval bezig te houden. Een ervan was een spel
waarvan de regels mij toen een beetje ontgaan zijn;
in ieder geval stond iedereen in een kring, waarbij
er volleyballen in verschillende richting werden
doorgegeven, of, als dit anders zou resulteren in
verliezen,
door
gesmeten.
Volgens
een
onnavolgbaar systeem vielen er steeds meer
mensen af. Ik ben halverwege ook maar gaan zitten
om niet teveel de aandacht te trekken. En, na een
aantal spelen kwam ook een van onze eigen leden,
Gijs, als winnaar tevoorschijn.

Helaas kwam een van de leden van ons bestuur, ten
behoeve van het voortbestaan van een soepele
verstandhouding in de toekomst niet nader te
noemen, op het minder briljante idee tweemaal te
slaan. De omdraaidame had echter in de loop der
jaren voortreffelijke reflexen ontwikkeld, wat haar
carrière als mochiflipper ook in de toekomst veilig
gesteld heeft. Gelukkig konden die leden van het
bestuur die wat meer van meppen hielden het weer
goed maken door met z’n tweeën een tijd lang om
en om in de kom te slaan. Iets wat bij de
omstanders veel respect afdwong. Voor het verder
verwerken van de mochi’s leek het of iedere
Japanse leerling zijn moeder, tantes en twee oma’s
had uitgenodigd.

Kennelijk kon men hier naar de mening van onze
leraar toch niet genoeg energie in kwijt, want bij
het tweede spel was het de bedoeling dat de ene
helft van de groep op hun buik, met de gezichten
naar elkaar toe, op de grond ging liggen, waarbij ze
de armen zoveel mogelijk in elkaar moesten
verstrengelen. Vervolgens was het aan de andere
helft om hen met zoveel mogelijk geestdrift van
elkaar los te sleuren.

Er stond namelijk een productielijn, overbezet met
behoofddoekte middelbare Japanse dames, om de
mochi’s verder tot bolletjes te draaien en met

Ja, ik weet het, het klinkt een beetje sadistisch
allemaal. Werd het volgens mij op een gegeven
5

Tanuki Journal – Jaargang 99-00 – Nummer 5 – Maart 2000

gefermenteerde sojabonen en dergelijke te
garneren. En, bij een van deze dames die door de
gang rende, moest ik voor het eerst, uit noodzaak
in plaats van als lesstof, iets vragen in het Japans.
Waar het toilet was. Het is een beetje vreemd in
deze context, maar het feit dat ik mijn bedoeling
over kon brengen en ook nog een zinnig antwoord
terugkreeg, liet bij mij een erg bevredigend gevoel
achter.

was nog niet zo gemakkelijk, maar gelukkig waren
de kippenmaagjes en kwarteleitjes rechtstreeks van
de stokjes afkluifbaar.

Het afsluiten van het festival bestond natuurlijk uit
het opeten van de rijstbolletjes. Helaas was mijn
eerdere waarneming over de aard van dit, ahem,
voedsel, nauwkeuriger geweest dan ik gehoopt
had. Het zal wel weer een van die Japanse dingen
zijn die tot de acquired taste behoren: eerst is het
vies, later niet meer en uiteindelijk kun je niet meer
zonder. Zo keerden we dan moe, doch voldaan en
met een been langer dan het ander, met de
plakkerige pasta nog in onze kelen, maar voortaan
voor altijd van het spul afhankelijk, weer terug
naar huis.

(De staf van Hakata Senpachi)

De restjes 'heart of chicken' zoals op de kaart stond
spoelden we weg met enkele liters sake. Dit
bevorderde de toch al goede sfeer, hierdoor nam de
eetlust weer toe en vervolgnes werd men weer
dorstig.

Louis

Er kan dus gerust gezegd worden dat we ons in
een snel stijgende spiraal bevonden. Toen iedereen
uitgegeten en gedronken was, rolden we weer naar
station A'dam RAI toe. Om 10:45 namen we de
trein terug naar het vertrouwde Leiden. En zo
eindigde een zeer geslaagde Tanuki-avond. Huzz!!
Peta

Tanuki Etentje bij
Hakata-Senpachi
Met rommelende magen namen we plaats in de
trein. Gelukkig was er in zo'n 8 keer 2-zits coupe
voldoende ruimte voor iedereen, zodat we knus bij
elkaar konden zitten. Voor vertrek werden er nog
even gauw een paar foto's gemaakt van de groep.
In het gezelschap bevonden zich ook een aantal
eerstejaars die met spanning hun eerste
kennismaking met de Japanse keuken tegemoet
zagen.

Daans Dagboek
Na me in het begin tot doel gesteld te hebben
de eerstejaars eens wat uitleg te geven over
Huis ten Bosch ben ik eens gaan nadenken.
Dat is natuurlijk de verkeerde volgorde: beter
eerst nadenken en dan wat doelen stellen.
Weten de eerstejaars in het begin van het jaar
eigenlijk wel of ze doorgaan met Japans?
Weten ze wel of ze naar Japan kunnen of
willen? Hoewel de eerste tentamenronde
misschien al wat kaf van het koren heeft
gescheiden........

"Zou het waar zijn van de half levende vissen en
gefrituurde octopustentakelzuignapjes?" vroegen
wij ons angstig af. Het bleek mee te vallen. Nadat
we door een mannetje (wie wat ongelukkig achter
de deur een positie innam waren binnengelaten)
gingen we aan de speciaal voor ons gereserveerde
tafel zitten.
Enige schalen met fris uitziende, in sojasaus
gedrenkte Chinese kool stonden reeds uitnodigend
op ons te wachten. Je kon een menu bestellen of,
voor de avonturier, zelf een maaltijd samenstellen.

Dus krijgen jullie pas over een tijdje weer tips
en tweedehands fietsen aangeboden, eerst nog
wat informatie over Japan als land. Vandaag:

Onze boekkennis over het gebruiken van "Hashi"
konden we nu eindelijk in de praktijk brengen. Dit
6

Tanuki Journal – Jaargang 99-00 – Nummer 5 – Maart 2000

de mobiele telefoon. Zoals bekend is Japan een
land van technische hoogstandjes. De mobiele
telefoon (keitaidenwa) is het toppunt. En
bovendien voor iedereen verkrijgbaar! Voor
het goedkoopste abonnement is men zo`n
tachtig tot honderd gulden per maand kwijt.

Japans Cultureel Festival
Zoals al eerder bericht wil ook Tanuki dit jaar
haar steentje bijdragen aan de festiviteiten
rond de viering van 400 jaar betrekkingen
tussen Nederland en Japan, door middel van
een groots opgezet Japans Festival in Leiden!

Daarvoor kun je plusminus veertig minuten
bellen en heel wat mailen. Mailen? Ja! Zowel
tussen telefoons van dezelfde maatschappij (
short-mailen of sky-walker-en) als tussen
telefoons van verschillende maatschappijen en
tussen telefoons en computers ( dit heet
gewoon E-mail en werkt met dezelfde
adressen) kan informatie verzonden worden.
Bij deze goedkope abonnementen krijg je toch
al
meteen:
-trilfunctie
-mogelijkheid
verschillende melodietjes zelf te componeren geheugen
voor
500
namen
en
telefoonnummers in het telefoonboek -voice
dailling -een vriendin (meestal)

Nu een paar maanden verder sinds de eerste
voorstellen, lijkt het er op dat we genoeg
medewerking hebben om de plannen door te
laten gaan!
Wij willen op 6 mei a.s. een Japans Cultureel
Festival organiseren, waaraan verschillende
bedrijven deel zullen nemen. Het doel is om de
leden, de inwoners van Leiden en andere
belangstellenden kennis te laten maken met
allerlei aspecten van de Japanse cultuur, d.m.v.
presentaties en demonstraties van aan Japan
gerelateerde bedrijven en instellingen.

Het goedkoopste toestel weegt 68 gram,
ongeveer de helft van het lichtste toestel in
Nederland op de markt op dit moment! (Niet
overdrijven Daan, hier in Nederland gaan we
ook wel vooruit hoor! Red.)

Wij zouden het zeer op prijs stellen, als U,
middels het volgende persbericht, aandacht
zou willen besteden aan het Japans Cultureel
Festival, bij voorkeur een week van tevoren
(week 17).

Van de studenten hier hebben er al acht
mensen een gekocht. Het belangrijkste punt
van de Japanse keitai-cultuur heb ik echter nog
niet genoemd. Het is de strap. Dat is een
koordje voor aan het toestel en is het grootste
statussymbool van deze tijd. Meestal bungelt
er ook nog een of ander plastic poppetje van je
favoriete band of tekenfilm aan. Ikzelf ben de
trotse eigenaar van een `original Huis ten
Bosch-goods
Loekie-strap`.
Choukawaii
uiteraard. Al je (Japanse) vrienden zullen je
nieuwe telefoon direct aan een grondig
onderzoek onderwerpen en je voortaan op je
strap beoordelen, wees dus zorgvuldig in je
keuze! Je leven hangt aan dit draadje!

Het Festival zal plaatsvinden in het
Arsenaal, zal duren van 10.30 uur tot
16.00 uur en is vrij toegankelijk.
We zijn nog wel steeds op zoek naar mensen
die willen meewerken aan de realisatie van het
festival, dus lijkt het je leuk om je steentje bij
te dragen hieraan, neem zo snel mogelijk
contact op met het bestuur!
Vergeet verder niet op de prikborden te letten
voor meer informatie, en vertel het door aan
iedereen!

DAAN

7

Tanuki Journal – Jaargang 99-00 – Nummer 5 – Maart 1999

8

Tanuki Journal – Jaargang 99-00 – Nummer 5 – Maart 1999

8

Collecties
TaTanukiKi