-
Titel
-
1995-1996 | 2
-
Nummer
-
2
-
extracted text
-
TANUKI
.TOURNAL
Redactie-adres
Arsenaalstraat 1
2311 CT Leiden
Redactie
Diedrik Oomens
Judith Peters
Viola Segers
Kaatje Vermeer
Tanuki bestuur
Voorzitter
Patrick Schouwenbcrg
071-5143597
Penningmeester
Eline Franck
071-5144467
Secretaris
Aasia Sukhraj
071-5126896
Bestuurslid
Viola Segers
071-5126649
VAN DE REDACTIE ...
Jullie hebben nu het tweede exemplaar van de Tanuki
Joumal in handen. Zoals jullie zien is hij lekker dik dankzij
de vele ingeleverde stukjes. De docenten hebben ook een
goede bijdrage geleverd. Helaas konden we niet alles
plaatsen, dus de volgende keer kunnen jullie wat lezen van
prof Walraven en dr. De Censter.
In dit nummer kunnen jullie onder andere stukjes lezen van
prof Boot en mr. drs. Verwayen, twee Japan-ervaringen,
een Toyama-brief en een recept. Verder vind je infonnatie
over de bekende Tanuki-reis en hoe je dit boekje iedere twee
maanden zeker zou kunnen krijgen.
Het thema voor het volgende nummer is LENTE. Alles
wat je hierover kwijt zou willen van Japan-ervaringen tot
zelfgeschreven gedichten of foto's en tekeningen, kun je inleveren in het postvakje van Tanuki in het Arsenaal. Wil je
over iets anders schrijven dan is dat ook van harte welkom.
Succes met de tentamens en werkstukken en prettige
Kerstdagen en gelukkig Nieuwjaar!
-+-+-
~
1
i
1
1
Tanuki-Agenda
14 dec.
Borrel in de Branderij
vanaf 21 .00 uur
Voor leden eerste drankje gratis!
4 jan.
Nieuwjaarsborrel in de Branderij
vanaf 21.00 uur
11 jan.
Manga-avond in de Pelibar
eind jan.
Bedrijfsbezoek, waarschijnlijk bij Canon
eind jan.
Japans etentje
l febr.
· Boekenmarkt van Deshima Books
van 11.00.lDt 15.00 u. in het Arsenaal
Bijeenkomsten van de Japanese Women's Club:
vrijdag 12 januari van 14.00 tot 16.00
vrijdag 26 januari (zelfde tijd)
In: Niki Trainingcenter
V. Duivenbodestraat 11 b
23 13 XS Leiden
tel. 071-5123550
Zondag 14 januari is er Open Dag bij Niki van 10.00 tot
17.00
2
F. B. Ve1wayen,
universitair docent
Japans & Japans recht.
Als iemand mij toen ik in 1965 van het
gymnasium kwam verteld had, dat ik ooit nog eens
colleges Japans recht zou geven, had ik hem (of
haar) zonder meer voor gek versleten . Wel was het
min of 1neer vanzelfsprekend, dat men met een
einddiploma gymnasium zou gaan studeren en ik
ovenvoog dan ook een breed scala van
keuzemogelijkheden, van geschiedenis en
Egyptologie tot en met allerlei, zelfs klassieke, talen,
maar Japans was daar niet bij. Niet dat ik dat, zoals
een aantal exacte vakken, waar ik als alfa nu
eenmaal niets voor voelde, al a priori verworpen
had, de mogelijkheid kwam eenvoudigweg niet bij
m1J op.
· Toen ik in september 1965 in Leiden aankwam,
was het dan ook niet om Japans te gaan studeren,
maar rechten. Die keuze was echter niet zozeer
gemaakt op grond van een uitgesproken voorliefde
voor dat vak. Integendeel, onder de door mij
overwogen mogelijkheden had het altijd vrij laag
gescoord, maar in mijn besluiteloosheid had ik mij
tenslotte laten leiden door mijn vader, die zei:
"Jongen, ga jij nou maar rechten doen. Daar kan je
later nog alle kanten mee op." In tegenstelling tot de
meeste van mijn generatiegenoten op die leeftijd,
hield ik mijn vader voor een zeer verstandig man.
Niets zou echter minder waar blijken dan mijn
vaders woorden dat ik er later alle kanten mee op
kon. Toen ik namelijk na negen jaren van hard
3
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - --;'.l
zwoegen en ploeteren, dat overigens voor het
grootste deel van de tijd in Leidse kroegen
plaatsvond, mijn doctoraalbul in mijn zak kon
steken, werd ik werkloos. Omdat ik er tijdens mijn
studie niet in geslaagd was een echte interesse in de
practijk van het recht te ontwikkelen, trokken
advocatuur noch rechterlijke macht mij aan en de
Haagse ministeries of andere ambtelijke instanties
die regelmatig om juristen adverteerden ,vilden mij
niet hebben. 1-\'el werd ik op mijn sollicitatiebrief
vrijwel altijd voor een gesprek uitgenodigd, maar
wanneer dat dan plaatsvond was mijn
overheersende gedachte meestal: "Als ik hier moet
\\'erken ga ik dood". Het zal duidelijk zijn dat die
gedachte er niet toe bijdroeg aan mijn oprechte
pogingen om mijzelf te verkopen het vereiste elan
te verlenen . Bovendien kreeg ik nogal eens te
horen: "U bent te oud!" Dit alles was natuurlijk
nogal frustrerend, temeer omdat het meestal ging
om banen die ik niet echt aarltrekkelijk vond en
\\'aar ik alleen maar naar soiliciteerde omdat ik 'toch
iets moest' .
Zo vediep geruime tijd, gedeeltelijk gevuld
met
tijdelijke baantjes en
werken · via
uitzendbureaus, waarin geleidelijk het besef rijpte
dat ik mijzelf als mislukt diende te beschou\\'en, een
besef dat op een goede dag in volle rijpheid tot mij
doordrong. "Een goede dag" zeg ik, want, in
tegenstelling tot wat men zou verwachten, is zo'n
besef een opbeurend iets en ik kan het dan ook
iedereen aanraden. Het \\'erkt bevrijdend om op een
gegeven moment bij de pakken te gaéH1 neerzitten,
de handen ten hemel te l~ fJ en, ze weer krachteloos
te laten vallen en te zuchten: "Nu is er niets meer
aan te doen". In plaats van zich vruchteloos te
blijven inspannen, gedreven door de ijdele hoop
dat ergens toch nog iets van terecht zal komen, kan
men dan namelijk gewoon gaan doen wat men leuk
vindt, met een opgewekte onverschilligheid ten
aanzien van de consequenties; het kan immers toch
nooit erger ,vorden.
Voor mij ,vas dit het begin van een reeks
aedachten die er toe leidde dat ik besloot ,,v eer te
0
aaan studeren. Dat was immers iets, IT1eende ik, \\'at
0
ik goed kon; ik had mij er tenslotte al negen jaar op
geoefend . Restte de vraag wat ik dan zou gaan
studeren. j\fassale studies vielen meteen af. Een van
mijn bezwaren tegen rechten was altijd geweest, dat
er teveel studenten waren. Dat drukte, dacht ik, het
intellectuele peil van de studie en maakte het
111.oeilijk zich individueel te onderscheiden. Het
moest deze keer een studie zijn waar individueel
col\tact tussen de staf en de studenten mogelijk was.
Bovendien hield ik in mijn achterhoofd de gedachte
dat, als ik erin zou slagen in gunstige zin op te
vallen, men mij later misschien als staflid zou
willen hebben . Je kunt tenslotte nooit weten hoe
een koe een haas vangt. Dat dit later ook inderdaad
gebeurd is, is iets dat mij ook nu nog soms vervult
met verbazing en ongeloof.
Hoe dan ook, ik stapte naar bureau
inschrijving en schreef mij in. Dat kon men in die
tijd (1979) als ,verkloze nog gewoon doen.
Collegegeld vormde ook voor iemand die, zoals ik,
van een magere ,verkloosheidsui tkering moest
rondkomen geen probleem; als men dat vijf jaar
lang betaald had, ,vas men er voor de rest van zijn
leven van vrijgesteld. Dat is nu wel anders, en hoc!
r--- - - - - - -4 - - - - - - - ~ - - - - - - - - - - - - - -1
5
1
- - - - - - - -1'
1
Van het bureau inschrijving kreeg ik een stapel
formulieren mee, waarop onder andere de studie
van keuze moest worden ingevuld. Dat nu plaatste
mij voor een dilemma. Op grond van de criteria die
ik had aangelegd waren natuurlijk een groot aantal
studies al afgevallen, maàr nog steeds had ik mijn
keuze niet tot één studie kunnen bepalen. Zou het
Egyptologie worden, of toch Japans? Japans bood
misschien meer toekomst, maar in de studiegids
van Egyptologie stond dat tijd en plaats van de
colleges in overleg met de student zouden worden
vastgesteld. De keuze was niet moeilijk, zij was
onmogelijk. De dag dat het het form.ulier, ingevuld
en wel, uiterlijk moest worden opgestuurd brak aan
en nog steeds had ik mijn besluit niet genomen. Nu
zou ik toch echt in één bepaald vakje een kruisje
moeten zetten, maar in ,,._•elk? Vertwijfeld sloot ik
mijn ogen en hief mijn pen op. In den blinde liet ik
hem op het papier neerkomen. Toen keek ik; het
werd Japans. Ik heb er nooit een moment spijt van
gehad .
1'vlisschien zou de moraal van dit verhaal, met
een variatie op een beroemde regel van onze grote
dichteres, moeten zijn : "Doe nimmer wat je vader
zegt, dan komt het allemaal terecht". Dat zou echter
niet helemaal eerlijk wezen; dat ik hier nu zit is
namelijk ook te danken aan het feit dat ik eerst
rechten had gestudeerd .
Japanologen en
Koreanisten!
Tanuki organiseert weer een reisje. Het zal in de Paasvakantie plaatsvinden, de eerste week van april en we zullen
ongeveer vier dagen wegblijven.
Om zoveel mogelijk van jullie mee te krijgen kunnen jullie
zelf bépalen waar je het liefst heen wilt, door het strookje
hieronder in te vullen. De stad die de meeste stemmen krijgt
zullen we bezoeken.
Natuurlijk weten we dat jullie niet zo rijk zijn, dus we zullen
proberen om het zo goedkoop mogelijk te regelen. Maar
hoe meer mensen er meegaan, des te goedkoper zal het ook
worden,
dus ... Als wij wat meer duidelijkheid hebben over de plaats
van bestemming worden jullie zo snel mogelijk genfom1eerd
over de kosten.
Jullie kunnen kiezen uit:
0 Parijs ( eventueel samen met de SVS)
0 Berlijn
0 Praag
Heb je nog suggesties, ideëen of mededelingen dan kun je
die hier kwijt:
Naam :........... ............................ ..... ... ....... .
Telefoonnr: ... .. ........ .... .......... ........... .......... .
Lid/geen lid: .... .... .......... .... .... .. ...... .... ...... ..
6
7
,- --;-;::-:;::--;::-:::::;:::::-;;:=::;------------Hoc maak Je e tn p;ipltrtn kra anvog el.
.- - - - - - - - - - - - - - - - - - ~"' '
De Japan-ervaring van ...
Eline Franck
BEN JIJ GEEN LID VAN TANUKI!
Wil je kortingen krijgen bij feesten en andere aktiviteiten, gratis
drankjes bij de borrels en wil je er zeker van zijn dat je een Joumal
krijgt, vul dan het strookje hieronder in en geef je op als lid van
Tanuki.
Door /35 ,- over te maken op rek. nr. 43.48.85 .614 ten gunste van
Tanuki, Leiden kun je voor de rest van het jaar profiteren van alle
voordelen die Tanuki je biedt.
Ik geef me op als lid van Tanuki:
Naan1: .. ....... ..... .... .... .. ..... ... .. .... ......... .. .. .. .
Adres:... .. ............ ........ .... .... ............. ... ..
Postcode\woonplaats:... .......... .... .... .. .... ... .
Telefoonnummer: ........ .. ... ..... ......... ..........
8
Toen ik mijn tweede jaar in Huis ten Bosch doorbracht vond
ik het noodzakelijk om ook eens een weekje bij een
gastgezin te logeren, zodat ik een hele week met het
dagelijks leven van een Japans gezin in aanraking zou
komen. (Ik kan het iedereen die naar Japan gaat aanraden;
het is absoluut de beste manier om vlot Japans te Ieren
spreken.) De verleiding was namelijk erg groot om in de
"ryo" van Haenosaki, de dormitory vlakbij Huis ten Bosch,
waar we gezellig allemaal naast elkaar woonden, onderling
veel nederlands te spreken; helaas!
In de eerste Tanuki Joumal van dit jaar stond er een korte
beschrijving van de Hippo-club. Aangezien mijn gastmoeder
lid was van deze club kan ik hier nog wel iets meer over
v~rtellen. Als jullie de vorige Joumal hebben gelezen
begrijpen jullie nu direct waarom ze zich als gastgezin voor
mij beschikbaar hadden gesteld; zo kon de familie namelijk
ook nog een paar woordjes nederlands toevoegen aan de
paar woorden die ze van alle mogelijke talen in de wereld al
spraken.
Uiteraard ben ik ook door mijn gastmoeder meegenomen
naar een bijeenkomst van de Hippo-club; wat was er
namelijk stoerder dan om een echte "gaijin" mee te nemen
naar een club die het Ieren van buitenlandse culturen en talen
tot doel heeft!
Ik had nog niet eerder van het bestaan van zoiets als een
Hippo-club gehoord en wist zodoende ook niet wat me
overkwam toen ik plotseling mee moest klappen en
9
huppelen in een kringetje, terwijl er steeds "wartaal" werd
gezongen. Na een tijdje begon ik zowaar woordjes frans,
nederlands en spaans te herkennen. Het nazeggen van allerlei
losstaande woordjes uit 25 talen kwam nogal vreemd en
verwarrend op mij over, maar wie durft te beweren dat
Japanners weinig vreemde talen spreken, z.al, gezien de
populariteit van deze club in geheel Japan, zijn mening toch
moeten herzien. Ook al zijn het maar een paar woordjes van
elke taal ...
*~
LlJ O)h B
~~
tl!.
lï
jf:
-;§f lJ ~
ll/F
fi\U=I
,,r,, jf:
-jp t El
G &df ~
·,y tl'
u
) 11
t
0)
10
Densha 1992
Tegenover 11111 m de metro staat een man met een
natte pick op zijn broek, precies in zijn kruis. Ik kan
er niets aan doen maar mijn blik wordt steeds naar
die donkere vlek getrokken terwijl ik me afvraag
wat voor een vlek het is. Ik besluit dat hij tegen zijn
broek heeft geplast.
Het is laat in de avond, zaterdag.
Ik ben blij dat \\·e een zitplélats hebben kunnen
bemachtigen. De mensen, voornamelijk mannen,
die niet zo gelukkig waren, hangen in de beugels. Er
hangt een sterke alcohollucht in de coupé.
iVaarschijnlijk sake. Het monotone stemgeluid van
de omroeper werkt hypnotiserend, niemand
luistert.
K~n-chan zit naast m.e te slapen. Geen wonder, hij
heeft de twee afgelopen nachten op Kyodai
doorgebracht om op tijd zijn ontwerp opdracht af te
krijgen. Ik zie mezelf al zitten op het Arsenaal, 's
nachts om vier uur kanji lerend.
Er resten mij nog zes dagen in dit land. Een land dat
me veel minder vreemd over komt als men mij
wilde doen geloven. Ik ben hier drie weken en voel
me thuis. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik de kans heb
gehad om nu al, bij mijn eerste bezoek, achter het
kamerscherm van het toerisme te kunnen kijken.
De vlek op de méln's broek is opgedroogd. Als hij
thuis komt zal zijn vrouw er niets van merken.
De volgende dag, op een station, zondélg.
In de airconditioned wachtkamer zitten drie
scholieren in uniform. De oudere 1T1an bij het raam
11
vindt het vast vreemd dat er 's ochtends om zeven
uur al een gaijin op het station zover van Kyoto zit.
Als ik naar hem kijk, draait hij zijn ogen v:eg maar
zo gauw ik naar buiten staar, kijkt hij weer mijn
kant op. In de hoek zit een monnik de Asahishinbun te lezen.
We wachten op de 7:10 Express naar Koya-san, een
berg met 120 tempels.
Het beloofd vandaag weer een ,,·arme dag te
worden . Op de 1000 meter hoge top is het tien
graden koeler dan beneden. Ik hoop dat dat niet
weer te koud is.
·
Het is lastig om te staande te schrijven in een
wiebelende trein. Dat vinden de Japanners om me
heen waurschijnlijk ook want zij slapen en lezen
alleen maar.
Het is 7:15
Als er straks een plaatsje vrij komt zal ik me ook in
een comfortabele houding neervlijen en proberen te
slapen. Net als mijn Japanse vriend reeds doet.
8:30 . Het boemeltje rijdt met 30 kilometer per uur,
tenminste volgens de snelheidsmeter in het
oedeelte van de trein waar de machinist staat.
0
Het grootste gedeelte van de trip hebben we
verslapen. Toen ik eindelijk mijn ogen open deed
zag ik tot mijn grote verbazing alleen nog maar
bergen om me heen.
Het treintje rijdt langzaam maar zeker verder
omhoog, tot het kabeltrein station.
De berg\\'anden zien er uit als de bergjes van
\färklin. Er is cement tegen de wanden gesmeerd,
waarschijnlijk tegen het afbrokkelen van de rots.
De tweede machinist ciie achter in de trein de
deuren bedient is linkshandig zo te zien aan de kant
waar hij zijn witte handschoentje draagt.
De kabeltrein rijdt in werkelijkheid op een
dic1gonc1le spoorlijn, de enige kc1bels die ik zie zijn de
metalen drc1den die de bomen tegen de bergwand
om.hoog houden.
Het uitzicht wordt mooier met elke meter die \\·c
stijgen.
De wagon is gevuld met lachende jonge mensen die
vrolijk met elkaar praten, ooit zal ik verstaan wat ze
zeggen.
Het is inderdaad een stuk kouder op de top. Het
extra T-shirt dat ik heb aangetrokken is geen
overbodige luxe.
Dick N.W. Raatgever
1 56 S11011,at Ka111h,1ra by Andö Hiroshigc. from Fi.fiy- Tlircc S1n1io11.1 aft he To/.:aidii.
Polychrome wood-block print. 183 J.
12
13
Sukiyaki
[
À ::\=ffl~
]
6)
7)
INGREDIENTS
600 g thinly sliced beef (gyü sukiyakivö ~::i..=t-m~m)
4 long onions (naganegi N=î'-~)
1 bunch chrysanthemum leaves (shungiku :,,.:i.::.;~Q)
8 Chinese black mushrooms (shiitake :,,--(9".r)
1 pack shirataki
1 block broiled tofu (yakidöfu m~:mrn)
8 wheat gluten cakes (yakifu m~,3, )
4 eggs (tamago !iS)
v\larishita stock
1 cup water
½ cup soy sauce
1/, cup mirin
3 tbsps sugar
vegetablc oil or suet (gvtï aburami ~??"5~ )
1)
2)
3)
4)
5)
Cut long onion diagonally (see P. 128 H) Cut chrysanthemum leaves in half. Remove stem~ from
Chinese black mushrooms and make crosswise incisions on tops.
f31anch shirataki. Drain and cut into 10-cm lengths.
Cut broiled tofu into 1-cm cubes. Soak whcat
gluten cake in water until soft. Squeeze out liquid.
,v\ix water, soy sauce, mirin and sugar to make
1Varishitc1 stock.
Break eggs into individual serving bowls and beat
lightly.
Crease a pan with suet or oil and he.:1t on a por-
table burner on the table until suet is half melted.
Sauté some of the beef, add small portions of the
other ingredients then acid warishita stock.
Whe11 cookecl, guests serve thcmsclvl's. Dip tht•
hot food into the raw egg and cat. lf stock
becomes too strong add boiling water.
NOTE
• Ready-mad e warishita stock is available at supermarkets.
\
J
}
Ready-made w.1rishit.1 stock
14
15
ONDERZOEK EN ONDERWIJS
00
V)
°'co
16
Ik heb al eens, Jaren geleden alweer, een stukje
geschreven voor de Tatanuki-ki dat de titel had "Hoe
studeerde je indertijd Japans?" Ik ga dat dus niet nog eens
doen. Ne bis in idem, zeiden de Romeinse juristen al, en
dat is ook buiten de rechtszaal een goed principe. Mijn
verknochtheid aan dit principe is ook de reden, dat ik niet
zo houd van het geven van onderwijs. Onderwijs geven is
vervelend, vooral wanneer je jaar in, jaar uit hetzelfèle
moet doen; je wordt er alleen maar eigenwijs en zuur van.
Ik geef al jaren het college Inleiding Grammatica, en
recentelijk heb mijzelf erop betrapt, dat ik geneigd ben
om vragen die mij op dat college gesteld worden, te
beantwoorden met wedervragen in de trant van "Maar
dat heb ik U verleden jaar toch al gezegd?" Onderwijs
geven ·is alleen interessant, als je telkens iets nieuws kunt
doen, of als je, ook al is het hetzelfde college, telkens wat
nieuws in het college kunt verwerken. Omdat dit alleen
lukt, als je college geeft over onderwerpen waarover je
zelf onderzoek doet, zou je dus eigenlijk alleen onderwijs
moeten geven op het gebied van je eigen specialisme.
Jammergenoeg is dat, bij een vak als Japans, moeilijk te
realiseren. De studenten komen van school zonder enige
voorkennis van de taal, de geschiedenis, of de cultuur van
Japan; iemand zal hun dus het aap-noot-Mies bij moeten
brengen. Sommige buitenlandse collegae lossen dat op,
door in het eerste jaar een heel intensieve taalopleiding te
laten geven en de studenten het daaropvolgende jaar naar
Japan te sturen; daarna krijgen ze, eindelijk, inhoudelijke
colleges van de wetenschappelijke staf. Elders heeft men
de taalopleiding en de inhoudelijke opleiding gesplitst: in
Bonn b.v. leert men de taal (modern Japans) aan het
taalinstituut van de universiteit, en gaat de vakgroep er in
17
haar colleges van uit, dat de studenten Japans kennen;
alleen klassiek Japans wordt door de vakgroep zelf
gedoceerd. Ik ben daar nooit zo'n voorstander van
geweest, om verschillende redenen. Een van die redenen
is, dat ik vind, dat het een belangrijke taak van de
universiteit is zoveel mogelijk goede, gekwalificeerde
Japanologen aan een fatsoenlijke baan te helpen, en dat
het zonde is van de schaarse plaatsen die wij hebben, om
er teveel met taalvaardigheidsdocenten te bezetten. De
consequentie is, dat iedereen een aandeel moet leveren in
het inleidende taalonderwijs; "corvee," zogezegd. Zolang
daar, als een soort van beloning in natura, de gelegenheid
tegenover staat om onderzoek te doen en om in colleges
voor gevorderde studenten dingen te doen die je echt
leuk vindt, en die aansluiten op je eigen onderzoek, werkt
dat redelijk. Het is wel te hopen, dat de thans lopende
actie "studeerbaarheid" niet tot een collectieve
verdomming van staf en studenten leidt. Die actie legt de
nadruk veel te sterk op de organisatie van het onderwijs,
op de tevredenheid van de student, op het numerieke
rendement en op de staat van 's rijks financiën, ten
gevolge waarvan onderwijs en onderzoek veel te ver uit
elkaar getrokken dreigen te worden. De universiteit is
geen opleidingsinstituut, waar men jongelui na vierjarig
verblijf een bul geeft, de universiteit is een gemeenschap
van geleerden. De een mag hooggeleerd zijn, en de ander
jonggeleerd, maar wie uitgeleerd, hoort er niet thuis.
Onderzoek is de raison d'être van de universiteit, en de
mogelijkheid om onderzoek te doen is voor mij
persoonlijk de reden geweest om aan de universiteit te
blijven hangen. In de wet staat, geloof ik, dat de
universiteit opleidt tot de zelfstandige beoefening der
wetenschap, alsmede voor die maatschappelijke functies
waarvoor een wetenschappelijke attitude vereist is. Een
-.
18
wetenschappelijke attitude is, in essentie, problemen
kunnen zien en kunnen oplossen. Zo'n houding is vrij
zeldzaam. Ik heb al vele malen mogen constateren, dat als
je een student twee boeken geeft waarin over een
onderwerp diametraal verschillende dingen worden
beweerd, deze in acht van de tien gevallen zal trachten
beide standpunten aan elkaar te praten in plaats van te
zeggen: "A beweert dit, B dat, het verschil ligt op deze
punten, en volgens mij heeft B gelijk, om deze-en-deze
reden." Toch zijn het de twee studenten die het wel zo
doen, voor wie de universiteit eigenlijk is bedoeld. De
overige acht zou je, als je daar de tijd voor zou willen
nemen, het trucje misschien ook wel bij kunnen brengen,
maar het zou een trucje blijven. Kennelijk zoeken de
meeste mensen zekerheden, geen problemen - consensus,
en geen controverse.
Onderzoek begint heel simpel. Je zoekt een onderwerp
waar je enige empathie mee hebt, je leest je in, en al snel
doemen dan, spontaan, de eerste vragen en problemen
op. In zijn boekje Chiteki seikatsu no hàhà (Japanners
hebben overal een methode voor!) vertelt Walanabe
Shûichi hoe hij, toen hij aan de Universiteit van Münster
begon met zijn promotie-onderzoek, van zijn Duitse
hoogleraar een aantal boeken op zijn tafel gelegd kreeg:
"Dit zijn de belangrijkste standaardwerken op jouw
gebied. Je leest ze door, schrijft op kaartjes op wat zij
beweren, en waar zij verschillende beweringen doen over
hetzelfde onderwerp, daar begint jouw onderzoek."
Inderdaad, wanneer je je vragen of problemen gevonden
hebt, begint je onderzoek. De eerste stap is, dat je je
vraag zo aanscherpt en formuleert, dat er in principe een
antwoord mogelijk is. Met vragen die logisch of praktisch
gezien niet oplosbaar zijn, komt de wetenschap niet
verder. Vervolgens moet je kijken, of iemand diezelfde
vraag niet al eens gesteld heeft en er een adequaat
19
antwoord op heeft gegeven. Zo ja, dan lees je verder; zo
niet, dan moet je een strategie ontwerpen om zelf het
antwoord ook metterdaad te vinden. Dat betekent dus,
vaststellen, welke methodologie(ën) je toe moet passen
( een Japanse collega van mij heeft foto's laten maken van
de snede van vele honderden exemplaren van de
Sctsuyöshû, een populaire almanak uit de Edo-tijd, om
uit de mate van beduimeling af te leiden, welke secties
van de almanak het meest werden geraadpleegd!), en
welke bronnen je moet gebruiken. Lukt het je de vraag te
beantwoorden, dan heb je een bijdrage geleverd aan de
wetenschap; lukt het niet, dan heb je in elk geval een
interessante tijd gehad en veel geleerd. En allicht heeft
het onderzoek aardige bijprodukten opgeleverd. Als je
een bepaalde bron toch moet lezen, kun je die best ook in
een moeite door editeren of vertalen, in het belang van
volgende onderzoekers of voor een geïnteresseerd
publiek.
ln mijn eigen onderzoek houd ik mij de laatste jaren bezig
met twee dingen waarvan ik aanvankelijk dacht, dat zij
niets met elkaar te maken zouden hebben, nl. het
de
Japanse
poëtica.
Beide
Confucianisme
en
belangstellingen komen voort uit mijn filologische aanleg.
Ik houd van oude boeken in moeilijke talen, al sinds ik op
het gymnasium met Latijn en Grieks begon. In mijn
studententijd werd ik aangetrokken door de Chinese
klassieken en door de Man'y6shû. Gaandeweg dienden
de problemen zich aan, b.v. wat de functie geweest is van
de klassieke teksten in latere periodes, of in een andere
maatschappelijke en culturele context dan die van China,
i.c. in Japan. Een van de dingen die mij opvielen, was, dat
vrijwel alle geleerden uiterst gepreoccupeerd waren met
de vraag, wat de Lunyu of de Shijing oor~pronkelijk
betekend hebben of hoe zij er oorspronkelijk uit hebben
.
~
20
gezien, en veel minder in de vraag, wat latere
interpretatoren ervan hebben gemaakt. Mij begon juist die
laatste vraag te intrigeren: hoe commentatoren de
"heilige" teksten gebruikten als een medium om hun
eigen ideeën naar buiten te brengen en te legitimeren,
terwijl zij vaak tegelijkertijd de pretentie hooghielden,
misschien zelfs de illusie hadden, dat zij bezig waren de
oorspronkelijke betekenis te reconstrueren. Wat
Confucius bedoeld heeft, is minder belangrijk dan wat
latere generaties hem hebben laten zeggen.
Mijn interesse in de Many6shû was aanvankelijk
geïnspireerd door het feit dat sommige van de gedichten
die erin staan, b.v. die van Hitomaro, behoren tot de
mooiste gedichten die ooit in het Japans geschreven zijn.
Weldra viel mij op, dat latere generaties in hun
polemieken over poëzie deze anthologie voortdurend
noemden als het voorbeeld van een bepaalde, door
sommigen als ideaal geziene stijl: die der onopgesmukte
oprechtheid. Dit was een discussie die periodiek werd
herhaald. Wat was daarvan de reden? Naar mijn idee had
dit te maken heeft met de functie van poëzie in de Verre
Oost. Poëzie neemt daar een veel centralere positie in dan
in het westen. Het is, in een heel formele en van etiquette
doortrokken maatschappij, het enige communicatiemiddel waarin men geacht wordt te' zeggen wat men echt
denkt. Alleen, sommige mensen ,die zeiden wat ze echt
dachten (Sone no Yoshitada is een goed voorbeeld),
lagen er toch echt uit. Men kon dus kennelijk te ver gaan
in zijn echt zijn; kennelijk waren er grenzen.
Het interessante is nu - en hier kwamen mijn beide
dat het
hobby's nogal onverwachts tezamen
Confucianisme niet alleen een theorie bevat over de
functie van poëzie, maar ook een theorie over de grenzen
die aan de individuele expressie van de persoonlijke
emotie zijn gesteld. Die laatste is de theorie dat alle
21
TRAINING
CENTER
......
Conversatiemiddagen voor studenten Japanologie
Iedere maandagavond open avond voor Japans sprekenden
(st udercnden)
Calligrafle workshops
Helpdesk voor alle vragen met betrekking tot Japan
Japanse lunches voor zeer redelijke prijzen
Alle initiatieven vanuit de studenten Japanologie
zijn van harte welkom!
NIK! Training Center
DuJvenbodestrnat J 1 B
23 13 XS Leiden
Tel. 071- 5123550
Fax.071-5133887
e-mail: nlkJ «> euronet.ui
22
mensen in wezen, als moreel, zedelijk en maatschappelijk
schepsel, gelijk zijn. In Neo-Confucianistische termen: de
door de Hemel in de mens gelegde "natuur" is bij alle
mensen dezelfde. Verschillen ontstaan, wanneer deze
"natuur" wordt "verduisterd" door hartstochten en
begeertes. Dat iemands natuur verduisterd is, blijkt, onder
meer, uit het schrijven van bizarre, onbegrijpelijke, en
oninvoelbare poëzie. Het ideaal, dat hiervan het tegendeel
is, lijkt dus veel op het ideaal van de klassieke kunst in
Europa: "What oft was thought, but never so well
expressed."
Ik ben op deze manier op een heel ander spoor
gekomen dan waar ik tien, vijftien jaar geleden op zat.
Toen hield ik mij bezig met vragen als de ideologische,
politiek-legitimerende functie van het Confucianisme, en
stond ik op het punt mij in het recht van de Tokugawaperiode te gaan verdiepen, om te zien in hoeverre de
wetgeving en de rechtspraak expliciete verwijzingen naar
het Confucianisme bevatten. Ik ben daarvan afgeraakt
doordat nieuw onderzoek (mijn eigen onderzoek incluis)
had uitgewezen, dat het Confucianisme toch iets meer, en
iets anders was dan een politieke ideologie, en zeker in
het Japan van de Edo-tijd niet echt als zodanig had
door
de
intrinsieke
gefungeerd,
en
verder
aantrekkingskracht van de poëzie. Waar ik mij nu mee
bezig houd, is de discussie die zich in de tweede helfl van
de achttiende eeuw ontspon onder kokugakusha en
Confucianisten, over de waarde en functie van poëzie.
Hier vind je boeiende figuren als Kada no Arimaro - een
van de verstandigste mensen die ooit over Japanse poëzie
geschreven heeft - en Fujitani Mitsue, de aankomst van
wiens negendelige verzameld werk met smart wordt
afgewacht. Verder heb ik de firma Brill beloofd een
geschiedenis te schrijven van het Confucianisme in de
Edo-periode. Ik heb voorlopig werk genoeg.
23
Wanneer U, o lezer dezes, mij afwezig door het Arsenaal
ziet lopen of niet op mijn kamer aantreft wanneer U over
Uw cijfers wilt praten of Uw doctoraal-examen af wilt
spreken, weet U nu dus, hoe dat komt.
W.J. Boot
Toyama Homcstay 1995
Dit _j;1ar organiseerde Tanuki weer een homestay programma voor de Japanse scholieren uit Toyama-ken.
Elke scholier logeerde S dagen bij een Nederlandse
student, om zo het leven in oranda te leren kennen ..
Bij terugkomst in Japan schreven ze allemaal een
brief over hun en·aringen op deze reis, en deze brieven
werden in een uitgave van de Toyama-kcn Kyóiku
l'inkai gebundeld. In elke Tanuki Journal drukken wc
één of twee van deze brieven af. Op deze manier kan
iedereen zijn Japans oefenen en hopelijk lopen jullie
dan ook meteen warm voor de volgemlc Toyama homestay. Die kan dan net zo'n succes \Vorden als die
v;111 het af gelopen jaar.
De redactie
In dit nummer de brieven van Hosono Machiko, die
logeerde bij Annemarie van Dijk, en van Yamashita
Mamiko, die bij Hetty Rietveld verbleef.
24
25
~~~
~
tt
t r~ ib -ü
'ki lf3 j ~ 1
'1 "à l. f:l: ~ l ~ î= F.,.,, l.'' -1;
+
"JJi, 1: ,. ) ri.i, 1 ® ri\ ·n T:: .
~~
Aikido vereniging Shi Zen Ryu
Lestijden Aikido
mazindag
18.45 - 20.00 uur
20 .15 - 21.30 uur
beginners
;:il gemeen
lfHîti. ~Hf~ .
clinsd<1g
t <'i /2' 1 -/,I" ~ ~ '.- ~ ; ~h ?" l j-::. o
·{11:? r? è" "l. f' 'f Î 1t'. ~ D ~ t:''. t J.,
1 <.J.00 - 20. 15 uur
20.J0 - 21.30 uur
lwgi 11111:rs
a[gerneen
vrijdzig
19.30 - 20.30 uur
20 .30 - 21.J0 uur
algenwen
gevorclt•rclen
1. , •.
1'7: 7- · "··,,=t''-.
":,_'., l'' ~
r
1/
'f, r"r t/l' ~ T: ~ r "n. "J>'. F- r .. 7, ,c,,i- _
tn~li! M . t ,q &1i n î L n "J>\•; ~ 1-=~1 tJ,_ ' -4- î,.:{/f,' 7 < -J... Î= J ~.
-, t 7 . B ,. ,. T: ~ 1= -:, f, 7 1: 1 ( 7.i' , 7
lp < m; 'r " "'7. ,,,1 ~ ~-. l ''J • f:. o
"311 1. 1
°. ~
,-i
,, -
-r :- 1 t ,l 7- ,., - , • " • 11 'n 1~ 1 1-- "''' 1 ~ 11: ~ l "è , • i , l=.
~-pJfî:[ /: '1117~ l''';lî,~îJ. •. ·· , 8Ît'J /r/: 1/7lJ"/>1~~• :..p,'77i f$:1t'J,Jè,
"'i 1-1 ,1,/: !! ~I,)~ -,,, 1/- •c~ïfui . .:-OJ'f'I= 1,JJ--.T::". "<:l!}"h f';J.'1=1?
~~? ',\
~ 11
f
>',1'~10 l <1,,<1;~ xxx6
·:f,,..,7c,t11> 1•n1/;t";/,î (1'<ii,?)-f-,.q
Dojo: Gymzzizil molensteeg tussen nrs. 1 Ja en 15
(zijstrazit Doezastraat) Leic.len.
Lestijden T'zii chi chuzin
woensdag
18.15 - 19.45 uur
vrijdzig
17.30 - 19.00 uur
Docent:
beginner~
gevorclt•rclL!n
Daniel Smith
î~'1i ,Ä/'ll'lrn,4,,c_ t<1llfJ,$: 7 •q, 1JU/p. B1tt \ Vfl-Y mll {= iit1,T-=,
1~[1, /lhnrrn~1;c '< 'iJlt/<>, fl-L~ 'JÎ~'t!il= t/"/fî /•
(';. 1i 1Î) ..,_ 1 t .7 < t' f::_ n ~ / l
1, ":_ '"< tJi L !>'. Î: <"1° •
\, ' ' ) tl Î
ilî
'(
chq\\f~l'...• Jtr-îl rl•Pl,I';
Voor meer informzitie over Aikido vereniging Shi Zen Ryu:
Diedrik Onmens : 071 - 5 7G 00 95
Ec.l Smulclers
Maaike fvlentink
: 071 - 5 12 ,16 ll2
: 071 - 5 12 63 02
½'c l) . '2 t") 8 . '1rl t} '< '{ ~ tj ')
-
-~·fî/-.:1- ,, ,.,1,7. .. h11JJ/t\1,wr.Hi
J,1,,1\, ,ri,)a ~t-V! lf,t,=
fJ J 'I 1, "-' 1 d 1 1 " L. c " ,~ oi /:
'· ~
~n,, '!
-lt.h fD ED 1'f< t 1}" 1 ~",,, 1--.
1' --;, ,\ 'i . -r t ~ . l '{!1 ·i, 1- L l=- •
1;, <'1 1i!1 •\ : t / l -- 1-i 7;_ .. ;/, 'J {I h ,
1:-;
Docent: Tom Verhoeven
vfJ"1
. _;.,~k..r
j,:Äj
'?\
~,. ,-.....
}~.c
'
i;_·{.l\._
°rl '<- &· ,, r 1' -, <-/-, T= f\nnrr,,1,ie
~ h Îd f> 1" < f, Î=·k '1\ 1-== q 1 i' ,
\··:.,,,
I' ., ..,, .: ,,.
,1,i. '/ "11 1'·~-½ 1"
-l'l \:" '. \-
-I \",,.h _1·' ,:-~, _,- :-. :.1k-:.-"'v:~ -, ~--,.,
.,/.. ·,, . ·.• /:" Jr
\,::;._:.;.:;>·''-'----.._ . •;\ .:--. ,. .
'
26
',
' · ',/ ";_\
.
' '
'
Get ready for .....
~~
* Doe-Het-Zelf kopieën*
r ).
,l
*Kieurkopiën*
.,,
~
*DTP*
*Computerservice*
SP--.. . . . .--.....~. .•.
~~ .. ~~"
*A2 kopie~_n*
*Textielbedrukking*
*Inbinden*
H ogewoerd 4B
2311 HM Leiden
tel: (071) 514.33.93
28
r
1
' 1
1
1
1
--------------------------------------------7
1
1
1
1
:
1
1
1
1
1
1
BOEKEN VOOR ELKE LIJST
.
.
- Brees r~at 54- --, Léidè-n -:Tel. 0·71 :. :12486-2 -:
•
1
-
'
'
•
,..
~~
•
,•
~~
.- '
-
'
•
•
-·
•
•
-. •
'
•
L _____________________________________________ J