-
Titel
-
1990-1991 | 1
-
Nummer
-
1
-
extracted text
-
Tatanukiki
Jaargang 9
l 990
Nr 1
Tatanukiki 1990/1991 nummer 1
Redactie:
Omslagontwerp:
Miranda Molenaar
Gerrina Poncin
Saskia de Reuver
Oscar Veltink
Gerard Griffioen
Advertenties:
Gerrina Poncin
Redactie adres:
Secretariaat Centrum voor Japanologie en Koreanistiek
Arsenaalstraat 1, 2311 CT Leiden.
De Tatanukiki is het verenigingsblad van Tanuki, vereniging voor
studenten in de Japanologie en Koreanistiek aan de Rijksuniversiteit te
Leiden.
Inhoud
.
~
Redactioneel
Van het Bestuur
Van de Quaestor
International Documentary Filmfestival
Is er wat mis dan?
Eerstejaars barbeque
Who are the Japanese?
Japanese Roots
Verslag van twee weken Japan ...
Japanese Pompeii
Tonijn Teriyaki
Verandering
Passage uit het dagboek van een Koreaniste ...
Myths, Crises and Heroes
Go
1
2
4
5
6
9
10
13
15
17
20
21
31
33
38
Redactioneel
Van het bestuur
Zo, hiervoor je ligt dan de eerste Tatanukiki van het jaar 1990-1991.
Wij als redactie hopen dat je ervan geniet. Natuurlijk zijn wij alweer druk
op zoek naar kopij voor een volgende Tatanukiki, waarbij we jullie hulp
kunnen gebruiken.
Ben je in Japan of Korea geweest, schrijf dan eens wat over je
belevenissen en ervaringen op, zodat anderen kunnen vergelijken of
gewaarschuwd zijn voor dingen die ze daar te wachten kunnen staan.
Kom je een artikel tegen waarvan je denkt dat het ook andere Tanukileden
interesseert, geef het ons dan door.
Ook reacties op films, voorstellingen, congressen etc. zijn welkom.
Ons adres en de redactie-leden vind je op een bladzijde hiervoor.
Wij wensen je iQ ieder geval veel leesplezier!
Waarde leden,
De redactie.
Hierbij heet ik jullie welkom in een historisch Tanukijaar,
namelijk het eerste jaar dat Tanuki officieel erkend wordt in de kamer van
Koophandel. (Voor de geïnteresseerden liggen de statuten in het Tanukiarchief.) Er zijn al heel wat activiteiten gehouden, waaronder borrels,
eerste jaars activit_e iten, en voorbereidingen voor een nieuw Tanuki-jaar
vol met activiteiten.
Hieraan werkt een totaal nieuw en enthousiast bestuur dat 20 juni
1990 tijdens de algemene ledenvergandering in haar totaliteit
geïnaugureerd werd. Ik zou hen graag willen voorstellen.
Als assessoren fungeren: Arjan van Well, Elizabeth de Haan, Kris
Schiermeier en Saskia de Reuver. Naast het algemene (normale,
dagelijkse) werk van assessor, neemt elk dit jaar een speciale taak op zich.
Kris en Saskia als hoofd van de eerste jaars commissie, Arjan als hoofd
van de Japanse "visual entertainment" afdeling, en Elizabeth, als hoofd
van de bevordering van de Japanse literatuur en conversatie. Gerrina
Poncin als Ab-actis, zorgt voor contacten binnen en buiten de vereniging,
Maarten Boef als quaestor zijnde heeft de inspannende taak om er voor te
zorgen dat jullie geld goed besteed wordt. Verder zal ik in de van oudsher
geëerde functie van Tanuki voorzitter, er voor zorgen dat er meerder
malen het piepen van de voorzittershamer gehoord
wordt. (Voor verheldering op dit punt wees allen welkom op de volgende
Tanuki A.L.V.)
De activiteiten van dit jaar zullen voor sommige van de oudere
leden onder jullie herkenbaar zijn, terwijl andere, totaal nieuw zijn, of
een nieuw "kleurtje" hebben gekregen. Het tonen van Japanse films
bijvoorbeeld blijft een Tanuki activiteit, maar wordt dit jaar afgewisseld
met bijvoorbeeld het tonen van bekende Japanse T.V.-programma's.
Verder bieden wij jullie een reeks van andere activiteiten aan,
waarondere lezingen, bedrijfsbezoeken, een Shuji-(Japanse caligraphy)
cursus, theater voorstellingen, een buitenlandse reis, exposities over
Japan, een Japanse literaire club, Japanse etentjes, borrels, natuurlijk de
2
twee grote eindfeesten ( de eerste 1 december a.s.) en nog meer
interessante activiteiten waarover je door het jaar heen meer van zult
horen.
Ik wens jullie een fijn jaar toe, en hoop dat Tanuki kan zorgen voor
ontspanning naast het studieleven en dat we iets in de aanbieding hebben
wat jullie aanstaat, en waar jullie met net zo'n enthousiasme naar uitkijken
als wij.
Femke Kruiderink.
Van de Quaestor
Beste Tanuki-leden,
Aangezien verscheidene personen hun naam niet op de Tanukiacceptgiro geschreven hebben, kan ik er met geen mogelijkheid wijs uit
worden, wie er nou eigenlijk zo aardig en verstandig zijn geweest lid te
worden van Tanuki. (handtekeningen ontcijferen is niet een van mijn
sterkste punten.)
Daarom volgt hieronder een lijstje met de bank/giro rekeningnummers
van de mensen, die wel betaald hebben, maar vooralsnog anoniem blijven.
Als jouw bank/gironummer hieronder vermeld is, neem dan contact op
met mij, of een van de andere bestuursleden. Ook een briefje in het
Tanuki-postvakje kan werken.
1) bank:464829267
2) _giro: 5929760
3) giro: 6082175
4) giro: 5114410
5) bank:474340635
6) bank:588283681
7) bank:363598715
8) giro: 5717925
9) giro: 3005919
10) giro: 5948062
11) bank:323741894
12) giro: 3358852
13) giro: 2301885
14) bank:806103159
(C. Dongen?)
(M. Samantha?)
(A. Hartman?)
(W. Looyen?)
Bij voorbaat dank,
Maarten Boef, quaestor Tanuki
3
4
Japanse Film
•
international{\
documenlary
filmfestival
amslerdam
Van 6 tot en met 13 december 1990 vindt het 3e
International Documentary Filmfestival in
Amsterdam plaats. Het doel van het festival is de
documentaire film, die uiteenlopende aspecten van de
sociale en maatschappalijke realiteit in zich draagt, te
promoten.
Dit jaar staat Japan centraal in het landenthema; een land met een
lange en sterke documentaire filmtraditie. Het retrospectief rond Japan
omvat oude en recente films; werk van bekende en minder bekende
regisseurs, waaronder een aantal films die nog niet eerder buiten Japan
werden vertoont.
Het aanbod van circa 20 Japanse documentaires biedt een
unieke mogelijkheid om zicht te krijgen op de Japanse samenleving en
geschiedenis. Een greep uit het aanbod:
-Nippon sengo-Shi - Madam Omboro: History of postwar Japan as
told by a prostitute. Regie: lmamura Shohei.
-Tokyo Saiban - The Tokyo Trial. Regie Koboyashi Masaki.
-Minamata: Kanjja-san to sono Sekai. Regie: Tsuchimoto Noriaki.
-Satsuma moso biwa - A blind biwa player. Regie: Suwa Atsushi.
Voor meer informatie over het festival of een lijst met titels van het
Japan-programma kunt U contact opnemen met:
International Documentary Filmfestival Amsterdam
Kleine-Gartmanplantsoen 10
1017 RR Amsterdam, tel. 020-273329
Vanaf 3 december voor informatie en reserveringen: tel. 020-266946
5
Is er wat mis dan ?
Zoals Hakehari vorig jaar al aangesneden heeft, lijkt er wat mis te
zijn op de vakgroep Japanologie. Met een van de laagste rendamentscijfers
van heel Nederland (14%) is er vorig jaar een onderzoekscommissie bij
ons langs geweest. Wat daar uitgekomen is, blijft voor velen een raadsel.
Hakehari ging er prat op dat er nogal wat mankeerde aan de motivatie en
inzet van de studenten. Ik ben dat wel gedeeltelijk met hem eens. Hij
vergeet zichzelf echter een heel belangrijke vraag te stellen: Waarom? Het
kan toch niet zo zijn dat de Nederlandse student 'en masse' laks is
geworden en dat al die studenten ook nog eens allemaal bij Japanologie
terecht zijn gekomen.
Edoch, de motivatie en inzet lijkt bij de meerderheid inderdaad
weinig te zijn. Ik wil op enkele oorzaken hiervan even ingaan. Voordat U
als lezer verder leest, wijs ik er met klem op dat dit stukje uitsluitend een
persoonlijke visie is en ook als zodanig bedoeld is. Geenszins ligt het in
mijn bedoeling wie dan ook tegen de schenen te schoppen. Deze rubriek is
getint door de frustraties van een ouderejaars gemotiveerde student die
ondanks alles toch nog gemotiveerd is gebleven.
Laten we beginnen bij het vakken-aanbod, want daar begint het toch
wel allemaal. Zolang je le of 2e jaars bent, volg je gewoon braaf wat je
moet volgen. Vakken als cultuurkunde en taalkunde, die veel tijd in beslag
nemen, maar zeer weinig van nut zijn voor de student, of een vak als
apparaat. Ik ben zeker een voorstander van algemene ontwikkeling, maar
wat er bij mij niet ingaat, is het feit dat deze nogal "klassieke' disciplines
bevoorrecht worden boven een "moderne" discipline. Dan praat ik niet
over management en economie en dat soort varianten, maar puur de
taalhoofdvakkers, die gedwongen worden zich te specialiseren in de
klassieke richting.
De tijd dat Japanologie een exotische uitwas was voor de enkeling
die zich toelegde op de mysteries uit het verleden is voorbij. Japan is een
modem ontwikkeld land, dat hier en daar nog enkele sporen vertoont van
de culturele exclusiviteit uit het verleden. Neem een vak als literatuur.
We krijgen lettterkunde tót de Meiji-restauratie in 1868. Wat er daarna
gebeurd is, is voor velen een vacuüm dat de geïnteresseerde student zelf
6
maar een beetje op moet zien te vullen. Sinds 1868 is er tenslotte
ongelooflijk veel veranderd in Japan en zijn er geen disciplines die die
veranderingen zo duidelijk weerspiegelen als de literatuur en de kunst. De
meesten weten via de media wel wie Mishima was en wie Natsume Söseki
geweest zou moeten zijn, maar wat weet de gemiddelde student van
moderne schrijvers, stromingen en dergelijke? Bar weinig! Dan volgen
we dus braaf literaire én wetenschappelijke teksten in het 3e jaar en dan
nog het liefst bij meneer Scholten, omdat hij als een eenzame kruisridder
· ' maar
de student wat bij probeert te lichten in deze donkere onwetendheid,
toch is ook dit vak in principe gericht op het juist vertalen en begrijpen
van de tekst. Daarna houdt het op.
Er zijn géén, maar dan ook absoluut nul-komma-nul keuzevakken
die dit hiaat voor de student kunnen opvullen. Gedwongen dus om het
buiten de studiepunten om te doen, waar weer niet veel tijd voor is als je
genoegen moet nemen met andere keuzevakken die je niet werkelijk
interesseren.
Mijns inziens is het gewoon absurd dat een student in 1990 zich niet kan
specialiseren in moderne literatuur. Wel is hij verplicht klassieke teksten
in het 4e jaar te volgen, een vak dat tegenwoordig maar zeer weinigen kan
boeien. Niettemin is het nuttig kennis te maken met de klassieke
letterkunde, die uiteraard zeer belangrijk is geweest voor de literatuurontwikkeling, maar die kennismaking geschiedt in het 3e jaar. Wie zich
daarná nog verder wil verdiepen, zou verder moeten kunnen met klassiek
als keuzevak.
Ik vind het onbegrijpelijk d_at de student als een middelbare scholier
een aanwezigheidsplicht heeft zonder dat men zich afvraagd waarom de
student toch zo ongemotiveerd is t.a.v. klassieke letterkunde. Het
angstbeleid (na 4x afwezigheid kan men geen tentamen doen) kan toch
onmogelijk bijdrngen aan de motivatie.
Allicht dat wanneer klassiek niet meer verplicht is, er nog maar een
zeer kleine groep geïnteresseerden overblijft. Welke belangen spelen hier
dus mee? Dat is wat ondergetekende zich, met het schaamrood op de
kaken telkenmale afvraagt. Maar: motivatie laat zich niet dwingen. Met de
aanwezigheidsplicht zullen de stude11ten meer naar de colleges komen en
waarschijnlijk zullen ze meer voorbereiden. Het probleem wordt echter
alleen maar aangescherpt op deze manier, en zeker niet opgelost.
7
Volgende keer:
- Japanologen die afstuderen na 1 of 2 jaar geen conversatie gehad te
hebben.
- zelfstudie bij, talenlab (ook al spreekvaardigheid) en dictee/kanjtest
(terwijl klassiek, apparaat e.d. wel doorgaan.,wat is er nou belangrijk?).
- een vak dat verdeeld wordt onder twee docenten, die beiden
verschillende opvattingen hebben over de vertaalmethoden (Wat bij de
een goed is, is bij de ander fout).
Ondergetekende staat geheel open voor kritiek, dus wie wil schrijven over
dit onderwerp of volgende onderwerpen nodig ik van harte uit kopij in te
leveren bij de Tatanukiki.
Henmei
KENDO
Al DEN HAAG
Japanse Budo Sporten
Kendo
Zwaardschermen
1ai do
Levende zwaardtechnieken
Jodo
Stok technieken
lnlichlingen:
Bram Swaneveld
Paulus Buysstraal 66
2582 CK 's-Gravenhage
Telefoon (070) - (3) 54 28 98
8
Eerste jaarsbarbeque 1990.
Op initiatief van Tanuki werden er op woensdag 26 september een
vossejacht en barbeque georganiseerd voor de eerste jaars en hun
mentoren.
De vossejacht bestond uit een speurtocht naar Japanse vossen (
docenten en Tanuki-bestuursleden ). Bij die "Japanse vossen" moesten de
eerstejaars en hun mentoren een op Japan gerichte opdracht vervulleni
Deze opdrachten bestonden o.a. uit het spelen van Japanse spelletjes, het
bedenken van een Kabuki-stuk en saké drinken met meneer Oya.
De Tanuki vossejacht eindigde bij "De Burcht", waar men kon genieten
van een heerlijke bárbeque.
Jammer genoeg moest de barbeque voortijdig beëndigd worden vanwege
het slechte weer en konden de Kabuki-stukken helaas niet meer worden
opgevoerd.
Toch was het een zeer geslaagde dag, mede dank zei de medewerking van
mevrouw Kragt, meneer Oya en de oudere jaars (-mentoren ).
Namens Tanuki;
Kris Schiermeier en
Saskia de Reuver
(eerstejaarscommissie)
9
Who are the Japanese?
In October of 1986, then Prime Minister of Japan Yasuhiro Nakasone
angered many by stating that Japan is a country of only one race. Physical
anthropologists divide "The Japanese" into three groups - Mainland Japanese,
the Ainu and the Ryukyuans. But are these groups different? Do they share any
of the same origins? The following attempts to shed some light on these
questions.
When in the U.S. recently, I was surprised to hear that the racial
classification "Mongoloid" was falling out of use. It seems that American and
Canadian anthropologists feel that this term implies that the Mongolians are the
purest form of the race and that other Mongoloid groups are somehow impure
mixtures. I then leamed that the Japanese are now considered "Asiatic". But Asia
is so large and encompasses people such as Indiaas and Turks, so I can't help
wondering if it isn't better to continue using "Mongoloid", as is done in Japanese
academie circles.
When discussing the Ainu, known in Japan as the indigenous people of
Hokkaido, many Westemers and some Japanese refer to them as a caucasoid
race, and they are so classified in publications such as Edwin Reischauer's
History of Japan and in the article by Felix M. Keesing on the Ainu in the 1970
Encyclopedia Britannica.
However, a lot of evidence suggests that the Ainu are more closely related
to the Ryukyuans (the indigenous people of Okinawa and the surrounding
islands), and that the Ainu can be classified as Mongoloid- as are Mainland
Japanese and Ryukyuans.
This theory springs from the results of recently conducted skull
comparisons, in which 50 points along the skull were measured and then
statistically analyzed. Using a classification technique known as cluster analysis,
Prof. Kazuro Hanihara of the International Research Center For Japanese
Studies, found a clear connection between the Ainu, the Ryukyuans and the
Mainland Japanese.
Prof. Keiichi Omoto of the Tokyo University of Anthropology
Department and other researchers have reached similar conclusions after
genetic comparisons of blood types, enzymes and proteins.
(For reference,
10
please see Prof. Hanihara's article on the Ainu in the latest edition of the
Encyclopedia Britannica.)
Changed by the ice age
During the Old Stone Age (Pleistocene) and in the Jomon Period (roughly
10,000 to 400/300 BC), the old type of Mongoloids were already occupying the
areas they are associated with today - from Hokkaido to Okinawa.
About 20,000 years ago, the last ice age surrounded the Mongoloids in Northeast
Siberia. The bitter cold an dryness of this region during this time tended to favor
the survival of people who could adapt to the severe conditions. One factor was
the nose - those with flat, squashy noses and large nostrils tended to survive, as
such a nasal construction helps to warm and moisturize cold, dry air before it
reaches the lungs. (It was, incidentally, also cold in European regions, but the
humidity of the gulf stream allowed the Europeans to keep their more
prominent noses.)
Other advantages in this climate were thick single-layer eyelids (to protect
eyes from the cold), a generally flat face, a light beard (heavy beards collect too
much frozen moisture) and short limbs (which lose less body heat).
In other words, this climate sculpted a "New Mongoloid" one that eventually
migrated through the Korean Peninsula to Japan.
Mixing it up
These New Mongoloids first arrived in Japan about 2,300-2,400 years ago
and brought a new rice planting method and bronze and iron technology,
signaling the beginning of the Yayoi Period (roughly 400/300 BC-AD 300).
They and their descendants mixed Jomon people and their descendants, and their
posterity comprises today's Mainland Japanese.
These New Mongoloids, however, did not make it to either Hokkaido or
Ryukyu, which is why some characterisics of the Old Mongoloid remain in the
Ainu and Ryukyuans.
According to ancient Japanese records there lived a group of people called
"Emishi" in eastem Japan. Since the Jatter half of the 12th century the characters
used to write their name have been pronounced "Ezo", which referred to the
Ainu. However, it is by no means cle.i!-r~whether the Emishi were Ainnu or
Mainlanders. Prof. Hanihara advanced the theory that the Emishi were a group
11
of people that developed as the Jomon people were dividing up into Mainlanders
and Ainu, so it is incorrect to call either one by this name.
Terms used today such as "Japanese", "Japanese race", "Japan-like" and
"Japanized" tend to refer only to Mainland Japanese. However, when studying
the history of "The Japanese", one must study Mainlanders, Ainu, Ryukyuans
and others in terms of physical anthropology, archaeology, folklore and
linguistics.
Uit: Look Japan
RESTAURANT-COCKTAILBAR
CUISINE
SAUVAGE
OOEl!NSTEEG 8. LEJDEN. 071-149069
12
Japanese Roots
The Japanese have always been considered a highly homogeneous
race. But where did their ancestors come from? Archaeologists have
deduced that they carne from continental Asia during prehistorie times,
but this still doesn't tel1 us exactly where the Japanese carne from and
what routs they carne by. Two Japanese biotechnologists, in an attempt to
find the answers, have utilized discoveries in the fields of immunogenetics
and molecular biology and reached some interesting conclusions.
Assistent Professor Katsushi Tokugana and Professor Takeo Juji of
the university of Tokyo Hospita! have discovered that there are at least
four branches of Japanese ancestors. The method they used to prove this
was based on an examination of'the human leucocyte antigen (HLA)
system, which comprised groups of genes found in human leucocytes
(infection-fighting cells). The HLA system has a vast variety of "sets", but
the characteristics of these sets are transmitted from parents to children.
The scientists therefore used the heriditary nature of the HLA system as a
base for research into the origins of the Japanese.
After studying the sets of HLA systems of Japanese and
neighbouring Eastern Asian groups, Tokunaga and Juji discovered 20
specific HLA sets in Japanese and among these four major types. One type
(a), which was found in 10% of Japanese, was also found in 2% of
Beijinese and Koreans. In Japan, this type was mostly found in northern
Kyushu, Sanyo and Kinki (central Japan). Thus, the ancestors of this ·
group may have moved from northern China through the Korean
peninsuls to western Japan. The second type (b), though very rare in
China, was found in 10% of Koreans and in more than 8% of people in
central and northern Japan. this type may have moved directly from the
Korean peninsula to Japan across the Japan Sea. The third type (c) was
found in 2-4% of people in southern China and Taiwam but rarely found
in northern China and the Korean Peninsula. In Japan this type has been
found in Okinawa, southern Kyushu and Shikoku, suggesting a movement
from southern China to southern Jaf,àn through Taiwan and the Ryukyu
Islands. The fourth type (d), found in northern Kyushu and western
Japan, has not been found in China but a simsilar type considered to be of
13
the same set as was found in 10% of people in southern China and 3% of
Koreans. Tuis group may have moved directly from southern China or
through the Korean peninsula to northem Kyushu.
Tuis study indicates that the ancestors of modem Japanese carne to
Japan via several routes and then mixed over the centuries to become the
modem Japanese. Such scientific data indicate that the idea of Japanese
racial homogeneity is nothing more than myth.
Uit:Look Japan
14
Verslag van twee weken Japan met
de Japan Foundation.
In mei heb ik meegedaan aan een vaardigheidstest Japans op de
Japanse ambassade in Den Haag en won tot mijn verrassing net als Jeroen
Lamers (die in juni al was vertrokken) een geheel verzorgd verblijf van
twee weken in Japan. Dit was van 13 tot en met 27 september. Alles werd
georganiseerd door de Japan Foudation.
Aangekomen in Japan maakte ik tijçlens de twee uur durende rit
vanaf Narita-airport al direkt kennis met twee polen en twee filipijnen. De
gehele groep bestond uit 70 internationale studenten. China (7) en Korea
(14) waren het meest vertegenwoordigd. De overigen waren europeanen,
noord-en zuid amerikanen, aziaten ( ook australïers en nieuwzeelanders
waren aanwezig ), Het prograsmma was heel erg vol.
De eerste dag begon met een oriëntatie in het verblijfscentrum,
gelegen in Kita Urawa, ten noorden van Tokyo. Iedereen kreeg een ruime
toelage, een éénpersoonskamer met t.v., koelkast, bad, douche, etc. Ook
was er een ammusumentsruimte met karaoke, pingpongtafel e.d ..
Kortom; twee weken _van ongekende luxe stonden ons te wachten.
Vervoer, maaltijden en verblijf werden perfect geregeld. Omdat de
mensen van de groep allemaal in dezelfde situatie zaten, zat de stemming
er vanaf het begin goed in en maakte je heel snel vrienden, wat ook
bijdroeg aan een onvergetelijke tijd.
De tweede dag volgde de "homestay" bij een gastgezin. Ik kwam
terecht bij de Kuramochi's in Saitawa, een aardige familie, die me overal
mee naar toe namen. De "homestay" was slechts voor een nacht, maar je
krijgt er toch wel een beetje een indruk van hoe de mensen leven in die
kleine huizen. Bij een shuji-wedstrijd moest ik na daaraan deelgenomen
te hebben een kinderliedje zingen in het nederlands ( kortjakje ) voor de
kinderen. Na dit alles kan ik iedereen die in Japan komt aanraden een
tijdje in een gastgezin te verblijven. Het werd me wel duidelijk dat
Japanners veel, maar vooral snel et:'1}. In welgeteld 5 minuten slurpten de
Kuramochi's de ramen op, terwijl ik er een half uur mee zat te worstelen.
15
Het eten was wel even wennen, daar vis niet echt mijn lievelingskostje is,
maar later raakte ik daar steeds meer aan gewend.
Na de theeceremonie op het centrum en het rondkijken met een stel
vrienden in het rustige Kita-Urawa volgde de rondreis van 5 dagen. De
eerste bestemming was Kyóto, te bereiken per shinkansen., enigszins
vertraagd door de taifu, die over Japan woedden, verbleven we 3 nachten
in het luxe Kyoto hoteru. Gedurende de 5 dagen werden we overal naar
toe geleid in de twee bussen met elk een hostess ( met hoedje op en witte
handschoentjes ), die vertelden over de te bezoeken plaatsen, zoals de
gouden tempel, kinkakaji , de ryoanji , de nijojo en zo kan ik nog wel
even doorgaan. Ook ontmoeten we medestudenten op de
Doshishadaigaku van Kyoto; Heel interessant. Hierna was Nara aan de
beurt met o.a. de schitterende Todaiji die de grootste boeddha ter wereld
bevat.Al die indrukken zitten voor altijd in mijn geheugen gegrifd.
Nadat we waren vertrokken uit het hotel keken we rond in
Hiroshima, dat heel modern is geworden. Wat de atoombom heeft
aangericht was alleen goed te zien in het herdenkingsmuseum van
Hiroshima.Diezelfde dag nog bereikten we per pont Miyajima. Mijns
inziens was dat wel het mooiste gedeelte van de reis. Voor de kust was de
tori goed te zien en herten liepen er vrij rond. Iedereen bracht daar een
nacht door in een ryokan. 's Avonds was er een enkai ( dinner-party) in
een beregezellige ruimte. Heel de zaal ging plat toen onze groepsleiders
op het podium Karaoke begonnen te zingen en helemaal los kwamen.Een
leuke bijkomstigheid was ook dat je 's avonds gewoon in je jukata ( soort
hotelkimono ) gewoon buiten kon lopen.
Met de shinkansen reden we weer terug naar Tokyo. De laatste
dagen besteedden we met bezoeken aan o.a. kabuki, de beurs van Tokyo,
Tokyo Tower ( 300 meter hoog ) , het nationaal museum van Tokyo en
een ikebana-demonstratie. Er was nu ook genoeg tijd om zelf Tokyo te
verkennen, gebruikmakend van de densha en de chikatsu. Met wat
vrienden en vriendinnen gingen we naar de uitgaans- en warenhuizen
buurt, de Ginza, de disco in Roppowgi ( ook een uitgaansbuurt ), Asakusa
en Akihabara ( de elektronische wijk).
De laatste avond was de afscheidsparty en de volgende dag nam ik
met pijn in mijn hart afscheid van Japan en mijn vrienden.
Marco Bierkens
16
A Japanese Pompeii
In the second half of of the 16th century, residents of a hilltop
village watched in fear as a volcano 10 km to the north belched smoke and
shook the earth.
Older residents, recalling an eruption a decade earlier, urged the
oter villagers to leave immediately. When the mountain erupted, chunks
of lava-most about the size of ping pong balls but some as big as 30 cm in
diameter- rained down on the village and scorched an entire section of
town. The lava feil for several hours, covering the grounds to a depth of
two meters, and tumed the area's villages into instant graveyards.
Today pumice-porous volcanic rock- is mined in the Komochi
Mura area near Mt. Haruna in what is now Gunma Prefecture (100 km
northwest of Tokyo). It is a popular ingredient in concrete blocks. When
the town's Education Committee heard one day the the miners had
discovered sonie ancient pottery, they notified local and prefectural
achaeologists who went to investigate the startling finds. Dwellings
seemed to be buried under the pumice. how many were there? A radar
survey of the ground beneath the pumice reveàled hollows, raised places
resembling graves and ridgelike remains of levees.
A buried village
Thus began, in 1983, the excavation of the Kuroi-mine Ruins. As the _
archeologists removed volcanic rock they found standing pillars of
individual buildings, brushwood fences surrounding the remains of
dwellings, and what were once roads and cultivated fields. The site began
to look like a 6th century Japanese village.
The fences describe areas of between 800 and 1500m2. Inside are
the remains of homes, work huts, warehouses and stables clustered
around central courtyards of hard-trodden earth that probably were used
as outdoor work places.
The warehouses rested on poles 60 cm above the ground. Bare dirt
formed the floors of many of the of'fi.èr buildings; in some cases the dirt
was covered with wood and then topped with matting. All of the buildings
17
seem to have had thatched roofs. An analysis of the dirt floors in the
stables revealed the presence of fatty acids; these acids indicated that cows
had been kept. Archaeologists also have found dugout fireplaces in many
of the homes, some with earthenware cooking utensils still inside.
Just outside the perimeters of the brush wood fences lie the remains
of the village pit-dwellings. these were holes about one meter deep with a
floor space ofbetween 25m2 and 81m2. Earth was piled around the edges
of the dugouts to form walls. Wooden rafters were then laid on top of the
walls and covered with altemating layers of thatch and earth to form the
roof.
The fireplaces within the pits clearly indicate that they were used as
living spaces. Pit-dwellings, it so happens, are warm even in cold weather:
the residents probably spent the summer months in their homes within the
brushwood perimeters and moved to the warmer pit-dwellings, when
winter set in.
Each brushwood-enclosed compound problably held one family
with as many as 15 members. At the Kuroimine ruins, which cover about
eight hectares, five such compounds have been discovered.
When it happened
The ruins yield information about when the volcanic eruption occurred.
Excavators found cultivated fields inside and outside the brushwood
perimeters. The remains of levees are sill evident, suggesting that the
villagers had finished harvesting their fields at the time of the eruption.
furtermore, many earthenware tools used for everyday chores have been
found in and around the dwellings within the brushwood fences, but
almost none have been found in the "winter" pitdwellings. Archaeologists
have used these and other clues to deduce the time of the eruption as some
time in early summer. some roads run amongthe compounds while others
lead out of the village. One winds down the slope of the hili to a
waterhole- was this the source of the village's water supply?
Investigators found an earthenware vessel there, problably once used to
carry water up the ancient paths.
Another road descends into the valley and leads to the remains of
small rice paddies, each only three to four square meters. apparently not
18
much had changed since the Japanese first began cultivating rice in the 4th
century BC, when fields were similar in size.
While no human bones have been found among the ruins, there are
signs that some people failed to heed the warnings of the village elders.
Traces of human fatty acids have been discovered in the recesses of
dugouts where frightened villagers must have suffered hellish deaths.
Archaeologists currently are excavating the remains of a simsilar village
on a nearby hilltop. At another site in Gunma Prefecture, investigators
are uncovering a village buried by the volcanic eruption that occurred
several decades prior to the one that wiped out the settlement at
Kuroimine. Other ruins are bound to be discovered in years to come.
Archaeologists thus are garnering a wealth of historie information from
the remains of an East Asian community that perished in a volcanic
eruption half a millennium after the city of Pompeii met its fate at the foot
of Mt. Vesuvius.
Uit: Look Japan
19
Tonijn Teriyaki
voorbereiding:
kooktijd:
20minuten
17 minuten'
voor 4 personen,
benodigdheden : 4 moten tonijn
2 el. olie
4 el. sojasaus
1 el. mi.tin
1 el. suiker
1 el. lll.Wl
Bereiding: Verhit de olie in een grote braadpan. Bak de tonijnmoten in 2
minuten lichtbruin. Giet de olie uit de pan en voeg sojasaus, m.i.r.in en
suiker toe. Kook de moten hierin in ongeveer 5 minuten gaar boven laag
vuur.
Haal de vis er vervolgens uit en houd hem warm. Kook het vocht tot de
helft in.
Roer de mis.2, erdoor.
Ontvel de tonijn en laat ze voorzichtig in 2 helften uiteenvallen.
Haal de graten eruit.
Giet de saus over de vis en garneer hem met radijsbloemen en -bladeren.
20
Verandering
Tanuki ne-iri
Hoe rijk zou Japan zijn als de inwoners van het land niet constant in
slaap vielen? Dat vroeg ik me af na duizenden kilometers temidden van
snurkende Japanners te hebben afgelegd. Of het nu een boot, een bus , een
vliegtuig of een trein was, zodra het betreffende vervoermiddel zich in
beweging zette, sloten de ogen van mijn medepassagiers zich. Sommige
slapers waren ongetwijfelds echt moe. Anderen hadden mischien geen zin
om te lezen en haalden nu alvast de slaap in die ze zouden missen. En voor
een groot gedeelte was het wegsukkelen, of doen alsof je slaapt, een
effectieve manier om contact met anderen uit te sluiten. De Japanners
hebben daar in ieder geval en aparte uitdrukking voor: tanuki ne-iri, de
"dasseslaap".
Maar wat·er ook achter deze nationale slaapziekte mag ziten, voor
mij zijn de japanners de absolute wereldkampioenen op het gebied van
indutten.Wat? Het ijverigste volk ter wereld verslaafd aan slapen? Het
spijt me voor alle westerse profeten die beweren dat het niet alleen voor
onze economie goed zou zijn als we Japan in alles navolgen, maar dit is
ook een deel van de waarheid.
Zo hard werken de meeste Japanners namelijk niet. Ze mogen dan
het begrip "verborgen werkeloosheid" niet kennen, de praktijk ervan
beheersen ze tot in de kleinste details. Ik heb meegemaakt dat zo'n zeven
bankemployés zich met de verzilvering van een doodeenvoudig traveller
cheque bezighielden. Eerst krijg je van de juffrouw achter het loket een
uitgebreid formulier dat zeer nauwkeurig moet worden ingevuld: naam,
nationaliteit, adres, verblijfplaats in Japan, paspoortnummer, gewenst
bedrag, enzovoorts. Dan gaat het hele zaakje naar een meneer die alles op
zijn gemak bekijkt en er wellicht nog een velletje aan toevoegt. Een
andere juffrouw brengt het vervolgens naar een ander bureau, waar een
soort chef met stempels in de weer gaat. Een nieuwe juffrouw (altijd een
juffrouw, en altijd gehuld in een saaj. rpantelpakje in de kleuren van de
bank) verdwijnt met het complete dosasier achter een deur en keert na
enige tijd met het geld terug.
Maar we zijn er nog niet. Papierwerk en yens passeren in
omgekeerde volgorde de eerder afgelegde route, waardoor de totale
procedure al gauw een minuut of twintig in beslag kan nemen.
Het zijn toestanden die je in Zuid-Europa of in de derde wereld verwacht,
maar niet in het ogenschijnlijk hypermoderne en gestroomlijnde Japan.
Nog meer voorbeelden? In Tokyo zat ik in een hotelkamer die uitzicht
bood op een kantoor. Op een regenachtige ochtend heb ik het doen en laten aan de overkant eens bestudeerd. Nadat iedereen achter zijn bureau
had plaatsgenomen, werden eerst de sumo-en honkbalverslagen in de
kranten uitgebreid doorgenomen. Het feitelijke werk bestond zo te zien
uit het bladeren in stapels papier en het met de hand overschrijven van
gegevens. Dit alles in een uiterst rustig tempo. De vrouwelijke
werknemers (ook hier in uniforme mantelpakjes) hielden zich
voornamelijk bezig met het aanreiken van dossiers, het maken van
fotokopiën en het regelmatig rondbrengen van thee. Ruim voor twaalf
uur rukte iedereen uit naar eethuis of koffieshop.
Een jonge amerikaan die in Tokyo bij een japans bedrijf werkt,
be".estigde dit beeld. Hij vertelde me dat zijn collega's heel goed waren in
het uitstellen van dingen, zodat 's avonds vaak van alles moet worden
afge-maakt. Hij benadrukte het feit dat het gaat om een bedrijf waarop
over-uren niet worden doorbetaald. Voor veel kantoorwerkers ofte wel
sarariman ("salaryman") is dat namelijk een belangrijke reden om
overdag niet te veel uit te voeren; dan valt er 's avonds wat te doen. Dat
bete-kent extra geld en eten op kosten van de baas. Het verklaart ook
waarom je op vrijwel ieder tijdstip van de dag in bijvoorbeeld
koffieshops en boekwinkels mensen aantreft die eigenlijk wel wat beters te
doen hebben. Maar dat is - als we de schrijver en kenner bij uitstek Donald
Richie mogen geloven - een westerse manier van kijken. Richie beweert
dat de Japanner ondanks zijn moderne uiterlijk nog steeds een Aziatisch
tijdsbestek heeft. Dat houdt onder andere in, dat tijd die gezamelijk wordt
doorgebracht nooit verspilde tijd is. Het doet er dan ver-der weinig toe
wat er in die tijd wordt bewerktstelligd. De groep is bij elkaar, wordt
zodoende hechter en dat is belangrijk.
Anders dan in het westen is tijd in Azië, en dus ook in Japan, niet
iets "moreels", om Richie's woorden te gebruiken. Het verwijt "Besef je
wel hoe lang je me hebt laten wachten?" is er onbekend. Japanners komen
21
22
dan ook zelden op het afgesproken tijdstip opdraven - iets dat ik van harte
kan beamen.
Het is daarom bijna een mirakel dat Japanse treinen nooit
vertraging hebben. Maar in andere opzichten lijkt efficiëntie bij de
spoorwegen niet het hoofddoel. Zo zag ik op een zaterdagmiddag (!) op
het verder vrijwel uitgestorven station van het piepkleine plaatsje
Anamizu zeven of acht man spoorwegpersoneel in een kantoortje zitten.
Maar misschien was dat nodig om de eerder die week op een heuse
rekenmachine uitgevoerde in-ventarisatie van de kaartjesverkoop met
telramen na te lopen.
Urushi no sato
Anne Torige is Japans en toch ook weer niet. Haar grootouders
emigreerden vanuit een straatarme streek in Japan naar Hawaii. Anne
kreeg een Amerikaanse opvoeding en sprak slechts een paar woorden
Japans toen ze tien jaar geleden naar Tokyo kwam om de taal van haar
grootouders te leren.
Verwarring alom. Ze oogde als een Japanse, maar begreep
niemand. Veel mensen dachten dat ze zwakbegaafd was. Van die studie in
Tokyo kwam weinig terecht. "Te veel de beest uitgehangen," zegt Anne
nu. Maar ze ontmoette er wel haar man en belande in Wajima, een klein
plaatsje aan de noordkant van Japan. Helemaal toevallig was dat niet.
Anne's echtgenoot werkt namelijk in de lakindustrie . De gelakte
produkten uit Wajima, variërend van kom-metjes, hashi(eetstokjes) en
kistjes tot complete meubelstukken, zijn in geheel Japan bekend. Het
noemt zich dan ook met enige trots urushi no sato, "het lakdorp".Toen
ik vijf jaar geleden voor het eerst in Wajima arriveerde, wist ik daar
echter niets van. Het dorp lag op min of meer op mijn route en ik had
gehoord dat het er rustig was. Dat klopte. Veel buitenlanders zag de
bevolking in ieder geval niet. Ik zal nooit vergeten hoe een moeder haar
zoontje met een tikje op de schouder en een knik in mijn richting op mijn
aanwezigheid attendeerde, alsof ze wilde zeggen: bekijk die blanke maar
eens goed, want zo'n kans krijg je niet meer. Fietsende jongetjes cirkelden
om me heen en waren zelfs te verbaasd om het elders onvermijdelijke
haroo! over hun lippen te krijgen. • ~
23
In mei van dit jaar was ik weer in Wajima. In tegenstelling tot wat
ik verwacht had, zag de plaats waar de door de vissers aangevoerde buit
wordt verwerkt er nog hetzelfde uit: een vrijwel open hal waar de
vrouwen van de vissers op de kale, betonnen vloer vis schoonmaken. Ook
de tandeloze oudjes die om geheel onduidelijke redenen het kantoortje bij
de ingang van mijn ryokan (herberg) bevolkten, waren tot mijn grote
verbazing nog in leven.Maar in mijn kamer (dezelfde als vijf jaar geleden,
en maakte nog een even stoffige indruk) vond ik ditmaal en Engelstalige
folder over W ajima. Dat engels was, anders dan meestal in Japan het
geval is, vlekkeloos. De eigenaresse van de herberg bracht me in contact
met de schrijfster, Anne Torige. Als langdurig ingezetene èn buitenstaander kon zij heel goed uitleggen wat er de laatste jaren met Wajima
gebeurd was. Die onmiskenbare toename van het aantal luxueze winkels ,
schoonheidssalons en koffieshops - hoe zat het daar bijvoorbeeld mee ?
Anne vertelde dat er in de lakindustrie veel geld te verdienen valt, zodat
Wajima een tamelijk rijk dorp is. Bovendien reizen de handelaren in de
gelakte produkten stad en land af. Nieuwe en begerenswaardige zaken belanden daardoor zeer snel in deze uithoek van het land. Er bestaan nu zelfs
vergevorderde plannen om in Wajima een groot museum neer te zetten,
waar lakprodukten uit allerlei landen onder-gebracht zullen worden.
In de streek rond W ajima staan de zaken er echter veel minder
roos-kleurig voor. Er is bijna geen werk en de meeste jongeren trekken
weg naar de grote stad. De rijstteelt is een zaak voor oude mensen
geworden. Overal waden opa's en oma's in kaplaarzen tussen de rijpende
aanplant door, hier en daar onkruid verwijderend. Ook Anne's
schoonouders moe-ten dat klusje tegenwoordig alleen opknappen.
Juku
Je zit al een jaar op de middelbare school en een van je vakken is
uiteraard engels. Dan komt er een buitenlander bij je ouders op bezoek en
die vraagt "do you speak english?". Antwoord je dan met grote ogen en
onge-makkelijk gegiegel? Maki, dertien jaar oud ,wel. Als ik 's avonds na
een lange boot-en treinreis vanuit Hirosjima in haar ouderlijk huis in
Naruta arriveer, is Maki er niet. "juku", zegt haar vader. Avondschool.
Pas om een uur of half tien komt ze thuis. Een kommetje rijst , snel in bad
en dan naar boven, huiswerk maken en slapen.
24
Zo op het eerste gezicht is het Japanse onderwijs perpect.
Analfabetisme komt in het land bijna niet voor.In allerlei vergelijkende
internationale tests scoren Japanse scholieren altijd hoog. Ze werken dan
ook verschrik-kelijk hard, van 's ochtens vroeg tot 's avonds laat. Ze
moeten wel, want een andere manier om ooit te slagen is er niet.
Creativiteit en echte scherpzinnigheid staan niet hoog aangeschreven. Het
gaat er kennelijk al-leen maar om wat je in je hoofd kunt stampen. Cijfers
achter de komma, jaartallen, formules, vaak zelfs hele lappen tekst.
Neem het toelatingsexamen Engels voor een universiteit. De
kandidaat krijgt een stuk tekst voor zich, meestal enkele pagina's uit een
boek van een bekende Engelse of Amerikaanse schrijver. Een aantal
woorden is weggelaten. Van de aankomend student wordt nu verwacht dat
hij de out-brekende woorden invult. Daarbij doet men geen beroep op zijn
kennis van de Engelse taal. Hij heeft het stuk tekst uit zijn hoofd geleerd en
moet nu dus weten welk woord waar hoort. Iedereen met een geod
geheugen kan zo een hoge score halen zonder in wezen ook maar een
woord levend Engels te spreken.
Van een dergelijke training is nog geen sprake op de lagere school.
Maar op de middelbare school begint het. Dan verschijnen ook de
seifuku, de schooluniformen. Zwart met hoog gesloten kragen voor de
jongens. De verplichte kleding voor meisjes is ook zwart of donkerblauw,
maar wordt tenminste nog vaak opgefleurd door een soort
matrozenkraag. Het gezeg-de deru kugi wa utereru ("de spijker die
uitsteekt, wordt platgeslag-en") geldt nergens zo sterk als in het Japanse
middelbare onderwijs. Iedereen draagt niet alleen hetzelfde. Alle
leerlingen doen ook hetzelfde en moeten uiteindelijk hetzelfde gaan
denken. Het Japanse onderwijs levert in de eerste plaats gehoorzame
burgers af.
De leerlingen wordt wel verantwoordelijkheidsgevoel bijgebracht,
maar dat is op de groep gericht. Op een station zag ik honderd scholieren
die wachtten op treinen van of naar hun schoolbestemming. Opvallend
was dat niet de leraren de boel in de gaten hielden. Bij elke groep liep een
jongen rond, die als dat nodig was zijn medeleerlingen tot de orde riep. In
Nederland zou dat op een fiasco zijn lloitgelopen. Hier niet. Als er een naar
de blikjesautomaatsloop, klonk er al snel suware! ("zitten"). Het bevel
werdt meestal onmiddellijk opgevolgd.
25
Ook op de scholen wordt van de leerkrachten niet veel initiatief
verwacht. Lesprogramma en - materiaal zijn door de overheid
vastgesteld. De scho-lieren vallen hun leraren zelden met vragen lastig.
Zoals gezegd : uit je hoofd leren en door naar het volgende onderwerp.
Nergens ter wereld wordt waarschijnlijk zoveel tijd aan huiswerk besteed
als in Japan. En het blijft niet bij gewoon huiswerk. Naar schatting
zeventig procent van de scholieren bezoekt enkele malen per week net als
Maki een juku, een avondschool waar nog meer kennis in hoofd wordt
gepropt. Het grote doel : toegelaten worden tot een belangrijke
universiteit, waarna een baan bij een groot bedrijf of bij de overheid je
bijna niet meer kan ontgaan.
De juku vormen een hele bedrijfstak, waar ouders grof geld voor
betalen en honderdduizenden leraren dik aan verdienen. De regering van
Zuid/Korea, bepaald geen toonbeeld van vooruitstrevendheid heeft de
Koreaanse varianten van de juku al in de jaren 70 verboden. Men was
terecht van mening dat ze de scholieren meer nadeel berokkenden dan
goed deden.
. Niet alleen buitenlandse deskundigen maken zich zorgen over het
Japanse onderwijs. Zal het op de lange termijn genoeg creative geesten
voortbrengen om de concurrentie met het buitenland aan te kunnen? Dat
is nu eigenlijk al niet meer het ~eval. Als we ervan uitgaan dat Japan een
van de leidende landen in de wereld is en ons voor de geest proberen te
halen wat het op bijvoorbeeld cultureel en zelfs wetenschappelijk gebied
voortbrengt is dat onthutsend weinig.
Onder de omstandigheden, die de mogelijkheden van veel
leerlingen geen recht doen, gaat het zeker de verkeerde kant o~ .. Wat d~t
betreft was een reportage die ik onlangs op de Japanse telev1s1e zag m
mijn ogen wel erg symbolisch. Het onderwerp: de hui~ige schoolbanken
zijn veel te krap voor de meeste jongelui, die vooral dankzij verand~rde
eetgewoontes stukken langer zijn dan zo'n twintig jaar geleden. Nu zitten
ze na elk lesuur niet alleen met veel overbodige kennis opgescheept,
maar ook met pijn in de rug en benen.
26
0-kane
Op een dag vertelde de eigenares van de herberg in Wajima dat er
die avond een voorstelling van een traditionele trommelgroep zou
plaatsvinden in en van de grote lakwinkels. Omdat er 's avonds in
Wajima verder weinig te doen valt, besloot ik te gaan kijken. De
voorstelling kostte niets. Merkwaardig, want in Japan is zelden iets gratis.
Na afloop kwam de aap uit de mouw. Alle bezoekers werden de winkel
binnengeloodst, waar het personeel klaarstond om bestellingen te noteren.
Er waren heel wat fraaie kunststukjes te zien. Maar de Japanners keken
alleen naar de prijskaartjes en wisselden daarover hardop van gedachten.
Kijk eens, deze set schaaltjes kost 50.00 yen! En moet je dit tafeltje zien:
120.000 yen! Hier een kamerscherm voor 400.000 yen!
Af en toe ontkom je moeilijk aan de indruk dat geld,o-kane, voor
veel Japanners een obsesie vormt. Vrijwel iedere avond is er de stand van
za-ken rondom de yen het eerste onderwerp in het journaal. Endaka (letterlijk "yenhoogte") vormde hét politieke probleem van de laatste vijf
jaar- en hield mij gedurende die periode uit Japan weg.
Taxichauffeurs wilden niet alleen weten waar ik vandaan kwam, maar ook
wat ik verdiende en hoeveel zo'n reis naar Japan me nu allemaal kostte.
Vaak werd ook gevraagd hoe de prijzen in Nederland zich verhielden tot
die in Japan, want dat Japanners nogal eens over geld praten heeft en heel
duidelijke reden: alles is er zo gruwelijk duur.
Japanse bedrijven mogen hun produkten dan goedkoop op de
buitenlandse markt gooien, de binnenlandse consument moet daarvoor
bloeden. En dat gaat niet alleen op voor stereo-apparatuur. Neem rijst,
nog steeds het hoofdvoedsel van de Japanse bevolking. Niettemin betaal je
er in Japan minstens vijfmaal zo veel voor als gezien de prijs op de
wereldmarkt nodig zou zijn. De oorzaak? Het is verboden buitenlandse
(dus goedkope) rijst in te voeren. Bovendien worden de Japanse
rijstboeren door de poli-ticie finàncieel in de watten gelegd. Dat levert
namelijk stemmen op.
Het verklaart al met al waarom ik bij Japanners thuis eigenlijk nooit
de nieuwste snufjes van Akai en Sony zag. Tenminste, tot voor enkele
jaren terug. Want nu waren ze er w~ ,.,de videorecorders, de magnetrons
en de cd-spelers. Van oudsher hebben Japanners geleerd zuinig te leven.
Als ie-mand geld over had, werd het opzij gelegd. Bijvoorbeeld voor de
27
studie van de kinderen of voor een eigen huis. Dát laatste wordt echter
voor veel Japanners een onbereikbare droom. De grondprijzen in en rond
Tokyo (waar een kwart van de bevolking woont) zijn zo hoog, dat de
aanschaf of de bouw van een huis voor geen enkel normaal mens meer is
weggelegd. Veel jongeren nemen daarom genoegen met relatief goedkope
huur-wo-ningen, vaak in flats die er van buiten als gevangenissen uitzien,
en pro-beren het gebrek aan wooncomfort te compenseren met
luxegoederen of reisjes naar het buitenland. Mensen die het kunnen weten,
zeggen daarom dat Japan vrij snel van een natie van producenten zal
veranderen in een na-tie van consumenten, wat weer allerlei gevolgen
moet hebben voor het Ja-panse handelstoverschot.
Een van die gevolgen begint zich nu al af te tekenen. In 1989
bezochten bijna tien miljoen Japanners het buitenland. Ze gaven daar 20
miljard dollar (ruim 40 miljard gulden) aan uit. Van die dingen hoor je
nooit iets als scheve handelsverhoudingen ter sprake komen. Ik schat dat
het aantal reisbureaus de laatste jaren minstens verdubbeld is. Nog
sterker:vroeger vielen ze me niet eens op, maar nu breek je af en toe je
nek.over de rekken met gratis folders die overal op het troittoir staan.
Al het geld dat niet meer wordt opgepot, moet ergens heen. Dat
weer-spiegeld zich nergens zo duidelijk als in het straatbeeld. Alles blijkt
nog moderner, glimmender en groter tekunnen. In Tokyo is dat niet bij te
houden. Die stad veranderd bij wijze van spreken elke maand. Maar van
Hiroshima meende ik me nog precies te herinneren hoe het plein voor het
station er uit zag. Vergeet het maar. Het was alsof ik in een volkomen
vreemde stad was beland. De loopbruggen over het kruispunt waren
vervangen door en enorme voetgangerstunnel onder het kruispunt, dat
trouwens ook onherkenbaar was. Tegenover het hotel staat nu een hele rij
grote hotels.
De oude stad Kyoto was mij altijd te veel vergane glorie, ouderwets
en saai. Nu, na acht jaar, heeft ook Kyoto een verjongingskuur ondergaan.
Maar de meest opvallende vorm van stadsvernieuwing vind ik de
openbare toiletten die tegenwoordig overal staan. Blijkbaar heeft iemand
besloten dat het afgelopen moest zijn met het plassen tegen muren en
schuttingen, waaraan hordes jonge mannen zich bezondigden.
28
Ware-ware Nihonjin
Het begon al in het vliegtuig. De stewardess kwam langs met koffie,
gewone thee en Japanse thee. Ik had wel zin in Japanse thee. De tweè
Japanse dames naast me, die net in groepsverband Europa "gedaan"
hadden, re-ageerden stomverbaasd: "Lust je Japanse thee? Goh, we staan
paf!"
Alleen Japanners drinken tenslotte o-cha, alleen Japanners lusten
rauwe vis, alleen Japanners kunnen met stokjes eten en alleen Japanners
beheersen het Japans. Er zijn zelfs Japanners die geloven dat Japan het
enige land ter wereld is dat vier seizoenen kent.
Natuurlijk vindt ieder volk dat het min of meer uniek is. Maar
nergens heeft die overtuiging zo'n hoge vlucht genomen als in Japan. Het
gaat daarbij sinds 1945 overigens niet meer om agressief nationalisme in
de zin van "wij zijn beter dan jullie". Japanners vinden van zichzelf vooral
dat ze anders zijn. Ware-ware Nihonjin ( "wij Japanners") kunnen niet
met de rest van de wereld over een kam geschoren worden.
Voor een groot deel valt dat wel historisch te verklaren. Van de
zeventiende eeuw tot het einde van de vorige eeuw was Japan door het
toenmalige bewind geïsoleerd van de buitenwereld. In die tijd leerden
Japan-ners een onderscheid te maken tussen zichzelf en andere volkeren.
De eerste blanken die zich dan ook in de vorige eeuw aan de poorten van
het gesloten land meldden, werden nog "barbaren" genoemd.
Tegenwoordig heten we in Japan gaijin. Dat wordt vaak vertaald met
"buitenlander", maar het juiste woord daarvoor is gaikokujin. Het
begrip gaijin heeft veel meer de enigszins onprettige betekenis van
"buitenstaander". Het is daarom altijd wel aardig om achter je op straat
een jongetje tegen zijn vader te horen zeggen "O-to-san,
gaijin!"("Kijk, papa, een gaijin) en het ventje vervolgens een beetje
boos aan te kijken. Het geeft ook veel consternatie als je een groepje
schoolkinderen in het Japans probeert wijs te maken dat je geen woord
Engels spreekt en net als hen gewoon Japanner bent. Ze kijken elkaar
verbaasd aan. Zoiets bestaat niet. Een Japanner is een Japanner en
daarmee uit.
Zonder het te beseffen zijn die-k1nderen de vertegenwoordigers van
wat in Japan Nihonjinron heet, " de kwestie van het Japanner zijn". Je
kunt geen krant openslaan, tijdschrift doorbladeren of televisie aanzetten
of de vraag komt wel aan de orde wat het betekend om Japanner te zijn en
vooral wat Japanners nu zo bijzonder maakt.
Een medicus, dr. Tadanobu Tsunoda, gooide het op de hersenen.
Volgens hem funktioneren die bij Japanners volkomen anders dan bij
welk volk dan ook. Alleen Japannse hersenen zouden geschikt zijn om de
Japanse taal te bevatten. Waanideeën van een rasist? Mogelijk. Maar
Tsunoda's theoriën kregen overal ter wereld serieuse aandacht. De meeste
Japanners hebben echter helemaal geen "wetenschappelijke" argumenten
nodig om ervan uit te gaan dat hun doen en laten door een gaijin niet te
begrijpen valt. "Hoe moet dat dan met eten," vroegen de buren enigszins
bezorgd aan mensen bij wie ik logeerde. "Daijobu," luidde het antwoord.
Niets aan de hand.
Inderdaad, niets aan de hand. Was alles maar zo eenvoudig als eten.
Leo Polak, Kijk september 1990.
30
29
Passage uit het dagboek van een
koreaniste op ontdekkingsreis 1n
Korea ....
Seoul, 2 juli 1990.
Met een vertraging van een uur kwam ik om 13:00 uur Koreaanse
tijd dan eindelijk op vliegveld Kimpo aan. In het vliegtuig was ik twee
Japanologes tegengekomen; Margriet die doorreisde naar haar vriendje in
Osaka en Belinda die nog twee dagen in Se~l!l zou overnachten om daarna
naar Sapporo te gaan.
Het eerste dat ik van Korea te zien kreeg was het vliegveld. Door
het gigantische wolkendek was er in de lucht niets van het land te zien. En
in plaats van de verwachtte hitte werd ik geconfronteerd met de
stromende regen die in deze tijd van het jaar Korea kan teisteren.
In de aankomsthal w'°rd ik opgewacht door mijnheer Yun van de Korea
Research Foundation. Hij heeft Belinda en mij naar onze plaats van
bestemming gebracht. Het International House is een verschrikkelijk
sober gebouw. Ik he~n kale (lees: ongezellige) kamer van 2,5x3 m" Er
staanren bed, een bureau, een kleding- en nachtkast in. Hierbinnen was het
wel benauwd, maar er zit een hor voor het raam (anti-mug) dat dus direkt
opengezet werd.
Nadat we onze bagage weggebracht hadden zijn we de straten van
Seoul ingegaan. Het eerste wat ik deed was een paraplu kopen. Het straatje ·
waarin de winkel waar ik dat ding had gekocht zich bevindt, bestaat uit
een aaneenschakeling van kleine, écht kleine winkeltjes. Kleermakers,
groente- en medicijnwinkels, prullenwinkels, hier-hebben-we-alleswink~ls, etcetera.
Al lopende bemerkte ik datïk alles in het Han'gul wel kon lezen,
maar geen flauw benul had van wat er nu werkelijk stond. De etalages, de
borden langs de weg, de aankondigingen in de metro; ik snapte er niets
van!
Belinda wilde rondkijken ert"ansichtkaarten kopen. Ik wilde een
schrift en een woordenboek kopen. Dan was ik tenminste van het
gedonder af. Na lang zoeken in een immens, ongeordend (in mijn ogen)
31
warenhuis (waar ze alleen maar boeken verkochten) was de laatste wens in
vervulling gegaan. Maar niet voordat er een Koreaan op ons afstapte en in
het engels vroeg of hij mischien kon helpen.
We zijn uiteindelijk met 'deze student gaan eten in een klein goedkoop
restaurant. De pulgogi was lekker, maar ik vind de kimch'i (chinese
kool; zuur en erg pedis) nog steeds niet te eten.
Wat erg opvallend was, was dat iedereen met een paraplu liep. De
meest tuttige dingen, waarmee zelfs mannen zich vertoonden. En niemand
droeg een jas, terwijl de regen met bakken uit de hemel stroomde.
In een wijkje dat bekend staat om de vele antiekwinkels hebben we aan de
lnsado in een wel heel erg knus theehuis (tabang) traditionele Koreaanse
vrouwenthee (mogwach'a) gedronken. Erg zoet, maar erg lekker.
Morgen gaan we met de Koreaan naar het Nationaal Museum en het
Kyongbok paleis achter het Nationaal Museum en K wanghwamun.
Volgende keer meer....
Peggy Joannes
32
Myths, Crises and Heroes
Culture Heroes in Korean History
Korean history is the story of innumerable crises and how they
were overcome often with the help of "cultural heroes". The term
"culture hero" is an anthropological concept referring to mythological
characters who brought po litical and social systems to earth. An example
of a Korean culture hero can be found in the founding myth of Ko-choson
or Ancient Choson. According to legend, Hwan-ung was a god who
carne down to earth and founded Ko-choson becoming its first king. He is
described as both god and man. He possessed the power to control nature,
and the ability to create and destroy social systems and to keep social
order. In short, he had the power to rule.
Tuis is only one of the many culture heroes in ancient Korean
myth. There is a similar story conceming the Kingdom of Karak, which is
believed to have been formed a little later than Ko-choson.
.
. A_ long, long time ago, on the Day of Purgation ( a day when people
ntuahstically purged themselves of evil influences) in the third month
there was a strange voice calling out from the Turtle Shaped Mountain
which was situated in the north. A crowd of two or three hundred
gathered there, and heard an human-like voice, though there was nobody
there. It asked, "Is anybody there?" To this, the 9 leaders answered
politely, "Yes, sir, we are all here." The voice continued, "Where am I?"
They replied, "Y ou are in the Turtle Shaped Mountain, sir." The voice
went on, "Heavenly god ordered me to rule this country and found a new
nation and become its gracious sovereign. I am about to descend. It is
imperative that you bob your heads up and down and sing like this:
Turtle, turtle,
Stick your neck out.
If you don't
We will eat you baked.
33
You must sing this sond, and dance. Y ou must jump with joy when you
welcome your king."
Tuis account of greeting god with singing, dancing and jumping
with joy is the first concrete historie record of shinbaram, meaning an
excited and intoxicated state during which people feel as though they have
received god's power and have actually become one with god. lts nearest
meaning is an "orgiastic state", "ecstacy", "trance" or "enthusiasm". The
origin of the word "enthusiasm" is the Greek word "enthousiasmos".
"Enthos" means "god" in Greek and hence "enthusiasm" means, "a state in
which people are possessed by god". The Korean word shinbaram also
means "a state of being possessed by a god or a spirit" and describes a
particularly excited and intoxicated state of mind.
The god, who descended from heaven, founded the Kingdom of
Karak and gave the people a social system and culture. His name was
Suro, lije meaning of which is not clear but might be "an outstanding
being". His story is the Karakkuk Chronicle which is reflected in Shaman
rituals even today. Such rituals include singing, dancing and jumping with
joy- in other words, shinbaram. King Suro and Hwan-ung of Kochoson were both culture heroes who bestowed light and order on
primitive, ignorant peoples lost in darkness and chaos.
The concept of shinbaram holds the key to Korean feelings and
emotions. Therefore it is helpful to analyze the shamanistic ritual of the
Karakkuk Chronicle. The story bebind it is interesting because the
appearance of King Suro was accompanied by an experience of
shinbaram.
Shinbaram and Culture Heroes
In the afore mentioned Karak myth, a man-god culture hero called
"Suro", makes the people of Karak sing and dance and experience a sort
of shinbaram. In Korean shamanism, shinbaram refers to the actual
appearance of gods or spirits, which make people sing and dance and
become profoundly excited and intoxicated. Shinbaram is also
experienced by people who are in darkness and chaos at the moment a
34
culture hero makes his appearance. In this case, the culture hero can be
called "a sacred culture hero."
It is worth repeating here that the man-god culture hero, known as
King Suro, appeared while the people were experiencing shinbaram,
and that he beat off the darkness and disorder and created a new culture
and social order. Tuis is significant, because even after the mythological
age was over sacred culture heroes who might be called the "Suros of the
historie age" have emerged whenever there has been a cultural or social
crisis which can be symbolized as "darkness and disorder". Shinbaram
provides the background for the birth of such culture heroes and exercises
a powerful decisive influence on history and society.
Since King Suro, there have been culture heroes right down
through history, including Kim Yu-shin who unified the Three
Kingdoms, Kung-ye, a hero toward the end of the Shilla period, Choe
Che-u, who led the Tonghak Peasant Rebellion and Kang Cheun-san, the
head of a modem religious sect. Tuis tradition is also carried on in
literature. Culture heroes appear in many modem literary work,s such as
Changsuhanulso (Long-living Heavenly Cow) by Yi Oe-su,
Padauippul (The Sea Hom) by Han Sung-won and Hwangjelulwihayo
(For the Emperor) by Yi Mun-yol.
The culture heroes brought gifts of order, light and culture. They
carried out cultural, politica!, social and moral reforms, and at times even
reformed nature itself. These are the same attributes of the gods who
appear in creation mythology.
"The Story of The Emperor of Heaven and Earth", the creation
myth of Cheju Island, is an important shamanistic myth. It tells the story
of the creation of the world, the natural order and the social system. In
this myth, the Emperor of Heaven and Earth and his two sons concretely
manifest themselves as culture heroes.
Originally, the world was not divided. it was surrounded by
pitchblack darkness. Gradually heaven and earth became separated and
light dawned, but is was overdone; there carne to be two suns and two
moons. The languages of man, animals and ghosts all got confused and
indistinguishable. Nasty, greedy peo},\le-bullied good people, but there was
no way to deal with them. The two sons of the Emperor of Heaven and
Earth ruled this world of disorder and unlawfulness in turn, and
35
established religion and te social system, as well as righteousness and
reason. They also made clear divisions between life and death, and
differentiated the languages of man, ghosts and animals. These two sons of
the Emperor of Heaven and Earth are typical culture heroes.
Darkness, Confuslon and Culture Heroes
Originally culture heroes carne to the world through mythology.
To be more exact, his appearance and life became myth. Nevertheless,
having made an appearance, a culture hero does not just disappear
forever. as myths reappear in history, the culture hero keeps appearing. If
it is possible to identify historica! culture heroes, many can be found in
Korean history.
Whenever there was darkness and confusion, a culture hero was
bom. He overcame disorder and darkness, which can be interpreted as the
reappearance of the prehistorie cosmic chaos, and reopened history by
Logos. If mythological culture heroes opened up the human experience,
historica! culture heroes developed the history of any particular age.
Each and every one of these culture heroes managed and overcame
the particular crisis of his age. they were usually bom in a transitional
period. They did not only light the darkness; they brought the beginning
of the new age, and were the centra! figure of the era. They tend to
become more and more like mythological culture heroes.
Darkness and confusion at the end of an age give birth to culture
heroes who become the pioneers of the new age. When a hisorical culture
hero, who was bom as a child of darkness and confusion, walks towards
litht and order, he experiences shinbaram. It enables him to experience
god , or become a catalyst for such an experience.
A mystic experience is a difficult concept because it varies in
different cultural traditions and religions. However, it is possible to
summarize some generalizations. A mystic experience can be said to be a
direct and individual encounter between a god or spirits and a person ..
For example, Christians say they have witnessed God and received His
word when they have a specific religious experience is called possession.
They say "the shaman has received god", "He has contracted god" or "God
has descended into him."
36
The most generally used expression, which is also the most
appropriate, is shinjipim , meaning "inspired by god". Tuis shows a state
in which the god or spirits and man have become one. More specifically, it
is a state in which man has been overwhelmed by god, or god has ensnared
man, or god has approached man and rules him."
The most generally used expression, which is also the most
appropriate, is shinjipim, , meaning "inspired by god".
Tuis shows a state in which the god or spirits and man have become one.
More specifically, it is a state in which man has been overwhelmed by
god, or god has ensnared man, or god bas approached man and rules him.
In other words, a state in which man physically experiences god's
existence. Tuis shinjipim in Korean shamanism is accompanied by
outward symtoms of trembling. The violent shaking of the body, or the
stick held in a hand, is a mark of this shinjipim. It is a mystic experience
which is unique in Korean shamanism, and is the purest experience of
god.
Vervolg van dit artikel in de volgende Tatanukiki.
Go.
Go zal bij velen helaas alleen bekend zijn uit kruiswoordpuzzels,
waarin het veelvuldig voorkomt. Go wordt echter door meer mensen
gespeeld dan bijvoorbeeld schaken en is in Japan, China en Korea
bijzonder populair. Het staat bekend in deze landen bekend als
respectievelijk lgo, Wei Chi en Ba-Duk.
Go is het oudst bekende denkspel; het stamt uit het China van twee à
drie duizend voor Christus en werd in Japan ongeveer gelijktijdig met het
boeddhisme geïntrocuceerd ( rond 650 a.D.).
Het spel is het best te vergelijken met landverovertje; startend met een
leeg bord proberen beide spelers door om beurten een steen op het bord te
plaatsen een zo groot mogelijk deel van het bord met hun stenen af te
bakenen. Daarnaast kunnen stenen ook geslagen worden door deze
volledig te omsingelen. Het spel eindigt wanneer de spelers geen zetten
meer zien die voordeel kunnen opleveren of wanneer een van beide
spelers opgeeft. Remise (jigo genoemd ) komt zeer zelden voor.
. Deze beschrijving is voor iemand die het spel nog nooit heeft gezien
waarschijnlijk nauwelijks te volgen, omdat de regels, hoewel deze heel
simpel zijn, moeilijk zonder een bord aanschouwelijk te maken zijn.
Om toch een idee te geven van hoe het spel eruit ziet is er en
diagram bijgevoegd uit een partij van Go Seigen ( De Bobby Fischer van
het 20e eeuwse Go ). Het betreft hier de eerste 50 zetten . De steen
genummerd 1 is de eerste zet , enzovoort. ( zwart begint ).
.
Om iedereen de kans te geven dit fascinerende spel te leren kennen zal dit
jaar een ( gratis ) cursus worden gegeven in het Arsenaal.
De preciese tijd en lengte is afhankelijk van het aantal deelnemers en zal
op het mededelingenbord bekend worden gemaakt.
Mocht je aan deze cursus mee willen doen, schrijf je dan in op een
van de lijsten ( deze hangen beneden in de hal en tegen over het
secretariaat ) of laat het mij even weten.
Mocht je het spel al kennen en een partij willen spelen, of het spel
uitgelegd krijgen, er ligt een Go-bord in het Arsenaal ( te bevragen via
mij).
37
38
In Leiden is ook een Go-club waar je terecht kunt voor een
gezellige partij ( woensdagen ) of een wat serieusere partij ( maandagen ) .
Er wordt iedere maandag en woensdag gespeeld in : Buurthuis De
vrolijke Arcke, Pieterschoorsteeg 15, vanaf 8 uur.
Maak kennis met dit fascinerende onderdeel van de oosterse cultuur en
doe mee met de cursus of kom eens langs.
Filip Vanderstappen
tel.: 071- 133031.
.
", "
'
·a:
*r+• .~
f.ii
,,-,
A
l' ffi
49 l!I,
1&
~l ,rL, t~ m in
lf! IJ
,~ *
'é
-·
(J) Ic ~ (J) li
n 'j(.-f (J)/j;_
N t1 1)> ILI 5t
l'
;,; L, t::. li m m C. aB 1
..,
11 tl ,~ i ,,,
,J I
nLl
ê
-t,
(J)
(J)
50
li
V4
I·
::iJ(J)
~
,
;!i
'Jî:, - · C. ~ l&
l' /j;_ IC A H
l' m li -/),
iJ
~ 16
A
"~
l'
~
\'
'7
~
(J)
'f
1
f,!i
À
l'
(J)
/j;_
(J)
1
Il!'
?
IJ '.i'
(J)
**
ff..,
1f µj /~
(J) l/j
'
l' ÎI' IC
l
i••i
-/)!
f,I
..,
îfi
fl=l
1
~
7t
1lj
5t
:i:
Il
lt.!
Il1
f/1.
IJ)
*l!I
!1:i •
!\
$
t9:
fL
n
m f~
*
12
~~
7t
~
llR ii'1
'-]'- i)Jli
j ,
ril~r.
I"
~"'
::n
I· --·
, , l1i]
Il
Ukiyo-e Books
nieuwe en antiquarische boeken
over
Japanse prenten en schilderkunst
ook
woordenboeken
tegen concurrerende prijzen
moderne Japanse literatuur
wij importeren op verzoek
elk boek uit Japan
. Ukiyo-e Books
Langebrug 34
2311 TM Leiden
Holland
Tel. 071-143552
of 071-124459
Fax. 071-141488
Geopend zaterdag
van 11.00-16.00 uur
en na afspraak