-
Titel
-
1989-1990 | 2
-
Nummer
-
2
-
extracted text
-
Tatanukiki
Jaargang 8
1989
Nr2
Inhoudsopgave
Red act i one e 1. ~ .............................................. 1
Tanuki-nieuws ............................................. 2
Dikke nekken en Vlinder kapsels ........................ 3
Interview .................................................. 10
J.F.E ....................................................... 16
Chiyonofuji ............................................... 19
Open
forum ..............•..••....•......••.••.•..•..•••.. 21
14% ........................................................ 22
Recept ...................................................... 24
Bo é k.e n rubriek ............................................ 2 6
Europalia
Kernenergie
weekend ....................................... 31
in
Japan .................................... 34
Japan en zijn buurlanden ............................... 37
Kort
verhaal .............................................. 39
Redactioneel
Een eerdere prestatie ove,rtreffen is altijd een hele opgave. Dit is ook van
toepassing op de tweede editie van de Tatanukiki; je wilt het altijd net beter, net
mooier, net vollediger doen maar in praktijk blijkt dit niet mee te vallen. Toch
denken wij dat er een interessant nummer tot stand is gekomen. Er zijn twee
nieuwe, vaste rubrieken bijgekomen: het Open Forum en de Boekenrubriek. We
hebben twee mensen bereid gevonden in elke uitgave hiertoe een artikel te
schrijven waarvoor we hen zeer erkentelijk zijn.
In de eerste rubriek is het de bedoeling dat een ieder die enige kritiek heeft op
het reilen en zeilen binnen de vakgroep Japans deze in dit blad uit. Ook kan men
reageren op de stukken die de verantwoordelijke voor deze rubriek, Hakehari
heeft geschreven. U bent van harte welkom!
Ook nieuw zijn de boekbesprekingen. De ons aller bekende Rob Stroeks geeft
ons eeri overzicht van de nieuw verschenen boeken die betrekking hebben tot
Japan. Wij kunnen U verzekeren dat hij hierin prima is geslaagd.
Een speciaal woord van dank gaat uit naar Miranda Molenaar die ons zeer
veel typewerk uit handen heeft genomen.
Rest ons nog U een succesvolle tentamenperiode en alvast prettige feestdagen
toe te wensen.
De redactie.
1
Tanuki-nieuws
Waarde leden,
Het Tanuki-bestuur is op dit moment nog even aan het bijkomen van het
Europalia-weekend. Een weekend dat mijns inziens erg gezellig en geslaagd is
geweest. En de fanatici onder U waren nog niet terug in Leiden gearriveerd of U
hing alweer een affiche op met de oproep mee te gaan naar het Bunraku
(Sonezaki Shinjû) op 26 november a.s.
Het is leuk te merken dat men enthousiaster is geworden, wat Tanuki betreft.
We zullen ons best .doen U te blijven vermaken en nieuwe ideeën uwerzijds zijn
natuurlijk altijd welkom. Wat de nabije toekomst betreft is er een tweetal
plannen, namelijk ten eerste het le Tanuki-feest op zaterdag 9 december a.s" Dit
feest zal plaatsvinden in Augustinus vanaf 21.30 uur. De 'Roosevelt Frankieband' zal voor U optreden en mocht deze niet swingend genoeg zijn, dan kunt U
uw nervositeiten kwijt op de dansmuziek van "disco Prino". Neemt vooral
diegenen mee die U niet thuis kunt laten; pluk uw moeder voor die televisie
vandaan, houdt U vrienden van de straat; iedereen is welkom. De toegangsprijs
is f 2,50 voor leden en f 5,- voor niet-leden. Kaartjes kunt U iedere dag van
12.30 uur tot 13.00 uur verkrijgen onder de trap in het Arsenaal.
Ten tweede zitten wij opgescheept met een 90-tal Japanners die ons op 28
december met een bezoek komen verblijden. Wanneer U zich geroepen voelt ons
hierbij te helpen kunt U zich inschrijven op de lijst die bij het secretariaat hangt.
Tenslotte heeft ons het droevige bericht bereikt dat de heer Van Agt ons op 20
december in de steek zal laten. Hij heeft het te druk met zijn Washingtonavontuur. Helaas. Desalniettemin gaan wij vrolijk door en tot wederziens op het
Tanuki-feest! En bezoekt U vooral de Japanse films die nog enkele weken ieder
maandagoavond in het Museum voor Volkenkunde getoond worden.
Peggyloannes.
2
Grote nekken en Vlinderkapsels
Inleiding:
De redactie heeft enige personen verzocht iets over hun hobby te vertellen die
(mede) heeft geleid tot de aanvang van de studie Japanologie. Mijn voorganger
heeft in de eerste Tatanukiki van dit studiejaar zijn liefhebberij, het Gö-spel,
nader aangeduid. In het onderstaande zal ik trachten mijn grote interesse voor de
Japanse prentkunst, ofwel Ukiyoe, te belichten. Gezien de mijn toegemeten
ruimte in dit blad zij de lezer gewaarschuwd dat deze belichting plaatsvindt met
een selectief brandend schemerlampje. Afgezien van het beperkte aantal pagina's
ontbreekt overigens de intentie om een diepgaand overzicht te bieden. De
geïnteresseerde verwijs ik gaarne naar de talloze publicaties dienaangaande. De
opzet is niet meer dan, na het bieden van een summiere begripsbepaling, enige
vluchtige gedachten over de prentkunst aan het papier toe te vertrouwen.
Begripsbepaling:
Op de eerste plaats wijs ik op de omstandigheid dat men bij Ukiyoe te maken
heeft met afbeeldingen die tot stand zijn gekomen via houtblokken. Sommige
mensen spreken nog wel eens ten onrechte over schilderij als zij doelen op de
Japanse prent. Enige uitleg op dit punt lijkt mij dus geboden. Te beginnen met
het zogeheten sleutelblok om de contouren en overige lijnen in het zwart op het
papier aan te brengen, gebruikt de drukker voor elke kleur die vo9r de
afbeelding nodig is een ander blok. Alleen die vlakken van het houtblok die op
het papier een bepaalde kleur moeten achterlaten, mogen tijdens het drukken
contact met het papier hebben. Het overbodige (kersehout) wordt daarom
rondom weggesneden. De benodigdheden bij dit proces kan men in het
3
Rijksmuseum voor Volkenkunde te Leiden aanschouwen.
Hoewel onbedoeld, toont juist een onzorgvuldige druk dat een prent het
resultaat is van invulling van het papier met van kleurstof voorziene blokken.
Men ziet dan immers -bijvoorbeeld bij een bloem op een kimono- aan de ene
...
kant van het motiefje dat de kleur over de als grens bedoelde lijn is gegaan
terwijl men aan de andere kant een stukje niet gekleurd papier binnen de lijn van
de bloem kan waarnemen.
Een enkele keer kom ik
een prent tegen waaraan
goed te zien is dat de
gebruikte drukblokken van
hout zijn geweest. Men ziet
dan prachtig de houtnerven
lopen, vooral op de grotere
in één kleur afgedrukte
delen van het tafereel.
Het moge al met al
duidelijk
houtsnede
zijn
dat
niets
de
met
schilderen te maken heeft en
de benaming schilderij van
onkunde getuigt. Opmerking
verdient hierbij wel dat de
ontwerper van de afbeelding , de prentkunstenaar die
wij dienen te onderscheiden van de houtsnijder en drukker, zijn oorspronkelijk
ontwerp als tekening het licht heeft doen zien.
Tot zover kort iets over de techniek. Als ik de Ukiyoe-kunst moet dateren
dan noem ik als vroegste fase de jaren 1610-1620 waarin de eerste losse prenten
4
in Ösaka en Kyöto verspreid werden. Vanaf het midden van de zeventiende
eeuw kan men dan het begin van de bloeiperiode waarnemen (met inmiddels Edo
als centrum) om eerst definitief te verdwijnen aan het eind van de Meiji-periode.
Let wel: de prentkunst houdt vanaf dat moment niet op te bestaan maar de term
Ukiyoe vindt geen toepassing meer op de nieuwe stromingen.
Afgaande op de catalogi van de handelaren in Japanse prenten durf ik te
stellen dat het merendeel van de tegenwoordig onder particulieren verhandelde
prenten uit de negentiende eeuw stamt. Welke ontwerpen kan men nu zoal
aantreffen op de Japanse kleurenhoutsnede? Bij de beantwoording van deze
vraag sta ik even stil bij de Japanse term Ukiyoe, ofwel afbeeldingen van de
vliedende wereld. Gedurende de Tokugawa-bakufu komt een welvarende, maar
in de feodale structuur lage, klasse van handwerklieden en handelaren op die
verstoken blijft van de kunstuitingen van de adel. In de aristocratische
schilderkunst staan de verheven poëtische en religieuze voorstellingen centraal.
De smaak van de burgerij die naar een eigen kunstvorm verlangt, gaat in de
andei:e richting. Als spil fungeert hier het leven van alle dag, en wel de
genoeglijke kanten die dit kan hebben. Aldus ziet men bij Ukiyoe met name de
volgende thema's: acteurs van het (eveneens burgelijke) Kabuki-theater,
courtisanes en geisha, landschappen, stillevens, historische personages en
erotiek. Aan deze categorieën kan men denken als we spreken over de vliedende
wereld ofwel Ukiyo.
Persoonlijke indrukken:
De direct verantwoordelijke voor mijn Ukiyoe-passie is de dochter van een
groenteboer, Yaoya Oshichi genaamd. Een kleine reproductie van Kunisada met
haar afbeelding intrigeerde mij reeds vele jaren geleden. De Japanse
schrifttekens die de afbeelding vergezelden, wekten overigens ook een
belangstelling waarvan ik tegenwoordig dagelijks de consequenties onder ogen
moet zien.
5
Na een proces van indrukken opdoen, nieuwe thema's ontdekken en het ontwikke
len van een enigzins onderscheidend vermogen ten aanzien van de stijlen van
althanssommige kunstenaars, kreeg ik met name belangstelling voor twee
onderwerpen: vrouwen en acteurs.
De eerste categorie vervult voor mij geen andere rol dan het voldoen aan een
esthetische behoefte. Verfijning van het gezicht, elegantie in de houding en de
pracht en praal van de Kimono zijn hierbij de kernbegrippen. Uitdrukkelijk zij
vermeld dat niet per definitie elke Japanse vrouwenprent aan de normen
voldoet. Als voorbeeld van wansmaak wijs ik op de prenten van een kunstenaar
als Yoshitora .(1850-1880) die zich bedient van de meest schreeuwende kleuren
en ieder gevoel voor verfijning schijnt te missen. Het genie op het gebied van
vrouwenprenten is zonder twijfel Utamaro (1754-1806). Ik prijs mij gelukkig
dat ook andere kunstenaars zich niet onverdienstelijk hebben beziggehouden met
het afbeelden van courtisanes en geisha. De prenten van Utomaro zijn namelijk
veelal onbetaalbaar.
Als tegenwicht voor al het vrouwelijk schoon geldt mijn enthousiasme voor
de aci:eursprent. Hier geen zoeken naar schoonheid maar het ervaren van een
genoegen om oog in oog te staan met de uitbundige, markante en expressieve
creaturen van het Kabuki-theater. Felheid in kleurgebruik kan bij deze prenten
zeker bekoren en is bij de afbeeldingen van acteurs met Kumadori make-up
onvermijdelijk.
Naast de uitbundigheid is bij deze prenten voor mij ook het formaat van het
acteurshoofd van belang. Ik heb in het bijzonder een zwak voor de zogeheten
ökubie (grote nek-prent) waarbij het hoofd de meeste ruimte van het papier in
beslag neemt.
Ook op dit terrein springt er één kunstenaar uit, Sharaku, van wie zeer weinig
bekend is en daarom als mysterie te boek staat. In slechts tien maanden van het
jaar 1794 heeft hij 143 acteursprenten gemaakt waarvan vooral de ökubie,
althans de meeste, een onvergetelijke indruk op mij hebb.en gemaakt. Onlangs
6
heb ik voor de eerste keer enkele tientallen prenten van hem kunnen bewonderen
tijdens de schitterende Europalia-tentoonstelling in Charleroi. Helaas zijn ook
zijn prenten, zelfs voor afgestudeerde Japanologen, onbetaalbaar. Maar daarom
niet te zeer· getreurd: er zijn ook indrukwekkende acteursprenten gemaakt door
andere kunstenaars, die men zich wel kan veroorloven .. In dit verband wijs ik
slechts op Natori Shunsen die eind jaren twintig van deze eeuw verscheidene
interessante ökubie heeft gemaakt. Strikt genomen mag men hem niet tot de
Ukiyoe-kunstenaars rekenen.
Tot slot wijd ik nog een enkel woord aan de realiteitszin binnen Ukiyoe ten
aanzien van de portrettering van menselijke figuren. Ik mag gerust zeggen dat
de Ukiyoe-kunstenaars menigmaal een loopje heeft genomen met de menselijke
anatomie. Zo valt bij vrouwenprenten op dat sommige kunstenaars de realiteit
ondergeschikt maken aan het idealbeeld. Ik denk aan Eishi die in zijn streven
vrouwen eleganter af te beelden dan hij hen in werkelijkheid tegenkwam, hun
lichaam als het ware heeft opgerekt. Het resultaat is een zeer lange en smalle
figuur waarvan het hoofd in een wanverhouding staat met de rest van het
lichaam. En wie herinnert zich niet de vrouwenfiguur die afgebeeld stond op een
triptiek van Kuniyoshi, als onderdeel van de Bauer-collectie te Brussel, wier
rechter been in een volstrekt onmogelijke houding stond ten opzichte van het
andere been en haar bovenlichaam? Ik zou andere voorbeelden kunnen noemen
waaraan men telkens kan zien dat realiteitszin, het streven naar een zo
natuurgetrouw mogelijke afbeelding, niet altijd de eerste zorg was van de
Ukiyoe-kunstenaar. Of moet men zeggen: altijd niet? Als we immers nagaan
hoe gezichten worden afgebeeld dan kunnen we in zijn algemeenheid stellen dat
een kunstenaar weinig moeite deed om het een persoonlijkheid, een eigen,
individueel karakter van de vrouw (of evenzeer man) die model had gestaan,
mee te geven. Anderzijds had de ontwerper wel oog voor het detail. Ik hoef
slechts te wijzen op de uitgewerkte kimono -patronen of de vernuftige
haardrachten, waarvan het zogeheten vlinderkapsel wel zeer spectaculair is.
7
i..,-
Bekijkt men nu het afgebeelde haar van zeer nabij, dan ontdekt men
honderden, zeer zorgvuldige lijnen op het papier. Opgemerkt moet worden dat
dit bovenal een verdienste is van de vakbekwame houtsnijder.
Bij de acteursprenten dient men te beseffen dat de afgebeelde personages zelf
vaak weinig merealiteit te maken hadden. Men denke aan .de kolderiek uitgedoste
Watonai uit het stuk van Kokusenya Kassen van Chikamatsu. In dergelijke
gevallen kan men zeggen dat hoe onrealistischer de afgebeelde acteur oogt, des
te meer de Ukiyoe-kunstenaar erin geslaagd is zijn prent realistisch weer te
geven! Bij het vraagstuk van de werkelijkheid versus onwerkeliikheid dient nog
in ogenschouw genomen te worden dat het gebruik van licht, schaduw en meestal
ook het Europees perspectief op Japanse prenten ontbreekt. Een gemis? Naar ,
mijn idee volstrekt niet. Ukiyoe kent zijn eigen normen en schoonheidsidealen
en oefent juist daarom op mij en vele anderen een onweerstaanbare
aantrekkingskracht uit.
FrOJlklabey.
8
A•
-Hotei
Fine J apanese prints
paintings and illustrated hooks
Chris Uhlenbeck
Vreewijkstraat 12
2311 XH Leiden
Holland
Tel. (0)71-124459
or (071)-143552
By appointment and every Saturday
from 11.00-16.00 hours at Ukiyo-e Books
Langebrug 34, 2311 TM Leiden
Het interview
In onze rubriek 'Het interview' volgt nu het vraaggesprek met David Groth,
docent 'Economie van Japan'. In de korte tijd dat hij op Het Arsenaal rondloopt
heeft hij al een zekere reputatie opgebouwd, n.l. die van 'doornsnee'Amerikaan, die iedereen maar zo persoonlijk mogelijk wil bejegenen, hetgeen
hem bij menigeen niet impopulair maakt. Een nadere kennismaking leek ons
daarom wel op haar plaats.
Kunt U ons in het kort vertellen waar U vandaan komt, waar U op school
gezeten heeft, waar U gestudeerd heeft, etcetera?
Ik ben geboren en getogen in de bergen van Utah en daarom was het vrij
verwarrend voor mij toen ik in Nederland aankwam en geen één berg zag. Ik
heb daar ook de middelbare school doorlopen waarna ik op mijn achtiende naar
Stanford University ben gegaan. Daar heb ik mijn PHD gehaald in de Politieke
Wetenschap met bijzondere aandacht voor de Japanse politiek en de
internationale betrekkingen van Japan. Mijn proefschrift ging over de
Shinkansen, de bullet-train waarvoor ik onderzoek in Japan heb verricht.
Na mijn studie heb ik onderzoek verricht op het Reisschauer-instituut voor
Japanse Studieën aan Harvard University. Ik heb ook nog een tijd lang colleges
gegeven aan University of Califomia en daarna ben ik naar Japan vertrokken om
in zaken te gaan.
Hoe bent U eigenlijk in Japan verzeild geraakt, of liever waarom bent U Japans
gaan studeren?
Ik heb in Japan familieleden zitten die er werken wat mijn interesse eigenlijk
alleen maar vergroot heeft. Ik heb namelijk al vanaf m'n jeugd een verzameling
10
Aziatische munten en zo ben ik dus van jongs af aan bezig geweest met Japan.
Tijdens mijn leven ben ik verscheidene keren in Japan geweest. De eerste keer
was in periode 1972-1974 als MA-student. Toen ik in de V.S. terugkeerde kreeg
ik van de regering een Fullbright-beurs aangeboden in 1973. Ongelukkigerwijs
kreeg ik een zwaar ongeluk in Japan waardoor ik moest terugkeren om
geopereerd te worden. Al met al vergde het herstel zo'n half jaar, maar na deze
periode kreeg ik weer een beurs aangeboden, ditmaal van de Japan Foundation
Fellowship en in die tijd heb ik het meeste onderzoek verricht .naar de
shinkansen. Dit wordt in boekvorm uitgegeven (mijn eerste boek) en
waarschijlijk komt het over één jaar uit. Nadat ik was teruggegaan naar de V.S.
om colleges te geven ben ik weer naar Japan vertrokken, ditmaal om voor een
bedrijf te gaan werken.
Wat voor een bedrijf was dat?
Het was een consultatiebureau dat advies gaf aan bedrijven die zich in Japan
wil_d en vestigen. Ik deed daar werk voor een groot Amerikaans bedrijf waarvan
ik de naam niet mag noemen omdat ik er officieel nog steeds aan verbonden ben
en omdat ik getekend heb dat het mij verboden was de naam van dat bedrijf
bekend te maken. Het wilde een vestiging in Japan opzetten, bedrijven opkopen,
deelnemen in joint-ventures en ga zo maar door. Uiteindelijk zijn ze er echter
niet in geslaagd.
Waarom heeft U besloten weer voor de klas te gaan staan?
Nou, dit heeft eigenlijk twee oorzaken. In feite werkte ik voor de winst van
een bedrijf dat al zeer rijk was en dat vind ik geen eerbaar doel. Ik ben meer
geïnteresseerd in het helpen leren van mensen, in het oplossen van problemen in
de wereld en in het laten begrijpen van deze problemen, kortom, het hoe en
waarom.
Ten tweede was de druk van het werk te groot. Ik werkte vaak van 9 uur
11
's ochtends tot 12 uur 's avonds. Hierdoor voelde ik mij gewoon als een duur
betaalde prostituée, een marionette-pop. Hoewel ik goed verdiende kwam dit
werk gewoon niet overeen met mijn persoonlijk doel.
Hoe bent U in Leiden terecht gekomen?
Ik ben eigenlijk al in de herfst van 1988 naat Leiden gekomen voor een
sollicitatiegesprek. Maar ja, zoals u weet heb ik besloten in zaken te gaan maar
toen ik vorig jaar Japan zat liep ik toevallig Prof. Radtke tegen het lijf en via
hem kreeg ik opnieuw deze baan aangeboden.
Ik heb voor Leiden gekozen omdat een groot gedeelte van de V .S. me gewoon .
niet bevalt. Het is er aartsconservatief, bijvoorbeeld wat abortus betreft. Er zijn
maar een paar plaatsen waar ik zou willen wonen. Daar komt natuurlijk nog bij
dat de Japans-Nederlandse relatie al zo lang bestaat en de Universiteit van Leiden
gewoon een uitstekende universiteit is.
Waar bestaat uw werk hier precies uit?
Naast de colleges die ik geef, wil ik mijn boek over de shinkansen afmaken,
Ik ben ook zeer geïnteresseerd in de problematiek omtrent de buitenlandse
werknemers in Japan. Er is daar n.l. een 'nieuwe' trend dat werknemers vaak
geronseld worden uit de omringende landen, bijvoorbeeld de Filippijnen, ZuidKorea, Hoog Koog. De laatste vier jaar is er een enorme toename van hen
gekomen, maar het zijn officieel geen gastarbeiders omdat in het Japanse visasysteem er geen categorie voor ongeschoolde arbeiders bestaat. Ik wil hier een
onderzoek naar verrichten en er misschien wel een boek over schrijven.
Eeen andere interesse van mij gaat uit naar de Japans- Z.O.-Aziatische
betrekkingen. Dit geldt dan vooral voor de politiek en de economie.
Ziet U verschil tussen Nederlandse en Amerikaanse studenten?
Nou ja, je hebt natuurlijk honderden verschillende Nederlandse en
12
Amerikaanse studenten maar toch is er een aantal belangrijke verschillen. Om te
beginnen kunnen de studenten in de V.S. niet herkansen maar dat ligt natuurlijk
aan het onderwijssysteem. Verder heb je in de V.S. veel conservatieve studenten
die zich enorm kunnen opwinden over Japan. Zij zien Japan vaak als een ware
bedreiging voor de V.S .. Dit wordt ook wel "Japan-bashing" genoemd. Deze
groep van studenten is zeer moeilijk te onderwijzen, maar ironish genoeg
hebben ze wel allemaal een Sony-walkman. En ik denk dat Nederlandse
studenten niet zo emotioneel betrokken zijn bij de betrekkingen met Japan en
daardoor ook mider emotioneel betrokken bij de colleges.
Waarom voelen zij zich zo bedreigd, zijn ze bang hun 'toppositie' te verliezen"?
Amerika is een land dat steeds armer wordt maar zichzelf als rijk beschouwt,
Japan is een land dat steeds rijker wordt maar zichzelf als arm beschouwt.
Toch zijn er veel succesvolle Amerikaanse bedrijven in Japan. Echter, het
bedrijf waarvoor ik werkte had geen enkele Japanner in dienst. De Amerikanen
spraken geen woord Japans maar deden er ook helemaal geen moeite voor,
terwijl ze er wel zaken deden. Dit is weer zo'n voorbeeld van "Japan-bashing" en
het is ook op de studenten overgeslagen. Hierdoor is het zo moeilijk samen te
werken met hen en in feite is het gewoon prettig om weg te zijn van ze.
Kunt U uw mening over het J.E.F.-programma geven?
Nou, het schijnt dat zeer veel studenten geïnteresseerd zijn in Japanse
economische zaken, buitenlandse betrekkingen en dergelijke. Dit is natuurlijk
een goede zaak want Japan wordt gewoon steeds belangrijker in de wereld. Ik
heb er daarom geen twijfel over dat het programma gewoon moet voort bestaan.
Eigenlijk is het voor mij moeilijk een mening te geven want het programma is
nog nieuw en ontwikkelt zich nog steeds. Bovendien ben ik zelf ook nieuw hier.
13
En dan nu onze slotvraag. Denkt U dat U nog lang in Nederland zal blijven?
Dat is moeilijk te zeggen, want ik ben hier pas kort. Vanzelfsprekend is er de
cultuurschok maar een ander probleem is een geschikte woning te vinden. Ik had
dit niet verwacht en het is gewoon extra moeilijk voor een buitenlander die hier
pas aangekomen is. De toekomst zal uitwijzen wat ik ga doen.
Mr. Groth, hartelijk bedankt voor dit interview!
De redactie.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - . 11
KOOYKER
sinds 1863
Boekhandels:
Breestraat 93, 2311 CK Leiden.
Tel. 071-160500.
Leidse Plein AZL,
Rijnsburgerweg 10,2333 AA Leiden.
Tel. 071 -180515.
C
'b
boox for brains
and budget
T
'Q
k
BOOX
Voor studie, beroep en ontwikkeling
Specialist in buitenlandse boeken
Mogelijkheid van gespreide betaling
Eigen import
Leiden Breestraat54
J.F.E-variant
Waarom al die ophef!
Verontwaardigd was menig Japanoloog toen hij/zij op 21 september j.l. in de
'Mare' las: " Minister kraakt nieuwe variant bij Japans." Het academisch jaar was
net twee weken aan de gang en dan zo'n artikel. Er stond iets vaags in over een
afwijzing van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen van een aanvraag
tot financiële steun voor deze nieuwe afstudeerrichting. Verder zou de minister
(Deetman) van mening zijn dat de variant gedeeltelijk overlapte met de
opleiding Japankunde te Rotterdam.
De redactie denkt dat enige critiek wel op haar plaats is. Uit een brief van het
ministerie aan het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit van 3 mei1988
schrijft men n.l. "Naar aanleiding van het besluit van uw universiteitsraad van
11 ap!il 1988, nr.1634, tot het reserveren van middelen voor een juridisch/
financieel-economische variant Japans ... " Uit deze passage blijkt dat het
ministerie wel degelijk op de hoogte was van het feit dat de onkosten voor deze
variant op de rekening van de universiteit zelf zouden komen te staan.
En dan natuurlijk nog die overlapping met Japankunde. In antwoord op de
brief van het ministerie schreef het College van Bestuur op 25 mei 1988: "... -bij
het opzetten van de juridisch/financieel-economische variant heeft, naast
arbeidsmarktredenen, een belangrijke rol gespeeld dat bij de huidige studenten
Japans een grote belangstelling is geconstateerd voor een onderwijsprogramma,
gericht op het huidige Japan in al zijn aspecten, dat tevens het verwerven van een
gedegen taalkennis biedt, én dat leidt tot een academische titel." Met deze
bondige zin is veel gezegd. Wie van ons is niet geïnteresseerd in Japans(e)
economie, recht, politiek en ga zo nog maar even door. Om enig inzicht in
16
1
1
deze aspecten te verkrijgen wordt ervan uitgegaan dat men de in dat land
beschikbare bronnen moet raadplagen, bijvoorbeeld Japanse kranten
(economische berichtgeving) . Dit verschilt in gote mate met de korte opleiding
Japankunde. Taal en 'inhoudelijke' vakken staan daar los van elkaar, terwijl bij
de J.F.E.-variant deze met elkaar verweven zijn, waardoor men van beide een
gedegen kennis krijgt.
In vier jaar kun je geen fatsoenlijk Japans leren, laat staan in twee jaar. Dit
moge blijken uit de resultaten van de Japanse speech-contest, gehouden op 29
oktober j.l. in het Congresgebouw in Den Haag: de eerste drie plaatsen gingen
naar studenten uit Leiden en niet naar Rotterdam. Zeker wat de taal betreft heeft
Japanologie een straatlengte voorsprong op Japankunde, maar hoe kan er dan
ooit sprake zijn van overlapping? Degene die hier een antwoord op weet is zeer
knap. Ook in Rotterdam kwam men niet veel verder dan een ietwat
ongenuanceerde kreet " Boot en Stam
(voorzitter van de vakgroep
Japankunde,red.) moeten het maar zelf uitzoeken." Maar wat moeten zij in 's
hemelsnaam uitzoeken? Hoe beide studies elkaar overlappen? Hoe men tot een
betere samenwerking kan .komen? Er is pertinent geen sprake van een
overlapping en samenwerking bestaat er reeds. In Rotterdam krijgt men
taalcolleges van onze docenten en degenen die in Leiden de Management variant
volgen, lopen colleges in Rotterdam. Maar dat zijn dan wel de algemene vakken.
Voor de J.F.E.-variant echter is het vrijwel onmogelijk Rotterdamse docenten in
te schakelen vanwege het simpele feit dat slechts één docent de Japanse taal
beheerst.
Dit alles bewijst eens temeer de aparte karakters van de korte opleiding
Japankunde en de J.F.E.-variant van de studie Japanologie. In de ogen van de
redactie kan hier geen verschil van mening over bestaan. Laten we hopen dat ze
er bij het ministerie en de faculteitsraad net zo over denken.
De redactie.
17
RESTAURANT-COCKTAILBAR
CUISINE
SAUVAGE
OOELENSTEEG 8, LEJDEN. 071 -149069
CCKTA/ L
utlRJ
Volksheld Chiyonofuji
De eerste twee weken van september staan geheel in het teken van de grote
jaarlijkse herfst sumo-wedstrijden. Omkleed met shinto-rituelen vechten de
vele tientallen sumo-worstelaars iedere dag hun snelle partijen en van drie tot
zes uur 's middags is één en ander live op TV te zien.
Je zou deze wedstrijden een nationaal kampioenschap kunnen noemen, maar
evengoed een internationaal gebeuren; niet alle deelnemers zijn Japans. Dit jaar
deden er onder andere een aantal Koreanen en Amerikanen mee. De
interessantste gaijin-deelnemer was wel de 220 kilo wegende Konishiki, een
Hawaïaan. Zelfs vergeleken met de ook niet bepaald tengere Japanse deelnemers
leek hij een ware berg van drillend vet. Toch presteerde hij niet best: slechts vier
van de vijftien duels vermocht hij te winnen. Eenmaal werden zijn 220 kilo's
totaal van de grond getild en buiten de ring neergezet ... De tegenstander die dit
presteerde was Chiyonofuji, een sumo-worstelaar "light": zeker 50% minder
vet dan zijn collegae. Ondanks zijn lage gewicht bleken al zijn tegenstanders
kansloos en de meeste van zijn 15 overwinningen leken hem weinig moeite te
kosten. Al enige dagen voordat de laatste wedstrijden gespeeld zouden worden,
was het duidelijk dat Chiyonofuji de winnaar van het toernooi zou zijn.
Inmiddels had hij tevens het record-aantal-overwinningen-tijdens-de-carrière
gebroken, terwijl hij nog lang niet uitgeworsteld lijkt. Toen al was er sprake van
het hem eventueel verlenen van een onderscheiding tot volksheld, maar, zo zei
de commissie, indien hij tot en met de laatste dag ongeslagen bleef, zou er over
zijn onderscheiding geen twijfel meer bestaan. En zo gebeurde.
Nauwelijks vijf minuten na zijn laatste duel (dit keer had hij meer moeite
met zijn tegenstander; het land hield de adem in) werd Chiyonofuji naar de ring
teruggeroepen voor de huldiging. Hem werden een toespraak, oorkonde
19
en
grote beker aangeboden. Degene die de beker overhandigde bleek deze niet van
het tafeltje te kunnen tillen dus pakte de worstelkampioen hem zelf... met één
hand. Daarna werd het pas echt leuk: allerlei bedrijven en instellingen fêteerden
Chiyonofuji met ongetwijfeld heel dure geschenken. Afgevaardigden van
verschillende ambassades mochten door middel van hun toespraakjes laten horen
hoe slecht hun Japans was en vervolgens toonden ze de wansmaak van hun land
1
waar het geschenken betreft. Werkelijk, de lelijkste, overdadigste, grootste
1
etcetera pronkvoorwerpen moest arme Chiyonofuji in ontvangst nemen gelukkig hoefde hij geen dankjewel te zeggen; een buiginkje voldeed.
Een paar dagen hierna was deze grote winnaar weer volop op TV te zien, ter
gelegenheid van de uitreiking van zijn onderscheiding. Hij is de eerste sumoworstelaar aan wie deze ooit is toegekend.
Eén incidentje dat zich voordeed tijdens één van de laatste dagen van het
sumo-toernooi wil ik niet onvermeld laten: het gewicht van een worstelaar die
uit de ring geduwd werd en van de verhoging rolde, brak de enkel van een
worstelaar die direct na hem aan de beurt geweest zou zijn. Deze ongelukkige
werd afgevoerd, degene die aangewezen was als zijn tegenstander werd winnaar
van de niet gespeelde partij. Tja, zo kan het ook .. !
Annemiek van Tongeren
.f
j
i
20
Open forum
Open forum is een nieuwe rubriek in de Tatanukiki die bij voldoende animo
zal blijven terugkeren in ieder volgend nummer. Een ieder die opmerkingen
heeft en dat weet te omlijsten met een enigzins literair stukje tekst ( dus geen
schuttingtaal en dergelijke), kan bij de redactie zijn/haar stukje inleveren.
Voorgenoemd voorbehoud is, samen met de eis dat je stukje in ieder geval vaag
met vakgroep, het onderwijs of studeren te maken moet hebben, het enige
criterium voor plaatsing. We hebben een vaste schrijver gevonden die onder het
pseudoniem Hakehari zal proberen de gemoederen aan het koken te brengen.
Om de discussie tot de Tatanukiki te beperken en om de rust in de studiezaal te
bewaren, lijkt het ons verstandig de anonimiteit, indien wenselijk, te bewaren.
Wij wensen in deze rubriek een vlammende polemiek, een afbreuk van geldende
waarden en normen tot en met de fundamenten, vlijmscherpe uitvallen en veel,
veel bloed van onder de nagels. Veel opgeklopte woede en ontladingen daarvan
toegewenst.
De redactie.
21
14%
Whahahahahahahaha. 14% rendement bij de studie Japans. Beste 'studentjes',
waar zijn jullie mee bezig? Wat doen jullie hier eigenlijk in het Arsenaal behalve
peuken roken en het koffieapparaat spekken met een berg kwartjes, vele malen
meer kwartjes bevattend dan het aantal karakters dat jullie ooit in jullie koppen
zullen kunnen stampen. Reken maar eens na, als je tot die groep studenten
behoort die inderdaad zo'n dertig weken per jaar vier keer per week langs komt
op het Arsenaal en daar drie kopjes koffie drinkt. 30 x 4 x 6 kwartjes = 720
kwartjes. Stel dat je je zes jaar in frustratie en temidden van wanprestaties weet
vol te maken, dan zijn dat al snel 4320 kwartjes. Als je per kwartje één karakter
zou leren ken je toch al bijna de hele Nelson uit je kop.
14% rendement bij de mensen die het propaedeuse al hebben gehaald! Vind je
het gek dat bepaalde stafleden eerst wat resultaten willen zien voor ze je als meer
dan een riummer gaan zien. Je zou er ook behoorlijk moedeloos van worden. Al
die kindertjes die te beroerd zijn om dat te doen wat ze zelf gekozen hebben.
Waarvan de meeste te beroerd zij om iets nuttigs te gaan doen met hun leven en
dus maar zes jaar de universiteit komen uitzuigen. Ja, je leest het goed, jij
parasiet, die nooit eens voorbereidt, die niet verder komt dan : " Ik heb het niet
meer verder.", terwijl je de eerste zin eigenlijk ook al niet had. Jij, de pest van
het onderwijssysteem, die probeert door tentamens te rollen met minimale
inspanning en met een minimaal resultaat, wat dus niet zou lukken, ware het niet
dat de staf het mensen nog steeds mogelijk maakt de eerste twee jaar door te
komen zonder iets te weten, waarmee die staf dus haar eigen graf aan het graven
is.
Kijk, eigenlijk is het heel simpel. Japans kun je niet leren in vier jaar. En ook
niet in zes jaar. Maar als je toch iets wilt opsteken, dan zul je daar je best voor
22
moeten doen. Eens wat lezen in plaats van je keel maar vol te laten lopen met
bier. Als je niet wilt studeren, hou er dan gewoon mee op. Niet morgen, maar
vandaag nog, zodat je tenminste niet nog meer aandacht en investeringen
opslokt. Dan ga je toch gewoon zitten vissen in een of andere sloot voor de rest
van je leven. Prima, maar laat ons, wij, de vakgroep en de toekomstige
succesvollen verder met rust.
"Ho", zul je roepen, "ligt het niet wat genuanceerder?" Nee, dat ligt het niet.
Een ieder hier heeft het VWO afgemaakt of iets vergelijkbaars, dus je bent niet
dom (of toch?). Nee, je bent gewoon lui. Ik bedoel, jè kunt ook gewoon plees
gaan schrobben, wellicht kom je nog iets van jezelf tegen.
En beste stafleden, blijkbaar is het propaedeuse geen goed selectiemechanisme.
Wordt het niet eens tijd daar wat aan te doen, bijvoorbeeld door het onmogelijk
te maken dat mensen hun eerste jaar over twee jaar uitsmeren. Tenslotte is dit
een voltijdsopleiding! Wellicht is de student slechts lui zolang hem de
mogelijkheid daartoe wordt geboden. Gelooft u dat iemand met een 6 voor
grammatica die grammatica beheerst, nee toch zeker! Nou dan is dat dus niet
voldoende, dat wil zeggen onvoldoende, en dus moeten de criteria worden
verzwaard. Hup, lekker selecteren in het eerste jaar. De huidige generatie is
· door uw beleid toch al verpest, maar dat betekent niet dat het in de toekomst ook
zo moet.
Hakehari.
23
Recept
Donburi
Donburi is het Japanse woord voor een grote porseleinen kom, maar de
naam van de kom is overgegaan op het soort voedsel dat er dikwijls ingaat: hete
rijst met verschillende toppings, waarover een saus is gegoten. Het is een
geliefde lunch-snack, omdat het niet duur en eenvoudig te maken is. Japanse
vrouwen gebruiken het om de restjes op te maken, daar in feite elke vlees-, visof groentesoort voor de toppings kan worden gebruikt.
Oyako Donburi
Ingrediënten voor 5 personen:
3 kopjes rauwe rijst
3 kopjes 'dashi' ofkippebouillon
350 gr. kipfilet
3/4 lichte sojasaus
2x een grote of 4x een kleine prei
2 theelepels bruine suiker
5 eieren
Bereiding:
Kook de rijst. Snij de kipfilet in blokjes van ongeveer 1 cm in diameter. Snij
de prei, inclusief het loof, in reepjes van ongeveer een halve cm. Doe de dashi
of kippebouillon in een steelpannetje en doe er de sojasaus en de bruine suiker
bij. Verhit het geheel en voeg, wanneer het aan de kook komt, de kip toe. Laat
het 5 minuten sudderen, voeg de prei toe en laat het dan nog een minuut opstaan..
Proef of er nog wat kruiden bij moeten en voeg die eventueel toe. Breek de eiren
in een grote kom en klop ze goed los. Breng de bouillon weer aan de
kook doe de eieren er voorzichtig~ maar in één keer bij totdat het mengsel aan de
24
I
J
rand van de pan begint te koken.
Zet dan het vuur zo laag mogelijk en doe een deksel op de pan. Zet na 3
minuten het gas uit. De eiren zullen gestold zijn tot een zachte massa, die doet
denken aan roereieren. Doe de rijst in afzonderlijke kommen en giet met een
sauslepel het ei/soepmengsel bovenop de rijst. Garneer met wat kleingesneden
peterselie, een paar doperwten, wat gesneden ui of wat fijn gehakt (nori).
Direct opdienen.
Eet smakelijk !
De redactie i.s.m. Mw. M. Fukae.
25
Boekenrubriek
*Early Kamakura Buddhism : A Minority Report , Robert E. Morrell, Asian
Humanity Press, Berkeley, 1987.
Dit werk wordt wel beschouwd als een blikverwijding aangaande het begrip
van de religieuze geschiedenis van de Kamakura-periode. Niet de vernieuwende
en algemeen bestudeerde Reine Land en Lotus secten worden bekeken, maar er
wordt aandacht geschonken aan de traditionele Boeddhistische secten, waarbij
vier geestelijken ter sprake komen die juist tegen deze vernieuwingen
protesteerden.
Er worden vele tegenstellingen tussen deze traditionelen en de gedachten van
Honen, een van de revolutionairen, besproken. Zo wordt tegen de 'Sutra van
Meditatie over de Buddha Amida', welke Honen als een van zijn uitgangspunten
beschouwt, hevig geprotesteerd. Deze Sutra vertelt over de mogelijkheid dat
zelfs de ergste zondaar in Amida's Pure Land herboren kan worden door slechts
tien aanroepen op het moment van sterven.
Al met al wordt mensen die men in deze materie wel eens een gevestigde
gedachtengang toe pleegt te dichten, een genuanceerder beeld gepresenteerd.
* The Ainu of the Northwest coast of Southern Sakhalin, Emiko OhnukiTierney, Waveland Press, 1984.
Een etnografische studie van het Ainu-volk dat in het noordwesten van
Sakhalin woonde, geïntroduceerd aan de hand van een aantal basisconcepten
over de Ainu's in het algemeen, bijvoorbeeld over hun identiteit waarover nog
steeds geen eenduidigheid bestaat.
26
Maar verder is het boek toegespitst op de Ainu's van voornoemd gebied. Er
komen antropologische zaken aan de orde : levensonderhoud, huishoudelijke
taken (van mannen en vrouwen), levensverwachtingen, gezinsvorming
en geloof.
Voorzien van illustraties vormt dit boek een goede basis voor degene die
meer over dit volk wil weten dan slechts benamingen als "dat verdwaalde volk
uit Israel".
* Fukuzawa Yukichi on Japanese Women, selected works, vertaald en geëditeerd
door Eiichi Kiyöka, University of Tökyö Press, 1988.
Fukuzawa Yukichi (1835-1901), o.a. prominent onderwijsdeskundige,
schrijver, stichter van de Keiyö Daigaku, was een van de eersten die vrijelijk
sprak over de positie van de vrouw in de Japanse samenleving. In dit werk
worden zijn denkbeelden over uiteenlopende zaken als relaties met
buiten_landers, educatie, monogamie boven polygamie, beperkingen op
vrouwelijk gedrag, scheidingsredenen beschreven. Het is dus zeer breed
georiënteerd.
Een groot gedeelte behandelt Fukuzawa's kritiek op de conservatieve Kaibara
Ekken, wiens Onna Daigaku hij tot achterhaald degradeert met zijn Shin Onna
Daigaku, welke hier vergeleken worden.
Een boek over een feminist in zijn tijd (waarvan men zich in de moderne
Westerse zin niet veel moet voorstellen), interessant op het gebied van
geschiedenis , antropologie en speciaal vrouwenstudies.
27
* Miwa, der heilige Trank : zur Geschichte und religiöse Bedeutung des
alkoholischen Getränkes (sake) in Japan, Klaus Antoni, Stuttgart, 1988.
Een veelomvattend wetenschappelijk werk over Japanse alcoholica, waarin.
vele gangbare maar foutieve ideeën over deze sake met behulp van definities en
een stelselmatige opbouw worden weerlegd.
Zo is de bekende rijstwijn (nihonshû) eigenlijk niet echt wijn, aangezien er
geen suikerhoudende vruchten worden gebruikt bij de bereiding.
Het werk bestaat uit twee delen . Het eerste deel is een historische opbouw van
de bereidingswijzen van de verschillende sake. Het tweede deel geeft enige
culturele aspecten, waarbij bijvoorbeeld teruggegaan wordt tot de Ómiwaschrijn, een van de drie vroege schrijnen die een bijzondere band hadden met
sake, en waaraan de naam miwa, heilige drank, ontleend is.
Dit boek gelezen hebbende is men op een niveau van de mate waarop men met
recht het woord kampai kan bezigen bij het drinken van : sake!
* De fatalist en andere verhalen, Kunikida Doppo, vertaald door F. Vos, 1989.
De verhalen van Kunikida Doppo (1871-1908), worden gekenmerkt door
grote invloed van de Engelse literatuur, en de persoon als nietig wezen in een
wrede wereld staat in het middelpunt.
Deze bundel is vertaald door Prof. F. Vos, die een exemplaar aan onze
bibliotheek geschonken heeft. Het bevat tien van Doppo's beroemdste verhalen.
1 1
1
Al deze boeken zijn in onze bibliotheek te verkrijgen.
Rob Stroeks.
28
Ukiyo-e Books
Masuda Kö, Kenkyûsha's New Japanese-English Dictionary
(4th edition),
Tökyö, 1989 (19e druk).
f200,-(excl. B1W)
Kindaichi Haruhiko, Shinmeikai kogo jiten (Classical Japanese Dictionary)
( 2nd edition), Sanseidö, Tökyö, 1989 (39e druk).
f 55,- ( excl. B1W)
Kenbö Hidetoshi and Kindaichi Haruhiko et al., Shinmeikai kokugo jiten
( Modem Japanese Dictionary), (3rd edition)
Sanseidö, Tökyö, 1989 (61e druk).
f 55,- (excl B1W)
Kodama Kota, Kuzushi jikai doku jiten (Dictionary of Chinese characters in
their simplified form), (14th edition),
Kondö Shuppansha, Tökyö,1988.
f 65,- (excl. B1W)
Takada Chikusan, Gotai jirui (Dictionary of Japanese characters in their
altemate forms), (62nd edition)
Saitö, Tökyö,1989
f 95,- (excl. BTW)
29
japans schaken
Shogi kunt u nu ook in Leiden
spelen.
Indien u belangstelling hebt
of wilt kennismaken met het
Japanse schaakspel, bent u
van harte welkom op onze
speelavonden.
Deze
worden gehouden op
Steenschuur 3 te Leiden,
tussen het Rapenburg en de
Breestraat, elke woensdagavond om acht uur.
De
Leidse Shogi Vereniging
P.S. Voor verdere informatie kunt u terecht bij:
W.E. Engelkes, Blommendaalspoort 4, Leiden,
telefoon: 071 - 134837, of
R.G. Hellinx, Clarensteeg 21a, Leiden,
telefoon: 071 -126110.
Europalia weekend
EUROPALIA 89
···s*
•••
•••
JAPAN IN BELGIUM
Vrijdag 6 oktober vertrokken we met twee volle bussen voor een lang
weekend naar Brussel. Tanuki had het allemaal prima georganiseerd; we sliepen
. in een jeugd herberg in het centrum, dichtbij alle tentoonstellingen.
's Avonds stonden een Budö- en Taiko-voorstelling op het programma in
Vorst National. Het was een zeer grote zaal waar we ter opening van deze
voo~stelling een toespraak kregen. De lichten werden gedoofd en er werd een
indrukwekkende Taiko-voorstelling gegeven. Er werden verschillende
trommels bespeeld: men begon met zeer kleine maar ze werden hoe langer hoe
groter en het tempo hoe langer hoe sneller.
De Nippon Budökan, de Japanse Federatie van traditionele krijgskunsten
liet twaalf krijgskunstdisciplines zien. Dat Budö een combinatie is van drié
elementen te weten fysieke kracht, correcte houding en morele kracht tot
bescheidenheid bij overwinning of grootmoedigheid, kwam zeer duidelijk naar
voren. Het was een zeer goede voorstelling doch enigszins langdradig omdat
enkele disciplines op elkaar lijken.
De volgende dag zijn we naar de tentoonstelling 'De mens, beeld en
evenbeeld' geweest. Het was een tentoonstelling over de Japanse kunst door de
eeuwen heen. Ze was in drie delen verdeeld waarin de mens centraal stond. Zij
beschouwde onder andere 1) de religieuze kunst met de vroegste antropomorfe
31
uitbeeldingen, boeddhistische en shintoïstische iconografie, 2) de relatie tussen
de mens en zijn omgeving met de zuivere Japanse traditie en 3) het beeld dat de
Japanner van zichzelf heeft. Dit wordt weerspiegeld via portretkunst,
aardewerkbeeldjes en maskers.
In de K.B.-Galerij op de Grote Markt van Brussel was een tentoonstelling van
de privé-collectie van Alfred Bauer te bewonderen. De charme hiervan was dat
het allemaal kleine gebruiksvoorwerpen als mooie lakdoosjes en sieraden en
grote samurai-zwaarden en mooie prenten betrof.
's Avonds kregen we in 'De Munt' het grote Kabuki-theater voorgeschoteld.
Deze voorstelling bestond uit drie delen. Het eerste was genaamd Bö Shibari
waarin getoond werd dat twee knechten hun meester te slim afwaren.
Het tweede en tevens het mooiste stuk was Sagi Musume. In deze dans werd
de geest van een witte reiger uitgebeeld. Het 'meisje' wisselde steeds van kleding
waardoor zij haar gevoelens voor liefde, jaloezie en dood uitbeeldde. Het
fantastische van dit stuk was haar elegantie: op en top een vrouw en dan te
bedenken dat het in werkelijkheid een man is. Bandö Tamasaburö wordt met
recht een fantastisch acteur genoemd.
Het laatste stuk, Kumagai Jinya, vond ik enigszins saai. Dit komt
waarschijnlijk door het feit dat ik niets van het Japans begreep. Toch was het al
met al een vreselijk mooie ervaring dit te hebben mogen aanschouwen.
Zondag 8 oktober stond Takakura op het programma: een tentoonstelling
van de keizerlijke hofkledij. Dit was wat mij betreft de mooiste tentoonstelling
met haar prachtige gewaden, accessoires, poppen, waaiers, hoeden, etcetera.
Van hieruit hebben we het Tökyö-project bezocht waarin een historisch
overzicht werd getoond van de herbouw van het naoorlogse Tökyö. Ook waren
er bouwkundige ontwerpen te zien voor het jaar 2000.
In het 'Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal' was een tentoonstelling van
verschillende architecten te zien. Eén kunstwerk bestond uit allerlei laser-stralen
32
waardoor je heen kon lopen. Tevens was er een uitstalling van delen van
stripverhalen met betrekking tot Japan te zien zodat men verschillende visies van
tekenaars voorgeschoteld kreeg.
Als afscheid was er een borrel in het centrum van Brussel waarna er nog
gegeten werd. Gewapend met iets meer kennis over Japan en een tas vol bonbons
keerde ik voldaan naar huis terug.
Kris Schiermeier.
l{ENDO
Al DEN HAAG
Japanse Budo Sporten
Kendo
Zwaardschermen
1ai do
Levende zwaardtechnieken
Jodo
Stoktechnieken
Inlichtingen:
Bram Swaneveld
Paulus Buysstraal 66
2582 CK 's·Gravenhage
Telefoon (070) - (3) 54 28 98
Kernenergie in Japan
Sinds de ramp met de kerncentrale in Tsjernobyl is ook in Japan de weerstand
tegen de uitbreiding van het aantal kerncentrales duidelijk toegenomen. Zo
besloten 15.000 inwoners van Hiroshima een avond in mei geen stroom af te
nemen uit protest tegen het gebruik van kernenergie en ter nagedachtenis van de
slachtoffers van de kernramp in de Sovjetunie. Ofschoon de milieubeweging
naar Europese maatstaven nog in de kinderschoenen staat, lijken de
verantwoordelijken voor het energiebeleid vooralsnog geen risico's te willen
nemen. Twee regeringsinstellingen die zich bezighouden met energie en
technologie hebben meer dan 45 miljoen gulden gereserveerd voor
advertentiecampagnes waarin de voordelen van kernergie duidelijk gemaakt
moeten worden. De belangrijkste doelgroepen van de campagne zijn
huisvrou~en en middelbare scholieren. De ironie wil dat men daarbij gebruik
maakt van methoden en technieken die ontwikkeld werden door milieuactivisten om de bevolking op de gevaren van kernenergie te wijzen.
Op dit moment zijn er in Japen 37 kerncentrales. Volgens Takeshi Murota,
hoogleraar economie aan de Hitotsubashi Universiteit, geven regering en
energiebedrijven een hogere prioriteit aan de uitbreiding van het aantal
kerncentrales dan aan energiebesparing: "Japan heeft de technologie een
energiezuinig systeem te ontwikkelen, maar de politieke wil ontbreekt."
Problemen met kerncentrales
De afgelopen jaren heeft zich in Japan een groot aantal ongelukken
voorgedaan in kerncentrales. fu augustus vorig jaar is een lek ontstaan in één van
de 30 roestvrijstalen pijpen in het hart van de centrale in Hamaoka. De reactor is
34
sinds september buiten gebruik. In juni 1989 lekte 1080 liter radioactief
koelwater in een kerncentrale in het noorden van Japan. Het duurde zeven uur
voordat het lek ontdekt werd. Een kwart van het water verdween als stoom in
het gebouw en de rest stroomde uit over de vierde verdieping van het
reactorgebouw. Deskundigen wijzen erop dat in Japan, veel meer dan bij
voorbeeld in Amerika, waarde wordt gehecht aan het operationeel zijn van
centrales. Men vertrouwt op de veiligheid en men is geneigd na een ongeluk de
centrale snel weer in gebruik te nemen. Uiteraard brengt dat grote risico's met
zich mee. In Japan is overigens nog een risicofactor waar volgens
milieudeskundigen onvoldoende rekening mee is gehouden: het land wordt
regelmatig getroffen door aardbevingen!
Dan liever de lucht in
Wellicht is dit één van de redenen, dat de Japanse regering heeft aangekondigd
binnen 10 jaar een 300-kilowatt reactor in een baan om de aarde te willen
breng~n. Bovendien streeft men er naar in het jaar 2015 een reactor met een
capacitieit van 3000 kilowatt op de maan te installeren.
Vooralsnog zijn er meer aardse problemen op te lossen. Om aan de vraag
naar plutonium te voldoen, zijn contracten afgesloten met British Nuclear Fuels
en het Franse bedrijf Cogema voor de levering van plutonium. Er is serieus
overwogen het plutonium door de lucht te vervoeren. De gevolgen van een
ongeluk met zo'n transport zijn niet te overzien. Al eerder is daarom de
mogelijkheid onderzocht deze zeer gevaarlijke stof per schip naar Japan te
vervoeren. De regering heeft begin dit jaar besloten een escortevaartuig van
6000 ton te laten bouwen, waarmee de Japanse kustwacht de transporten
moet beschermen tegen mogelijke kapingen. De kustwacht is volgns ingewijden overigens absoluut niet op dit soort taken berekend.
35
Afval
De aanvoer van brandstof voor de kernreactoren mag dan een probleem
vormen voor de industrie, een veel grotere zorg is de verwerking en opslag van
kernafval. Keiichiro Fuwa, directeur van het Nationaal Instituut voor
Milieustudies in Japan, verklaarde onlangs bang te zijn dat landen die sterk
afhankelijk zijn van buitenlandse valuta, zoals China, zich gaan aanbieden als
koper van kernafval. Het ontbreekt zulke landen echter aan de technologie en de
know-how om voor een verantwoorde verwerking zorg te dragen. Volgens hem
wordt de groeiende hoeveelheid kernafval het belangrijkste probleem van Azië
als het kernenergieprogramma van Japan in de toekomst wordt uitgebreid.
Uit: Milieu en Ontwikkeling
Jaargang 7, nummer4
36
'Japan en zijn buurlanden'
Hier volgt een overzicht van de lezingenserie die onder het thema "Japan en
buurlanden"
wordt gehouden in
het Rijksmuseum voor Volkenkunde,
Steenstraat 1 te Leiden. Aanvang: 20.00 uur.
30november
Dr. J.L. Blussé van oud Alblas,'Gesloten land, gesloten markt? Recente
ontwikkelingen in de studie van de vroege Tokugawa-periode.'
25 januari:
Dr. B.C.A. Walraven, 'Over de duistere zee: elementen van de Koreaanse
cultuur, verzeild in Japan'.
22 februari:
Prof. Dr. W.R. van Gulik, 'Onder de rook van Dejima: impressies van SinoJapanse kunst en cultuur'.
29 maart:
Drs. W.F.J. Ondracek,'De literatuur van de Koreaanse minderheid in Japan'.
26 april:
Dr. J.G. v·an Bremen, 'De visie van Japanse volkskundigen op Japan en zijn
buurlanden'.
31 mei:
Prof. Dr. K.W. Radtke, 'Japan en China: Never the twain shall meet'.
37
''
:-.
" fü
. s ~0
ONZE WERELD JUNI '89
De boer en de tanuki
Heel, heel lang geleden leefden er in de bergen een oude man en een oude
vrouw. Hun naaste buren woonden wel een kilometer verder, maar dat deerde
hen allerminst - zij waren aan de eenzaamheid gewend. Zij zouden zich best
gelukkig hebben gevoeld, wanneer hun leven niet werd vergald door een
boosaardige tanuki, een dassegeest, die elke nacht over hun veld liep en alles
vernielde wat hij op zijn weg tegenkwam. Op het laatst werd de tanuki zo
brutaal en vernielde hij zoveel van de oogst dat de boer er genoeg van kreeg en
besloot er een einde aan te maken. Bij het vallen van de avond ging hij,
gewapend met een.dikke knuppel, naar zijn veld om de das op te wachten. Maar
de dassegeest liet zich niet zien die nacht, en ook de volgende en de daarop
volgende nacht niet. Toen besloot de boer een val te zetten en daarmee had hij
eindelijk succes. Hij bevrijdde de das uit de klem, bond diens poten stevig aan
elkaar vast, en droeg hem zo naar huis.
"Heb je hem eindelijk te pakken?" vroeg zijn vrouw.
"Nou en of", zei de boer voldaan, "ik zal hem hier aan de zoldering ophangen.
Zorg ervoor dat hij niet ontstnapt, dan kunnen wij er vanavond een heerlijke
soep van koken."
De oude vrouw beloofde er goed op te letten en de boer liep naar buiten.
Intussen hing de das aan een spant van de zoldering en, eerlijk gezegd, had hij
zich wel eens prettiger gevoeld. De zekerheid dat hij nog diezelfde avond in de
soepketel zou worden gestopt, vervulde hem met angst en vreze. Ondanks de
netelige positie waarin hij verkeerde, besloot hij zijn hersens eens goed te laten
werken.
39
Vlak bij hem was de vrouw bezig in een grote houten vijzel rijst te stampen.
Zij zag er oud en vermoeid uit. Diepe rimpels doorgroefden haar gezicht en
haar huid was zo bruin en taai als oud leer. Af en toe onderbrak zij haar werk
om met de mouw van haar rechterarm het zweet van haar gezicht te vegen.
"Beste vrouw," zei de tanuki, "dat is toch veel te zwaar werk voor je!
Waarom laat je de boer dat zelf niet doen? Kan ik je soms helpen? Mijn poten
zijn geweldig sterk, en als ik je even mag aflossen, kun je dadelijk weer verder
gaan."
"Bedankt voor je hulp hoor," zei het vrouwtje, "maar ik moet ermee
doorgaan. Ik mag je ook niet losmaken, omdat je er dan vandoor zou kunnen
gaan. Wanneer dat gebeurde, zou mijn man razend zijn."
"Lief vrouwtje," begon de das weer, "ik beloof je echt dat ik geen enkele
moeite zal doen om te ontsnappen. Ik heb teveel met je te doen en ik kan het
gewoonweg niet verdragen je zo hard te moeten zien werken. Kom, maak mij
even los, enje zult zien hoe gauw ik dit werk opknap."
Nu was deze boerin zo'n simpele ziel dat zij van niemand iets kwaads
verwachtte. Het idee dat de das zijn belofte wel eens niet zou houden, kwam
eenvoudig niet in haar op.
"Nou, vooruit dan maar, " zei zij, "maar dadelijk hang ik je weer op."
Zij bevrijdde het dier en gaf hem de houten stamper. Toen ging zij even zitten
om wat uit te blazen, maar op hetzelfde moment rende de das op haar af en sloeg
haar met de stamper op haar hoofd. De geest had zo'n kracht in zijn voorpoten
dat de vrouw meteen dood neerviel. De tanuki sneed de vrouw aan stukken en
kookte deze in de ketel die boven het vuur hing.
Intussen werkte de boer met het beste humeur ter wereld op zijn veld. Hij was
er immers zeker van dat de das hem geen kwaad meer zou kunnen doen, en
40
bovendien snoof hij in gedachten al de geur op van de heerlijke dassesoep die
hem thuis wachtte.
Toen de zon onderging, liep hij snel naar huis, maar de tanuki had intussen
de gedaante van de boerin aangenomen, en toen de boer binnenkwam, hoorde hij
zijn vrouw zeggen:
"Zo, ben je daar eindelijk. Ik wacht al een hele tijd op je en ik heb een
verrukkelijke soep voor je gemaakt."
"Dien hem dan meteen maar op", zei de oude man, terwijl hij zijn sandalen
uitdeed en voor zijn etensblad ging zitten. Op dat moment nam de das zijn eigen
gedaante weer aan en riep honend:
"Wil je je eigen vrouw soms opeten? Kijk maar eens naar haar beenderen die
in de keuken liggen!"
Voor de man begreep wat er gebeurd was, had de das al het hazenpad gekozen
en was hij tussen het struikgewas verdwenen.
De boer bleef van verbijstering een paar seconden bewegingloos zitten. Toen
begon hij zijn vrouw te roepen en door het hele huis te zoeken, maar hij vond
haar nergens. Toen hij in de keuken kwam en daar menselijke beenderen op een
hoop zag liggen, drong de afschuwelijke werkelijkheid pas goed tot hem door.
Hij barstte in snikken uit. Terwijl hij zich verwijtend op het voorhoofd sloeg,
herhaalde hij telkens:
"Waarom heb ik dat beest niet meteen de hersens ingeslagen? Hoe is het
mogelijk dat hij zich heeft kunnen bevrijden?"
Zo bleef hij dagen lang kermen en jammeren, maar het hielp allemaal niets.
Zijn vrouw was en bleef weg, en hij kon alleen haar beenderen in de tuin voor
het huis begraven.
Niet ver van de boer vandaan leefde een vriendelijk en goedaardig konijn.
Toen hij de boer aan een stuk door hoorde snikken en jammeren, kreeg hij
41
medelijden met hem en besloot hij er eens heen te gaan om te zien of hij hem
misschien niet zou kunnen helpen. De boer vertelde wat er was gebeurd en toen
hij zijn verhaal beëindigd had, beloofde het konijn dat hij alles zou doen om de
dood van de vrouw te wreken. Dit gaf de boer enige troost en hij bedankte het
konijn voor zijn medeleven en de aangeboden hulp.
Het konijn begon te denken en te denken, en alhoewel het verstand van een
konijn allerminst opweegt tegen dat van een tanuki, kan het dier toch tot
opmerkelijke resultaten komen door maar steeds door te denken en zich te
concentreren. Zo deed het konijn ook nu. Hij dacht vele dagen lang na en hij
dacht zelfs nog in zijn slaap aan dat ene doel:· de algehele vernietiging van een
tanuki, de aartsvijand van mens en dier. Eindelijk had hij een plan gereed waar
geen speld tussen te krijgen was. Hij bouwde twee boten, één van hout en één
van klei. Zij waren precies even groot en voor elke boot maakte hij nog een paar
roeispanen. Hij bracht ze naar het strand en begon toen naar de verblijfplaats van
de das te zoeken. Hij had hem al gauw gevonden en vertelde de das hoe blij hij
was eindelijk eens met hem te mogen kennismaken.
"Ik ben hier toch zo eenzaam," klaagde het konijn. "Zonder een vriend is het
leven hier niet om uit te houden. Voel je er niets voor om eens een boottochtje
met mij te maken? Er is niets zo plezierig als een tocht over het water bij mooi
weer en bij kalme zee."
"Ik heb twee boten op het strand liggen, en jij mag de beste hebben. Wanneer
het morgen goed weer is, kom ik je halen."
Nu, dat vooru itzicht lokte de das wel aan, en hij zei dat hij graag van het
aanbod gebruik zou maken.
De volgende dag trokken de beide dieren er opuit, en al spoedig hadden zij
het strand bereikt.
"Neem jij die donkerbruine boot maar," zei het konijn, "die is van het
42
allerbeste soort." De das sprong erin, greep de roeispanen en roeide weg, of het
zijn dagelijkse werk was. Het konijn ging in de houten boot en had hem spoedig
ingehaald.
Toen zij op volle zee waren, begon de poreuze boot van de das langzaam vol
water te lopen.
"Wat gebeurt er?" riep het dier verschrikt. "Hoe komt dat water erin?"
"Alleen om jou te straffen, omdat je die oude boerin hebt vermoord,"
antwoordde het konijn.
"Help, help, ik verdrink!" schreeuwde de das in doodsnood. De boot was al zo
ver gezonken dat alleen zijn kop en voorpoten nog boven water uitstaken. Het
konijn hief zijn roeispaan op en gaf de das zo'n ferme klap op zijn kop, dat hij
met boot en al in de diepte verdween.
Het konijn roeide naar het strand terug en trok zijn boot op het droge. Daarna
liep hij zo vlug als een haas naar het huis van de boer en vertelde hem dat hij
voortaan geen last meer van die akelige tanuki zou hebben.
Met tranen in de ogen bedankte de boer hem. Nu hij wist dat de dood van zijn
vrouw gewroken was, kon hij weer rust vinden en aan het werk gaan. Hij vroeg
het konijn om verder bij hem te blijven, want hij kon de eenzaamheid niet goed
verdragen. Vanaf die dag leefden zij beiden als goede vrienden, en vanaf die dag
ontstond het spreekwoord: "Beter een konijn in je huis dan een tanuki op je
veld!"
Uit: Japanse sagen en verhalen.
Door: MA. Prickvan Wely.
43