2017-2018 | 3

Object

Titel
2017-2018 | 3
Collegejaar uitgave
2017 – 2018
Nummer
3
extracted text




LVSJK Tanuki

36 주년 3월

三十六周年 / 三月
Maart 2018

EDITORIAL
HOOFDREDACTEUR
Een nieuw semester, nieuwe vakken en dus ook een nieuwe journal.
Ondertussen zijn we al bij de derde journal van het jaar aanbeland.
Temidden van tentamenstress en deadlines dient het leesvoer van
de TaTanukiKi wederom als een fijne afleiding.
Lees over de schattige stationschef op vier poten van het station
van het Japanse plaatsje Wakayama of over de honden die het Akita
prefectuur in beeld brengen voor Google Maps. Verbaas je over de
elektrische baden in Japanse badhuizen en de zaagselbaden van
hun Koreaanse collega's. Laat je informeren over de Koreaanse
vechtsport genaamd "Kuk Sool Won" of over de vechtende vrouwen
uit de Japanse geschiedenis. Ben je op zoek naar iets met muziek,
dan zijn Joachim's artikel over de nieuwe EP van Epica en Ko's
artikel over de Japanse band Angerme wellicht iets voor jou. Ook
Florentine's artikel over Noord-Koreaanse slavenarbeid mag je
zeker niet over slaan. Ten slotte hebben we een column van oudjournalcommissielid Kris van der Klaauw, een informatief stuk over
Japanse winkelstraten van Tom Omes van Katern:Japan, en een
geweldige strip van Matej Simic.
Kortom: er is in deze journal voor ieder wat wils, en ik hoop dat het
een hoop leesplezier op zal leveren!

-Milan Boon

OP DE
VOORKANT
Op de omslagfoto van deze journal
zien we een gigantische wagen door
de straten worden gesleept tijdens
het eeuwenoude "Gion Matsuri",
een van Japans bekendste festivals,
die gedurende de gehele maand
juli in Kyoto plaatsvindt. Het festival,
dat in 869 ontsproot, wordt tot op
de dag van vandaag nog steeds
enthousiast gevierd in het moderne
Kyoto.

Deze foto is gemaakt door flickr-gebruiker
Tony Lin en onder de CC-BY-NC-ND 2.0
license uitgegeven. De enige wijziging die wij
hebben gemaakt is het bijsnijden van de foto.

Heb je zelf nog ideeën voor artikelen? Heb jij fotografisch werk dat je
wilt delen met iedereen? Of wil je misschien helpen met de strip? Stuur
je ideeën en creaties naar journal@tanuki.nl en wellicht siert jouw werk
de volgende TaTanukiKi!

COLOFON
Journalcommissie
Voorzitter &
Hoofdredactie:
Vormgeving:
Eindredactie:
Secretaris:
Leden:

Milan Boon
Yume Productions & Milan Boon
Zeno Zonneveldt & Marie Groen
Ko Nakamori
Joosje Smit
Adrian Ortmann
Joachim van der Pol
Florentine Schoemaker
Charlotte de Haan

Bestuur van Tanuki
Praeses:
Ab-actis:
Quaestor:
Assessor Intern:
Assessor
Eerstejaars:

Britt Blom
Amber Trijssenaar
Hannelieke Soppe
Joosje Smit
Iris Taal

Commissievoorzitters
Eerstejaars:
Feest:
Journal:
Kamp:
Kunst- en Cultuur:
Reis (Japan):
Reis (Korea):

Iris Taal
Dominique Rijsbergen
Milan Boon
May Meike van den Goorbergh
Maartje Lankreijer
Steffen de Jong
Suzanne (Suzé) Klok

Raad van Toezicht
Leden:

Gise van den Wildenberg
Fred Dillmann

Kascommissie
Leden:

Steffen de Jong
Hannelieke Soppe

INHOUDSOPGAVE

"Als je genoeg bier en wijn
drinkt, lukt het van zelf wel"
-Marie groen

"Ik verzamel kinderbijslag."
-Matej Simic

"Wie de fuck is Sanne?!
....Oh wacht jij bent Sanne!"
-Zeno Zonneveldt

"Moet ik misschien gewoon stoppen
met japanstudies en wat nuttigs
gaan doen met mijn leven? "
-Anne Zwart

太狸記 ⋅ 三月 2018

Tanuki Shinbun
Tanuki x SVS Gala: “Casino Royale”

Rubrieken & Columns
08

Japan & Korea
Een kattige stationschef
Het schokkende bad van japanse badhuizen
Noord-Koreaanse Slavenarbeid in het Buitenland

De vrouwelijke strijders van Japan
Een kijk op krijgskunst: Kuk Sool Won
Epica in Japan
Angerme

06 / 07

11
14
16
19
22
24
27

Van het pad af: Tanuki in Sanuki
WTF Japan & OMG Korea
Katern: Japan
Column: Uitwisseling
Ask Anky

30
32
34
39
41

Extra
Mededeling van het bestuur
Cartoon

42
43

TANUKI X SVS GALA: “CASINO ROYALE”

Vrijdag 16 februari was het tijd om je oude
smoking uit de mottenballen te halen en je
in je meest flamboyante jurk te hijsen, want
het was tijd voor gala! Dit jaar was het gala
georganiseerd in samenwerking met onze
mede-Arsenaal maatjes van SVS. Je zou
denken dat het thema wel iets aziatisch zou
hebben, wat ook zo is als je er vanuit een
bepaalde hoek met toegeknepen ogen naar
kijkt: het thema was namelijk Casino Royale!
Voor een avond toverden wij Koetshuis de
Burcht om in een gokpaleis, compleet met
kaartenslingers, rode en zwarte ballonnen
en opblaasbare dobbelstenen.
De vers binnengekomen feestbeesten
konden gelijk hun geluk gaan beproeven bij
het Rad van Avontuur. Voor de geluksvogels
was er een lekker snoepje, maar draaide je

verkeerd, dan moest je de figuurlijke gifbeker
leegdrinken, gevuld met tomatensap of
Russische cola. De avond begon rustig met
een akoestisch stukje muziek van Koen
van der Lijn en Valéri Ubachs, een perfecte
samensmelting van SVS en Tanuki. Daarna
werd de DJ set aangesloten en was het
tijd om de dansvloer op te gaan. Afgetrapt
werd door onze eigen ouwe vertrouwde DJ
Romy en later de avond gaf zij het stokje
over aan Carmen Loh, oud-Tanukiaan (en
oud-journalcovoorzitter!), die tijdens de
late uurtjes zorgde voor muzikaal vermaak.
Zoals in een goed casino de balletjes van
de roulette tafel rollen, zo rolden ook de
heupen van de swingende Tanukianen, SVSers en aanhang, en ook de keeltjes waren
goed gesmeerd door de aanwezige dranken
en spijzen, gezien de melodieuze keelzang

太狸記 ⋅ 三月 2018

elke keer dat er een meezinger werd gedraaid
(waaronder een bepaald nummer van een
artiest vernoemd naar het hondje uit “The
Wizard of Ozz”) In het begin lukte het nog
aardig om stevig te djensen in vol galaornaat,
maar naarmate de avond vorderde, trokken
steeds meer heren hun jasjes uit en
verruilden dames hun hoge hakken voor iets
meer comfortabel schoeisel.

08 / 09

Voor de mensen die even wilden uitpuffen
na het dansen, was er boven een chillruimte
ingericht, compleet met pokersets en pakjes
kaarten. Hoewel de meesten gewoon op de
stoelen neer ploften om slap met elkaar te
lullen (of lallen, afhankelijk van het promillage
alcohol in de bloedstroom), waren er ook
mensen die serieus gingen pokeren of in
elk geval een poging deden daartoe. Verder

was ook de fotograaf boven gestationeerd
om alle glamoureuze outfits en alle
prachtige mensen die er aan vast zaten
op de foto te zetten. Dit jaar was er zelfs
een heuse photobooth aanwezig die
ervoor zorgde dat je, zelfs wanneer je
de dag daarna geen idee meer hebt wat
je gedaan had en hoe je in godsnaam
heel bent thuisgekomen, een tastbaar
bewijs had van een spetterende avond.
De laatste grote activiteit van de avond
was de Scavenger Hunt. Door de gehele
locatie waren een aantal speciale kaarten
verzocht en wie deze vond, mocht een
prijsje uitzoeken. De prijzen varieerden
van Aziatische kookboeken tot K-pop cd’s,

met als onbetwiste hoofdprijs een Freek
Vonk speelset (die natuurlijk binnen mum
van tijd weg was).
Time flies when you’re having fun en veel te
snel voor mijn gevoel werden we door het
personeel van de Burcht vriendelijk doch
dringend verzocht het pand te verlaten.
Na nog eventjes te hebben gekletst
buiten, drong de bittere februarikou toch
echt door en gingen de feestgangers (een
beetje wankelend) huiswaarts naar hun
warme bed. Het was voor mijn gevoel
zeker een gala om nooit te vergeten!
-Hannelieke Soppe

De bij dit artikel behorende foto's zijn genomen door Sebastiaan de Groot

太狸記 ⋅ 三月 2018

10 / 11

EEN KATTIGE STATIONSCHEF

Zou je nog steeds foeteren op de NS als de
stationschef een kat zou zijn? Ik niet. Helaas leven
we in een serieuze wereld waar dit soort feestelijke
zaken nooit werkelijk zouden kunnen zijn, toch?
HA, onjuist.In Japan (waar anders) heb je
station Kishi, ongeveer 40 minuten vanaf
Wakayama, dat op zijn beurt weer ongeveer
45 minuten vanaf Osaka is, waar Nitama, een
kat, de stationschef is. Om het perron naar
Kishi makkelijk te vinden, is Wakayama station
bezaaid met pootafdrukken op de grond die je
naar het juiste perron leiden. Nitama is niet eens
de eerste kat die de functie van stationschef
bekleedt op station Kishi. Zoals de naam al doet
vermoeden, is dit eigenlijk “Tama II”.
Tama
Tama, de kat die deze “trend heeft gezet”
leefde van 29 april 1999 tot 22 juni 2015, en
is daarmee 16 jaar oud geworden, wat een
respectabele leeftijd is. Het station waar ze
haar functie uitoefende was in 2004 bijna

gesloten vanwege financiële problemen. Dit
werd uiteindelijk voorkomen door actiegroepen
uit de gemeente, maar in 2006 werden toch
alle stations op de Kishigawa lijn ontdaan van
personeel. Wakayama Electric Railway, de
eigenaar van deze lijn, maakte toch teveel
kosten. Rond die tijd werd Toshiko Koyama,
die al jaren stiekem wat zwerfkatten in de
buurt voerde, benoemd tot stationsmanager.
Niet lang daarna werd Tama, een van de
zwerfkatten en al snel een publiekslieveling
officieel ingesteld als stationschef. Wat
deze baan inhield? Passagiers groeten. Het
salaris? Kattenvoer. Goeie deal, toch? Ook
kreeg ze een leuke bonus, namelijk een eigen
superschattig stationschef outfit: een hoedje
en een cape.
De populariteit van Tama liep al snel
helemaal uit de klauwen (haha) en steeds
meer passagiers kwamen langs het station
van Kishi om deze aparte chef even te
bewonderen. Er wordt zelfs geschat dat de

aanwezigheid van Tama 1,1 miljard yen heeft
toegedragen aan de lokale economie. Dit ging
natuurlijk niet onopgemerkt: de grote bazen
van Wakayama Electric Railway promoveerden
Tama tot “super stationschef”, compleet met
grote ceremonie waar ook de directeur
van het bedrijf kwam kijken. Deze promotie
zorgde ervoor dat Tama de enige vrouw in
het hele bedrijf was met een managersfunctie,
wat tegelijkertijd grappig en sneu is maar dit
is een discussie voor een andere keer. Het
bedrijf pakte nog groter uit: Tama kreeg haar
eigen loket, in 2009 kreeg ze haar eigen thematrein die heen en weer reed (denk Tamamascottes overal, kattenpootjes en cuteness in
het algemeen) en in 2010 werd het hele station
zelfs herbouwd op een manier die doet denken
aan een kattenkop (oortjes, oogjes, the works,
en ik denk niet dat er iemand écht verbaasd is
want het is Japan).
Helaas worden katten, hoewel ze het allemaal
zo hard verdienen, niet 100 jaar oud (wel in
kattenjaren misschien maar je weet wat ik
bedoel). Tama overleed op 22 juni 2015 en kreeg
een begrafenis die de Japanse treinwereld (is
dat een ding?) niet snel zou vergeten. Meer dan
3000 mensen kwamen van over het hele land

om voor Tama te bieden en afscheid te nemen.
Sake, boeketten, watermeloenen, blikjes tonijn,
vanuit het hele land werden dingen opgestuurd
om te offeren aan Tama. Ze werd geëerd met
een shintō-stijl begrafenis, en kreeg de titel
“Honorary Eternal Stationmaster”. Sterker nog,
in augustus dat jaar kreeg ze een eigen schrijn
en is Tama de stationschef-kat verheven tot de
godin Tama Daimyōin (たま大明神).
Nitama
Toen Tama nog leefde, werd een andere kat,
genaamd Nitama, opgeleid in een nabijgelegen
station genaamd Idakiso om ook stationschef
te worden en werd aangesteld als de assistent
van Tama. Let wel, dit houdt nog steeds in
dat de passagiers moeten worden begroet
dus ik ben erg benieuwd naar de inhoud van
deze opleiding. Mitsunobu Kojima, de baas
van de spoorwegmaatschappij, heeft in een
interview gezegd dat de reden dat hij Nitama
als opvolger van Tama heeft gekozen, is omdat
Nitama direct door Tama is geïnstrueerd en de
ervaring heeft gehad haar te volgen op werk.
Volgens Mitsunobu was Tama altijd een rustige,
milde kat die bijna nooit boos werd, maar was
ze wel vaak streng tegen haar assistent Nitama.

Een meisje legt bloemen neer ter herdenking van Tama

太狸記 ⋅ 三月 2018

Ze heeft dus van de beste geleerd.
Afijn, na Tama’s overlijden was Nitama de
eerste die het graf van haar voorganger mocht
bezoeken en was Kishi station weer voorzien van
publiciteit, een stationschef en het belangrijkste:
KATTEN.
Nitama werkt nu nog steeds bij Kishi station,
maar hou wel rekening met haar werkschema.
Nitama werkt (hahaha) 5 dagen in de week
(incl. weekend) van 10 tot 4 op het station van
Kishi dus check haar rooster van te voren als je
haar wil gaan bezoeken of begluren vanachter
het glas waar ze zit. Gekleed in een mooie
cape (soms) en een puike stationschefshoed
(met een aardbei erop want dat is 1) schattig
en 2) een specialiteit uit die streek en 3) oh zo
schattig).
Bezoek
Mocht je dit alles nu zelf willen ervaren kan dat
natuurlijk. Ik heb aan een ervaringsdeskundige
(Nina Weber, Sinologie) die er is geweest
gevraagd hoe je dat het beste kan aanpakken.
Volgens haar kan je het beste een dagkaart
kopen voor alle lokale treinen op de Wakayama
Electric Railway lijn. Deze kost maar 780 yen
en daarmee kun je lekker los gaan, want naast

12 / 13

gewone lokale treinen rijden er ook elke dag
een aantal super schattige thema-treinen (o.a.
een Tama-trein zoals eerder besproken, een
Speelgoedtrein (???) en een Aardbeientrein),
dus als je vroeg gaat en het schema checkt op
de stations kun je daar een paar van nemen en
naast het station van Kishi voor de lol nog naar
wat andere stations reizen.
Het station van Kishi zelf is extreem schattig.
Naast dat het station zelf is gemodelleerd
naar een kattenkop, hangen overal foto’s en
schattige dingen met Tama en Nitama cartoon
mascottes erop want het is Japan. Er is ook
een museum over Tama natuurlijk, dat tevens
fungeert als cafeetje en er zit uiteraard ook een
souvenirshop in het station waar je massaal
sleutelhangers, vulpotloden, stickers, etc. kan
inslaan. Alles kost een lieve duit maar 100%
worth it to the fans.
Het feit dat er katten zijn die kunnen werken
als stationschef maakt me blij en verward
tegelijkertijd, maar dit is wel vaker het geval met
dingen in Japan. Om terug te komen op het
begin van dit verhaal: Zou je nog steeds foeteren
op de NS als de stationschef een kat zou zijn? Ik
niet.
-Joosje Smit

Nitama brengt een bezoek aan de schrijn van haar voorganger

DE 'DENKIBURO':
HET SCHOKKENDE BAD VAN JAPANSE BADHUIZEN
Toen ik afgelopen zomer met een aantal mede-Tanukianen Japan bezocht, kon een bezoek aan
een sentou (銭湯: badhuis) natuurlijk niet ontbreken. Eenmaal uitgekleed en naar binnen gegaan,
konden we onszelf lekker tot rust laten komen in de verschillende baden. De diverse baden uitproberend viel mijn blik al gauw op een bordje aan de muur bij één van de baden. In plaats van alleen
de naam van het bad te vermelden, zoals het geval was bij de bordjes van andere baden, stond
er bij deze een lap tekst op. Al snel herkende ik de Japanse woorden voor waarschuwing en voor
elektriciteit in de tekst, en ik besloot om misschien toch maar niet meteen dit bad in te springen.
Toch maar eens proberen...
Na een tijdje verder te genieten van de
andere baden voelde ik me toch enigszins
aangetrokken tot het bad. Was het mijn
aangeboren nieuwsgierigheid of kwam het
door de aantrekkingskracht van de negatief
geladen elektronen in het water; wie zal
het zeggen? Het bad zag er bijna hetzelfde
uit als de anderen, afgezien van één detail:
aan weerszijden was er op de wanden een
wit, plastic plankje bevestigd. Wanneer ik het
warme water in stap voel ik in eerste instantie
nog niks en pas wanneer ik me tussen de

twee plankjes bevindt voel ik inderdaad de
aanwezigheid van elektriciteit. Het is een
merkwaardige sensatie en hoe het precies
voelt lijkt volledig af te hangen van hoe ik
mijn lichaam positioneer ten opzichte van
de witte plankjes. Het doet geen pijn, maar
echt fijn voelt het niet en ik ga er dan ook
al gauw weer uit. Een wat oudere man die
even later hetzelfde water betreedt, blijkt
een groter fan te zijn van het fenomeen van
onder stroom staan en geniet er zichtbaar
van, terwijl hij er minutenlang in blijft zitten.

De twee indicatoren waaraan je kan zien dat je met een denkiburo te maken hebt: een bordje met een
hoop tekst en de titel "でんき風呂" of "電気風呂" en de witte plankjes des doem

太狸記 ⋅ 三月 2018

Na mijn ervaring met het rare elektrische bad
begon ik me dingen af te vragen. Hoe heten
deze rare dingen? Waarom bestaan ze? Sinds
wanneer bestaan ze? En dus besloot ik het
internet op te duiken om eens wat meer uit
te vinden over dit vreemde bad.
Sinds wanneer?
De eerste van mijn vragen is al snel beantwoord;
de baden worden aangeduid met het Japanse
woord denkiburo (電気風呂: elektrisch bad). Deze
denkiburo zijn zeker niet iets zeldzaams in het
hedendaagse Japan en hoewel het onduidelijk
is wanneer ze precies voor het eerst opdoken,
lijken ze sowieso al vanaf 1928 te bestaan. In dit
jaar kwam er namelijk een thriller uit van Juza
Unno, getiteld “Denkiburo no kaishi jiken” over een
mysterieus sterfgeval in een van deze baden.
Een aantal uur aan extra zoekwerk levert mij
een artikel op uit de Japan Times uit 1911 waarin
een niet-Japanner vertelt hoe hij de elektrische
baden geprobeerd had, maar daarna tot de
conclusie kwam dat hij het betreden ervan
in het vervolg aan anderen over zou laten.
Nu, meer dan honderd jaar later zijn er tal
van dergelijke ervaringen van buitenlanders,
die voor het eerste een denkiburo instappen,
online te vinden. De meest positieve
beschrijvingen komen over het algemeen
neer op dat het in elk geval geen pijn doet,
en de consensus onder buitenlanders lijkt
dan ook te zijn dat de denkiburo een stuk
minder geliefd is dan een gewoon, normaal
bad dat niet onder stroom staat. Hierin zijn
zij niet alleen: de Japanse jongeren schijnen,
net als de buitenlanders, liever niet het onder
stroom staande water te willen betreden. Er
schijnen zelfs geruchten rond te gaan onder
Japanse jongeren, dat de elektriciteit een
avers effect zou hebben op de vruchtbaarheid
van mannen en dat hun zaadcellen zou

14 / 15

doden, en hoewel dit niet bewezen is lijkt dit
gerucht reden genoeg te zijn voor hen om de
denkiburo met rust te laten. De enigen die er
kennelijk wel wat in zien om de elektriciteit
door hun lichaam te laten gaan, lijken dus,
gek genoeg, oude Japanners te zijn. Maar eh…
waarom gebruiken mensen ze überhaupt?
Waarom?
De reden dat de denkiburo bestaat en wordt
gebruikt heeft onder andere te maken met
het beoogde medische effect dat het zou
hebben: de elektriciteit die door je lichaam
gaat zou een positief effect hebben op je
spieren en zou verlichting brengen voor
mensen die last hebben van spierpijn,
rugklachten of stijve schouders. Net als het
geclaimde zaadcellen dodende effect van de
denkiburo zijn deze werkingen echter niet
met wetenschappelijk bewijs onderbouwd.
Een andere grote reden voor het bestaan
van deze schokkende badhuisattractie:
sommige mensen schijnen het oprecht fijn
te vinden. De mensen die van de denkiburo
houden schijnen er veel van te houden en
voor die mensen is de aanwezigheid van
deze elektrische baden een grote reden
om naar de badhuizen te gaan, want er zijn
natuurlijk weinig mensen die een dergelijk
bad thuis hebben staan. Persoonlijk kan ik
me moeilijk voorstellen hoe deze mensen
geld willen betalen voor de, naar mijn idee
totaal niet rustgevende, ervaring van het
onder stroom staan. Misschien dat ik hier
net als de Japanse ouderen anders over denk
tegen de tijd dat ik wat meer levenservaring
heb opgedaan, maar tot die tijd denk ik dat
ik me bij de Japanse jeugd aansluit en me
hoofdschuddend zal blijven afvragen waarom
iemand zich vrijwillig aan de grillen van een
denkiburo zou onderwerpen. -Milan Boon

NOORD-KOREAANSE SLAVENARBEID IN
HET BUITENLAND

Onlangs vond de première van de
documentaire ‘Dollar Heroes - Valuta voor
de dictator’ plaats op de Universiteit Leiden.
Het onderwerp van deze documentaire is
de Noord-Koreaanse ‘slavenarbeid’ in het
buitenland. Als Koreanist en persoon met
een hart, trok dit onderwerp mijn aandacht.
Het eerste deel van de première kon ik
wegens een college niet bijwonen, maar ik
was wel aanwezig voor de vertoning van de
documentaire en de daaropvolgende Q&A. Er
bestaat zoiets als ‘food for thought’ en wat ik
deze middag leerde, was dat zeker voor mij. In
2016 werd het rapport ‘North Korean Forced
Labour in the EU, the Polish Case: How the
Supply for a Captive DPRK Workforce Meets
Our Demand for Cheap Labour’ gepubliceerd,
waarin de resultaten van een onderzoek naar
het overtreden van de mensenrechten van
Noord-Koreaanse arbeiders in het buitenland
worden gegeven. Bij de première van Dollar
Heroes werd een nieuw rapport, ‘People for
Profit: North Korean Forced Labour on a Global
Scale’ gepresenteerd. De rapporten schetsen
samen met de documentaire een schokkend
beeld van de waarheid achter de arbeid van

de Noord-Koreanen in het buitenland. In
deze bronnen zocht ik de antwoorden op
vier vragen die in mij op waren gekomen. Wat
maakt deze arbeid tot slavenarbeid? Wat drijft
de Noord-Koreanen aan hierin te participeren?
Wie houdt dit allemaal verborgen en waarom?
En hoe kan dit nog plaatsvinden in 2018?
Bij slavenarbeid is er sprake van arbeiders
die niet weg kunnen bij hun werkplaats, niets
kunnen weigeren en die niet betaald krijgen.
Van alle drie deze elementen is er sprake bij
de Noord-Koreaanse arbeiders. Hiernaast
worden er ook nog verscheidene andere
mensenrechten geschonden, zoals het recht
op vrijheid van meningsuiting.
Bij een onderzoek in onder andere Polen
en Rusland bleek dat de Noord-Koreaanse
arbeiders constant in de gaten worden
gehouden door, onder andere, camera’s en
toezichthouders. Ook mogen de arbeiders
het terrein waarop zij werken niet verlaten.
Hierom zijn zij gehuisvest in een gebouw op het
terrein. Deze gebouwen zijn in slechte staat; ze
zijn onhygiënisch, veel te klein voor het aantal
mensen dat er woont en gevuld met Noord-

太狸記 ⋅ 三月 2018

16 / 17

zijn terrein in Polen werken. Volgens de man
werken de arbeiders “tien, elf uur aan één stuk
[door], zonder pauze.”

Koreaanse propaganda. Het is de arbeiders
niet toegestaan telefoons, computers of tv’s te
hebben. In het rapport wordt gesproken van
een ‘mini-DPRK’ en dit is een zeer passende
term. Net als in hun thuisland zijn ook in
het buitenland de Noord-Koreanen volledig
geïsoleerd van de buitenwereld.
De arbeiders werken vaak tot diep in de nacht,
omdat dit voor hen de enige manier is om geld
te verdienen. Ze zijn namelijk verplicht een
bepaald bedrag te verdienen voor de staat en
dit bedrag, dat steeds hoger is geworden door
de jaren heen, is wat de arbeiders overdag
verdienen. Om nog wat over te houden voor
hun families, moeten zij ’s nachts doorwerken.
In Dollar Heroes weten twee mensen die
undercover gaan een man te ondervragen
over de Noord-Koreaanse arbeiders die op

Het valt niet te ontkennen dat de werkomstandigheden van de Noord-Koreanen in
het buitenland ontzettend slecht zijn. Maar
waarom komen zij dan alsnog dit werk doen?
Om in het buitenland te mogen werken
moeten werkers zich aanmelden, waarna zij
onder andere een gezondheidstest moeten
ondergaan. Bij deze test kopen de Noord-Koreanen regelmatig de uitvoerders van de test
om, zodat ze een positief resultaat krijgen.
Het is immers zeker niet vanzelfsprekend dat
de gemiddelde Noord-Koreaanse inwoner
voldoet aan de gezondheidseisen. Ook is er
ook vaak sprake van omkoping om sneller
te worden uitgezonden naar het buitenland. Deze wens om naar plekken met zulke
slechte werkomstandigheden gezonden te
worden lijkt vreemd, maar de verklaring ligt
vrij voor de hand: de arbeiders worden onder
valse voorwendselen naar het buitenland
gestuurd. Arbeiders wordt verteld dat in het
buitenland meer verdiend kan worden en
ze zijn onder de veronderstelling dat in het
buitenland de werkomstandigheden niet
zo slecht zullen zijn. Ironisch genoeg is het
een soort ‘the American Dream’ situatie. De
arbeiders gaan naar het buitenland met de
verwachting een beter leven voor zichzelf en
hun familie te kunnen creëren, maar hebben
geen idee wat ze daadwerkelijk te wachten
staat.
De aantrekkelijkste kandidaten voor het
werken in het buitenland zijn arbeiders die
getrouwd zijn en kinderen hebben. Het is
immers een stuk minder waarschijnlijk dat
deze arbeiders zullen proberen te vluchten.
Als zij dit wel doen, wordt hun familie hiervoor

gestraft. Wanneer de Noord-Koreaanse
arbeiders dus eenmaal in het buitenland zijn,
hebben ze eigenlijk niet meer de optie om te
ontsnappen. In Dollar Heroes wordt een NoordKoreaanse arbeider in Rusland geïnterviewd.
“Als ik geen gezin had, ging ik niet terug,” geeft
hij aan.
Tot niemands verbazing probeert NoordKorea, het land dat toch al niet zo graag
informatie over zichzelf vrijgeeft, deze waarheid
te verbergen. Het is een riskante onderneming,
maar Noord-Korea heeft het geld nodig. De
economische situatie in Noord-Korea en
het aantal arbeiders in het buitenland staan
volgens het rapport in verband met elkaar.
Volgens een geïnterviewde in het rapport is
recent de vraag naar arbeiders hoger dan het
aantal aanmeldingen. Buitenlandse arbeid is
tweerichtingsverkeer: Noord-Korea stuurt de
arbeiders, maar een ander land ontvangt ze.
In Dollar Heroes wordt een interview getoond
met de gevluchte Noord-Koreaanse diplomaat
Thae Yong-ho. “Als een aantal arbeiders in het
buitenland werkt, in dit geval in Polen, dan
zijn er zeker ook mensen die die mensen
controleren en begeleiden,” zegt Thae, “Dat
zijn zowel beveiligers als administratieve
medewerkers. Om ze in Polen onder de
dekmantel van een bedrijf te laten werken, is
de medewerking nodig van de ambassades
van Polen en Noord-Korea.”
Het is nu 2018 en nog steeds is er sprake van
slavenarbeid. Noord-Korea heeft op creatieve
wijze een systeem weten op te zetten waarin
zij arbeiders naar het buitenland kan sturen
en daar onder barre omstandigheden kan
laten werken, zonder dat hier direct streng
op wordt gereageerd door de EU en de UN.

Een ander groot probleem dat speelt is de
onwetendheid waarin de Noord-Koreaanse
arbeiders leven. Zelfs in het buitenland leven
zij in een soort mini Noord-Korea en ook hier
gaat de indoctrinatie dus door. De arbeiders
zijn zich er simpelweg niet van bewust dat ze
recht hebben op méér, dat de manier waarop
zij worden behandeld wordt afgekeurd
door de rest van de wereld. Het rapport uit
2016 roept EU staten op Noord-Koreaanse
arbeiders bewust te maken van de rechten die
zij hebben buiten Noord-Korea. Dit bewustzijn
is belangrijk vanuit het perspectief van het
arbeidsrecht, maar misschien nog wel meer
vanuit het perspectief van mensenrechten.
De première van ‘Dollar Heroes’ werd afgesloten met een korte Q&A met één van de
makers van de documentaire, Sebastian
Weis. De laatste vraag, of eigenlijk opmerking,
kwam van een Poolse diplomaat. De man
kreeg de microfoon aangereikt, stond op en
begon een lijstje op te lezen van een verfrommeld A4-tje. Dit lijstje bevatte een stuk of 15
punten uit de documentaire die volgens de
diplomaat niet klopten. De diplomaat benadrukte dat er jaarlijks veel inspecties werden
gedaan om te zorgen dat alle arbeidskrachten en -omstandigheden legaal waren. Eén
van zijn belangrijkste punten betrof het
aantal Noord-Koreaanse arbeiders in Polen.
In tegenstelling tot wat er in de documentaire
werd gezegd, een paar duizend, waren er
volgens de diplomaat in werkelijkheid maar
een paar honderd van dit soort arbeiders.
Maar zoals Weis zelf opmerkte: zelfs een paar
honderd arbeiders werkend onder dit soort
omstandigheden zou al te veel zijn. En dat is
het ook.
-Florentine Schoemaker

太狸記 ⋅ 三月 2018

18 / 19

DE VROUWELIJKE STRIJDERS VAN JAPAN
Volgens een legende in de Nihon Shoki, een
van de oudste boeken van Japan, leefde
er enkele honderden jaren geleden een
vrouw genaamd Jingū in Japan. Deze Jingū
was een keizerin daar zij getrouwd was met
de 14e keizer van Japan, Chūai, die vanaf
192 tot 200 regeerde. Jingū zou een set
van heilige juwelen in haar bezit hebben
gehad die haar in staat stelden de getijden
te beheersen. Toen haar man stierf in 200
gebruikte Jingū deze juwelen om Korea
binnen te vallen. Haar aanval had succes
en ze zou zelfs zonder geweld te hebben
gebruikt Korea hebben overwonnen.
Keizerin Jingū keerde toen, na drie jaar
in Korea, terug naar Japan. Daar baarde
ze eindelijk haar zoon Ōjin, die al die tijd
in haar buik had gewacht tot ze klaar was
met haar invasie. Ōjin zou na zijn dood
in de legendarische kami Hachiman, de
oorlogskami, zijn veranderd. Zo luidt het
verhaal van keizerin Jingū, de vrouw die
alom wordt beschouwd als de eerste onna
bugeisha, een vrouwelijke krijger.

Hoewel onze eerste krijgsdame inmiddels
als mythologisch figuur is bestempeld,
zijn er in de Japanse geschiedenis toch
een hoop onna bugeisha die wél in een
historisch verantwoord kader vallen. De
onna bugeisha waren vrouwen die onder
andere getraind waren in het gebruik
van de naginata, een soort speer, en
in tantōjutsu, een vechtstijl die gebruik
maakt van messen. Zij waren in staat
hun families te beschermen en vochten
soms zelfs zij aan zij met de mannelijke
samurai. Deze dames doen ten tijde
van de Genpei oorlog hun intrede in de
geschiedenisboekjes.
De Genpei oorlog startte in 1180
als resultaat van de conflicterende
interesses van twee samurai clans,
de Minamoto en de Taira. Beide clans
meenden over het recht om Japan te
regeren te beschikken. In 1185 werd het
conflict beslecht met de val van de Taira
clan en de oprichting van de Kamakura
bakufu.

In 1880 beeldde Tsukioka Yoshitoshi de aankomst van Keizerin Jingū af

laatsten vochten namelijk voornamelijk
defensief en maakten gebruik van de naginata, terwijl Tomoe offensief en met het
wapen van een man, een katana, vocht.
Dankzij haar talent als strijder werd Tomoe
tot generaal benoemd in de Minamoto clan.
Zij zou samen met haar meester Minamoto
Yoshinaka, met wie ze een verhouding zou
hebben gehad, tegen de Taira clan ten
strijde trekken. Toen Tomoe in 1184 aan
de slag van Awazu deelnam, zou ze het
volgens sommige verhalen met slechts 300
man tegen de Taira krijgsmacht van wel
6000 man hebben opgenomen. Slechts zij
en vier anderen wisten dit gevecht levend
uit te komen. Voor haar geliefde, Minamoto, verliep dit conflict minder goed, hij zou
op dit strijdveld zijn laatste adem uitblazen.

Tomoe Gozen in vol ornaat
In de Genpei oorlog, uiteindelijk gewonnen
door de Minamoto clan, vocht ook een
zekere Tomoe Gozen mee. Tomoe was een
buitengewoon bekwame onna bugeisha
en kon vooral zeer goed met pijl en boog
overweg. Door haar uitzonderlijke vaardigheden op het strijdveld onderscheidde zij
zich van de reguliere onna bugeisha. Deze

Hoe Tomoe aan haar eind is gekomen, blijft
tot op heden giswerk. Sommigen bronnen
menen dat ze na afloop van de slag van
Awazu haar eigen leven heeft genomen door
middel van seppuku, een rituele Japanse
manier om zelfmoord te plegen. Anderen
zeggen dat ze na de strijd haar wapens
voorgoed naast zich heeft neergelegd
en zichzelf als non aan het boeddhisme
heeft gewijd. Weer anderen beweren dat
ze bij het ontvluchten van het slagveld
werd aangevallen door Wada Yoshimori.
Deze zou haar hebben overmeesterd en
haar hebben gedwongen zijn concubine te
worden. Ook in deze versie van het verhaal
zou ze uiteindelijk na de dood van Wada,
non zijn geworden.
Laat 18e eeuw vinden de verhalen over de
onna bugeisha een waardig einde bij een

太狸記 ⋅ 三月 2018

vrouw genaamd Nakano Takeko. Zij was
een getalenteerd krijgsvrouw en dochter
van een ambtenaar van het Aizu domein.
Door haar vechtkunsten viel ze op en
Akaoka Dainosuke, martial arts meester
van Aizu domein, was zelfs zo van haar
onder de indruk dat hij haar in zijn familie
liet adopteren. Toen Nakano slechts 21
was, werd ze aangesteld als leider over de
Joshitai. Een speciale groep vrouwelijke
krijgers die waren benoemd vanwege de
langdurende broeierige relatie tussen
de Tokugawa clan en de keizerlijke
clan. Het duurde niet lang of de Joshitai
trokken, gewapend met naginata,
samen met de mannelijke samoerai ten
strijde in de slag van Aizu. Deze slag
zou meteen het eindpunt voor onze heldin
betekenen, aangezien zij tijdens deze strijd
in het hart werd geraakt door een vijandige
pijl. Nadat de pijl zijn doelwit had getroffen
en Nakano dodelijk gewond ter aarde was
gestort, riep de stervende onna bugeisha
haar zuster bij zich. Haar laatste verzoek
zou uiteindelijk een belangrijk lichaamsdeel
betreffen. Opdat Nakano’s hoofd namelijk
niet bij wijze van trofee door de vijand
in beslag kon worden genomen, vroeg
Nakano aan haar zus of zij haar hoofd af
zou willen snijden. De zus van Nakano
willigde dit verzoek in en heeft haar zusters
hoofd uiteindelijk onder een naaldboom bij
de Hōkaiji tempel begraven.

20 / 21

Een recreatie van een foto van Nakano
Met de dood van Nakano zijn ook de
andere onna bugeisha uitgestreden. Zo
nemen we op een hoogtepunt afscheid
van deze dappere vrouwen, die de legende
van keizerin Jingū vele jaren eer hebben
aangedaan.
-Charlotte de Haan

EEN KIJK OP KRIJGSKUNST: KUK SOOL WON
Tegenwoordig weet vrijwel iedereen af van het bestaan van Oosterse krijgskunsten.
De bekende namen zoals karate, kung fu and taekwondo zijn reeds veelgehoord. Ikzelf,
iemand die jarenlang beoefenaar van een dergelijke krijgskunst was, wil vandaag de
spotlight richten op een naam die in Nederland minder bekendheid geniet: Kuk Sool Won.

Kuk Sool Won is een Koreaanse krijgskunst
die bestaat uit een mengsel van drukpunt
technieken, zelfverdediging (zowel technieken
die specifiek bij Kuk Sool horen als algemeen
bekende technieken), choreografie, filosofie
en traditionele wapens zoals de staf, het
zwaard, het mes, de speer en de boog. Beetje
bij beetje worden technieken en grepen
aangeleerd die de leerling vertrouwd maken
met vooral het beperken van motoriek van de
tegenstander.
De vorm van Kuk Sool wordt gekenmerkt
door lage standen, snelle slagen en langzame
trappen. De leerlingen worden ten alle tijde
eraan gehouden om zo laag als mogelijk te

staan om goede been- en onderrugspieren
op te bouwen, dit is namelijk het belangrijkste
element bij het uitvoeren van veel technieken
en choreografieën. De choreografieën zijn
een reeks bewegingen die een denkbeeldig
gevecht uitbeelden, waarbij de leerling
traint snel van de ene naar de andere
beweging te wisselen en waarbij hij bepaalde
automatismen aanleert.
Technieken bestaan zowel uit grepen
en worpen zoals men die misschien van
jūdō kent, als uit trappen en slagen op
vitale punten in combinatie met drukpunt
technieken.
De warming-up bevat meestal een gedeelte
waarbij
leerlingen
herhaaldelijk
slag-

太狸記 ⋅ 三月 2018

en traptechnieken uitvoeren om deze
als basis voor de choreografieën en als
basisvaardigheden voor echte noodgevallen
aan te leren.
Naarmate een leerling vordert en leert
verantwoordelijk om te gaan met wat hij
beheerst, worden de nieuwe technieken
steeds praktischer voor echte situaties en
worden oude technieken op vernieuwde,
eenvoudigere wijze aangeleerd om datzelfde
niveau te bereiken. Kuk Sool legt dus zijn
vaardigheden alleen in handen van diegenen
die daarmee verantwoord kunnen omgaan.
Deze variatie in de training is geen toeval.
Kuk Sool wordt wellicht een traditionele
krijgskunst genoemd, maar is constant
bezig zich te hervormen onder leiding van

de grondlegger In Hyuk Suh en de World
Kuk Sool Association, oftewel de WKSA.
Kuk Sool wordt dus beïnvloed door
verschillende krijgskunsten. Binnen de
kunst zijn invloeden te vinden van deze

22 / 23

verschillende stijlen van traditionele
krijgskunsten en moderne martial arts die
Suh zich eigen heeft gemaakt. Vanuit de
WKSA worden seminars georganiseerd om
de scholen te coördineren tot ‘één’ stijl, in
tegenstelling tot andere vechtsporten die
vaak uiteenvallen in verschillende scholen
die verschillende stijlen ontwikkelen. Op
deze manier is Kuk Sool gegroeid sinds
1958.
In Nederland heeft Kuk Sool inmiddels
6 scholen, onder andere in Almere en
Rotterdam. Relatief gezien is de associatie
nog klein in Nederland, maar heeft
daarbuiten enorm success geboekt. Jaarlijks
worden er grote internationale toernooien
georganiseerd, waarbij tot wel 26 landen
zijn vertegenwoordigd. In een vriendelijke,
maar competitieve atmosfeer kan elke
deelnemer laten zien wat hij kan en kunnen
scholen aan elkaar laten zien op welk
gebied zij hun leerlingen moeten uitdagen.
Om het te zeggen met meester Alex Wu
Suh’s woorden : “ We need more practice”.
Wie de kunst een kans wil geven, kan de
Nederlandse scholen met een simpele
zoekopdracht naar Kuk Sool Won
Netherlands vinden en contacteren.
Ook al heb ik vanwege persoonlijke
omstandigheden moeten breken met Kuk
Sool, ik vond de atmosfeer van tegelijkertijd
samenwerken en eigen verantwoordelijk
nemen in het pushen van iedereen in
dezelfde school een ervaring die ik niet
had willen missen. Ik kan alleen zeggen dat
iedereen met interesse in martial arts het
aan zichzelf verschuldigd is om Kuk Sool
een kans te geven.
-Adrian Ortmann

EPICA IN JAPAN

Nederland ontmoet Japan, Japan ontmoet
Nederland
Het gebeurt niet elke dag dat je favoriete
(Nederlandse) band een nieuwe EP
aankondigt. Al helemaal niet eentje die,
in ieder geval tijdelijk, exclusief in Japan
te koop is. Als daar ook nog bijkomt dat
je toevallig op de dag van de release het
vliegtuig naar Japan instapt, dan heb je wel
een heel onwaarschijnlijke situatie te pakken.
Dat is precies de situatie waarin ik mij eind
vorig jaar bevond. Uiteraard ben ik in Japan
verschillende grote CD-winkels – ja die
bestaan daar nog – afgegaan, en is het mij
waarachtig gelukt deze splinternieuwe EP in
handen te krijgen.
De EP in kwestie bevat vier nummers van de
populaire anime Attack on Titan, en heeft dan
ook de passende titel Epica vs attack on titan

songs. Interessant weetje is dat de EP mede
te danken is aan Revo, de componist van
de gecoverde nummers. Naast het feit dat
hij de nummers ooit zelf heeft geschreven,
heeft hij ook contact opgenomen met Epica
met het verzoek om wat van zijn nummers
te coveren. Hij is namelijk fan van de band.
Epica zag dit wel zitten, en heeft een aantal
nummers herschreven en geherstructureerd
om aan het Epica-recept te voldoen. Dit is
onder andere te zien aan de lyrics, die zowel
in het Latijn als in het Engels zijn geschreven.
Het is overigens niet de eerste keer dat Epica
een cover-CD uitbrengt. In 2009 brachten
ze “The Classical Conspiracy” uit, met covers
van filmmuziek alsook klassieke muziek.
Het grootste verschil is dat de nieuwe CD is
opgenomen in de studio, terwijl de eerste
een live-opname was.

太狸記 ⋅ 三月 2018

Een uitdaging van jewelste
De jaren 2016 en 2017 waren zeker niet
de rustigste voor de band. Ze brachten
een CD uit; The Holographic Principle, en
twee EP’s; The Solace System, en natuurlijk
Epica vs attack on titan songs. Hoewel The
Solace System in zekere zin een extensie is
van The Holographic Principle, de nummers
zijn namelijk in dezelfde tijd opgenomen,
is de nieuwe EP opgenomen tussen de
optredens door. Een flinke uitdaging dus.
In Nederland is Epica geen onbekende
naam meer. In 2015 wonnen ze de
Buma ROCKS! Export Award, welke wordt
uitgereikt aan bands en artiesten uit
Nederland die succes in het buitenland
hebben geboekt. Daarnaast hebben ze
ook hun eigen festival; Epic Metal Fest,
welke in Nederland, maar ook Brazilië
wordt gehouden. Met name in ZuidAmerika zijn ze enorm populair. In Japan
staan ze echter nog in de kinderschoenen.
Eind 2016 kondigde Epica aan dat ze het
volgende jaar voor de eerste keer in hun

24 / 25

15-jarige carrière naar Japan zouden
gaan voor een drietal liveshows. In
Osaka, Nagoya, en Tokyo. Ongetwijfeld
een grote stap, want de muziekscene in
Japan is gigantisch. Het aantal Japanse
artiesten is overweldigend, dat merk je
bij het binnenlopen van een van de – in
vergelijking met Nederland – vele CDwinkels. Vooral in de kleinere winkels is het
overgrote deel van de CD’s van Japanse
bodem. Het is daarom ook niet moeilijk
om in te zien hoe lastig het moet zijn om
de Japanse markt op te komen. Na 15 jaar
lijkt het Epica echter eindelijk gelukt te zijn.
Uiteraard is het voor elke muzikant
belangrijk om relevant te blijven. Nu Epica
hun voet tussen de deur hebben weten te
zetten moeten ze er alles aan doen om die
deur open te houden. Wellicht is het om
die reden dat ze juist nu deze nieuwe EP
hebben uitgebracht. Begin dit jaar zijn ze
ook nog een keer voor een liveshow naar
Japan afgereisd om de EP te promoten.

De toekomst zal ons moeten leren tot in
hoeverre Epica weet door te groeien in
Japan, maar het moge duidelijk zijn dat het
zaadje is geplant.
De vier nummers die Epica heeft
opgenomen zijn guren no yumiya (紅蓮の
弓矢; Crimson Bow and Arrow), jiyuu no
tsubasa (自由の翼; Wings of Freedom),
moshi kono kabe no naka ga ikken no
ie da to shitara (もしこの壁の中が一軒の
家だとしたら; If Inside These Walls Was a
House), en shinzou wo sasageyo! (心臓を捧
げよ!; Dedicate Your Heart!). De grootste
verrassing voor mij was If Inside These
Walls Was a House. Hoewel ik urenlang
naar de soundtrack van Attack on Titan

heb geluisterd was dit nummer mij volledig
onbekend. Het vormt een mooi contrast
met de andere nummers, waar stuk voor
stuk veel energie in zit. Van alle nummers
staat tevens ook een instrumentale versie
op de EP, wat het totaal aantal nummers
op 8 brengt.
Wanneer de EP in Europa wordt uitgebracht
is helaas nog niet bekend. Op verschillende
websites waar video’s worden gedeeld is
het album echter al wel in zijn volledigheid
te beluisteren. Mocht je dus toch muziek
willen aanzetten, dan is het zeker de moeite
waard om even een kijkje (luistertje?) te
nemen.
– Joachim van der Pol

太狸記 ⋅ 三月 2018

26 / 27

ANGERME

Angerme (アンジュルム: anjurumu), voorheen
bekend als S/mileage (スマイレージ: Sumairēji),
is een Japanse idolengroep binnen Hello!
Project. De groep staat nu bekend om haar
krachtige performance en om de verschillende sterke persoonlijkheden van de leden.
De groep begon in 2009 als een indies
groep van Hello Pro Egg (een trainee-groep
van Hello! Project) met de vier leden: Ayaka
Wada, Yuuka Maeda, Kanon Fukuda en
Saki Ogawa. Zij werden de ‘originele leden’
genoemd en de groep kreeg de naam S/
mileage. In datzelfde jaar (2009) kwam ook
hun indies debuutsingle ‘aMa no Jaku’ uit.
Om te kunnen debuteren moest de groep
voor 3 april 2010, 10.000 foto’s verzamelen
van lachende mensen over het gehele land
en moesten ze er een mozaïek kunstwerk
van maken. Dat is ze gelukt en daarmee
konden ze in mei 2010 debuteren met hun
eerste single ‘Yumemiru Fifteen’ en wonnen
ze in hetzelfde jaar de Japan Record Award
in de categorie ‘Beste Nieuwe Artiest’.

Een jaar later werd door de producer Tsunku
bekend gemaakt dat er een auditie zou komen
om nieuwe leden te vinden, omdat hij vond dat
er iets miste in de groep. Als reactie op deze
bekendmaking moesten de leden huilen. Ze
vonden het met zijn vieren wel goed zo en ze
dachten dat ze niet zouden kunnen waken over
de nieuwe leden. Maar uiteindelijk vonden ze
het wel een goede beslissing om een auditie te
houden, omdat één van de leden had aangekondigd dat ze wilde stoppen met de groep om
weer een gewoon schoolleven te leiden.

Tweede generatie
Op 14 augustus 2011 werden Kana Nakanishi,
Fuyuka Kosuga, Meimei Tamura, Akari Takeuchi
en Rina Katsuda toegevoegd aan de groep
als sub-leden. Een maand later moest Fuyuka
Kosuga stoppen met de activiteiten van de
groep vanwege hevige bloedarmoede en bleven
er vier mensen over om volledig lid te kunnen
worden van de groep. Zij moesten namelijk net
als de originele leden foto’s verzamelen om te
kunnen debuteren in de groep. Alleen moesten
zijzelf de straat opgaan om foto’s te maken van
de mensen. Op 16 oktober tijdens de release
event van de single ‘Tachiagirl’ was het ze gelukt
om genoeg foto’s te verzamelen en werden
ze officiële leden van de groep. In het begin
waren de fans niet zo enthousiast met hun
komst, maar nu worden ze gerespecteerd en
als belangrijk gezien.

BESTE TIJDEN VAN S/MILEAGE
Kort nadat de tweede generatie officiële leden
werden van de groep, kondigde Yuuka Maeda
(eerste generatie) aan dat ze ging stoppen met de
groep om zich te kunnen focussen op school.
Daardoor bestond de groep uit zes leden en

brachten ze een aantal singles uit, waarvan de
13e single ‘Tabidachi no Haru ga Kita’ een groot
succes werd. Het werd namelijk de eerste single
die op de eerste plek stond van de dagelijkse
ranking lijst van Oricon Charts.
Na dit succes kwamen er nog veel successen
bij, waaronder dat tijdens het Hello! Project
Hina Fest 2014 (het jaarlijkse hinamatsuri
concert) werd aangekondigd dat de groep voor
het eerst een Nippon Budokan concert
mochten geven in juli.
Naamsverandering
In september 2011 kondigden Ayaka Wada en
Kanon Fukuda, tijdens het wekelijkse programma op Youtube genaamd Hello! Project Station,
aan dat er in oktober nieuwe leden uit Hello Pro
Kenshuusei (de trainee groep) zouden worden
toegevoegd en dat de groep een naamsverandering zou krijgen. Ayaka en Kanon wilden een
nieuw imago creëren voor de groep.
S/mileage was een groep met schattige liedjes
en de nieuwe groep moest meer een coole en
een rockachtige groep zijn met coole liedjes.
Daarnaast wilden ze ook dat de groep net als
Morning Musume een systeem zou hebben
waarin mensen komen en gaan, zodat de
groep lang kan bestaan.
Om een goede naam te bedenken, hadden
ze een wedstrijd gehouden waar de fans suggesties konden sturen voor een nieuwe naam
van de groep. In de tussentijd werden de drie
nieuwe leden: Mizuki Murota, Maho Aikawa en
Rikako Sasaki toegevoegd aan de groep en op
17 december werd Angerme als nieuwe naam
bekend gemaakt. De naam is bedacht door het
tweede generatie-lid Kana Nakanishi. Zij heeft
het afgeleid van de Franse woorden: Ange
(engel) en Larme (traan) met de betekenis ‘Laten
we met elkaar verschillende tranen vloeien als
een engel met een goed hart’.

太狸記 ⋅ 三月 2018

Een nieuw begin
In januari 2015 kondigde Angerme aan dat ze
op 26 mei het eerste Nippon Budokan concert
gaan houden als Angerme en het was ook
gelijk vijf jaar geleden dat de originele leden
debuteerden. Hun eerste single ‘Taiki Bansei /
Otome no Gyakushuu’ werd gelijk een succes.
Het stond namelijk op de eerste plek in de
dagelijkse ranking lijst van Oricon Charts en het
werd het best verkochte single op dat moment.
Er was echter ook minder goed nieuws:
het originele lid Kanon Fukuda, die best wel
populair was, besloot later dat jaar te gaan
stoppen. Om de groep weer in balans te
krijgen werd er een tweede auditie gehouden
en kwam Moe Kamikokuryo als winnaar uit de
bus en werd ze het vierde generatie-lid van de
groep. Kanon was heel blij dat zij werd gekozen,
omdat ze goed kon zingen.
Vervolgens besloot Meimi Tamura ook te
stoppen met de groep en verliet ze de groep in
2016. Als verrassing werd in de zomer van 2016
de vijfde generatie lid Momona Kasahara (toen
12 jaar) toegevoegd en werd ze het jongste lid
van de groep en van Hello! Project tot nu toe.

28 / 29

Verandering
Begin 2017 werd bekend dat Maho Aikawa
tijdelijk zou stoppen met de activiteiten om te
kunnen focussen op het herstel van haar paniekstoornis. Het nummer ‘Namida Iro no Ketsui’, dat later in het jaar is uitgebracht, is aan haar
toegeschreven en is ook één van mijn favoriete
nummers op dit moment.
Om voor te bereiden op het twintigjarig bestaan
van Hello! Project, besloot het agentschap bij
verschillende groepen nieuwe leden toe te voegen. Bij Angerme kwamen Ayano Kawamura en
Musubu Funaki erbij en ze deden gelijk mee
met de single ‘Manner Mode / Kisokutadashiku
Utsukushiku / Kimi Dake ja nai sa...friends’.
Eind vorig jaar werd bekend gemaakt dat Maho
Aikawa definitief stopt met de activiteiten en de
groep verlaat, waardoor de groep nu bestaat
uit tien leden.
°Het doel van de groep was om dit jaar een
concert te geven in het buitenland. Dat is ze
gelukt! Ze geven namelijk op 3 juni 2018 een
concert in Frankrijk. Kunnen we dit jaar nog
meer van ze verwachten?
-Ko Nakamori

VAN HET PAD AF: TANUKI IN SANUKI
Japan en Korea zijn plekken van mysterie en avontuur, waar je ‘terug in de tijd’ kan gaan,
prachtige natuur kan bewonderen, de modernste technologie kan aanschouwen, en waar je
totaal andere cultuur kan ervaren. Toch blijven veel gebieden onverkend door toeristen, ondanks
het feit dat deze gebieden vaak een hoop te bieden hebben. In deze rubriek wijken wij van het
gebruikelijke pad af en zetten wij deze onverkende plekken uit Japan en Korea in de schijnwerper.

讃岐国・讃州 (Sanuki-no-kuni・Sanshuu)
Het Kagawa prefectuur (香川県; kagawaken), vroeger de provincie Sanuki, staat in
eerste instantie bekend om haar udon. In de
Japanse volksmond is dit prefectuur dan ook
wel bekend onder de naam うどん県 (udonken); het udon prefectuur. Kagawa is tevens
ook het kleinste prefectuur in Japan, en heeft
als hoofdstad Takamatsu (高松). De zee
rondom het Kagawa-prefectuur bevat talloze
kleine eilandjes die vanuit de haven van
Takamatsu te bereiken zijn. Elke 3 jaar is er
een kunstfestival, de Setouchi Triennale, met
tentoonstelling verspreid over verschillende
eilandjes en steden in en rondom de Japanse
binnenzee (瀬戸内海; setouchikai). In 2019
vindt het festival voor de vierde keer plaats,

kunstwerken van de voorgaande jaren zijn
echter ook nu nog te bewonderen.
In de hoofdstad Takamatsu is de Ritsurin
tuin (栗林公園; riturin kouen) de grootste
toeristische trekpleister. De tuin is in de
Edo-periode door lokale daimyo aangelegd
en sindsdien meerdere malen uitgebreid.
Tegenwoordig staat het bekend als één
van de mooiste tuinen van Japan. Verder
kent Takamatsu verschillende musea, zoals
bijvoorbeeld het Kagawa museum (香川県
立ミュージアム; kagawa kenritsu myuujiamu),
het Takamatsu kunst museum (高松美術館;
takamatsu bijutsukan), en Shikoku mura (四
国村). Ook vind je vlakbij Takamatsu station
het Tamamo Park (玉藻公園; tamamo kouen),

Foto door Kimon Berlin

太狸記 ⋅ 三月 2018

waar de ruines van het oude Takamatsu
kasteel (高松城; takamatsujou) te vinden zijn.
Het is een van de weinige Japanse kastelen
die aan de waterkant is gebouwd, en de
slotgrachten bevatten water uit de Japanse
binnenzee.
Het Kagawa prefectuur huist 22 van de 88
tempels van de Shikoku pelgrimsroute.
Een van deze tempels, Yashima-ji (屋島寺),
is gelegen op de berg Yashima, welke een
mooi uitzicht over Takamatsu en de Japanse
binnenzee biedt. Een bezoek aan Yashima-ji
is goed te combineren met een bezoek aan
het bovengenoemde Shikoku mura, welke
aan de voet van de berg ligt. De top van
Yashima is te bereiken met bus of auto, maar
ook lopend is het goed te doen.
De Konpira schrijn (金刀比羅神社; kotohirajinja) ligt net als Yashima-ji op een berg,
en bied ook een mooi uitzicht over de
Japanse binnenzee en de brug die Kagawa
en Okayama prefectuur verbindt. Om bij
de hoofdschrijn te komen moet je 785

30 / 31

treden beklimmen. Op de weg naar boven
kom je verscheidene kleinere schrijnen en
gebouwen tegen. Voor wie nog energie over
heeft na de klim naar de hoofdschrijn is er
ook nog de okusha (奥社). Hiervoor moet je
vanaf de hoofdschrijn nog eens 583 treden
beklimmen. Op het moment van schrijven
is de weg naar de okusha door een tyfoon
tijdelijk onbegaanbaar.
Het is vanzelfsprekend dat een bezoek aan
Kagawa niet compleet is zonder een keertje
udon te hebben gegeten. In Takamatsu
zijn veel udon-restaurants te vinden, zowel
in de buurt van het station als in de vele
winkelstraatjes (商店街; shoutengai). Een
aanrader is niku-udon (肉うどん) bij Mendokoro
Wataya (麺処綿谷).
Het Kagawa prefectuur kent een rijke historie
waar je in de musea in Takamatsu bekend
mee kan raken. Ondanks dat het het kleinste
prefectuur van Japan is heeft het veel te
bieden, er is voor ieder wat wils.
– Joachim van der Pol

WTF JAPAN & OMG KOREA
Lopen je conversaties de laatste tijd niet zo lekker? Ben je op zoek naar nieuw gespreksvoer? De
Journalcommissie brengt je weer het leukste WTF Japan & OMG Korea nieuws!
WTF JAPAN: JAPAN VERKENNEN ALS VIERVOETER
Google is niet vies van af en toe van een gare actie
zo op z’n tijd. In 2014 liet het bijvoorbeeld een rits
aan Pokémon los in Google Maps als een soort
speurtocht om ze allemaal te ontdekken. In Japan
heeft Google nu wederom een nuttige functie toegevoegd, dit keer aan Google Street View. Akita, een
prefectuur dat grenst aan Aomori, is de geboorteplaats van het Akita hondenras. De beroemdste
Akita hond is natuurlijk Hachikō, die in Ōdate is
geboren. Dat is reden genoeg voor Google om dit
plaatsje in het zonnetje te zetten. Google heeft een
aantal honden met camera’s door het stadje laten
lopen, waardoor je nu via Google Street View zelf
Ōdate kan bekijken uit het oogpunt van deze honden. Mocht je altijd al hebben willen ervaren hoe
het zou zijn om ter hoogte van een mensenknie als
een viervoeter door een Japanse stad te slenteren,
dan is nu je kans. Het is goed om te horen dat een
van de grootste bedrijven van de wereld in dit soort
belangrijke zaken investeert.
Zeno Zonneveldt

meekijkend over de shouder van de honden kun je een blik werpen op het landschap

太狸記 ⋅ 三月 2018

OMG KOREA: EEN HEERLIJK ZAAGSELBAD
In Jeongnamjin in Jangheung vind je de Cypress
Forest Woodland. Gesitueerd in dit bos is een jimjilban. Nu is een jimjilban op zichzelf niet zo bijzonder (je vindt ze immers vrijwel overal in Zuid-Korea),
maar deze jimjilban biedt een zeer bijzondere
behandeling aan. In het ‘Healingtopia’ (healing +
utopia, get it?) badhuis kunnen bezoekers zich een
kwartiertje onderdompelen in een bad gevuld met
zaagsel van de lokale bomen. Het zaagsel is warm
(en je zult er flink in zweten) en zit volgens het bedrijf vol met mineralen en enzymen, die wonderen
verrichten voor je gezondheid en je figuur. Als een
zaagselbad toch niet helemaal je ding is, zijn er
nog genoeg andere dingen die je kunt doen in het
park. Zo kun je een wandeling maken of een nacht
verblijven in een huisje van hout of rode klei. Er is
zelfs de mogelijkheid om zelf met hout uit het bos
aan de slag te gaan en een handwerkje te maken.
Ook kun je bij de spa gewoon een massage krijgen
of een voetenbadje nemen. Voor elk wat wils!
- Florentine Schoemaker

Ideaal voor een dagje uit met je vrienden!

32 / 33

KATERN:JAPAN

SHOUTENGAI: KARAKTERISTIEKE WINKELSTRAATJES
De Journal wisselt artikelen uit met Katern: Japan! Een blog met de meest heldere informatieve
leeshapjes over Japan en dit keer brengen we je een artikel geschreven door Tom Omes

Foto door Eric Stephen Bias
Het moment waarop je niet alleen fysiek, maar ook mentaal in Japan landt, is voor iedereen
verschillend. Denk bijvoorbeeld aan de eerste hap van een verse onigiri, een rit met de
Yamanote-trein, of de eerste kom miso-soep. Maar hoewel ook die ervaringen mijn hart zeker
sneller doen kloppen, is er één moment waarop voor mij alles gevoelsmatig op zijn plek klikt:
bij het betreden van een shoutengai.

太狸記 ⋅ 三月 2018

De term shoutengai betekent letterlijk
‘winkelgebied’. Nu zijn die er in Japan in
veel soorten en maten: van de enorme
warenhuizen naast en onder de stations van
Tokyo en Osaka, tot de kleine winkelstraatjes
in slaapstadjes aan de randen van deze
wereldsteden: niet vinden wat je zoekt is
een ware uitdaging. Een shoutengai valt daar
precies tussen.
Wie wel eens in Japan is geweest, kent
het verschijnsel: een langgerekte en vaak
overdekte winkelstraat, die enkel toegankelijk
is voor voetgangers. Aan weerszijden
bevinden zich alle soorten winkels waar
lokale bewoners behoefte aan zouden
kunnen hebben. Want hoewel het zeker in
de grote stad makkelijk is om voor bepaalde
benodigdheden even de metro of trein naar
een ander stadsdeel te pakken, doen de

34 / 35

meeste Japanners dat in de praktijk liever
niet. En waarom zouden ze ook, als in de
lokale shoutengai alles te krijgen is wat ze
nodig hebben?
Wat maakt een shoutengai
ShoutengaiHoewel er geen vaste regels
zijn voor wat een winkelstraat tot shotengai
maakt, hanteert de Japanse MKB-vereniging
een minimum van 30 winkels en restaurants
die dicht bij elkaar gevestigd zijn. Wanneer je
van deze definitie uitgaat, zijn er door heel
Japan meer dan 12.000 shoutengai. Een
typisch exemplaar bevat een supermarkt,
kapper,
postkantoor,
boekenwinkel,
kledingboetiek, konbini, izakaya, restaurant
en vaak een koban (het kantoortje van de
wijkagent).
Daardoor vervult een shoutengai, zeker in
wat kleinere steden, een sociale functie.

Vergelijk het met de Nederlandse buurtsuper
of sigarenboer, waar de uitbater weet wiens
ouders ziek zijn, waar een baby was geboren
en welke scholieren onlangs hun diploma
hebben gehaald. Zo ging dat in shoutengai
ook: mensen kwamen elkaar daar tegen,
zeker in de jaren na de Tweede Wereldoorlog.
Want hoewel shoutengai al in de jaren ’20
en ’30 ontstonden, werden ze door de
economische welvaart pas echt populair: veel
Japanners, met name vrouwen, deden al hun
boodschappen decennialang in shoutengai.
Neergang
Veel van de bovengenoemde buurtsupers,
sigarenboeren en andere middenstanders
zijn de afgelopen jaren kopje onder gegaan
in Nederland, weggeconcurreerd door
ketens die vergelijkbare waren goedkoper
kunnen aanbieden. Ook in Japan kost dat veel

onafhankelijke winkels de kop. De toename
van online aankopen draagt daar eveneens
aan bij. En dan is er nog het feit dat veel
winkeleigenaren niemand hebben om hun
winkel aan over te dragen: jongere generaties
voelen totaal niet de behoefte om winkels
met zo weinig toekomstperspectief over te
nemen.
iDat kan niemand ze eigenlijk kwalijk nemen,
maar het leidt wel tot steeds meer gaten
in shoutengai, die in de volksmond steeds
vaker shatta dori worden genoemd: ‘gesloten
straten’. In een enquête die de Japanse MKBvereniging hield onder 1441 respondenten,
gaf bijna de helft aan dat in de shoutengai bij
hen in de buurt meer dan 10 procent van de
winkels leegstaat. 602 respondenten stelden
bovendien dat winkels de afgelopen vijf jaar
sneller sloten dan voorheen. Als dat

太狸記 ⋅ 三月 2018

zo doorgaat, kan het met deze typische
winkelstraat snel gedaan zijn.
En dat zou zonde zijn, vindt ook de Japanse
overheid, die ook inziet dat de shoutengai
niet alleen de broodnodige producten
aanbieden, maar lokale gemeenschappen
ook bij elkaar houden. Daarom is er
subsidie beschikbaar gesteld, enerzijds om
te voorkomen dat in kleinere winkelstraten
teveel leegstand voorkomt, anderzijds om
ervoor te zorgen dat in de grote, beroemde
shotengai de kleine en lokale winkels niet
volledig door ketens worden vervangen.

36 / 37

Beroemde voorbeelden
Eén van die beroemde winkelstraten is de
Shinsaibashi-suji in Osaka, die zich uitstrekt
van Ebisu-bashi, de beroemde brug over
het Dotonbori-kanaal, tot metrostation
Shinsaibashi. Dat is een afstand van 600
meter – ruwweg de lengte van de Kalverstraat,
maar dan overdekt. Zeker op drukke dagen,
wanneer je er voetje voor voetje doorheen
moet schuifelen, lijkt er geen eind aan te
komen. En dat is zeker geen straf: op die 600
meter vind je alles dat je nodig hebt. Vanwege
de gunstige ligging in Osaka zitten er in deze

shoutengai wel wat meer ketens, maar de
overkapping, over elkaar heen schreeuwende
verkopers en lokale – sorry voor het woord –
rommelwinkeltjes geven het geheel toch dat
onmiskenbare shoutengai-gevoel.
Een ander exemplaar dat je zeker niet
mag overslaan, bevindt zich in Asakusa,
in de buurt van de Senso-ji. Hoewel de
Asakusa Hisagodori geliefd is, vooral onder
binnenlandse toeristen en lokale bewoners, is
de Asakusa Chika-gai helemaal bijzonder: dit
ondergrondse winkelcentrum werd geopend
in 1955 en is daarmee het oudste van
Japan. De Chika-gai is makkelijk bereikbaar:
vanaf het metrostation van Asakusa, op
de Ginza-lijn, loop je er zo binnen. Deze
shoutengai toont zijn leeftijd: de plafonds
zijn bijna claustrofobisch laag, hier en daar

lekt regenwater door spleten naar binnen
en op de muren zijn de leidingen, draden en
reclameborden van decennia geleden nog
gewoon zichtbaar. Hoewel je er niks kunt
krijgen wat bovengronds (of elders onder de
grond) niet verkocht wordt, zijn de prijzen er
laag en waan je je zonder enige inspanning in
de jaren ’50.
Precies dat is de charme van shoutengai: ze
voelen als de setting van een Ghibli-film. Net als
die animatiefilms, doen ze je terugverlangen
naar een tijd die je niet noodzakelijkerwijs
meegemaakt hoeft te hebben om deze te
kunnen waarderen. Alleen daarom al is het
goed dat de Japanse overheid probeert te
voorkomen dat ze verdwijnen.
-Tom Omes

太狸記 ⋅ 三月 2018

38 / 39

OP UITWISSELING
Hallo iedereen. Ik ben 2 jaar geleden
lid geweest van de journalcommissie
en zal deze keer dit stukje opdragen als
gastschrijver. Nu heb ik wel aangeboden
om een stukje te schrijven maar ik moet
eerlijk zeggen dat ik niet zo goed weet waar
ik over zou moeten schrijven. Dus ik heb
het mezelf maar lekker makkelijk gemaakt
en neem de gelegenheid om iedereen een
indruk te geven, met dit stukje, hoe het nou
eigenlijk is om in Japan op uitwisseling te
zijn. Natuurlijk is dit voor iedereen anders
en in dit geval kan dat mij totaal niet
schelen wat andere mensen vinden want
dit is mijn stukje en ik ga lekker schrijven
over hoe ik het beleefd heb. Laat ik maar
beginnen dan.
Op uitwisseling gaan. Naar mijn mening is
‘op uitwisseling gaan’ een van de redenen
waarom er, relatief, veel mensen op deze
studies (Korea en Japan) afkomen. Ik zit,
na het eindeloze voorafgaande papierwerk
en het zenuwslopende wachten op de
berichten of je daadwerkelijk bent gekozen
om op uitwisseling te gaan, op dit moment
in Japan te zwoegen om mijn uitwisseling
programma te halen. Het invullen van de
juiste papieren en het geregel voor een visa
was achteraf gezien niet zo een moeilijke
taak. Het is een kwestie van de uitleg goed
lezen en inleveren. Zelf al zou je het niet
weten kan je het altijd vragen aan de docent
die de leiding heeft over de uitwisselingen.
Naast het papierwerk was het wachten op
bericht voor mij het lastigst. Ik kon daar
gewoon niet zo goed tegen. Desalniettemin
was ik uitgekozen en kon ik dus naar Japan
voor een jaar. Oh ja, er was ook een health
check.

Als je eenmaal in Japan aankomt kan ik je
garanderen dat al je anime dromen in rook
op gaan. Japan is een redelijk makkelijk land
om in te wonen en ik moet eerlijk zeggen
dat ik erg snel gewend ben geraakt aan
het leven in Japan. Gelukkig ben ik van
nature een realist en wist ik van tevoren
al dat Japan geen paradijs zou zijn. Dat wil
niet zeggen dat ik het niet naar mijn zin
heb. Helemaal niet. Sterker nog, het is een
droom die waar gekomen is. De mensen
zijn aardig, het leven is redelijk makkelijk, en
je hoeft je niet zoveel zorgen te maken over
of je spullen gestolen worden.
Het semester dat je op een 1 jaar lange
uitwisseling gaat is voor ons het begin van
het jaar. Dat betekent dus september. In
Japan kom je dan eigenlijk in het midden
van het schooljaar aan. Vaak hebben
de Japanners tegen die tijd al hun eigen
groepjes gevormd. Mijn advies is dus,
als je heel graag Japanse vrienden wilt
maken en met Japanners wilt praten, om
aan een bukatsu (een school/universiteit
club) deel te nemen. Ik zelf zit nu in een
gitaarclub en heb gemerkt dat als je jezelf
openstelt voor nieuwe contacten en je
een beetje opdringt de kans groot is dat je
Japanse matties maakt. Maar in het geval
dat dat je lastig afloopt, wees gerust. De
vele uitwisselingsstudenten die je daar
ontmoet hebben vrijwel allemaal dezelfde
interesse. Namelijk Japan. Om gaan met
uitwisselingsstudenten en met elkaar
informatie uitwisselen is naar mijn mening
ook een enorm goeie manier om meer over
Japan te leren. In veel gevallen weten de
andere uitwisselingsstudenten meer over
Japan dan de Japanners over hun eigen
land weten. Als je vanaf april naar Japan

gaat, is mijn tip om aan veel events deel te
nemen. Vooral de events waar 1ste jaars
op afkomen. Ook als je niet in april begint
is het natuurlijk een goed idee om mee te
doen met sommige events.
Naast al het leren is het ook heel belangrijk
dat je dingen meemaakt. Vaak regelt
de universiteit waar je de uitwisseling
doet veel uitstapjes maar het is ook heel
belangrijk dat je voor jezelf op een rijtje zet
wat jij graag wilt beleven. Je gaat merken
dat je het geld en de tijd mist om superveel
te gaan reizen. Maar de directe lokale
omgeving verkennen en mee draaien in het
Japanse leven is een van de belangrijkste
ervaring die je kan opdoen. Mijn vrienden
en familie sturen mijn vaak berichten over
of ik al veel heb gereisd of niet. Ik antwoord
altijd “nee, ik ben Japan aan het beleven
niet aan het reizen”. Natuurlijk wil ik niet
zeggen dat je niet moet reizen. Maar wees
niet teleurgesteld als je merkt dat je weinig
tijd hebt om te reizen. Hou jezelf bezig met
wat je graag wilt doen. Laat de uitwisseling
niet het einddoel zijn. Het is het begin van
een nieuw avontuur.

Ik zit zelf nu al ongeveer een jaar in Japan
en heb nu al best veel geleerd. Ik moet
eerlijk zeggen dat ik vanuit mijzelf niet echt
een leergierig persoon ben. Ik leer niet
als ik niet hoef te leren. Toch heb ik hier
veel opgestoken. Veel vrienden gemaakt.
Veel beleefd. In het kort is het gewoon
supergaaf om op uitwisseling te gaan. Nu
ik op uitwisseling ben voel ik me ook meer
gemotiveerd om dingen te leren en op te
steken doordat ik in een nieuwe omgeving
ben en dat mij dus een fris gevoel geeft.
Ik merk dat ik nu aangekomen ben bij het
einde van mijn woord limiet. Ook merk ik dat
ik niet zozeer een indruk heb beschreven
maar me meer bezig heb gehouden met
advies geven, natuurlijk allemaal vanuit
mijn eigen ervaring. Maarja niks meer aan
te doen ik moest ergens iets over schrijven
en het is nu eenmaal zo gelopen. Ik hoop
dat jullie er wat aan hebben. Uiteindelijk
moet je ook zelf de moeite doen om er iets
van te maken. Alles komt niet vanzelf.
-Kris van der Klaauw

太狸記 ⋅ 三月 2018

40 / 41

ASK ANKY
Ask Anky is een adviescolumn speciaal voor Japanologen en
Koreanisten. Zit jou iets dwars of wil je iets weten? Stuur jouw
vraag naar journaltanuki@gmail.com en wie weet krijg je in de
volgende editie van de TaTanukiKi wel een antwoord van Anky!

Beste Anky,
Een van mijn beste vrienden zegt dat mijn anime smaak
"te elitair" is en dat ik meer populaire series moet kijken.
Ik stel zijn vriendschap op prijs, maar ik weet niet of het
het waard is om mij te verlagen tot het kijken van series
die door de massa's geconsumeerd worden. Alleen
al de gedachte mijn oogballen boot te stellen aan iets
als Sword Art Online maakt me misselijk. Ik ben echter
bang dat als ik dit niet doe, ik mijn vriendschap met deze
studiegenoot voor goed kwijt ben. Wat moet ik doen?

Beste Anky,
Ik studeer Japanstudies en ga vaak met mijn
vrienden naar anime conventies en films. Dit is
erg gezellig, maar mijn echte passie ligt eigenlijk
bij het dansen van kpop. Zo ga ik graag helemaal los op de nummers van BTS, Red Velvet
en Exo. Echter mijn vrienden vinden kpop
maar niets en ik durf ze dus niet over mijn passie te vertellen. Zij vinden dat kpop fans maar
Koreaans moeten gaan studeren. Wat moet ik
nu doen???
Liefs, Kpopgirl4ever
Beste Kpopgirl4ever,

Ik begrijp dat je in een lastig parket zit, maar je zorgen
zijn enkel verkwanselde inspanning. Aristocraten zoals
jij en ik staan nou eenmaal boven het reguliere voetvolk
en dat blijkt nu wederom. Ik bejubel je poging een anime-plebejer te bevrienden, maar ware vriendschap is
simpelweg niet mogelijk met een dergelijke onnozelaar.
Nee, hoogstaand volk is er om het goede voorbeeld te
geven, niet om zich mee te laten slepen in inferieure
hobby’s als het kijken van ‘Naruto’. Als wij de eer niet
hoog houden, wie dan wel? Desalniettemin, mocht je
nog de hoop koesteren dat jouw laag-bij-de-grondse
compagnon gered kan worden, attendeer ik je gaarne
op de volgende Nederlandse wijsheid: wie voor een
dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje.

Je vrienden hebben het volledig bij het verkeerde eind. Als jij op kpop wilt dansen, hoef
je helemaal geen Koreaans te studeren. Beter
nog, je hoeft niet eens Japans te studeren!
Ik voel gewoon diep vanbinnen dat dit een
teken van het universum is dat je naar Korea
moet emigreren om een nieuwe kpop groep
starten! Als je je vrienden nou ongeveer een
uur voor je permanente vertrek naar Korea
vertelt dat je kpopfan bent en per direct
Nederland verlaat, weet ik zeker dat hun
verdriet in combinatie met haat je genoeg
liedjesinspiratie geeft voor de komende 7
jaar! En als je nou heel goed wordt, kun je
zelfs binnen niet al te lange tijd genoeg geld
verdienen om iedere week langs de psycholoog te kunnen hoppen. Hierbij heb je al je
eerste fan!

Hoogachtende groeten en geen bedanky,

Groetjes en geen bedanky,

Anky

Anky

Groetjes, YojouhanShinwaTaikeiFan98
Beste YojouhanShinwaTaikeiFan98,

-mededeling van het bestuur-

CARTOON

Concept en tekeningen door Matej Simic
Ga naar www.instagram.com/egakuma/ voor meer tekeningen van Matej!

Ook een strip maken of een andere artistieke bijdrage leveren aan de
TaTanukiKi? Neem dan contact op met een van de commissieleden of stuur
een e-mail naar journaltanuki@gmail.com

‘S AVONDS
EEN MAN,
S’OCHTENDS
EEN MAN!
Een Tanuki activiteit is géén geldige
reden om te laat, of helemaal niet, te
komen bij college. Wees verstandig,
wees een man óf een vrouw!

Collecties
TaTanukiKi