-
Titel
-
2010-2011 | 1
-
Nummer
-
1
-
extracted text
-
たたぬきき
LVSJK Tanuki
28年
十月
Tatanukiki redactie
Hoofdredacteur & vormgever:
Guan van Zoggel
Redactieleden:
Robert Beers
Melissa Costa
Liselore Goossens
Emily Maas
Pim Omes
Tom Omes
Bestuur Tanuki
Praeses
Ab-Actis
Loraine Gilsing
Caspar Westelaken
Quaestor & vice-voorzitter
Bas Oostdijk
Hoofdredacteur
Guan van Zoggel
Webmaster
Tom Omes
Assessor
Joleen Blom
Commissies
Feestcommissie
Els van Wuijckhuise
Kampcommissie
Robert Beers
Cultuurcommissie
Pim Omes
Reiscommissie
Bas Oostdijk
TFC Banzai
Martijn Heule
Raad van Toezicht
Bob Nijkamp
Mattias van Ommen
Isaura van den Berg
2 • Editorial
しゃっせつ
社説
Daar is ‘ie weer. Met de nodige inspiratie uit
voorafgaande jaargangen, suggesties van docenten en kritische noten van andere leden is
deze eerste editie van de nieuwe Tatanukikijaargang tot stand gekomen. Net zoals de vele
andere aspecten die bij het maken van een journal aan bod komen, is ook het schrijven van een
editorial voor mij een eerste keer en ik zal dan
ook niet ontkennen dat dit kleine blokje tekst
de nodige moeite kostte. Mede omdat ik liever
de lezer zelf laat ontdekken wat deze Tatanukiki
aan inhoud waarborgt dan dat ik het kruit verschiet in deze nederige inleiding, bij deze een
korte inleiding tot de nieuwe indeling.
Tanuki Shimbun is een denkbeeldige
krant waarin verslag wordt gedaan van recente activiteiten die vanuit Tanuki georgani-
もくじ
目次
Tanuki Shimbun
5
6
8
TFC Banzai versus JDream
Introductiekamp 2010-2011
Tanuki’s Nerd Party
Japan
Homoseksualiteit in Japan
Foklore: Issun-boushi
Kanji voor dummies
Tempels & schrijnen: het verschil
10
14
16
18
Columns
Pomes: Alles over de cultuurcommissie 17
20
Dr. Beers weet het beter!
26
Een Barbaar over China
30
Ryuugakusei: Aranka & Floris
32
Masterstudente Diana
Media
seerd zijn. De brede sectie Japan omslaat een
aantal vaste rubrieken: een vier pagina’s tellende feature over een fenomeen uit de Japanse
maatschappij, een sprookje of folklore uit Japan en wijze lessen van de dit jaar gestichte cultuurcommissie. Onder het kopje columns zijn
de meer persoonlijke schrijfsels opgenomen,
die zowel kritisch, realistisch als vermakelijk
en informatief (kunnen) zijn. Media omslaat
vier pagina’s informatie over muziek, films,
games en animanga. Ook schuiven we iedere
keer aan bij een van de Alumnikai-leden voor
een denkbeeldige kop koffie en sluiten we af
met correspondentie van Koreaanse en Chinese bodem. Veel plezier met de eerste Tatanukiki van dit vooralsnog druilerige collegejaar.
~ Guan van Zoggel
Muziek: Joe Hisaishi
Acteur: Ken Watanabe
Game: Taiko no Tatsujin DS 3
In Memoriam: Satoshi Kon
22
23
23
24
Interview
Op de koffie bij: Edith Koopman
28
Meer Azië
Ch’ingu: Hangŭl
SVS: Tanuki en Tian Long
34
36
いんよう
引用
“Ik heb mijn vrouwen het liefst zoals
mijn sokken: elke dag nieuwe.”
~ Pim Omes
Inhoudsopgave • 3
‘Pleasure & Pain’
Over een paar weken is het zover: de vijfde editie van CAMERA JAPAN, hét festival voor Japanse
film en cultuur, zal tussen 14 en 17 oktober plaatsvinden in LantarenVenster in Rotterdam, dit jaar
voorafgegaan door de programmering in de Melkweg en Kriterion, in Amsterdam, tussen 7 en 13
oktober.
Het vijfjarig bestaan van CAMERA JAPAN in 2010 zal zeker niet onopgemerkt voorbijgaan. De
afgelopen vijf jaar is CAMERA JAPAN uitgegroeid tot een van de belangrijkste Japanse culturele
festivals van Europa. Naast een gevarieerd aanbod aan film heeft het festival een steeds bredere
programmering neergezet, waarbij het experiment niet is geschuwd. Er is samengewerkt met gerenommeerde instellingen in Rotterdam als het NAi en het Museum Boijmans van Beuningen.
Ook voor de aankomende editie van CAMERA JAPAN zal de bezoeker niet teleurgesteld worden.
In het net geopende, gloednieuwe LantarenVenster in Rotterdam zal een breed publiek zich vier
dagen lang kunnen onderdompelen in de Japanse cultuur.
Al meer dan vier eeuwen zijn Nederlanders gefascineerd door de Japanse cultuur. Vorig jaar nog
vierden de twee landen de 400 jarige economische relatie, die begon met de zeldzame toestemming van de Japanse shogun aan de Nederlanders handel te drijven met het land. Sindsdien reizen
Nederlanders naar het land van de rijzende zon, niet alleen vanuit handelsoogmerk, maar ook om
zich onder te dompelen in een zeer oude en rijke cultuur. In het Nederland van de 21e eeuw zijn
ondertussen de manga afdelingen in boekenwinkels, de sushi restaurants en de Japanse films op
filmfestivals niet meer weg te denken. Maar wat weten we écht van de hedendaagse Japanse cultuur?
De bezoeker van CAMERA JAPAN kan een begin van een antwoord op die vraag krijgen. Het
festival heeft een ruim aanbod aan hedendaagse Japanse films en een breed nevenprogramma,
waarmee in een unieke setting een blik geworpen wordt op het Japan van nu. Het festival biedt,
in het nieuwe LantarenVenster op de Kop van Zuid, een brede keuze aan films, tentoonstellingen,
muziek, theater, dans en eten, om zo de bezoeker geheel in Japanse sferen te brengen.
Met het thema ‘Pleasure & Pain’ wil CAMERA JAPAN een voor de buitenstaander meest opvallendste elementen van de Japanse cultuur aan bod brengen: de tegenstellingen die iedere dag in
het Japanse leven te zien zijn. Hard en gedisciplineerd werken gaat samen met grote drinkpartijen na sluitingstijd, grote moderne gebouwen
staan naast de eeuwen gekoesterde oude tempels en de hectische drukte
van de stad bestaat naast de alom geliefkoosde idyllische rust van het platteland.
4 • Tanuki Shimbun: Updates
たぬきしんぶん
狸新聞
TFC Banzai versus JDream
Waar: Universitair Sportcentrum, Leiden
Wanneer: 1 oktober 2010
De opening van het nieuwe seizoen werd dit
jaar voor TFC Banzai ceremonieel ingeluid met
de tweejaarlijkse klassieker tegen het Japanse
zakenmannenteam JDream. Aanwezig waren, naast de vaste coryfee, een aantal nieuwe
gezichten uit de jonge gelederen van het Arsenaal; een ontwikkeling die de harten van menig verbitterde vijfdejaars eindelijk weer op een
tempo deed kloppen dat opwinding voorspelde.
In de kleedkamer belde voormalig captain Renzo vanuit Kyoto een half uur voor aanvang om
polshoogte te nemen. Nadat een gepassioneerd
collectief de naam van de voormalige veldheer
scandeerde, gaf hij met brok in de keel toe dat
het vandaag goed zat.
Het zat goed. Nèt goed, eigenlijk. Met
twaalf man aan haar kant had Banzai meer steun
kunnen gebruiken van enkele vaste krachten. Bij
enkelen had de ouderdom reeds haar tol geëist
en hen door lichamelijke kwaaltjes gedwongen
thuis achter de geraniums te blijven mopperen.
Niet getreurd, de eerste wedstrijd was er vooral
om een eerste indruk van elkaars spel te krijgen en te dienen als een fundering waar de rest
van het seizoen op gebouwd kon worden. Aldus
stapte Banzai eensgezind en ongemoeid het
veld op.
Vanaf het fluitsignaal stond de eerste
helft vrijwel geheel in het teken van Tanuki’s
uitverkorenen. De gebruikelijke opstelling was
voor de gelegenheid geheel achterwege gelaten,
wat resulteerde in vlot, oogstrelend spel. Het
was daarom des te treuriger dat de wentelingen
van dit roedel ideale schoonzonen besteed waren aan een lege tribune. De eerste helft overtuigde het team zich er nog van het te kunnen redden op eigen kracht en, warempel, het leek te
lukken. Hoewel JDream respect afdwong door
middel van twee trefzekere afstandsschoten,
overtuigde Banzai en speelde haar tegenstander tactisch weg. De helft besloot met een score
van slechts 2-2, wegens een onfortuinlijk afgekeurde goal aan Banzai’s zijde, voortkomend
uit een vermeende buitenspelsituatie.
In de tweede helft werd al snel duidelijk dat uw delegatie de gestaag doorwisselende
machine van JDream niet langer bij kon benen.
Het gevreesde gebrek aan reserves begon Banzai parten te spelen, waardoor zij steeds meer
ruimte uit handen gaf, wat leidde tot fouten.
Nergens was het team nog in staat haar tegenstander te overrompelen zoals zij dat in
de eerste helft deed. De tweede helft eindigde
in harde cijfers: 3 – 6. Het was een terechte
overwinning voor de Japanners, maar een die
zonder twijfel gewroken zal worden in de return van het tweede semester, ditmaal het liefst
onder het toeziend oog van een geëmotioneerde
schare toeschouwers.
~ Martijn Heule
Aanvoerder TFC Banzai 2010 – 2011
Tanuki Shimbun: TFC Banzai versus JDream • 5
たぬきしんぶん
狸新聞
Introductiekamp 2010-2011
Waar: Ommel, Noord Brabant
Wanneer: 22 t/m 24 augustus 2010
Met een volle tas en - oké dan - met een nog
vollere koffer sta ik op Leiden Centraal. Ik zoek
naar het verzamelpunt. Even verderop zie ik een
groepje mensen met koffers zitten. Zou dat het
zijn? Met klamme handen loop ik op ze af: “Is
dit het verzamelpunt van Tanuki?”. “Ja, ga er
maar bij zitten. We wachten nog op de anderen.”
En dit is hoe het Tanuki-kamp 2010 voor mij
begon.
Ommel was onze eindbestemming en
daar zouden we twee nachten doorbrengen. Ik
kende praktisch niemand en déjà vu momenten
van mij als brugklasser begonnen al op te komen, want ja, dat was ik weer: een brugklasser,
maar dan tussen de studenten. Een eerstejaars,
een sprinkhaan, een dwerg. Vers van de middelbare school, diploma op zak, maar ik begon
me al sterk af te vragen hoe ik deze drie dagen
zou overleven.
Gelukkig waren mijn dramatische gedachten nergens op gebaseerd: De verschillende mensen begon je al snel te herkennen
6 • Tanuki Shimbun: Introductiekamp 2010-2011
en ook vrienden werden al gauw gemaakt.
Ik dacht in eerste instantie dat bijna iedereen
wel direct van de middelbare school zou komen
en dat dit zijn of haar eerste studie zou zijn.
Haha, nee dus. Het tegenovergestelde bleek
waar: voor een heleboel mensen was dit al zijn
tweede of derde studie of, als het dan hun eerste
studie was, waren ze er met een omweg gekomen. Ik was dus al snel van die naïeve gedachte
af geholpen tijdens de introductiespellen.
Maar wat is me nou echt bijgebleven
van dit kamp? Voor mij zijn dit bijvoorbeeld
de mensen die ik heb ontmoet en waarmee ik
nu nog steeds omga. Of de kaartspellen waar
groten getale mensen aan meededen (en de een
iets meer ingemaakt werd dan de ander). Van
de workshops was er ook iets dat ik erg leuk
vond om te doen: het yosakoi dansen, wat veel
moeilijker, intensiever, maar ook leuker bleek
te zijn dan ik had verwacht. En aikido, waarbij
we de eerste basis leerden.
~ Joleen Blom
Natuurlijk vind ik het heel leuk om alleen maar over mijn eigen kampervaringen te vertellen, maar
ik ben overduidelijk niet de enige die aan het kamp heeft deelgenomen. Hierbij laat ik dus ook
andere eerstejaars aan het woord. Dus bij deze:
De eerste momenten op kamp
(toen we een soort van introductiespellen aan het spelen
waren) had ik eerlijk gezegd wel
Het kamp was een goede gelegenheid om mensen te ontmoeten. We deden niet veel, maar
zo kon je een beetje praten met
“De reden waarom ik gekozen
heb om mee te gaan op het
eerstejaarskamp, is omdat ik
het ik het erg belangrijk vond
het gevoel van ‘waar ben ik aan
begonnen’. Maar uiteindelijk
is dat toch een goede manier
om wat mensen te leren kennen. Verder vond ik het goed
ingericht het kamp. In de ochtend en middag spelletjes die
ondanks het hoge brugklasniveau toch grappig waren. En ’s
avonds gewoon tijd voor jezelf
om te chillen met de mensen
die je overdag had leren kennen. Ook de workshops vond ik
erg tof. Ik heb vooral genoten
van de workshop kalligrafie. En
zo kwam het kamp snel weer tot
een einde. Ik ben blij dat ik ben
geweest zeker omdat ik nu nog
steeds optrek met de mensen
die ik heb ontmoet op kamp, en
het was prettig om wat bekende
gezichten te zien op het moment dat je voor het eerste de
collegezaal binnenliep.
~ Tim van Steenwijk
de andere kampgenoten en ze
leren kennen. De spellen die we
deden waren een beetje maf,
maar doordat je met zoveel
mensen was en iedereen het allemaal maf vond, werd het toch
heel leuk. Wat me het meest is
bijgebleven was dat je je voornamelijk samen verveelde, samen spelletjes speelde, samen
at en samen opstond. Je was
nooit echt alleen.
~ Arco Oliemans
om alvast kennis te maken met
mijn medestudenten voordat
de studie daadwerkelijk begon.
Het hoogtepunt van het kamp
was voor mij toch echt het
avondje SingStar, maargoed
dat is natuurlijk mijn persoonlijke opinie. Verder vond ik de
workshop ‘Kalligrafie’ erg interessant en ook het douanespel
was erg vermakelijk.”
~ Dave Hooghiemstra
Tanuki Shimbun: Introductiekamp 2010-2011 • 7
たぬきしんぶん
狸新聞
Tanuki’s Nerd party
Zo. Een nieuw jaar, een nieuw begin… van een
nieuwe reeks heerlijke Tanuki-feestjes! Eerste
in de rij was natuurlijk het Back to Schoolfeest, wat op 30 september plaats vond in het
vernieuwde, maar vertrouwde d’UB.
Het thema van dit feest was ‘Revenge of
the Nerds’, en dat viel duidelijk bij een hoop
Japanologen in de smaak. Saaie overhemden,
foute broeken, de stomste brillen en bretels
waren deze avond juist helemaal hip! Vrijwel
iedereen hield zich op zijn of haar manier aan
het thema, wat voor een kleurrijke verzameling feestgangers zorgde die d’UB uiteindelijk
helemaal vulde. Er werd door velen ook een
duidelijke voorkeur gegeven aan Japan’s ‘eigen’ nerd, de otaku. Zo waren er dus niet alleen
de typische geeks aanwezig, maar ook cosplayers en andere bepaalde wilde fantasieën van
de otaku waren van de partij. En alles samen
lachte, dronk en feestte tot diep in de nacht
door.
Want ja, gedanst werd er zeker. Alle
nerds gingen lekker los op hedendaagse maar
ook heerlijk foute muziek. Uiteindelijk was het
ook weer tijd voor de traditionele dance-off;
maar door een gebrek aan een podium was er
dit keer helaas maar weinig van te genieten.
Een technisch probleempje, maar het feest ging
onafgebroken verder en de temperaturen op de
dansvloer liepen hoog op. Toen het feest ten
einde liep konden weinigen nog een wiskundige
formule of een grammaticaal correcte Japanse
zin oprakelen, maar een ding was bewezen: ook
nerds kunnen keihard feesten.
~Melissa Costa
8 • Tanuki Shimbun: Tanuki’s Nerd Party
Waar: d’UB, Leiden
Wanneer: 30 september 2010
Jullie hebben er misschien van gehoord maar misschien ook niet: de
opleidingscommissie (OC) van Talen en Culturen van Japan. De OC
van Japans bestaat uit tien leden, waarvan vijf student-leden en vijf
docent-leden. Studenten hebben in geen enkele andere commissie
zo’n getalsmatige inbreng als in de OC. De OC houdt zich vooral bezig met het onderwijsprogramma
(structuur, uitvoering, wensen etc). Bij de OC kan jij terecht met je klachten over het onderwijs, dan
wel een docent. De klachten worden serieus, en (als je dat liever hebt) anoniem behandeld op de
vergaderingen van de commissie.
Dus mochten jullie klachten hebben over bepaalde zaken, aarzel niet en stuur een mail naar
oc.japans@hum.leidenuniv.nl. Of schrijf een brief en leg deze in de brievenbus van de OC. De
brievenbus bevindt zich op de eerste verdieping van het arsenaal naast de postvakjes van de docenten van Japans.
~Jenny Lin
Kijk voor nog meer informatie op:
http://hum.leidenuniv.nl/japans/medezeggenschap/opleidingscommissie.html
Wil je ook wat onder de aandacht brengen in de Tatanukiki? Mail dan naar journal@tanuki.nl!
Melding van de OLC • 9
げつとくしゅうきじ
月特集記事
Homoseksualiteit in Japan
door: Liselore Goossens
Op zaterdag 14 augustus 2010 vond de Tokyo Pride Parade plaats. Met financiële ondersteuning
van bedrijven als Softmap en Google namen vijfduizend mensen deel aan de parade in Yoyogi.
De afgelopen paar maanden zagen we veel homo-gerelateerd nieuws: Amerika wordt al enige tijd in
de greep gehouden door de vraag of de ‘Don’t ask, don’t tell’-regel nou wel of niet af moet worden
geschaft – tot op heden zijn de Republikeinen succesvol in hun pogingen dit debat niet van de grond
te laten komen (red.: bij het ter perse gaan van deze journal is de regel inmiddels door een rechter
ongrondwettelijk verklaard).
rolijker nieuws betrof de jaarlijkse Gay Prides die overal ter wereld uitbundig werden gevierd: in San
Francisco vond het voor de veertigste keer plaats, wat uiteraard reden was om nog grootser uit te
pakken dan normaal. Ook in Amsterdam weerhield de regen mensen er niet van om in groten getale
naar de parade te komen kijken.
In Tokio, een stad met bijna net zoveel inwoners als heel Nederland, liepen daarentegen
slechts zo’n vijfduizend mensen mee. Daar bovenop was het voor het eerst in drie jaar dat er überhaupt weer een ‘Pride’ in de hoofdstad plaatsvond. Waarom scoort een grote, geciviliseerde, hypermoderne stad als Tokio zo slecht op dit gebied? Hoe kijkt men sowieso in Japan tegen homoseksualiteit aan?
10 • Maandelijkse feature: Homoseksualiteit in Japan
In de geschiedenis
Er zijn veel parallellen te trekken tussen het begrip ‘pederastie’ uit de Griekse klassieke oudheid,
en de relaties onder samoerai tussen jongens en volwassen mannen. Deze relaties kwamen voor
in alle rangen van samoerai, werden beschouwd als normaal of zelfs nodig voor de overgang van
jongen tot volwassene, en waren zowel educatief als seksueel. Samoerai hadden er veel verschillende namen voor, waaronder 美道 (びどう, ‘mooie weg’) of 若衆道 (わかしゅどう, ‘weg van
de jongeling’), vaak afgekort tot shudō. Het grootste verschil tussen de Griekse pederastie en de
Japanse shudō was dat waar bij de Grieken de oudere man het initiatief nam, in Japan men verwachtte dat de jongen, na zich ervan te hebben verzekerd dat de man van zijn gading geschikt is,
de eerste stap zette.
Maar ook voor de opkomst van de samoerai was homoseksualiteit niet ongewoon: al in de
Genji Monogatari uit de elfde eeuw zijn er verwijzingen te vinden naar homoseksuele verhoudingen en relaties tussen personages. Verschillende bronnen uit latere eeuwen benoemen de monnik Kūkai uit de achtste eeuw, ook bekend als Kōbō-Daishi, de oervader van homoseksualiteit in
Japan. Kūkai is in de eerste instantie bekend als kalligraaf, geleerde, dichter en oprichter van de
Boeddhistische Shingon school, heeft verschillende belangrijke religieuze teksten geschreven, en
wordt beschouwd als uitvinder van de kana. De bronnen die hem aan homoseksualiteit binden
zijn minder betrouwbaar, en de vroegste stammen uit enkele eeuwen na zijn leven. Desondanks
zijn de verhalen en legendes volhardend, en werd de berg Koya, waar Kūkai de Shingon school
stichtte, in de literatuur in latere eeuwen een synoniem voor shudō.
Met het verval van de samoerai verdween ook de shudō, of beter gezegd: het nam een andere vorm aan. In plaats van jonge samoerai waren de jongens vanaf de zeventiende eeuw vaak jonge
acteurs, en de oudere mannen hun fans en aanbidders. De rollen draaiden om en zij verleidden nu
de jongens, met vleierij en zo nodig zelfs geld. Ook mannenbordelen begonnen op te komen, en
男色 (なんしょく, ‘mannenliefde’), zoals het nu vaak genoemd werd, veranderde van een normaal onderdeel in het leven van samoerai mannen in iets waarvoor betaald moest worden. Tegen
de negentiende eeuw vond nog een grote verandering plaats: waar daarvoor de acteurs zich altijd
hadden gekleed als jongemannen, kwam het in de negentiende eeuw steeds vaker voor dat ze zich
kleedden als vrouwen of meisjes. Rond het begin van de Meiji-periode, en onder andere onder
invloed van de Westerse moraal die de Amerikanen met zich meebrachten, verdween nanshoku
nog verder naar de achtergrond. Tegen de tijd dat de twintigste eeuw aanbrak, werd er amper nog
openlijk over gesproken.
Maandelijkse feature: Homoseksualiteit in Japan • 11
In de media
De moderne Japanse media lijkt
dit in de eerste instantie tegen te
gaan: yaoi is een immens populair
genre in anime en manga; Japanse
muzikanten in zowel pop- als rockbands schromen niet om zich androgyn of zelfs ronduit vrouwelijk
te kleden en te gedragen; en de
TV beroemdheid Hard Gay is de
ultieme stereotype leernicht –
bekend en populair in heel Japan.
Wat deze media echter voornamelijk doen, is stereotypes
benadrukken. Homoseksuelen –
en dan voornamelijk mannen; vrouwen worden zowel in
moderne media als in historische bronnen zelden genoemd – worden afgeschilderd als verwijfd en vrouwelijk,
als mensen die niet zozeer aangetrokken zijn tot hetzelfde
geslacht danwel liever het andere geslacht zouden willen
zijn. Er wordt zo een lijn getrokken tussen homoseksualiteit en transseksualiteit die door veel Japanners over
wordt genomen.
Hard Gay lijkt precies het tegenovergestelde te
doen, maar in feite stelt hij niet slechts een homoseksuele
man voor, maar een buitenlandse homo. Japanners zien
hem als de personificatie van de Westerse homo-subcultuur en homoseksuele Japanners zullen zich niet snel met
hem kunnen identificeren. Japanse homo-organisaties
noemen vaak als kritiek dat men op deze manier het idee
kan krijgen dat homoseksualiteit iets lachwekkends is, of
dat alle homoseksuelen halfnaakt rondrennen.
Er zijn echter ook regisseurs, vooral de afgelopen
tien à twintig jaar, die wel pogen homoseksualiteit neer
te zetten zoals het in het dagelijks leven door Japanners
wordt ervaren. Deze films – over het algemeen niet erg
bekende arthouse films – schetsen een vrij realistisch
beeld en nemen in sommige gevallen zelfs een lesbische
relatie als middelpunt, zoals Love My Life (2006) van regisseur Koji Kawano. Een van de bekendste voorbeelden is
Hush! (2001), die niet alleen in Japan maar ook wereldwijd veel succes had.
12 • Maandelijkse feature: Homoseksualiteit in Japan
In het dagelijks leven
Ondanks films als Hush! kleven er nog altijd steeds erg veel vooroordelen en stereotypes aan homoseksualiteit, waarvan de link met transseksualiteit de meest volhardende is. Veel mensen geloven
dat homoseksuelen vrijwel altijd in de entertainment industrie werken, en dat het feit dat je je aangetrokken voelt tot je eigen geslacht inhoudt dat je eigenlijk het andere geslacht wil zijn. Dit laatste
is niet alleen wijdverbreid onder heteroseksuele Japanners, maar ook onder de homoseksuelen; veel
ondergaan inderdaad een geslachtstransformatie, en degenen die daar geen drang naar hebben,
voelen vaak ook niet de behoefte om uit de kast te komen.
Dit laatste hangt echter niet alleen samen met vooroordelen, maar ook met het feit dat men
in Japan homoseksualiteit niet per se ziet als een identiteit of zelfs een onderdeel van een identiteit.
Wanneer iemand in Westerse landen uit de kast komt, betekent dit vrijwel altijd dat diegene zich
niet alleen identificeert met een bepaalde seksuele voorkeur, maar ook met de subcultuur die hierbij
hoort, en dat zijn of haar geaardheid een onderdeel is van diens persoonlijkheid. Japanners zien dit
niet zo: voor hen is het niet meer dan een klein onderdeel van hun leven dat verder geen invloed
heeft – of hoeft te hebben – op hoe ze zich gedragen, hoe ze zijn, en hoe anderen hen behandelen.
Vaak komen ze niet uit de kast omdat ze daar de toegevoegde waarde niet van inzien, of
omdat ze bang zijn dat ze toch anders behandeld zullen worden. Ook is het niet ongewoon dat homoseksuelen trouwen en een gezin stichten, zelfs wanneer de partner op de hoogte is van zijn of haar
geaardheid. Het komt zelfs voor dat vrouwen met opzet een homo als echtgenoot zoeken, omdat
deze gevoeliger zouden zijn; eveneens is het niet ongebruikelijk dat een lesbische vrouw met een
homoseksuele man trouwt, en dat beiden buitenechtelijke partners van hun eigen geslacht hebben.
Toch is er ook een homoseksuele subcultuur in opkomst in Japan, waarin mensen zich vergelijkbaar gedragen als binnen de Westerse homocultuur, en ook op een min of meer hetzelfde manier
naar hun geaardheid kijken. Met de opkomst hiervan zijn verschillende homo belangen groepen
ontstaan, waarvan de nationale organisatie OCCUR de bekendste is. Deze groepen streven er over
het algemeen naar om de Westerse visie op homoseksualiteit geheel over te nemen, en proberen
onderwerpen als de homoseksuele identiteit en homorechten meer onder de aandacht te brengen.
Want hoewel men over het algemeen niet per se homofoob is in Japan, kleeft er wel een sterk
stigma aan, en wordt het publiekelijk tonen ervan – zoals bijvoorbeeld handen vasthouden – niet
op prijs gesteld. Homo zijn mag, zolang iemand zich naar de buitenwereld maar gedraagt als heteroseksueel.
Maandelijkse feature: Homoseksualiteit in Japan • 13
みんわ
民話
Issun-boushi
door: Guan van Zoggel
Er was eens een oud getrouwd stel zonder kinderen. Op een dag gingen zij naar een schrijn en
baden: ‘Oh, geef ons een kind. We willen zo graag een kind.’ Onderweg naar huis, hoorden ze vanuit
het gras iets huilen. Toen ze het nader bekeken, troffen ze een klein baby’tje aan, een jongetje gehuld
in een rood deken. “De komst van dit kind is het antwoord op ons gebed”, zeiden ze. Ze namen het
jongetje mee naar huis en voedden het op alsof het hun eigen zoon was.
Het jongetje was echter niet groter dan de duim van een volwassen man, en zelfs naarmate
tijd verstreek bleef hij dezelfde lengte. Hij was ongeveer één sun (3.03 cm.) lang, vandaar dat ze hem
Issun-Boushi noemde.
Op een dag, toen hij ouder was, zei Issun-Boushi tegen zijn ouders: ‘Ik dank jullie uit de
grond van mij hart dat jullie mij zo zorgvuldig opgevoed hebben. Maar ik moet nu de wijde wereld
in, op zoek naar geluk’.
Zijn ouders probeerden hem ervan te weerhouden om te gaan, door te zeggen dat hij te klein
was door de wereld te trekken. Maar hij bleef achter zijn beslissing staan en uiteindelijk zeiden zijn
ouders: ‘Goed dan, laat ons je helpen je klaar te maken voor je tocht’. Ze gaven hem een naald om te
gebruiken als zwaard, een houten rijstkommetje als boot en hashi die mocht dienen als roeispaan.
Issun-Boushi sprong in zijn boot en zwaaide zijn ouders vaarwel, belovend dat hij terug zou
keren zodra hij het geluk gevonden had. Zodoende dobberde hij in zijn bootje over de rivier, terwijl
hij roeide met zijn hashi.
Vele, vele kilometers dobberde hij, en toen ineens sloeg zijn bootje op de kop. Een kikker in de rivier
had het bootje geraakt, maar gelukkig kon Issun-Boushi goed zwemmen. Hij zwom naar de kant en
ontdekte dat hij oog in oog stond met het huis van een hoge heer.
Hij keek naar het huis en bedacht zichzelf dat het vast een erg rijke bewoner moest zijn. Hij
liep naar de deur en klopte aan. Een huisknecht deed open, maar zag niemand.
‘Hier ben ik, hier beneden!’, schreeuwde Issun-Boushi. ‘Kijk naar beneden!’
De huisknecht keek naar de vloer en zag in eerste instantie alleen een paar houten sandalen,
die zijn heer gebruikt bij het wandelen. Daarna keek de huisknecht beter en ontdekte Issun-Boushi
aast de sandalen. Hij was verrast en ging onmiddellijk zijn heer inlichten.
14 • Issun-Boushi
De heer liep naar de voordeur en keek naar Issun-Boushi, die daar nog altijd parmant stond,
met zijn naald als zwaard tegen zijn heup. ‘Oh, hallo, kleine ridder,’ zei de heer. ‘Wat doet u hier?’.
‘Ik ben gekomen om mijn geluk te vinden,’ zei Issun-Boushi. ‘En als u me wilt, ga ik smeken
om u mij tot een van uw bewakers te benoemen. Ik mag dan misschien wel klein zijn, maar ik kan
ontzettend goed vechten met dit prachtige zwaard van mij.’
De heer was zeer geamuseerd om zulke dappere woorden uit de mond van zo’n klein jongetje
te horen. ‘Goed, goed,’ zei hij, ‘treed binnen en word een speelmaatje voor mijn dochter, de prinses’.
Daarna werd Issun-Boushi het onafscheidelijke metgezel van de prinses. Ze werden ontzettend
goede vrienden, die samen boeken lazen en elke dag met elkaar speelden. De prinses maakte een bed
voor Issun-Boushi van een van haar juwelenkistjes.
Op een dag bezochten de prinses en Issun-Boushi een tempel in de buurt van het huis. Plotseling
verscheen een verschrikkelijke groene duivel, die een magische hamer bij zich droeg. Toen de duivel de prinses prinses zag, probeerde hij haar te vangen. Issun-Boushi trok daarop zijn zwaard en
begon daarmee in de tenen van het monster te prikken. Maar de huid van de duivel was zo dik dat
zijn kleine zwaardje er niet doorheen kon prikken. De duivel kwam alsmaar dichterbij de prinses,
waardoor Issun-Boushi besloot op het lichaam van de duivel te klimmen. Hij gebruikt zijn zwaard
om de duivel onder zijn neus te kriebelen, waardoor deze ontzettend boos werd en brulde.
Op dat moment sprong Issun-Boushi in de mond van de duivel en begon in te hakken op
zijn tong met zijn zwaard. In tegenstelling tot zijn tenen, was de tong erg gevoelig en deed de naald
ontzettend veel pijn. De duivel schrok zo dat hij Issun-Boushi op de grond spuwde en vluchtte. Hij
vergat zelfs zijn magische hamer.
De prinses pakte de hamer op. ‘We mogen
een wens doen,’ zei ze. Ze schudde de hamer
in de lucht en riep: ‘Laat Issun-Boushi alstublieft opgroeien!’.
En warempel, elke keer dat de
prinses met de hamer schudde, groeide Issun-Boushi beetje bij beetje. Ze bleef schudden tot Issun-Boushi net zo groot was als
zijzelf. Ze waren allebei dolgelukkig en ook
de heer was blij toen hij hoorde wat er gebeurd was. Toen ze een paar jaar ouder waren trouwden Issun-Boushi en de prinses,
en leefden ze nog lang en gelukkig.
Issun-Boushi • 15
ふっかんのう
かんじ
不可能な漢字
Kanji voor dummies
© Johnson Banks Design Limited 2010
Eerstejaars en problemen met kanji? Deze
leuk ontworpen en vooral schattige kanji
helpen je op weg om in een mum van tijd je
achterstand weg te werken. Maar vanaf dat
moment wordt het natuurlijk volledig je eigen verantwoordelijkheid om wekelijks je
kanji netjes bij te houden. Ook bij kanji is
discipline de sleutel tot succes!
Ganbatte!
16 • Can You Believe This Kanji?
ポーメス
Alles over de cultuurcommissie
door: Pim Omes
Zoals sommigen van jullie al in de kamp-editie
van de Tatanukiki hebben kunnen lezen, is er dit
jaar voor het eerst een Tanuki kunstcommissie
ingesteld. Omdat we niet alleen meer aandacht
willen schenken aan Japanse kunst en ambacht,
maar ook films en traditionele gebruiken onder
het voetlicht willen brengen, is de commissie
inmiddels omgedoopt tot de cultuurcommissie.
In vorige jaren bleek dat velen van jullie
reeds bekwaam waren in Japanse handwerken,
of op eigen houtje exposities bezochten. Echter,
je was aangewezen op individueel museumbezoek of het meedoen bij een vereniging buiten
de universiteit om je te laven aan de Japanse
cultuur.
De taak van de dultuurcommissie zal
er daarom uit bestaan om onze nieuwe eerstejaars, alsmede ouderejaars te enthousiasmeren
om bijvoorbeeld gezamenlijk een expositie over
Japanse prenten (ukiyo-e) te bezoeken, of eens
aan den lijve de trommelstokken van de Taikotrommel te hanteren. Zeker voor de eerstejaars
is het ontzettend leuk om te ontdekken dat je in
plaats van diegene die op de middelbare school
als enige met Japan bezig was, niet meer de
enige bent met een passie voor origami, Japans
haken of samoerai-zwaarden.
De cultuurcommissie vormt voor ieder
met een passie voor een bepaald aspect of meerdere aspecten van de Japanse cultuur een platform om gelijkgestemden te vinden. Immers, je
kunt wel op je kamer achter de computer allerhande wetenswaardigheden opzoeken, maar
het is veel leuker om je hobby’s met anderen
die net zo geestdriftig zijn te kunnen delen. Een
aantal voorbeelden van activiteiten die we in
voorbereiding hebben zijn een bezoek aan het
Sieboldhuis, Taiko spelen met de leerlingen van
de Japanse school in Rotterdam, een Japanse
spelletjesdag in het Arsenaal en een heuse sakeproeverij. Ook stellen we onszelf ten doel om
jullie verder in de Japanse film thuis te laten
worden en bieden we op onze filmavonden een
gezonde mix van vermaak en cinematografische
hoogstandjes aan. Voorts drijft de commissie
niet alleen op de ideeën van de huidige leden,
maar hebben we juist jullie inbreng nodig. Wij
bieden jullie de mogelijkheid om te proeven aan
de grote verscheidenheid van de Japanse cultuur, en om dit programma zo divers mogelijk
te houden willen we dolgraag dat je ideeën opstuurt naar: tanuki.cultuur@gmail.com.
Alvast tot ziens op niet alleen onze, maar vooral
jullie activiteiten,
Pim Omes
Voorzitter Tanuki Cultuurcommissie 2010-2011
Pomes• 17
びじゅつ
ぶんか
美術と文化
Tempels & schrijnen: het verschil
door: Pim Omes
Eenieder die in meer of mindere mate in Japan geïnteresseerd is, heeft vast wel eens gehoord
over de twee geloofssystemen van Japan. Vaak kan men wel oprakelen dat shinto de cultus van
het leven is, en Boeddhisme zorg draagt voor het hiernamaals. Echter, wanneer er naar de verschillen tussen een shinto schrijn en een boeddhistische tempel wordt gevraagd, is dit lang niet
bij iedereen duidelijk. In de hoop hier verandering in te brengen, schreef ik van de zomer op
het weblog van mijn broer Tom en dat van mij over het bezoeken van schrijn en tempel in Kyoto. Ik hoop middels de volgende beschrijving van twee heiligdommen in Kyoto, de Kiyomizu
tempel en de Fushimi Inari schrijn het verschil tussen tempel en schrijn te verduidelijken.
De Kiyomizu tempel is één der
beroemdste tempels van Japan,
en niet in de laatste plaats om zijn
ligging. Het complex is tegen een
bergwand in de oostelijke heuvels van Kyoto aangebouwd en
biedt een prachtig uitzicht over
de stad. Wij waren zo fortuinlijk
om de Kiyomizu in de avond te
bezoeken, waardoor een prachtig
verlicht schouwspel ons ten deel
viel. Met name de houten constructie die de Hondo (centrale
hal) op de bergwand deed rusten
en de waterval die door het complex stroomt sprongen in het oog. De tempel is vernoemd naar deze Kiyomizu waterval, hetgeen
zoveel als zuiver water betekent. Omdat de Japanners geloven in de heilzame werking van dit zuivere water heeft men een huisje om de waterval gebouwd waar het water gedronken kan worden.
De familie Ikeda adviseerde ons dringend om vooral een slok van het Kiyomizu te nemen. Braaf
gaven wij daar aan gehoor en als het water al niet zijn kracht op ons deed uitwerken dan ondergingen we in ieder geval het schouwspel van de prachtige lichtjes die door de waterstralen schenen.
Dat het hier een boeddhistisch tempel betreft, is allereerst af te leiden uit de aanwezigheid van een
pagode. Deze toren bij de ingang van de Kiyomizu tempel telt drie verdiepingen en bevat een afbeelding van de godheid Koyasu Kannon die bevallingen vergemakkelijkt. Bij elke boeddhistische
tempel treft men een pagode aan waar altijd een reliek van de Boeddha of een godheid in bewaard
wordt. Ten tweede bevat de Kiyomizu tempel de hierboven reeds genoemde Hondo, waar het cen18 • Kunst & Cultuur: Tempels & schrijnen: het verschil
trale object van de tempel vereerd wordt. In het geval van de Kiyomizu tempel is de Hondo aan
de Boddhisattva Kannon gewijd die de godheid van de genade is. De Hondo kan betreden worden
door de gelovigen. Op deze manier komt het ‘tempel in’ uit de titel tot stand. Zoals we namelijk
dadelijk gaan zien is het in een shinto schrijn niet mogelijk om het binnenste van het gebouw te
betreden. Naast de Hondo is er tenslotte ook een ruimte ingericht voor de monniken van de tempel. Deze Kodo wordt door de monniken gebruikt om in te studeren en zich van hun gebedstaken
te kwijten. In tegenstelling tot de Hondo is deze Kodo niet toegankelijk voor een lekenpubliek.
Naast de Kiyomizu tempel bezochten we de Fushimi Inari schrijn, die tot het shintoïsme behoort. Een verschil dat onmiddellijk opvalt is de kleur van de Inari schrijn. Waar de Kiyomizu dera
in sombere bruintinten is gestoken heeft men de Fushimi Inari schrijn felrood geverfd. Hoewel
sommige boeddhistische gebouwen ook in dit Chinees rood zijn geverfd, worden shinto-tempels
vaker van deze kleur voorzien. Het belangrijkste kenmerk bij binnenkomst van de shinto-tempel,
is de zogenaamde Torii. Deze poort markeert de scheiding tussen de profane wereld en de heilige
grond van de schrijn. In het geval van de Fushimi Inari schrijn worden we getrakteerd op een
prachtige rij van maar liefst duizend Torii die achter elkaar zijn geplaatst. Op wonderlijke wijze
vinden Japanse traditie en de moderne tijd hier elkaar. Op de achterkant van de Torii kan men
namelijk tegen betaling van een forse som geld de naam van het eigen bedrijf laten snijden. Voor
de nietsvermoedende westerling hebben de ingekerfde Japanse karakters ongetwijfeld iets sprookjesachtig, maar wij konden duidelijk de namen van bedrijven als Mitsubishi en Matsushita ontwaren.
Zoals al eerder ter sprake kwam is het grote verschil tussen de boeddhistische tempel en
de shinto schrijn, dat het hoofdcomplex van de boeddhistische tempel wel toegankelijk is en het
hoofdcomplex van de shinto schrijn niet te betreden is. Hierin huist in het geval van de Fushimi
Inari schrijn de vos-kami (natuurgeest/god) Inari.
Deze Inari is de beschermgod van de landbouw in Japan. Omdat de kami zelf in
het hoofdcomplex huist, kan deze door geen enkele sterveling betreden worden. Hier
is het ‘schrijn uit’ van toepassing. Wel kan er om een gunst gevraagd worden aan Inari
door zogenaamde Ema te gebruiken. Op deze houten plaatjes kan men een wens schrijven, waarna ze aan een rek worden gehangen. Eens per week verzamelen de priesters
van de schrijn de ema en verbrandt men ze om de wens naar de kami op te laten stijgen.
Hoewel de bovengenoemde kenmerken het verschil tussen een boeddhistische tempel
en een shinto schrijn iets verduidelijken, is het onderscheid zeker niet absoluut. Omdat de Japanners vóór de invloed van het westen geen duidelijk onderscheid maakten tussen doctrines
uit het Boeddhisme en doctrines uit het shintoïsme, lopen tempel en schrijn vaak naadloos in
elkaar over. Waar het voor de westerling schier onmogelijk lijkt om het overzicht enigszins te bewaren, heeft ook de Japanner moeite om Boeddhisme en shintoïsme uit elkaar te houden. Men
is namelijk van mening dat rituelen uit beide religies gecombineerd kunnen worden om maximaal effect voor de gelovige te bereiken. Hoe het ook zij, de Kiyomizu tempel en de Fushimi Inari
schrijn waren een lust voor het oog en zijn zijn verplichte kost voor eenieder die Kyoto bezoekt.
Kunst & Cultuur: Tempels & schrijnen: het verschil • 19
じんじらん
人事欄
Dr. Beers weet het beter!
door: Robert Beers
Dr. Beers is niet alleen gespecialiseerd in de Japanse taal en culturen, maar ook connaisseur op
het gebied van dramatiek van de moderne mens. Full-time roddelnicht en all-round homoseksueel.
Lieve lezers,
Voor de eerstejaars een nieuw gezicht, voor de ouderejaars ook een nieuw gezicht. Ik ben Dr. Beers.
Ongevraagd treed ik in de voetsporen van Dr. Gé. Waarom? Ik leg het u uit. Het concept: dr. Gé
is een deskundige die in de vorige jaargang van de Tatanukiki zijn expertise gebruikte teneinde
verdwaalde zielen met een behoefte aan psychologische bijstand naar aanleiding van ingezonden
brieven een hart onder de riem te steken. Dr. Gé is bedankt en gegaan, dus ben ik hier en zet ik het
brievenrubriekje voort.
Wij leven in een zware wereld. En soms zijn we even helemaal gebroken. Waar zijn we eigenlijk
aan begonnen denken we dan, terwijl we opzoeken wat de symptomen van artrose zijn omdat we
in voorbereiding van de aankomende kanji-toets na het oefenen van exemplaar nummer zoveel gewoon niet meer kúnnen.
U zegt: wat nu? De Tatanukiki is er voor u, de Japanoloog. Niet alleen is het een gelikt boekje met
allerlei Japan-wetenswaardigheden die onze kennis complementeert, zij biedt ook een gemeenschappelijk platform voor de student die het even niet meer ziet zitten. Voor de student die teleurgesteld is in de liefde. Studenten die hun dagen slijten met alleen MMORPGs. Zij die niet worden
geaccepteerd als Pikachu. Verbitterde homofielen. Degenen die door hun hypocriete gedrag op hun
plaat zijn gegaan. Mensen die moeite hebben met verantwoordelijkheid. En ‘slet’-roepers, mensen
die eigenlijk zelf het hardst op zoek zijn naar affectie.
Voor hen bied ik namens de redactie nuttige levenslessen verweven met moederlijke liefde die romig
vloeit vanuit haar weelderige inborst. Omdat de matriarch nu eenmaal vindt dat u op deze leeftijd
onder mama’s rokken uit moet komen, om volwassen te worden, en dat valt niet altijd mee. Maar
vooral omdat er iemand moet zeggen dat het leven een bitch is, maar u dat zelf ook kan zijn. Ja,
onzekere japanoloog: kijk niet langer lijdzaam toe hoe uw leven als een tergende buikgriep passeert!
Het is daarom dat ik u allen, lieve lezers, van harte adviseert uw psychosociale ongemakken te
spuien. Dr. Beers spreekt de taal van de ziel en het woord van de waarheid en zal zich over u ontfermen. Brief en antwoord worden geplaatst. Voor de een ter lering, voor de ander ter vermaak; we
worden er allemaal beter van. Mail daarom naar drbeersweethetbeter@gmail.com!
20 • Column: Dr. Beers weet het beter!
Beste dr. Beers,
al de hele
ik
r
a
a
w
em
le
b
ro
p
Ik zit met een
k ga al heel
I
.
eb
h
ik
u
b
n
ij
m
in
zomer pijn van
die en we hebu
st
e
d
n
va
d
n
a
m
ie
lang om met
kaar gehad. Nu
el
et
m
k
u
le
l
ee
h
d
ij
ben het alt
, en ik ben
en
g
re
ek
g
e
ti
la
re
n
ee
heeft hij onlangs
at hij in goede
d
t
ee
w
ik
t
a
d
m
o
em
heel blij voor h
en ik hem niet
k
er
h
n
ie
sd
d
n
si
r
a
a
handen is. M
eer tijd, en zijn gem
it
o
o
n
ft
ee
h
ij
H
.
g
meer teru
rs, het doet
ee
B
r.
D
.
n
a
a
r
ee
m
t
drag staat me nie
oet doen. Kunt
m
ik
t
a
w
t
ie
n
t
ee
w
me pijn en ik
u me helpen?
Groeten,
Een radeloze Kreeft
Lieve radeloze Kreeft,
Erg vervelend, deze recente ontwikkelingen. Zoals de ervaring leert veranderen veel
mensen wanneer zij een relatie krijgen. Bij de een brengt dat positieve gevolgen voort,
de ander wordt er alleen maar een grotere klootzak van. Ik ga er vanuit dat je duidelijk
hebt laten merken wat je van de situatie vindt, en ik begrijp dat deze signalen niet
beantwoord zijn. Het antwoord op de vraag hoe dit zo gekomen kan zijn ligt redelijk
voor de hand: wanneer bepaalde behoeftes groter worden en diens bevrediging op zich
laat wachten doet dit nare dingen met de persoonlijkheid. Men wordt arrogant, als het
ware wil men zeggen: ‘zie mij eens!’ Maar wees gerust, Kreeft, deze bevrediging maakt
zijn verleden niet beter. Nee, met het oog op het heden maakt de persoon die ik analyseer alleen maar een grotere farce van zichzelf, omdat hij blijkbaar niet weet hoe hij
zichzelf moet zijn. De volgende stap: breng hem bovenstaande eens aan zijn verstand.
Vraag eens op een discrete manier wat zijn kant van het verhaal is. Eens is het tijd dat
mensen hun plaats dienen te kennen. Graag verneem ik het resultaat van je.
Voor nu warme groeten,
Dr. Beers
Column: Dr. Beers weet het beter! • 21
しちょうかく
視聴覚
Muziek: Joe Hisaishi
door: Tom Omes
Tradities zijn er om doorbroken te worden en
daarom openen we deze jaargang niet met Jpop en/of een van de bijverschijnselen daarvan:
beste lezers, de Japanse muziekwereld herbergt
zoveel meer!
We schrijven Japan, jaren 80. Terwijl Ryuichi
Sakamoto de wereld verovert met zijn composities voor Merry Christmas, Mr. Lawrence en
The Last Emperor, opereert generatiegenoot
Mamoru Fujisawa, beter bekend als Joe Hisaishi, nog volledig onder de Westerse radar.
Toch is hij in eigen land dan al enkele jaren
beroemd als vaste componist van de anime die
Studio Ghibli, en regisseur Hayao Miyazaki in
het bijzonder, voortbrengt. Dat is echter op
dat moment al niet het enige. In zijn carrière,
die inmiddels bijna dertig jaar omvat, schreef,
speelde en dirigeerde hij meer dan honderd
langspelers vol. Waar - in dat geval - te beginnen?
Kaze No Tani No Nausicaa (1983) is het
enige juiste antwoord. Laat je vooral niet afschrikken door het synthesizergeweld dat sommige nummers herbergen, maar geniet van de
prachtige suites die de klassiek geschoolde Hisaishi met groot orkest opnam. Echter, wanneer
Hisaishi voor een bepaalde stijl kiest bij een film
biedt dit geen enkele garantie voor toekomstig
werk. Zo bleek bijvoorbeeld bij Tonari No Totoro (1987), een film die hij vrijwel geheel van
elektronische muziek voorzag.
Miyazaki zou echter niet de enige filmmaker blijven die dankbaar gebruik maakt van
Hisaishi’s diensten. De andere rode draad in
zijn carrière wordt gevormd door de films van
22 • Muziek: Joe Hisaishi
Takeshi ‘Beat’ Kitano. Waar Hisaishi bij anime
kiest voor muziek die erg trouw is aan de film,
kenmerken de soundtracks die hij voor Kitano
schreef zich door sferische muziek die weinig
op hebben met wat zich op het scherm afspeelt.
Zo weinig zelfs, dat Kitano hem na elf jaar en
zeven films resoluut opzij zette. Desalniettemin
zijn Kids Return (1996) en Dolls (2002) goede
voorbeelden van Hisaishi’s andere muzikale
kant.
Vooralsnog is Hisaishi - alhoewel ondergetekende sterk van mening is dat zijn werk de
helft van de films die het begeleidt vormt - nog
steeds akelig onbekend in Europa. Ondertussen
breidt hij zijn werkterrein wel degelijk uit: hij
is bijvoorbeeld de eerste Japanner die in Korea
een muziekprijs won.
Joe Hisaishi: grensoverstijgend en van muzikale wereldklasse.
Acteur: Ken Watanabe
Je kent hem misschien als Lord Katsumoto
(The Last Samurai, 2003), of de Chairman uit
Memoirs of a Geisha (2005), maar recentelijk
was deze acteur te zien in blockbuster Inception
als Saito. Naast meer rollen in Westerse films
als Batman Begins (2005) en Letters from Iwo
Jima (2006) heeft hij in veel Japanse films zoals Tampopo (1985) en Welcome Back, Mr. McDonald (1997) gespeeld.
De nu 51-jarige acteur kreeg pas in 2006
zijn eerste hoofdrol in Memories of Tomorrow en won hiermee verschillende Best Actorawards na al meerdere malen genomineerd te
zijn voor zijn bijrollen. Naast films doet Watanabe ook toneel en dramaseries.
De man is echter van nog meer markten
thuis, wat bleek uit publicatie van zijn autobiografische boek Dare? Who am I? (1997), waarin
hij open vertelt over zijn ziekte Hepatitis C.
~ Melissa Costa
Game: Taiko no Tatsujin DS 3
De arcadehalfavoriet van menig Japanner
werd al twee keer eerder uitgebracht op de
Nintendo DS. Het geboekte succes wil ontwikkelaar Namco nu verder zetten met deel drie,
genaamd Taiko no Tatsujin DS: Dororon! Youkai Daikessen!!. Na het experimenteren met
een éénspelermodus in het vorige deel, word je
nu getrakteerd op een volwaardige role playing
game met ieders favoriete trommel in de hoofdrol. Het mag dan misschien wel niet zo duren
zijn als het gemiddelde Final Fantasy-avontuur, maar toch blijft het een amusant avontuur.
Verder zijn alle klassieke modi weer aanwezig,
nu met een nog breder scala aan klassiek, Jpop, game- en anime-muziek. Dus de hoogste
tijd om je DS weer aan de oplader te leggen!
~ Guan van Zoggel
Ontwikkelaar:
Uitgever:
Platform:
Verschenen:
Genre:
Namco
Namco
Nintendo DS
1 juli 2010 (alleen Japan)
Muziek/ritme-game
Media: Ken Watanabe & Taiko no Tatsujin DS 3 • 23
しちょうかく
視聴覚
In Memoriam: Satoshi Kon
door: Guan van Zoggel
1963-2010
Onvoorspelbaar, was-ie. Zo ook zijn plotselinge
overlijden op 24 augustus 2010, slechts drie
maanden na het constateren van kanker aan
zijn alvleesklier. We blikken terug op het leven
van belangrijk man, wiens faam dat van Hayao
Miyazaki niet heeft mogen evenaren, maar
wiens belang door niemand in twijfel getrokken
durft te worden.
Satoshi Kon werd geboren op 1963, wat betekent dat hij tijdens zijn middelbare school periode opgroeide met anime als Space Battleship:
Yamato (1974) en Mobile Suit Gundam (1979).
Op zijn negentiende studeerde hij af aan de
Musashino Art University, al begon zijn carrière als mangaka eerder, namelijk met de manga
Toriko (1984), dat hij tijdens zijn collegejaren
getekend had. Het won de tweede plaats bij de
24 • In Memoriam: Satoshi Kon
jaarlijke verkiezingen van uitgeverij Kodansha,
wat voor Kon een perfect opstapje was naar
het bedrijfsleven. Hij mocht samenwerken met
grote namen, zoals Mamoru Oshii en zijn idool
Katsuhiro Otomo.
Als regisseur debuteerde Kon met Perfect Blue (1998), gebaseerd op de gelijknamige
roman van Yoshikazu Takeuchi. Hierin werden
drie belangrijke elementen uit het boek (idool,
horror en stalker) gecombineerd met een stijl
waar Kon heer en meester in is, namelijk de
grens tussen fantasie en realiteit doen laten vervagen. Een ijzersterk debuut van Kon.
Hoewel hetzelfde budget voor zijn
tweede film werd uitgetrokken, wist Millennium Actress (2002) haar voorganger zowel kritisch als financieel te overtreffen. De film draait
om een gepensioneerd actrice, die na haar succesvolle hoogtijdagen op het witte doek opeens
uit de publiciteit verdwijnt. Het vervagen van
fantasie en realiteit wordt in deze film naar een
nog hoger niveau getild, mede doordat vierde
muur doorbroken wordt, wat de kijker constant
verrast en in verwarring houdt.
Al in het jaar erop verschijnt Tokyo Godfathers (2003), dat ondanks de serieuze thematiek luchtig is uitgevoerd en daarmee in contrast staat met met Kons eerdere werken. Drie
merkwaardige daklozen ontdekken een verlaten baby op Kerstavond en besluiten op zoek
te gaan naar de ouders. Het trio bestaat uit een
alcoholverslaafde zwerver, een homoseksuele
travestiet en een meisje dat van huis is weggelopen – gegarandeerd lachwekkende situaties.
Met Paranoia Agent (2004), een animeserie van dertien afleveringen, hervat Kon zijn
eerdere stijl en voegt hieraan een laag van so-
ciale problematiek toe. Volgens hem is de serie
een creatie van ongebruikte ideeën die niet in
zijn eerdere projecten pastten, maar wel aan de
kijkers overgedragen zou moeten worden.
Paprika (2006), gebaseerd op het gelijknamige boek van Yasutaka Tsutui, stond eigenlijk gepland als opvolger van Perfect Blue, maar
is destijds wegens externe financiële problemen stopgezet. Na jaren van voorbereiding en
productie verscheen de film dan eindelijk in
2006 in de bioscopen. Ook in Paprika speelt de
wisselwerking tussen dromen en realiteit een
belangrijke rol, deze keer in de vorm van een
nieuwe psychotherapie waarbij met een mentale ziekte geholpen worden door middel van
dromen analyzeren.
Sinds het ongekende succes van Paprika heeft Kon zich relatief rustig gehouden.
In 2007 was hij een van de mede-oprichters
van Japan Animaton Creators Association, of
JAniCA. Samen met Mamoru Oshii, zijn voormalige werkgever ten tijde van Patlabor 2:
The Movie, en Makoto Shinkai maakte hij
Ani*Kuri15, een productie voor NHK Television. Zijn bijdrage bleef echter beperkt; alleen
het korte Ohayou (2007) kwam van zijn hand.
Waarschijnlijk werkte hij op dat moment in gedachte al aan zijn volgende film,
The Dream Machine (2010). Helaas zou hij de
voltooiing van de film niet mee mogen maken. In
mei 2010 constateerden doktoren alvleesklierkanker, aangevuld met het bedroevenswaardige
bericht dat hij nog slechts een half jaar te leven
had. De keuze voor Kon was gauw gemaakt: hij
wilde het resterende beetje leven niet werkend,
maar samen met zijn vrouw doorbrengen. Tot
ieders grote spijt bleek de indicatie van en half
jaar een ruime schatting en met slechts 46 jaar
achter de rug overleed hij op 24 augustus 2010.
“If you excuse me, I’ve got to go now.”
– Satoshi Kons laatste woorden
In Memoriam: Satoshi Kon • 25
じんじらん
人事欄
Column: een Barbaar over China
door: Tom Omes
Tom is derdejaars Japanoloog en kijkt met een kritische blik naar de werkelijkheid. In zijn column komen zijn leven en de harde realiteit bijeen, vaak in het kader van Japan en Nederland.
Tussen avondeten en koffietijd zit bij vele inwoners van dit land vaak een moeizaam te overbruggen uurtje. Wat doen bijna één miljoen
Nederlanders dan? Die kijken naar De Wereld
Draait Door. Met deze keer de grootste boekenbeurs ter wereld in China, die volgend jaar het
thema ‘Nederland’ kent.
Ter ere van dit heuglijk feit werd hier op
een boekenbeurs in de Amsterdamse Westergasfabriek vast bij stilgestaan. Reden te meer
voor de ‘Jakhalzen’ - zogenaamd vlotte interviewers met rode stropdassen die enorm de
vaart uit het verder oh-zo-snelle programma
halen – om daar journalistiek te bedrijven. Na
een Chinese gast onomwonden de grond in
gestampt te hebben om haar Nederlandse uitspraak werd de microfoon bij Adriaan van Dis
in het gezicht geduwd. Die wist daar wel raad
mee.
Wild gebarend en klanken uitstotend
imiteerde Van Dis in een ultieme poging tot lolligheid het Mandarijn. Boer Bertus zou het er
met de menukaart van de plaatselijke afhaalchinees beter vanaf brengen. Lieve hemel, wat
bleek de titel van zijn boek Een Barbaar in China (1987) ineens toepasselijk. Anderzijds maakt
deze wetenschap de situatie des te pijnlijker,
aangezien je van iemand die een literaire reisgids over China schrijft – of was dat plagiaat?
– mag verwachten dat deze iets zinnigs over dat
went zijn vrouw eenmaal in de week met een
bak dampende foe yong hai. Uiteraard, Japanners komen niet hoger dan het middel van de
gemiddelde Nederlander. Ga zo maar door.
Schrijnend is dat dergelijke stereotyperingen niet eens grappig bedoeld zijn. Laatst, bij
een bezoek aan de kapper – en nee, daar worden inderdaad geen hoogdravende gesprekken
gevoerd – kreeg ik de vraag wat ik studeerde.
‘Japans? Ja ik ben zelf toch zó gek op Chinees,
heerlijk, Chinees!’
Ander voorbeeld dan. Elke zaterdagochtend heel flauw ‘ni hao’ toegeroepen worden
door je werkgever is voor iemand die zich bezighoudt met Japan al een op zijn minst aparte
ervaring, maar na teruggekomen te zijn uit
Tokyo hoop je op meer dan ‘en, hoe waren de
Olympische Spelen van dichtbij?’ Lange stilte.
‘Die waren toch daar?’
Een garantie voor stomme vragen is het
in de trein openslaan van boeken met kanji
op de omslag. Of aan de binnenkant, want
Nederlanders kijken immers altijd schaamteloos mee bij diegene die naast hen zit. ‘Wat is
dat dan voor spijkerschrift?’, klinkt het dan,
bijna verontwaardigd. Dat, mevrouw, zijn nou
dwergenrunen. Nou goed? En nee meneer de
conducteur, dat is niet de menukaart van het
Chinese restaurant in mijn dorp.
Nog leuker is het echter wanneer die
land te melden heeft. Helaas, niets daarvan.
Oost-Azië is voor veel mensen hier blijkbaar
een en hetzelfde. Natuurlijk, elke Chinees ver-
rare tekens correct geïdentificeerd worden als
zijnde Oost-Aziatisch. ‘Japan, China, Korea,
dat is toch allemaal hetzelfde? Ze eten allemaal
26 • Column: een Barbaar over China
rijst met stokjes en kroepoek, toch?’ Het loont de
moeite dan een gedetailleerd antwoord te geven. Wist
u, mevrouw, dat de stokjes per land verschillen? Chinezen hebben langere stokjes dan Japanners, terwijl
Koreanen bij voorkeur metalen exemplaren in hun
rijst steken. Bovendien, kroepoek is van origine een
Indonesisch bijgerecht. Laten we het eens omdraaien,
mevrouw. Nederland, België, Duitsland, dat is toch
allemaal hetzelfde? We eten toch allemaal friet met
onze handen?
Het roept vragen bij me op. Om een enorm arsenaal aan redenen – waarvan de belangrijkste altijd
’74 lijkt te zijn, absurd eigenlijk – willen de meeste
Nederlanders in het buitenland toch ook niet voor een
Duitser worden aangezien? Integendeel, als je met de
Franse campingeigenaar in zijn eigen taal een praatje
maakt, onderwijl de tentharingen in zijn gazon jassend, wil je dat hij in de gaten heeft wat voor mondaine, welbespraakte Nederlander je wel niet bent en
zeker geen Duitser die altijd zijn eigen taal spreekt –
om nog maar een misvatting te noemen.
Misschien is het in een land, waar verder kijken dan de neus lang is dikwijls de uitzondering op
de spreekwoordelijke regel vormt, ook wel teveel
gevraagd. Het moet een prettig gevoel zijn om sushi van AH Select naar binnen te werken en niet te
merken dat dit verre is van hoe sushi zou moeten
smaken. ‘Och’, zullen de beleidsbepalers in Zaandam
gedacht hebben, ‘dat proeven ze toch niet’.
En ze kregen gelijk.
Column: een Barbaar over China • 27
どうそうかい
かいわ
同窓会と会話
Op de koffie bij: Edith Koopman
door: Ronald Hilhorst
Voor elke editie van de Tatanukiki gaan we op de koffie bij een alumnus die aangesloten is bij de
Alumnikai. De ene keer is het een onbekend gezicht, de andere keer is het misschien wel een docent.
Van wanneer tot wanneer heeft u op het
Arsenaal vertoefd?
Toen ik begon was het Arsenaal er volgens mij nog niet,
maar van 1980 tot 1988. In die tijd duurde de studie nog
zes jaar. Omdat ik student-assistent was en veel baantjes
had om mijn studie te betalen (en een enorme hekel had
aan tentamens doen) heb ik er wat langer over gedaan.
Waarom en wanneer wist u dat u Japans
ging studeren?
Toen ik achttien was heb ik een half jaar in Japan gewoond en gewerkt bij een rozenkwekerij. Omdat ik toen
totaal geen Japans kende, was het moeilijk om goed contact te hebben met de mensen om me heen. Daarom heb
ik toen ik terugkwam besloten om Japans te gaan studeren. Dat heeft toen nog een paar jaar geduurd omdat ik
eerst genoeg geld moest verdienen om te kunnen studeren.
Welke ambities die u toen had zijn nu verwezenlijkt?
Eerlijk gezegd was het mijn enige ambitie om de taal goed
te leren spreken en lezen. Dat is redelijk gelukt, vooral
omdat ik na een studie in Tokyo elf jaar onafgebroken in
Japan bij een Japans bedrijf heb gewerkt. Aan het einde
van mijn studie was mijn grootste ambitie het vertalen
van mooie Japanse literatuur. Daar is het helaas nog niet
van gekomen.
28 • Op de koffie bij: Edith Koopman
Welke docent en/of student staat u het meest bij?
Isabel van Daalen heeft mij als student enorm gestimuleerd. Niet alleen vanwege haar kennis van
Japan en het Japans, maar ook als mens. Ze zat in een hoger jaar, en op een bepaald moment hadden we samen Klassiek Japans vanwege het geringe aantal studenten. Van Miao Ling Tjoa waren
we allemaal een beetje bang, maar aan haar heb ik mijn kennis van en voorliefde voor de Japanse
grammatica te danken. En Professor Boot, voor wie de geschiedenis stopte bij de Meiji Periode,
van wie ik heb geleerd dat je eerst letterlijk en daarna pas “mooi” moet vertalen. En natuurlijk
Erika de Poorter, door wie ik Noh heb leren waarderen. En een Australische professor van wie
ik de naam ben vergeten. Van hem hadden we ook klassiek Japans. Ik herinner me dat hij soms
zo enthousiast was over sommige passages, dat wij daardoor extra gestimuleerd werden om hele
stukken zelf te lezen.
Wat zijn uw dagdromen?
In een klein huisje op Shikoku mooie boeken vertalen en udon, rijst en tsukemono eten.
Wie zijn uw helden?
Wat een gekke vraag. Alle eerlijke, niet-arrogante mensen. Mensen die geen waarde hechten aan
status. Mika, mijn beste Japanse vriendin, die na de diagnose “nog vijf maanden” nog zes jaar intensief heeft geleefd en mij in een brief na haar dood heeft aangespoord om “nu iets moois van het
leven te maken” want “jij bent misschien de volgende.” Eerstejaars studenten die keihard werken
en studeren om hun dromen te verwezenlijken. De Japanse arts die ervoor heeft gezorgd dat ik
nog leef en met wie ik daarna menig kommetje sake heb gedronken. De fietskoeriers in Nijmegen
die bij elk weer gewoon hun werk doen. Of bedoel je een ander soort helden?
Op de koffie bij: Edith Koopman • 29
りゅうがくせい
留学生
Leidse studenten vanuit Japan
door: Aranka Leonard
Beste allemaal,
Welkom bij de eerste ryuugakusei column van dit jaar. Ik ben één van de geluksvogels die komend jaar mag doorbrengen in het land waar wij allemaal van dromen.
Voor ons Nagasaki-gangers begint het ryuugakusei-leven komende week
pas volop. Dan moeten we ons registreren bij het stadhuis, gaan we op zoek naar
een mobieltje en kunnen we hopelijk een internetaansluiting voor in onze appartementjes regelen. Daarnaast beginnen dan onze eerste lessen en gaat iedereen op
zoek naar een club. Echte ervaringen kan ik dus nog niet echt met jullie delen.
Wel kan ik jullie een blik op Japan gunnen door de ogen van iemand die
hier pas voor de eerste keer is, een ervaring die voor velen van jullie hopelijk nog
op het programma staat en voor anderen misschien al lang verleden tijd is. Dit zijn
in ieder geval enkele dingen die mij tijdens mijn dagen in Tokyo en de eerste paar
dagen in Nagasaki opvielen:
•
•
•
•
•
•
•
Bijna alle plastic zakjes worden onder het handvat met een stukje plakband
dichtgeplakt.
Op straat stinkt het op de meest random plekken.
Er staan zelfs begroeters/proppers bij McDonalds.
Door het – in vergelijking met Nederland – hoge chloorgehalte in het water
wordt douchen af en toe een enigszins dubieuze ervaring; ben je nu lekker fris,
of stap je net uit een zwembad?
Het straatbeeld is schoon en opgeruimd, totdat je naar boven kijkt. Elektriciteitskabels netjes wegwerken is Japanners onbekend.
Japanners combineren sportschoenen met alles.
Japanse vrouwen kunnen niet op hakken lopen, maar toch doen ze dit massaal.
Dit zijn slechts enkele dingen die mij opvielen hier. Er zullen er ongetwijfeld nog
veel meer gaan komen, en veel dingen zullen me ook gewoon worden. Toch hoop
ik dat ik me nog even wat langer kan verbazen over dit heerlijk tegenstrijdige land,
en dat wij jullie met onze komende verhalen maar vreselijk jaloers mogen maken!
Veel liefs uit Nagasaki,
Aranka Leonard
30 • Ryuugakusei: Aranka Leonard
Voor de mensen die mij niet kennen is een
introductie op zijn plaats. Ik studeer sinds
2006 Talen en Cultuur van Japan in Leiden.
Op het moment ben ik bezig met mijn tweede
jaar van de MA-opleiding en, als onderdeel
van dat programma, studeer ik nu in Tokio
aan de St. Paul’s University, ook wel Rikkyo
genoemd (立教大学).
De mensen die vorig jaar, al dan niet
sporadisch, de Tatanukiki hebben opengeslagen, zullen zich misschien herinneren dat
ik al eerder een klein stukje heb geschreven
over het MA-programma in Japan. Echter,
doordat ik mij op het moment van schrijven
slechts enkele weken door Tokio heb kunnen
manoeuvreren ontbeerde het stukje de nodige informatie met betrekking tot het eigenlijke MA-programma, wat ik nu aan zal vullen. Overigens, mijn academische ervaringen
hebben dus alleen betrekking op Rikkyo.
Omdat ik als MA-student naar Rikkyo ben gekomen ben ik in Rikkyo een ‘graduate student’ (大学
院生). Behalve dat de titel ‘daigakuinsei’ altijd mooie reacties bij mensen losmaakt zitten er ook nog
daadwerkelijke voordelen aan. Zo kan je bijvoorbeeld veel meer boeken lenen bij de bibliotheek.
Overigens weet ik niet precies hoeveel maar ik ben nog niet tegen het limiet aangelopen, en zijn er
veel aparte ruimtes gereserveerd voor de graduate studenten.
Bovendien kan je, mits je Japans toereikend is, meedoen aan colleges samen met Japanse
graduate studenten. Ik volg nu zelf twee van die colleges en de hoeveelheid werk is beduidend groter
dan de taalcolleges. Ik durf te stellen dat de een week van een enkel graduate college meer werk is
dan een heel semester aan taalcolleges. Vanzelfsprekend merk je ook dat je taalvaardigheid sneller
vooruit gaat bij die colleges dan bij de taalcolleges. Ik kan mensen dan ook aanraden om zoveel mogelijk inhoudelijke colleges te volgen, of die in ieder geval voorrang te geven boven de taalcolleges.
Echter, het is natuurlijk niet alleen maar studie in Tokio. Er is zoveel te doen in Tokio dat het
soms moeilijker is je op de studie te richten dan in Leiden. Bovendien organiseert de circle waar ik
bij aangesloten ben in Japan, IFL, veel leuke dingen en het overgrote deel van mijn Japanse vriendenkring komt dan ook uit die circle. Het is dan ook met die vriendenkring dat er veel cafés, clubs en
andere gelegenheden worden aangedaan en we Tokio toch wel met enige regelmaat veilig maken.
Floris van Exter,
vanuit Tokio
Ryuugakusei: Floris van Exter • 31
じんじらん
人事欄
Column: Masterstudente Diana
door: Diana Kuijpers
Diana heeft afgelopen jaar haar bachelor-diploma in de wacht gesleept en is dit jaar begonnen aan
haar master. In haar column vertelt ze over de master en hoe het is opnieuw eerstejaars te zijn.
In september 2007 begon ik aan de BA Talen en
Culturen van Japan in Leiden, net vers van het
Atheneum. Naast het feit dat ik vanuit Brabant
naar het westen van Nederland moest verhuizen, stapte ik ook een geheel nieuwe wereld in:
de wereld van Japan.
Na anderhalf jaar hard studeren kreeg ik
in april 2009 de kans naar Tokyo te gaan samen
met dertien anderen via het Tokyo Pilot Programme. Aan het Japan-Nederland Instituut,
daar het Nichiran Gakkai (日蘭学会) in Ginza
kregen we drie maanden lang elke dag college
in het Japans, plus een Material Culture college, waarvoor we ook zelf op onderzoek moesten gaan in Tokyo. Toen ik eenmaal terug was
in Nederland wist ik het zeker: in de toekomst
wilde ik weer naar Japan.
De MA Japanese Studies, de doorstroommaster van de bacheloropleiding, biedt
deze mogelijkheid. Deze MA duurt twee jaar en
in het eerste heftige en zeer intensieve semester
word je klaargestoomd voor het jaar dat je in
Japan zult doorbrengen; in april het jaar erop
(voor mij dus april 2011) vertrek je naar Japan
om zo’n twaalf maanden volgens de Japanse
academische kalender — dus van april tot april
— aan een Japanse universiteit door te brengen.
Ik wilde echter niet alleen voor dat ingesloten jaar de MA doen; ook dankzij het intensieve taalprogramma van het eerste semester—en uiteraard het jaar Japan — kan ik mijn
niveau Japans hopelijk verder tillen tot het
gewenste niveau.
32 • Column: Masterstudente Diana
13 september was het zover. Na een lange
vakantie, geheel nodig na drie jaar zwoegen bij
de BA, was het tijd voor de Master. Op de introductiebijeenkomst zagen we elkaar, de MAgroep van 2010-2011, voor het eerst. Het uiteindelijke aantal van MA-studenten is achttien,
waaronder maar twee internationale studenten.
Zij begonnen zonder verwachtingen aan
het programma, voornamelijk nog bezig met
het settelen in het regenachtige Nederland,
terwijl de uit Leiden afkomstige ‘doorstroomstudenten’ met allerlei horrorverhalen over het
eerste MA-semester in hun achterhoofd van
start gingen.
Foto: André van der Linden
Al voor de eerste week hadden we twee testen,
de zogeheten ‘Placement Tests’, om ons niveau
the bepalen. Niets om voor te vrezen voor de
Leidse studenten, aangezien het hier slechts om
groepsindelingen ging, en niet om of je wel of
niet naar de MA mocht doorstromen.
Toch zorgden de geschreven test—begrijpend lezen en grammaticale oefeningen—en
met name de conversatietest voor enige zenuwen hier en daar.
Hoewel de eerste collegeweek voornamelijk
bestond uit introducerende colleges, logen het
leeswerk en de web posts voor de week erop er
niet om. Ook het Japans is veel en veel inten-
siever: elke week hebben we vier keer taalcollege, dus elke dag een ‘blokuur’. Deze colleges
gebruiken echter niet maar één boek; omdat
elk college een ander taalelement behandelt —
lezen, discussie, presentatie, schrijven — is er
voor elk taalcollege ander materiaal en, je raadt
het al, ander (en veel) huiswerk. Uiteraard zijn
alle taalcolleges in het Japans en behalve in de
pauzes kom je amper aan Nederlands of Engels
toe.
Meteen de eerste week kregen we ook
een schrikmomentje: het bleek dat we al op vrijdag de zeventiende september een bijeenkomst
hadden over onze plaatsing aan een Japanse
universiteit. Er werd verwacht dat je dan kon
vertellen in welke stad en aan welke universiteit
je wilde studeren en dan vooral waarom. Leuk
zou je zeggen — is het ook — maar zo gauw je
beseft wat dit betekent en waar dit allemaal om
gaat, zo even tussen de bedrijven door, is het
wel even spannend!
Inmiddels zijn alle MA-studenten geplaatst, bijna allemaal bij de universiteit van
hun eerste keuze. Ikzelf ben geplaatst aan Sophia University, of Jōchi Daigaku (上智大学),
te Tokyo, de stad waar ik dus al drie maanden
doorgebracht heb in mijn tweede BA-jaar. Eén
andere MA-student zal met mij naar Sophia
gaan en zeven anderen zijn ook in Tokyo geplaatst; de overige studenten zullen in Kyoto en
Kobe gaan studeren. Nu kan het hele, zeer extensieve administratieproces beginnen tussen
alle huiswerkbedrijven door!
Column: Masterstudente Diana • 33
かんこく
한국
door: Emily Maas
Ch’ingu: Hangŭl
Emily doet eerstejaars Koreanistiek en Engels. In elke editie van de Tatanukiki vertelt zij over een
interessant, merkwaardig of gewoon leuk aspect uit de Koreaanse cultuur.
안녕하세요!
Hangŭl is het Koreaanse alfabet. Het is ook een
uniek alfabet, want normaliter komt een alfabet tot stand door tekeningen die uiteindelijk
letters zijn geworden of door het overnemen
van een ander alfabet en daar een variatie op
te maken. Hangŭl is een uitgevonden fonetisch
alfabet waarmee je woorden vormt door met de
letters lettergrepen te vormen. Ik ga in dit artikel de basisprincipes van hangŭl uitleggen.
Hangŭl is ontwikkeld in de 15de eeuw.
Voor hangŭl schreven de Koreanen met Chinese logogrammen die zij hanja noemen. Alleen
geleerde mensen konden hanja lezen en schrijven. De logogrammen waren niet ideaal om de
Koreaanse taal mee vast te leggen, in teksten
wordt een combinatie van de betekenis van een
logogram gebruikt en de fonetische klanken van
het logogram. Koreaans is net als Japans poly-
34 • Ch’ingu: Hangul
syllabisch, oftewel: beide gebruiken in tegenstelling tot Chinees veel lettergrepen.
Vrouwen, kinderen en ongeschoolde mensen
waren niet in staat om hanja te lezen. Daarom
gaf Koning Sejong in de vijftiende eeuw de opdracht om een alfabet te ontwikkelen die de
klanken van de Koreaanse taal kon vastleggen
en die vrouwen, kinderen en ongeschoolden
ook konden gebruiken.
De elite was niet blij met hangŭl, omdat
het kunnen lezen van hanja hen status gaf. In
1504 werd het gebruik van hangŭl zelfs verboden en zelfs tot,de Tweede Wereldoorlog
werd hangŭl zelden gebruikt. Na de Tweede
Wereldoorlog werd Korea zelfstandig en was
hangul het officiële Koreaanse schrift.
“A wise man can acquaint himself with
them before the morning is over; a stupid man
can learn them in the space of ten days.” Hangŭl
is vrij snel te leren en telt maar 24 letters, 10
klinkers en 14 medeklinkers. Telkens zie je drie
vormen terugkomen: een punt of streep naar
boven gericht, dit staat voor de hemel; een horizontale streep voor de aarde; en een verticale
streep, wat voor de mens staat.
Je ziet het alfabet op de volgende bladzijde. Als je naar de afbeelding links kijkt zie je
dat de medeklinkers (consonanten) lijken op de
beweging die je mond maakt als je ze uitspreekt.
Woorden in hangŭl schrijf je met lettergrepen.
In principe stop je de letters in een hokje. Normaal gesproken hoor je dingen niet in hokjes te
stoppen maar in het geval van hangŭl wel.
Laten we het woord ‘leeuw’ schrijven, dat in het
Koreaans ‘saja’ is: ㅅㅏㅈㅏ . Dat zijn de letters die je nodig hebt om saja te schrijven, maar
dit is niet een correcte manier van schrijven. Je
gaat de letters dus in een vierkantje stoppen.
Zonder vierkantjes krijg je dus 사자.
Dit is een simpel voorbeeld om te schrijven, je kunt namelijk ook meer dan twee letters
in een vierkantje stoppen. ‘Annyeong-haseoyo’
betekent hallo en hier zie je dus dat er meerdere
letters in een vierkantje gaan: 안녕하세요
Een van de regeltjes is dat je een woord
nooit met een klinker mag laten beginnen dus
in het geval van een klinker wordt er een ㅇ
geplaatst: een stille medeklinker. Twee letter
in een lettergreep is ook onmogelijk (op de gecombineerde y- en w- klanken na), dus in dat
geval begin je aan een nieuwe lettergreep.
Denk je dat jij je naam in hangŭl kan
schrijven?
Leuk weetje: Koreanen zijn erge trots op hun
alfabet. Er is zelfs een heuse hangŭl-dag, in
Zuid Korea wordt deze gevierd op 9 oktober en
in Noord Korea heet het de Chosun gul-dag en
wordt het pas op 15 januari gevierd.
Ch’ingu: Hangul • 35
ちゅうごく
中國
SVS: Tanuki en Tian Long
door: Daniëlle Drost
Daniëlle is tweedejaars Sinologe en hoofdredacteur van de Krant met Karakter, de journal van
Sinologie. Zij verzorgt teksten over China die Japanologen/Koreanisten ook kunnen begrijpen
Zijn illusie zou nog enigszins aan kracht kunnen toenemen als een van die bladeren die de herfstwind door de lucht liet razen maar in zijn kooi zou vallen. Tijdens de zomermaanden had de boer
op allerlei plaatsen in het bos vallen gezet, die hij steeds zonder moeite had kunnen ontwijken.
Zijn voorzichtigheid had echter niet lang op de voorgrond mogen blijven, want nu, na een half
jaar, had de hem zo kenmerkende arrogantie alle ruimte weer ingenomen. Voor het voorgevoel
was geen plaats geweest, met als resultaat dat hij sinds de zon was opgekomen in de kooi worstelde om zichzelf te bevrijden. Zelfs een simpele goudstuk-illusie zou hij nu niet kunnen opbrengen.
Misschien was het beter zich een moment te gunnen waarin zijn krachten konden opladen, om
straks opnieuw te proberen zijn mensengedaante aan te nemen. Het snelle ritme in zijn borstkas, de
beten van de teken die zich in zijn huid hadden vastgebeten en de regen die zijn vacht had doorweekt
deden hem van vermoeidheid op de vloer ineenzakken. Hij stonk ook. Opeens werd hij verward
door de frisse lucht die zijn oren platdrukte. De klap op zijn hoofd voelde bijna als een verlossing.
Uitbundig was zijn vrouw geweest, toen hij met de Tanuki was aangekomen vanmiddag. Chika
was een beeldschone, maar bijgelovige vrouw en hij had haar destijds niet geloofd toen ze zei dat
er soms een Yokai langs hun huis liep. Tijdens de lente had hij zijn sceptische houding tegenover
de door hem zo genoemde ‘volksverhalen’ van zijn vrouw moeten bijstellen. ’s Avonds op het Setsubun was er een groot feest georganiseerd door zijn beste vriend Taiki. Op dat feest had hij lang
staan discussiëren met een oude kennis, waardoor hij de vreemdeling met het felle witte haar niet
had opgemerkt.
Het was Taiki die had gezien hoe zijn vrouw, duidelijk dronken van de sake, richting het bos
was gelopen met de vreemdeling. Hij had haar net op tijd kunnen bereiken. Voor zijn ogen was
het naakte mannenlichaam in een wasbeer veranderd en vervolgens de nacht in gerend. Wat
een enorme testikels had die man gehad. Chika zei dat de verleider een Tanuki was en dat ze
nu in zijn ban zou zijn totdat het wezen door hem verdronken zou worden. Diezelfde nacht
nog merkte hij de consequenties van het gebeuren. Zijn vrouw had zich om middernacht wild
op hem gestort, om hem pas na twee uur -waarin ze hem helemaal uitgeput had- te laten slapen. Zijn vrouw lag toen echter nog steeds grommend in bed. Chika bleek ook na die nacht
onverzadigbaar. Hij was er toen steeds meer in gaan geloven dat zijn vrouw inderdaad in de
ban was van de Yokai. Inmiddels waren ze beide opgebrand aan het raken, ondanks dat ze
hun ritme zo goed mogelijk probeerden aan te passen aan de verplichte nachtelijke activiteit.
Chika lag nu te rusten, maar voordat ze was gaan slapen had ze hem op het hart gedrukt het
36 • SVS: Tanuki en Tian Long
wezen vanavond nog te verdrinken. Takashi wilde het niet toegeven, maar het stoorde hem dat
dit wezen zijn vrouw had kunnen verleiden. Er was ook nog iets van zijn oude sceptische houding
overgebleven, die ervoor zorgde dat hij naar de hoek van de kamer liep. Voor de kooi stopte hij en
hij vroeg, zittend op zijn hurken: ‘Hoe oud ben je?’, ‘Hoe duur is het?’ negeerde de das zijn vraag.
‘Hoeveel kost mijn leven? Noem je prijs.’
Takashi keek in de zwarte ogen en voelde een tinteling bij de huid rond zijn wenkbrauwen. Plots
vielen zijn oogleden dicht. Dat wezen probeert me te hypnotiseren! schoot het door Takashi’s
hoofd. Snel schoof hij zo goed en kwaad als het ging van de kooi vandaan. De Tanuki verloor op
hetzelfde moment zijn bewustzijn en de verschrikte boer kreeg zijn ogen weer open. Alvorens het
beest een metalen band om zijn nek om te doen gunde hij zich eerst een minuut om zijn hartslag
weer onder controle te krijgen. Vervolgens stopte hij de bewusteloze Tanuki in een juten zak.
De wateren werden sinds het einde van de 14e eeuw steeds drukker bevaren met Japanse schepen
die naar China voeren om te helpen in de strijd tegen de piraterij. Long zag de boten vanuit haar
woning aan met een mengeling van tegenzin en trots. Ze hoorde bij China, of China hoorde bij
haar, maar ze had zich gevestigd op deze plek omdat ze zich enkele decennia wilde terugtrekken.
Ze was een waterdraak in een mensenlichaam. Long had gekozen voor een vrouwelijk lichaam,
omdat ze dol was op de borsten en heupen en het stemgeluid van mensenvrouwen. Ondanks de
koude herfstwind liep ze de hele dag naakt, zodat ze haar nieuwe lichaam kon bewonderen en
eraan kon wennen. Afwezig legde ze haar hand in haar nek en tuurde over het strand naar de zee.
Het vissersbootje trok op de een of andere manier haar aandacht. In de boot zat een man, die op
het punt leek te staan in het water te springen. Of nee, hij haalde een zak tevoorschijn waar iets uit
werd gehaald. Het beest had een spierwitte glanzende vacht, die door de weerspiegeling van het
water nog extra licht leek te geven. Om zijn nek was een metalen band. Haar voeten reageerden
sneller dan haar hoofd. Het zand onder haar voeten werd binnen enkele seconden verruild voor
water. Ze negeerde zo goed en kwaad als het kon de transformatie, want ze wilde geen tijd verliezen.
Tanuki hief zijn hand op en groette haar kort. Voordat hij zijn gezicht aan de onderzoekende ogen
kon onttrekken kon Long de snee zien in zijn linkerwang. ‘Heb ik dat gedaan?’ vroeg ze met een
lach die hem een blik deed werpen op haar scherpe hoektanden. Tan keek naar het vuurrode haar
tegenover zich, om vervolgens haar koude blik te beantwoorden met een grijns. ‘Hopelijk wordt
het een mooi litteken. Zo niet, dan is het altijd nog een interessant verhaal’.
Zelfingenomen hond die je bent, dacht ze. ‘Ik ben je eeuwig dankbaar, kaida.’ zei hij toen. Ze
leek de bijnaam niet storend te vinden. Ze draaide zich om en liep richting het water, terwijl ze
haar jurk over haar hoofd trok. Hij zag hoe de kleur van haar haar zich als een warme gloed verspreidde naar haar gespierde rug en billen, terwijl het lichaam tegelijkertijd schubben kreeg. De
klauwen aan haar voeten vond hij misschien nog wel het meest sexy. Toen draaide hij zich om en
rende terug, richting het bos. Chika zou inmiddels wel weer zin hebben gekregen.
SVS: Tanuki en Tian Long • 37
し
知っているか
Wist-je-datjes?
Wist je dat...
...het Arsenaal ooit ‘de Doelenkazerne’ heette?
...het in 1818 gebouwd is en daarmee dus al bijna tweehonderd jaar oud is?
...deze tijdens de Tweede Wereldoorlog diende als cellencomplex voor Duitsers?
...hierin later een militaire koksschool gevestigd werd?
...deze koksschool in 1980 overgenomen werd door de universiteit?
...tegenover ‘de Doelenkazerne’ in het verleden een bordeel gevestigd zat?
...dit bordeel gerund werd door de gezusters Groenehazen?
...de Groenehazengracht naar deze dames van de nacht vernoemd is?
...de naam van de opleiding niet zomaar ‘Talen’ in het meervoud bevat?
...er vroeger naast Japans ook Ainu gegeven werd?
...er plannen zijn de onjuistheid in de naam van de opleiding bij te schaven?
...de heer van der Putte vroeger met enige regelmaat de slappe lach had?
...noch zijn leerkrachten, noch zijn ouders dit op prijs konden stellen?
...de heer Black referenties naar Eddie Izzard en Little Britain in zijn colleges verstopt?
...Issun-Boushi een gelijknamig personage is in de PS2-/Wii-game Okami?
...die magische hamer uit Issun-Boushi ook in de SNES-game Secret of Mana zit?
...als je zelf nog wist-je-datjes weet, je hiervoor kunt mailen naar journal@tanuki.nl?
38 • Wist-je-dat?
よていひょう
おくづけ
予定表
奥付
Oktober
木 21 - Tanuki-feest: Pirates vs. Ninja’s
日 31 - bezoek Ritsumeikan Keisho High School Amsterdam
LVSJK Tanuki
November
月 1 - bezoek Ritsumeikan Keisho High School Leiden
火 9 - filmavond
木 18 - beroepenavond
Bestuur
Kijk voor de meest actuele agenda op: www.tanuki.nl
ひ
こ
引っ越し?
Ben je verhuisd? Stuur dan even een mailtje naar abactis@tanuki.nl met je nieuwe adresgegevens zodat ons ledenbestand
altijd up-to-date kan blijven. Bedankt!
しゃしん
写真がある?
Heb je zelf nog leuke kiekjes gemaakt tijdens Tanuki-activiteiten en wil je deze delen met de andere leden? Ook deze zijn
welkom via het welbekende bestuur@tanuki.nl!
か
書きたいか?
Wil je ook wat schrijven voor de Tatanukiki maar ben je geen
redactielid? Stuur dan je suggestie naar journal@tanuki.nl en
misschien staat jouw stukje in de volgende editie!
Op de cover:
‘Latern Floating Hawaii’ is de Honolulu-versie van de Japanse ceremonie Tōrō Nagashi. Op de laatste dag van het
Obon-festival laten duizenden bewoners van Honolulu deze
lantaarns ter water ter nagedachtenis aan hun dierbaren die
zijn gesneuveld tijdens een oorlog. Foto: Sannaka-West LLC
Arsenaalstraat 1
2311 CT Leiden
Praeses
Loraine Gilsing
praeses@tanuki.nl
Ab-Actis
Caspar Westelaken
abactis@tanuki.nl
Quaestor & vice-voorzitter
Bas Oostdijk
quaestor@tanuki.nl
Hoofdredacteur
Guan van Zoggel
journal@tanuki.nl
Webmaster
Tom Omes
webmaster@tanuki.nl
Assessor
Joleen Blom
assessor@tanuki.nl
Tatanukiki-redactie
Hoofdredacteur & vormgeving:
Guan van Zoggel
Redactieleden:
Robert Beers
Melissa Costa
Liselore Goossens
Emily Maas
Pim Omes
Tom Omes
SVS-correspondentie:
Daniëlle Drost
Uitgeverij:
Labor Vincit
Colofon • 39
‘s avonds een man...
...‘s ochtends een man
Een Tanuki-activiteit is geen geldige reden om een
college te skippen of te laat te komen! Wees verstandig!
Wees een man!
... of een vrouw.