-
Titel
-
2009-2010 | 6
-
Nummer
-
6
-
extracted text
-
COMMISSIELEDEN
Lena Bounimovitch
Melissa Costa
Liselore Goossens
Martijn Heule
Diana Kuijpers
Carmen Loh
REDACTIE JOURNAL #6
Lena Bounimovitch
Diana Kuijpers
Milan van Berlo
VORMGEVING
Martijn Heule
Carmen Loh
TANUKI
Renzo Goto
webmaster
Martijn Heule
vicevoorzitter, journaleditor
Yori van Hout
praeses
Aranka Leonard
quaestor
Maaike de Vries
ab-actis
CONTACT OVERIGE COMMISSIES
Marco Lambooij
feestcommissie
marco_lambooy@hotmail.com
Renzo Goto
TFC Banzai
renzowg@gmail.com
Sue Mudde
Korea commissie
sue_mudde@hotmail.com
Diana Kuijpers
film en fotocommissie
diana_kuijpers@hotmail.com
Bob Nijkamp
reiscommissie
studytrip@tanuki.nl
2
はじめに
Introductie
De laatste journal van dit collegejaar. Jawel, beste
lezer, I am cry. Daartegenin, het verschijnen van
deze journal luidt voor velen de laatste dag van de
tentamenweek in. Dat is dan weer leuk, maar het
conflict is evident.
Wat hebben we toch van elkaar genoten. Ik spreek
namens mijn commissie als ik zeg dat jullie een
bijzonder lief en zorgzaam lezersbestand vormden.
Zelfs die misselijke etters die bij het ontvangen van
de nieuwe journal direct spelfouten gingen zoeken.
One rove.
Hoewel ik mijn commissie ga missen, ben ik nog
niet in staat mijn verlies onder ogen te zien. Bij
deze stel ik daarom ook hen op de hoogte dat
er voor het aankomende kamp een journal in de
steigers staat. Wat een heerlijke verrassing!
Toch, de laatste officiële journal is een bittere
pil om te slikken. Met veel plezier ben ik het
afgelopen jaar tussen vergaderingen/monologen
door afgekat door mijn commissie en heb ik mij
samen met hen en met dank aan onze vele, vaste
correspondenten ingezet voor een (zo goed als)
maandelijkse, volle TaTanukiKi. Geloof het maar.
Applaus voor mezelf! Martijn Heule
Liselore, Diana, Melissa, Carmen, Martijn (m), Lena
Op de cover
目次
Inhoud
JAPAN
Japan News
Japanse Monsters
Een kasteel in de lucht
Koukleumen
Headbangen
からつし
さがけん
6
9
16
24
TANUKI
20
Tanuki versus SVS - Voetbal
Tanuki versus SVS - Basketbal 21
De Geesteswetenschappen Cup 26
VASTE RUBRIEKEN
De kajuit van de Musketier
Het verhaal van De Schoen
Jocelyn in 長崎
Sebastian in 別府
Gijs in 大阪
Pyke’s Holletje
Dr. Gé
12
22
29
32
33
34
35
38
ANDERE VERSLAGEN
Dutjesdoeners
Interracialisme
8
14
コトバによって表現された人
夏と言えば・・・Dan is het toch
zeker Kyūshū?! Of Okinawa natuurlijk,
maar het zuidelijke hoofdeiland heeft
de zomertoerist veel te bieden. Op het
voorblad staat een deel van 唐津市, een
klein stadje in 佐賀県. Het woord idyllisch
lijkt voor dit stadje te zijn uitgevonden.
Het mooiste is dat er niet eens bergen
en ravijnen getrotseerd hoeven worden
om het te bereiken, aangezien het knus
tussen de prefecturen Nagasaki en Fukuoka in ligt!
3
L
De journalcommissie
even na de zomervakantie. Nadat de commissie de lezer hier een jaar lang haar wel en
wee heeft opgedrongen, is er een band ontstaan. Naast wat deze maand hun pennen
roert, vertellen zij waar je hun muffe schrijversholletjes vanaf september kunt vinden.
Lena Bounimovitch
Melissa Costa
Liselore Goossens
Het zal eens niet zo zijn. Ik
filosofeer wederom over
dingen zoals interracialisme. Een term waarvan
ik dacht dat ik het had
verzonnen. Wat ook een
verzinsel zou kunnen zijn?
Mijn zomervakantie. Die
bestaat namelijk niet i.v.m.
scriptie en loonuren. Ik zou
natuurlijk graag Japan willen opzoeken, maar mijn
bankrekening laat dit niet
toe. Misschien wil vriendjelief mij sponsoren en dat ik
dan in natura terug betaal.
Na de zomervakantie leef
ik hopelijk nog steeds mijn
favoriete lifestyle der Japanologie: niet die van sex,
drugs and rock ‘n roll maar
van sex, sake en Visual
Kei. Ik ben immer te porren voor een leuk concert
van Japanse bands en dan
vooral om er urenlang voor
in de rij te zitten. Ja, dat
vind ik nou genieten. Laat
die zon dus maar komen
en lees dit keer over deze
passie. En-co-re!
Het eind van de vakantie
en Alles Wat Daarna Komt is
nog heel ver weg, maar toch
werden we gevraagd een
beeld te schetsen van hoe
we denken dat ons leven
er dan uit ziet. Heel diep had
ik hier nog niet over nagedacht (de vakantie is tenslotte nog niet eens begonnen!), maar één grote verandering zal er in elk geval zijn:
in plaats van een derdejaars
Japanoloog, ben ik aanstaande september weer
een sjaarsje Engels. Wat
overigens niet inhoudt dat
het Arsenaal van me af is…!
Martijn Heule
Diana Kuijpers
Carmen Loh
Met de winst van de GW Cup
kan ik met een gerust hart
de zomervakantie ingaan.
Tussen de scriptie door
schreef ik als remedie een
verslag Banzai’s grootste
overwinning van het jaar.
Na mijn laatste Japan News
van dit collegejaar volgt een
volgeplande maar hopelijk
ontspannende zomervakantie, en daarna zal het
tijd zijn er echt hard aan te
geloven, één semester lang.
Ik ga de MA van Japans doen
en hopelijk zal ik met de gedachte dat het in april tijd
is om een jaar naar Japan
te gaan dat beruchte eerste
semester goed doorkomen.
Mijn leven na de zomervakantie zal nog steeds in het
teken staan van Japan(s)!
Na de vakantie hoop ik
helemaal uitgerust te zijn
om fris en met vernieuwde
motivatie aan nog een jaar
Japans kan beginnen. Ik kan
misschien wel gaan zeggen
dat ik volgend jaar harder
mijn best zal doen, maar
kijk er al naar uit om weer
goed te beginnen en na
een paar weken weer in te
zakken, opdrachten uit te
stellen en weer dutjes te
gaan doen. Heerlijke dutjes
zoals in mijn artikel van deze
keer staan beschreven.
Na de zomervakantie zou
het zo maar eens de Master kunnen worden. Mijn
Japans wat niveautjes opkrikken en nog een jaar in
Japan vertoeven heeft toch
een aantrekkingskracht die
moeilijk te overtreffen is.
4
De Net-Niet Pagina
Citaten
Lena weigert een uitnodiging:
“Nee, niet vrijdagavond! Dat is salsa- en paalavond!”
Doelman van de tegenpartij tijdens de Geesteswetenschappen Cup:
“Tegen wie spelen we eigenlijk?”
Gaurie:
“TFC Banzai, bitch!”
Interviewer:
“Heb je een boodschap voor de Chinezen?”
Tijmen:
“Kutkakkerlakken! [schaterlacht]”
5
D
Japan News
e laatste Japan News van dit academische jaar alweer – tegen de tijd
dat jullie dit lezen, zijn de laatste
examens al begonnen, trekt de zomerse zon
ons hopelijk massaal naar buiten en lonkt de
wekenlange zomervakantie ons met hier en
daar bezoekjes aan Japan, ook voor de geselecteerde studenten van het nieuwe Yaesu
project. Nog even volhouden!
Het debat rond de militaire basis Futenma
duurt voort. Het plan van ministerpresident Hatoyama om 1000 van de 2500
Amerikaanse mariniers van Futenma naar
Tokunoshima (Kagoshima prefectuur) te
verplaatsen, heeft gestuit op tegenstand
vanuit het Lagerhuis. Een van diens ministers komt van Tokunoshima en heeft gezegd
dat een basis bouwen op het eiland is
‘onacceptabel’ en dat Tokunoshima niet zal
De zomer brengt ons niet alleen strand en meewerken aan dergelijke plannen.
lekker weer (hopelijk), maar natuurlijk ook
het wereldkampioenschap voetbal dat dit Ondanks de drukke onderhandelingen en
jaar in Zuid-Afrika gehouden wordt. En laat pogingen tot het vinden van een geschikte
ons nationale team nou ingeloot zijn met nieuwe locatie, zijn de plannen met de
Japan! Samen met Denemarken en Kameroen afwijzing van Tokunoshima weer terug aan
zijn ze onderdeel van groep E en op zaterdag de basis. Voorlopig is het dus onduidelijk
19 juni treffen Nederland en Japan elkaar wanneer er een beslissing genomen zal
in Dunbar. Op wie zetten jullie je geld in?
worden rondom de kwestie van Futenma.
6
In Japan is er een nieuwe rage: handicraft shops.
Dankzij de voortdurende recessie zijn deze plekken erg in trek bij zowel jongere als oudere klanten. In deze shops kun je allerlei decoratiemateriaal kopen voor je kleding zodat je deze kunt
vernieuwen zonder nieuwe kleding te kopen.
Denk bijvoorbeeld aan stickers, patches die je op
je kleding kunt naaien of strijken en ‘rhinestones’
in de vorm van hartje, vlinders en strikjes. Volgens Yoshio Funato, general manager van een
grote handicraft shop in Tokyo, zijn tegenwoordig ‘handgemaakte dingen cool’ in plaats van
dure merkkleding.
Mensen zijn zich meer bewust van wat ze uitgeven en waaraan. En met 700,000 items te
koop is er een uitgebreid scala aan keus. Deze
shops zijn met name geopend in grote winkelcentra zoals Ginza, Shinjuku en Shibuya in Tokyo.
Middels de zogenaamde puchi deko (petit decoration) campagne waarin Uniqlo kleding werd
getoond met nieuwe opgenaaide steentjes en
opgestreken emblemen promootten de shops
hun bestaan. Blijkbaar is het een groot succes,
want de maandelijkse verkoop is met tien procent gestegen sinds vorig jaar. Een andere reden
is tevens dat de spullen die in deze shops verkocht
worden aantrekkelijk geprijsd zijn; zo worden
emblemen verkocht voor zo’n 500 tot 800 yen.
Steden in heel Japan zijn aan het experimenteren geslagen met hun eigen versie
van de Paris Marche, namelijk markten
waar verse en organische boerderijproducten aangeboden worden in het
weekend en waar boeren en de mensen
uit de stad in direct contact met elkaar komen. Al in september maakten
dergelijke markten hun debuut in negen
steden, waaronder Tokyo, Yokohama,
Nagoya en Osaka met subsidie van het
ministerie die gaat over agricultuur
en visserij. Groot voordeel van deze
markten is, volgens een 31-jarige boer
uit Sanbu (Chiba prefectuur), dat de
boeren nu de kans krijgen hun klanten
te vertellen over het verbouwproces
van de groenten, waar normaal geen
tijd of plaats voor is. Daarbij krijgen
boeren nu een algemeen idee van wat
klanten willen, wat ze daarna dan in hun
productieproces kunnen verwerken.
Tevens hechten de klanten waarde aan
het kunnen zien van de persoon van wie
ze deze producten kopen.
Dat was het voor deze keer. Succes met
de laatste loodjes en wie weet tot volgend jaar! Diana Kuijpers
7
E
Doeners der dutjes
en studentenleven is een druk leven, met deadlines die her en der worden rondgeslingerd door docenten. Studenten, zoals ik, hebben de neiging om dingen uit te stellen
totdat het echt onvermijdelijk is, waarna we de nacht voor de deadline niet slapen en
er alles aan doen om de opdracht af te krijgen. Sommigen van ons besluiten om dan die
dag helemaal niet meer te gaan slapen en zo een normaal ritme aan proberen te houden.
Anderen besluiten juist om een dutje te doen of eerder te gaan slapen wanneer ze moe zijn.
Helaas voor mij, ben ik een dutjesdoener.
De dutjesdoeners zijn in twee groepen op te delen. De eerste groep is het type dat korte
dutjes doet, de zogeheten ‘powernap’, de andere groep is het ‘ik-ga-gewoon-slapen-voor-zolang-als-mijn-lichaam-zelf-slapen-wil’-type. Een kort dutje is te vergelijken met het opnieuw
opstarten van je computer als deze wat trager functioneert, waarna deze weer normaal functioneert. (Als dit niet zo is, wil je er misschien even naar laten kijken). Een lang dutje is meer
als de stand-by functie, waar de computer alleen uit komt als hij lastig wordt gevallen of er
gewoon zin in heeft. (Dit laatste is ’s avonds laat echt eng).
Ik ben lui. Heel, heel, heel erg lui. Doordat ik zo heerlijk lui ben, heb ik niet veel energie nodig
om de dag door te komen en vind ik het verschrikkelijk om naar bed te gaan. Echter, als ik
eenmaal in bed lig, ben ik KO en snurk ik binnen drie minuten. Of in ieder geval, dat was het
geval. Voorheen deed ik nooit dutjes, tenzij ik helemaal kapot was door bepaalde spellen die
ik gewoon moest spelen. Echter, sinds mijn initiatie tot het studentenleven ben ik geworden
tot… een dutjesdoener.
Dit was een gigantische aanslag op mijn leven der slaap. Dutjes werden een routine voor als
ik opdrachten die ik niet wilde doen ontweek, voor wanneer ik mij verveelde of er gewoon zin
in had. Ik kon niet meer onmiddellijk in slaap komen ’s avonds en kon niet slapen voordat de
klok drie uur aangaf. De volgende ochtend moest ik dan vroeg wakker worden voor colleges,
maar als ik eenmaal thuis kwam in de middag ging ik een dutje doen, omdat ik mij moe voelde
en dacht dat ik toch niet productief kon zijn zonder genoeg slaap.
“Och, ik val in slaap als ik deze teksten lees… Ik kan net zo goed slapen, anders ben ik toch
alleen maar tijd aan het verspillen met het staren naar mijn boeken zonder informatie op te
nemen. Als ik een dutje doe, voel ik me herboren en kan ik weer verder! Ja, absoluut! Even
een klein dutje doen is juist goed voor mijn studie. Als ik het niet zou doen, kan ik net zo goed
spelletjes gaan spelen of mijn tijd verdoen op het internet. Nee, ik ben een goede student,
dus ga ik een dutje doen!”
Drie uur later word je wakker en besef je je dat je honger hebt. Het
spreekt voor zich dat je je maag moet gehoorzamen! Dan bevind je
jezelf in de situatie waarin je wacht op dingen om te garen (omdat als
student zijnde je alleen maar magnetronvoedsel of instant noodles eet)
zonder dat je iets aan je werk kan doen, omdat je maag nog steeds al
je aandacht vergt. Na het eten moet je even rusten om je maag zijn
werk te laten doen van het verteren van het eten. In deze fase begint
je lichaam weer moe te worden, dus besluit je een ‘after-dinner-nap’ te
doen. Warm en suf van het eten val je snel in slaap, om slechts wakker
te worden na middernacht.
Ja, na middernacht. Tijden op de klok waar ik te bekend mee ben geworden. De nul waarmee
de uren nu beginnen zijn een indicatie dat het te laat is geworden voor wat voor soort huiswerk
dan ook. Je zou moeten slapen, maar dit blijkt onmogelijk. Het wakker laten worden van je
lichaam wanneer die er klaar voor is en genoeg heeft gerust is de boosdoener. Met je ogen
wijd open en je bed die oncomfortabel voelt staar je naar de klok, kijkend naar de minuten
die langzaam voorbij gaan, hopend dat je binnenkort slaap kan vatten om nog genoeg slaap
te krijgen voordat je wekker afgaat. En naarmate de nachtelijke hemel lichter en lichter wordt
en de zon begint op te komen, is het net alsof de zon je vertelt dat je de hoop kan laten varen.
“Helaas, je bent wakker.” Carmen Loh
8
Japanse Monsters
Elke cultuur heeft zo zijn eigen folklore, en elke folklore
heeft weer zijn eigen bizarre monsters en andere wezens.
In dit artikel licht ik een aantal Japanse monsters uit en zal
ik wat informatie geven over waar ze het meest voorkomen,
hoe ze eruit zien, en wat je vooral wel en niet moet doen
mocht je de pech hebben ze tegen het lijf te lopen, natuurlijk…
Het bekendste Japanse monster is waarschijnlijk de kappa, die zelfs in
de Harry Potter boeken genoemd wordt. Dit waterwezentje, dat vooral
in rivieren leeft, wordt over het algemeen beschreven als groenig van
kleur en met een schubachtige huid, hoewel het volgens andere bronnen
juist een vacht heeft. Zeker is dat kappa’s een holte in hun hoofd hebben,
als een soort kom, gevuld met water waaruit ze hun krachten tappen. Ze lokken mensen, voornamelijk jonge kinderen, naar het water
om ze daar te verdrinken en vervolgens op te eten. Ondanks deze
onprettige eigenschap zijn het echter best vriendelijke wezens, en
van één kappa wordt zelfs gezegd dat wanneer je hem ziet, dat geluk
en voorspoed in je zakelijke leven zal brengen. Tenzij je verdrinkt en
wordt opgegeten, natuurlijk...
9
Andere waterwezens die veel in Japanse
verhalen voorkomen, vooral in de 19e eeuw,
zijn meermensen. Echter niet van het bijzonder
antropomorfe, knappe, Ariël-achtige soort:
Japanse meermensen zijn een stuk monsterlijker
en in sommige gevallen zelfsaapachtig qua
uiterlijk. Voor zover bekend doen ze mensen geen
kwaad, maar zijn ze ook niet bijzonder schuw: er
zijn talloze schetsen en uitgewerkte tekeningen
te vinden en in verscheidene tempels en musea
zijn zelfs ware meermens-mummies te zien!
Ook in de lucht van Japan leven monsters die je
in sommige gevallen liever niet tegenkomt. Een
voorbeeld daarvan zijn tengu, half vogel, half
mens. In oude afbeeldingen hebben ze vaak een
snavel, maar in latere eeuwen is dat veranderd in
een onnatuurlijk lange neus die het belangrijkste
kenmerk van deze wezens is. Hun voornaamste
manier van kwellen lijkt te bestaan uit het bezitnemen van een mens om dan met diens lichaam
anderen lastig te vallen. Vooral boeddhisten en
hooggeplaatste personen zijn vaak de dupe;
worden ze niet bezeten door een tengu, dan gebruikt de tengu het lichaam dat hij wel beheerst
om ze te proberen te verleiden of te bestelen.
Ook verhalen van tengu die in hun eigen vorm
willekeurige monniken oppakken en ergens
anders van grote hoogte weer naar beneden
laten vallen, zijn niet ongewoon. Hoewel in
verhalen van latere eeuwen een onderscheid
wordt gemaakt tussen de ‘slechte’ tengu die het
boeddhisme tegenwerken, en de ‘goede’ die het
juist beschermen, en er ook volksverhalen de
ronde doen waarin mensen een tengu te slim af
zijn geweest, kun je toch maar beter hopen dat
een ontmoeting met deze monsters uitblijft.
Een wezen dat je evenmin wilt ontmoeten, is
de makura-gaeshi. Deze worden beschreven
als grappenmakers, die ’s nachts als je slaapt je
kussen stelen of verplaatsen. Tot zover is het al10
lemaal nog vrij onschuldig – maar daarnaast
heeft het ook de nare gewoonte de zielen van
kinderen te stelen. Gelukkig voor ons alleen
die van kinderen – die overigens ook de enigen zijn die deze monsters kunnen zien; voor
volwassenen zijn ze onzichtbaar – maar erg fijn
is het toch niet. De makura-gaeshi zijn net als
Klaas Vaak uitgerust met zand dat ze in de ogen
van mensen strooien om ze in slaap te krijgen,
maar in tegenstelling tot Klaas Vaak gooien ze
dus ook onze kussens door de war en voeden
ze zich met kinderzieltjes.
Na het water, de lucht en slaapkamers, ook
monsters uit de bergen: satori, een soort
aardmannetjes, hebben een wel erg bijzondere manier om hun slachtoffers te lokken. Ze
hebben de gave om gedachten te lezen, dus
wanneer er mensen voorbij komen, beginnen
ze hardop diens gedachten uit te spreken. De
slachtoffers raken hierdoor totaal in de war –
wie zou er niet in de war raken als je je eigen
gedachten ineens hardop hoort? – en zijn zo
makkelijk door de satori te vangen, waarna die
ze opeten. De beste manier om je tegen zo’n
aanval te verdedigen, is eigenlijk heel simpel en
logisch: je moet je geest volledig leeg maken.
Wanneer je niks denkt, valt er voor de satori
ook niks te ‘lezen’, wat er meestal voor zorgt
dat de wezens uit verveling weer weggaan.
Om af te sluiten tenslotte een monster dat
weliswaar ongevaarlijk is, maar die je desondanks liever ook niet tegen het lijf loopt. De
nuppefuhofu (ook wel nuppeppo genoemd)
is letterlijk niet meer dan een homp vlees.
Maar dan wel een lopende homp rottend
mensenvlees. Over het algemeen hangt het
rond bij begraafplaatsen en verlaten tempels,
maar het wil nog wel eens een nachtelijke
wandeling maken, waarbij het plezier vindt in
mensen de stuipen op het lijf jagen. Niet echt
fijn dus, maar bang hoef je er ook niet voor te
zijn: het ergste wat het doet, is een uur in de
wind stinken. Liselore Goossens
11
D
De Kajuit van de Musketier
e rumoerige tijden van de periode der strijdende staten hadden de Japanse krijgers
omgevormd tot echte slachtmachines en hun faam verspreidde zich door heel Azië
met iedere ontmoeting. Zo had Korea al kennisgemaakt met het invasieleger van
Toyotomi Hideyoshi en moest ook China zich lange tijd weren tegen de aanvallen van
Japanse piraten op zijn kusten. Ook in Zuidoost-Azië drong het besef door dat Japanse
soldaten een groep vormden waarmee rekening gehouden moest worden. Na de totstandkoming van de Pax Tokugawa was er in Japan namelijk niet veel meer te doen voor
de Japanse slachtmachines en sommigen zochten dan ook gretig emplooi bij de westerse
mogendheden die de potentie zagen van deze vechtersbazen. De Verenigde Oost-Indische
Compagnie (VOC) was een van deze mogendheden. Voor de VOC was de aanvoer van
verse manschappen altijd al een probleem geweest, aangezien velen van het overkomend
volk de barre tocht naar de Oost niet overleefden wegens natuurgeweld, gewapende
confrontaties op zee en ziektes als scheurbuik, vlektyfus en de rodeloop. De Compagnie
loste dit probleem op door te vertrouwen op soldaten die ter plekke in Azië konden worden
gerekruteerd. Al heel snel zagen de Hollanders dat Japanse huurlingen voor een gering
bedrag, wat vis en wat rijst maar al te graag bereid waren om ten strijde te trekken. Zo zijn
dezen gebruikt in de Tidore-expeditie, in een aanval op de Banda-eilanden, het beleg van
Jacatra (het huidige Jakarta) en in de laatste veroveringstocht naar de Banda-eilanden.
In het begin waren de Hollanders nog zeer te spreken over de bijdrage die de Japanse
compagnieën leverden. Tijdens de expeditie naar Tidore hadden de Japanners zich net zo
moedig getoond als de Hollandse soldaten, bereikten als eersten de vijandelijke muur en
richtten een bloedbad aan onder de vijand. Gouverneur-Generaal Jan Pietersz. Coen was zo
onder de indruk, dat hij in een rapport aan de Heren XVII schreef dat de Japanse huurlingen
van cruciaal belang zouden zijn, wilde de Compagnie de Spanjaarden van de Molukken en
de Filippijnen verdrijven. Ook bij een aanval op het Portugese bolwerk Macao zouden ze
ongetwijfeld het tij kunnen doen keren ten gunste van de Hollanders. Reden genoeg dus
voor Coen om in Hirado nog een honderdtal van dit soort soldaten te bestellen. Tijdens
de eerste strafexpeditie naar Banda in 1615 wordt melding gemaakt van een Japanse jonk
met een compagnie Japanners, doch een gedetailleerde beschrijving van hun daden op
het Bandanese strijdtoneel en tijdens het beleg van Jacatra moet ik de lezer bij gebrek aan
bewaard gebleven materiaal schuldig blijven. Wat wel duidelijk naar voren komt is, dat bij
iedere gevaarlijke missie het telkens weer de Japanners waren die voor de taak werden
verkozen en een aantal van hen is voor hun bewezen dapperheid rijkelijk beloond.
Echter, deze medaille had nog een keerzijde. Hoe dapper en nuttig ze ook waren op het
slagveld, de Japanners bleken moeilijk onder controle te houden. Sommige Compagniedienaren omschreven de Japanners als lastig en echte kruidje-roer-mij-nieten. Zelfs Jacques
Specx, opperhoofd van de handelspost te Hirado, had al gewaarschuwd dat er een risico
zat aan het bevel voeren over Japanners buiten hun eigen land. Want, zo zei hij, wanneer
ze het gevoel krijgen dat hen onrecht wordt aangedaan in welke vorm dan ook, dan nemen
ze meteen rigoureuze maatregelen. In Japan worden ze door een zeer strenge regelgeving
stevig onder de duim gehouden, zodat ze in eigen land net lammeren zijn, maar leeuwen
daarbuiten.
Een incident liet dan ook niet lang op zich wachten. In 1616 ging een nieuwe lading
Japanse huurlingen scheep in de jonk Fortuyne en eenmaal in Jacatra kreeg hun bevelhebber Kusnoky Itsiemon het aan de stok met Ceyemon, bevelhebber van de compagnie
12
Japanners die met het schip Enkhuyze was gekomen. Op 2 januari 1616 was Itsiemon naar
eigen zeggen ’s morgens vroeg een van de Japanse huizen binnengegaan, alwaar hij Ceyemon
aantrof die daar ‘met eenige Japponders die noch in de coye lagen, was discourerende
ende toback dronck.’ Vervolgens greep Itsiemon zijn zwaard en kapte Ceyemon van achteren neer. Itsiemon zei geheel op eigen initiatief gehandeld te hebben zonder medeweten
van anderen. Verder verklaarde Itsiemon dat hij van Specx het opperbevel had gekregen
over de compagnie Japanners en dat Ceyemon hem niet alleen ongehoorzaam was geweest, maar dat hij ook zijn gezag ondermijnde en probeerde om zelf de leider te worden
over alle Japanners in Nederlandse dienst. Nadat de Hollandse autoriteiten te Jacatra via
Japanse tolken verscheidene Japanners hadden verhoord en alle verhalen grondig hadden onderzocht, kwamen zij tot de conclusie dat de daad van Itsiemon moest worden
beschouwd als een:
enorme moort ende dootslach, welcke na Goddelijcke wet en politique Christelijck
recht, alsoock na de Japanse costuyme selffs, ter plaetse dear men recht ende justitie
is administreerende, niet en behooren getollereert, noch gepardonneert, maer ten
exempel van andre rigoreuselijck na artijckels vermelding dient gestraft te worden.
Op 3 juni 1616 werd Kusnoky Itsiemon dan ook door de Raad te Jacatra veroordeeld tot
‘metten swaerde gestraft te worden, datter doot na volcht.’ Coen schreef Specx daarna dat
de Japanners die hij met de Fortuyne had gezonden een muitziek zootje waren en vroeg of
hij in het vervolg wat beter wilde letten op wat hij stuurde.
Het incident dat het Hollands vertrouwen in Japanse huurlingen definitief teloor deed
gaan, vond plaats op 22 februari 1623 te Ambon. Die avond kwam een zekere Hytieso,
vierentwintig lentes jong, de dienstdoende wacht op de muren van het Hollandse fort aanhoudend vragen stellen over de verdedigingswerken en het garnizoen. Hoeveel soldaten
er waren en hoe vaak er wisseling van de wacht plaatsvond. De wachtpost kreeg argwaan
en arresteerde hem. Hytieso zei eerst dat hij in een baldadige bui was en deze dingen
puur voor zijn plezier wilde weten. De Hollandse ondervragers moesten elkaar ongetwijfeld even met opgetrokken wenkbrauwen hebben aangekeken alvorens ze Hytieso op de
pijnbank smeten. Na een zogenaamd ‘scherp verhoor’ bekende Hytieso dat hij en nog
een aantal andere Japanners door de Engelse kooplieden op het eiland waren benaderd
om samen met hen het fort te veroveren op de Hollanders. Meteen werden de andere
samenzweerders, circa twaalf Japanners en achttien Engelsen, opgepakt en na een paar
uur op de pijnbank zongen ze in alle toonaarden. In het proces dat volgde werden acht
Engelsen vrijgesproken en de rest van de samenzweerders werd ter dood veroordeeld en
geëxecuteerd. Door dit incident waren sommigen de Japanse huurlingen gaan zien als een
soort vijfde colonne, iets wat de Compagnie in die onzekere consolidatiejaren absoluut
niet kon gebruiken.
Voor Coen bleven de Japanse huurlingen echter een welkome aanwinst voor de Compagnie. Hij was dan ook furieus toen de Bakufu in 1621 had verboden dat Japanse soldaten in
buitenlandse dienst zouden werken en dat Japanse wapens zouden worden geëxporteerd.
Rond die tijd werden ook langzaam maar zeker alle sakoku-edicten uitgevaardigd, waardoor alleen de Japanse huurlingen die zich al in Zuidoost-Azië bevonden nog sporadisch
voor de Compagnie zouden werken. Jurre ‘de Musketier’ Knoest
13
Reflectie op “Duo-Penotti, twee kleuren in een pottie..”
I
nterracialisme. Tot sinds kort voor mij een onbekend begrip. Na het googlen van dit
“isme” ben ik erachter gekomen dat het daadwerkelijk bestaat en ik er duidelijk geen
octrooirecht op mocht aanvragen op die ene zaterdag. Dat was toen vriendjelief en ik
hand in hand stil stonden voor een etalage van een warenhuis en naar onze weerspiegeling
tuurden. Nadat ik verdronk in mijn eigen bruine ogen besloot ik eens om het totaalplaatje
te bekijken. Die bruine ogen van hem mochten er ook wel wezen, en wat zijn we toch een
prachtig Oostblok-Aziatisch stel, dacht ik bij mezelf. “Interracialism!” riep ik in het Engels.
“Jazeker, geen Aziaten meer voor mij,” antwoordde hij.
Sindsdien spookt dit begrip door mijn hoofd. Dit komt ook doordat ik aan het worstelen ben
met allerlei theorieën voor mijn scriptie met als onderwerp de interraciale aantrekkingskracht tussen Westerse mannen en Japanse dames. Ik was er ook achter gekomen dat dit
best moeilijk is weer te geven zonder een zekere generalisatie. Tatoeba, Westerse mannen
zijn gewoon smerige oriëntalisten die zelf onaantrekkelijk zijn op de huwelijksmarkt van
hun eigen land en Japanse vrouwen worden gediscrimineerd in het bedrijfsleven, dus
zoeken ze gelijkheid in het buitenland. Als ik dit soort uitspraken als sociale feiten weergeef, dan krijg ik geheid een dikke twee voor mijn scriptie. Dit doe ik dus niet. Wat ik wel
wil doen in mijn voorlopig laatste artikel voor de Tanuki Journal is wat denkvoer geven en
het vieren van interraciale relaties.
Naast het feit dat kinderen van interraciale stellen ongelooflijk mooi zijn, bestaan er
ongetwijfeld andere motieven voor het vallen op iemand die er genetisch anders uit ziet
dan jij. Ik vraag het me af, maken wij die keuzes vanwege een zekere stereotypering?
Bijvoorbeeld, latina vrouwen zijn sensuele, wulpse dieren die met hun passie en temperament een man nooit zouden vervelen. Wordt dit gedacht door heikneuters die nog nooit
in het buitenland zijn geweest en voor het eerst in hun leven een ticket naar Salou hebben geboekt? Stereotyperingen kunnen natuurlijk ook negatief zijn. Een voorbeeld: “Een
Arabische vent? Die slaat je gezicht tot moes. Dadelijk moet je ook zo’n, eh, burka dragen!”
hoorde ik toevallig in de Haagse kroeg X. Dit zei een blonde vrouw met enorme gouden
hoepels in haar oren en een naamkettinkje tegen haar vriendin met veel te dunne wenkbrauwen. Drie maal scheepsrecht, nog een voorbeeld: “Wat? Val jij op Italianen? Die gasten
bespringen echt alles in hun omgeving. Jong, oud, maakt niet uit” was mij ook een keer
verteld. Waarom kunnen wij stereotyperingen niet loslaten in de 21e eeuw N.B?
Het schijnt dat deze noties gewoon vast geroest zitten sinds de koloniale periode waarbij rassentheorieën, biologisch determinisme en dergelijke opkwamen. Je fantasieën en
imago’s van iemand van het andere ras zijn allang bepaald, wordt er gezegd. Hierdoor
wordt het psychologisch lastig voor men om de ander zijn essentie te laten ontstijgen. Of
het hokje waar men anderen in plaatst neer te halen. Want in hokjes denken, dat maakt
de wereld zoveel makkelijker.
14
Volgens de bronnen die ik heb gelezen is er ook zoiets als de essentiële notie van identiteit.
Dit houdt in dat men de wereld vanuit zijn of haar milieu, directe omgeving of identiteit
bekijkt. Dit kan ook inhouden dat alles in men zijn omgeving een kern van waarheid bevat
en deze waarheid als de oprechte essentie wordt beschouwd. Alles wat buiten die omgeving valt, is fundamenteel anders, interessant of misschien zelfs incorrect. Wat interessant betreft, reden om eens iemand van een ander ras te daten? “Ik heb gehoord dat die
Japanse dames…” Heb jij nog nooit zo gedacht, beste Japanoloog, voordat je aan je studie
begon?
Het schijnt ook dat we niet van dit denkkader af kunnen komen. Er zal altijd een zogeheten “wij-zij-verdeling” blijven bestaan op allerlei schalen, want men schijnt een ander te
definiëren vanuit een vergelijking met zijn eigen identiteit. Creatie van een ander a priori.
Heb jij jezelf nooit betrapt op zulke denktranten? Het zou goed kunnen dat jij je schouders
ophaalt naar de troep die uit mijn poezelige vingertjes komt, want in Nederland heerst
nou eenmaal een multiculturele samenleving. Mannen, vrouwen, in alle soorten en maten
aanwezig.
Oeioeioei, controversieel onderwerp. Ik hoop dat er dadelijk geen horde boze mensen met
hooivorken op mij af komt stormen onder het mom van “Wat nou! Ik houd van mijn liefje
vanwege zijn (of haar) prachtige persoonlijkheid!”. Gelukkig maar dat niet iedereen zo oppervlakkig is als ondergetekende. Hoera voor interraciale stellen! Kies eens voor iemand
anders, die een andere haarkleur heeft dan jijzelf. Feest voor blanke chicks en Aziatische
jongens! Hoezee voor andersom! Laten we mooie kinders met unieke genen op de wereld
zetten... (maar niet te snel natuurlijk; behoud je strakke 20+ lijfje). Lena Bounimovitch
15
I
Kasteel in de bergen
n de zomer van 2009 hadden mijn broer Tom en ik de eer om gedurende zeven weken
bij een Japanse familie te verblijven. Samen met vader Takuo, moeder Tomoko, oudste dochter Eri en jongste dochter Hiromi beleefden we het mooiste maar ook meest
wonderlijke eiland ter wereld. Het volgende reisverslag is afkomstig van de weblog die wij
gedurende onze schaarse vrije uurtjes bijhielden.
Om half zes stipt rinkelde de wekker ons tegemoet. Ditmaal stond het Matsumoto-kasteel in de provincie Nagano op het programma. Zoals gepland
reden we (Takuo, Tomoko, Eri, Tom en ik) rond een uur of acht de tolweg
op zodat we nog net konden profiteren van het lage ochtendtarief.
Hoewel het principe tolweg ons als Nederlanders wat vreemd in de oren
klinkt, is de kwaliteit van deze snelwegen uitmuntend te noemen. Dankzij
de tol bezit het wegenbouwkundig bedrijf het kapitaal om fluisterstil asfalt
te leggen en ieder sprietje onkruid vakkundig te verwijderen. Daar komt
nog eens bij dat alleen degenen die gebruik maken van de tolwegen ervoor betalen, en dat je niet zoals in Nederland opdraait voor andermans
rijgedrag. Aldus zoefden wij in een stevig tempo voort, want de Japanse
bestuurder rijdt steevast harder dan de toegestane 100km/u. Omdat iedereen twintig kilometer te hard rijdt, ontstaan er echter geen gevaarlijke
situaties. De politie heeft dan ook wijselijk besloten om weinig tot geen
flitspalen in werking te stellen, omdat het aantal ongevallen in Japan door
het resolute maar hoffelijke verkeer zeer laag is.
Na een voorspoedige reis arriveerden we rond het middaguur in de plaats
Matsumoto, waar het gelijknamige kasteel zich bevindt. De Matsumotoburcht stamt al uit de zestiende eeuw en is recentelijk benoemd tot
nationale schat van Japan. Het is bijzonder dat het originele bouwwerk
er nog staat, omdat veel Japanse kastelen tijdens de modernisatiedrang
van de Meiji restauratie (1868) met de grond gelijk zijn gemaakt. De toenmalige daimyō (kasteelheren) moesten vluchten toen hun bezit werd
geconfisqueerd door de nieuwe centrale regering in Tokyo. Dankzij de
lokale burgerij in Matsumoto werd de centrale donjon van het kasteel voor
de sloop behoed en tegenwoordig schittert de zwarte burcht in alle glorie
zijn bezoekers tegemoet. Het park rondom het kasteel deed de naam Matsumoto eer aan, want het was keurig vol geplant met pijnbomen (Matsumoto betekent ‘oorsprong der pijnbomen’). Vlug doorkruisten we het park
16
naar de ingang van het kasteel, omdat zich daar -zoals in ieder begaanbaar
stukje Japan- al een behoorlijke rij mensen aan het verzamelen was.
Om te voorkomen dat onderin het kasteel een inmens schoenenrek gebouwd
had moeten worden, kreeg eenieder een plastic zak uitgereikt waarin de
uitgetrokken schoenen gedragen konden worden. Behoedzaam werden de
trappen bestegen, omdat ze niet alleen op de lengte van Japanners gebouwd
waren, maar bovendien ook nog op die van Japanners van vroeger. Tom
en ik liepen aldus ietwat kromgebogen door de burcht, maar dit mocht
de pret niet drukken. In tegenstelling tot de rijk geornamenteerde buitenkant was het interieur van de burcht erg sober. Het ongeverfde hout en de
strakke lijnvoering zorgden voor een praktisch interieur dat tegelijkertijd
een lust voor het oog vormde. Ook had men allerhande slimmigheidjes
ingebouwd, om het de vijand tijdens een belegering zo moeilijk mogelijk te
maken. Zo waren er uitstekende stenen aan de buitenkant van de burcht
om een beklimming onmogelijk te maken, trappen zo steil dat ze haast niet
te beklimmen zijn en een geheime verdieping waar de kasteelheer zich
kon verstoppen zonder dat dit van buitenaf gezien kon worden.
Na deze bouwkunst te hebben aanschouwd, was het tijd voor versnaperingen. Van Takuo kregen we een Kitkat die op het eerste gezicht normaal
leek te zijn. Deze Japanse Kitkat was echter voorzien van een laagje peper,
hetgeen gelukkig geen al te scherpe smaak veroorzaakte. Ook voorzag Eri
ons van een aardbei/appel snoepje dat zo apart smaakte dat Tom en ik
het er niet over eens konden worden of we het nu lekker of vies vonden.
Nadat deze snoepjes verorberd waren, togen we naar een soba-restaurant
in de buurt. De soba is een zogenaamde boekweitnoedel en wordt overeenkomstig dit jaargetijde koud verorberd. Hoewel menigeen rilt bij de
gedachte aan koude bami, was dit goedje toch heel goed te eten. Ook
hanteren de Japanners de goede gewoonte om de soba met een luide slurp
naar binnen te werken. Hoe harder de slurp, hoe lekkerder de maaltijd
wordt gevonden.
Omdat we door ons vroege vertrek nog ruim de tijd hadden voor een
bezoekje aan een tweede locatie, reedt Takuo ons naar Utsukushi-ga-hara
. Deze ‘mooie vlakte’ bevindt zich bovenop een berg in de buurt van
Nagano. Tom en ik voelden de bui al hangen: we stelden ons een flinke
wandeling vanaf een parkeerplaats naar de top van de berg voor. Niets
was echter minder waar, want de Japanners waren geen Japanners als ze
de parkeerplaats niet gewoon bovenop de bergtop hadden aangelegd!
17
Hoewel de Japanse cultuur de natuur op waarde schat, moet deze natuur natuurlijk wel
beheersbaar blijven. Zodoende had men de bergtop van een grasveld voorzien en was er
een enorme souvenirwinkel naast verrezen. Deze zaak werd ietwat misplaatst ‘museum’
genoemd, terwijl het toch echt vol lag met schattige knuffels en door lokale bejaarden
geproduceerde kaasjes. Het prettige aan Utsukushi Gahara was dat het een uitstekend
uitzicht bood op bergen die nog geen handje waren geholpen door Japanners en het feit
dat het er een aangename vijftien graden was. Aldus waaiden we lekker uit onder het genot van softijs dat niet alleen erg lekker was, maar er ook nog in slaagde om niet te plakken.
Hierna was het tijd voor de terugreis, die ondanks zware regenval en een korte file toch
nog snel verliep. Onderweg redde Eri ons van eventuele verveling door een woordspel te
lanceren waarbij iemand een Japans woord noemt en de daaropvolgende speler een woord
dat met de laatste syllabe van het voorgaande woord begint. Tom en ik haalden tot dan
toe nutteloos geachte woorden als ‘telegram tarief’ en ‘telefoonbeantwoordertelefoonnummer’ op uit onze vocabulaire die voor heel wat hilariteit aan Japanse zijde zorgden. Na
een maaltijd bij de Katsuya, alwaar we een heerlijke kom rijst met geroosterd varkensvlees
verorberden, was het tijd om zoetjesaan naar bed te gaan om ons voor te bereiden op de
dag van morgen. Een dag waarop we met de familie Tanaka het boeddhisme en shintoïsme
beter zouden gaan verkennen door een tempel en twee schrijnen te bezoeken. Volgende
keer volgt het verslag.
Verder lezen? http://mannenvanomes.blogspot.com Pim Omes
18
Jawel, het lijkt eindelijk een traditie
te gaan worden:
ook dit jaar verschijnt er voor de
tweede keer een jaarboek van jouw
favoriete studievereniging! Gevuld
met een overzicht van alle activiteiten van het afgelopen
jaar; nieuwe verslagen; columns en een smoelenboek staat
het jaarboek dit jaar vol met al het goede des levens van een student Talen en Culturen
van Japan. Dit jaar staat tevens niet alleen garant voor meer inhoud: het jaarboek is tevens
volledig in kleur! Dit betekent jammer genoeg wel dat het boek in gelimiteerde oplage is
gedrukt. Wegens druktechnische problemen is het jaarboek
iets verlaat, maar houd je inbox in de gaten voor verkoopdata, of vraag om meer informatie aan
degene die jou deze journal heeft uitgereikt. Wees er snel bij!
De Jaarboekcommissie
19
Tanuki versus SVS
D
Voetbal
e derby van Leiden. Zo wordt deze wedstrijd in de volksmond, of in ieder geval de
Arsenaalsmond, genoemd. Ik heb het natuurlijk over de voetbalwedstrijd TFC Banzai tegen SVS. Deze altijd zwaar beladen wedstrijd had de afgelopen editie nogal
een wrang smaakje achtergelaten in de monden van de Banzai spelers, in de eerste plaats
doordat we hadden verloren, maar ook omdat de wedstrijd nogal grof was verlopen, wat
zelfs nogal wat licht is uitgedrukt. Daarom hoopten we dit keer op een overwinning en op
een sportieve wedstrijd om de relaties met onze geliefde SVS’ers te verbeteren.
Zoals altijd werd er gespeeld op het vertrouwde USC. Om de wedstrijd te beginnen heb je
natuurlijk 11 spelers nodig wat voor SVS nogal lastig bleek; het duurde in ieder geval nogal lang
totdat iedereen aanwezig was, maar dit kan ook gewoon een psychologisch spel zijn geweest.
De wedstrijd zelf begon Banzai onder leiding van de coach Michiel met een 4-5-1 opstelling
met de punt naar voren en het idee was om gelijk druk te zetten. Het ging echter de andere
kant op. SVS kwam venijnig uit de hoek en speelde gedurfd onder het genot van de blakende zon, die op de gezichten van de spelers scheen. Telkens als SVS de bal had, joelde de
supporters van SVS, wat zeker in hun voordeel werkte. Ondanks dat kreeg Banzai de grootste
kansen in de eerste helft en kon SVS met toch het meeste balbezit niet de score openen.
In de tweede helft na aardig wat geklungel en positionele wissels achterin had SVS weer
het betere van het spel, maar door een plotselinge counter van Banzai, kwam Don in de
scoringspositie en rondde hij het fraai af met zijn linkerbeen in het strafschopgebied. Na
deze goal, waren de sinologen een beetje uit het veld geslagen en raakten een beetje in
paniek. Dit gaf ons weer de mogelijkheid om de score verder uit te breiden, wat dan ook
gebeurde. Geert nam een vrije trap vlakbij de cornervlag en nadat deze niet goed werd
weggewerkt, maakte Don een goede actie en gaf een niet te missen voorzet aan Mattias,
die het koelbloedig afmaakte. Hierna volgde al snel het eindsignaal van de dit keer zeer
sportieve voetbalontmoeting tussen deze twee grootmachten van het Arsenaal. Hierna
hebben we gezellig samen met een deel van de sinologen nog gezellig gegeten en de overwinning gevierd. Renzo Goto
20
Tanuki versus SVS
A
Basketbal
fgelopen maand hebben we weer kunnen genieten van een paar fantastische wedstrijden. Laten we eerst even terugdenken naar het afgelopen semester, toen heeft
Tanuki namelijk gewonnen van SVS met basketbal. Zoiets leek voorheen onmogelijk,
maar toch heeft het Tanuki basketbalteam een overwinning kunnen realiseren. Normaal
gesproken is er maar één wedstrijd per jaar, maar SVS kon het verlies niet accepteren en
dus werd Tanuki uitgedaagd voor een rematch. Ditmaal moest Tanuki de winst behouden.
Het beloofde een wilde middag te worden, de Sinologen hadden zich in grote aantallen
verzameld. Supporters en spelers waren er aan hun kant meer dan genoeg. Onder luid
gejuich werd het team van Sinologie aangemoedigd en sommige Sinologen zaten lekker te genieten van een paar bakjes kapsalon, turkse pizza’s en god weet wat nog meer.
Aanmoedigen kost nou eenmaal energie, misschien zelfs meer dan basketballen zelf!?
Nu vraag je je af, hoe zat het dan bij de Japanologen? Nou, helaas een stuk minder. Het lijkt wel
alsof basketbal veel minder leeft onder de Japanologen. Er was maar één supporter aanwezig
voor het team van Tanuki. Deze eenzame supporter zat op de bankjes naast alle Sinologen
en iedere keer dat Tanuki een paar punten scoorde werd hij enigszins vreemd aangekeken.
Deze solo supporter was als Japanoloog natuurlijk ook nieuwsgierig naar hoe de Sinologen
dachten over het Tanuki team. Ik kan je vertellen dat veel Sinologen twijfelden over de
kwestie of het Tanuki team wel helemaal bestond uit echte Tanuki leden. Verder speelden
een paar van de Tanuki basketballers volgens hen ook “te wild”. Verder was het commentaar vrij mild aan de kant van Sinologie. Eigenlijk zijn ze, tegen verwachting in, gewoon
heel vriendelijk. Waar het uiteindelijk op neerkomt, is dat Tanuki er dit keer wederom
in is geslaagd om te winnen van de Sinologen. Jawel, je leest het goed. Tanuki wint twee
keer in een jaar van het basketballiefhebbende SVS. Hoezee! Ik ben erg benieuwd wat
Sinologie hier volgend jaar aan gaat doen… Tijd voor wat nieuwe tactieken misschien?
Uw eenzame correspondent
21
Het Moment van De Schoen
D
Op stap
e trein rolt puffend vooruit, weg van het station, weg van wachtende mensen
met hun smeulende sigaretje. Ik zit verdiept in de krant, of gedachten, wie zal
het zeggen, te bladeren. Een man worstelt zich met een kinderwagen tussen
de zitplaatsen door met in zijn kielzog zijn vrouw. Het is een al wat ouder stel, en in de
kinderwagen zit hun kleinzoon, zo blijkt al snel.
“Laat oma je eens losmaken, dan kan je naar buiten kijken.”
Het jongetje is enthousiast. Voor het eerst samen op stap met opa en oma, en dan ook
nog met de trein! Tenminste, daar doet het tafereel me aan denken, maar waarschijnlijk is hij al wel vaker zo samen weg geweest. Als hij uiteindelijk voor het raam staat
valt het zicht hem nog tegen ook. De eerste keer was het toch indrukwekkender, maar
nu lijkt alles alleen maar voorbij te zoeven.
“Kijk knul,” wijst opa naar de weg. “Zo’n auto heeft opa ook.”
Ik volg zijn vinger naar de weg, maar welke auto zou de beste man bedoelen? Er rijden
veel auto’s, spitsuur is niet ver meer. Er rijdt echter geen bijzonder opvallende auto,
alleen maar bedrijfsauto’s en zakelijke rijders. Opa helpt me.
“Een volvo. Opa heeft hem vorig jaar nog op de kop kunnen tikken.” Hij kijkt er trots
bij, maar het lijkt de jong-en volledig voorbij te gaan. Ik moet toegeven, het lijkt me
een degelijke auto, zeker om samen mee op pad te gaan met kleinkinderen. En toch.
22
Ik peins nog een dik half uur later, nadat opa en oma met kleinzoon de trein weer
verlaten heeft, over voorgaande. Niet zo zeer over de auto, wel over de relatie tussen
volwassenen en hun kinderen of kleinkinderen. Op de een of andere manier hanteren
de volwassenen dan nadrukkelijk de relatie tussen beide, opa en oma in dit geval. Ze
zullen nooit zeggen “ik heb ook zo’n auto.” Het is altijd “opa dit” of “oma dat.” Net of
ze hun eigen functie nog maar eens willen bevestigen. En wel voor zichzelf, niet zozeer
voor de kleinzoon.
Als omstander zijn het toch altijd weer interessante gesprekken. Zelf denk ik altijd
nooit kinderen zo te zullen gaan toespreken, maar uiteindelijk zal waarschijnlijk ook
ik er aan moeten geloven. Want natuurlijk, uit opvoedkundig opzicht is het niet meer
dan normaal. Je hebt het zelf dan niet eens meer door.
De trein komt tot stilstand. Ook ik kom langzaam tot stilstand, laat deze overpeinzingen maar even rusten. Misschien dat ik in de toekomst hier nog eens aan terug denk.
Als ik zelf papa of opa ben. De Schoen
Ten slotte, een stukje poëzie van De Schoen
In het jonge gras
sliep ze met ogen open–
een lente avond.
23
Koukleumen
Headbangen
Het verschil in concertbeleving tussen Nederland en Japan
S
lechts sinds enkele jaren komen Japanse bands frequenter in
Nederland optreden. Een gezonde ontwikkeling naar mijn mening.
Ondergetekende heeft zich namelijk onderhand zelf tot concertconnaisseur verklaard. Nou ja, niet echt, maar het is een feit dat ik graag
bij ieder optreden van die muzikale Japanners aanwezig ben, en dan ook
vaak vanaf ’s ochtends al in de rij zit. Zo’n dag is zwaar en na een aantal
keer begin je toch een zekere strategie te ontwikkelen om het draagzamer
te maken; op tijd eten kopen, uitzoeken wat er in de omgeving van de
zaal aanwezig is, elkaar afwisselen om de benen te strekken. Tot gisteren
liep ik met een soort militair schema in mijn hoofd rond om het wachten
voor het concert van Exist Trace te ‘organiseren’. Eigenlijk is het complete
waanzin, maar toch is het iets dat ik iedere keer weer met alle liefde doe,
en ik ben niet de enige.
De Visual Kei-scene in Nederland is nog relatief jong en klein, dus vrijwel
ieder concert is een gelegenheid om deze groep aanhangers bij elkaar te
brengen. Het werkt behoorlijk verbroederend (meestal dan) om samen
met zo’n groep mensen met dezelfde voorliefde urenlang buiten voor
een gesloten deur te zitten, regen en wind trotserend. Vooral gisteren
bij Exist Trace bleek dat maar al te goed. Na een redelijk droge vrijdag en
zaterdag kwam op zondag de regen met bakken uit de hemel. Op elkaar
gepakt met paraplu’s en natte vuilniszakken stonden we zo’n tien uur lang
buiten te wachten. Maar hoe was de stemming? Geweldig!
Een dag voor toegewijde Europese fans verloopt dus meestal als volgt: je
meldt je ’s ochtends zo vroeg mogelijk voor de zaal (of brengt er zelfs de
nacht door), verovert je plekje, en de rest van de dag breng je door met
socializen. Samen met de andere vroege vogels loer je nieuwsgierig naar
de tourbus als deze aan komt rijden, wachtend tot er een glimp van de
bandleden te zien is. Vervolgens is het weer gezelligheid, af en toe een
koffiepauze bij een tankstation of dergelijke, evenals wc-bezoek en het
voorzien van voedsel. De spanning stijgt als de deuren bijna open gaan,
en je adrenaline kickt in als je eindelijk erdoor bent, de zaal in mag rennen en je aan de voorste rij voor het podium mag vastklampen. Je hebt
al een geweldige dag achter de rug, nu het concert nog. Daarna worstel
je bezweet naar de Merchandise, plof je nog even neer in de zaal samen
met je oude en nieuwe vrienden om nog even het concert door te nemen,
spreek je af elkaar bij het volgende optreden weer te zien, en begeef je je
24
brak maar zielsgelukkig naar het station waar iedereen zijn eigen weg weer
gaat.
Maar laten we het nu over Japan hebben. Hoewel hier natuurlijk ook
onderling verschil in zal zitten, verloopt een gemiddelde dag hier anders.
Ten eerste is het soort zaal waar de bands hier in Nederland optreden daar
vaak anders. Bands die daar grote zalen volspelen, spelen hier nog in kleine
live houses en andersom. Terwijl Miyavi’s carrière overzees heel behoorlijk
gaat en hij hier laatst voor duizend man speelde, speelde hij in Japan op
zijn pas afgeronde tour slechts voor zaaltjes van zo’n honderd personen
die niet eens vol kwamen. Het karakter van Europese en Japanse fans is
ook gewoon anders, maar het is moeilijk te zeggen in welk opzicht ze precies verschillen. Feit is dat ieder hun toewijding op een andere manier laat
zien.
Japanse fans komen meestal niet ’s ochtends vroeg al opdraven, eerder
een half uurtje voordat de deuren open gaan. Uiteraard zijn er genoeg
die al eerder komen om ook met vrienden af te spreken, maar waarom
zou je je haasten? Iedereen heeft een kaartje dus iedereen komt naar binnen. Bovendien hebben veel grote zalen toch vaste zitplaatsen waarvan
het nummer op je kaartje staat, dus het maakt niet uit wanneer je binnen
komt. Eenmaal binnen wacht je geduldig maar gespannen op de artiest en
tijdens het concert mag je eindelijk helemaal los gaan! Synchrone handbewegingen op de muziek en gelijktijdig headbangen versterken alleen
maar het groepsgevoel en je voelt je samen één, een toegewijde groep die
deze artiest steunt. Pas na het concert is er werkelijk tijd om te socializen.
Iedereen is uitgelaten en praat gezellig na terwijl men wacht bij de achterkant van het gebouw om de artiest te groeten als deze naar buiten komt.
Het hoogtepunt van de avond is om hem of haar nog een laatste keer te
zien glimlachen en zwaaien voordat de auto of bus wegrijdt. Dan pas gaat
iedereen tevreden naar huis.
Het verschil tussen ons land en Japan is dus wel opvallend. Toewijding
betekent voor iedereen weer iets anders en ieder laat het op zijn eigen
manier zien. Het misverstand dat soms ontstaat is dan ook jammer; enkel
omdat Europese fans voor het concert socializen en Japanse erna, denken
beide partijen van elkaar dat de ander helemaal niet aan socializing doet!
Toch mogen de Japanse artiesten trots zijn; zowel in eigen land als overzees zorgen ze voor onvergetelijke dagen waarop niet alleen hun optreden,
maar ook de complete ervaring de fans een heerlijke dag bezorgen.
Ik kan nu al niet wachten tot het volgende concert. Maar regen heb ik voorlopig genoeg gehad, dus kom maar op met die zomer! Melissa Costa
25
Op een gretige dag in mei…
Een verslag van de Geesteswetenschappen Cup
N
og nooit. Sinds haar oprichting heeft TFC Banzai de Letterencup zien komen
en gaan, maar ook een nieuwe naam bracht niets meer dan jaarlijkse teleurstelling en een gapend gat in de prijzenkast van TFC Banzai voor de enige
cup die zij nog niet in haar bezit had. Voor de veteranen begon de tijd te dringen.
Tot overmaat van ramp was het toernooi zelfs bijna van de baan
geveegd door minder sportieve studies. “Captain Kōhai” Renzo
maakte zich volgens de Friesche wetten der kunst hard voor
het toernooi en nam de organisatie op zich. Met jeukende
voeten na de overtuigende overwinning op SVS in april
maakte Banzai zich gereed op het voortzetten van haar lenteoffensief.
12 mei stond garant voor twaalf teams. Veel spelers van
Banzai’s kant hadden afgezegd met excuses waaruit een
wisselende moraliteit sprak. Nu waren er slechts vijf
spelers per team benodigd, maar het noodlot sloeg toe op het
moment dat keeper Tom ‘Wompi’ Bertrams in eigen huis in een
hinderlaag werd gelegd door Vader Tijd en ongenadig hard
door zijn rug ging. Met zijn laatste krachten belde hij Renzo,
waarna het ‘team’ al vòòr aanvang van het toernooi verslagen
achterbleef.
Mattias, Renzo en ondergetekende belden zich een slag in
de rondte en met resultaat. Ranno en Ashwin versterkten
de gelederen terwijl ook Angel, Gaurie, Bob en Chieltje zich
meldden voor het opvangen van spreekwoordelijk vallende
controllers. Hoewel zonder wissels, meldde een gretig Banzai
zich voor de eerste poulewedstrijd tegen Archeologie. Ten
tijde van de welhaast legendarische Azië Cup van ’08 hadden
de jongens nog een zware kluif aan de gravers. Ditmaal werd
echter duidelijk hoe groot het belang van spelmaker Don
– welke schitterde door afwezigheid – voor de archeologen
was. Banzai begon voorzichtig, maar kreeg snel door dat haar
tegenstander niet in staat was haar dartelende pootjes te
ontkennen. Nadat Ranno de openingstreffer scoorde, kreeg
iedereen wel trek in een goaltje: 6 – 0.
26
V
o
o
r
s
p
e
l
,
W
o
m
p
i,
O
v
e
r
r
o
m
p
e
l
i
n
g
.
Ook de tweede wedstrijd tegen Indo-Europese Taalwetenschappen
bleek een peulenschil. Deze jonge groep was dusdanig onder de indruk
van het positiespel van uw delegatie dat hun keeper zich tot supporter
Gaurie wendde met de vraag welk monstrum zij tegenover zich hadden.
“TFC Banzai, bitch!” luidde het antwoord. 4 – 0.
Over Engelse Taalwetenschap walste uw vlezige bulldozer met evenveel
gemak. Ashwin, uiteindelijk topscorer van het toernooi, begon steeds
meer in het toernooi te komen, pakte wederom een paar mooie
goals en gaf uiteindelijk een prachtige corner welke ondergetekende bij
de tweede paal genotvol langs de keeper mocht koppen. Eindstand: 5 – 0.
Met een eerste plaats en een schrikbarend doelsaldo in haar knapzak
trok Banzai ten strijde tegen de beste derde van de poulefase. De archeologen vonden tot hun schrik wederom de Japanologen tegenover zich.
Opmerkelijk binnen deze wedstrijd was dat Ranno na een excellente staat
van dienst werd afgelost door De Schoen, die vanwege zijn late optreden
linea recta tussen de palen mocht gaan staan. Uit stil protest bleef hij dan
ook bij de enige twee kansen van de grafrovers strak de bal uit het doel
kijken, wat eenmaal resulteerde in een spijkerharde berenknal op de paal
en andermaal in Banzai’s eerste tegengoal. 7 – 1.
Het kaf was van het koren gescheiden en Banzai mocht in de halve
finale aantreden tegen HSVL, de studievereniging van Geschiedenis.
Nog steeds waren uw spelers in staat het spelletje te spelen zoals zij dat
deden in de voorgaande wedstrijden, maar toch werden zij verrast door
een voorzet en een schot voortkomend uit sterk combinatiespel van de
geschiedkundigen. Met pressievoetbal trachtte Banzai keer op keer door
de verdediging van de tegenstander heen te breken. De gemoederen
liepen hoog op, op scheidsrechters werd gescholden, maar uiteindelijk was
het Mattias ‘Rattias’ van Ommen die de bal onhoudbaar langs de doelman
schoot. 1 – 1. Het eerste gelijkspel van het toernooi leidde tot het forceren
van een beslissing met een golden goal. De Schoen zette de toon en rende
krijsend naar voren. Zowel de tegenstander als Banzai’s eigen voorhoede
schrokken zich een hartverzakking, maar uiteindelijk was Renzo het meest
op zijn qui vive en wist de bal beslissend om de keeper heen te fröbelen.
2 – 1… en voor het eerst een plaats in de finale!
27
Bezweken onder de druk hadden Banzai’s supporters veelal het veld geruimd toen in de zwetende climax een tweede, superieur team van HSVL de grasmat opmarcheerde. Banzai was
gewaarschuwd voor de streken van dit team: bij voorsprong de bal wegtrappen en zeuren op
de scheidsrechter. Jakkes. Dit was de felste strijd die de ploeg dit jaar zou moeten leveren.
Kort na het fluitsignaal van de scheidsrechter was het zover. Boem: daar was die tegengoal
weer. Het broeide binnen de gelederen van Banzai. Niet weer op het laatst ten onder!
Met een enkele traan fluisterde een stille bode gedempt emotie. Uw schrijver maakte een
individuele actie en poerde de bal keihard langs verdedigers en keeper in de kruising. De
angst was te lezen op de gezichten van de vijand, maar in een moment van zwakte waar
wisselkeep Renzo naast zijn doel stond, kwamen zij weer op bittere voorsprong. De TFC
was echter pas net begonnen. Als een stel ondeugende fauns dansten zij over het veld.
De bal bereikte de hoefjes van ieder, waarna De Schoen zijn leren vriend met een pegel zijn
ziel toevertrouwde. 2 – 2. De tegenstander, met een brede schare aan supporters, werd er
letterlijk stil van. Ommetje piepte van genot. Zijn moment moest nog komen.
Nogmaals een golden goal? Ach, waarom ook niet! HSVL nam de scheidsrechter van
Engelse Taalwetenschappen verbaal onder vuur, waarop beëdigd KNVB scheids Joeri hem
afloste. Let op, daar gaan ze weer! Beide kanten trachtten het lot naar hun hand te keren.
Een HSVL’er raakte uit balans en probeerde zijn val te breken door met zijn maag op een
pylon te landen. Een corner viel in het voordeel van Banzai. Wegens bewezen succes eiste
Ashwin de corner op. De bal krulde schijnbaar minutenlang door de lucht, de rat knaagde
zich door de verdediging heen en zette zijn snuit tegen de bal. Een magistrale goal; een
vijftal ontstak in euforie. 3 – 2.
Banzai en haar tegenstanders vierden elkaar tijdens de barbecue en de captain gaf een
geëmotioneerde speech. Na vier jaar was het zover: een jongensdroom werd werkelijkheid. Martijn Heule
28
コトバによって
表現された人
六
D
it is de laatste Kotoba van dit jaar.
Deze keer wil ik met nieuws beginnen waarvan misschien nog niet iedereen op de hoogte
is. De 常用漢字表 wordt binnenkort aangepast. Dat wil zeggen: uitgebreid. Er komen 196
nieuwe karakters bij, en er worden vijf karakters uitgehaald. Los van of dit leuk is of niet, is
de reden waarom dit gebeurt op zijn minst interessant te noemen.
Het heeft alles te maken met het toenemende gebruik van wat ze in Japan ワープロ noemen: de word-processor dus. Hoewel we tegenwoordig het tijdperk van Word Perfect 5.1
met oranje letters allang voorbij zijn, is dat wel de tijd dat (misschien tegen de verwachting
in) ook in Japan de tekstverwerker opkwam. Het begon heel simpel, met een enorm lange
tabel waar in de ene kolom een hoop kanji stonden, en in de andere een code van vier
tekens. Het was simpel (doch extreem tijdrovend): zoek de kanji op die je wilt schrijven, en
voer de bijbehorende code in. Om het woord 文章 te schrijven moest je dan de volgende
codes intypen: [4A38][3E4F]. Onbegonnen werk dus, maar toch was zelfs die beter dan
een typemachine met meer dan tweeduizend toetsen.
Gelukkig werd het steeds beter. De karakters werden na verloop van tijd geïndexeerd op
lezing. Alle kanji met 音読み [ブン] werden bijvoorbeeld in een groep gezet. Als je dan
[bun] invoerde, kreeg je een lijstje met alle karakters met lezing ‘bun’: 分, 文, 聞, 蚊, ぶん en
ブン. Bij [shou] wordt dat natuurlijk problematischer. Als ik hier op mijn computer [shou]
invoer en op de spatiebalk druk krijg ik een lijst van 96 opties…
29
Nog later werden er woorden in de database opgeslagen. Hiermee kon je dus simpelweg
[bunshou] intypen. Als je dan op spatie drukte kwam er [文章] uit. Of [分掌] of [文相] of
[文正] natuurlijk, die mogen we niet vergeten. Dat scheelt al een hoop. Zo is het systeem
langzaam geëvolueerd tot wat het nu is. Het huidige systeem dat ik (en waarschijnlijk
de meesten van jullie (mits jullie Japans kunnen typen (wat wel een must is natuurlijk)))
gebruik, is in staat hele zinnen in de stukjes te hakken en die vervolgens correct te
converteren naar de juiste karakters. Briljant toch? Zo wordt [bunshouwopasokond
ekakunohamendoudattaga,imadehamousorehodotaihendehanai] netjes omgezet in
[文章をパソコンで書くのは面倒だったが、今ではもうそれほど大変ではない], en dat met
één druk op de spatiebalk.
Maar goed, de 常用漢字 dus. Door het toegenomen gebruik van de computer is het
gemakkelijker geworden om moeilijke karakters te schrijven. Als Japanner ken je het woord
孵化する (uitkomen (van een ei), als het goed is. Misschien kun je het niet echt schrijven,
of zelfs niet lezen, maar in de juiste context, bijvoorbeeld 卵が孵化した zou je het wel
raden. Omdat je weet dat de 音読み van het karakter 浮[フ] is, is het gemakkelijk te raden
dat die van 孵 ook [フ] is, vanwege het gemeenschappelijke deel (het fonetische element)
dat deze twee kanji delen. Kortom, ook al kun je 孵 eigenlijk niet lezen, in context raad je
het zo, zeker als je weet dat [フカする] “uitkomen” betekent. Kortom, ook al kun je 孵
niet schrijven, lezen lukt waarschijnlijk wel. Als je dan in je computertje de reeks [tamagogafukashita] stopt, maakt ie er automatisch [卵が孵化した] van, omdat de IME (zo heet
dat ding) weet dat een ei 孵化’t en niet bijvoorbeeld 付加’t (dat je ook als フカ leest (dit
betekent “toevoegen”)). Je kunt dus woorden invoeren die je helemaal niet kunt schrijven!
Illegaal, zou de kanjipolitie zeggen, maar het is niet anders.
Dit heeft er waarschijnlijk toe bijgedragen dat het aantal karakters dat dagelijks wordt
gebruikt is toegenomen. Woorden zoals 孵化 worden geschreven alsof het niks is, en moeilijke naam-kanji hoeven niet meer versimpeld te worden; men schrijft weer 渡邊 in plaats
van 渡辺.
Of jullie net zo blij zijn met dit plan als ik weet ik niet, maar ik vind het zelf wel een goed idee.
Uiteindelijk maakt het tenslotte niet veel uit of een kanji nou daadwerkleijk in de 常用漢字
zit of niet: je kunt ‘m lezen, of je kunt het niet. Wel is het zo dat bij niet-常用漢字 er vaker
振りがな staan, maar dat is ook lang niet altijd het geval. Ik ben bijvoorbeeld vaak genoeg
揃える tegengekomen zonder dat er bij werd gezegd hoe dit karakter uit te spreken. Of 迄
bijvoorbeeld (ja, zoek die maar eens op)!
Op de volgende pagina een volledige lijst met de nieuwe karakters. Van sommige is het
echt bijna crimineel dat ze er nog niet inzaten. Ik hoop dat het past, meneer de editor!
[red.: natuurlijk Milan!]
30
挨 曖 宛 嵐 畏 萎 椅 彙 茨 咽 淫 唄 鬱
怨 媛 艶 旺 岡 臆 俺 苛 牙 瓦 楷 潰 諧
崖 蓋 骸 柿 顎 葛 釜 鎌 韓 玩 伎 亀 毀
畿 臼 嗅 巾 僅 錦 惧 串 窟 熊 詣 憬 稽
隙 桁 拳 鍵 舷 股 虎 錮 勾 梗 喉 乞 傲
駒 頃 痕 沙 挫 采 塞 埼 柵 刹 拶 斬 恣
摯 餌 鹿 叱 嫉 腫 呪 袖 羞 蹴 憧 拭 尻
芯 腎 須 裾 凄 醒 脊 戚 羨 煎 腺 詮 箋
膳 狙 遡 曽 爽 痩 踪 捉 遜 汰 唾 堆 戴
誰 旦 綻 緻 酎 貼 嘲 捗 椎 爪 鶴 諦 溺
塡 妬 賭 藤 瞳 栃 頓 貪 丼 那 奈 梨 謎
鍋 匂 虹 捻 罵 剝 箸 氾 汎 阪 斑 眉 膝
肘 訃 阜 蔽 餅 璧 蔑 哺 蜂 貌 頰 睦 勃
昧 枕 蜜 冥 麺 冶 弥 闇 喩 湧 妖 瘍 沃
拉 辣 藍 璃 慄 侶 瞭 瑠 呂 賂 弄 籠 麓
脇
De vijf die het veld moeten ruimen zijn: 勺 錘 銑 脹 匁
Milan van Berlo
終了
31
D
Jocelyn in 長崎
ag lieve mensen in Nederland! Dit is alweer mijn laatste berichtje
uit Japan, dus ik ben een beetje emo terwijl ik dit schrijf. Bij
voorbaat mijn excuses!
Op het moment zit ik op de paradijselijke eilandengroep van Okinawa
in het zuidelijkste puntje van de Japanse eilandengroep. Het is Golden
Week, dus tot 6 mei ben ik vrij om te gaan en staan waar ik wil. Het
lijkt me duidelijk dat ik nog helemaal niet bezig ben met mijn vertrek
naar Nederland, omdat ik hier zo gruwelijk aan het genieten ben. Maar
evengoed hangt mijn vertrekdatum als een donkere wolk over mijn verblijf hier in het Land van de Rijzende Zon. 9 augustus- godverdomme,
het komt steeds dichterbij. Nog maar drie maanden! En tegen de tijd
dat deze Journal uitkomt nog minder.
Gelukkig heb ik voorlopig genoeg om me mee bezig te houden - mijn 21e
verjaardag (waarvoor mijn vriendin Asako speciaal uit Tokyo komt vliegen!), waarschijnlijk nog een tripje naar Osaka, colleges tot 3 augustus
(ja, je leest het goed - 3 fokking augtustus - wat betekent dat ik juni en
juli, twee verstikkend hete maanden in klaslokalen moet doorbrengen,
waarvan sommige geen eens airconditioning hebben) en nog één laatste
keer naar Tokyo voordat mijn vliegtuig vanaf Narita vertrekt.
Hoe moet ik in vredesnaam weer functioneren in Nederland? Ik ben
inmiddels zo erg gewend geraakt aan drankjesautomaten op straat,
schoon en efficiënt openbaar vervoer, goddelijk voer en ontzettend
lieve en beleefde mensen. Ik zie echt als een berg op tegen de
Nederlandse ‘doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg’ kneuterigheid. En in de vele aso’s die ons land (en vooral onze snelwegen)
bevolken, heb ik al helemaal geen trek. En breek me de bek niet open
over bachelorscripties, want na een heel jaar zonder academisch te
hoeven schrijven worden je skills nu eenmaal roestig en dus moet ik al
huilen bij de gedachte aan een simpele research paper.
Maar goed, de enige manier waarop ik met mijn onvermijdelijke terugkomst kan omgaan is er uit alle macht niet aan denken, wat niet echt
lukt, aangezien ik nu zowat gedwongen word erover te schrijven. Dus
houd ik nu maar op!
Ik ga jullie allemaal gauw weer zien (ik ben in ieder geval aanwezig op
het Tanuki-kamp). Daar verheug ik me in ieder geval wel op. Succes met
alle tentamens en eventuele herkansingen!
Liefs,
Jocelyn van Alphen
32
L
Sebastian in 別府
ieve Tanuki-leden,
Mijn laatste verslag alweer voor dit studiejaar. Nog drie maanden te gaan
in Beppu, wat gaat de tijd toch snel. Het Arsenaal komt langzaam maar
zeker dichterbij. Maar voordat het zover is, ga ik er natuurlijk voor zorgen
dat mijn laatste maanden ook de beste worden.
Goed, wat heb ik ondertussen zoal uitgespookt sinds mijn vorige verslag?
Ik ben Renée gaan opzoeken in Nagasaki! Ja inderdaad, dat werd wel eens
tijd zeg. We zaten hier al echt maanden en maar drie en een half uur van
elkaar verwijderd, maar het was er al die tijd maar niet van gekomen.
Maar goed, eindelijk naar Nagasaki dus. Ik ben er maar een lang weekend geweest, maar het kwam echt op mij over als een hele gezellige stad.
Renée en ik hebben van dit moment gebruik gemaakt om naar Huis ten
Bosch te gaan. Nou zou je je kunnen afvragen wat wij daar nou weer te
zoeken hadden, maar realiseer je wel dat we al een half jaar van huis zijn
en we eigenlijk toeristen in eigen land waren. We hebben nog wel een
geweldige blunder gemaakt door in het begin te denken dat het gebouw
bij de ingang Huis ten Bosch was, maar de plaatselijke goudsmid vertelde
ons dus even doodleuk dat het Amsterdam Centraal Station was. Ehmm
mja… dat was wel even faal, maar ja, weet ik veel, zo vaak kom ik ook
weer niet in Amsterdam en met opgeheven hoofd liepen we vervolgens
wel naar het echte Huis ten Bosch toe. Het was echt mega lekker weer
en de tulpen die we gezien hebben, zijn ongeveer tien keer zo mooi als in
Nederland, maar dat zeiden we natuurlijk niet. Al met al, echt de moeite
waard om een keer heen te gaan (ook al ben je Nederlands), want het is
echt fantastisch nagebouwd.
Goed, verder ben ik nog naar Okinawa geweest met drie vrienden van APU
hier. Niet de beste periode om naar Okinawa te gaan (begin april), want het
was vrij bewolkt, maar natuurlijk wel een lekkere temperatuur met zo’n
25 graden. In Okinawa ben ik voor het eerst van mijn leven gaan duiken;
echt een geweldige ervaring. We hadden alle vier geen duikbrevet, maar
je kon een soort ‘experience diving for a day’ doen, zonder dat je daar iets
voor nodig had. Het was best een uitdaging. Ten eerste omdat ik echt niets
wist, alles in het Japans werd uitgelegd en we meteen vijftien meter diep
gingen. Dikke win voor mij, want tijdens mijn tweede duik besloot een big
ass sea turtle even vier meter voor mijn neus uit te zwemmen. Het was
zo’n ervaring dat als ik weer thuis ben, ik van plan ben mijn PADI duikbrevet te gaan halen. Die kan ik dan meteen in de praktijk brengen in December, want dan staat er een reis naar Maleisië op het programma!
Nou mensen, dat was het dan voor mij vanuit Beppu. Ik wens alle derdejaars studenten heel veel succes en wijsheid met de bachelorscriptie en
wellicht tot in september! Sebastian de Goeij
33
D
Gijs in 大阪
e temperatuur stijgt. De insecten beginnen zich weer in de
openbaarheid te vertonen. Zo zat er gisteren een cicade
buiten, vlak bij mijn opstaande raam. Het creatuur maakte
zoveel herrie dat ik eerst dacht dat mijn airconditioner kapot was
gegaan. Of dat er ergens elektriciteit aan het lekken was. Aangezien
dit niet het geval bleek, bleef er maar één optie over. Ik sprong op
m’n bed om maar niet per ongeluk op het dier te stappen mocht ie
zich in dezelfde ruimte als ik bevinden. Toen ik het raam dicht deed
was het geluid echter ineens verdwenen. Pfff… doodsangsten.
Een paar dagen geleden hing er ook een dood karkas van een heel
groot goor insect in de hal van het schoolgebouw. Iedereen wees
ernaar en gruwelde bij het aanzicht. 気持ち悪い!
Het regenseizoen begint er ook langzaam maar zeker aan te komen.
De laatste week is er bijna geen dag zonder regen geweest. In combinatie met de warme temperatuur krijg je zo’n warm-vochtige
lucht waar ik absoluut niet tegen kan. Tijdens de tien minuten
durende wandeling terug naar m’n kamer na wat boodschappen
gedaan te hebben, zorgde ervoor dat ik zo begon te zweten dat
de druppels letterlijk van mijn gezicht afdropen. Ik wilde me ter
plekke uitkleden! 気持ち悪い!
たんてい
In een aflevering van 探偵ナイトスクープ kwam er een heel
interessant onderwerp aan bod. Bij het maken van een foto met
een mobieltje hoor je カチッ “撮ったのかよ”. Althans, dat hoor
ik. Want blijkbaar hoort een groot deel anderen “エーアイアイ
(AII, een televisieomroep)”! Zo horen twee Japanse leraren
‘gewoon’ “撮ったのかよ”, terwijl een Japanse vriend niet begrijpt
hoe je iets anders kan horen dan “エーアイアイ”. Je zou zeggen
dat de twee uitspraken niet eens op elkaar lijken… en toch! Weer
zo’n gek verschijnsel in de Japanse taal. Maar ook wel een beetje
気持ち悪い.
Aan de andere kant: de lessen zijn cool en de mensen zijn cooler.
Deze laatste drie maanden zal ik me nog wel vermaken. Ik wens
jullie allen een prettige vakantie en vergeet niet te stemmen op
9 juni! Gijs van Maarseveen
34
N
Pyke´s Holletje
u de dagen warmer worden komt ook het einde van weer een collegejaar in zicht.
En daarmee ook het einde van een jaar Tanuki journals. Zodoende is dit alweer mijn
laatste reguliere Holletje. Maar niet getreurd; als klap op de spreekwoordelijke
vuurpijl kunnen jullie binnenkort in het nieuwe Tanuki jaarboek genieten van allerhande
fantastische foto’s en artikelen, waaronder de begeerde “Holletje-Manga-Awards.” Maar genoeg reclame; er liggen, met de komende vakantiedagen, genoeg manga op ons te wachten!
Ik kreeg onlangs een soort verwijt van een lezer dat ze
het grootste deel van de door mij besproken manga
toch wel al kende. Misschien is dit een uitzondering
op de regel, maar wie ben ik om wensen van de lezers
links te laten liggen? Zodoende ging ik op speurtocht in
mijn boekenkast, zoekend naar manga die (onterecht)
weinig naamsbekendheid genieten buiten de grenzen
van het ons aller geliefde Japan. De eerste die ik vond
is genaamd クルリのヒトトセ (Kururi no Hitotose), uitgegeven door Kadokawa Comics en geschreven door
Higuchi Akihiko. Inderdaad, Kadokawa is een grote
speler in de mangamarkt, dus hoewel het geen bekende manga is, is het zeker geen obscure manga.
Zoals de titel al zegt gaat het verhaal over een jaar
uit het leven van Kururi; na de dood van haar moeder komt ze in 2098 te wonen op het platteland, bij
bekenden van haar vader. Dit zijn een omaatje en
twee robots, met wie Kururi al snel goede vrienden
wordt. Elk hoofdstuk beslaat een kort stukje van een
seizoen, en over het algemeen is de toon van de manga
vrij opgewekt, ondanks Kururi’s moeilijke relatie met
haar vader. Het verhaal is in één manga afgerond; er
zijn geen vervolgdelen. Het is in dat opzicht dus perfect om op een zonnig middagje te lezen in je achtertuin. De tekenstijl is prettig om te zien; het lijkt op het
eerste gezicht simpel, maar is toch vrij gedetailleerd.
De wereld ziet er geloofwaardig uit en de personages zelf ook, afgewisseld met humoristische uitdrukkingen. Het geheel heeft een beetje een zomers gevoel,
hoewel alle seizoenen afgewisseld worden. Ik dacht
tijdens het lezen meer dan eens met plezier terug aan de
Japanse zomers. Dus, voor diegene voor wie het nog
niet duidelijk was; クルリのヒトトセ is fijne, lichte
lectuur voor een slome warme zomerdag.
35
Onlangs was ik in Parijs op zoek naar Japanse manga
(ik ben erg vóór een Book-Off in Amsterdam),
alwaar ik per toeval stuitte op een manga wat
ik in Japan maar niet kon vinden. Deze manga,
genaamd クーデルカ (Koudelka), bleek bij nadere
inspectie geschreven te zijn door Iwahara Yuji, de
schrijver van いばらの王 (King of Thorn), wat ik in
een eerder Holletje bejubelde om het spannende
verhaal en het fantastische artwork. Mijn verwachtingen waren dus bijzonder hoog. En terecht, zo
blijkt. Ook in deze manga bewijst Iwahara zich
een geboren verhalenverteller. Zelfs wanneer het
verhaal een beetje onduidelijk lijkt houdt hij er,
mede dankzij de vormgeving, de spanning in.
Koudelka is een jong meisje die na een ontsnapping uit een onderzoekscentrum in het 19e eeuwse
Engeland haar geheugen verliest. Ze wordt gered
door een jongetje genaamd Joshua, en samen
worden ze gedwongen te vluchten naar Londen.
Na het lezen kwam ik erachter dat het verhaal
was gebaseerd op een gelijknamig spel voor de
eerste Playstation. Hoewel er wel wat onduidelijke
stukjes lijken te zitten in het verhaal, ziet het er
ook naar uit dat deze uitgelegd zullen worden in
het grotere complot dat volgt (de manga heeft nog
drie vervolgen). Waarschijnlijk is het alsnog niet
Iwahara’s beste verhaal, maar het is zeker onderhoudend, voornamelijk dankzij de visuele kant. De
manga is inmiddels zo’n 10 jaar oud, maar de stijl
van Iwahara is duidelijk te zien, en het is ook hier
weer een ware lust voor het oog. Zoals ik in het
verleden schreef over zijn andere werk; het lijkt
elementen van zowel Japanse als Westerse strips
in zich te dragen, maar toch is het een compleet
eigen stijl, die onmiddellijk te herkennen is.
Ondanks dat de stijl jeugdig oogt, komen volwassen thema’s ook goed uit de verf, en wordt het
daarmee tot een visueel geheel dat je genadeloos
zijn wereld inzuigt, zelfs als je het verhaal niets
vindt. Dat Iwahara voor zijn oeuvre nog niet bedolven is onder prijzen verbaasd mij ten zeerste, maar
ik ben er ergens ook wel blij om; de fantastische
artiest die je helemaal voor jezelf lijkt te hebben.
36
De manga van de maand is, zoals de eerste
manga van deze keer, een vrolijke manga die
goed geschikt is voor een warme zomerse
middag. 穴街の彼等 (Anamachi no Karera) is
uitgegeven door het vrij onbekende Action
Comics Seed!, en geschreven door Hara
Kazuhiro. Het verhaal begint als een jonge
dame, Kanako, komt wonen in een afgelegen
dorpje (met een gat in het midden, vandaar
de titel). Ze wordt verliefd op de lokale dokter
en hangt dan ook vaak in zijn kliniek rond,
samen met een jonge scholier die bij de dokter
woont. Daarvandaan zijn het episodische
verhaaltjes, over het (vreemde) leven in het
dorp. Bijvoorbeeld wanneer vechtjas Kanako
de dokter aan wat patiënten wil helpen, of
wanneer de dokter het aan de stok krijgt met
een ei-vormige robot.
Ook bij deze manga is het eerste wat opvalt
de bijzondere visuele stijl. Hoewel het in
uiterlijk niet op elkaar lijkt, voelt het geheel
vreemd genoeg een beetje als Yotsubato! of
Azumanga Daiou, mede door de vreemde
personages en episodische opbouw. De personages zijn grappig en je kunt vrij makkelijk
met ze meeleven, ook al is er niet een grote
overkoepelende verhaallijn. Ik ben wellicht
wat kort van stof over deze manga, maar dat
komt waarschijnlijk doordat dit één van die
manga is die je toch echt zelf moet lezen/
zien om er een beetje een goed idee van te
krijgen. Wellicht is de manga een beetje moeilijk te bemachtigen, maar voor mensen die
houden van vrolijke, humoristische manga
met een bijzondere visuele stijl; gaat voort
richting het interweb!
En zo komt een jaar aan Holletjes bijna ten
einde. Ik hoop dat ik een klein lichtje heb kunnen schijnen op de immense hoeveelheid (obscure) manga die het lezen waard zijn. Tot in het
Tanuki Jaarboek en alvast een fijne, met manga gevulde zomer toegewenst! Pyke van Zon
37
I
Geldnood
n het centrum van Brussel ligt een klein museum.
Je kan het eigenlijk geen museum noemen, want
zo heel veel staat er niet tentoongesteld. ‘J’aime
les Belges’ heet het. Een expositie over het leven van
Jacques Brel. Voor diegenen die nog niet zo oud van
geest zijn als ik; Brel was een Franstalige Vlaming die
in de jaren ’50, ’60 en ‘70 in prachtige liedjes de misstanden en hypocrisie van zijn tijd bezong. In Brussel
werd het nalatenschap van de zanger in eer gehouden
door middel van beelden van zijn optredens, documentaires en vooral interviews. De meeste uitspraken
van Brel’s kennissen zijn me ontschoten, maar één
bijzondere opmerking is me bijgebleven. Een prominente Belg, wiens naam ik al vergeten ben, zei: “waar
men van houdt, raakt men door geïrriteerd, omdat
men perfectie verwacht.” In andere woorden, Brel had
zoveel commentaar op België en haar inwoners, omdat hij er eigenlijk zo van hield en het zo graag beter
had gezien.
Ik voel me precies hetzelfde. Niet dat ik mezelf met
Brel durf te vergelijken, integendeel, maar in alles wat
ik zeg en schrijf zeik ik op mijn omgeving, op de Nederlanders, en op Nederland. Het voelt natuurlijk gewoon
heerlijk om te kankeren, maar diep van binnen zou
willen dat het hier perfect was. Ik ben absoluut geen
nationalist, hoor. Als iemand wat beter gemikt had zou
ik het niet erg vinden een republiek te zijn geworden,
want ik voel ook niks voor onze eerste burger. Toch, als
je voor een lange tijd in een vreemd land bent, komt
die vreemde trots voor het vaderland langzaam naar
boven en ga je vergelijken. Er is maar één ding dat, als
ik het aan buitenlanders vertel, monden doet openvallen: studiefinanciering.
Nederlandse studenten worden gesteund door hun
overheid. We krijgen niet alleen geld om van te leven;
ons collegegeld wordt ook nog eens gesubsidieerd.
38
En waarom? Zodat niet alleen rijkeluiskinderen kunnen studeren, maar iedereen met
het talent en de wil om een studie op te pakken dat kan doen. En terecht. Zelfs wereldeconomie nummer één en twee, Amerika en Japan, hebben niet zo’n prachtig systeem als
het onze. Ouders daar kunnen bij de geboorte van hun kinderen maar beter gaan sparen,
anders staan hun nakomelingen straks bij McDonald’s patatjes te bakken. Hier niet.
Hier zorgt de overheid voor ons. Maar is dat binnenkort nog wel zo?
Een tijdje terug kreeg ik een algemene email van onze studiecoördinator, die begon als volgt:
‘Onlangs heeft de Universiteit Leiden besloten om studenten die al een diploma/graad hebben behaald en opnieuw een soortgelijke tweede opleiding willen volgen per 1 september
2010 veel meer collegegeld te laten betalen. Dit heeft te maken met een nieuwe wet Hoger
Onderwijs (WHW), waarin het rijk aangeeft deze studenten niet langer te bekostigen.’
Lekker dan. Maar wat houdt dit in? Dat als je langer wilt studeren, je 5300 euro per bachelorjaar en, schrik niet, 14200 euro per masterjaar mag betalen. Laten we even gaan rekenen.
Wil je dus een tweede studie compleet maken, dan kost dit je voor drie jaar bachelor en
een jaar master 30100 euro. Alleen aan collegegeld. En deze onzin gaat in september 2010
in. Had je plannen voor een tweede studie? Hoest deze zomer even een auto op.
De knip gaat dicht. De koektrommel is leeg. Er zijn geen centjes meer. En het rijk doet er
alles aan doen om dit zo snel mogelijk op te lossen. Zeggen ze. Onze ministers bedekken
tot juni in te strakke zwemkleding de stranden aan de costa terwijl het gewone volk zoet
wordt gehouden met een feestje ter ere van onze geldverkwistende monarchie. Kijk ze
eens rennen als er een paar hekken omvallen. Bij het minste of geringste zitten ze al in
Engeland. Of hun vakantiehuis in Afrika. Maar op wie wordt er wel gekort? Hardwerkende
studenten. Niet dat elke student hard werkt hoor. Maar elke zwakzinnige die tien jaar over
zijn of haar bachelor doet mag onbestraft verder zuipen. Iedereen die wat tijd en werk wil
investeren in een tweede studie is de lul.
Deze nieuwe regeling wordt achteloos afgeschoven op de universiteiten in de hoop dat
niemand er iets van merkt of nog liever, dat niemand er iets van zegt. Want welke student
protesteert er tegenwoordig nog? We slikken alles, want de meesten van ons hebben toch
genoeg aan één studie. Maar hoe groot is de stap van deze geldklopperij naar een grote
verhoging van het collegegeld voor een eerste studie? Of het verlagen van de studiefinanciering? Het afschaffen van de studiefinanciering? Niemand zegt er iets van, want we laten
ons veel te makkelijk in onze spreekwoordelijke kont neuken. Over een jaar is het voor
mij afgelopen en heb ik persoonlijk niets meer met dit soort regelingen te maken. Dat wil
niet zeggen dat ik er dan niks meer om geef. Want toch hoop ik dat ik over tien jaar nog te
kunnen zeggen dat in ons land studeren nog betaalbaar is. En dat onze overheid ons hierin
steunt. Want als dit weg zou vallen… is er dan iets anders unieks waar ik trots op zou kunnen zijn? Gé
39