2009-2010 | 5

Object

Titel
2009-2010 | 5
Collegejaar uitgave
2009 – 2010
Nummer
5
extracted text
REDACTIE JOURNAL #5
Lena Bounimovitch
Diana Kuijpers
Milan van Berlo
VORMGEVING
Martijn Heule
Carmen Loh
TANUKI
Renzo Goto
webmaster
Martijn Heule
vicevoorzitter, journaleditor
Yori van Hout
praeses
Aranka Leonard
quaestor
Maaike de Vries
ab-actis
CONTACT OVERIGE COMMISSIES
Marco Flambooij
feestcommissie
marco_lambooy@hotmail.com
Renzo ‘Corea’ Goto
TFC Banzai
renzowg@gmail.com
Sue Rubber
Korea commissie
sue_mudde@hotmail.com
Diana Fruijtpers
film en fotocommissie
diana_kuijpers@hotmail.com
Kamp Nijbob
reiscommissie
studytrip@tanuki.nl

2

はじめに
Introductie

Welkom in mijn papieren huis op nummer 5.
Ik voel me hier thuis, want ik heb het gemaakt.
Of klinkt dat te logisch? Het spijt me. Maar kijk;
ook voor u heb ik mijn best gedaan om u zich op
uw gemak te laten voelen. Loopt u met me mee?
Ik weet dat u graag op de hoogte blijft, up-to-date
zogezegd. Daar! Het nieuws. Ga zitten, dan verwen ik uw dochter in de keuken met wat chocola.
Wil uw zoontje misschien iets te lezen? Ik heb een
paar leuke manga, of houdt hij niet van beren? Dat
dacht ik wel, pak aan. Tot zo!
Wat was het gala toch mooi; ik heb er echt van
genoten! Hier neem nog wat. Ja, ik heb alles zelf
gemaakt. Oh, moet je spugen? Loop maar even
mee, ik heb onlangs een stel hele mooie wc’s geïnstalleerd. Dan mag je kiezen!
Inderdaad, ik ben erg internationaal. Een wereldburger, zou ik haast zeggen. Ik krijg ook regelmatig
verslagen uit alle windstreken; lees ze vooral na!
Hier heb ik zelfs een ooggetuigenverslag uit Dejima!
Ach, u moet al gaan? Maar ik heb u de mooiste
kamers nog niet eens laten zien! Geen nood, u kunt
terugkomen wanneer het u belieft. U hoeft mijn
deur alleen maar open te slaan. Martijn Heule

/feat. krokodil

COMMISSIELEDEN
Lena Bounimovitch
Melissa Costa
Liselore Goossens
Martijn Heule
Diana Kuijpers
Carmen Loh

目次

Op de cover

Inhoud

JAPAN
Japan News
Grote statements
Het Japanse toilet
White Day

6
10
18
20

TANUKI
Het Gala

26

VASTE RUBRIEKEN
De kajuit van de Musketier
Het verhaal van De Schoen
コトバによって表現された人

Pyke’s Holletje
Mattias in 京都
Jocelyn in 長崎
Gijs in 大阪
Sebastian in 別府
Dr. Gé
ANDERE VERSLAGEN
第23回日本語弁論大会

WMC 2010
World Campus International

Het jaarlijkse lantaarnfestival in
Nagasaki ligt inmiddels achter de
aanwezige uitwisselingsstudenten.
Tijdens deze tentoonstelling van lampions (en varkenshoofden) wordt op
het station een grote draak opgeblazen en blijft wat langer hangen dan
toepasselijk, terwijl de prachtige lantaarns al de dag na het festival verdwenen zijn. Een aanrader voor de
komende lichting 留学生!

16
22
28
31
34
35
36
37
38
8
9
13

3

“I

De journalcommissie

mitatio et aemulatio!” Aldus brulde mijn docent geschiedenis en KCV op de middelbare
school. Ook de Japanners kunnen er wat van. De journalcommissie denkt na over haar
favoriete Japanse uitvinding, binnen de grenzen van het degelijke.

Lena Bounimovitch

Melissa Costa

Liselore Goossens

Purikura is natuurlijk perfect voor zo’n narcist als
ondergetekende. Buitenproportionele poses aannemen, schattige snoetjes
trekken, gyaru make-up op
de gezichtjes van Japanse
vriendinnetjes kladderen
en mijn wordtank is helemaal volgeplakt! Gotta collect them all! Wat ook leuk
is aan purikura? De creatieve vrijheid! Lichaamstaal vertelt het je allemaal,
dus ik steek twee poezelige vingertjes op en verwijs je naar mijn stuk over
handgebaren zonder maar
een mondhoek op te trekken. Peace out!

Hmm, Japan heeft genoeg
wat ik adoreer, maar wat
is daarvan nu een puur
Japanse uitvinding? Het
meeste is namelijk ontstaan uit een Westers voorbeeld waar door de Japanners weer een leuke (of
ietwat vreemde) twist aan
is gegeven. Neem anime en
Visual Kei. Als we dan toch
voor de puur gaan, doe
mij dan maar Host Clubs!
Trendy clubs waar je vermaakt wordt door hordes
ikemen, daarvoor maak ik
best een reisje naar de andere kant van de wereld.

Mijn favoriete Japanse uitvinding is de Tamagotchi.
Vele uren bracht ik met het
ding door, gaf mijn beestje
(meestal een hondje) vol
liefde eten en drinken en
speelde ermee. Was het
ziek, dan maakte ik het
beter en probeerde ik er
zo goed als ik kon voor te
zorgen, zodat het altijd
goed met mijn pixeldiertje
ging. Helaas met gelimiteerd succes; een voorbode voor latere huisdieren. Goudvissen, konijnen geen van allen hielden ze het
heel lang uit. Dan toch liever
een Tamagotchi, die heeft
tenminste een resetknop.

Martijn Heule

Diana Kuijpers

Carmen Loh

Ik vroeg Dr. Gé naar zijn
all-time favorites en bleef
achter met onplaatsbare,
doch
geestverruimende
antwoorden. Op de valreep
kies ik de kotatsu . Een tafel
met een doek erover en een
verwarming eronder: het
enige middel om de winter
door te komen en de vrekkerigheid die gepaard gaat
met de kille dagen in stand
te houden. Als ik nu in Japan was stond de verwarming uit. In plaats daarvan
een verslag van het gala.
4

Al sla je me dood; er is
zoveel leuks in Japan! Of het
daadwerkelijk Japanse ‘uitvindingen’ zijn, valt te betwijfelen, maar fenomenen
als pachinko, arcade hallen,
purikura, maid cafés, host
clubs en all that jazz blijven
toch ontzettend populair,
zowel onder Japanners
als buitenlanders. Een van
mijn favorieten is toch wel
de karaoke-kan, overal te
vinden, spotgoedkoop als
je op de juiste tijd gaat, en
vooral ontzettend leuk!

Pokemon is mijn favoriete
uitvinding van de Japanners. Een verhaal over een
jochie dat de wereld rondreist om rare wezentjes te
vangen en zijn vuile werk
op te knappen en niet naar
school hoeft. En na vele jaren is het nog steeds populair! Ik zou er zo een speech
over kunnen houden. Toevallig gaat mijn artikel dan
ook over de speech contest
van 6 maart.

De Net-Niet Pagina

Citaten
Renzo Goto, tweedejaars:

“Hey Herber.”
Dr. E. D. Herber:

“Hey Goto.”
Yori tijdens een vergadering:

“Fuck de Korea-commissie; ik bèn de Korea-commissie.”
Ger-Bart in de vroege ochtend:

“Ik ben echt een stijve lul!”

5

Japan News

‘We hopen dat dit zal bijdragen aan ontwikkelingen in de regio en de interesse van
expediteurs zal wekken,’ aldus Masaru
Hashimoto, de gouverneur van Ibaraki, die
Derde vliegveld voor Tokyo
・In Mito (Ibaraki prefectuur) is zondag 7 zo’n vijfhonderd mensen toesprak, waarmaart een vroegtijdige openingsceremonie onder de locale regering, businessleiders en
gehouden op Ibaraki Airport, het derde vertegenwoordigers van de vliegindustrie.
vliegveld van Tokyo na Haneda en Narita dat
woensdag 10 maart officieel gelanceerd zal De faciliteiten van de vliegbasis zijn herontwikkeld om met de ASDF en comworden.
merciële luchtvaartmaatschappijen. Vanaf
Het vliegveld, de 98e in heel Japan, is ge- woensdag zal de Zuid-Koreaanse Asiana
bouwd op de Hyakuri Air Self-Defense Force Airlines dagelijkse retourtrips aanbieden
(ASDF) basis in Omitama (Ibaraki prefec- tussen Ibaraki en Incheon, naast twee tot
tuur) dat zo’n tachtig kilometer noordoost drie vluchten per week vanaf Busan over
van de Japanse hoofdstad ligt. Het is verder een paar maanden.
weg van het centrum van Tokyo dan Narita
International Airport (Chiba prefectuur), Het plan is tevens dat Skymark Airlines
maar zal minder geplaagd worden door ver- dagelijkse retourtrips tussen Kobe en Ibaraki
keersverstoppingen en relatief goedkopere zal aanbieden vanaf 16 april.
gebruikskosten aanbieden.
Rally buitenlanders over arbeidszekerheid
・Honderden buitenlanders en Japanners
kwamen zondag 7 maart bijeen in Tokyo
en eisten betere werkomstandigheden
en beroepsprivileges voor buitenlandse
inwoners.
Louis Carlet,vice-secretaris van de National
Union of General Workers Tokyo Nambu,
zei dat buitenlandse arbeiders behoefte
hebben aan arbeidszekerheid en gezondheidszorg. ‘Het is altijd lastig om een buitenlander te zijn in welk land dan ook, maar
het is veel moeilijker wanneer je geen arbeidszekerheid of gezondheidszorg hebt,’
zei Carlet, wiens Union die het evenement
organiseerde samen met andere groepen
die lobbyen voor de verbetering van
werkomstandigheden. Een van de grootste
problemen is dat de meeste buitenlanders
aangenomen worden als niet-reguliere arbeiders, en steeds meer Japanners ondergaan hetzelfde.
6

Regeringspolls record dieptepunt: 36.3%
・De cijfers van de publieke goedkeuring
voor het kabinet van Minister President
Yukio Hatoyama is gedaald naar 36,3 procent, het laagste dat het kabinet behaald
heeft sinds het haar inauguratie afgelopen
september—aldus de resultaten van de poll
via de telefoon.
Dit is een daling van 5,1 punten vergeleken
met afgelopen maand; dit is de eerste keer
dat de cijfers onder de veertig procent kwamen sinds de vorming van het kabinet.
Tegelijkertijd steeg de publieke afkeuring
met 3,8 punten naar 48,9 procent.
Onder de ruim vierhonderd deelnemers
aan het rally evenement waren onder andere mensen van vele verschillende etnische achtergronden en allerlei verbonden.
Romsun Pramudito uit Indonesië vindt ook
dat meer arbeidszekerheid aan buitenlandse arbeiders gegeven zou moeten worden.
‘We werken ontzettend hard en dragen ons
steentje bij aan het land,’ zei hij en voegde
daaraan toe dat hij hoopte dat buitenlanders beter behandeld zullen worden. Hij
vindt tevens dat Japanners en buitenlanders samen moeten proberen een oplossing te vinden.

Op de vraag op welke partij ze zouden stemmen voor de verkiezing van het Hogere Huis,
gepland in juli dit jaar, 26,9 procent van de
respondenten antwoordde de DPJ (Democratic Party of Japan)—een daling van 6,7
punten—terwijl 26,3 procent ervoor zou
kiezen om op de LDP (Liberal Democratic
Party) te stemmen, een stijging van 2,9 punten. Diana Kuijpers

Buddhika Weerasinghe, een freelance journalist-fotograaf uit Sri Lanka, heeft van buitenlandse arbeiders uit Fukui—de meeste
van Chinese afkomst—gehoord dat op het
salaris van sommigen van hun bezuinigd
werd zonder enig uitleg en dat sommigen
zelfs fysieke pesterijen moesten ondergaan.
Ondanks dat velen hoopvol zijn dat de verandering van regering afgelopen september verbetering teweeg zal brengen, is er
maar weinig vooruitgang geboekt.
7

べん ろん たい かい

第23回日本語弁論大会

D

it jaar werd op 6 maart de 23e Speech Contest gehouden in Den Haag. In het Golden
Tulip Bel Air Hotel werden de 29 deelnemers ontvangen en klaargemaakt om hun
speeches over
te brengen. Met speech in de hand en verschillende Japanse termen
がくせいきんせいど
in hun hoofd zoals 学生金制度, werden speeches gehouden met het thema van dit jaar:
「私のオランダ自慢」. Normaliter zou er na een speech ook een vragenrondje zijn, maar
daar er heel veel meer deelnemers waren dan verwacht, werd dit achterwege gelaten.
Natuurlijk deed men niet alleen mee voor de lol, er waren ook prachtige prijzen te winnen. De prijzen bestonden uit een ticket naar Japan als eerste prijs, camera sets voor de
tweede en derde plaats, diner voor twee als speciale prijzen, en nog een paar kleine dingen
als extra’s en troostprijs. De jury die zou beslissen over wie wat zou krijgen bestond uit de
ambassadeur van Japan in Nederland, vertegenwoordigers van de sponsors, de Japanse
Chamber of Commerce and Industry, en van de scholen, met onze eigen prof. dr. Ivo B.
Smits voor Leiden.
In twee sessies zouden de speeches worden gehouden en de studenten waren allen gespannen, hun beurt afwachtend. Iedereen hoopte op een prijs, en het liefst natuurlijk de
ticket naar Japan. Ieder deed zijn eigen ding om die prijs in de wacht te slepen. Sommigen
spraken vol passie over hun onderwerp of improviseerden ter plekke, anderen probeerden
op verschillende wijzen de aandacht te trekken van de jury.
Negen studenten representeerden Leiden, de rest kwam van de Hogeschool Zuyd en de
Business School in Rotterdam, allen zeer gewaagd aan elkaar. Na lang juryberaad, een
kwartier langer dan gepland, had de jury haar keuze gemaakt. Uiteindelijk is de Grand Prize
gegaan naar Anne Wil Donders en haar zang, tweedejaars student van onze eigen fantastische opleiding in Leiden. Verder heeft onze eerstejaars Jamey een van de twee Excellence Prizes gewonnen met zijn speech over Piet Mondriaan. Wij kunnen trots zijn op onze
medestudenten voor het bezetten van de eerste plaatsen en natuurlijk ook de deelnemers
die niet hebben gewonnen. Carmen Loh

8

I

Nederlandse Mahjong Bond
T.a.v. Secretariaat WMC 2010
Rozengaardstraat 8
6441 TG Brunssum
info@wmc-holland.com
www.wmc-holland.com
Bankrekening 4228267
t.n.v. Nederlandse Mahjong Bond inz. WMC
KvK-nummer: 3019845

n de zomer van 2010, van 27 tot en met 29 augustus, zal Nederland als gastland het
Wereldkampioenschap Mahjong organiseren in ‘NDC Den Hommel’ in Utrecht.

Mahjong is het oeroude Chinese spel dat over de hele wereld gespeeld wordt, hoewel in
beduidend mindere mate in westerse landen. Toch is Mahjong ook in Europa en Amerika
in opkomst, wat wel te zien is aan het grote aantal deelnemers aan nationale en internationale toernooien en aan de verschillende nationale variaties op de Mahjong regels.
Zo bestaan er de officiële spelregels, genaamd MCR (Mahjong Competition Rules), maar
ook een Amerikaanse en zelfs een Nederlandse variant daarop. Ook vanuit Japan is er een
aparte, en wereldwijd bekende, variant, genaamd riichi.
In Nederland bestaat sinds 2004 de Nederlandse Mahjong Bond, welke inmiddels de organisator is van vele grote toernooien. Met meer dan driehonderd bij de Bond aangesloten
Mahjong spelers en eenentwintig lokale Mahjong clubs, waar wekelijks partijtjes worden
gespeeld ter oefening, is ook in Nederland Mahjong in opkomst. Voor de Bond is het dan
ook een grote eer om als eerste Europese instelling namens Nederland het derde Wereldkampioenschap te mogen hosten, na China en Japan. Met 220 deelnemers uit zowel Europa
(naast Nederland onder andere Italië, Frankrijk en Denemarken) als Azië (China, Japan en
het Chinese Taipei) belooft het een groot en spectaculair toernooi te worden.
Aangezien er zowel een Japanse als Chinese delegatie zal komen, is er vanuit de Nederlandse Mahjong Bond het verzoek gekomen om voor beide delegaties twee studenten aanwezig
te laten zijn die zich enigszins verstaanbaar kunnen maken in beide respectievelijke talen.
Ondanks dat zowel de Japanners als Chinezen naar alle waarschijnlijkheid een eigen tolk
mee zullen nemen, lijkt het de Bond leuk als voor deze gasten in het bijzonder studenten
klaarstaan met raad en daad en natuurlijk gezelligheid. De Engelse kennis van onze gasten
zal enigszins beperkt zijn tot het spelen van Mahjong, en dus de omgang met Mahjong spelers, de uitzonderingen daar gelaten.
Voor dit Kampioenschap zoeken we daarom studenten Chinees en Japans (vier in totaal)
met een behoorlijke kennis en woordenschat. Lijkt het je wat om een van deze drie dagen te helpen en bij dit unieke evenement aanwezig te zijn? Stuur dan een mailtje naar:
diana_kuijpers@hotmail.com; meer informatie volgt. Diana Kuijpers
Het WMC 2010 wordt georganiseerd door de Nederlandse Mahjong Bond • www.mahjongbond.org

9

Poezelige vingertjes en grote statements

A

ls de verbale communicatie wegvalt, zou je in een behoorlijk lastig parket terecht
kunnen komen. Aan de andere kant, je zou terug kunnen vallen op een primaire
vorm van communiceren: non-verbale communicatie. Of je nou iets duidelijk probeert te maken aan iemand die op een flinke afstand van je af staat of iemand wiens taal jij
niet spreekt, wilde gebaren met handen, voeten en gezicht bieden een oplossing. Laten we
eerlijk zijn, body language is universeel.
Tot op zekere hoogte natuurlijk. Handgebaren die wij in het Westen normaal vinden, kunnen beledigend zijn in een Oosters land, en andersom natuurlijk ook. Het verkeerd interpreteren van allerlei handgebaren kan leiden tot ongemakkelijke situaties en het verpesten
van de belangrijke eerste indruk. Je zou natuurlijk altijd de ik-ben-een-buitenlander-dusik-mag-troef spelen, en dit vergemakkelijkt het leven enorm, maar het is niet altijd uitdagend.
Ik zou natuurlijk niet willen dat jij, een sjaars wiens Japans nog niet goed genoeg is, of een
ouderejaars die nog nooit in Japan is geweest, in zo’n ongemakkelijke situatie zou belanden. Om die reden, en omdat ik ongelooflijk aardig ben, werp ik hierbij wat licht op de tien
meest voorkomende handgebaren in Japan (voorzien van illustraties N.B) en licht ik ze toe
op mijn eigen, charmante manier. Zet jezelf dus schrap, maak je poezelige handjes vrij van
alle activiteiten en probeer je in te leven in de Japanse handgebaren.
Het V-teken (“Peace man!”)
“Waarom steken Japanners altijd twee vingers op?” wordt mij
regelmatig gevraagd. Het V-teken is er een van positiviteit en
staat speels symbool voor vrede, succes en overwinning. Echter,
het teken is van oorsprong negatief en wordt nog steeds zo ervaren in landen zoals Australië, Nieuw-Zeeland en het V.K, mits
de handpalm naar binnen is gedraaid. Volgens een populaire 14e
eeuwse legende werd het naar binnen gedraaide V-teken door
Engelse boogschutters gebruikt om de Fransen uit te dagen en te
laten zien dat ze nog steeds pijlen konden afschieten. Dit konden
ze namelijk niet als de Fransen hun twee vingers en dus hun
schietvaardigheid amputeerden.
De positieve connotatie van het V-teken heeft aan populariteit gewonnen tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen Winston Churchill
het teken gelijktrok aan “overwinning” op Duitsland. Ook tijdens
de oorlog in Vietnam werd het V-teken talrijk gebruikt als protest
tegen de oorlog door hippies.

10

Om terug te komen op Japan: de twee vingers staan gelijk aan
de fonetische uitspraak van het getal twee (に), tevens als het
eerste gedeelte van onomatopee ニコニコ, oftewel lachen. Dit
verklaart het overtollige gebruik van het V-teken op foto’s, neemt
de noodzaak om daadwerkelijk te lachen weg en uit een algehele
gevoel van blijheid, succes, en persoonlijke overwinning. Net zoals bij deze twee jolige heren.

Vinger naar je neus (“Wie, ik?”)
Een verbaasde of vragende gezichtsuitdrukking gecombineerd met
een wijsvinger die de neus aanraakt of er naartoe wijst slaat niet
op een oren, ogen, puntje van je neus-reeks, maar betekent “ik”
in de Japanse context. Waar menig Westerling een vlakke hand of
wijsvinger op zijn borst legt om bevestiging te krijgen of diegene
bedoeld wordt, raakt men in Japan zijn of haar neus aan. Toet!
ちょっとおいで (“Hey, kom eens”)

Als er met een vlakke hand vanuit een losse pols op en neer wordt
gewapperd betekent dit niet dat je even op moet flikkeren, maar
dat je, in tegenstelling, juist even moet komen. Dit gebaar wordt
voornamelijk met vrienden onder elkaar gebruikt om aan geven
dat er iets spannends te zien is en dat diegene die gewenkt wordt
even moet komen. Omaatjes op straat die een babbeltje aan willen knopen met buitenlanders zijn er ook fan van. Schrik dus niet
als je het deurtje van een afgelegen eettentje open schuift en een
meneer met blote voeten, een handdoek op zijn hoofd net van zijn
tatamimat overeind krabbelt, dit naar je gebaart. Je bent namelijk
hartstikke welkom in zijn casa. Si.

彼女がいる。彼氏がいる。

(“Ik heb een vriendin!” “Ik heb een vriendje!”)
Toen een of andere vent in een bar zijn duim naar me opstak en er
een vragend gezicht bij trok, vroeg ik me af of hij intens bezorgd
was of ik het wel naar mijn zin had. Wegens pure onwetendheid
stak ik mijn duim naar hem op en keek hij meteen teleurgesteld
weg. “Wat gebeurde er?” dacht ik bij mezelf. Blijkbaar heb ik hem
duidelijk gemaakt dat ik het bezit was van een vriendje.. damn,
maar die vent was best knap! Dames, let dus op, dat als een
willekeurige man zijn duim naar je opsteekt dat hij niet wil weten
hoe het met je gaat, maar vist hij simpelweg naar je liefdesstatus.
In het geval van een antiknapperd steek je gewoon je duim op en
vier je zijn afwijzing. In het geval van een schone prins knikt je
braaf nee.
Voor de heren geldt een uitgestrekte pink voor het hebben van
een vriendin. Officieel of een affaire, het gestrekte pinkje heldert
een boel op.
Wapperen voor je gezicht. (“Nee, nee!! No way! Neuh, dankje!”)
Als men woest met een vlakke hand voor het gezicht wappert kun
je rekenen op een dikke, vette “nee”. Het wapperende handje
staat niet symbool voor een nare geur, maar een ontkenning, afwijzing of verdediging. Hoe sneller de hand gaat, hoe sterker de
wil om iets te ontkrachten. Ter illustratie, “Hey Kasumi, zou jij die
vent daar doen?” Er volgt een woeste handbeweging. Ze hoefde
haar afwijzing niet eens te beargumenteren. Ik bedoel maar.
11

Hoorntjes (“Zeikerd!”)
Twee wijsvingers die hoorntjes vormen, bespotten een zeurend
persoon in zijn naaste omgeving. Dit teken wordt voornamelijk
gebruikt in bars en izakaya door mannen in de middelbare leeftijd die hun vrouw ridiculiseren. Een oni is een monstertje, dus
diegene die iemands leven zuur maakt met enkel gezeur is ook
een monstertje. Scholieren en studenten maken soms zo hun
ouders, werkgevers of vervelende buren belachelijk.
Het kruis (“ばつでーす...”)
Gekruiste armen voor iemands gezicht. Geen onderdeel van een
YMCA-dansje, maar een duidelijk nadruk op “No way, José!”
Naast equivalent van “nee”, betekenen gekruiste armen ook wel
“fout” of “stop”.
Chop, chop (“Neem me niet kwalijk”)
Een naar beneden gerichte blik, zijwaartse hand met een neerwaartse beweging geven aan dat men er langs wilt. Soms, als je
in drukke gebieden gezellig staat te babbelen met je vriendjes en
jullie niet doorhebben dat jullie eigenlijk de doorgang blokkeren,
gaan mensen niet hun best doen om om te lopen, maar zullen ze
dwars door jullie heen “zagen” d.m.v. dit gebaar. De hand schept
als het ware ruimte of een doorgang en de neerwaarste blik slaat
op de onbeleefde daad, genaamd dwars doorheen lopen, die
verricht wordt. Hoewel het veel onbeleefder is om de doorgang
te blokkeren natuurlijk.
De ring (“Show me tha moneeey!”)
Het universele teken voor “okay” zou je denken. Ook wel in Japan, maar dit teken wordt gebruikt om “geld” aan te duiden. Dit
teken bezit een redelijke negatieve connotatie, omdat geldkwesties bespreken als onbeleefd of zelfs vulgair wordt gezien. Tenzij
je een Yakuza-boef of een louche zakenman die om smeergeld
vraagt bent.
Fig-teken (“Palen/Bonen/H-suru”)
Uiteraard sluit ik af met iets vulgairs. Hoewel dit stoute duimpje
op allerlei seksuele handelingen slaat, was ik compleet van mijn à
propos tijdens mijn eerste aanvaring met dit teken. Om even naar
mijn roots te refereren, betekent dit in het Russisch “lekker puh,
je krijgt nix” en krijg ik dit gebaar regelmatig te zien van wat Oostblokkameraden. Dit terwijl Japanse mannen hun veroveringen
tegenover elkaar opscheppen. Iets om over na te denken.
En zo, hoop ik dat ik je wat arsenaal heb gegeven met betrekking tot de wondere wereld van non-verbale communicatie. Pas
deze kennis in praktijk toe, grasshopper, en pas op het fig-teken!
Peace! Lena Bounimovitch
12

World Campus International – Japan

L

Een unieke ontmoeting met Japan

ezer, hallo! Mijn naam is Ashwin. Ik ben momenteel derdejaars Japanoloog en
eveneens derdejaars trots lid van deze prachtige studievereniging. Afgelopen
zomer heb ik Japan ontdekt door middel van het programma van World Campus
International; een non-profit organisatie dat jaarlijks een
programma samenstelt in Japan voor studenten van
over de hele wereld. Het programma heeft mij
veranderd als student Japanologie, als persoon en
als Nederlander. Waarom? Dat ga ik allemaal
mooi vertellen!
Het Internationale Aspect
Toen ik voor het eerst een World Campus International meeting had in Ōmura (Nagasaki-ken), zat ik
als enige Nederlander in een groep onbekenden.
Ik was alleen. Ik kende al die andere mensen niet,
en eerlijk gezegd, voelde ik mij ongemakkelijk bij
de gedachte dat ik elke dag met deze personen
zou moeten omgaan. Maar dat gevoel verdween al snel na deze eerste dag. Achteraf heb
ik zoveel met deze personen gepraat, gelachen,
nagedacht, gediscussieerd, gezongen en zelfs
gedanst, dat elk van hen een speciale plek heeft
in mijn hart. Velen van hen spreek ik nog via
media als Facebook en chat. Enkelen hebben mij
zelfs opgezocht in Nederland. Het voelt raar en
ongepast om te roepen dat ik vrienden over de
hele wereld heb, maar door mijn ervaring met
World Campus International in Japan kan ik dit
niet langer ontkennen of anders verwoorden. Ik
ben die zomer bevriend geraakt met mensen uit
Mexico, Noorwegen, Denemarken, China, Korea,
de Verenigde Staten, Canada, Italië, Oostenrijk,
Filippijnen, Hong Kong, Oezbekistan, Myanmar
en natuurlijk Japan (mocht ik een land vergeten
zijn, excuses). Samen met hen heb ik gediscussieerd over wereldlijke kwesties zoals internationale relaties tussen bepaalde landen (Japan – Amerika, bijvoorbeeld), zaken met betrekking tot Japan (het Japanse schoolsysteem, cultuur, muziek, etc.) en zaken over het ‘eigen’
land, voor mij dus Nederland (Huis den Bosch, het Neerlands drugsbeleid, fietsen, stroopwafels). Ideeën werden gedeeld, emoties werden verwoord en grappen werden verteld in
een hechte groep personen uit verschillende landen, met als voertaal Engels. Het was voor
mij uniek om zoveel verschillende nationaliteiten bij elkaar te zien met dezelfde passie;
namelijk Japan.
13

Het Japanse Aspect
Welnu, het ontmoeten van mensen van verschillende nationaliteiten was voor mij een zeer
aangename verassing. Maar waar mijn hele reis om draaide, was natuurlijk het ontdekken
van Japan. Ik volgde het volledige zomerprogramma van World Campus International, welke
bestond uit drie sessies. Elke sessie bestond uit twee weken en in elke sessie bezocht ik
een week lang één bepaalde stad of regio in Japan. De steden die ik bezocht heb, waren
respectievelijk: Omura (Nagasaki), Tama (Tokyo), Mito, Toride, Arao en Hiroshima. Elke
week dus een andere stad, een andere cultuur, andere mensen en andere zaken die ter
sprake kwamen. Zo stonden in Nagasaki en Hiroshima oorlog en vrede vaak centraal, terwijl
in Tama het stadsleven van Tokyo en de Japanse scholing werden besproken. Door om de
week verschillende steden te bezoeken, die duidelijk verschillen, heb ik een breder beeld
gekregen van Japan. Dit heb ik vooral te danken aan de mensen van het programma die ons
introduceerden aan de desbetreffende stad (de lokale staf) en aan de hostfamilies.
In elke stad werd aan elke deelnemer van het World Campus International programma
een hostfamilie toegewezen. Na een dag intensief het programma te hebben gevolgd (op
het programma ga ik later in), kom je ‘thuis’ bij je hostfamilie. Van hen heb ik dan ook veel
geleerd over Japan. Ik heb kanji gestampt met mijn hostzusje in Omura, over de atoombom gediscussieerd met mijn hostmoeder, hostoma en hostopa in Hiroshima, de gehele
Saiyajin-saga van Dragonball Z manga in het Japans gelezen met mijn hostbroertjes in Tama
en Japanse manieren geleerd van mijn hostmoeder in Mito. Via de mail heb ik nog steeds
contact met mijn hostfamilies in Japan.
Tussen elke sessie kregen alle deelnemers een week vrij, waardoor ik een week lang vrij was
om te gaan en staan waar ik wilde.
Het Persoonlijke Aspect
Uitgaand van zeven dagen per stad, besteedde
ik ongeveer vier dagen aan activiteiten met de
groep, zoals: het bezoeken van musea, het gebied, de stad, gemeentehuizen, bedrijven (Canon en ExxonMobil, bijvoorbeeld), scholen, provinciehuizen, en nog veel meer. De activiteiten
verschilden per stad, omdat in elke stad er iets
anders te beleven valt. Per dag was ik van 9 uur ‘s
ochtends tot 5 uur ‘s avonds in de weer met activiteiten, die leerzaam maar vermoeiend waren.
Het was dus wel lekker om elke dag ‘thuis’ te komen bij mijn hostfamilie en te genieten van het
eten en de ontspanning die zij mij boden.
De activiteiten die mij het meest hebben aangegrepen en zijn bijgebleven, waren de bezoeken
aan de atoombom-musea in zowel Nagasaki als Hiroshima, en mijn eerste keer in Tokyo.
Wij hadden als deelnemers van World Campus International niet alleen de mogelijkheid
de Atoombom musea te bezichtigen, maar wij kregen ook de kans om het verhaal van de
atoombommen op Nagasaki en Hiroshima direct aan the horen van twee overlevenden van
14

de atoombommen zelf, zowel in Nagasaki als in Hiroshima. Het luisteren naar het verhaal
van deze twee personen voelde alsof ik de geschiedenis met mijn eigen handen aanraakte.
Ook al vielen de atoombommen 65 jaar geleden in Nagasaki en Hiroshima, toen ik die verhalen hoorde van de overlevenden, leek het zo dichtbij dat ik er bang van werd.
Iets heel anders, Tokyo is een geweldige stad! Toen ik
de trein uitstapte in Shinjuku werd ik helemaal verliefd
op de stad en wilde ik er niet meer weg na een bezoek
aan Akihabara. Het vlugge leven, de chaos, de herrie, de
waanzin. Via World Campus International leerde ik studenten van Chuō University kennen, die mij de meest
interessante spots (lees: izakaya, winkels, eettentjes en
zelfs maidcafés) introduceerden. Het was een unieke en
leuke ervaring om Tokyo te ontdekken samen met deze
studenten van Chuō University.

Overlevende van de bom op Nagasaki

Alles bij elkaar
Dus elke week leerde ik iets nieuws over een specifieke
stad of regio samen met andere deelnemers van verschillende nationaliteiten. Ik leerde over Japan, ik leerde
over andere landen en culturen en ik leerde ook over
mijzelf. Deze drie elementen kwamen aan het eind van
elke week perfect samen in een evenement genaamd
de Arigatou Evento; een van de meest opmerkelijke en,
voor mij persoonlijk, een van de leukste activiteiten van het World Campus International
programma. Het evenement is een soort show waarin alle deelnemers van het programma
hun dank tonen voor de afgelopen week aan een zaal vol met hostfamilies en lokale staf van
de stad. In deze show dansten, zongen en speelden wij met het publiek en gaven wij hun
een beeld van wat wij geleerd hadden in die week. Zo introduceerden wij ieder kort zijn of
haar moedertaal, zongen wij gezamenlijk Ponyo met gebaren en al erbij, beatboxte ik een
beat terwijl een Chinees rapte en een Japanner zijn shamisen bespeelde. Het is moeilijk dit
evenement te beschrijven. Om echt te begrijpen wat ik bedoel, zou je het zelf moeten ervaren.
Jouw Aspect?
En dat kan! World Campus International heeft elk jaar een nieuw zomerprogramma. Voor
deze zomer is de organisatie op zoek naar enthousiaste deelnemers die een passie voor
Japan hebben. Ben je geprikkeld door mijn lap tekst en/of geïnteresseerd in het programma
en zou je meer willen weten of jezelf willen aanmelden voor het programma? Kijk dan
op www.worldcampus.org voor meer informatie, beelden en blogs. Wees er snel bij als jij
jezelf wil aanmelden, want de deadline voor deze zomer is al 31 maart!
Natuurlijk heb ik veel meer meegemaakt in Japan dan hier beschreven. Check
www.handsup4japan.blogspot.com voor mijn hele blog.
Namens World Campus International,
Ashwin Ramjiawan, alumnus van World Campus International Summer 2009

15

N

De kajuit van de Musketier

a vorige keer de overnachtingsperikelen van de Hollanders op Kyūshū te hebben
gevolgd zullen we hen deze keer vergezellen op het restant van hun tocht naar de
shogun te Edo. Avonturen zo heftig als de moord in 1689 waren er zelden, maar dat
wil niet zeggen dat de reis normaal gesproken eentonig was, hoewel het erop lijkt dat het
toch altijd weer opperhoofd Cornelis van Outhoorn was die iets te verduren kreeg. Zo ook
op de hofreis van 1692. In de namiddag had men besloten om in een kleine herberg ergens
op Kyūshū te overnachten en de volgende dag verder te reizen. Aan het vertrek van de Hollanders grensde een tuintje met daarin een hek met poortje, uitkomend op de straat, dat
van ellende haast uit elkaar viel. De Nederlanders besloten om van het laatste beetje zon
te genieten in het tuintje, maar toen de tolk het haveloze hekje opmerkte, meldde hij het
aan de opperbongiois. Deze liet het meteen van buitenaf dichtspijkeren. Van Outhoorn was
woedend over deze daad:
[...] puijr als off wij gevangenen waren, die daer door ’t mogten ontvluchten, wij vroegen
haar aff off zij daer voor bevreest waren, en off de Japanse beleeftheijd mede braght,
vrinden die expres gingen om den keijser te begroeten, in ’t ooge van de gehele werelt
zoodanigh te onteeren [...]

Krasse taal, maar de Japanners bekommerden er zich niet in het minst om. Volgens Van
Outhoorn omdat ze al door de tolk waren geïnstrueerd om de Hollanders dwars te zitten.
Eenmaal aangekomen in Shimonoseki, gelegen op het noordelijkste puntje van Kyūshū,
begon het tweede stadium van de reis. Vanaf Shimonoseki ging men doorgaans per schip
over de Japanse binnenzee richting Ōsaka. Aangekomen in de stad der kooplieden van
Japan begonnen de eerste officiële handelingen. Allereerst namen de Hollanders hun intrek
in de gebruikelijke herberg, waarna de Ōsaka-bugyō over hun komst werd geïnformeerd.
Vervolgens was het wachten op een audiëntie bij de hoge heren van de stad. Tijdens deze
audiëntie werden geschenken aan de bugyō overhandigd en werden de Nederlanders allerlei vragen gesteld onder het genot van een pijpje tabak, een kopje ‘gedroogde thee’ en een
portie vis. Bijvoorbeeld hoe ver het was van Batavia tot aan Japan, of de bugyō het rapier
van het opperhoofd niet eens mocht zien en of de Nederlandse dokter geen middeltjes bij
zich had tegen allerhande kwaaltjes. De Nederlanders schonken op hun beurt wat banket
en sterke drank en na enige dagen in Ōsaka te hebben doorgebracht werd de reis voortgezet naar Miyako (het huidige Kyōto). De handelingen in Miyako verliepen nagenoeg op
dezelfde manier als in Ōsaka. Alleen werd er ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om
de lakwerken te inspecteren die men reeds vanuit Nagasaki had besteld. De reis ging voort
over de Tōkaidō.

In een herberg in Suma (westelijk deel van het huidige Kōbe) was het weer mis. De oude
herbergier was enige tijd daarvoor gestorven en diens pientere knaap van slechts tien à
twaalf jaren oud had de zaak overgenomen. Deze nieuwsgierige jongen was de hele avond
niet bij de Hollanders weg te slaan en met behulp van assistent Visser, die de Japanse taal
een klein beetje machtig was, stelde de jongen intelligentere vragen dan Van Outhoorn
16

ooit van de tolken had gehoord. Het jongetje gaf zijn dienaren opdracht om er voor te zorgen dat de Nederlanders niets te kort kwamen, tot groot genoegen van het opperhoofd.
De tolk, die samen met de opperbongiois in de naastliggende kamer verkeerde, hoorde
deze vrolijke boel en kwam abrupt een eind maken aan de feestvreugde:
[…] den onfatsoenlijcken tolk […] dit discoureren hebbende aangehoort, was zo honds
dat hij met een woord twee à drie tegen de dienaren die daar bij waren te spreeken, soo
ijlinghs haar alle dee opstaan, dat ’t scheen als off se van de duijvel vervolght wierden, […]
ongetwijffelt door ijets sonderlings quaadt van ons te seggen haar dus hebbende weten aff
te schricken, soo swart schildert dien schurk ons over al aff.

Van Outhoorn had er verder geen woorden meer aan vuilgemaakt en de reis werd de volgende dag voortgezet. Na dagen reizen was het dan eindelijk zover. Het gezelschap trok
Edo binnen. Natuurlijk werden de Hollanders eerst weer ondergebracht in de gebruikelijke
herberg. Ondertussen verzamelden zich allerhande nieuwsgierige Japanners om een glimp
te kunnen opvangen van die rare snuiters uit den vreemde. Het duurde soms wel dagen
voordat er een audiëntie werd verleend bij de shogun en gedurende deze tijd moesten
de Hollanders in de herberg blijven. Dit was een uitgelezen kans voor een select groepje
Japanners om het gezelschap uit Nederland te bestoken met vragen. Zo kwam een van hen
aanzetten met een wel heel bijzondere ring. Op de plek waar normaliter een steen hoorde
te zitten, zat een klein kompas met Romeinse cijfers. De Hollanders legden uit dat dit een
kompas- c.q. zonnewijzerhorloge van uitmuntende Portugese of Spaanse makelij was en
dat het bovenal werd gebruikt in de scheepvaart. Verder waren er ook altijd wel ‘dwazen’
die wilden weten of de Nederlanders de onsterfelijkheidsdrank al hadden gevonden en die
bereid waren om hier een flink bedrag voor neer te tellen.
Na soms dagen wachten kregen ze dan eindelijk een audiëntie. Deze bestond uit twee delen.
De eerste keer moest het opperhoofd de geschenken overhandigen en buigen voor de shogun. Daarna ging hij weer terug naar de ‘Vertoef Zaal’ en liep daar zo’n anderhalf uur te
ijsberen. Dan was het tijd voor de tweede audiëntie waar het er wat informeler aantoeging.
Het opperhoofd werd met zijn kornuiten door bijna iedere zaal van het paleis geleid en
overal waar ze binnenkwamen, stroomden de aanwezigen toe met gelukwensen en meer
van dien aard. Het duurde ongeveer een half uur om alle zalen te doorkruisen alvorens bij
de shogun en de Rijksraden (rōjū 老中) te komen. Nieuwsgierig als de shogun was, stelde
hij allerlei vragen, zoals hoe ver is het van Nederland naar Japan; hoe ver is het van Batavia
naar Japan; uit welke provincies bestaat Holland. Vooral bij dat laatste hadden de Hollanders
een klein probleem, want Holland was immers één van de zeven provinciën. De oplossing
was simpel en de stad Amsterdam werd prompt gebombardeerd tot provincie. Verder werd
de Nederlanders nog wat gevraagd over het dagelijks leven in Europa en werden ze verzocht om eens wat te zingen en te dansen. Op de vraag welke kleur haar het meest voorkwam in de Nederlanden, antwoordde de ‘kwastige’ tolk: rood. Een grove leugen waar Van
Outhoorn ook weer zeer verbolgen over was.
Van Outhoorn leek wel onophoudelijk te klagen, maar uiteindelijk bood zijn functie in
Japan alleen maar voordelen. Als opperhoofd in Japan had hij automatisch een zetel in
de Raad van Justitie te Batavia en naarmate hij langer in Japan was geweest, kreeg hij een
prominentere zetel. Ook kreeg hij een vrij aardig salaris en de mogelijkheid om in Japan in
het geniep zijn zakken te vullen. Als broer van de toenmalige Gouverneur-generaal zal hij te
Batavia ongetwijfeld een riante villa hebben gehad, waar hij kon bijkomen van zijn Japanse
avonturen. Jurre ´de Musketier´ Knoest
17

I

Het Japanse toilet

n Japan heeft men de kunst van het speciaal maken van doodgewone dingen tot in de
puntjes verfijnd. Eten wordt zo gemaakt en opgediend dat het eruit ziet als een klein
kunstwerkje en restaurants creëren nauwelijks te onderscheiden plastic varianten van
alle maaltijden die ze aanbieden. Gebruiksvoorwerpen als telefoons en laptops worden volledig gepimpt en verpersoonlijkt door er van alles op te plakken en aan te hangen. De jaarlijks
terugkerende bloesems krijgen een heel scala aan feestelijkheden en zuippartijen in hun eer en
iets alledaags en banaals als een toilet wordt voorzien van de nieuwste technologische snufjes.
Dit betekent echter niet dat elk - al
dan niet openbaar - toilet in Japan
al hiermee uitgerust is. Het alom
bekende en beruchte hurktoilet
komt ook Japan nog met een zekere regelmaat voor, hoewel het
wel degelijk aan het verdwijnen
is. De zittoiletten zoals wij die ook
kennen, werden pas na de Tweede
Wereldoorlog in Japan geïntroduceerd, maar zijn daar inmiddels wel een stuk verder geëvolueerd dan hier. Een voorbeeld daarvan dat vrijwel alle Japanologen wel zullen kennen en
mogelijk ook in Japan zijn tegengekomen, is het toilet dat er op het eerste gezicht vrijwel
hetzelfde uitziet, maar een klein paneeltje aan de zijkant gemonteerd heeft. Hierop zitten een aantal knopjes waarmee onder andere de wc-bril naar de gewenste temperatuur
kan worden verwarmd, een straaltje water het achterwerk van de toiletgebruiker kan
reinigen en de kracht waarmee dit straaltje water wordt gelanceerd versteld kan worden.
Bij de nog wat meer geavanceerde
variant hiervan is het kastje draadloos verbonden met het toilet,
de mogelijkheden net wat uitgebreider en kunnen zowel de temperatuur als de waterstraal verder
naar het gewenste uiteinde versteld
worden. De toiletten met dit soort
functies, ook wel Washlet (ウォシュ
レット) genoemd, zijn inmiddels
zo goed als standaard geworden in
zowel de publieke als de privé toiletten. Extra gadgets waarmee ze uitgerust kunnen zijn, zijn onder andere een billenföhn,
massage opties, verwarming en/of airco voor het toilethokje, luchtverfrisser en de mogelijkheid om een rustgevend muziekje af te spelen terwijl men op het toilet zit. Ook zijn er
toiletten speciaal ontworpen voor mensen die door ouderdom of een andere reden slecht
ter been zijn; deze zijn onder andere uitgerust met armleuningen en kunnen een stukje
naar voren worden gekanteld om de gebruiker te helpen weer van de zitting af te komen.
Daarnaast zijn veel van deze toiletten uitgerust met waterbesparende snufjes. Een van de
18

meest effectieve daarvan is de knop die een doorspoelgeluid genereert zonder dat er daadwerkelijk door wordt gespoeld, om zo eventuele ongewenste geluiden te maskeren. Uit
onderzoek is gebleken dat deze uitvinding bijzonder waterbesparend is: sinds de invoering
ervan, trekt men op openbare toiletten beduidend minder vaak door… Andere van dit soort
milieuvriendelijke elementen waarmee de washlets uitgerust zijn, zijn de mogelijkheid om
te kiezen of je met veel of weinig water doorspoelt en een klein wastafeltje dat op de
spoelbak geïnstalleerd is, waardoor het water dat je gebruikt om je handen te wassen vervolgens wordt hergebruikt om het toilet mee door te trekken.
Maar het zijn niet alleen de toiletgadgets waarop de Japanners zich hebben uitgeleefd: ook op het uiterlijk en
de locatie van het toilethokje laten ze hun creativiteit
los. In Rotterdam heeft een tijdlang het relatief bekende
en licht exhibitionistische one-way-screen toilethokje
gestaan (raam van binnen, spiegel van buiten), maar in
Japan gaan ze nog net een stapje verder door een toilet
midden in een aquarium te bouwen. Exotische vissen en
een reuzenschildpad kijken rustig toe hoe de toiletbezoeker haar behoefte doet (helaas voor de exhibitionistische mannen is het een vrouwentoilet), en moeten een
‘rustgevend gevoel alsof je in de oceaan zwemt’ geven.
Voor degenen die minder van toekijkers houden, maar
een bijzonder toiletbezoek wel op prijs kunnen stellen,
zijn er bij verschillende ski resorts in Japan toilethokjes
zo beschilderd dat het precies lijkt alsof je bovenop een
skischans staat, compleet met op de grond geschilderde
ski’s waar je voeten op geplaatst kunnen worden.
Zelfs hier houdt Japans wat aparte fascinatie met de
automatisering van dingen niet op. Als de toiletten zelf
en de ruimtes waarin ze zich bevinden zijn uitgerust
met alle mogelijke snufjes, dan wordt het tijd om ook de
schoonmaakploeg aan vernieuwing te onderwerpen, zo
moeten ze gedacht hebben. Dus is er een robot ontworpen die voldoet aan alle moderne Japanse eisen: volautomatisch, beleefd, behulpzaam en kawaii. Een ongeveer één meter hoog lieveheersbeestje, gewapend
met benodigdheden als watertanks, borstels en sponzen,
maakt openbare toiletten schoon en kan dit door ingebouwde sensors doen zonder tegen dingen en mensen
aan te botsen. Daarbij kan het simpele gesprekjes aanknopen met bezoekers dankzij de stemherkenning en
spraakmogelijkheid, en wordt het automatisch geüpdate over de verkeersomstandigheden, zodat men er
zelfs reisinformatie aan kan vragen... Waar een toiletbezoek al niet goed voor is. Liselore Goossens
19

ホワイトデー

White Day

W

Witte chocola en lingerie

e hebben het weer gehad hoor. Die ene vreselijke dag in het jaar waarop het
overgrote deel van Nederland weer moet worden ingewreven dat ze single
zijn, of waarop je zo nodig romantische dingen schijnt te moeten doen en te
zeggen tegen je scharrel van dat moment. Ik heb het natuurlijk over Valentijnsdag. Ook
in Japan zit deze marketinghype er dik in, maar daar doen ze het nog net iets anders:
meisjes geven niet alleen chocola aan de jongen die ze wel zien zitten, maar ook aan
vrienden, collega’s en familie. Toch is er wel duidelijk een onderscheid: degenen die geen
ぎり
love interest van het meisje zijn krijgen 義理チョコ, wat vertaald kan worden als “choほんめい
cola uit beleefdheid”, terwijl de vriend of andere geliefde mag rekenen op 本命チョコ,
“chocola uit liefde”. Deze laatste wordt, om aan te tonen dat ze het werkelijk menen, ook
nog eens met alle liefde zelf gemaakt. Rond Valentijnsdag liggen de Japanse warenhuizen
dus niet alleen vol met de meest schattig verpakte bonbondoosjes, maar ook met alle ingrediënten om je eigen love choco te kunnen maken. En net als hier doet de media er alles
aan om je als jongen te laten geloven dat als je op deze dag niks krijgt, er toch wel iets mis
met je moet zijn.
Goed, bij ons is dat hele Hallmark- en Mercicircus gelukkig op 15 februari voorbij. In Japan
echter staat er nog zo’n dag in de planning:
White Day, wat altijd precies een maand na
Valentijnsdag is, dus op 14 maart. Op deze dag
draaien de rollen om: mannelijke ontvangers
van de honmei- of giri-choco moeten nu alles
uit de kast trekken om iets terug te doen. En
ook niet zomaar iets; de algemene regel is dat
het geschenk dat je teruggeeft sanbai gaeshi
(三倍返し) is, oftewel letterlijk twee- of driemaal zoveel kost als het cadeau dat je eerder
hebt ontvangen! Japanse meisjes en vrouwen weten het op Valentijnsdag vaak slim te
spelen; geef pappie of mannie prachtige zelfgemaakte chocola of iets anders duurs, en ze
moeten wel met een Gucci-tas of dergelijke
aankomen om dat goed te maken.
20

3月14日
Net als op Valentijnsdag liggen de winkels
dus nu weer vol met typische White
Day-geschenken: witte chocola, koekjes,
sieraden en marshmallows; oftewel alles
in het wit. Waarom eigenlijk wit? Net als
Valentijnsdag is White Day vooral een uitvinding van marketingbedrijven. In Japan
was dit de National Confectionery Industry
ぜんこくあめかしこうぎょうきょうどうくみあい
Association (全国飴菓子工業協同組合), die
White Day lanceerde als een dag waarop
mannen iets terug moeten geven aan de
vrouwen van wie ze chocolade hebben
gekregen. Het werd voor het eerst in
1978 gevierd, maar in 1977 bracht een
zoetwarenbedrijf in Fukuoka al met deze
bedoeling marshmallows uit voor mannen
op 14 maart, en doopte de dag マシュマ
ロデー(Marshmallow Day). De naam White
Day is echter blijven plakken, maar misschien waren het de witte marshmallows
die de dag haar naam gaven.
Dus, wil je je voortaan als goed opgevoede
Japanologenman bewijzen? Geef dan op
14 maart je liefje eens wat witte chocola of
iets anders mooi wits terug (lingerie mag
ook, is in Japan erg populair). Voor de rest
vind ik dat we een voorbeeld mogen nemen
aan Zuid-Korea. Zowel dit land als Taiwan
kennen namelijk ook White Day, maar ZuidKorea heeft ook nog een informele Black
Day op 14 april waarop singles hun gezamenlijke alleenstaandheid vieren. Precies,
gun hen ook eens wat! Melissa Costa
21

Het verhaal van De Schoen (slot)



く見えた男の子の持ち歩いていた財布に学生証が入っていたので、十五
歳である山嵜信幸という高校生だと分かった。傷を負っているわけでも
なく、どこかに痛みを感じていそうもなかったので、警察は何が起こっ
たか分からずに途方に暮れた。瞳の動きしかまったくなかった信幸は、物干し綱
にかけられ、風にひらひらと舞っている濡れたシーツのようにブランコに腰かけ
ていた。昏睡状態のように見えたけれど、少しは刺激に反応していたというわけ
で、やはり昏睡ではなかった。立てないことはもちろん、声も出てこなく、腕も
伸ばせないほど筋肉の力が尽き、深刻な状態だった。結局、信幸を入院させる
ことになった。
素敵な耳のあるウエートレスがまたテーブルに近づいて来た。サッポロビールを
もう一杯頼み、煙草を一本取り出した。すると、すぐズボンの後ろポケットから
ライターを取り出し、火をつけてくれた。特に仕事に悩んでいるとき、たしなむ
程度に煙草を吸っている。味は特に好きとは言えないけれど、煙草が徐々になく
なるのをみることには控えめに言っても魅力があることだ。たいてい灰皿に煙草
を置き、消えるまでけぶらせるけれど、その日は全部吸ってしまったのだ。店内
に小さな音で「瞬きもせず」が流れていた。久しぶりにこの曲を聴いたけれど、
今は中島みゆきの声ではなく、僕が知らないバージョンだった。
ニュースで信幸の件を見たとき、霊魂が信幸の身体から出ていたとは思ってもい
なかった。ただ、また少年は気が狂ったのかと思っていたのだ。「瞬きもせず」
を久しぶりに聴いた日、昼食に出掛けるところで同僚が声をかけてから、霊魂の
問題ではないかとぴんと来た。先に述べたとおり身体は無益なものであり、この
信幸はほとんど生きていない状態になってしまったのは別に構わなかったけれ
ど、霊魂のほうはどうなったのか深い興味があった。興味というより、これは僕
の仕事だ。
霊魂がもらった身体から別れられたことはまったくないので極めて深刻な悩みに
なった。
22

O

mdat er een leerlingenpasje in de portemonnee gestoken zat die de jongen bij
zich droeg, was het duidelijk dat het ging om de vijftienjarige middelbare scholier
Yamazaki Noboyuki. Het was niet zo dat de jongen gewond was en het zag er ook
niet naar uit dat hij ergens pijn had, dus stond de politie voor een groot raadsel wat er
gebeurd was. De, op de beweging van de pupillen na, levensloze Noboyuki zat enkel op
de schommel als nat linnengoed dat aan een waslijn hangt en wappert in de wind.
Het had veel weg van een coma, maar hij reageerde wel lichtjes op prikkels, dus een coma
kon het niet zijn. Hij had al zijn kracht verloren zodat hij – vanzelfsprekend – niet
op kon staan, kon praten of zelfs maar zijn arm kon uitsteken. Het was een ernstige
toestand, vandaar dat Noboyuki uiteindelijk maar opgenomen werd in het ziekenhuis.
De serveerster met de elegante oren kwam weer naar mijn tafel toegelopen. Ik bestelde nog
één Sapporo-bier en pakte een sigaret tevoorschijn. Zodra ik dat deed, pakte de serveerster
meteen een aansteker uit haar achterbroekzak en stak ze de sigaret voor me aan. Vooral
wanneer ik me druk maakte over mijn werk rookte ik in lichte mate. Ik kon niet zeggen dat
de smaak er van me nu zo aanstond, maar er zit op zijn minst een bepaalde magie aan het
kijken naar hoe een sigaret beetje bij beetje verdwijnt. Meestal liet ik de sigaret dan ook
wegsmeulen in de asbak, maar die dag rookte ik hem helemaal op. In de zaak klonk zacht
Matataki mo sezu. Het was voor het eerst in lange tijd dat ik dit nummer hoorde, maar het
ditmaal was het niet de stem van Nakajima Miyuki maar een versie die ik niet kende.
Toen ik op het nieuws het voorval met Noboyuki zag, vermoedde ik niet dat zijn ziel uit
Noboyuki’s lichaam was getreden. Ik dacht enkel dat een tiener weer eens gek was
geworden. Die dag waarop ik voor lange tijd Matataki mo sezu weer eens hoorde, kwam op
het moment dat ik door mijn collega aan werd gesproken toen ik op het punt stond om te gaan
lunchen ineens in me op dat het weleens aan zijn ziel gelegen zou kunnen hebben. Zoals ik al
eerder aangaf, is het lichaam maar een nutteloos iets en ik zat er dan ook niet bijzonder mee
dat deze Noboyuki in een vrijwel levenloze staat terecht gekomen was, maar het interesseerde
me mateloos wat er van de ziel verworden was. Sterker nog dan interesse, het was mijn werk.
Aangezien het nog nooit eerder was voorgekomen dat een ziel zich los had weten te maken
van het hem toegekende lichaam was dit een bijzonder ernstig probleem.
23

二つの世界があり、第一は神様の世界で、第二は人類の世界である。人類の世界
には霊魂と身体があり、身体を霊魂に上げる理由は次のようだ。神様は霊魂を守
っているけれど、身体が付いていない場合はきちんと守れないのだ。だから、身
体が死んだとたん、また赤ちゃんの身体を上げるわけである。そうしないと、霊
魂もなくなる恐れがあり、死亡すれば、神様の力が弱まってしまう。確かに、僕
は神様のために働いている。
身体の付いていない霊魂は少しは音楽みたいなものである。見えなくて、ただ空
気の中に流れている。音楽を聴くこともあるかもしれないけれど、たいてい音楽
が聞こえることにはあまり気が付いていない。身体の付いていない霊魂は同じよ
うだ。どこにいるか分かることもあるかもしれないけれど、たいてい霊魂がすぐ
そばにいても、どこにいるか気が付いていないのである。
94D1027TTMOが信幸の身体から別れられたことで神様はあまりに怒り、僕は
「夜八時になる前に見付ける」と命令された。けれど、見つけられなくて、どう
しようかと悩んでいた。
もつ焼き屋の店員さんが「営業中」の看板を取り去り、閉店する準備を終えた。
今夜、最後のもつ焼きを食べ、最後のビールを飲み、最後の煙草を吸った。もつ
焼き屋を出たとたん、雨が滝のように降ってきた。傘をさしず、早足で地下鉄駅
に向けていった。四番線から十二時過ぎに発車する電車に乗り、港湾区域に位置
する塔の近くの駅に降りた。
今朝、港湾区域に男性の遺体が発見され、警察によると自殺で命を絶ったという
ことです。
僕は自殺したわけではない。ただ僕の身体を殺し、神様は94D1027TTMOが信
幸の身体に戻ってきたと思うようになんとか山嵜信幸の身体に入ってきたのだ。
神様は僕の身体が死んだことは分かっているけれど、赤ちゃんの身体をもらうど
ころか、94D1027TTMOの代わりに信幸の身体に入ったことには気が付いてい
ない。
94D1027TTMOは身体なしで神様に守ってもらわずに、迷惑がかからないとこ
ろで生きているのであろう。

24

Er zijn twee werelden; ten eerste de wereld van de goden en in de tweede plaats die van
het menselijk wezen. In de wereld van de mensen bestaan er zielen en lichamen en de
reden dat we aan een ziel een lichaam toekennen is als volgt. De goden beschermen de
zielen, maar wanneer deze geen lichaam hebben kunnen ze de zielen niet naar behoren
beschermen. Daarom kennen we zodra een lichaam ook maar de dood vindt direct een
nieuw babylichaam er aan toe. Wanneer we dat niet doen bestaat er het gevaar dat ook de
ziel komt te overlijden, en wanneer een ziel heen gaat nemen de krachten af van de goden.
Zeker, ik werk voor de goden.
Een ziel zonder lichaam is bijna als muziek: onzichtbaar, het zweeft enkel door de lucht.
Soms luister je aandachtig naar muziek, maar meestal ben je je er niet eens bewust van dat
je muziek hoort. Met een ziel zonder lichaam is het precies zo. Soms weet je wel waar ze
zijn, maar meestal heb je er totaal geen weet van waar ze zijn, ook al bevinden ze zich in je
directe omgeving.
De goden waren behoorlijk ontstemd over het feit dat 92D1027TTMO zich los het weten te
maken van Noboyuki en ik werd bevolen hem voor 8 uur ’s avonds op de sporen. Maar ik
maakte me er zorgen over wat ik moest doen als ik hem niet kon vinden.
Een personeelslid van het motsuyaki-restaurant haalde het bord “open” naar binnen en
trof voorbereidingen om te gaan sluiten. Deze avond at ik mijn laatste motsuyaki, dronk
ik mijn laatste bier en rookte ik mijn laatste sigaret. Zodra ik het motsuyaki-restaurant
naar buiten stapte, begon de regen te stromen als een waterval. Zonder een paraplu op te
steken haastte ik me naar het metrostation. Vanaf spoor 4 nam ik de metro van even over
12 en ik stapte bij een station in de buurt van de Toren in het havengebied uit.
Vanochtend is in het havengebied het lichaam van een man gevonden. De politie spreekt
van zelfmoord…
Ik heb geen zelfmoord gepleegd. Het enige wat ik heb gedaan is mijn eigen lichaam vermoorden om op de een of andere manier het lichaam van Yamazaki Noboyuki binnen te
dringen, zodat de goden zouden denken dat 92D1027TTMO terug is in het lichaam van
Noboyuki. De goden hebben wel door dat mijn lichaam overleden is, maar ze hebben er
geen idee van dat ik in plaats van een nieuw babylichaam in bezit te nemen, het lichaam
van Noboyuki in bezit heb genomen in de plaats van 92D1027TTMO.
92D1027TTMO zal nu wel leven op een plek waar hij, zonder lichaam, niet door de goden
wordt beschermd noch lastig gevallen. De Schoen

25

26

Deze grenzen bleken voor menig sinologenvrouw eerder bereikt dan die van haar tegenhanger. Het mooiste aspect van het café - wellicht is dit een kwestie van persoonlijke
smaak - betrof de voyeuristische vrouwen wc. Naast de wasbak was een raam geïnstalleerd, wat een mooie blik op het tussenportaal verschafte. Na enkele uren was een
goed gedeelte van de aanwezige young and beautiful reeds van haar à propos.
Toe aan een moment voor mijzelf besloot ik het mannentoilet op te zoeken, waar een
medeman tussen vlagen geblaf door, zijn gekelderde gemoedstoestand verkondigde aan
elke beschikbare toehoorder.
Eenmaal terug kon ik mijn blik niet meer afwenden van hetgeen zich als een avondvullende tekenfilm met stukjes wortel voor mijn ogen voltrok. Een oogstrelend contrast van
wulpse vrouwen in galajurk die spuwend bellen bliezen. Na aan het einde van de avond
zoals vaker de klappende kaken van Malle te hebben ontweken, kon ook ik
niet anders concluderen dan een geslaagd gala te hebben bijgewoond.
Martijn Heule
Zoek d

die

s!

n!
ille
ch

ev
er
s

la
Hello

AAA AAAAAA
AA
AAA
AA

AA
A

AA
AA

AAA A
AA
AA

AAAAAAAA

AAAAAAA

AA A
AA
AA

AA
A

Pim

27

AAAA

AAAAAA

AA

A

コトバによって
表現された人



D

e Japanse taal is opgebouwd uit een aantal bouwstenen dat redelijk gemakkelijk
uit
elkaar te halen is. Grammaticaal
gezien is de taalめいし
op te delen in werkwoorden,
どうし
じょどうし
ふくし
動詞, hulpwerkwoorden, 助動詞, naamwoorden, 名詞, bijwoorden, 副詞, twee
けいようし
けいようどうし
じょし
soorten bijvoeglijk naamwoorden, 形容詞 en 形容動詞 en partikels, 助詞. Het is handig om
zo’n strakke indeling te hebben bij het leren van de taal; zo kun je immers alles dat je leert
een naampje geven en het in bijbehorend vakje stoppen.
Een categorie die naar mijn
mening nog vaak over het hoofd gezien wordt, zijn de idioかんようく
matische uitdrukkingen: 慣用句. Toegegeven, het is niet echt een grammaticale klasse,
en zou misschien niet thuishoren in het bovenstaande rijtje, maar toch denk ik dat het
een belangrijk onderdeel van de Japanse taalontwikkeling is. Ook het Nederlands zit vol
met idiomatische uitdrukkingen. Je staat er misschien niet vaak bij stil, maar zelfs deze
uitdrukking (ergens bij stilstaan) is idiomatisch. We hebben het er hier immers niet over
dat je letterlijk ergens naast gaat staan en niet verder loopt, maar over een meer figuurlijke vorm van taalgebruik. Een afgeleide betekenis uiteraard. Een manier om te laten zien
dat het hier inderdaad om een idiomatische uitdrukking gaat, is om te proberen deze letterlijk te vertalen. ‘Daar heb ik niet bij stilgestaan’ laat zich niet makkelijk vertalen naar
bijvoorbeeld het Engels: ‘I did not stand still by that’ (?), of zo ook het Japans: ‘そこに立ち
止まらなかった’ (?). Tsja…
Dat sluit niet uit dat er in de bovenstaande talen uitdrukkingen of zegswijzen bestaan die
dezelfde betekenis hebben als het Nederlandse ‘ergens bij stilstaan’. In het Engels zou je
bijvoorbeeld kunnen zeggen: ‘to take notice of’ of ‘to be mindful of’. In beide voorbeelden
komt ‘stilstaan’ niet letterlijk terug. Ook voorりゅうい
het Japans geldt hetzelfde.
‘Ergens bij stilstaan’

is bij benadering misschien te vertalen met ‘留意する’ of ‘気に留める’.
28

Als we het dit verschijnsel vanaf het Japans benaderen, levert
het misschien nog wel vreemう
dere taferelen op. Neem bijvoorbeeld de uitdrukking ‘手を打つ’. Dit betekent zoiets als ‘actie
ondernemen’ of ‘in actie komen’. Letterlijk is het ‘de/een hand slaan’, en niet eens ‘met
de hand slaan’ (dat zou immers 手で打つ zijn). Vreemd dus. Toch is het een veelgebruikte
uitdrukking. Afgeleide vormen zoals ‘打つ手がない’ (geen hand om te slaan = ‘we kunnen
niets doen’) komen ook veelvuldig voor.
Sowieso is er een vrij beperkt vocabulaire dat bij een groot deel van dit soort uitdrukkingen
gebruikt wordt. Vaakしたdoen
lichaamsdelen mee, zoals het hoofd (頭に来る, vervelend

vinden), of de tong (舌が肥える
, een verwende smaak hebben), de buik (腹が立つ, boos
あら
worden) of de voeten (足を洗う, met een schone lei beginnen). Daarnaast, echter, is er het
woord 気 dat een zeer grote rol speelt in dit soort uitdrukkingen. Het bovenstaande
気に

留める is een mooi voorbeeld, maar er zijn nog talloze andere: 気がする, 気に病む, 気が付
くる


く, 気が狂う, 気に入る, 気が合う etc., zoek maar eens op wat ze allemaal betekenen. Het
patroon is steeds weer naamwoord – partikel – werkwoord.
Vaak is het partikel が, に of を
わ ご
en de werkwoorden die voorkomen zijn meestal 和語, waar ik het de vorige keer over had.
おんよ

Het is trouwens
opvallend dat ‘気’ (キ) een 音読み is. Het karakter
‘気’ heeft namelijk geen
くんよ
ごおん
echte 訓読み. De andere lezing van het karakter, ‘ケ’, is een 呉音, een oude soort 音読み
die oorspronkelijk uit het zuiden van China komt. Hieruit volgt waarschijnlijk dat het concept (voor zover er hier sprake is van een concept) 気 niet bestond voordat de kanji aan
Japan werden geïntroduceerd. Blijkbaar was気 zo gemakkelijk te gebruiken (misschien juist
omdat het een moeilijk definieerbaar woord is) dat het al snel werd opgenomen in de
Japanse wereld van idiomatische uitdrukkingen, een wereld waar 和語 toch een relatief
grote rol spelen. Daarbij moet natuurlijk gezegd worden dat de uitspraak /ki/ dezelfde is als
bijvoorbeeld de 訓読み ‘き’ van 着. In tegenstelling tot karakters als 小 of 会 die bij de introductie van de kanji wat on-Japanse uitspraken toegedicht kregen (resp. シャウ en クワイ),
was de lezing van 気 gewoon キ. Dit zal het naturalisatieproces van dit woord natuurlijk
eerder bevorderd hebben dan dat het tegenwerkte.
Natuurlijk zijn er nog veel meer uitdrukkingen dan deze voorbeelden, en het aantal uitdrukkingen dat geen gebruik maakt van
気 is vele malen groter dan het aantal dat wel
かんご
ねんとう
気 gebruikt. とほう
Naast 和語
worden
er
ook
漢語
gebruikt, zoals 念頭に置く(in het achterhoofd

houden) of ‘途方に暮れる’ (de kluts kwijt zijn). Toch is het opvallend dat気 zo’n prominente
plaats inneemt binnen de 慣用句. Wat betekent het dan eigenlijk precies?
De betekenis van 気 is niet echt te definiëren, althans niet in het Nederlands of Engels.
きたい
Allereerst
is er de betekenis ‘gas’, ‘lucht’ of ‘damp’ zoals te zien is in de woorden 気体,
くうき
じょうき
空気 en 蒸気. Naast deze betekenissen noemt een internetwoordenboek bijna kwakzalverige vertalingen zoals ‘life energy’ of ‘vital energy’. Nee, dat is het ook niet echt. Ik moet
bekennen dat ik zelf ook niet in zoveel woorden kan samenvatten wat 気 precies betekent,
en men kan zich afvragen in hoeverre het eigenlijk nodig is een woord precies te kunnen
omschrijven. Waarom zou je de woordenboekdefinitie van een woord moeten kennen om
het te begrijpen? Ik durf te stellen dat geen normaal mens een precieze beschrijving kan
geven van de betekenis van de meeste woorden die je dagelijks gebruikt in het Nederlands.
29

En dat terwijl native speakers geen enkele moeite hebben om de woorden te gebruiken en
daarmee duidelijk te maken wat ze willen zeggen.
In die zin is het dus misschien niet eens zo belangrijk te weten wat een woord zoals 気
precies betekent, als je het maar correct kunt toepassen. Zoals we hierboven hebben
gezien, bestaat een groot gedeelte van het gebruik van het woord 気 uit idiomatische
uitdrukkingen. Daarin staat 気 dus altijd in een vast verband, en wordt de betekenis ontleend
aan de uitdrukking in zijn volledigheid. Zo vormt zich langzaam een concept 気 in je hoofd,
zoals dat met meer woorden gebeurt. Wanneer kan je het wel gebruiken en wanneer niet,
wat voor een soort informatie breng je over met dit woord? Antwoorden op dat soort
vragen zijn fundamenteel voor het kunnen begrijpen en gebruiken van een taal.
In sommige gevallen is het dus belangrijker te kijken naar de betekenis van een uitdrukking of een zin in zijn geheel, dan naar de losse onderdelen. In die zin is taal synergie; het
grootste deel van de betekenis komt pas tot haar recht in context, in samenspel met andere
woorden, en betekenen als los, individueel woord eigenlijk niet eens zo veel. Hierdoor kan
men zich afvragen hoeveel zin het heeft om rijtjes te leren, zonder te kijken wat woorden
in zinsverband betekenen, zonder ervaring op te doen. Ik lees daarom zelf liever een
mooi verhaal in het Japans, dan dat ik woordjes uit mijn hoofd leer. Door enkel woordjes
te leren besteed je misschien niet genoeg aandacht aan het opbouwen van je natuurlijke
taalgevoel, iets dat mijns inziens fundamenteel is voor het leren en begrijpen van een taal
zoals Japans. Milan van Berlo

30

Pyke’s Holletje

E

en nieuwe TaTanukiKi, een nieuw, knus holletje. Het semester is weer aardig onderweg en dat betekent natuurlijk mid-terms. Maar wat is nou een betere manier om
je Japans op peil te houden dan door lekker een stapeltje manga te lezen? Ook
in dit holletje weer een bescheiden selectie aanraders uit mijn immer groeiende collectie Japans vermaak.
In een poging een wat groter publiek aan
te spreken bedacht ik ditmaal om eens een
manga te bekijken die wat meer voor de
dames gemaakt is, in tegenstelling tot de
jongetjes- dan wel zakenmannenmanga
die wat meer aan de beurt zijn geweest
tot nu toe. Dus pakte ik vol goede moed
魔法遣いに大切なこと~夏のソラ~

(Mahoutsukai ni taisetsu na koto ~ natsu
no sora ~) van de plank. Geschreven door
Yamada Norie, getekend door Yoshizuki
Kumichi en uitgegeven door het immer
betrouwbare Kadokawa Comics dacht
ik een ware winnaar in handen te hebben. De omslag toont de mooie en lieflijk
getekende protagonist. Maar belangrijker
misschien nog: mijn versie heeft nog een
extra reclameomslagje, zoals je die vaker
ziet om manga, waarop wordt geadverteerd voor de verfilming van deze manga
(met een zoetsappig plaatje ernaast),
alsmede voor de verfilming van een
andere meidenmanga. Zoetsappigheid
alom dus. De eerste pagina’s doen ook
zo vermoeden; in een wereld waarin
magie bestaat, werken magiërs in de
dienstensector. Sora, het hoofdpersonage, staat op het punt in de voetsporen
van haar overleden vader te treden als ze
naar Sapporo gaat om magiër te worden.
31

So far, so good. Een jongen verschijnt
ten tonele die haar, op zijn eigen stoere wijze,
geluk komt wensen. Zucht… wat een romantiek. Tot plots… Jawel, op pagina 9! Als de
jongen van zijn fiets valt, ziet hij, terwijl hij
in de lucht hangt, Sora’s ondergoed! En daar
zijn we weer! Japanners zouden Japanners
niet zijn als er geen damesonderbroekjes
voorkwamen in zelfs de meest onschuldig
ogende verhaaltjes. Maar, eerlijk is eerlijk;
op een paar onderbroekjes hier en daar valt
deze manga reuze mee. Het verhaal gaat
verder als Sora naar Sapporo gaat, maar
naar Tokyo blijkt te moeten gaan. Als ze
eenmaal aankomt, komt ze een mysterieuze, maar rechtvaardige jongen tegen,
die bij haar in de klas blijkt te zitten! En in
hetzelfde huis blijkt te wonen! Wat een toestand. Aanvankelijk ruziën ze aan één stuk
door, maar Sora ziet hem eigenlijk toch wel
zitten! Afin, zo gezegd, zo gedaan. Hoewel
het wellicht voor velen een bekende formule is, is het dermate humoristisch dat
het lezen waard blijft. Bovendien is de art
erg de moeite waard; heel zacht, maar toch
realistisch, met komische extremen er
tussendoor. In feite is dit dus een meidenmanga voor jongens, met mooie artwork
maar een voorspelbaar plot. ‘Tis maar net
waar je van houdt. En voor de echte enthousiastelingen: er zijn blijkbaar spin-offs en
andere verhalen uitgebracht die zich
afspelen in hetzelfde universum. Je kunt je
lol niet op dus.
Tot mijn schrik ben ik deze maand nogal lang
van stof en blijkt de tweede manga meteen
de laatste! Maar, het betreft dan ook wel
een ware klapper, een manga die de titel
‘De manga van de maand’ méér dan waard
32

is. Al een tijdje staat hij op de plank naar
mij te loeren en eindelijk is het zover:
くままごと (Kumamagoto) is aan de
beurt! Geschreven door Kijima Tenshin
en uitgegeven door Ryu Comics, en in één
woord: ‘Gestoord.’ De hoofdpersoon is
een (geslachtsloze?) bruine beer in Rusland, die omringd is door een klein legertje
teddyberen (zijn/haar kinderen?) en zo nu
en dan ruzie heeft met een ongure panda.
Wat een ‘verhaal’ betreft; ieder hoofdstuk
is een verhaaltje op zich. De ene keer is
de beer een moederbeer (te herkennen
aan de lipstick) die haar teddy kindjes uit
bed en naar school wil krijgen, de andere
keer is de beer een geest (met sik) waarbij
de teddies het uitvechten om de erfenis.
Een terugkerend conflict zou zijn dat de
beer steeds van rol wisselt: moederbeer,
vaderbeer, politiebeer, leraarbeer, professorbeer; in een constante strijd om maar
niet aan de teddies te laten merken dat
ze allemaal eigenlijk één en dezelfde persoon/beer zijn. De manga is eigenlijk vrij
moeilijk om zo maar in het kort te beschrijven, juist omdat het in feite een constante
aaneenschakeling van humor is. Immens
gestoorde humor, overigens. In de meeste
gevallen is het de beer die iets van de teddies wil, die vervolgens niet meewerken,
tot ze op het eind elkaar eindelijk ontroerd in de armen vallen, gevolgd door een
laatste, vaak van het gênant-hard-lachenterwijl-je-zit-te-lezen-in-een-volle-treincoupé-niveau panel. Ik kan weinig zeggen,
behalve dat dit een absolute must-read is
voor iedereen die van humor houdt. Als
je een meer gestoorde manga vindt, ontploft je hoofd waarschijnlijk. Lees ze en
tot de volgende keer! Pyke van Zon
33

Mattias in 京都

I

Tussen twee werelden

k ben vast niet de enige met dit probleem. Zowel in Nederland als
in Japan zijn er dingen die mij goed bevallen, die bij mij passen en
die mij op mijn plaats doen voelen. Maar in beide landen zijn er ook
genoeg zaken die mij dusdanig ergeren, dat ik soms graag even naar het
andere land zou willen. Een uitwisselingsperiode in Kyōto heeft mij
opnieuw met de neus op de feiten gedrukt. Een jaar hier is echt in een mum
van tijd voorbij. De dag dat ik hier aankwam, was de sakura in volle bloei.
Dezelfde bomen staan momenteel op het punt om wederom te bloeien,
en dit houdt in dat mijn dagen hier geteld zijn.
Wanneer mensen mij vragen wat ik het meeste zal missen, zeg ik altijd
direct: het eten. En inderdaad, de grote variatie aan mogelijke eetplekjes,
vaak gerund door een echtpaar dat van hun woonplek een teishokuya (een
eethuisje waar voornamelijk complete maaltijden geserveerd worden,
vaak in de vorm van een dagmenu) heeft gemaakt, is verbazingwekkend.
De prijzen voor een volle maaltijd liggen meestal tussen de 600 en 700
yen, en gecombineerd met de dure supermarkten hier betekent dit voor
mij dat ik bijna elke dag buitenshuis eet. Het is al eens voorgekomen, dat
wanneer ik een tijdje niet bij een bepaald eettentje at, dat ik het in mijn
dromen een bezoekje bracht. Afkickverschijnselen dus voor mij wanneer
ik voor onbepaalde tijd terug in Nederland zal zijn.
Voedsel is een voor de hand liggende keuze. Je wordt er dagelijks mee
geconfronteerd, het is hier goedkoop en het smaakt ongelofelijk goed.
Maar doe ik daarmee andere dingen die ik heb meegemaakt niet te kort?
Een jaar vol ups en downs, met een moeilijke start waarin ik veelal op
mijzelf was aangewezen. Momenteel ben ik helemaal in mijn nopjes hier.
Er is een gezonde balans van uitdagende dingen om te leren en leuke dingen
om te doen. Verder biedt Kyōto alles om een jaar geslaagd te maken. Ik
weet niet waar het precies aan ligt, maar je gaat je er op den duur gewoon
ongelofelijk thuis voelen. Ik woon erg gemakkelijk gelegen, en dat helpt
ook. Kortom: langzaam maar zeker ben ik opgeslokt in een leventje waar
één jaar eigenlijk veel te kort voor is om het optimaal te ervaren. Wederom
een chûtohanpa (onvolledig) gevoel. Dit gevoel wint het uiteindelijk toch
echt van mijn liefde voor het eten hier.
Ik kijk natuurlijk ook wel uit om weer naar huis te gaan, en iedereen weer
te zien. Dat brengt me weer terug bij het begin. Soms denk ik dat het
misschien beter is om één van de twee landen te kiezen, en daar dan vol
voor te gaan. Maar nee, dat zal me waarschijnlijk nooit lukken: zowel in
Japan als in Nederland zijn mensen om wie ik geef, en ik zal waarschijnlijk
nog wel even bezig blijven met heen en weer slingeren. Dit onvergetelijke
jaar, waarvan ik momenteel serieus nog steeds niet helemaal besef dat
het ten einde loopt, zal het probleem alleen maar versterken. Toch voel
ik mij ook enorm bevoorrecht om het mooie van beide werelden met mij
mee te kunnen nemen, en ik hoop dat ik hierin niet de enige ben.
Mattias van Ommen
34

Jocelyn in 長崎

I

おひさ、皆!

k zou heel graag iets razend interessants te melden hebben, maar
ik ben bang dat ik jullie helaas teleur moet stellen. Het is nu al een
maand voorjaarsvakantie, en ik heb de laatste paar weken eigenlijk
geen deuk gedaan. Nou, oké, misschien is ‘geen deuk’ een beetje voorbarig, maar karaoke, feesten in Shianbashi en urenlang Virtua Fighter
in het gamecenter spelen zijn niet bepaald productief te noemen...
Wel ben ik een aantal weken met een paar Nederlands drie daagjes
naar Fukuoka geweest, wat echt een hele leuke en gezellige stad is. We
hebben de lekkerste ramen van de wereld gegeten in Tenjin (tonkotsu
ramen, welteverstaan- ramen waarvan de soep uit varkensbotten getrokken is. Klinkt ranzig, is het niet), zijn wezen shoppen in Canal City
en we hebben tot slot de nachtclubs onveilig gemaakt. Winkelen en
dansen kun je namelijk niet bijzonder goed doen in Nagasaki, dus het
was een verademing om me eens even flink uit te kunnen leven. Ik heb
toen ik eenmaal terug was ongeveer een week met spierpijn in mijn nek
en schouders rond gelopen vanwege het sjouwen met zware shopping
bags, gevuld met kleren en schoenen die je in Nederland over tien jaar
pas kunt kopen. Bij deze dus eventjes een tip voor mensen die van
plan zijn om naar Japan te gaan: fuck souvenirs, neem kleren mee naar
huis!
Morgen vertrek ik met de nachtbus naar Tokyo, wat ongeveer veertien
uur gaat duren. Dat wordt even bikkelen, maar het was de goedkoopste manier om er te komen, dus heb ik schijt. Ik maak me wel een
beetje zorgen om de lange benen van reismaat Arthur, aangezien de
bus gebouwd is om smurfachtige Japanners te accommoderen en de
Hollandsche reiziger na ongeveer vijf minuten last krijgt van pijnlijke
krampen in het gehele lichaam. Op zulke momenten ben ik blij dat ik
een dwerg ben (1.63 m), al ben ik hier in Japan de gemiddelde lengte,
misschien zelfs iets langer. Japanse jongens mogen van geluk spreken
als ze de 1.70 halen, en het voelde in het begin behoorlijk maf om
langer te zijn dan de mannen hier (ook al is dat alleen maar omdat
ik met grote regelmaat op stiletto’s van ongeveer twaalf centimeter
rondstruin).
Maar goed, Tokyo dus. We blijven ongeveer twee weken en ik heb er
ontzettend veel zin in. Dingen als de Tsukiji-vismarkt, tempelbezoeken,
uitgaan, shoppen en vooral mensen kijken staan op het programma.
Vooral naar het laatste kijk ik uit, omdat in Tokyo iedereen pijnlijk hip
is, wat een lust voor het oog belooft te worden.
Mijn volgende stukje proza zal dan ook hoogstwaarschijnlijk over mijn
derde tripje naar de mooiste stad van de wereld gaan. Want dat is Tokyo. Geen discussie.
Over en uit! Jocelyn/凛子
35

Gijs in 大阪

D

Lentevakantie

e lentevakantie is begonnen! Een tijdje al, maar goed...
Echter voordat het zover was, moesten alle studenten van
hetzelfde programma een voordracht houden over zijn eigen
tot nu toe gehouden onderzoek. Van een Iraaks meisje die uit haar
hoofd een presentatie hield over Konkatsu (婚活), tot een Duitse jongen die moeite had zijn punt te maken en steeds met 「わかります
か? いいえ?! だったら残念ね はい!」om bevestiging vroeg. Van een
Chinese jongen die praatte alsof de tekst uit een krantenbericht kwam
en soms vragen stelde die langer leken dan de voordracht zelf, tot ikzelf
die geprobeerd had op een aantrekkelijke manier iets neer te zetten
maar wat niet aansloeg .
Wat een anticlimax

Op het moment van schrijven zit ik in Yokohama, althans daar in de
buurt. Onderweg hierheen had ik okoshi gekocht voor m’n hostgezin
als omiyage, maar bij het uitstappen van de trein vergeten meenemen... Ook m’n denshijisho zat in de tas. Eerst naar iemand van het
station geweest maar die man begreep het woord ホストファミリ
ー niet eens dus naar het volgende station gegaan.
Daar lukte het
enigszins mezelf duidelijk te maken. Uiteindelijk is het niet gelukt de
spullen terug te vinden. Dus dat betekent: op zoek naar een nieuwe!
Verder heb ik nog weinig gedaan... Ik zit lekker warm in een kotatsu en
wil er niet meer uitkomen. Althans, wil, kan er niet meer uitkomen.
Zelfs niet tijdens de twee aardbevingen die ik ondervond laatst.
Nobu is een dikke week naar Amerika op vakantie geweest om er
achter te komen dat het eten of heel vet is of heel zoet is en dat het
inderdaad zo is dat meer dan de helft van de Amerikanen overgewicht
heeft. Asako heeft haar telefoonabo opgezegd wegens ryuugaku en
ook Yuri-chan is bezig met de laatste voorbereidingen. Wat betreft
Keiko, zij heeft al een vriendje in Italië waardoor ze niet van haar
ouders mag. Nobu is overigens van plan om vanaf oktober te gaan.
Ik zal het hierbij moeten laten want m’n vingers zijn moe van het smsen.
Ik heb dit verslag namelijk op m’n mobieltje geschreven.
36

Tot een volgende keer

Gijs van Maarseveen

Sebastian in 別府

僕の34日間の旅行についての説話

「急

いで、急いでください!船に間に合わないかもしれませ
んからね!」 Met deze woorden, van het meisje achter
het loket in de haven van Fukuoka, begon mijn 驚異的な

reis op zes februari, die op elf maart eindigde. Onze bus naar Fukuoka was te laat en hierdoor moesten we naar onze boot toe sprinten.
De loopplank werd meteen ingehaald toen we op de boot stonden.
Maar goed, we waren dus onderweg naar Korea, maar vraag niet hoe.
Laat ik alleen dit zeggen; de Kegon-滝 van 日光 was niets bij het zweet
dat toen over mijn rug liep.

Aangekomen in Busan met de hulp van een Koreaanse vriend een
ticket gekocht voor de KTX (韓国の新幹線) en op weg naar Seoel! Op
Seoel station weer opgepikt door een van onze Koreaanse vrienden
en op weg gegaan naar zijn huis in het stadje Goyang, wat heel dicht
bij de Noord-Koreaanse grens ligt. Laat me tussendoor even zeggen
dat alle hulp die we hebben gekregen van onze Koreaanse vrienden/
vriendinnen geen overbodige luxe was. In Korea ben je basically een
grote baby die alleen maar kan lachen, huilen, wijzen en een gezichtsuitdrukking kan maken van: 何それ?!Je begrijpt echt helemaal niets,
de mensen spreken vaak nog slechter Engels dan in Japan en in de
restaurants hebben ze vaak niet eens plaatjes om aan te wijzen wat
je wilt hebben. Maar gelukkig hebben we ons dus kunnen redden
door homestays te doen, wat veruit de goedkoopste en ook de beste
manier is om het echte Korea te zien te krijgen. Ik versnel nu een
beetje, want ik heb deze hele TaTanukiKi nodig om alles te vertellen,
maar van Goyang ging de reis als volgt: DMZ (Demilitarized Zone),
Seoel, Suncheon, Yeosu, Mokpo, Jeju-eiland, Busan en vervolgens
weer terug naar Fukuoka. Vooral Jeju (zie foto) was echt een superindrukwekkende plek met nationale parken, vulkanen, watervallen en al
dat andere moois.
Goed 福岡に到着してから、zijn we met de nachtbus (超大変!) naar
Tokio afgereisd waar we ook nog een homestay hebben gedaan. Ik zou
feitelijk tot 3 maart blijven, maar ik kreeg onverwachts een baantje
aangeboden bij het 日蘭学会, dus ik heb daar Nederlands les gegeven
aan Japanse studenten. Op 10 maart met de 新幹線 weer terug naar
Fukuoka, maar onderweg eerst nog even gestopt bij 京都 waar ik een
dagje rondgeleid ben door Els様. Nu dus weer terug in Beppu en het
plan voor nu is: een week bijslapen, dan naar 長崎 en dan naar 沖縄!
別府に帰ってきたセバス

37

O

Mannetjes

p zeldzame momentjes, wanneer de stront als dikke appelstroop uit mijn anus
gutst en met een kleine plens het witte porselein bereikt, stel ik me weleens voor
dat de hele rotzooi langzaam op hun gezicht druipt, hun zicht vertroebelt met
dampend bruin en zij voorlopig niet meer in de spiegel kunnen kijken. Zo’n hekel heb ik
aan ze: de mannetjes die denken dat ze lekker zijn, omdat ze in Japan zijn geweest.
De ouderejaars zijn zeker bekend met deze types, maar niet alle eerstejaars zullen precies
weten over wie ik het heb. ‘Mannetjes’, zoals ik ze liefkozend noem, zijn meestal blanke
jongemannen van studentenleeftijd die tot verrassend laat in hun bestaan nog als ‘mannetje’ kunnen worden bestempeld. Het mannetje heeft vaak nog nooit een vriendin gehad, of heeft één of meerdere malen gefaald in het in stand houden van een relatie en
is teleurgesteld. Waarin? Verbitterd vertelt hij over de Westerse, met name Nederlandse
vrouw, en hoe zij in de laatste 40 jaar eisen is gaan stellen waaraan niemand kan voldoen.
De oplossing is volgens hem heel simpel: in Azië ligt het gele goud, want daar, zo heeft hij
van zijn speelkameraadjes gehoord, is elke vrouw onderdanig en kritiekloos en wordt de
Westerse man vereerd als ware de blanke Jezus. Onder het mom van toerisme boekt hij
een ticket naar Tokio, om zich twee weken te gaan bezigen met goud zoeken.
En daar vertrekt het mannetje van Schiphol, samen met een vriendje, uitgezwaaid door
hun moeders. In het vliegtuig worden al wulpse blikken richting de JAL-stewardessen
geworpen, maar deze blijven door hun koele professionaliteit onbeantwoord. In zijn stoel
stelt hij zichzelf gerust met de gedachte dat het voor haar natuurlijk ook eng moet zijn om
je in een druk vliegtuig zo te laten gaan. Dat komt in Japan wel. Na een lange tocht komen
de jongens aan bij hun hotel en klagen tegen elkaar dat ze totaal niet zijn gekleed op zulk
warm weer. Na een koude douche begint het avontuur…
Als je er nog nooit geweest bent en je dan door de straten van Tokio loopt, is alleen het
aangezicht al overweldigend. De tempels en oude huizen die zo nu en dan het moderne
straatbeeld kleur geven zijn welkome attracties die ervoor zorgen dat je je in Disneyland
waant. De meeste mensen zijn erg vriendelijk en lijken onder de indruk te zijn van het feit
dat een blanke adonis hun nederige straatstenen betreedt. Men ziet gewoon niet vaak
buitenlanders, maar het mannetje weet zeker dat hij gewild is.
Op een middag, vlak bij de toeristische tempels van Asakusa, hoort hij waar hij al jaren op
wacht. Vanuit de menigte achter hem klinkt een schel stemmetje dat enthousiast roept:
“Eee, kakkoii, kono gaijin!” (“Wat een coole buitenlander!”)

Het mannetje herkent deze simpele uitdrukking meteen en draait zich om. Een klein meisje
van hooguit twaalf kijkt beschaamd weg. Hij is lichtelijk teleurgesteld, maar een fata morgana
brengt hem een misplaatst gevoel van zelfvertrouwen, dat innig wordt omarmd: ik ben cool!
38

Met zijn wangen rood van geluk loopt hij door de stad, hopend op
meer van zulke reacties op zijn aanwezigheid. Misschien hoort ‘ie
het een of twee keer vaker – het maakt niet uit. Het mannetje is
cool en hoeft daarom in Japan geen meisjes meer aan te spreken.
Aan langeafstandsliefdes heb je toch niets en daarbij, het komt in
Nederland wel. Toch?
Eenmaal in Nederland zit hij in een café met wat vrienden. Het mannetje lijkt zich anders te gedragen. Hij kleedt zich ook anders. Zijn bril
is vervangen door lenzen en hij komt met colbertjes aan naar college.
Ook zijn blik en houding naar anderen is veranderd. Nu hij in Japan is
geweest weet hij niet alleen veel over Japan; hij weet het ook beter
dan jij. Een soort Vader Abraham pur sang dus.
Zijn vrienden valt op dat het mannetje over één ding absoluut zeker
is: Japanse vrouwen – neen, vrouwen in het algemeen – vinden hem
aantrekkelijk. Hij ziet ze kijken; ook in Nederland. En in dat café begint
hij te vertellen over Japan. Hoe hij door Asakusa liep. Hoe een mooie
Japanse vrouw naar hem riep. En hoe zij met haar vriendinnen
besprak wat voor grote lul ons mannetje niet had.
Hierna maakt hij duidelijk wat hij in Japan heeft geleerd.
Veel vrouwen vinden hem leuk, maar hij voelt zich
niet tot hen aangetrokken. Ondanks dat hij zoveel te
bieden heeft – een goed uiterlijk, intelligentie, ambitie,
ruggengraat en hij is nog een gentleman ook. Oftewel,
het prototype sterke man. Maar helaas, de meisjes waar
hij wel in is geïnteresseerd wonen niet in zijn omgeving,
dus dit verklaart dat hij geen vriendin heeft op het
moment.
Voldaan kijkt hij zijn vrienden aan. Ze zeggen
niets terug. Zij zien de verandering, maar blijven
stil, uit beleefdheid. Misschien ook uit medelijden.
Dan lachen ze vriendelijk en danken hem voor het
leuke verhaal.
Op weg naar huis discussiëren zij over het voorval, maar
worden het al snel met elkaar eens: een mannetje met
stront in zijn ogen zal zichzelf nooit in de spiegel kunnen
bekijken. Thuis worden de jassen afgeworpen en trekt men
zich terug op het kleinste kamertje. En het dampend bruin
blijft stromen… Gé, met dank aan Aladdin











39

Collecties
TaTanukiKi