2009-2010 | 4

Object

Titel
2009-2010 | 4
Collegejaar uitgave
2009 – 2010
Nummer
4
extracted text
COMMISSIELEDEN
Lena Bounimovitch
Melissa Costa
Liselore Goossens
Martijn Heule
Diana Kuijpers
Carmen Loh
REDACTIE JOURNAL #4
Milan van Berlo
Lena Bounimovitch
Diana Kuijpers
VORMGEVING
Martijn Heule
Carmen Loh
TANUKI
Renzo Goto
webmaster
Martijn Heule
vicevoorzitter, journaleditor
Yori van Hout
praeses
Aranka Leonard
quaestor
Maaike de Vries
ab-actis
CONTACT OVERIGE COMMISSIES
Marco Lambooij
feestcommissie
marco_lambooy@hotmail.com
Renzo Goto
TFC Banzai
renzowg@gmail.com
Sue Mudde
Korea commissie
sue_mudde@hotmail.com
Diana Kuijpers
film en fotocommissie
diana_kuijpers@hotmail.com
Aafke van Ewijk
martial artscommissie
tanukimartialarts@gmail.com
Bob Nijkamp
reiscommissie
studytrip@tanuki.nl

2

はじめに
Introductie
Hey, wat leuk dat je me leest. Als je een eerstejaars
bent, betekent dit dat je de eerste zuivering hebt
overleefd. Gefeliciteerd, ik hoop dat je een leuke
vakantie hebt mogen genieten.
Over tot de orde van de dag. De vierde journal is
inmiddels een feit (deze uitdrukking jat ik uit het
jaarboek, maar die heeft toch niemand gekocht)
en dat is een heugelijk gegeven. Het duurde wat
langer dan verwacht, maar de introductiecolleges
waar ik de vorige journal over sprak, waren dan
ook wat eerder dan verwacht. Dat zoiets niet
opschiet, hoef ik jou niet uit te leggen.
Gelukkig is het toch weer gelukt een volle journal
af te leveren, met onder andere een van de eerste
reviews van Final Fantasy XIII, sensueel gekweel
over de Japanse man, verhalen van het oude Dejima
en de nieuwe Schoen, en nóg meer. Jeetje.
Zelf heb ik mij deze maand laten meevoeren op
de golven der emotie die mijn afgelopen Japanreis
teweegbracht; ik geef mezelf graag bloot. Fijne
valentijnsdag! Martijn Heule
Heb je een idee voor een artikel of ben jij er ook
van overtuigd dat er nogmaals een jaarboek moet
komen? Laat het weten. tatanukiki@gmail.com

Later.

目次

Op de cover

Inhoud
JAPAN
Japan News

6
9
13
De charme van de Japanse man
26

千羽鶴

TANUKI
Bestuurssolicitaties
Tokyo-studiereis
VASTE RUBRIEKEN
Het verhaal van De Schoen

8
10

Jocelyn in 長崎
Gijs in 大阪
Sebastian in 別府
Pyke’s Holletje
Dr. Gé

24
29
32
33
34
35
38

ANDERE VERSLAGEN
De kajuit van de Musketier
2-D liefde
Review: Final Fantasy XII

16
18
20

コトバによって表現された人

Tokyo is op zijn zachts gezegd groot te
noemen, en het uitzicht daarover op
zijn minst groots. Vanaf de Tokyotoren
in Minato-ku kun je een stadsgezicht
verwachten zoals je nog nooit zag – ga
er bij voorkeur tegen het vallen van de
avond heen. Kijk uit over het reuzenrad
bij Yokohama, de vele hoge gebouwen
in centraal Tokyo, en laat je gedachten
de vrije loop bij het bewonderen van
de uitgestrektheid die zich voor je ogen
ontvouwt. Officiële tip van De Schoen.

3

De journalcommissie

Winter, again. Zo luidt de titel van een nummer van Glay’s sterke Heavy Gauge album.
Nou, eerder ‘winter, nog steeds’! Gelukkig heeft de commissie van alles uitgespookt in de
vakantie zodat zij hun tekst van vorige maand niet hoefden te copy-pasten. Viezeriken!
Lena Bounomovitch

Melissa Costa

Liselore Goossens

Na een flink aantal ピチー
ジンジャー (cocktails, red.)
in mijn favoriete 居酒屋
(いざかや)en wat geweek en gedobber in het
badhuis in Nagasaki, is mijn
batterij weer enigszins opgeladen. Omwille van mijn
hobby (het bestuderen van
mensen in hun natuurlijke
omgeving) en Valentijnsdag
voelde ik me geroepen om
een ode te brengen aan een
ware anomalie: de Japanse
man. Lees dit oppervlakkige
betoog en misschien kun jij
je ook wel wapenen tegen
die ene vervelende vraag.

皆さん、明けましておめ
でとうございます~! Ook
al is de vakantie nu afgelopen,
ik ben nog steeds in een erg
goede bui. Ik heb tijdens de
afgelopen maand een grote
droom in vervulling zien
gaan: mijn allereerste bezoek
aan Tokyo! Oh YEAH! Aarzel
niet en lees snel verder voor
het verslag van deze zeer geslaagde studiereis! Het was
bovenal een Studiereis!

Mijn wintervakantie is vrijwel helemaal doorgebracht
in het ouderlijk huis, omdat
een flinke familie-boost na
een heel semester in je kamer
zitten wel weer eens nodig
is. Een groot deel van de tijd
werd gespendeerd aan Mario
Kart op de recentelijk aangeschafte Nintendo 64, maar er
zijn ook twee 2-meter-grote
sneeuwpoppen gemaakt die
door Het Broertje liefdevol
tot Cees (spreek uit: Sees)
en Barrie werden gedoopt.
Helaas zijn ze inmiddels
gesmolten, maar in onze
herinnering leven ze voort.

Martijn Heule

Diana Kuijpers

In december vloog ik met
Aeroflot naar Japan en
zonder koffer kwam ik aan.
In een tijd waarin schone
kleren een spaarzaam goed
zijn, is een onsen of sentō
een uitkomst.

En opnieuw – we weten hier
niet van ophouden – een Japan News. Als iemand nog
iets bizars, spectaculairs of
gewoons gehoord heeft voor
komende edities, stuur dan
gerust een mailtje!

Ik doe daarom deze journal
uitvoerig de pracht van de
Japanse ゆ uit de doeken,
terwijl ik mijzelf verlies
in een overpeinzing van
betere tijden als een ware
quasi-Schoen. Gelukkig kan
ik mij verdrinken in het in
elkaar zetten van de journal
om mijzelf niet al te zeer te
verliezen.

Mijn wintervakantie was niet
geheel spectaculair; er waren nog wat tentamens die
in januari vielen en de feestdagen waren natuurlijk uitzonderlijk druk maar gezellig! Het was eens een ‘echte’
winter met die geweldige
sneeuw en kou; geef mij dat
maar in plaats van de huidige
druilerige regen!

4

Ik heb namelijk nergens nog
zoveel Japans gepraat als in
een host club.

Zo zorgzaam als wij voor Cees
en Barrie waren, zo zijn Japanners dat voor hun virtuele
vriendinnetjes. Meer daarover verderop in deze journal.
Carmen Loh
Deze vakantie heb ik mijn
slaaptekort van het afgelopen semester getracht
in te halen, maar helaas is
dit tekort gelijk de eerste dag
van het semester aangevuld.
Ik kijk uit naar de volgende
vakantie.
Ik hoop dat met het lezen van
het verhaal van de 千羽鶴
er meer kraanvogels in het
leven worden geroepen.
Misschien is het niet zo goed
voor de bomenpopulatie,
maar dat maakt niet uit.

net-niet cover #2

net-niet cover #1

De Net-Niet Pagina

Tijmen Blankevoort, tijdens college:

“Hey Buijnsters, wist je dat de wet
tegen godslastering wordt afgeschaft?”
De heer Buijnsters, in respons:

“Dat is mooi, Tijmen.”
De Musketier, als reactie op een verzoek om
afbeeldingen bij zijn artikel:

“Heeft niks met de journal te maken
maar check deze big ass kwal.”
5

Japan News IV

Kato heeft spijt van Akihabara bloedbad
Tomohiro Kato heeft in januari toegegeven
schuldig te zijn aan het vermoorden van
zeven personen en het verwonden van tien
anderen in het populaire Akihabara district
in Tokyo in juni 2008. Door deze bekentenis
richt de rechtszaak zich nu op de vraag of de
mentale gesteldheid van de 27-jarige man
ten tijde van het bloedbad stabiel genoeg
was om criminele verantwoordelijkheid op
te eisen. De conclusie hiervan zal zijn veroordeling, welke de doodstraf zou kunnen
zijn, beïnvloeden. De aanklagers zeiden dat
een psychiatrische test aantoonde dat Kato
geen mentale problemen had en dus crimineel verantwoordelijk is voor de aanslag.
“Als eerste wil ik me verontschuldigen tegenover
zij die overleden zijn,
zij die verwond zijn en
tegenover hun families.
Hoewel er gedeelten zijn
waarvan ik me niets meer
kan herinneren, geef ik
toe dat ik deze misdaad
gepleegd heb en dat ik de
dader ben” zei Kato.
Op 8 juni 2008 reed Kato met een gehuurde vrachtauto in op een groep voetgangers, waarna hij uitstapte en om zich heen
mensen neerstak. Drie overleden aan de
klap met de vrachtauto, twee raakten verwond. Met zijn dolk stak Kato vier mensen
dood en stak er tevens acht neer die het
voorval overleefden. Vóór het bloedbad
had Kato voortdurend berichten gepost
op een bulletin board via zijn mobiele telefoon, waar hij zich uitliet over zijn dagelijkse
leven en later ook over zijn motieven voor
de aanslag.
6

De Top 10 van nieuwsitems van 2009
1. Power shift: de DPJ wint met overweldigende meerderheid de verkiezingen van
30 augustus en verbreekt daarmee de
bijna ononderbroken vijf decennia van de
LDP;
2. Nieuwe griep: een nieuwe varkensgriep
treft Japan en spoort miljoenen mensen
aan om regelmatig mondkapjes te dragen
in het dagelijkse leven;
3. Lekenrechters: het systeem van lekenrechters debuteert op 3 augustus en brengt
een nieuwe tijd waarin burgers deelnemen
aan het criminele rechtssysteem;
4. JAL: Japan Airlines, de vooraanstaande
vliegmaatschappij van Japan, maakt een
financiële tolvlucht en zoekt steun van de
regering om te kunnen blijven bestaan;
5. Vrijheid: de moordenaar Toshikazu
Sugaya, veroordeeld tot een levenslange
straf, wordt op 4 juni vrijgelaten en lijkt te
worden vrijgepleit in een nieuwe procedure gebaseerd op een DNA-test, welke
Sugaya vrijsprak van betrokkenheid bij de
moord op een meisje in 1990 in Ashikaga
(Tochigi prefectuur);

6 Opgepakt: Tatsuya Ichihashi, gewild
in verband met de moord in 2007 op
een Britse docente Engels, Lindsay Ann
Hawker, wordt in Ōsaka gearresteerd op
10 november na 2,5 jaar op de vlucht te
zijn geweest;

7. Drugs: Noriko Sakai, een zangeres en
actrice die in Japan en de rest van Azië
populair is, wordt op 8 augustus gearresteerd en later veroordeeld voor het bezit
en gebruik van amfetaminen, en wordt
daarmee een belangrijke bron voor de
media.

8. Economie: de werkeloosheidscijfers
belanden op pijnlijke hoogten middenin
de wereldwijde economische crisis en de
plotselinge stijging van de yen naar 84
tegenover de dollar in november raakt exporteurs;
9. Geheimen: officieel ontkende, geheime
diplomatieke pacten met de Verenigde
Staten zijn belangrijke mediatopics, met
name een overeenkomst waarvan wordt
gedacht dat deze in 1969 ondertekend is,
welke de Verenigde Staten toe zou staan
nucleaire wapens naar Okinawa te brengen in geval van nood. Een kopie van deze
overeenkomst kwam op 22 december
boven water;
10.
Kindervoogdij:
pogingen
van
vervreemde, internationale koppels om de
voogdij over hun kroost terug te winnen of
in handen te nemen, schreeuwen opnieuw
om aandacht wanneer de Amerikaan Christopher Savoie gearresteerd wordt door de
Japanse politie voor het ontvoeren van zijn
twee kinderen om hen mee te nemen naar
het Amerikaanse Consulaat in Fukuoka op
28 september.

Tot slot:
…gaat Itabashi Ward in Tokyo verblijfsvergunningen verstrekken aan honden om
ervoor te zorgen dat hondenbezitters hun
dieren officieel registreren en laten inenten
bij de dierenarts;
…neemt de aanwezigheid van buitenlandse
media zoals The New York Times en The
Washington Post, in Japan drastisch af nu
Japan steeds minder ´nieuwswaardig´ wordt
met China als land in opkomst;
…gaan Japanse en Chinese historici samen
een verslag uitbrengen van een driejarig
gezamenlijk onderzoeksproject over Japanse en Chinese geschiedenis, waarbij onder
andere over de oorlog in China van 1937 tot
1945;
…wordt het steeds gewoner om in Akihabara
maid cafes tegen te komen met mannelijke
serveerders gekleed als vrouwen, compleet
van pruik tot nagels tot gevulde BH´s;
…wil de Tokyo Metropolitan Library dat meer
buitenlanders haar bezoeken en gebruikmaken van haar meertalige resources;
…neemt de populariteit van verhuurbedrijven, variërend van ondergoed tot honden,
steeds meer toe in tijden van economische
crisis. Diana Kuijpers

7

Aanmelden voor het nieuwe bestuur

Het is inmiddels mogelijk je aan te melden voor het nieuwe Tanuki-bestuur. Als je interesse
hebt in één van onderstaande functies, stuur dan je cv en een motivatiebrief vóór 22 februari
23.59 uur naar bestuur@tanuki.nl of leg het in het postvakje van Tanuki in het Arsenaal (Arsenaalstraat 1, 2311 CT Leiden). Geef in je motivatiebrief aan waarom je geïnteresseeerd
bent in een bepaalde functie en waarom je denkt dat jij daarvoor geschikt bent. Het bestuur
van LVSJK Tanuki ziet je sollicitatie met belangstelling tegemoet.
Het gaat om de volgende functies:
1. Praeses – Hét gezicht van de vereniging. Coördinator van het bestuur, leidt de vergaderingen, heeft overzicht op alle activiteiten van alle commissies, onderhoudt contact met
andere verenigingen, docenten en externe instanties.

部長
書記
会計係

Goed niveau van Japans vereist. Verder uitzonderlijke motivatie, aantoonbare discipline,
leidinggevende capaciteiten, goed delegerend, assertief, overzichtelijk, creatief en enthousiasmerend. Eerdere (Tanuki) bestuurservaring is een sterke pré.
2. Ab-Actis – De secretaris is hoofdverantwoordelijke voor alle administratie (ledenadministratie, notulen etc.) en communicatie (via de post, e-mail etc.) van de vereniging.
Notuleert tijdens vergaderingen, verzorgt de aankondigingen per e-mail en archiveert alle
belangrijke informatie.
Goed niveau van Japans is een pré. Perfecte beheersing van Nederlands en Engels vereist.
Verder werk je ordelijk en nauwkeurig, beheers je over een perfecte zelfdiscipline en ben je
goed in time-management.
3. Quaestor – Hoofdverantwoordelijke voor de financiën van de vereniging. Houdt de financiën bij, stelt begrotingen op en presenteert de financiële situatie tijdens de ALV.
Gedisciplineerd, ordelijk, werkt nauwkeurig, ervaring met boekhouden/financieel beheer is
een pré, affiniteit hiermee is vereist. Heeft genoeg sociale vaardigheden en assertiviteit om
via de acquisitiecommissie sponsoren te werven.
4. Hoofdredacteur Journal – Hoofdverantwoordelijke voor hetzelfde verenigingsblad als je
nu in handen hebt. Stelt een journalcommissie samen en fungeert hierin als hoofdredacteur. Is naast de journal ook verantwoordelijk voor het ontwerp van posters, flyers, kaartjes
en dergelijke.

雑誌編集者

Gedisciplineerd, creatief, enthousiasmerend, gedreven, goed in delegeren. Ervaring met
redactiewerk en/of grafisch ontwerp is een sterke pré;. Perfecte beheersing van Nederlands en Engels vereist.
5. Webmaster – Voorzitter van de websitecommissie en hoofdbeheerder van de website.
Verzorgt regelmatige updates en beheert tevens het forum. Creatieve input (bijv. nieuwe
ideeën voor de website) wordt ook gewaardeerd.

ウェブマスター

Gedisciplineerd en creatief. Ervaring met IT, webdesign en dergelijke is een sterke pré.
Goede beheersing van het Nederlands vereist.

副部長

6. Vicevoorzitter – Leden die naar één van de functies 2 tot en met 5 solliciteren kunnen
zich aanmelden voor deze functie, die ze dan samen met hun eigen functie zullen uitvoeren.
De vicevoorzitter staat de voorzitter bij en helpt hem of haar met de algemene coördinatie
van het bestuur en de vereniging. Indien de voorzitter er niet is neemt hij of zij deze rol over.
Overzicht, leidinggevende capaciteiten en sociale vaardigheden zijn vereist.
8

せんばづる

千羽鶴

Duizend kraanvogels gevouwen van papier.
Net als de draak en de kirin is de kraanvogel een
van de mystieke wezens van Japan. Naar verluidt
krijgt een persoon die duizend van deze kraanvogels
vouwt een wens vervuld door een kraanvogel. Deze
duizend kraanvogels worden meestal aan 25 koorden
geregen, met elk 40 kraanvogels, en opgehangen of
cadeau gedaan aan vrienden of familieleden. Traditioneel worden deze vogels gegeven als een cadeau
aan nieuwe echtparen of pasgeboren baby’s om hen
een lang en gelukkig leven toe te wensen.
千羽鶴 zijn een symbool geworden voor wereldvrede
door het verhaal van Sasaki Sadako (佐々木 禎子). Zij

woonde in Hiroshima en was twee jaar oud toen de
atoombom viel op 6 augustus, 1945. In 1955 werd zij
opgenomen in het ziekenhuis en werd de diagnose gesteld dat ze leed aan stralingsziekte.
Haar beste vriendin, Chizuko, kwam op bezoek en knipte een papieren vierkant uit waarvan
ze een kraanvogel begon te vouwen. Zij vertelde het verhaal van de 千羽鶴, waarna ook
Sadako ging vouwen. Er wordt gezegd dat Sadako slechts 644 kraanvogels had gevouwen
voor haar dood en dat deze met haar mee werden begraven, samen met de overgebleven
356, die waren gemaakt door haar vrienden. Sadako had haar doel van duizend kraanvogels
eind augustus 1955 bereikt en ging door met vouwen tot haar dood op 25 oktober.
Een monument waarbij Sadako een kraanvogel in haar hand houdt, werd onthuld in 1958
als een eerbetoon aan Sadako en alle andere kinderen die zijn gestorven aan de gevolgen
van de atoombom. Zij worden op 6 augustus herdacht.
Mensen die duizend kraanvogels vouwen, kunnen
deze opsturen naar Japan om samen met andere
千羽鶴 opgehangen te worden bij het monument
van Sadako. Ook bij sommige tempels worden
千羽鶴 geofferd, samen met een wens voor vrede.
Deze kraanvogels worden met rust gelaten, zodat
weer en wind ze uit elkaar laat vallen naarmate de
wens wordt vrijgelaten in de wereld. Voor meer
informatie over het opsturen: http://www.city.
hiroshima.jp/shimin/heiwa/crane.html
これはぼくらの叫びです これは私たちの祈り
です 世界に平和をきずくための Carmen Loh

9

Studiereis Tokyo januari 2010

Een woord vanuit de Reiscommissie
Op de allereerste vergadering van de Reiscommissie, ergens eind september 2009, kwam een lumineus idee boven tafel: “Laten we eens gek
doen en als studievereniging voor (o.a.) Japanologie eens kijken of we
naar Japan kunnen gaan!” Tot nu toe was Tanuki, zover we het hebben
kunnen overzien, nog nooit naar Japan geweest, en daar moest toch
een keer verandering in komen!
Hoe dan ook, een week later waren we erachter dat we alle andere
mogelijke bestemmingen voor een studiereis zouden laten vallen en het
Tokyo-plan serieus gingen onderzoeken en de rest is, zoals men zegt,
geschiedenis. Na het versturen van de e-mail waren de vijftien reacties waar wij naar zochten binnen ongeveer twee uur binnen en werd
het duidelijk dat het animo voor zo’n reis groter was dan we dachten.
Inmiddels zijn we alweer lang en breed in Nederland en is de reis al
met al goed verlopen. Om volgende reiscommissies op weg te helpen
is er momenteel een whitebook in de maak voor een volgende Japantrip, zodat zij in komende jaren wat minder moeilijkheden hebben met
het regelen dan onze commissie heeft gehad - want geloof me, die
waren er volop. Daarom, bij deze een dankwoord aan Aranka, Michiel,
Lysanne en Patricia voor hun harde werk ondanks dat ze zelf niet bij de
reis konden zijn!
Het belangrijkste is dat iedereen het naar zijn/haar zin heeft gehad, en
dat is volgens mij wel goed gekomen. Sterker nog, sommige mensen
hadden de tijd van hun leven in Tokyo, en er is bijna niets mooier dan
weten dat je daar aan hebt kunnen bijdragen. Voor mezelf geldt dat
ik nu weer nieuwe motivatie heb gevonden om me in te zetten voor
de studie, die gaandeweg (inmiddels ben ik een vierdejaars student
die bezig is met BA3 colleges) toch was afgenomen; voor mij was de
studiereis de eerste keer in Japan sinds het begin van de studie. Ik heb
helaas zelf ondervonden dat tijdens de BA-fase naar Japan gaan niet
voor iedereen tot de mogelijkheden behoort. Daarom willen we als
Tanuki een studiereis als deze voor alle Tanuki-leden mogelijk blijven
maken, en niet alleen voor degenen met een hoog gemiddelde.
Dat gezegd, als dit mogelijk is, moet een bezoek aan Seoel ook kunnen.
Hierbij dus een oproep aan alle Koreanisten om eens met ons, of met
de reiscommissie van volgend jaar, hierover na te denken!
Namens de Reiscommissie,
Bob Nijkamp - studytrip@tanuki.nl
10

Foto: Sander Schoen

Studiereis Tokyo januari 2010
“Gillend naar huis”

Als je na een totaal van zo’n vijftien uur vliegvelden en vliegtuigen ergens aankomt denk
je waarschijnlijk steevast: “Het is allemaal heel mooi, maar nu even niet.” Ook van de
gezichten van mijn medereizigers kon ik deze emotie maar al te goed aflezen. Zelfs al
bevond ik mij in het gezelschap van een dozijn mensen waarvan zowat de helft, net als ik,
voor het eerst voet op Japanse bodem zette, het zou nog even gaan duren voor het volle
enthousiasme zou losbarsten.

Zo kwamen we aan in Japan. Een hoopje Nederlandse studenten van verschillende leeftijden, verschillende studiejaren en met verschillende interesses. De enen waren al Japanveteranen en anderen nog -maagden. Voor ons lag Tokyo. Voor de een bekend terrein, voor
de ander enkel bekend van films en manga. Twee weken lang hebben we ons in deze stad
verdiept. De een sprak al een behoorlijk woordje Japans, de ander kwam net kijken. Zo
verliep de reis... waar uiteindelijk toch iedereen een bijzondere les of herinnering aan zou
overhouden.
Het was inmiddels dinsdag en na het bereiken van het Khaosan Hostel waar we deze twee
weken zouden verblijven, stond er verder nog niks op het programma. Dat was maar goed
ook, want velen leken nog geen trek te hebben in ook maar iets energieks. Waar wel trek in
was, was eten, en dus was onze eerste groepsactiviteit lunchen bij een sushi-bar in Asakusa
waar ons hostel vlakbij lag. Nu begonnen daadwerkelijk de eerste kennismakingen met
Japanners en werd het toch tijd de vermoeide hersentjes aan het werk te zetten om een
gesprek mogelijk te maken! Voor mij begon het nu pas een beetje te prikkelen; we waren
echt ergens anders. De mensen waren anders. Wíj waren anders. Andere klanten staarden
ons nieuwsgierig aan en babbelden er soms op los (over ons) zonder te weten dat wij toch
wel een woordje Japans verstonden...
Zo begon Tanuki’s eerste studiereis in Tokyo. De volgende dagen werd het vooraf
opgestelde programma wel degelijk van kracht. Na nog wat tijdig schuif- en schrapwerk
omdat sommige afspraken uiteindelijk niet meer gerealiseerd konden worden, bleven er
toch twee goed gevulde weken over met zowel uiterst leerzame bezoeken aan tempels,
bedrijven en musea als genoeg kansen om zelf deze beroemde metropool te ontdekken. Zo
hebben we onder andere de tempelcomplexen van Asakusa gezien en het Tokyo National
11

Museum, een lecture ontvangen aan TŌDAI samen met Japanse studenten, de kantoren
van JETRO, Mitsubishi, het JNI (Japans-Nederlands Instituut) en de Nederlandse Ambassade
bezocht, een heuse disaster-training voor aardbevingen meegemaakt en de overgebleven
tijd werd besteed aan toeristisch vermaak, souvenirs shoppen en karaoke, wat uiteindelijk
ook zeker nuttig was. Want al trek je er maar op uit om boodschappen te doen, pak je de
metro of vraag je de weg; je bent hier iedere seconde met je studie bezig.

“Op deze foto is Kabukichō (歌舞伎町), in het district Shinjuku, Tokyo te zien. Kabukichō staat bekend als een
red-light district, dankzij de vele host clubs, hostess clubs, love hotels, nachtclubs, massage salons, en ..well, you
get the picture. De realiteit is iets minder dramatisch dan dat het klinkt, maar het was een aparte buurt om in
rond te lopen. En hé, als je niet wordt opgepikt door een host kun je nog altijd in een van de eveneens veelvuldig
aanwezige bars of eettentjes gaan zitten!” Nikki Doorn

De definitie van een ‘studiereis’ mag duidelijk zijn: uiteraard ligt de reden van de reis in het
kader van de opleiding en was het in dit geval de bedoeling zowel met culturele als sociale
aspecten van Tokyo kennis te maken, waaronder het historisch erfgoed en natuurlijk de
taal. Ook traden we representatief op voor Nederlandse studenten die de Japanse arbeidsmarkt op willen bij onze bezoeken aan de kantoren van enkele Japanse bedrijven. Kortom,
een beknopte maar goede ‘inleiding’ van Tokyo. Toch diende deze reis wellicht ook een
ander, persoonlijker doel: het ontdekken waarvoor je Japans studeert. Het was voor mij,
maar misschien ook voor mijn reisgenoten die hier voor het eerst waren een ontzettende
motivatie was om het land te bezoeken waarvan wij zo aandachtig de taal en cultuur bestuderen. Zelfs voor de mensen die op eigen houtje al vaker in Japan waren geweest, was deze
studiereis een goede manier om een compleet ‘Tokyo-shot’ met alle ingrediënten te halen
dankzij het gevarieerde programma.
Zoals ik al zei, iedereen van ons had andere interesses en doelen met deze reis. Het interessantste is dan uiteraard het aan den lijve ondervinden van dingen die je interesseren. Voor
de één was dat simpelweg door de districten als Ginza, Akihabara of Harajuku banjeren,
anderen vonden hun heil bij het eten of de purikura-halls en weer anderen trokken echt de
stoute schoenen aan en stortten zich een avond in het meest beruchte nightlife entertainment van Japan: de host clubs. Mijn doelen waren ook behoorlijk talrijk, maar ik heb ze toch
allemaal behaald...
Ik steek mijn mening dus niet onder stoelen of banken: deze studiereis was een geweldig
en leerzaam succes! Ik hoop dat er veel meer mogen volgen, zodat meer mensen de kans
krijgen om het land dat hen om welke reden dan ook zo interesseert, echt te ervaren!
Melissa Costa
12

De charme van de Japanse man: een betoog
Het is alweer bijna februari en dat betekent voor degenen
met een relatie onder ons: een decadent uitje naar een
restaurant, waardeloze cadeaus en wat geforceerde
quality time. Wees gerust, want ik ga het helemaal niet
over dit soort festiviteiten hebben. Ik voelde me enkel
geïnspireerd door onder andere deze jofele quasifeestdag genaamd Valentijnsdag en mijn terugkeer naar mijn
Japanse wortels in Nagasaki om iets te schrijven over een
ware anomalie: de Japanse man. Dit bijzondere schepsel
verdient gewoon even wat aandacht, want de wereld
draait nou eenmaal niet om kniekousjes, hotpants en
jurkjes met franjes.
Ik moet toegeven, misschien is dit artikel wel deels persoonlijke therapie, want ik heb het
eigenlijk helemaal gehad met diezelfde vervelende vraag: “Maar Lena, wat zie je nou in
die Japanse gasten?” Deze tergende vraag wordt niet alleen door familie en Nederlandse
mannen gesteld, maar ook door mijn Japanse vriendinnetjes die compleet verblind zijn
door diepblauwe, aquamarijnkleurige gaijin-ogen. Na de vraag word ik meestal door een
ellenlange lijst met “nadelen” zoals handtassen, iele, tengere lichaampjes en kleine manonderdelen overspoeld. Ik lach het meestal van me af, maar vanaf nu, met een gebaar richting voorhoofd ter dramatische illustratie, zeg ik dit: “Het zit me tot hier!” Vandaar, vanuit
het perspectief van een seksistische, Westerse/Oostblok vrouw: een oppervlakkig betoog
betreffende de aantrekkingskracht van de Japanse (of Aziatische) man. Diep van binnen
wens ik dan dat het gevraag eindelijk verdwijnt. Dames, misschien zijn jullie het wel met
mij eens…
Ach, de Japanse man. Hij schaamt zich diep voor zijn eigen gemoedsuitstorting, heeft een
handicap op het gebied van emotionele connectie en is hulpeloos met het oppikken van
flirtsignalen. Laten we het innerlijk even overslaan, want het oog wil namelijk ook wat.
Ten eerste, je kunt het absoluut niet ontkennen dat menig Japanse man een gevoel voor
stijl bezit. Vanwege zijn tengere, fysieke voorkomen kan hij de strakste broeken ter wereld
dragen die meestal op een perfecte wijze zijn smalle heupen en strakke achterwerk accentueren. Als je gedurende je middelbare schoolcarrière een beetje tijdens biologie hebt
opgelet, kun je je misschien herinneren dat de functie van de smalle heupen van een man
het constant en frequent stoten is. Met andere woorden, biologisch gezien, hoe smaller
hoe beter. Heupen dan he.
Ik dwaal af.
13

De Japanse man schaamt zich niet voor passende blousejes, giletjes, sieraden, paarse
gympen en staat in contact met zijn innerlijke stylist. Dit is maar goed ook, want wij, vrouwen, willen ook dat mannen er goed uitzien voor ons! Daar kan menig Henk de Boer met
zijn afgetrapte kappa’s, bewandelde broekspijpen en afschuwelijke fleece trui nog wat van
opsteken.

Naast kleding, is er ook nog het haar. Als je over de krulpermanentjes en hostblonde lokken
heen kijkt, zie je dat de Japanse man moeite doet om zijn gitzwarte haren te verzorgen.
Frequente bezoeken aan de kapper, talloze haarproducten en heel veel tijd voor de spiegel
doorbrengen doen wonderen. Van straatboefje tot jonge salaryman, als je haar maar goed
zit. Ik respecteer het omarmen van je innerlijke metroman wel.
Kleren kunnen uit en kapsels kunnen door de war raken: even iets belangrijkers; het goddelijke lichaam. De haarloze, lichtgespierde torso waarin je iedere groef en lijn kunt zien
verdient toch wel een eigen schrijn waarin je een ceremoniële buiging zou kunnen maken
en in je handjes zou kunnen klappen. Uitstekende sleutelbeenderen, enigszins knokige
schouders, woeste jukbeenderen en amandelvormige, donkere ogen zullen toch wel een
grote rol hebben gespeeld bij de overweging van menig Japanologe om fulltime Japans te
gaan studeren. Geef gewoon toe dat je gezwicht bent voor de magie van een Arashi, SMAP!
of Hana Yori Dango-vent.
14

En dan, een secundair element: het innerlijk. In een van mijn favoriete Japanse nummers
gaat het refrein als volgt: 「男なら誰かのために強くなれ」(Als je een vent bent, wees dan
sterk voor iemand) en daar zit wat in. Ik kan trouwens wel begrip opbrengen voor het
negatieve beeld dat men heeft van de Japanse man, ondanks zijn overtollige gebruik van
おれ
俺 en woeste samurai voorouders. Er heerst nou eenmaal een beeld waarbij menig kerel
al twintig zoveel jaar een bentōtje van mamalief krijgt en verwacht dat hij compleet wordt
opgehemeld door zijn omgeving. Dingen die misschien zo mierzoet op het thuisfront eraan
toegaan, gelden zeker niet voor de harde Japanse maatschappij. Je hoort je als een echte
man te gedragen, sterk in je schoenen te staan en alle ellendige dingen die de maatschappij
naar je toe werpt te incasseren. Het constante gebuig, uithouden met je baas, overleven
van talloze verplichte nomikai en keihard werken. Engelengeduld of complete zen?
Hij wordt (on)bewust als een krijger opgevoed, een samurai zelfs, die verdient, verdraagt,
wint en domineert! Ook in de 21e eeuw vinden vrouwen dit geweldige kwaliteiten (ben
ik nou gewoon een oriëntalist of werd ik in mijn jeugd te vaak blootgesteld aan Oosterse
knokfilms en Jean-Claude van Damme?). Goed, onze Japanse dansei schijnen wel wat EQ
te missen op het gebied van omgang met vrouwen op een dusdanige manier dat Westerse
vrouwen dit als prettig zullen ervaren, maar alles valt natuurlijk te veranderen...
Er is trouwens ook het nog trekken van de portemonnee, want een Japanse man heeft zijn
trots en voelt zich meer dan verplicht om jouw hapje eten te sponsoren. Wanneer was de
laatste keer dat Jantje voorstelde om de rekening niet te splitsen? Ik zeur trouwens niet om
emancipatie of het fornuis en ik ben ook geen gigantische materialist,
maar ergens zie ik toch een staaltje mannelijkheid in het afhandelen
van de rekening.
Misschien barst menig japanoloog in schaterlachen uit door dit
decadente betoog en wordt er instemmend geknikt door
wat japanologievrouwen, maar ik zie de Japanse man als
een aantrekkelijke krijger. Schoonheid en perfectie aan
de buitenkant en diepgewortelde mannelijke gevoelens aan de binnenkant. Generalisatie of niet, ik wil
de vrouwen van de afdeling voorzien van wat materiaal als ze die vervelende vraag weer eens krijgen. Ook
hint ik de japanoloogmannen om hun klerenkast nog
eens goed te bestuderen. Hoe dan ook, ook een beetje
omwille van die vervelende februarifeestdag, zorg ervoor
dat je zo’n Aziatische knapperd bij zijn lurven grijpt. Hmm,
gemoedsrust… Lena Bounimovitch
15

De Kajuit van de Musketier

‘Oranda Kapitan!’ schalde een stem door de Zaal der Honderd Matten. Op dat moment trok
een van de bugyō (奉行) zachtjes aan de mouw van het Nederlandse opperhoofd, waarop
deze op handen en knieën naar voren kroop tot naast de meegebrachte geschenken. In
deze positie maakte hij een buiging, ‘met het aengesight tot op de plancken’, in de richting
van het kamerscherm van waarachter de shogun hem gadesloeg. Zonder verder een woord
te zeggen kroop het opperhoofd vervolgens op dezelfde manier terug, waarna hij de zaal
verliet zoals hij was gekomen. Haastig volgde hij de bugyō over een buitengalerij, langs het
vertrek waar een aantal belangrijke lieden in zeer statige klederdracht zat, allemaal netjes
op status gerangschikt. Eenmaal terug in de ‘Vertoef’ Zaal, alwaar de rest van het gezantschap der Verenigde Oost-Indische Compagnie op hen zat te wachten, werden de Hollanders vervolgens door de Japanners gefeliciteerd met de audiëntie.
Deze luttele minuten durende handeling vormde het hoogtepunt van een reis
die circa negentig dagen in beslag nam.
In 1609 had shogun Tokugawa Ieyasu
het de ‘Loffleijke’ Compagnie vergund
om een handelspost op te zetten in zijn
land. Als tegenprestatie voor deze gunst
diende een delegatie onder leiding van
het opperhoofd van de factorij jaarlijks
met geschenken naar Edo te komen om
de shogun eer te betuigen. Ieder jaar
weer deden de kooplieden van de Compagnie hun uiterste best om de meest
prachtige, kostbare, wonderbaarlijke
en vreemde geschenken uit alle hoeken van de wereld te halen in de hoop de shogun toch
vooral maar te bekoren. Er moest natuurlijk ook in de toekomst worden geïnvesteerd; de
kinderen van de shogun, de leden van de Rōjū (老中) ofwel de Rijksraad, alsmede functionarissen in Nagasaki, Ōsaka en Kyōto dienden tevens passende geschenken te ontvangen. Zo hebben heel wat kamelen, olifanten, Perzische paarden, pratende vogels en een
kat zonder haar voor heel wat bekijks gezorgd aan het hof in Edo. Het overgrote deel van
de geschenken bestond echter uit minder opzienbarende dingen als Leids laken, wollen
stoffen, brillen, verrekijkers, landkaarten, wijn en andere ditjes en datjes.
De hofreis was na de handelsperiode (van augustus tot oktober) verreweg de belangrijkste gebeurtenis die jaarlijks plaatsvond. Zodra de laatste VOC-schepen de rede van Nagasaki hadden verlaten, begon men met de voorbereidingen. De Nederlandse delegatie,
bestaande uit het opperhoofd, de chirurgijn en een of twee secretarissen, kon Japan niet
zonder Japanse escorte doorkruisen. Niet alleen omdat de buitenlanders in Japan vanaf
1641 onder streng toezicht stonden, maar ook omdat een gezantschap van slechts vier of
vijf Hollanders een armzalige indruk maakte. De shogun wilde nu juist laten zien dat er zelfs
vreemde machtige volkeren waren die de zeeën waren overgestoken, speciaal om hem
hulde te bewijzen. De Nederlanders kregen daarom een Japanse entourage mee die een
daimyō (大名) waardig was, want aan het aantal mensen dat achter je aan loopt kan men
zien hoe belangrijk je bent, nietwaar?
16

Allereerst werden er door de Nagasaki-daikan (代官) enkele deskundigen naar de factorij
gestuurd om de inventaris van de geschenken op te maken. Als alle kwesties omtrent de geschenken waren geregeld, werden deze door Japanse koelies zorgvuldig verpakt, verzegeld
en aan boord gebracht van de grote sloep die ze vooruit zou sturen naar Edo. Ondertussen
werden aan Japanse zijde de mensen uitgekozen die de Hollanders op hun reis zouden
vergezellen. Het gezelschap kwam te staan onder leiding van een ‘opperbongiois’. Het is
niet precies bekend naar welke Japanse functie deze verbasterde Nederlandse term verwijst, maar wel is duidelijk dat het een vazal was uit het directe gevolg van de Nagasakibugyō. Hij werd bijgestaan door een onderbongiois, de oppertolk en een groot aantal
knechten. Nu alles in gereedheid was gebracht, restte er niets anders dan een audiëntie
met de Nagasaki-bugyō en na de nodige gelukwensen kon de negentig dagen durende voetreis zo eind februari beginnen.
De reis verliep lang niet altijd zonder problemen. Zo had men in 1689 enige probleempjes
met de opperbongiois Genzaemon. ’s Middags aangekomen in het plaatsje Oda (op Kyūshū)
wilde de opperbongiois niet verder reizen, tot grote ergernis van opperhoofd Van Outhoorn.
De nacht ervoor had hij er ook al voor gezorgd dat de Hollanders een kamer kregen boven
de keuken van de herberg, waardoor ze werden geplaagd door rookoverlast. Ook toen had
Genzaemon er niks aan willen veranderen. Van Outhoorn had oppertolk Kichizaemon op
hem afgestuurd om er over te praten. Dit gesprek zou rampzalige gevolgen hebben. De
volgende dag werd er overnacht in het plaatsje Toshiro dat viel onder het gezag van het
leengoed Tsushima:
[...] maar weijnig konden wij ons inbeelden, dat hier nogh desen naght sodanigen trageedij
off treurspel door onsen sinnelosen opperbongiois soude gespeeld werden, want onse ogen
waren nauwelijx geloken, off hoorden enige gerugt, en wierden berigt, dat hij onse Kitsisaijmon, nevens den onderbongiois Jojemon met de houwer hebbende gekapt, sig selven oock
met ‘t opsnijen van sijnbuijck had om het leven gebraght, gelijck voorn[oemde] Kitsisaijmon
geen uur daar na van sijn quetsuren is komen overlijden, en den onderbongiois loopt oock
gevaar als sijnde een oud grijsman, op wel 10 plaatsen gewond, d’ene arm half aff, en 3
vingers van sijn hand quijt, den tolck was schelmagtig in sijn slaap overvallen en aan den
anderen geschied in ’t vertreck naast ‘t onse [...]

De Hollanders waren nu in één klap hun opper- en onderbongiois en oppertolk kwijt. De
Japanse autoriteiten waren in rep en roer. Meteen verschenen er regenten uit Tsushima
om een onderzoek in te stellen. Uit het onderzoek moest men opmaken dat de reden voor
deze moord alleen het feit was dat Kichizaemon niet respectvol genoeg tegen Genzaemon
had gesproken. De Hollander Ruijsch mocht ook van geluk spreken, want op slechts drie
voet van de schuifdeur waar hij had geslapen, lagen de drie vingers van de afgekapte hand
van de onderbongiois en was het overal besmeurd met bloed. De Hollanders zaten vast in
Toshiro, zonder geleide en zonder tolk. Ze moesten wachten tot er uit Nagasaki nieuwe
bongioisen en tolken waren aangekomen. Van Outhoorn was woedend toen hij daar naderhand ook nog een rekening voor gepresenteerd kreeg.
Wordt vervolgd Jurre ‘de Musketier’ Knoest
17

2-D liefde
Op zondag 22 november 2009 is Nene Anegasaki getrouwd met een man die onvoorwaardelijk van haar houdt. Dit zou op zich niet heel bijzonder zijn, ware het niet dat Nene
een personage is uit de Japanse Nintendo DS game Love Plus. In Japan is het weliswaar
niet mogelijk om voor de wet te trouwen met een non-mens, maar dat weerhield de bruidegom, alleen bekend als Sal9000, er niet van om er een ware ceremonie van te maken,
compleet met priester, gasten en een speech van de (eveneens virtuele) beste vriendin van
zijn aanstaande.

Nene Anegasaki

Deze ‘Sal’ is, voor zover bekend, de eerste
persoon die daadwerkelijk trouwt met zijn
2-D vriendin, maar hij is zeker niet de eerste
die op een virtueel meisje verliefd is geworden. Het is in Japan een relatief bekend
fenomeen, hoewel nog steeds ongebruikelijk.
De ‘2-D lovers’, de voordehandliggende naam
die aan ze is gegeven, zijn niet zomaar obsessieve otaku die alles van één bepaald personage willen hebben, maar hebben serieuze
en diepgaande gevoelens voor hun vriendin.
In een enkel geval zijn ze getrouwd en hebben ze daarnaast een 2-D vriendin, en sommigen hebben zelfs meerdere 2-D liefdes,
maar de meesten zijn geheel monogaam in
hun relatie.

Het zijn niet alleen de virtuele varianten van deze meisjes waar de Japanse mannen voor
vallen: ook tastbare 2-D en zelfs 3-D niet levende dames weten hun harten te winnen. Zo is
er ene Nisan, die al drie jaar dolgelukkig samenwoont met zijn Nemutan – een langwerpige
kussensloopprint van het karakter Nemu uit de pikante game Da Capo. Hij is zich ervan bewust dat ze niet echt is, maar dat weerhoudt hem er niet van haar te behandelen zoals een
goed vriendje zijn vriendin behoort te behandelen: hij neemt haar mee uit eten, ze gaan
samen naar karaoke en purikura, en hij zorgt dat ze altijd comfortabel rechtop zit. Uiteraard
is de stof waarop zijn geliefde gedrukt is een stuk meer onderhevig aan slijtage dan een
gewoon mens; hij heeft dan ook meerdere Nemu-kussenslopen. Eén daarvan ligt in een la
op zijn werk (zodat ze altijd bij hem is), en wanneer ze uit gaan hij heeft een schone hoes bij
zich, voor het geval ze er extra goed uit moet zien voor een foto.
Er zijn allerlei theorieën over hoe de subcultuur van de 2-D lovers tot stand is gekomen,
en waarom deze weliswaar niet exclusief in Japan voorkomt, maar wel voornamelijk daar
floreert. De meest aannemelijke verklaring lijkt te zijn dat de nadruk op uiterlijk te groot is.
Vooral mannen lijden hieronder, ofwel omdat ze zelf niet aan de schoonheidsidealen van
vrouwen voldoen, ofwel omdat hun eigen verwachtingen haast onmogelijk hoog zijn. Vol18

Sal9000 en zijn vrouw

gens onderzoek is 25% van de mannen tussen de 30 en 34 nog maagd, en heeft zelfs
50% van hen enkel mannelijke vrienden,
waardoor het niet alleen lastig voor ze is om
met vrouwen in contact te komen, maar ze
ook niet goed leren hoe ze met dat andere
geslacht om moeten gaan. En in een land
waar sociale afzonderingsverschijnselen als
otaku en hikikomori toch al niet heel ongewoon zijn, is de stap naar 2-D liefde dan ook
voor velen niet zo groot als in sommige andere landen. Zeker als de 2-D meisjes wel
aan al hun verwachtingen voldoen.

Zoals vrijwel elke subcultuur, hebben ook deze 2-D lovers een goeroe: Honda Tōru. Hij is
van mening dat echte liefde vrijwel niet meer bestaat in onze wereld, maar dat 2-D liefde
een goede vervanging is. Als je maar genoeg fantasie hebt, zo zegt hij, kan een 2-D relatie
net zo (of zelfs meer) gepassioneerd zijn dan een ‘normale’. Zijn redenatie: als liefde teruggebracht kan worden tot impulsen in het brein, waarom dan niet je hersenen zo trainen
dat die impulsen worden opgewekt door een 2-D karakter in plaats van een mens van vlees
en bloed? Verschillende boeken van zijn hand volgden, en inmiddels is de 2-D liefde zo’n
fenomeen geworden, dat het zijn eigen woord heeft gekregen: moe.

Nisan met vriendin/geliefde Nemutan

Een moe-relatie impliceert dat de man (men
heeft het eigenlijk alleen over mannen) zich
volledig afgekeerd heeft van menselijke
relaties en zijn gevoelens alleen nog tot fictionele personages richt. In werkelijkheid is
het echter niet altijd zo zwart-wit. Sommige
mannen hebben inderdaad alle hoop op en
behoefte aan een relatie met een menselijke
vrouw opgegeven, maar er zijn er ook die er
nog een gewone relatie op na houden naast
hun 2-D relatie, of die verwachten later in
hun leven alsnog te trouwen met een levende vrouw. Wat Nisan betreft: hij rekent er
niet op dat hij ooit een geschikte vrouw zal
vinden die hem in alle opzichten accepteert,
maar hoopt desondanks dat hij ooit iemand
vindt die met hem wil trouwen en het geen
probleem vindt dat Nemutan een belangrijk
deel van zijn leven blijft. Liselore Goossens
19

Final Fantasy XIII
Een korte toelichting is denk ik wel op zijn plaats. In plaats van een pretentieus betoog over
verscheidene aspecten van de Japanse samenleving, is hier plotseling de recensie van een
nieuwe videogame. Wat velen allicht niet van mij weten, is dat ik jarenlang hoofdredacteur
ben geweest van een website gespitst op rollenspellen (RPG’s), een website die ooit de
grootste Nederlandstalige RPG website/community genoemd kon worden. Ik zal dan ook
maar meteen uit de kast komen: ik ben een gamer, en groot geworden met Japanse RPG’s
zoals bijvoorbeeld Final Fantasy. Het nieuwste deel, nummertje dertien alweer, is hier in
Japan vorige maand uitgekomen en zal binnenkort ook in Europa verschijnen. In Japan ging
de release gepaard met een uitvoerige marketingcampagne en zoals al jaren verkoopt de
serie in de miljoenen. Is deze serie nog steeds zoveel beter dan de concurrentie? Ik heb het
spel reeds uitgespeeld en middels een kritische blik zal ik jullie verblijden met mijn visie.
Final Fantasy XIII speelt zich af in de werelden genaamd Cocoon en Pulse. Cocoon is een
technologisch geavanceerde wereld, geregeerd door een religieus getinte politieke macht
genaamd Sanctum. Hieronder bevindt zich de grote wildernis Pulse, waar men in de bovenwereld (Cocoon) in grote angst voor leeft. Wanneer bepaalde elementen van Pulse plotseling in een wijk van Cocoon verschijnen, reageert Sanctum paniekerig door de inwoners
van de hele wijk te “zuiveren”. Ons verhaal begint wanneer enkele personen besluiten om
tegen dit beleid van Sanctum in te gaan. Over het verhaal en de personages laat ik verder
zo weinig mogelijk kwijt. Laat mij vervolgen met een beoordeling van de verschillende aspecten van het spel om hopelijk een goed beeld te kunnen geven van of dit spel je geld
waard is.
Grafisch gezien is dit spel van zeer hoge kwaliteit. Sterker nog, dit zijn de mooiste graphics
die ik ooit in een videogame heb mogen aanschouwen en ik heb nog niet eens een HD
televisie! De CGI sequenties (de zogeheten “filmpjes”) zijn wederom bijzonder mooi, maar
pas echt indrukwekkend is dat het verschil tussen de filmpjes en de overige graphics significant kleiner is geworden. Dit betekent dat de “normale” graphics, en dus ook de gevechtsscènes, er werkelijk prachtig uitzien. Ik kan niet vaak genoeg herhalen hoe revolutionair dit
spel grafisch gezien is. En het gaat hier verder dan alleen maar hoge resoluties of details.
De verschillende locaties zijn ontzettend sfeervol weergegeven en ook het design is van
hoogstaand niveau. We hebben hier te maken met een uitzonderlijk echt ogende fantasiewereld. Pluim voor de ontwikkelaars.
Het verhaal en de personages vormen normaal gesproken de motor van een Final Fantasy
game. Een diep verhaal met vele “plottwists” en interessante personages, gecombineerd
met een verslavende gameplay en prachtige muziek, zorgden voor een vaak onvergetelijke
ervaring. Het verhaal is in dit deel erg boeiend en stelt niet teleur, zeker niet in de eerdere
hoofdstukken. Je blijft bezig om te begrijpen wat er nu precies aan de hand is. Wanneer je
dit punt eenmaal bereikt, zwakt het wat af, maar echt slecht wordt het nooit. De presentatie van het verhaal, waarin je via flashbacks stukje bij beetje meer te weten komt over wat
er nou precies aan het verhaal vooraf ging, oogt professioneel en goed doordacht.
20

Wat mij wel enigszins tegenviel, was de karakterontwikkeling van de personages, iets wat
in de sterkste delen zo’n belangrijk deel vormde van de beleving. Hoewel sommige personages over veel potentie lijken te beschikken, wederom vooral in het begin, blijven de
meeste personages zonder noemenswaardige groei of verandering. De hoofdpersonages
hebben wel allemaal een redelijk goed uitgedachte achtergrond en motivatie en komen
voor het grootste deel geloofwaardig genoeg over. Waarin Final Fantasy XIII in mijn ogen
pas echt tekort schiet, zijn de antagonisten en de overige personages. Van deze laatste
groep zijn er niet alleen bijzonder weinig in aantal, er is ook nog eens een groot gebrek
aan interactie met de hoofdgroep. Zo wordt er in het begin van het spel een aantal zeer
interessant ogende personages voorgesteld, die in het vervolg van het spel volledig genegeerd worden. Ook de antagonisten zijn niet interessant; ik moet helaas concluderen dat
de centrale antagonist ongeveer even goed is uitgewerkt als de gemiddelde minor antagonist van een willekeurig eerder deel.
Nu ik toch even op de negatieve toer ben, zal ik
meteen het grootste mankement van dit spel
maar naar voren brengen: Final Fantasy XIII is
belachelijk lineair. Op zich hoeft dit nog niet
eens zo slecht te zijn. Ik zal zelf toegeven dat ik
soms ook wel een beetje moe word van dat hele
standaardproces “van dorpje naar dorpje gaan”,
daar iets oplossen en dan weer verder, zonder
dat je soms direct weet wat er van je verwacht
wordt. Zo’n grote pijl die zegt waar ik heen moet,
is dan ineens zo slecht nog niet. Maar in dit geval
is men toch echt te ver gegaan. Zelfs dorpjes of
steden om even op adem te komen en iets anders
te doen dan het standaardverhaal, ontbreken.
Vrijwel het hele spel is een aaneenschakeling van
“van A naar B, filmpje, weer van A naar B, filmpje”,
enzovoorts. Op deze manier ben je als speler op
een bepaalde manier geketend, waardoor je een
stuk minder het gevoel hebt werkelijk deel te zijn
van de wereld waarin het verhaal zich afspeelt.
Een ander probleem dat dit met zich meebrengt,
is dat sommige locaties hierdoor volledig arbitrair
en inwisselbaar worden, want eenmaal afgelegd
zal er niets meer te vinden zijn. Sterker nog, het
teruggaan naar eerdere locaties behoort voor het
grootste deel niet eens tot de mogelijkheden.
Dit is jammer, aangezien sommige locaties zoals
gezegd prachtig weergegeven zijn.
Als deze cruciale aspecten van het spel al zo teleurstellend zijn, valt er dan nog iets te
redden? Ja, tot op zekere hoogte gelukkig wel. Het gevechtssysteem is goed en naar mijn
21

mening zelfs het beste tot nu toe in de serie. Het is snel, gebalanceerd, boeiend, en geeft
enorm veel voldoening. Er ligt meer nadruk op actie en op het strategisch timen van beslissingen. Verschillende “rollen” beslissen welke vaardigheden je personages kunnen uitvoeren en het is aan de speler om de goede balans samen te stellen tussen de verschillende
rollen. Het mooie is dat iedereen hierin zijn eigen speelstijl kan hanteren. Op deze manier
wordt “van A naar B gaan” ineens dus een stuk draaglijker, want je wordt beziggehouden
met uitdagende en gevarieerde gevechten. Ik moet hierbij wel aangeven dat het spel
wegens het actiegeoriënteerde systeem niet echt aan te raden is voor spelers die het liefst
achterover leunend, op hun eigen tempo een RPG doorspelen.
In tegenstelling tot de meeste RPG’s hebben de personages in Final Fantasy XIII geen niveaus.
Je personages worden sterker naarmate je CP (Crystarium Points) van vijanden verzamelt,
die je dan vervolgens in je personages kunt investeren om bijvoorbeeld hun kracht te verhogen. Het lijkt nogal op het Sphere Grid van deel 10, maar een verschil is dat de groei bij
dit deel specifiek is voor het personage. Verder zijn er bijna geen keuzemogelijkheden aanwezig om als speler te bepalen hoe je personages zich ontwikkelen, wat als gevolg heeft dat
de uitdaging van het sterker maken van je personages grotendeels verdwijnt. Het feit dat
er slechts drie inherente statistieken zijn (levenspunten, fysieke aanvalskracht en magische
aanvalskracht) helpt hier ook niet echt bij. Het wapenuitrustingsysteem, waarbij de speler
wapens en uitrusting kan versterken en zelfs veranderen door het toepassen van in gevechten gewonnen materiaal, maakt dit nog wel een beetje goed, maar over het algemeen is
het groeisysteem vrij beperkt.

De soundtrack is in dit deel volledig verzorgd door Masashi Hamauzu en de man heeft
puik werk afgeleverd. Goed, de muziek zal dan misschien minder memorabel zijn dan de
melodieuze stijl van Nobuo Uematsu, maar de compositie is van ongekend hoog niveau.
Hamauzu blijkt het talent en het lef te hebben om enkele stijlen op een unieke manier te
combineren, iets waar meneer Uematsu zich nooit aan heeft gewaagd. Het resultaat is een
fris klinkende, maar kwalitatief ijzersterke soundtrack. De enige mogelijke kritiek zou kunnen zijn dat een paar melodieën uit bepaalde nummers wel erg vaak terugkomen in andere
nummers.
Hoewel de game niet echt goed te herspelen is door het rechttoe rechtaan patroon van het
grootste deel van het spel, is de lengte van het spel wel in orde. Ook is er een aantal zijmissies om te doen later in het verhaal die het spel nog iets langer leuk houden.
22

Final Fantasy XIII is een spel van extremen: een paar uitzonderlijk goede aspecten en een
aantal grote missers. Hoewel ik bijna iedereen die over een Playstation 3 beschikt, kan aanraden om het spel in ieder geval te proberen, beschikt het niet over genoeg kwaliteit om
een tijdloze status te verkrijgen, zoals enkele van haar voorgangers. Zolang de concurrentie
de mogelijkheid niet uitbuit om een meer gebalanceerde RPG uit te brengen die met Final
Fantasy kan concurreren, zullen de meeste mensen deze serie trouw blijven, al was het
alleen maar dankzij de grote bekendheid die de serie geniet. Het is jammer dat met zulke
hoge productiekosten zoals de laatste jaren nog steeds niet een ultieme RPG-ervaring kan
worden gegeven, zoals dat om de haverklap gebeurde in de jaren negentig.

Beoordeling
Graphics:
Muziek:
Verhaal/personages:
Gevechtssysteem:
Groeisysteem:
Herspeelbaarheid:

10
9,5
7,5
9,5
6,5
7

Totaal:

8-

geen gemiddelde

Uitstekend
• Gevechtssysteem blijft boeien;
• Grafisch gezien revolutionair;
• Magistrale soundtrack.

Redelijk
• Het Crystarium is een degelijk systeem om je personages te versterken, maar mist aanpassingsvermogen en uitdaging;
• De achtergronden van de hoofdpersonages zijn goed uitgewerkt, hoewel ze in het spel zelf regelmatig oppervlakkigheid
vertonen;
• Het verhaal begint enorm sterk, maar verliest uiteindelijk
zijn grip.

Slecht
• Té lineair om je het gevoel te geven daadwerkelijk deel uit
te maken van de wereld;
• Personages van buiten de hoofdgroep zijn gering in aantal en
krijgen geen aandacht;
• Centrale antagonist is oninteressant. Mattias van Ommen

23

Het verhaal van De Schoen (2)

この間、仕事が終わってから、帰宅の途中でもつ焼き屋に立ち寄った。その日
は、七つの霊魂に身体を上げなきゃならなかったから、特に忙しかった。もちろ
ん、気分転換をした方がよかったけれど、ある事件についてこれでは僕の気が済
まないと思っていた。
「この霊魂を見ていただけない?」と昼食に出掛けるところで同僚が声をかけた
のだ。「問題はないと思うけど、念のために」と言った。
僕が見てみたときに、やはり問題があるように思えた。
この霊魂は十五年前にもらった身体に不満であった。必然的に身体が、人生のど
こかの段階で、不満を抱いていることはたまにあるけれど、霊魂が満足していな
かったことは今までまったくなかった。身体を借りて使っているだけだから満足
していないわけがない。どんなわけがあるか知らないけれど、この「94D10
27TTMO」と呼ばれている霊魂は何とか自分を、もらった身体から別れられたの
だ。
長い黒髪を捌き髪にしているウエートレスがテーブルに近づいて来た。耳を隠し
た髪型だけれど、注目していると素敵な耳がちらりと見えた。その日は当日のお
すすめのレバ刺し定食にした。飲み物はサッポロビールだった。食膳に上られる
までに十五分ぐらいかかった。ほとんどの時間はウエートレスと話していたけれ
ど、上の空で聞いていた。
赤ちゃんが不満な状態のときに、機運が成熟するのを待ち、自殺になることが多
い。身体は無益なものだから、大したものではない。身体は強くて自立している
ように見えるかもしれないけれど、実際に生きるか死ぬかという選択だけがあ
る。どういう人生を送るか決められないというわけである。本当の知的な生き物
は霊魂だけだ。したがって霊魂が身体を出たとたん、身体は包装材料だけが残っ
ているみたいな活気のないものになってしまう。水中を漂っていながら海流に乗
ってあてもなくさまようクラゲのようだ。生きているけれど、生きていない気が
する。
その日の数週間前、雨がぽつぽつ降っていた寒い夜に、ある公園のブランコに座
ったまま生気のない身体が見付かったのだ。生きていたけれど、瞳の動きしか全
然動きが見えなかった。若く見えた男の子の持ち歩いていた財布に学生証が入っ
ていたので、十五歳である山嵜信幸という高校生だと分かった。傷を負っている
わけでもなく、どこかに痛みを感じていそうもなかったので、警察は何が起こっ
たか分からずに途方に暮れた。
24

Onlangs stapte ik, nadat het werk er op zat, onderweg naar huis het motsuyaki-restaurant
binnen. Die dag was het bijzonder druk geweest gezien we aan zeven zielen een lichaam
toe hadden moeten kennen. Natuurlijk was het beter geweest wanneer ik op dat moment
mezelf een ogenblik rust had gegund, maar ik kon een bepaald voorval maar niet met rust
laten.
“Zou je even naar deze ziel kunnen kijken?” vroeg een collega me toen ik net op het punt
had gestaan om te gaan lunchen. “Ik denk niet dat het een probleem oplevert, maar voor
de zekerheid.”
Toen ik er eens even naar keek, bleek er wel degelijk een probleem te zijn.
De betreffende ziel was ontevreden met het hem vijftien jaar geleden toegekende lichaam.
Natuurlijk komt het van tijd tot tijd voor dat een lichaam, in welke fase van het leven dan
ook, vervult is van ongenoegen, maar dat een ziel niet tevreden is, dat was tot nu toe nooit
voorgekomen. Ze lenen het lichaam dan ook alleen maar, dus een reden om niet tevreden
te zijn hebben ze niet. Wat de reden is weet ik dan ook niet, maar deze ziel, 94D1027TTMO,
heeft zichzelf op de een of andere manier weten los te maken van het aan hem toegekende
lichaam.
De serveerster, die haar lange, zwarte haar los draagt, kwam naar mijn tafel toegelopen.
Het is een haarstijl die haar oren verbergt, maar wanneer je goed oplet, kun je net een
glimp opvangen van haar elegante oren. Die dag nam ik de specialiteit van de dag, leversashimi. Als drinken bestelde ik een Sapporo bier. Het duurde pak en beet een kwartier
voordat het eten gebracht werd, waarin ik vrijwel de hele tijd sprak met de serveerster,
maar mijn gedachten waren er niet bij.
Wanneer een baby ontevreden is, komt het vaak voor dat het eindigt in zelfmoord wanneer de tijd daar rijp voor is. Het lichaam is een onbenullig iets, dus veel maakt het niet uit.
Misschien lijkt het erop alsof het lichaam sterk en onafhankelijk is, maar eigenlijk heeft het
alleen maar een keuze tussen leven of sterven. Wat voor leven het leidt, staat buiten de
macht van het lichaam. Het werkelijke intelligente wezen is de ziel, en alleen de ziel. Dus
zodra de ziel ook maar het lichaam verlaat, verwordt het lichaam tot een levenloos ‘iets’,
alsof alleen het verpakkingsmateriaal over is gebleven. Als een kwal die zich al drijvend
doelloos in het water mee laat voeren met de zeestromen. Levend, maar tegelijkertijd krijg
je het gevoel dat het niet leeft.
Een aantal weken vóór die bewuste dag was op een koude, regenachtige avond een levenloos lichaam aangetroffen in het park, zittend op een schommel. Afgezien van de beweging
van de pupillen was er totaal geen beweging waar te nemen, maar ‘het’ leefde.
Wordt vervolgd De Schoen

25


Ik ben verkouden. Met waterige oogjes houd ik een mok thee voor mijn uitgezakte
gezicht en zie de dampen gemoedelijk omhoog kringelen. Als ik ze volg, sluit ik mijn ogen
vlak voordat zij het plafond bereiken en denk aan de regenachtige wolken boven Yufuin,
het nachtlandschap van Nagasaki, of het uitzicht op de caldera van de vulkaan Aso. Dit
alles aanschouwende terwijl ik op precies de juiste temperatuur loop te verrimpelen in een
ろ てんぶ ろ
heerlijk openluchtbad, een zogeheten 露天風呂. Hoewel ik mijzelf nog geen connaisseur
mag noemen, heb ik in mijn tijd in Japan een redelijke hoeveelheid zogenaamde ゆ, zij het
onsen of sentō (badhuizen), bezocht. Sta mij toe u aan de hand van enkele van mijn betere
badervaringen wegwijs te maken in de stomende pracht van Japans’ hete luchtbaden.
Anderhalf jaar geleden arriveerde ik in september voor het eerst in Japan; in Ōita-ken
(大分県), place to be. Destijds meerijzend trawant dr. Gé kreeg het in de onsen-hoofdstad
van Ōita, Beppu, al snel te druk met de voorbereidingen voor zijn glansrijke carrière aan de
Asian Pacific University. Aldus braken eenzame avonden aan voor uw schrijver, waarvan enkele gespendeerd werden met enkele zouteloze uitwisselingsstudenten van APU die vooral
in Japan waren om te slempen en aan elkaar te zitten. Gelukkig ontmoette ik tegelijkertijd
twee vriendelijke Russen, bewapend met een Lonely Planet. Na terug te zijn geslenterd
naar ons hostel, vertelden zij mij over hun plannen voor de volgende dag.
Met vier uur slaap namen we de volgende dag de trein naar Yufuin (湯布院). Het strakblauw
van de vorige dag had plaatsgemaakt voor een grauwe lucht en zorgde voor wat verkoeling
ten tijde van een anders plakkerige zomer. Als beginnend derdejaars Japans waren mijn
kameraden uit De Oost al snel onder de indruk van mijn taalvaardigheid nadat ik ons tot
きんりんこ
aan het nabijgelegen 金麟湖 (kinrin-meer) wist te leiden. Terwijl wij om het meer liepen
begon de regen zachtjes te vallen en stuitten wij op een huisje. Het betrof de ingang van
een onsen, met bij de ingang een onbewaakt vakje waar de toegangsprijs van 100 yen
betaald mocht worden. Eenmaal binnen stond ik eigenlijk direct weer buiten. Het huisje
had maar drie muren; de open zijde leidde direct naar het openluchtbad. Toen ik eenmaal
in het warme bronwater zat, keek ik uit over het meer en voelde de koude regen neerdalen
op mijn hoofd en schouders. Ik was niet eerder in Japan geweest en voor mij moest nog
maar blijken of ik mijn draai zou kunnen vinden. Al babbelend met een bejaarde Japanner
die mij vertelde hoe het bronwater maar liefst uit de bergen werd aangevoerd, kreeg ik hier
meer vertrouwen in..
In vergelijking met het dorpje Yufuin scheen mijn uitwisselingsstad Nagasaki een weidse
metropool. Als ik hier een jaar zou studeren, moest ik een ゆ vinden die tenminste ergens
het gevoel van Yufuin benaderde. Na af en toe te polsen bij de Japanse tutors van de Nederふく

landse uitwisselingsstudenten, kwam ik al snel achter het bestaan van 福の湯. Samen met
26

いなさやま

een paar andere badgasten reed ik met de bus de 稲佐山
op, om daar voor het gloednieuwe complex uit te stappen.
Het was allemaal een stuk minder bescheiden dan ik voorheen had ervaren, maar de badvariatie was des te groter:
baden met koolzuur, lichte stroomstoten en massagebaden waar harde stralen van je rug een kreeftenskelet maken. Echter, alleen de 露天風呂 maakte de
toegangsprijs al meer dan goed. Terwijl wij naakt naar
buiten de koude nachtlucht inliepen, keken we uit over
het door bergen omringde dal van Nagasaki.

Nagasaki, 福の湯

Ik bedacht mij hoe bevoorrecht ik was dat ik ‘hier’
mocht zijn – een realisatie die ik mijzelf gelukkig prijs
herhaaldelijk te hebben mogen ervaren in mijn tijd in
Nagasaki. Dit besef ging vaak gepaard met de angstige
gedachte dat hetgeen ik zag slechts tijdelijk was; in
augustus moest ik weer terug naar Nederland. Over
sommige dingen kun je beter niet te veel nadenken.
Met een stel vrienden zijn de meeste van dergelijke
zorgen snel vergeten. Afgelopen juli reisde ik samen met
mijn Banzai-maatjes die in andere streken verkeerden
wederom af naar onsen-hoofdstad Beppu. Na de ronduit
smerige, kokende Takegawara-onsen uit de Meiji-periode bezochtten wij enkele andere ゆ, om uiteindelijk net
als in Nagasaki halverwege een berg het nieuwerwetse
すぎのい
杉乃井 complex binnen te gaan. Ook overdag bleek het
uitzicht vanaf een hooggelegen 露天風呂 adembenemend. Onder en links van ons bevond zich Beppu, terwijl
aan onze rechterzijde de zee zich uitstrekte.

Beppu, 杉乃井

Meer van dergelijke uitzichten mocht ik deze winter aanschouwen toen ik vanaf medio december een maand in
Japan vertoefde. Samen met een van mijn betere vrienden
しょうがつ
uit Nagasaki ging ik tijdens de 正月 (de dagen rond Nieuwjaar) naar het huis van zijn opa en oma in Kumamoto
(熊本). Aldaar vertelde Hiroshi dat het dorpje Takamori
(高森) in de vallei van vulkaan Aso (阿蘇) binnen twee uur
te bereiken was. Toen wij de volgende dag aankwamen
besloten we op zoek te gaan naar een onsen-aanrader
27

van Hiroshi’s grootouders. Hoewel wij geen Nederlandse
koude hebben ervaren, was het in het hooggelegen Aso
alles behalve warm. Alvorens het toetreden tot het bad
was het afzien door de snijdende winterwind welke door
de constant opengaande deur naar het buitenbad werd
binnen gelaten.
Het binnenbad was warm en stomerig; comfortabel maar
niet bijzonder. Natuurlijk was de 露天風呂 de hoofdprijs
met haar uitzicht op de binnenkant van Aso’s vulkanische
kratermuur. Terwijl het pas halverwege de middag was,
begon de zon al zachtjes te dalen. Hiroshi bemerkte dat
de zonsondergang zeker prachtig zou zijn. Jammer genoeg had hij oma al beloofd dat wij voor het eten thuis
zouden zijn, verzuchtte hij.
Deze winter in Japan kwam de realisatie dat mijn leven
nimmer meer zoals mijn uitwisselingsjaar zou worden
des te harder aan toen ik met Hiroshi vanuit 福の湯 mijzelf
やけい
wederom onderdompelde in het 夜景 (nachtlangschap)
van Nagasaki. Naast een ideale plek om in weg te dromen,
is een onsen ook de perfecte plek om weg te meimeren in
Yufuin
een abrupte vlaag van melodrama. Normaal gesproken
geloof ik niet zo in nostalgie, maar toch werd ook ik overvallen door een ernstig geval van de
もの
あわ
物の哀れ (de vergankelijkheid der dingen). Tijd om af te studeren en een nieuwe, betere badplek te ontdekken. Ik hoor al tijden van een onsen aan zee op het eiland Yakushima (屋久島);
hoog tijd om mij daarin te verdiepen.
Martijn

Aso

28

コトバによって表現された人 ④
De vierde keer alweer dat ik コトバによって表現された人 schrijf. De vorige keer had ik
het over kanji. Deze keer wil ik het om te beginnen even hebben over hoe belangrijk
kanji nou eigenlijk zijn voor de Japanse taal.
We weten als studenten Japans natuurlijk allemaal dat kanji eigenlijk uit China komen,
zeker als je de vorige aflevering van deze rubriek hebt gelezen. Omdat de Japanners van
oorsprong geen schrift hadden, werden de kanji op allerlei manieren gebruikt om de
Japanse taal weer te geven. De kanji hebben ervoor gezorgd dat het Japanse schrift zich
als losstaand systeem heeft kunnen ontwikkelen. Maar niet alleen dat. Dankzij het feit dat
kanji niet alleen klank weergeven maar ook betekenisdragend zijn, heeft zich in de loop van
de tijd een enorm aantal nieuwe woorden gevormd. Van oorsprong bestond het Japans logischerwijs enkel uit Japanse kun’yomi woorden, 大和言葉 (やまとことば) of 和語 (わご),
zoals むかし, ある of ところ, maar ook de partikels zoals に of が. Wat kanji deden, was het
schrijfbaar maken van de Japanse taal. Er waren veel manieren om dit te doen, waarvan er
in de 万葉集 (まんようしゅう) veel leuke voorbeelden staan. Kanji werden soms gebruikt
als een soort puzzeltjes om te zeggen wat er eigenlijk bedoeld werd, zoals bijvoorbeeld
山上復有山 dat met een beetje puzzelen is te herleiden tot het karakter 出.
Het betekenisgevende karakter van de kanji zorgt ervoor dat aan de hand van individuele tekens gemakkelijk woorden gevormd kunnen worden. In China was men hier
natuurlijk al langer mee bezig, en een groot aantal kanjiwoorden werd sono mama overgedragen aan Japan. Daarnaast gebruikten Japanners zelf ook de karakters om nieuwe
woorden te vormen.
Het is te zeggen dat het mede dankzij de kanji is, dat de Japanse taal zo’n rijke woordenschat heeft. Ook binnen kanjiwoorden zijn veel structuren te herkennen zoals woorden
van karakters met soortgelijke betekenissen die elkaar aanvullen (bijv. 岩石), karakters met
tegengestelde betekenissen (高低), woorden waarbij een karakter het andere specificeert
(洋画), woorden waarbij het om een onderwerp-werkwoord constructie gaat (地震) of
juist om een werkwoord–lijdend voorwerp constructie (着席).

29

Zonder kanjiwoorden te begrijpen mis je dus een groot deel van de Japanse taal en het
kennen van de individuele betekenissen van de karakters helpt erg met het uitbreiden
van je woordenschat.
Japans taalonderwijs begint vaak met basiswoorden zoals 食べる, 行く, 来る. Een groot
aantal van deze woorden is opvallend genoeg van Japanse oorsprong. Natuurlijk zijn er
ook kanjiwoorden die je erg hard nodig hebt: 時間 en natuurlijk 勉強, of 食事. Maar de
basis van de basis kent toch veel wago.
Naarmate de studie vordert en het niveau van het Japans waarmee je in aanraking komt
stijgt, neemt ook het aantal kanjiwoorden dat je moet leren enorm toe. Natuurlijk komen
er af en toe wat kun’yomi-woorden langs, maar het overgrote deel bestaat toch echt uit
kanji-compounds. Eindeloos lange woordenlijsten heb ik gemaakt die bijna alleen maar
uit kanjiwoorden bestonden. Zolang je de karakters kent, is het gelukkig nauwelijks een
probleem te noemen. Het onder de knie krijgen van kanji vergt wel enige inspanning en
kost een behoorlijke hoeveelheid tijd, maar als je ze eenmaal de baas bent, heb je er echt
wat aan. Als je dan ook nog een beetje inzicht in de opbouw van kanjiwoorden kweekt,
werk je al snel zonder al te veel problemen door een lange tekst heen.
In die zin is wetenschappelijk Japans eigenlijk niet eens zo heel moeilijk. Zoals ik boven al
zei: voor kanji heb je vooral tijd nodig. Als je ze onthoudt, dan ken je ze ook gewoon, er
komen geen vage regeltjes aan te pas, en taalgevoel hoef je ook niet echt heel erg te hebben. Chinezen kunnen de meeste Japanse kanji immers lezen en begrijpen het zonder
een woord Japans te kunnen spreken. Om wetenschappelijk Japans goed te begrijpen is
natuurlijk veel meer nodig dan kennis van kanji alleen, maar grammaticaal wordt het niet
erg lastig. Ken je de regels goed, dan kun je het in principe lezen. Geen rare spelletjes met
woordvolgorde waar wij Nederlanders zo goed in zijn; gewoon です vervangen door である,
veel kanjiwoorden gebruiken en je komt al een heel eind.
きゅうしゅうだいがく

Een docent van 九州大学 waar ik een jaar studeerde, zei ooit tegen mij dat het ‘echte’
Japans juist weer om wago ging. Op een stencil dat we die les uitgedeeld kregen, stond
een lijst van Japanse werkwoorden en werkwoordsamenstellingen die ik nog niet
vaak eerder had gezien en al helemaal niet in wetenschappelijke teksten. Wat zijn
bijvoorbeeld de verschillen tussen 取り除く, 削り取る, 切り取る en 取り抜く?
Natuurlijk, de karakters geven wel een hint weg over de verschillen, maar
voordat je dit werkelijk aan kunt voelen, of nog moeilijker: correct kunt
toepassen, ben je wel even bezig. Interessant genoeg komen wago
dus weer terug bij het verder toenemen van het niveau.
Wat je niet zo vaak terugvindt in de lesboeken die ik tot nu toe
heb gezien, is de spreektaal. De luisteroefeningetjes bij luister30

vaardigheid zijn nuttig, zeker voor studenten op beginnerniveau, maar beginnen na
een tijdje toch wel erg onnatuurlijk over te komen. De moeilijkheid van het spreken
van een vreemde taal zit ‘m ook niet in de woordjes en zinsstructuren. Tenminste niet
in het soort dat je uit een tekstboek kunt leren. Om woordjes zoals ほったらかす,
けじめをつける of よこす (en zo nog talloze andere) echt te begrijpen en te kunnen gebruiken, is wel wat meer nodig dan een tekstboekje dat je van een Engelse vertaling
voorziet.
Er is iets wat misschien nog wel moeilijker is dan woordjes: de natuurlijkheid van taal.
Als je een presentatie geeft over een onderzoek dat je hebt gedaan is het niet erg als je
dat van te voren uit je hoofd leert; het gaat er immers om dat je de informatie duidelijk
en helder overbrengt.
Een werkelijke conversatie is hier echter het tegenovergestelde van. In plaats van het
simpele eenrichtingsverkeer van een toespraak of presentatie ben je bezig met spontane
communicatie over en weer, wat het natuurlijk onmogelijk maakt om iets van te
voren in te studeren. Zelfs als je van te voren hebt bedacht hoe je wilt vertellen wat
je gister wel niet allemaal voor leuks hebt gedaan, klinkt het vreemd en onnatuurlijk als je dat letterlijk zin voor zin gaat opzeggen. Het voordeel dat wij hebben (of
althans de meesten van ons) als moedertaalsprekers van het Nederlands, is dat
we het nauw verwante Engels bijna net zo eenvoudig kunnen spreken als Nederlands zelf; we hoeven immers maar een paar kleine aanpassingen te maken op
de grammaticale regels waarvan ons Nederlandse taalgevoel is doordrenkt
en we hebben vrij goed Engels.
Helaas is Japans totaal niet gerelateerd aan het Nederlands of aan het
Engels. Sterker nog, een minder verwante taal bestaat misschien niet
(Koreaans misschien?). Dat zorgt wel voor een uitdaging die, als je er tijd
in steekt, uiteindelijk veel voldoening kan geven. Het kunnen spreken
van twee zo veel van elkaar verschillende talen is niet alleen leuk, het is
ook goed voor je objectieve denkvermogen. Als je een beetje nadenkt
over de verschillende invalshoeken van waaruit je van beide talen
gebruik maken, leer je stukje bij beetje dat het ook anders kan.
Een mooie beloning voor al dat harde werk,
zou ik zo zeggen.
Milan van Berlo

31

v.l.n.r: Arthur, Merel, ik, en een Koreaans-Amerikaanse chick
genaamd Hae-Min waarmee we bevriend zijn geraakt, in één
van onze favoriete zuipstallen in Shianbashi.

Jocelyn in 長崎

De winter is hier al langzamerhand aan het verdwijnen, en als ik dan hoor
dat Nederland nog steeds onder een berg sneeuw ligt, realiseer ik me
weer eens dat het leven in Japan zo slecht nog niet is (ahum, understatement of the century). Toen het hier een dagje sneeuwde, reden alle Japanners meteen – neurotisch als ze zijn – met kettingen om de banden van
hun autootjes rond. Ik moest er stiekem wel om lachen, vooral omdat de
sneeuw niet eens bleef liggen en die kettingen dus alleen maar voor een
hoop kabaal zorgden.
Helaas voor mij was de kerstvakantie maar kort en moest ik na twee
weken alweer aan de bak. Het eerste semester is gelukkig bijna afgelopen
en dan kunnen we met z’n allen eindelijk eens van een propere vakantie
genieten (anderhalve maand!). Tripjes naar Fukuoka, Tokyo en Okinawa
staan op het programma en ik heb er onwijs veel zin in. Maar goed, rondreizen in Japan hebben veel van jullie al gedaan, dus kwam ik op het idee
om iets te schrijven over het dagelijkse leven hier in Nagasaki.
Op maandag ben ik vrij, maar soms hebben we op die dag cultuurlessen
(zoals de kimonoles waarover ik vorige keer heb geschreven), die over het
algemeen heel leuk zijn. Behalve die ene keer dat we kalligrafieles hadden, want voor dat geneuzel met die penselen heb ik nu eenmaal geen
geduld. Op dinsdagochtend heb ik maar één college, Presentatie, wat
inhoudt dat we allemaal een zelfgeschreven verhaaltje oplezen, waarna
Pinda-sensei vervolgens de rest van het college volblaat, omdat-ie zichzelf
nu eenmaal zo graag hoort praten. Er zijn dagen waarop we niet eens allemaal aan de beurt komen!
Op woensdagmiddag hebben we Lezen, wat behoorlijk saai is (teksten
over belastingen, ik bedoel maar). Donderdag is een lange dag, die begint
met Kanji om half elf ‘s ochtends, gevolgd door nog een college Lezen,
met als laatste Opstel. Dat laatste hebben we van Nagai-sensei, die zo
hilarisch is dat ik het niet erg vind om met mijn vermoeide hoofd van
half drie tot vier uur naar haar te luisteren. Dan hebben Arthur en ik op
donderdagavond badmintonclub en ook al zijn we niet echt goed te
noemen, is het altijd erg leuk en vooral gezellig. Op vrijdag hebben we
Luisteren en Conversatie, waar ik eigenlijk geen ruimte aan wil besteden,
omdat het niveau zo laag is dat het bijna beledigend is.
Dan is het weekend en gaan we drinken in Shianbashi, waar we bijna altijd
wel malle, dronken Japanners vinden om met ons te feesten.

32

En omdat God het nu eenmaal leuk vindt om ons te straffen, hebben we
zondagochtend van tien tot één weer badminton, waar ik altijd braaf
naartoe ga, omdat ik mijn badmintonjongetjes en -meisjes nu eenmaal
zo lief vind. Bij deze dus mijn leventje in Nagasaki in een notendop. Ik ben
elke ochtend blij om hier wakker te worden, wat gerust een wonder genoemd mag worden, omdat ik normaal gesproken een schurfthekel heb
aan ochtenden. Jocelyn van Alphen

Gijs in 大阪

Minoh, Ōsaka. Af en toe wordt ook hier, ’s nachts, het vriespunt bereikt.
Overdag is het ook niet warm te noemen. Toen ik samen met vrienden
van de Nederlandse klas naar Universal Studios Japan ging, halverwege
januari, en de wind zich af en toe ook liet voelen, werd al snel duidelijk
dat het meest gebruikte woord 寒いof een variatie hierop zou worden.
Met name tijdens de achtbaan: ”さむーい、あ゙あ゙あ”. En dan te denken
dat er een Russische student is op de campus die nog in (steeds weer dezelfde) korte broek loopt en op sandalen... 正気か!Overigens sneeuwde
het vandaag (1 februari) even… natte sneeuw weliswaar, maar toch!
Oud en Nieuw heb ik met Nobu gevierd
in Starbucks, waarna we naar mijn kamer
terugliepen, al grappen makend over dat
als we hier ter plaatse zouden plassen
het in een bevroren boogje zou eindigen,
zo koud als het was… Teruggekomen in
mijn kamer besloten we de M1 Grand
Prix finale, die een week eerder uitgezonden was, te kijken. M1 staat voor
Manzai 1, het beslissen van de beste manzai artiesten dit jaar. De winnaar krijgt ¥10 000 000 prijsgeld. Na ongeveer een uur kijken vielen we
allebei in slaap. Althans… いびきでなかなか眠れへんかってんけどなぁ~
Als onderdeel van het programma zijn we 9 januari naar Kabuki geweest
(gratis!). De voorstelling die wij keken, was 仮名手本忠臣蔵(かなで
ほんちゅうしんぐら) (zie wiki voor de verhaallijn). Tijdens de voorstelling hoor je steeds toeschouwers de naam van hun geliefde toneelspelers schreeuwen, en opmerkelijk genoeg heel vaak synchroon met elkaar.
Persoonlijk vond ik het nogal lastig om de juiste timing te vinden, dus
heb ik hier niet aan meegedaan. Eén keer schreeuwde iemand zo hard
dat ik de slappe lach kreeg samen met wat anderen… Het verstaan van
de tekst was overigens ontzettend moeilijk en meer dan de helft is mij
ontgaan, maar het was zeker de moeite waard. Af en toe had ik blijkbaar
ook nog wat slaap ingehaald, zo werd mij verteld. Wij hebben alleen de
eerste helft gezien van het verhaal dat zo’n vier uur duurde.
Het herfstsemester is hier zo goed als afgelopen. De 23ste dient iedereen van het programma een tussentijdse voordracht te houden over zijn
of haar onderzoek tot nu toe, waarna we lentevakantie hebben tot 10
april als ik het goed gehoord heb. Op het programma staat onder andere
een Sumo wedstrijd!
Tot slot nog twee tongbrekers:
東京都特許許可局: とうきょうととっきょきょかきょく
かき

たけた

たけた

となりの垣に竹立てかけたのは、竹立てかけたかったからです。

Gijs van Maarseveen
33

Sebastian in 別府
おおいたけん

きれい



雪が降り、大分県が綺麗に成った。そこで、冬である!
はいけい

拝啓 Tanukileden!
つつし

しんねん

いわい

Allereerst
zou ik graag tegen iedereen willen zeggen: 「謹んで新年のお祝を

nieuwjaarswens,
申し上げます!」. Het is wellicht een beetje laat voor een
ふじさん
maar ik kan jullie verzekeren dat mijn wensen aan jullie 富士山 ruimschoots
overtreffen. Hoewel ik heb vernomen dat jullie aan sneeuw geen gebrek
hebben in De Lage Landen, wilde ik toch van de gelegenheid even gebruik
maken om voor jullie uiteen te zetten dat
het kijken naar besneeuwde
おんせんたまご
bergtoppen terwijl men in een onsen een 温泉卵tot zich neemt toch wel
echt de moeite waard is om een keer meegemaakt te hebben.

もう

Iedere dag ben ik nog steeds content met het zicht op het mooie Kyūshū
landschap en probeer ik er zoveel mogelijk van te genieten door bijvoorbeeld te mountainbiken of op een hiking-trip te gaan. Het enige moment
waarop ik eraan herinnerd word hoe lang ik nu in Japan zit, of anders geformuleerd, hoe lang ik nu al van huis ben, is wanneer ik een stukje tekst
voor jullie schrijf en dat is volgens mij alleen maar een goed teken.
つまり, het leven in Beppu, en Kyūshū in het algemeen, bevalt me uit-

stekend en buiten de studie ben ik altijd wel verwikkeld in verscheidene
activiteiten.
De foto bij dit stukje is bijvoorbeeld onze Guiness Book of Records recordpoging om met zoveel mogelijk nationaliteiten in een sauna te zitten. Een
geweldig initiatief dat alleen maar weer aantoont hoe multicultureel APU
is. Ook zijn we druk bezig om subsidie te verdienen voor onze eigen opgerichte circle om op deze manier Aziaten, waarvan de meeste nog nooit in
Europa zijn geweest, de kans geven om naar Europa af te reizen en door
middel van ホームステイ de Europese culturen kunnen ervaren.
Wat er verder nog voor mij in het verschiet ligt, is een trip naar Korea
en een paar Japanse ホームステイ. Het lijkt mij heel interessant om de
verschillende Japanse huishoudens in verschillende delen van Japan met
elkaar te vergelijken. Genoeg activiteiten dus om naar uit te kijken.
さいご

最後に, lieve Tanukileden, wens ik iedereen die komend semester zijn of

haar bachelorwerkstuk gaat schrijven heel veel succes en wijsheid toe
en natuurlijk alle andere studenten heel veel succes en wijsheid met de
voortgang van de studie!
雪が降る別府に住んでいるセバス

34

Sebastian de Goeij

Pyke’s Holletje
Een nieuw jaar, een vertrouwd holletje en weer een aantal manga om eens op je gemak
te lezen bij een brandend haardvuur. Een nadeel van het hebben van een grote kast vol
manga, dan wel andere interessante (gebruiks)voorwerpen, is de keuze: wat zal ik nú weer
eens openslaan? Maar wees gerust; ik trotseer de nadelen met geheven hoofd opdat ik jullie weer kan verwelkomen in mijn holletje. Dus laten we van start gaan.
Om lekker dwars te doen tegen het knusse
winterweer van de afgelopen tijd begin ik deze
keer met een zomerse manga: ことこと。(wat
weer een afkorting is van 子と孤島), uitgegeven
door Flex Comics en gemaakt door Takebayashi
Getsu. De hoofdpersoon is Aoko, die verhuist
naar een eilandje op zo’n dertig uur reizen van
Tokyo, om daar les te geven. Zodra ze aankomt
bouwt ze een soort vriendelijke rivaliteit op met
de student Kazuki. En wat blijkt? Ze komt samen
te wonen met Kazuki en zijn pa! En op deze basis
kan natuurlijk lang geteerd worden (hiephoi
kapitalisme!). Er is dan ook niet één verhaal,
maar steeds losse hoofdstukken, waarin de personages weer wat nieuws beleven. Het klinkt zo
nogal dertien-in-een-dozijn. En dat is het in zekere zin ook; er zijn véél (succesvolle) series die
een dergelijke opbouw hebben. En dat is niet
onbegrijpelijk, want het werkt ook. Het is lekker makkelijk en vrijblijvend te lezen, terwijl je
wel kunt investeren in de personages. Wat deze
serie vooral apart zet, is de visuele humor; ook
niet geheel onbelangrijk. Wie had gedacht dat
een menselijk kotskanon zo grappig kon zijn? En
als je dat al binnen de eerste paar pagina’s doet,
heb je mij in ieder geval aan de haak!
Voortbordurend op de warme-maar-afgelegenJapanse-eilanden-manga’s hebben we de
romcom manga あそびにいくヨ! van uitgever
Alive (gebaseerd op een light novel reeks van
Kamino Okina). Plotsgewijs kan het niet veel
Japanser: een voluptueuze, vrouwelijke alien
(met kattenoortjes) komt naar de aarde en
belandt toevallig op Okinawa bij Kio (ja, een
studentje met een bril, hoe raad je dat?). Diens
buurmeisje blijkt overigens voor een geheime
35

organisatie te werken (en heeft wapens aan
haar muur), terwijl de lerares werkt voor een
organisatie waar een soort Klu-Klux Klan
gewaden gedragen worden. En een verlegen
meisje uit Kio’s klas blijkt een huurmoordenares te zijn. En oh ja, de Amerikanen zijn ook
nog eens op zoek naar de alien. Dat het wellicht
vreemd is dat geheime organisaties graag
Japanse tienermeisjes in dienst hebben, nemen
we in dit alles dan maar voor lief. De manga is
getekend door ene 888 en juist de tekenstijl
is het voornaamste pluspunt. Het is een stijl
zoals je die wellicht zou verwachten in artbooks,
maar niet in een daadwerkelijke manga: heel
vloeiend, zacht en op een vreemde manier ook
warm. Mocht de stijl je niet zo aanstaan, dan
ben je waarschijnlijk beter af met een bekendere romcom zoals bijvoorbeeld Love Hina. Hoe
dan ook is de gegeven Engelse vertaling van de
titel al genoeg reden om een volume aan te
schaffen: “Us it goes to play in your house.” Engrish; je kunt er nooit genoeg van krijgen.
In een geheel
andere categorie is er nog Mizukami
ほし
Satoshi’s 惑星のさみだれ:The Lucifer and Biscuit
Hammer, uitgegeven door Young King Comics.
Yuuhi, een nogal ongeïnteresseerde student,
heeft opeens een pratende hagedis in zijn kamer
die hem vertelt dat hij een ridder is die moet
vechten om het lot van de planeet. Met tegenzin ontdekt Yuuhi dat er een gigantische hamer
boven de aarde zweeft die de aarde zal vernietigen, mits hij en een groepje kornuiten er iets
tegen gaan doen. Al snel komt hij erachter dat
zijn buurmeisje de leidster van deze groep zal
moeten zijn. Uiteindelijk besluit hij zijn krachten
(energiebollen) te gaan trainen met zijn buurmeisje/baas. Klinkt vreemd? Inderdaad, maar
anders zou het niet Japans zijn. In ieder geval
zorgt ook hier de visuele humor voor een grote
motivator om je door de bergen kanji heen te
werken. Want furigana zijn niet of nauwelijks
aanwezig, dus je spendeert op een trage dag
een groot deel van je tijd aan je wordtank. Maar
dat is dan ook zeker de moeite waard.
36

De manga van de maand is deze keer weggelegd voor
een heel bijzondere manga; zowel in stijl als in plot.
ジャバウォッキー van Masato Hisa, uitgegeven door
ZKC (Kodansha). Heb je je ooit afgevraagd wat die Russische heersers allemaal voor vreemde bol vast houden?
En wat er nou precies voor betekenis schuilt achter
het oude wapen van Rusland (je weet wel, die met die
tweekoppige feniks)? En hoe dit verband houdt met dinosauriërs? Dan is deze manga precies wat je zoekt.
Gedurende de tijd van de laatste tsaren wordt de voluptueuze geheim agente (Engels, niet Japans ditmaal) Lili
Apricot naar Rusland gestuurd om de gestolen tsarenbol terug te halen van een groep boze proletariërs. Als
ze eenmaal de groep gevonden heeft, blijken het echter
geen Russische arbeiders, maar pratende, mensachtige
dinosauriërs. Want wat blijkt: dino’s zijn niet uitgestorven, maar leven overal ter wereld in het geheim in
dino-communities. En de grootste daarvan is in Rusland,
met haar wijd open toendra’s. De dino’s wonen er met
toestemming van de tsaar, die hen in ruil daarvoor als
superleger in kan zetten in oorlogen. Dit kan hij weer
doen door de bol, die eigenlijk geen bol is, maar een ei,
dat van de dinoprins, die op zíjn beurt weer de enige
is die het leger kan aanvoeren. Zodoende komt Lili in
aanraking met een humanoïde oviraptor die haar helpt
in haar zoektocht naar de bol en daarna lekker blijft
plakken als een Watson voor Lili’s Holmes bij nieuwe
avonturen in negentiende-eeuws Europa.
Het verhaal is natuurlijk erg interessant, maar het eerste
dat opvalt is de stijl. De schaduwen en contouren zijn
sterk geaccentueerd, waardoor er geen “lijntjes” zijn;
met spectaculair resultaat. Het ziet er indien niet fantastisch, in ieder geval uniek en bijzonder uit. Het enige
echte nadeel is ook hier weer de hoge kanji-drempel en
de lage leessnelheid. Met het soms eindeloos lijkende
geklets en ge-uitleg van de personages lijkt het soms
wel of de kanji-kraan is aangezet en het bad is overgestroomd. Op furigana hoeft ook hier niet gerekend te
worden, maar voor de doorzetters is dit een werkelijk
pareltje; een geweldige stijl, een bijzonder en interessant verhaal en veel culturele/historische verwijzingen
naar van alles en nog wat. Dus alvast veel leesplezier en
tot de volgende keer! Pyke van Zon
37

Koffietijd
Toen ik er een paar maanden geleden voor het eerst langsliep, en er voor de ruiten nog
grote stickers geplakt zaten die aankondigden dat het niet lang meer zou duren, zag ik twee,
wat men noemt ‘volle’ jongedames elkaar omhelzen. Uit hun hysterische gekrijs kon ik het
volgende opmaken: “Oh my god! In Nederland! Starbucks!”
Nu heb ik niks tegen ‘volle’, enthousiaste jongedames, maar toch speelde het kinderlijke
woord ‘bah’ veelvuldig door mijn hoofd. Bah bah bah! Vorig jaar ben ik vaak genoeg bij
Starbucks geweest, maar dat was in het buitenland. In Azië. Om precies te zijn Korea en
Japan; waar ze geen ruk van koffie afweten, waar men zonder schroom Nescafé instant drek
naar binnen giet zonder deze weer in de Peter Rabbit mok naar buiten te werken en waar
als de zwarte dood is afgekoeld, Peter een retourtje magnetron krijgt aangeboden. Als je dit
gewend bent en je dan Starbucks mag drinken, dan word je blij. Ik ook.
Als er niks anders is.
Je kon er best lekker zitten (als de tent tenminste niet overstroomd was met expats) en ze
draaiden over het algemeen best goede muziek: Jazz, en R&B uit de jaren dat je het nog
niet kon vertalen als ‘negerhijgmuziek’, maar toen het nog gewoon voor ‘Rhythm & Blues’
stond. In Japan kon ik bestellen bij baristameisjes die opgelucht glimlachend in het Japans
mijn verzoek om koffie verwerkten, omdat ze nu niet hoefden te kijken of die buitenlandse
aap hun Engels verstond. Blij dat dit kon. Toen ik voor de eerste keer in Japan was, alweer
vijf jaar geleden, kwam ik er met mijn baggerjapans niet goed uit en vroeg een vervelend
vriendelijke Amerikaan, die achter me in de rij zijn kans leek af te wachten, of ‘ie me niet
kon helpen, waarna hij met een foute glimlach de kassadame een demonstratie van zijn
Japans en onvoorwaardelijke ‘vriendelijkheid’ gaf. Misselijk mannetje.
In Korea zat er niks anders op dan Engels te gebruiken, want telkens als ik de ingestudeerde
zinnetjes Koreaans uitkotste, keek men me vreemd aan of kreeg ik een nieuwe vraag waar ik
geen antwoord op had. Maar, de medewerkers waren hulpvaardig en omdat de Koreaanse
taal te hoog gegrepen lag voor onze overzeese vrienden kon ik zonder storen mijn wensen
doorgeven. Het vreemde van Korea was dat iedereen die (dacht) dat ze iets voorstelden
bij Starbucks gingen zitten. Sla elk willekeurig Koreaans modeblad open (ik heb ze zelf
niet gekocht hoor! Echt niet!) en elk model heeft in haar slanke pianovingers het bakkie
pleur uit the land of the free. Dus in het district rondom de Ehwa vrouwenuniversiteit, het
territorium geregeerd door de meest modieuze, graatmagere lellebellen van studentes, zat
elk filiaal stampvol. En dat vond ik prachtig. Want er voelt niets heerlijker dan mensen om je
heen te hebben die denken dat je bezig bent een boek te lezen, terwijl eigenlijk je zintuigen
openstaan voor alles wat er om je heen gebeurt. Waar je ook plaatsnam in de winkel, er
kwamen na een halfuur altijd wel twee geiten naast je zitten die in falend Engels uitgebreid
met elkaar gingen converseren. Mijn ultrageile looks zullen het niet geweest zijn, dus ik
neem aan dat ze hun stemmen verhieven in de hoop dat deze robuuste ‘Amerikaan’ hun
conversatievermogen zou opkrikken naar een heel nieuw niveau. Niet dus. Wel grappig.
38

Ik denk dat we kunnen stellen dat door de unieke klandizie Starbucks in Korea en Japan
een mooie uitkomst biedt voor de koffieverslaafden. Maar waar hebben we in Nederland
Starbucks in godsnaam voor nodig? Jarenlang had het concern het wijze plan om sommige
Europese landen te vermijden, omdat ze al gezegend waren met een sterke koffiecultuur.
En terecht, want als je een Segafredo of zo’n gezellige bak Douwe Egberts vergelijkt met
een Café Americano, smaakt die laatste ronduit slap. Geen wonder dat ze zoveel variaties
verkopen. Zonder melk en zoetigheid is er geen ruk aan. We hebben tientallen cafés in
Leiden die geweldige koffie verkopen en allemaal hun eigen sfeer hebben. Hoe kan het zo
zijn dat er elke dag een rij staat bij de ‘bucks en dat de hele tent, op welk moment van de
dag dan ook, bomvol zit?! Is het omdat het buitenlands is? Is het omdat de welgeschapen
vingers uit de Elle Girl en de Cosmopolitan ook rond een kartonnen bekertje met groen
opdruk zitten geplakt? Of zijn we weer allemaal verschrikkelijke aanstellers die aan elkaar
moeten laten zien dat we zo achterlijk zijn om vijf euro voor koffie neer te tellen, omdat we
zoveel ervaring hebben met wat er in het buitenland te koop is?
Voor de atmosfeer doe je het hier niet. Want wie komt er hier nou naar de Starbucks? Het
zijn toeristen, yuppen en, nog erger, vrouwen van yuppen. Maar het aller-, allerergste is
het als een groep studentjes in zo’n kapotlelijke blauw-wit gestreepte trui (met verenigingslogo) de plannen voor komend semester aan het bespreken zijn. Je kent het wel; je
zit gewoon in het Lipsius je ding te doen en dan komt er ineens een heel clubje achter je
zitten. Meestal op zaterdag; zo’n dag van, als je niet studeert wat doe je hier dan? Eén is
de leider, een op tweeëntwintigjarige leeftijd al uitgeneukte lul met een kutstem. Door het
plannen van die eeuwige zouteloze studiereis naar Rome heen maakt ‘ie politiek correcte
grapjes met een linkse insteek. En vooral
het vrouwelijk publiek lacht hartelijk mee.
Bij Lingo beschrijven ze zich allemaal als ‘sociaal’
en tot laat in de middag lullen ze over semiintellectuele, licht maatschappelijk geëngageerde bullshit.
Het kan bijna niet erger, maar als je echt
pech hebt, zijn het een stuk of vier kankerminervanen (een term waarvan ik overigens
hoop dat het in de nabije toekomst ‘kutmarokkaan’ in populariteit zal overstijgen),
die met hun door tabak en lokroepen
verdorde stem converseren met een gore ‘r’
die aan het einde van elk woord eeuwig door
lijkt te galmen. En daar mag jij dan naast zitten. Met je koffie van vijf euro. Die niet te
zuipen is. Want je bent modern.
Ik denk dat ik voor de frappuccino ga vanmiddag. Of wordt het toch die tumbler... Gé
39

Collecties
TaTanukiKi